CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3 Bewonersbrief - Zienswijze Benedenheulseweg 11 Stolwijk_20221122.pdf

Raadsvergadering 13 december 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Stukken waarvan de voorzitter voorstelt ze ter afhandeling in handen van het college te stellen3.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

AANTEKENEN Aan de gemeenteraad van de gemeente Krimpenerwaard T.a.v. de Griffie Postbus 51 2820 AB Stolwijk Ook per e - mail verzonden aan : _gritheCakrimpenerwaarc .ni en Datum :

@krimpenerwaard.nl

22 november 2022

Uw referentie : Zaaknummer SXO - 20212320

Onderwerp :

Ontwerp Omgevingsvergunning 'Benedenheulseweg 11, Stolwijk'

P RD

ZIENSWIJZE

2 2 NOV 2022

r

r

cjri Kit-

Geachte heer, mevrouw, Hierbij doen

alien wonende aan de Benedenheulseweg to hierna Stolwijk op respectievelijk de nummers aangeduid als de "omwonenden" u hun zienswijze toekomen, op de Ontwerp Omgevingsvergunning "Benedenheulseweg 11, Stolwijk", hierna aangeduid als het "Ontwerp". Samenvatting 1. Geen betrokkenheid en participatie van omwonenden. Klacht vorig jaar van omwonende is onbehandeld gebleven. De afweging van belangen was eenzijdig. 2. De Rav emissiefactor voor het beoogde stalsysteem had niet mogen worden gebruikt, met als gevolg dat de trajecten voor een Natuurvergunning en een m.e.r. opnieuw moeten worden

1

doorlopen. Niet duidelijk is hoe de cijfers voor de referentiesituatie zijn vastgesteld. 3. De bouwvrijstelling stikstof mag niet meer worden gehanteerd. 4. De bedrijfsuitbreiding valt niet binnen het heersende bestemmingsplan. Er zal een Ruimtelijke onderbouwing moeten worden opgesteld en de procedure voor een Omgevingsver gunning buitenplanse afwijking zal moeten worden gevolgd. 5. In tegenstelling tot hetgeen is gesteld in het Ontwerp is er geen sprake van een uitbreiding die noodzakelijk is voor de continufteit van het bedrijf. 6. Een eventueel besluit tot vergunnen van intensieve veehouderij en megastal in het betrokken gebied zou een planologische ramp zijn. 7. Er bestaan grote twijfels bij de onderbelichte rol van de hinder door geur, trillingen en geluid in de bestuurlijke afweging van de belangen van de betrokken partijen.

1. Inleidinq

Omwonenden wonen op afstanden tussen de 70 tot 160 meter van de to vergunnen bouw - en bed rijfsactiviteiten. Zij achten zich overrompeld door het nu voorliggende Ontwerp van het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Krimpenerwaard, hierna aangeduid als het "College". Weliswaar waren zij Binds november vorig jaar op de hoogte van de betrokken aanvraag omgevingsvergunning, maar in de daaropvolgende periode hebben zij met stijgende verwondering kennis genomen van een ongebruikelijke afwezigheid van ook maar enige gelegenheid tot participatie door de buurt in de vorm van voorlichting en vooroverleg over de modaliteiten van het to vergunnen project. Die verwondering is omgeslagen in verbijstering na kennisname van het Ontwerp. Feitelijk gaat het hier om omzetting van een van oorsprong gebiedseigen extensief agrarisch bedrijf naar intensieve veehouderijl met bijbehorende megastal2. Een dergelijk bedrijf heeft een sterk industrieel karakter en past daarom volgens omwonenden niet in een gebied met een ruimtelijke kwaliteit als daaraan is toegekend door de provincie Zuid - Holland en in het verlengde daarvan door de gemeente zelf. Omwonenden hebben het gevoel dat er van enige afweging door het College tussen hun ' Intensieve

veehouderij is een andere benaming voor niet - grondgebonden veehouderij ( bron : CBS ) . In het to vergunnen project is sprake van 309 melkkoeien bij 47 ha land, oftewel ruim 6,5 GVE / ha. De grens ex - / intensief ligt naar gangbaar gebruik rond de 2,3 GVE / ha ( bron : CBS ) 2 In de meeste onderzoeken ( WUR, Alterra ) wordt een grens van 250 GVE gehanteerd. .

2

belangen, in het bijzonder die bij hun leefomgeving, en de commerciele belangen van de aanvrager van de vergunning nauwelijks sprake is geweest, terwijl de beoogde situatie toch een majeure verandering in hun leefomgeving met zich dreigt to gaan meebrengen. Een op 19 november 2021, door hierboven eerstgenoemde omwonende, verzonden klacht aangaande de, na de

eigendomsoverdrachtaan de huidige eigenaar, scherp gestegen overlast is, na doorzetting naar handhavers en toezichthouders van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling c.q. ODMH, nimmer beantwoord. Het is de stellige indruk van omwonenden dat in het Ontwerp en de daaraan gerelateerde documenten sprake is van een eenzijdige ondertoon ten gunste van de aanvrager van de vergunning, zowel op kwalitatieve onderdelen als inzake kwantitatieve aspecten. In de hieronder ter sprake gebrachte grieven zal deze indruk verder worden geconcretiseerd. 2. Sti kstof

Omwonenden begrijpen niet dat een zo agrarisch georienteerde gemeente als Krimpenerwaard niet de rechtspraak ter zake van de effecten van stikstof op de voet heeft gevolgd. Zoals blijkt uit de concept Oprichtingsvergunning milieu onder 3.2.7 Ammoniak gaat het College er, in afwijking van recente rechtspraak, ten onrechte, van uit dat voor stalsysteem A1.28 de emissiefactor 5,7 kg NH3 per dierplaats per jaar zonder meer mag worden gehanteerd. In ECLI : NL RVS : 2022 : 2624 heeft de RvS inmiddels vastgesteld dat de Rav emissiefactor voor het in de concept vergunning aan de orde zijnde stalsysteem A1.28 voorlopig niet kan worden toegepast in de voortoets of in de passende beoordeling voor de natuurvergunning3. Later onderzoek ( b.v. WUR- rapport 1286 uit 2021 ) maakt ook melding van een onderzoeksresultaat dat als 'emissiearm' aangeduide staltypen nauwelijks minder ammoniak bleken uit to stoten dan traditionele stallen ( gemiddeld 12,5 kg per koejaar tegen 13,9 kg per koejaar) Ook de toegepaste reductie van 5% oftewel 0,3 kg per koejaar op grond van beweiding begrijpen omwonenden niet. PAS 2015.08- 02 stelt aan beweiden de eis dat alle dieren tegelijk en voor tenminste 3 uur per dag tot een totaal van 720 uur per jaar worden geweid. Bij de beoogde vee - intensiteit van 6,5 GVE / ha lijkt het omwonenden niet haalbaar om aan die gestelde eis to kunnen voldoen. :

.

3

Zie ook ittas : // www.commissiemer.nl / iurisi)rudentie / ECLI%3ANL%3ARVS%3A2022%3A2557

3

Bij een tentatieve hantering van 12,2 kg NH3/ koejaar zou de totale ammoniakemissie uitkomen op 3.769,8 kg NH3/jaar i.p.v. de getoonde 1.761,3 kg NH3/jaar, oftewel een stijging met 2.256,9 kg NH3/jaar. Het Aerius model berekent daarvoor dan een grootste toename van de NH3 - depositie in het hoogste depositie hexagon van het Natura 2000 gebied Uiterwaarden Lek van 0,14 mol/ ha /j. In dat geval zou het m.e.r. - traject opnieuw moeten worden doorlopen, wellicht nu zelfs integraal, en zou aanvrager er op moeten worden gewezen dat alsnog eerst een vergunning Wnb via ODH van de provincie Zuid - Holland zou moeten worden verkregen, omdat het zinloos zou zijn extra stalruimte to gaan bouwen voor stallen die leeg zouden moeten blijven staan wegens het ontbreken van bedoelde vergunning.

Verder hadden omwonenden enige moeite met het vaststellen van de bron van de aantallen stuks vee die zijn opgenomen in de referentiesituatie. In de eerste, nadien ingetrokken, m.e.r. beoordelingsnotitie van ODMH per 23 september 2021 en het daaraan verbonden beoordelingsbesluit per 27 oktober 2021 was er sprake van 120 melk - en kalfkoeien, 62 stuks jongvee en 15 schapen, tezamen goed voor 1.765,3 kg NH3/jaar. De gecorrigeerde en in het Ontwerp opgenomen versie van het beoordelingsbesluit vermeldt voor de referentiesituatie 96 stuks melkrundvee, 72 stuks jongvee en en 15 schapen, tezamen goed voor 1.512,9 kg NH3/jaar. Het College licht de oorzaak van deze wijziging niet toe. Omwonenden vermoeden dat de eerste beoordeling uitging van een in het Ontwerp niet genoemde vergunning Wnb van 25 januari 2017 met exact dezelfde cijfers, verleend op basis van een passende beoordeling onder PAS, en dat de tweede in het Ontwerp opgenomen versie is gebaseerd op een vergunning Wmb ( Wet milieubeheer) van 30 mei 2011 met cijfers die hetzelfde zijn wat betreft melkrundvee ( 96 stuks ) en schapen ( 15 stuks ) , maar afwijken wat betreft jongvee ( 72 tegenover 64 in de vergunning ) en varkens ( 0 tegenover 400 in de vergunning ) . De varkens zijn inmiddels afgemeld per 3 januari 2020.

Tellingen uit 2014 ( verwerkt in 2016 ) vermelden 80 stuks melkrundvee, 64 stuks jongvee, 41 stuks schapen en 5 stuks varkens. Omwonenden slagen er niet in een consequente systematiek to ontwaren achter de geselecteerde bron van de voor de referentiesituatie toegepaste cijfers. Tot slot vragen omwonenden zich of hoe het mogelijk is dat tabel 2 in het milieudeel van het Ontwerp laat zien dat er ook zonder correctie voor het stalsysteem nog sprake is van een stijging met 248,4 kg NH3/jaar, namelijk van 1.512,9 kg NH3/jaar tot 1.761,3 kg NH3/jaar, terwijl onder 3.1.2 van hetzelfde milieudeel wordt opgemerkt dat er "ten opzichte van de referentiesituatie geen

4

toename is in stikstofdepositie". Wellicht ten overvloede wijzen omwonenden er op dat ODH ( namens Gedeputeerde Staten ) aan het slot van zijn beoordeling van 3 december 2021 uitdrukkelijk vermeldt dat die beoordeling uitsluitend is gebaseerd op de bijgevoegde documenten en dat indien een activiteit afwijkt van hetgeen in de aangeleverde documenten is vermeld of indien sprake is van gewijzigde omstandigheden, dit kan betekenen dat wel een vergunningplicht op grond van Wnb van toepassing is. 3. Bouwvrijstelling

Omwonenden begrijpen dat het College wat betreft de door het bouwproject veroorzaakte stikstofdepositie is uitgegaan van de in artikel 2.9a van de Wet natuurbescherming en artikel 2.5 van het Besluit natuurbescherming vastgelegde 'bouwvrijstelling'. Evenwel zal het College er na de uitspraak van de RvS op 2 november dit jaar ECLI : NL : RVS : 2022 : 3159 rekening mee moeten houden dat tenminste zal moeten worden vastgesteld of de bouwactiviteiten significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000 - gebieden.

4. Bestemming

Zoals blijkt uit het Concept ( onderdeel 'bouwen van een bouwwerk' onder 1. Overwegingen vierde aandachtsbol ) stelt het College vast dat het plan in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan. Omwonenden kunnen deze constatering niet volgen, temeer daar enige verdere onderbouwing ontbreekt. Immers, in zijn uitspraak ECLI : NL : RBDHA : 2020 : 9186 overwoog de Rechtbank Den Haag voor een vergelijkbare situatie, onder hetzelfde bestemmingsplan, in een geding waarin het College bovendien zelf partij was, dat niet werd voldaan aan de begripsbepaling van een 'grondgebonden agrarisch bedrijf' omdat daarvoor vereist is dat de bedrijfsvoering geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaats vindt, en dat daarom de bedrijfsuitbreiding niet past in het bestemmingsplan4. Omwonenden zijn van oordeel dat ook in het geval van de thans aan de orde zijnde activiteit er geen sprake zal zijn van een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaats vindt. De, reeds onder punt 2 hierboven besproken, en als gevolg van de beoogde hoge vee - intensiteit van 6,5 GVE / ha slechts summier mogelijke, beweiding kan slechts de conclusie steunen dat de bedrijfsvoering in overwegende mate in gebouwen plaats vindt.

In de gebouwen wordt het meeste voer gegeten en het meeste water gedronken, daar worden de koeien gemolken, daar wordt de meeste mest verwerkt en daar wordt verreweg de meeste tijd door het vee doorgebracht. Dat de

4

Zie rechtsoverwegingen 5.1 - 5.6 in ECLI : NL : RBDHA : 2020 : 9186

5

bedrijfsvoering in overwegende mate in gebouwen plaats vindt sluit uit dat de bedrijfsvoering in overwegende mate niet in gebouwen plaats vindt, omdat dezelfde activiteit nou eenmaal niet in overwegende mate op twee verschillende plaatsen kan zijn gesitueerd. Aanvrager zal dus alsnog een aanvraag Omgevingsvergunning buitenplanse afwijking, voorzien van een

Ruimtelijke onderbouwing, moeten indienen. Omwonenden zetten grote vraagtekens bij de haalbaarheid van een dergelijke vergunning. 5. Continufteit van de agrarische bedrijfsvoerinq Omwonenden hebben met verbazing de opmerking van de Agrarische beoordelingsommissie gelezen dat de uitbreiding noodzakelijk is voor de continufteit van de agrarische bedrijfsvoering. Omwonenden vragen zich of of met de continu'iteit van de agrarische bedrijfsvoering hetzelfde wordt bedoeld als met de continufteit van het bedrijf. Zelf lezen zij dat wel zo5 en zij

vrezen dat zij niet de enigen zijn. Daarom betreuren zij het dat het College deze conclusie zo prominent en zonder nndere duiding heeft geetaleerd in het Concept ( onderdeel 'bouwen van een bouwwerk' onder 1. Overwegingen zesde aandachtsbol ) De indruk wordt aldus gewekt dat het College in haar belangenafweging moest kiezen tussen enerzijds een melkveebedrijf waarvoor beeindiging of faillissement op de loer liggen en anderzijds omwonenden die in de kwaliteit van hun leefomgeving er slechts marginaal op achteruit gaan, getuige de geruststellende cijfers van geluid, stank en wat dies meer zij. Een om zijn voortbestaan worstelend bedrijf tegenover zeurende buurtbewoners. Gelet op de huidige vergunde omvang van de veestapel en het oppervlak van het bijbehorende weiland neemt het bedrijf qua grootte landelijk een middenpositie in en daarenboven is het onderdeel van een nog veel omvangrijker bedrijf. Als aldaar nu de continufteit in gevaar is dan moet er naar andere oorzaken worden gezocht. .

6. Ruimtelijke kwaliteit Bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit zijn onder meer de

navolgende regelingen. a. De provincie Zuid - Hoiland heeft aan het middendeel van de Krimpenerwaard waarin het plangebied ligt de ruimtelijke kwaliteit benadrukt door dat deel in de Omgevingsverordening en Bijlage ruimtelijke kwaliteit bij de verordening to kwalificeren als Cultuurhistorisch Kroonjuweel onder de naam Middengebied Krimpenerwaard ( zie m.e.r. - beoordelingsnotitie paragraaf 3.3.3 ) Voor kroonjuwelen geldt de algemene .

Wat daarvan ook moge zijn, bedrijfskundigen zijn het over eens dat discontinufteit van de bedrijfsvoering in het algemeen desastreus is voor een bedrijf. s

6

sturingsrichtlijn 'behoud en versterking van cultuurhistorisch waardevolle structuren en ensembles via bescherming en passende ruimtelijke ontwikkeling'. Een bestemmingsplan voor kan een locatie binnen Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft en de ontwikkeling het behoud en de versterking van het betreffende cultureel erfgoed ondersteunt en overwegend meerwaarde heeft voor kwaliteiten en de gebruikswaarde ervan6. b.

c.

De gemeente Krimpenerwaard

stelt in haar nota Ruimtelijke

Kwaliteit op paging 8 ten aanzien van monumenten onder meer dat nieuwe toevoegingen in de omgeving van het monument geen afbreuk mogen doen aan de monumentale waarden. De gemeente Krimpenerwaard staat in het middengebied van de Krimpenerwaard ( buitengebied van de voormalige gemeente Vlist ) slechts agrarische bedrijven toe met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaats vindt ( zie punt 4 van deze zienswijze ) .

Omwonenden, waaronder de bewoner van een juweel van een historische boerderij ( rijksmonument 34907 ) , schuin tegenover de locatie van de beoogde megastal, menen dat uit al de hierboven weergegeven regelingen duidelijk naar voren komt dat een planologisch besluit om uitgerekend op de locatie in kwestie een in een megastal gehuisveste intensieve melkkoeienhouderij neer to zetten moet worden gekwalificeerd als een planologische ramp. 7. Geur, trillingen en geluid

Omwonenden hebben het grootste deel van hun leven of zelfs hun gehele leven gewoond in een agrarische omgeving en zijn dus zeer zeker gewend aan landelijke geuren en landelijke geluiden. Zij willen daar echter bij aantekenen dat bij de voortgaande industrialisering van het melkkoeienbedrijf er sprake is geweest van steeds zwaardere geluids - en geurproductie. De trekkers en de door de trekkers aangedreven machines zijn zwaarder geworden en worden vele malen per jaar 24 uur per dag ingezet voor maaien en bemesten, de koelmachines zijn groter geworden en de concentratie van het vee is sterk toegenomen, zowel op de stallocatie als op het land. Ook de ruwvoerverwerking gaat met veel meer lawaai gepaard. Geur en geluid van nu zijn niet meer vergelijkbaar met die van enige decennia geleden. Sinds de eigendomsoverdracht, circa twee jaar terug, van het

Omgevingsverordening Provincie Zuid - Holland artikel 6.9g lid 1 Beschermingscategorie 1 Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed j° Bijlage ruimtelijke kwaliteit onder Middengebied Krimpenerwaard.

6

7

melkkoeienbedrijf in kwestie, ervaren omwonenden veel overlast.

Ook zonder de beoogde groei zijn de vervoersbewegingen al fors toegenomen, mede als gevolg van de geografische spreiding van het totale bedrijf ( Zuidbroek, Benedenheulseweg en Beijerscheweg ) , die met zich meebrengt dat veel van het

gebruikelijke verkeer op eigen werf ( vee, melk, mest, ruwvoer7 ) al is en verder zal worden verplaatst naar de openbare weg.

Dergelijke verplaatsingen brengen ook met zich mee dat bepaalde transporten qua transportmiddel veranderen van doorgaans goed afgeveerde en stille vracht- en tankwagens naar veel luidruchtiger trekkers met daarachter vaak ouder niet afgeveerd materieel dat eigenlijk niet is bestemd voor de openbare weg. Het akoestisch onderzoek is voor leken nauwelijks to begrijpen, maar omwonenden hebben niettemin de indruk dat het aantal verkeersbewegingen wordt onderschat en missen ook in het onderzoeksrapport de gebruikelijke variatie aan agrarisch rijdend materieel. Vaak wordt in de nachtelijke uren gemaaid met zware maaimachines achter zware trekkers, die een geluid produceren dat bij rustig weer zelfs nog tot op meerdere kilometers afstand goed is to horen. Voor omwonenden ontbrak de tijd om zelf een akoestisch tegenonderzoek en dito geuronderzoek to laten uitvoeren, maar afhankelijk van het verdere verloop van deze zaak zullen zij zonodig alsnog daartoe overgaan. Aan trillingen wordt slechts in het bouwdeel aandacht besteed, niet in het milieudeel van het Ontwerp. Omwonenden verbazen zich daarover omdat zij verwachten dat ook de trillingshinder sterk zal

toenemen, waardoor ook verdere beschadigingen zullen optreden, met name aan de dichter bij de openbare weg gelegen woningen, waaronder hierboven reeds vermeld rijksmonument 34907. Ook willen omwonenden benadrukken dat er weliswaar door de wegbeheerder ( HHSK ) in zijn vergunningverlening tot het berijden van polderwegen snelheidslimieten worden gesteld ( doorgaans 30 km / uur ) , maar dat die limieten zelden worden gerespecteerd en dat van enige handhaving op dat punt geen sprake is.

Omwonenden verwachten weinig van de uiterst summiere wetgeving op geurgebied. Het is glom bekend dat die wat betreft het melkkoeienbedrijf nauwelijks iets voorstelt. Niettemin willen zij benadrukken dat er de laatste twee jaar reeds sprake was van soms meerdere dagen aanhoudende zware en onaangename ( onder betere omstandigheden kan koeienmest best wel aangenaam ruiken ) mestlucht. In feite wordt deze lucht continu geproduceerd en wordt de mate van overlast nog slechts bepaald door de windrichting. En dat dus in de huidige situatie, nog niet Omwonenden kunnen vooralsnog slechts een slag ernaar slaan welke categorieen dit betreft. 8

eens in de beoogde.

Omwonenden willen tenslotte stellen dat zij niet zozeer uitgebreid hebben stilgestaan bij de hinder van geur, trilling en geluid om langs die weg die hinder als op zichzelf staand technisch fenomeen teruggedrongen to krijgen, maar veeleer om nogmaals de planologische ramp die hier dreigt to benadrukken.

9

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Griffie Krimpenerwaard dinsdag 22 november 2022 20:05 RE: Zienswijze Schouten cs vs Schep getekend 22-11-2022

Beste meneer

,

Wij hebben uw brief d.d. 22 november 2022 ontvangen. Wij voegen deze toe aan de openbare lijst ingekomen stukken van de raad 13 december a.s. met het advies aan het college de afhandeling daarvan op te pakken. Tijdens deze vergadering worden de ingekomen stukken niet inhoudelijk besproken, maar neemt de raad een besluit over het afhandelingsadvies. Van de raad als collectief ontvangt u geen schriftelijke reactie op uw brief. Mogelijk reageren fracties of individuele raadsleden persoonlijk op uw brief. We gaan ervan uit dat u er geen bezwaar tegen hebt dat we hen daarvoor desgevraagd uw mail/adres geven. I.v.m. privacyregels zijn de documenten geanonimiseerd op de lijst ingekomen stukken geplaatst

Met vriendelijke groet,

Postbus 51 2820 AB Stolwijk Bezoekadres Burgemeester van der Willigenstraat 58 2941 ES Lekkerkerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=f1ad97ea-b087-4e66-848c-86cccbf5e3a0