CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

251118 Bijlage 3 - Concept Statuten Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda/Schoonhoven

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Verzoek tot instemmen met statuten Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda/Schoonhoven5.770 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Limes Notarissen

Concept d.d. 5 september 2025

Raadhuisstraat 64 2406 AG Alphen aan den Rijn tel: +31 (0) 172 492 447 info@limesnotarissen.nl

U DIENT UW LEGITIMATIEBEWIJS MEE TE NEMEN NAAR DE AFSPRAAK. WANNEER U UW LEGITIMATIEBEWIJS NIET KUNT TONEN, KAN DE AKTE NIET WORDEN GETEKEND.

Concept STATUTEN Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda/Schoonhoven STATUTEN Begripsomschrijvingen Artikel 1 In deze statuten wordt verstaan onder: a. Stichting, de Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda/Schoonhoven, het bevoegd gezag; b. College van Bestuur, het orgaan bedoeld in artikel 2:291 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 6 van deze statuten; c. Raad van Toezicht, het orgaan bedoeld in artikel 292a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 3.3 Wvo 2020; d. Gemeenteraad, de gemeenteraad van de gemeente waar de openbare school is gevestigd; e. Scholen, de openbare en christelijke scholen voor voortgezet onderwijs die onder het bestuur van de Stichting vallen; f. (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad: de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad verbonden aan de school/scholen, als bedoeld in de Wet medezeggenschap op scholen; g. managementstatuut, het managementstatuut als bedoeld in artikel 7.6 Wvo 2020; h. Code, de code goed onderwijsbestuur VO, vastgesteld door de VORaad; i. Wvo 2020, de Wet op het voortgezet onderwijs 2020; j. Schriftelijk, bij brief of e-mail, of bij boodschap die via een ander gangbaar communicatiemiddel wordt overgebracht en op schrift kan worden ontvangen. Naam en zetel Artikel 2 1. De Stichting draagt de naam: Stichting Voortgezet Onderwijs Gouda/Schoonhoven 2. Zij heeft haar zetel in de gemeente [..]. 3.

De Stichting is opgericht voor onbepaalde tijd en voor ten minste vijf jaar. 4. De Stichting beoogt werkzaam te zijn als algemeen nut beogende instelling in de zin van artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, dan wel een daarvoor in de plaats komende wettelijke regeling. Doel, grondslag en openbaar karakter Artikel 3

1

2

1.

2.

3.

4. 5.

6.

7. 8.

Het doel van de Stichting is het geven van openbaar onderwijs en christelijk onderwijs in afzonderlijke openbare respectievelijk christelijke scholen voor voortgezet onderwijs. Het openbaar en christelijk onderwijs dat wordt verzorgd door de door de Stichting in stand gehouden openbare, respectievelijk christelijke scholen draagt bij aan de ontwikkeling van leerlingen, conform artikel 2.3 Wvo 2020. Daarbij is aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden die leven in de Nederlandse samenleving. De betekenis van de verscheidenheid van deze waarden wordt daarbij onderkend. Het openbaar en christelijk voortgezet onderwijs wordt zo gegeven dat ieders godsdienst of levensovertuiging wordt geëerbiedigd. De scholen van de Stichting zijn toegankelijk voor leerlingen zonder dat daarbij onderscheid wordt gemaakt naar godsdienst of levensovertuiging. De Stichting heeft aandacht voor algemeen toegankelijk onderwijs. Het openbaar onderwijs op de openbare scholen gaat uit van actieve pluriformiteit, waarbij verschillende opvattingen worden zichtbaar gemaakt en in dialoog worden gebracht en sprake is van wederzijds respect tussen leerlingen en personeel, ongeacht overtuiging of achtergrond.

De Stichting heeft voor haar handelen en voor het in haar onderwijs in haar christelijke school (voorheen bestuurd door een van oorsprong protestants-christelijk bevoegd gezag) te geven onderwijs de door haar vastgestelde christelijke identiteit met de Bijbel als bron tot grondslag. Het onderwijs op de christelijke scho(o)(len) omvat naast de voorgeschreven vakken in ieder geval godsdienstonderwijs. De gemeenteraad houdt overeenkomstig de wet en deze statuten toezicht voor zover het openbaar onderwijs betreft.

Artikel 4 Middelen 1. De Stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door: a. oprichting en instandhouding van scholen voor voortgezet onderwijs in de gemeente Gouda en Krimpenerwaard b. voorts door alle andere wettige middelen, welke tot het gestelde doel dienstig zijn. 2. De Stichting heeft geen winstoogmerk. Vermogen Artikel 5 1. Het vermogen van de Stichting zal onder meer worden gevormd door: a. rijksbekostiging; b. subsidies en donaties; b. schenkingen, erfstellingen en legaten; c. alle andere verkrijgingen en baten, met dien verstande dat erfstellingen alleen kunnen worden aanvaard onder het recht van boedelbeschrijving. 2. Het vermogen van de Stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de Stichting. Geen natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan

3

over het vermogen van de Stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen. College van Bestuur; samenstelling en benoeming Artikel 6 1. De Stichting wordt bestuurd door een College van Bestuur, bestaande uit een door de Raad van Toezicht vast te stellen aantal van ten hoogste twee natuurlijke personen. De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht aan de hand van een door de Raad van Toezicht vast te stellen vooraf openbaar gemaakt profiel. Bij de benoeming en het ontslag van een lid van het College van Bestuur worden de wettelijke bepalingen met betrekking tot medezeggenschap in acht genomen. 2. De leden van het College van Bestuur zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst bij de Stichting tenzij het een tijdelijke vervanging betreft van de bestuurder met een arbeidsovereenkomst. 3. De vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden van de leden van het College van Bestuur geschiedt door de Raad van Toezicht. Bij de vaststelling van de bezoldiging en overige arbeidsvoorwaarden wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector geldende normen. 4. Indien het College van Bestuur uit twee personen bestaat, wijst de Raad van Toezicht een voorzitter aan. Voor de benoeming van leden van het College van Bestuur dient de Raad van Toezicht voorafgaand advies te vragen aan de gemeenteraad.

Het College van Bestuur kan onderling vaststellen welk lid van het College van Bestuur met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Deze onderlinge taakverdeling behoeft goedkeuring van de Raad van Toezicht. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het College van Bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 5. Een bestuurslid kan te allen tijde worden geschorst en ontslagen door de Raad van Toezicht. Een schorsing die niet binnen twee maanden is opgeheven of is gevolgd door een ontslag, eindigt van rechtswege na het verstrijken van die termijn. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht waarin schorsing respectievelijk ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts door bedanken, door overlijden, door onderbewindstelling of curatele, alsmede door ontslag verleend door de rechtbank, zoals bedoeld in artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek en door ontslag door de Raad van Toezicht. 7. Ingeval van belet of ontstentenis van één of meer bestuursleden, vormen de overblijvende bestuursleden niettemin een wettig College van Bestuur, onverminderd de verplichting van de Raad van Toezicht om zo spoedig mogelijk door benoeming in de ontstane vacature(s) te voorzien.

In geval van belet of ontstentenis van het enige bestuurslid, wijst de Raad van Toezicht zo spoedig mogelijk een (interne of externe) plaatsvervanger aan voor de duur van de ontstentenis of belet van het betreffende bestuurslid.

4

De leden van het College van Bestuur betuigen instemming met de grondslag en het openbaar karakter als bedoeld in artikel 3. 9. Tot lid van het College van Bestuur kan niet worden benoemd een persoon die: a. lid is van de Raad van Toezicht of die in de afgelopen vier jaar lid is geweest van de Raad van Toezicht; b. niet benoembaar is volgens de verplichtende bepalingen in de geldende code goed onderwijsbestuur VO en de door de Stichting vastgestelde integriteitscode; c. bloed- of aanverwant tot in de derde graad is van een ander lid van het College van Bestuur dan wel een persoon die een managementfunctie vervult binnen de door de Stichting in stand gehouden school of scholen; d. lid is van een organisatie van ouders zoals een ouderraad en/of (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad verbonden aan de door de Stichting in standgehouden school of scholen; e. als bestuurder verbonden is aan of in dienst is van een organisatie welke pleegt betrokken te zijn bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers; f. het vrij beheer over zijn vermogen mist. 10. Het College van Bestuur draagt er zorg voor dat de christelijke identiteit van de christelijke scho(o)l(en) respectievelijk het openbaar karakter van de openbare scho(o)l(en) een onderdeel is van het personeelsbeleid. 8.

College van Bestuur; Taken en bevoegdheden Artikel 7 1. Behoudens de beperkingen volgens deze statuten is het College van Bestuur belast met het besturen van de Stichting onder toezicht van de Raad van Toezicht. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het College van Bestuur zich naar het doel van de Stichting en de door haar in standgehouden scho(o)l(en). Elk lid van het College van Bestuur draagt verantwoordelijkheid voor de algemene zaken. 2. Het College van Bestuur is bevoegd personeelsleden te benoemen, te schorsen en te ontslaan. Bij de benoeming van de aan de scho(o)l(en) te verbinden personeelsleden zal de Stichting zich ervan verzekeren, dat deze leden de doelstelling van de Stichting respecteren en loyaal zullen meewerken aan de doelstellingen van de scholen, zoals die in het schoolplan, mede ten aanzien van de christelijke identiteit dan wel het openbaar karakter, zijn omschreven. Inzake het personeelsbeleid bij benoeming, overplaatsing en noodzakelijke vermindering van personeel wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het openbaar karakter onderscheidenlijk de beschreven christelijke identiteit van de scholen en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid. 3. Het College van Bestuur stelt conform de Wvo 2020 een managementstatuut vast, waarin de gemandateerde taken en bevoegdheden van de sectordirectie(s) zijn vastgelegd.

4. Het College van Bestuur is slechts met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht bevoegd te besluiten tot het

5

5.

6.

aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de Stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander. Het ontbreken van de in dit lid bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur aan. Het College van Bestuur behoeft voorts de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht voor de navolgende bestuursbesluiten: a. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang een bedrag van vijftigduizend euro (€ 50.000,00) overschrijdt; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. een ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de Stichting; d. de benoeming en ontslag van de directieleden, inclusief het vaststellen van hun arbeidsvoorwaarden; e. een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling; f. het stichten, opheffen, samenvoegen, overnemen, overdragen of afsplitsen van (een deel van) de scholen; g.

het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden scholen; h. het vaststellen, wijzigen of intrekken van en, waaronder een bestuursreglement waarin tenminste is opgenomen de besluitvorming binnen het College van Bestuur; een huishoudelijk reglement en managementstatuut die geen met de statuten strijdige bepalingen mogen bevatten; i. statutenwijziging of ontbinding; j. juridische fusie of splitsing. Het College van Bestuur behoeft voorts de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de gemeenteraad voor de navolgende bestuursbesluiten: a. besluiten die de continuïteit van het openbaar onderwijs in gevaar brengen; b. het stichten, opheffen, samenvoegen, overnemen, overdragen of afsplitsen van (een deel van) de scholen; c. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de Stichting of de in stand te houden scholen; d. statutenwijziging of ontbinding; e. juridische fusie of splitsing.

Vertegenwoordiging Artikel 8

6

1. 2. 3.

De Stichting wordt vertegenwoordigd door het College van Bestuur. Indien slechts één lid van het College van Bestuur in functie is, is deze zelfstandig vertegenwoordigingsbevoegd. Het College van Bestuur kan functionarissen met algemene of beperkte vertegenwoordigingsbevoegdheid benoemen door middel van een volmacht. Ieder van hen vertegenwoordigt de Stichting met inachtneming van de begrenzing aan zijn bevoegdheid in de volmacht gesteld. De titulatuur van deze functionarissen wordt door het College van Bestuur bepaald.

Bestuursvergaderingen en bestuursbesluiten Artikel 9 1. Het College van Bestuur legt belangrijke besluiten schriftelijk vast. 2. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar voor zover het College van Bestuur niet - gemotiveerd per agendapunt beslist dat openbaarheid tegen het belang van de Stichting is of een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van personen oplevert. De opgelegde geheimhouding wordt zowel door degenen die bij de behandeling aanwezig waren als door degenen die op andere wijze van het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen, totdat het College van Bestuur de geheimhouding opheft. 3. Indien en voor zover sprake is van een meerhoofdig Bestuur, gelden voorts de hierna volgende bepalingen. Het bepaalde in lid 11 van dit artikel geldt tevens voor een eenhoofdig Bestuur. 4. Het College van Bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of een ander bestuurslid dat nodig acht, doch ten minste zesmaal per jaar. De vergaderingen worden schriftelijk opgeroepen door of namens de voorzitter met inachtneming van een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van oproeping en die van de vergadering daaronder niet begrepen.

Op een daartoe strekkend verzoek van een of meer bestuursleden dient de voorzitter binnen één week na ontvangst van dat verzoek over te gaan tot oproeping tot een bestuursvergadering bij gebreke waarvan de verzoeker(s) zelf de vergadering kan/kunnen oproepen. De oproepingsbrief bevat de datum, het uur en de plaats van de desbetreffende vergadering, alsmede de agenda. 5. Indien de oproepingstermijn vermeld in lid 1 niet in acht is genomen, kan ter vergadering slechts besluitvorming plaatsvinden met algemene stemmen van alle in functie zijnde bestuursleden. Deze wijze van besluitvorming geldt tevens met betrekking tot onderwerpen die niet geplaatst zijn op de agenda in lid 1 vermeld. 6. Het College van Bestuur kan alleen geldige besluiten nemen indien de meerderheid van zijn leden ter vergadering aanwezig is. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk. Het College van Bestuur streeft naar besluitvorming met algemene stemmen. Bij het ontbreken van consensus geschiedt de besluitvorming met volstrekte meerderheid van stemmen, voor zover in deze statuten niet anders is bepaald. In de bestuursvergaderingen brengt ieder bestuurslid een stem uit. Stemming over zaken geschiedt mondeling; stemmen over personen geschiedt schriftelijk. Indien omtrent een voorstel de stemmen staken, wordt het voorstel geplaatst op de agenda voor de eerstvolgende

7

vergadering van het College van Bestuur. Indien in die vergadering bij de stemming omtrent dat voorstel de stemmen wederom staken, is het voorstel verworpen. 7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden, die na door de vergadering te zijn vastgesteld door de voorzitter van de vergadering, alsmede door degene die de notulen heeft gehouden, worden ondertekend. 8. Het College van Bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits dat schriftelijk en met algemene stemmen van alle bestuursleden geschiedt. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 9. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter. 10. Een lid van het College van Bestuur kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere leden van het College van Bestuur tezamen. 11. Een lid van het College van Bestuur meldt een direct of indirect persoonlijk belang dat (potentieel) tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de door haar in standgehouden scholen zo spoedig mogelijk aan de voorzitter van de Raad van Toezicht en verschaft alle relevante informatie. De Raad van Toezicht beslist of sprake is van een dergelijk tegenstrijdig belang.

Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht. 12. Het College van Bestuur zal, met inachtneming van deze statuten, een bestuursreglement opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. Raad van Toezicht; samenstelling en benoeming. Artikel 10 1. De Raad van Toezicht bestaat uit een door de Raad van Toezicht te bepalen aantal leden van ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. Is het aantal leden minder dan vijf, dan behoudt de Raad van Toezicht zijn bevoegdheden onverminderd de verplichting om onverwijlde maatregelen tot aanvulling van zijn ledental te nemen. 2. De leden van de Raad van Toezicht worden (her)benoemd door de Raad van Toezicht op basis van een vooraf openbaar gemaakt profiel. 3. De samenstelling van de Raad van Toezicht is dusdanig dat de leden ten opzichte van elkaar, de leden van het College van Bestuur en welk deelbelang van de Stichting ook onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. 4.

De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de Raad van Toezicht met inachtneming van het door de Raad van Toezicht vastgestelde profiel.

8

De leden van de Raad van Toezicht verklaren schriftelijk dat zij hun taak zullen uitoefenen conform de christelijke grondslag en het openbaar karakter als bedoeld in artikel 3. 6. Ten aanzien van de vervulling van een vacature van de Raad van Toezicht, vraagt de Raad van Toezicht voorafgaand advies aan het College van Bestuur, de directieleden van de door de Stichting in standgehouden scholen en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. 7. Tot lid van de Raad van Toezicht is niet benoembaar een persoon die: a. niet benoembaar is volgens de verplichtende bepalingen in de geldende code onderwijsbestuur VO en de door de Stichting vastgestelde integriteitscode; b. bloed- of aanverwant tot in de derde graad is van een ander lid van het College van Bestuur of van de Raad van Toezicht, een persoon die binnen de Stichting een management- of andere functie vervult dan wel als leerling onderwijs geniet; c. deel uitmaakt van een aan de school verbonden medezeggenschapsraad of van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; d. lid is van het College van Bestuur; e. in een dienstverhouding tot de Stichting staat; f. (on)middellijk betrokken is bij de levering van goederen of diensten aan de Stichting. 8. De Raad van Toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter, een vicevoorzitter en een secretaris aan. 9.

De Raad van Toezicht kan voorts onderling vaststellen welk lid van de Raad van Toezicht met welke taak meer in het bijzonder zal zijn belast. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van de Raad van Toezicht onverlet. 10. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar met inachtneming van het hierna in dit lid bepaalde. Aftreden geschiedt na het eindigen van de benoemingsperiode en met in achtneming van een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een in een tussentijdse vacature benoemd lid van de Raad van Toezicht neemt op het rooster de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd; tenzij door de Raad van Toezicht expliciet anders wordt bepaald. Een volgens rooster aftredend lid van de Raad van Toezicht is onmiddellijk herbenoembaar voor een periode van maximaal vier jaar, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar lid van de Raad van Toezicht kan zijn. 11. Ingeval van vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overblijvende leden niettemin een wettige raad, onverminderd de verplichting van de Raad van Toezicht, zo spoedig mogelijk door benoeming in de ontstane vacature(s) te voorzien. 12.

Bij belet of ontstentenis van een lid van de Raad van Toezicht gedurende een periode van meer dan vier weken kan de Raad van Toezicht een tijdelijke voorziening treffen door de benoeming van een waarnemend lid. In het geval van belet of ontstentenis van de gehele Raad, is de voorzitter van het College van Bestuur bevoegd nieuwe 5.

9

13.

14.

15.

16.

waarnemende leden van de Raad te benoemen. Degene die bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de Raad van Toezicht ingevolge deze statutaire regeling de taken van een lid van de Raad van Toezicht vervult, wordt voor het vervullen van die taken met een lid van de Raad van Toezicht gelijkgesteld. De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met een meerderheid van stemmen, besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich te verantwoorden en kan zich daarbij doen bijstaan door een raadsman. Het besluit tot (voorstel tot) schorsing of ontslag wordt niet eerder genomen dan nadat het betrokken lid van de Raad van Toezicht in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.

Het lidmaatschap van de Raad van Toezicht eindigt door overlijden, schriftelijke ontslagneming, lidmaatschap van het College van Bestuur, in het geval van onderbewindstelling of onder curatele stelling alsmede door ontslag verleend door de rechtbank, zoals bedoeld in artikel 2:298 van het Burgerlijk Wetboek, door ontslag verleend door de Raad van Toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de Raad van Toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de Raad van Toezicht, en door het verstrijken van de duur van de zittingstermijn indien geen herbenoeming plaats vindt. Voorts eindigt het lidmaatschap van de Raad van Toezicht op het moment dat het betreffende lid een familiaire of daarmee vergelijkbare relatie heeft met een leerling of medewerker van de Stichting dan wel een zakelijke relatie heeft met de Stichting. Leden van de Raad van Toezicht zullen voor hun werkzaamheden geen beloning ontvangen, behoudens een niet bovenmatig vacatiegeld, vast te stellen door de Raad van Toezicht. De leden van de Raad van Toezicht hebben recht op een vergoeding voor redelijkerwijs gemaakte onkosten in de uitoefening van hun functie. De hoogte hiervan wordt door de Raad van Toezicht vastgesteld. Bij de vaststelling van de (onkosten)vergoedingen wordt aangesloten bij de voor intern toezichthouders in de sector geldende normen.

Raad van Toezicht; taken en bevoegdheden Artikel 11 1. De Raad van Toezicht heeft tot taak toezicht te houden op het beleid van het College van Bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de Stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt de Raad van Toezicht zich naar het doel van de Stichting en de door Stichting in standgehouden scholen. 2. De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur met raad terzijde en fungeert als klankbord. De Raad van Toezicht kan het College van Bestuur gevraagd en ongevraagd adviseren. 3. Onverminderd het overigens bij of krachtens deze statuten bepaalde, is de Raad van Toezicht belast met: a. het instemmen met de begroting en het jaarverslag en indien van toepassing, het strategisch meerjarenplan van de school en het

10

4.

5.

goedkeuren van de besluiten van het College van Bestuur als verwoord in artikel 7 lid 4 en lid 5 en lid 6 van deze statuten; b. het toezien op de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, de code voor goed bestuur, bedoeld in de Wvo 2020, en de afwijkingen van die code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scho(o)l(en) verkregen op grond van de Wvo 2020; d. het aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 393 lid 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek die verslag uitbrengt aan de Raad van Toezicht; e. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld onder a tot en met d, in het bestuursverslag (jaarverslag) van de Stichting. De Raad van Toezicht ziet erop toe dat het onderwijs aan de scholen van de Stichting overeenkomstig de christelijke grondslag en het openbaar karakter van de Stichting wordt gegeven. De Raad van Toezicht kan voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak zich doen bijstaan door één of meer deskundigen.

Vergadering en besluitvorming van de Raad van Toezicht Artikel 12 1. De Raad van Toezicht vergadert zo dikwijls de voorzitter of een ander lid dat nodig acht of indien een lid van het College van Bestuur onder opgave van redenen hiertoe een verzoek aan de voorzitter van de Raad van Toezicht richt, dan wel indien de raad ingevolge deze statuten een besluit moet nemen, doch ten minste viermaal per jaar. 2. De vergaderingen worden schriftelijk opgeroepen door of namens de voorzitter met inachtneming van een termijn van ten minste veertien dagen, de dag van oproeping en die van de vergadering daaronder niet begrepen. 3. Op een daartoe strekkend verzoek van een of meer leden van de Raad van Toezicht of het College van Bestuur dient de voorzitter binnen één week na ontvangst van dat verzoek over te gaan tot oproeping tot een vergadering bij gebreke waarvan de verzoeker(s) zelf de vergadering kan/kunnen oproepen. De oproepingsbrief bevat de datum, het uur en de plaats van de desbetreffende vergadering, alsmede de agenda. 4. In beginsel wonen de leden van het College van Bestuur de vergaderingen van de Raad van Toezicht bij en worden zij op de bovengenoemde wijze voor de vergadering opgeroepen. In het geval de Raad van Toezicht wenst te vergaderen zonder aanwezigheid van de leden van het College van Bestuur wordt dit bij de oproeping tot een vergadering medegedeeld. 5.

Indien de oproepingstermijn vermeld in lid 1 niet in acht is genomen, kan ter vergadering slechts besluitvorming plaatsvinden met algemene stemmen van alle in functie zijnde leden. Deze wijze van besluitvorming geldt tevens met betrekking tot onderwerpen die niet geplaatst zijn op de agenda in lid 1 vermeld. De Raad van Toezicht kan alleen geldige

11

besluiten nemen indien de meerderheid van zijn leden ter vergadering aanwezig is. Stemmen bij volmacht is niet mogelijk. 6. Besluitvorming geschiedt met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen, voor zover in deze statuten niet anders is bepaald. In de vergaderingen brengt ieder lid een stem uit. Indien omtrent een voorstel de stemmen staken, wordt het voorstel geplaatst op de agenda voor de eerstvolgende vergadering van de Raad van Toezicht. Indien in die vergadering bij de stemming omtrent dat voorstel de stemmen wederom staken, is het voorstel verworpen. 7. Een lid van de Raad van Toezicht kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere leden van de Raad van Toezicht tezamen. 8. Besluitvorming omtrent het goedkeuren van een besluit tot wijzigen van de statuten dan wel het ontbinden van de Stichting geschiedt met twee/ derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste twee/ derde van het aantal leden aanwezig is. Het hiervoor in lid 3 bepaalde is van overeenkomstige toepassing. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden, die na door de vergadering te zijn vastgesteld door de voorzitter van de vergadering, alsmede door degene die de notulen heeft gehouden, worden ondertekend. 10.

De Raad van Toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits dat schriftelijk en met algemene stemmen van alle leden geschiedt. 11. Een lid van de Raad van Toezicht meldt een direct of indirect persoonlijk belang dat (potentieel) tegenstrijdig belang is met het belang van de Stichting en de door haar in standgehouden scholen zo spoedig mogelijk aan de overige leden van de Raad van Toezicht en verschaft alle relevante informatie. De Raad van Toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang. Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de Stichting en de door de Stichting in standgehouden scho(o)l(en). Wanneer hierdoor geen besluit kan worden genomen wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 12. De Raad van Toezicht kan met inachtneming van deze statuten, het reglement Raad van Toezicht opstellen waarin aangelegenheden hen intern betreffende, daaronder begrepen de vergaderwijze, overige werkwijze en de wijze waarop de door hen te nemen besluiten tot stand komen, alsmede de eventuele onderlinge verdeling van taken, nader worden geregeld. Informatieverschaffing Artikel 13 1.

Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a. De jaarlijks te actualiseren meerjarenbegroting. b. De begroting met inbegrip van de investeringsbegroting, de jaarrekening, de accountantsverklaring, het jaarverslag (jaarlijks).

12

c. Tussentijdse rapportages omtrent spelende kwesties en zich

2.

3.

voordoende problemen, financiële en personele kengetallen, in- en uitstroomgegevens, beleidsvoornemens, voortgang externe samenwerking, voor het onderwijs en de scholen belangrijke ontwikkelingen (driemaandelijks). d. de hoogte van de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. De Raad van Toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting; de Raad van Toezicht heeft te allen tijde toegang tot alle bij de Stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. Het College van Bestuur voorziet in een secretariaat ten behoeve van de Raad van Toezicht.

Boekjaar en jaarrekening Artikel 14 1. Het boekjaar van de Stichting is gelijk aan het kalenderjaar. 2. Het College van Bestuur is verplicht de vermogenstoestand van de Stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de Stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden op zodanige wijze administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de Stichting kunnen worden gekend. 3. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar, maakt het College van Bestuur een jaarrekening op, bestaande uit een balans en een staat van baten en lasten van de Stichting. 4. De jaarrekening wordt ondertekend door alle leden van het College van Bestuur en alle leden van de Raad van Toezicht; ontbreekt een handtekening van één of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt volgens het bepaalde in artikel 300 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 5. De Raad van Toezicht verleent in overleg met het College van Bestuur opdracht tot onderzoek van de jaarrekening aan een daartoe bevoegde accountant. De accountant brengt omtrent zijn onderzoek schriftelijk verslag uit aan de Raad van Toezicht en het College van Bestuur en legt de uitslag van zijn onderzoek vast in een verklaring. 6.

Vaststelling van de jaarrekening geschiedt door de Raad van Toezicht. 7. Het College van Bestuur is verplicht de in lid 2 bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, de in lid 4 bedoelde jaarrekening en de in lid 5 laatste alinea bedoelde bescheiden gedurende zeven jaren te bewaren. 8. De jaarlijks door het College van Bestuur op te stellen begroting behoeft de instemming van de Raad van Toezicht. 9. De vaststelling van de begroting en jaarrekening vindt plaats na overleg met de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gelegen.

13

10. Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraad verslag

uit over de werkzaamheden en maakt dit openbaar. Het verslag vermeldt in ieder geval de wijze waarop de Stichting gestalte heeft gegeven aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Commissies Artikel 15 1. Het College van Bestuur, met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht, en de Raad van Toezicht zijn ieder afzonderlijk bevoegd één of meer commissies (van bijstand) in te stellen, welke het College van Bestuur respectievelijk de Raad van Toezicht kunnen adviseren over de bij de instelling van de commissie benoemde thema’s. 2. Het College van Bestuur (met voorafgaande goedkeuring van de Raad van Toezicht) respectievelijk de Raad van Toezicht stelt in aanvulling op het bepaalde in deze statuten een reglement vast, waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissie worden geregeld. 3. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

Statutenwijziging Artikel 16 1. Het College van Bestuur kan, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht, besluiten tot wijziging van de statuten. Het besluit daartoe kan slechts worden genomen met twee/ derde meerderheid in een vergadering waarin alle leden aanwezig zijn. Indien niet alle leden van de Raad van Toezicht ter vergadering aanwezig zijn, zal uiterlijk binnen vier weken na de eerste vergadering doch niet eerder dan twee weken na de eerste vergadering een nieuwe vergadering bijeengeroepen en gehouden worden, waarin over de statutenwijziging kan worden besloten. Op deze tweede vergadering kan tot statutenwijziging worden besloten met twee/ derde meerderheid, ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige leden van de Raad van Toezicht. 2. Wijziging van de statuten behoeft de instemming van de gemeenteraad. De gemeenteraad kan instemming slechts onthouden indien overheersende invloed van de gemeente in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft. 3. De statutenwijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen. Ieder lid van het College van Bestuur is bevoegd de akte van statutenwijziging te doen verlijden. De bestuurders zijn verplicht een afschrift van de akte van wijziging, alsmede van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Taakverwaarlozing en opheffing

14

Artikel 17 1. In geval van ernstige taakverwaarlozing door het bestuur of functioneren in strijd met de wet, voor zover het openbaar onderwijs betreft, neemt de gemeenteraad de maatregelen die hij nodig acht om de continuïteit van het onderwijs te waarborgen voor zover het openbaar onderwijs betreft. 2. De gemeenteraad is bevoegd tot opheffing van de openbare school. De gemeenteraad gaat hiertoe niet over dan na intensief overleg gevoerd te hebben met het College van Bestuur en de Raad van Toezicht. Ontbinding Artikel 18 1. Het College van Bestuur kan, na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht, besluiten tot ontbinding van de Stichting. Op het daartoe te nemen besluit is van overeenkomstige toepassing hetgeen in artikel 16 lid 1 van deze statuten is bepaald, aangaande een besluit tot wijziging van de statuten. 2. In geval van ontbinding van de Stichting treden de leden van het College van Bestuur van de Stichting op als vereffenaars van het vermogen van de Stichting, tenzij bij het besluit tot ontbinding (tevens) één of meer andere vereffenaars zijn aangewezen. 3.

Een batig liquidatiesaldo moet verplicht worden besteed ten behoeve van een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) met een soortgelijke doelstelling als die van de Stichting of van een buitenlandse instelling die uitsluitend het algemeen belang beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft. Slotbepaling Artikel 19 In alle gevallen, waarin noch de wet, noch deze statuten, noch de reglementen van de Stichting voorzien, beslist het College van Bestuur, eveneens na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=0a11c357-468e-4a6d-9323-0a05a0dec3ae