CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

251118 Bijlage 2 - ETFAL onderbouwing eerste wijzigingsbesluit Omgevingsplan Krw milieuwthema's

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (H) Wijziging Omgevingsplan gemeente Krimpenerwaard m.b.t. milieuthema's3.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderbouwing Evenwichtige Toedeling van Functies aan Locaties (ETFAL) Omgevingsplan Gemeente Krimpenerwaard 1e wijzigingsbesluit (milieuthema’s) juni 2025

1. Algemeen 1.1 Inleiding Voor u ligt de toelichting op het eerste wijzigingsbesluit omgevingsplan voor de gemeente Krimpenerwaard. Met het omgevingsplan wordt uitvoering gegeven aan de verplichtingen van de Omgevingswet. Het omgevingsplan is op gemeentelijk niveau het juridisch ordeningsinstrument als het gaat om de zorg voor de fysieke leefomgeving en de regulering van activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. Binnen het stelsel van het omgevingsrecht is het omgevingsplan voor burgers en bedrijven primair bepalend voor de vraag welke activiteiten op welke locatie, en onder welke voorwaarden kunnen plaatsvinden. Het omgevingsplan komt daarmee in de plaats van alle afzonderlijke bestemmingsplannen. Ook een deel van de gemeentelijke verordeningen gaat op in het omgevingsplan. Hetzelfde geldt voor een groot deel van de milieu- en bouwregels die nu nog door het Rijk worden gesteld, maar die worden gedecentraliseerd. De gemeente Krimpenerwaard heeft gekozen voor een gefaseerde opbouw van het omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt niet in één keer gewijzigd, maar per thema of per locatie. Op deze manier wordt het omgevingsplan gefaseerd compleet gemaakt voor 2032. De voorkeur heeft om zoveel mogelijk per thema te wijzigen.

1.2 Planbeschrijving Dit eerste wijzigingsbesluit gaat over regels met betrekking tot milieu. De regels die worden opgenomen komen uit bestaand beleid en worden met deze planwijziging omgezet naar het omgevingsplan. De regels ten aanzien van milieu gaan over: - het verwerken van bestaand beleid met betrekking tot het plaatsen van peilbuizen bij olieafscheiders (OBAS); - het verplichten tot het aanleveren van onderzoeksgegevens in XML bestandsformaat; - het verwerken van bestaand beleid met betrekking tot het toepassen van grond- of baggerspecie; - het terugplaatsen van grond bij werk in kabel- en leidingtracés; - de borging van het beschermen van gebruikers bij wijziging van functies als gevolg waarvan een bodemgevoelige locatie ontstaat, en; - door middel van een maatwerkvoorschrift ontheffing te verlenen van de verplichting om een vetafscheider te hebben bij niet-industriële voedselbereiding (zoals horeca-activiteiten). De regels met betrekking tot het plaatsen van peilbuizen bij olieafscheiders zijn van toepassing op zettingsgevoelig gebied, dat vrijwel het hele ambtsgebied van de gemeente Krimpenerwaard omvat. De overige regels hebben betrekking op het hele ambtsgebied.

1.3 Structuur van het omgevingsplan Met dit eerste wijzigingsbesluit wordt bepaald hoe de structuur van het omgevingsplan van de gemeente Krimpenerwaard wordt vormgegeven. Deze structuur is nog onderhevig aan ontwikkelingen. Naarmate verder wordt gegaan met het omgevingsplan kan aanpassing nodig zijn. Voor nu wordt bij het opbouwen van het omgevingsplan de geïntegreerde staalkaart, opgesteld door de VNG, als basis genomen, gecombineerd met de structuur van de bruidsschat.

1.4 Integrale afweging Voor een aantal onderwerpen geldt urgentie om dit op te nemen in het omgevingsplan. Zo is er bijvoorbeeld voor milieubelastende activiteiten (BA) in aanvulling op het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) iets extra’s nodig, of is er een aanpassing nodig van een onderwerp uit de bruidsschat. Door de invoering van de Omgevingswet wordt het bestaande beleid niet automatisch voortgezet. Om te voorkomen dat dit beleid wegvalt, heeft dit urgentie om te worden opgenomen in het omgevingsplan. De onderwerpen zijn: vetafscheider, peilbuis OBAS en vier onderwerpen voor bodem (graven, gronden baggerspecie, XML, toets bodemkwaliteit bij functiewijziging).

De instructieregels van het Rijk en de provincie vormen geen belemmering. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit wordt hieronder verder toegelicht.

2. Toelichting wijzigingsbesluit milieu 2.1 Aanleiding In dit eerste wijzigingsbesluit worden regels ten behoeve van zes onderwerpen met betrekking tot milieu omgezet naar het omgevingsplan. De regels in deze wijziging zijn samen ontwikkeld met de gemeenten en Omgevingsdienst Midden-Holland (hierna: ODMH). Het doel is om regionaal inhoudelijk gelijkgestelde regels voor milieuthema's te krijgen, waaronder voor bodem en niet industriële voedselbereiding. Voor een aantal onderwerpen geldt een specifieke aanleiding. Deze worden per onderwerp behandeld in paragraaf 2.4.

2.2 Minimale vereisten In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) staan regels die verplicht moeten worden opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente (instructieregels). Ook de provincie Zuid-Holland verplicht gemeenten om regels op te nemen in hun omgevingsplan via een provinciaal voorbereidingsbesluit en omgevingsverordening. In de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, die gaat over het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem, staan regionale regels die moeten worden heroverwogen en waar nodig moeten worden opgenomen in het omgevingsplan.

2.3 Doel en oogmerken Het doel van deze omgevingsplanwijziging is het zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving. De regels dragen bij aan het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid en het beschermen van het milieu. In het omgevingsplan worden oogmerken ten aanzien van milieu opgenomen. De oogmerken vormen het kader voor de regels en sluiten aan bij de doelen van de Omgevingswet. De oogmerken voor milieu zijn: 1. Het waarborgen van de veiligheid; 2. Het beschermen van de gezondheid; en 3. Het beschermen van het milieu, waaronder: - Het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem, en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; - Het doelmatig gebruik van energie en grondstoffen; en - Een doelmatig beheer van afvalstoffen.

2.4 Motivering per onderwerp Deze wijziging omgevingsplan voor het thema milieu heeft betrekking op de volgende set met regels die toegevoegd wordt aan het omgevingsplan Krimpenerwaard: -

Het aanleveren van bodem onderzoeksgegevens in het bestandsformaat XML; Het plaatsen van een peilbuis bij een olieafscheider; Het toepassen van grond en baggerspecie; Het terugplaatsen van grond bij werk in kabel- en leidingentracés; Wijzigen van grond waardoor er een bodemgevoelige locatie ontstaat; en Een vetafscheider plaatsen bij het bereiden van niet-industrieel voedsel.

Hierna wordt per onderwerp toelichting gegeven op het onderwerp. Deze toelichting is ook te raadplegen in de artikelsgewijze toelichting in het omgevingsplan.

2.4.1 Het aanleveren van bodem onderzoeksgegevens in het bestandsformaat XML. In de Nota bodemkwaliteit bij bouwen 2013 is opgenomen dat onderzoeksgegevens ook in XMLformaat moeten worden aangeleverd. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze nota komen te vervallen. Voor een efficiënte invoer van gegevens en voor het bevorderen van hergebruik en uitwisseling van grond is het wenselijk dat de onderzoeksgegevens ook in het bestandsformaat XML worden aangeleverd. Het gaat daarbij om diverse activiteiten in het Bal waar wordt verwezen naar de module eindonderzoek bodem of de module voorafgaand bodemonderzoek. In de toekomst wordt vastlegging en uitwisseling van bodemgegevens voorzien vanuit de Wet Basisregistratie Ondergrond (Wet Bro). Tot die tijd is het gewenst dat de verplichting om in XML-formaat aan te leveren in het omgevingsplan is opgenomen.

2.4.2 Het plaatsen van een peilbuis bij een olieafscheider. Een olie/benzine afscheider is bedoeld voor de verwijdering van minerale oliën en vetten en bezinkbare delen (slib) uit afvalwater. Deze afvalstoffen mogen niet op de riolering of oppervlaktewater geloosd worden en dienen uit het afvalwater afgescheiden te worden. Vanwege de zettingsgevoeligheid van de bodem in de Krimpenerwaard is er risico op lekkage door kapotte aansluitingen. Hiervoor is het van belang dat de werkzaamheid van de olieafscheider op regelmatige basis gecontroleerd wordt. Het beleid hierover ligt vast in de Notitie Beleidsregels voor bodemonderzoek bij bedrijven (2010). Deze notitie is als beleidsregel op 13 september 2016 door ons college vastgesteld.

2.4.3 Het toepassen van grond en baggerspecie. Het gebiedsspecifiek beleid uit de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, de bijbehorende bodemkwaliteitskaart (BKK) en de bodemfunctieklassenkaart (BFK) vallen onder het overgangsrecht. Daarmee is de juridische doorwerking geborgd. Voor de zichtbaarheid in het omgevingsplan is het wenselijk een ‘haakje’ aan te brengen. Dit is een tijdelijke oplossing. Uiterlijk 2032 moet alle regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving uit de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023 zijn omgezet naar regels in het omgevingsplan. In de regio Midden-Holland zijn de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond en baggerspecie minder streng dan de regelgeving in het Bal. Binnen de regio wordt een lagere bodemkwaliteit toegestaan. Als er grond wordt toegevoegd op een locatie met bodemvreemd materiaal (andere hoeveelheid, bijmengingen of kwaliteit dan al in de bodem zat) worden minder strenge eisen gesteld. Grond is binnen de regio zeer waardevol en dient daar waar mogelijk binnen de regio te blijven. Door het opnemen van deze regel gelden in afwijking van de kwaliteitseisen in het Bal de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023. Het gaat hier vooral om de zichtbaarheid (dienstverlening) van de Nota Bodembeheer.

Het gebied specifiek beleid voor regionaal grondverzet dat vastligt in de Nota bodembeheer valt onder het overgangsrecht. Het wordt deels juridisch onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. Daarmee is er ook na 1 januari 2024 een juridische borging. Gemeenten hebben vervolgens tot 2032 de tijd om het gebied specifiek beleid uit de Nota Bodembeheer om te zetten in planregels in het omgevingsplan. De Nota Bodembeheer en in het bijzonder de onderdelen die direct (juridisch) landen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn echter niet zichtbaar in het DSO (‘regels op de kaart’). Met deze regel wordt duidelijk gemaakt dat de nota bodembeheer en de aspecten die hierin staan onderdeel zijn van het omgevingsplan van de gemeente. Hierdoor is het voor initiatiefnemers duidelijk(er) welk regels er voor grondverzet gelden.

2.4.4 Het terugplaatsen van grond bij werk in kabel- en leidingentracés. Paragraaf 4.3.5 van de regionale Nota bodembeheer 2023 geeft initiatiefnemers de mogelijkheid om bij werkzaamheden in kabel- en leidingtracés de vrijgekomen grond geroerd in het ontgravingsprofiel terug te plaatsen. De regels hierover vallen niet onder het overgangsrecht. Om dit ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk te maken, is een maatwerkregel opgenomen.

2.4.5 Wijzigen van grond waardoor er een bodemgevoelige locatie ontstaat. Onder de Omgevingswet verplicht het Rijk de gemeenten niet tot het stellen van regels over de bodemkwaliteit in relatie tot een functiewijziging naar een gevoeliger gebruik, zonder bouwactiviteit.

De regulering richt zich op de bouwactiviteiten. Het Rijk heeft het overgelaten aan gemeenten om hier invulling aan te geven. In artikel 3.1.6 van het vervallen Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) is aangegeven met welke onderwerpen rekening moet worden gehouden bij het opstellen en vaststellen van een bestemmingsplan. Hierin is geen rechtstreekse verplichting opgenomen voor het uitvoeren van bodemonderzoek of sanering van de bodem. Wel dient inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Vanuit dat gegeven werd een bodemtoets uitgevoerd. Onder de Omgevingswet is het Bro komen te vervallen. In de Omgevingswet zijn geen regels opgenomen over het uiteenzetten van de inzichten over de uitvoerbaarheid. Er is geen grondslag meer om, enkel bij functiewijziging, een bodemtoets uit te voeren. Ten behoeve van het beschermen van de gezondheid betrekken wij de bodemkwaliteit bij een functiewijziging naar een gevoelig gebruik, ook zonder een bouwactiviteit. Ongeveer 10 keer per jaar ontvangt de ODMH een aanvraag voor een functiewijziging die niet gepaard gaat met bouwactiviteiten. Als deze regels niet worden opgenomen is er straks onder de Omgevingswet geen juridische grond meer om de bodemgesteldheid en daarmee de bodemkwaliteit te beoordelen. Dit levert vooral een (gezondheid)risico op voor de (eind)gebruiker.

De regels zijn dan ook vooral bedoeld om gebruikers te beschermen tegen de risico’s die gepaard gaan met bodemverontreiniging.

2.4.6 Een vetafscheider plaatsen bij niet-industriële bereiding van voedsel. Het is aan de gemeente te zorgen voor een goed functionerend rioolstelsel. Hoe goed de gemeente zich ook inspant, verstoppingen komen voor. Het lozen van vet en olie zorgt vaak voor verstopping van het riool. Onderzoek toont aan dat als warm afvalwater, met daarin bijvoorbeeld vet of olie, afkoelt, vet en olie stolt en zich hecht aan de wanden van het riool. De afvoer wordt minder en dit leidt tot verstoppingen, overstromingen, viezigheid, stank en hoge kosten voor herstel. Ieder bedrijf dat vethoudend afvalwater loost moet daarom een vetafscheider met bijbehorende slibvangput hebben. Denk bijvoorbeeld aan horecabedrijven die door koken, bakken en frituren met vethoudende producten zoals vlees of friet met mayonaise vethoudend afvalwater lozen. Voor deze bedrijven is een vetafscheider verplicht. Het is niet toegestaan om afvalwater via een voedselrestvermaler te lozen op het vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt verteerbare etensresten met toevoeging van water tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste toename van organisch afval in het afvalwater.

In de regels is ook een verbod opgenomen om afvalwater vanuit voertuigen of andere mobiele installaties (denk aan oliebollenkramen of foodtrucks) op de standplaats te lozen. Het is de bedoeling dat de initiatiefnemer het afvalwater in deze voertuigen opvangt en naar een erkende verwerker afvoert. Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het toepassen van een vetafscheider en slibvangput verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden gebruikt volgens NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2. Op grond van lid 6 kan in afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2, met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. In bepaalde gevallen kan het acceptabel zijn dat afvalwater vanuit voertuigen of andere mobiele installaties op het vuilwaterriool (of zelfs, na behandeling, in een regenwaterriool) wordt geloosd. Artikel 5.49 biedt dan de mogelijkheid om dat met een maatwerkvoorschrift toe te staan. Dit is vergelijkbaar met de huidige ontheffing. Door goed keukenmanagement en/of door de aard en omvang van de horeca-activiteiten kan het voorkomen dat er vrijwel geen vethoudend afvalwater wordt geloosd. In dat geval is een vetafscheider niet nodig en kan de gemeente met een maatwerkvoorschrift ontheffing verlenen van de verplichting om een vetafscheider te hebben.

2.4.7 Bruidsschat De bruidsschatsregels voor niet-industriële voedselbereiding zijn grotendeels beleidsneutraal overgenomen, met waar nodig aanscherpingen of verduidelijkingen (op basis van het maatwerk vanuit het Bkl). In aanvulling op de regels die zijn opgesteld door de ODMH, zijn ook de regels met betrekking tot geur uit hoofdstuk 22 (Bruidsschat) overgeheveld naar hoofdstuk 5 van het omgevingsplan. Om zo in één keer de paragraaf “22.3.15 Niet-industriële voedselbereiding” over te nemen uit de bruidsschat.

2.4.8 Opvolgen instructies uit het Bkl en provinciale omgevingsverordening Ten aanzien van de onderwerpen in dit wijzigingsbesluit worden alle instructies opgevolgd.

2.4.9 Maatwerkregels in aanvulling op de regels in het Bal Uitgangspunt van de Omgevingswet is om meer decentraal te regelen. Milieu is een thema dat van het Rijks/provinciaal niveau naar het gemeentelijk niveau schuift. Van belang is om de regels te laten aansluiten bij de lokale kenmerken. Het Bal biedt daarom een algemene mogelijkheid om maatwerkregels te stellen over milieubelastende activiteiten in het belang van het milieu en de gezondheid. Bij verschillende onderwerpen binnen dit wijzigingsbesluit wordt dit maatwerk benut en stellen wij nieuwe regels. Voorbeelden zijn; het terugplaatsen van grond bij werk in kabel- en leidingentracés, het toepassen van grond en baggerspecie en een vetafscheider plaatsen bij niet industriële voedselbescherming. In lijn met de wetgeving voor de Omgevingswet blijft het mogelijk om naast maatwerkregels altijd een verzoek tot maatwerk in te dienen, waarna maatwerkvoorschriften (in een maatwerkbesluit) worden voorgeschreven voor die specifieke situatie. Ook biedt de wet de mogelijkheid gebruik te maken van een gelijkwaardige oplossing.

2.4.10 Schrappen bruidsschatregels In deze omgevingsplanwijziging worden verschillende regels over het onderwerp niet-industriële voedselbereiding in de bruidsschat geschrapt. Het gaat om regels in de paragraaf 22.3.15. Deze regels zijn voor het grootste deel beleidsneutraal overgenomen, alleen “Artikel 5.47 Lozen van afvalwater, zesde en zevende lid”, en “artikel 5.49 Maatwerkvoorschriften” zijn toegevoegd.

2.4.11 Conclusie Deze wijziging betreft grotendeels een beleidsneutrale toevoeging in het omgevingsplan Krimpenerwaard. Waar dat nodig is worden extra regels gesteld; dit is een beleidsvernieuwing van het omgevingsplan. In het volgende hoofdstuk wordt op basis van deze afwijkingen nagegaan of uitvoering van het omgevingsplan leidt tot effecten in de leefomgeving die een nadere afweging vragen.

2.5 Milieubeoordeling De Omgevingswet verplicht de gemeente om na te gaan of de voorgenomen activiteiten mogelijk tot nadelige milieueffecten kunnen leiden. Als de regels activiteiten mogelijk maken die opgenomen zijn in kolom 1 bijlage V van het Omgevingsbesluit kan een m.e.r.(beoordeling) verplicht zijn. De m.e.r. beoordeling is er dan op gericht na te gaan of uitvoering van het plan kan leiden tot aanzienlijke effecten op het milieu. Zijn er aanzienlijke effecten, dan is een m.e.r. procedure noodzakelijk. Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet niet in het mogelijk maken van een project of is niet kaderstellend voor projecten als bedoeld in kolom 1 van bijlage V. Een milieubeoordeling kan daarom achterwege worden gelaten.

2.6 Instructieregels Rijk en provincie Hoofdstuk 5 van het Bkl van het Rijk bevat de instructieregels voor het omgevingsplan. De instructieregels van de provincie voor het omgevingsplan staan in hoofdstuk 7 van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV).

Niet alle instructies van het Rijk worden met deze wijziging van het omgevingsplan overgenomen. Verschillende instructies zijn nog niet opgenomen, omdat deze niet vallen onder de thema’s die nu in dit wijzigingsbesluit worden opgenomen. Enkele maatwerkmogelijkheden in het Bal zijn benut. Een groot gedeelte van deze omgevingsplanregels moeten in navolging van de bepalingen in het Bal gelezen worden. De regels stellen aanvullende eisen aan de bepalingen in het Bal. Op 9 november 2022 heeft de provincie een voorbereidingsbesluit ten aanzien van de grondwaterkwaliteit vastgesteld. Dit voorbereidingsbesluit is overgenomen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (in werking per 24 juli 2024). Deze worden dit wijzigingsbesluit nog niet opgenomen in het omgevingsplan. Deze voorbeschermingsregels zijn al rechtsgeldig en daarom heeft het, voor nu, geen prioriteit om deze op te nemen in het omgevingsplan.

2.7 Omgevingsvisie De regels in het omgevingsplan moeten worden getoetst aan de Omgevingsvisie gemeente Krimpenerwaard 2021, rekening houdend met de instructieregels van Rijk en provincie. De uitvoering van deze omgevingsplanwijziging zullen geen negatieve effecten hebben op de doelen uit de omgevingsvisie. Er kan geconcludeerd worden dat de regels niet in strijd zijn met de doelen uit de omgevingsvisie en niet leiden tot een aantasting van de omgevingskwaliteit.

3. Uitvoerbaarheid 3.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De milieuregels die opgenomen worden gelden al op basis van bestaand beleid en worden in het kader van vergunningverlening waar nodig al als maatwerkvoorschrift opgenomen. Gezien de beperkte impact van de voorgenomen wijziging is er geen uitgebreid participatietraject voorzien. Van 2 juli t/m 12 augustus ligt het ontwerp wijzigingsbesluit ter inzage, dan bestaat de mogelijkheid om zienswijze in te dienen.

3.2 Overleg Het conceptvoorstel tot deze wijziging van het omgevingsplan voor bodemkwaliteit is ter beoordeling toegestuurd aan de volgende organisaties: -

Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden Hoogheemraadschap van Rijnland Regionale Dienst Openbare Gezondheidszorg Hollands Midden Provincie Zuid-Holland GR Veiligheidsregio Hollands Midden Omgevingsdienst Midden-Holland

Vanuit Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en Hoogheemraadschap van Rijnland zijn geen reacties gekomen. De Provincie Zuid-Holland, GR Veiligheidsregio Hollands Midden en Omgevingsdienst MiddenHolland hebben gereageerd dat zij geen opmerkingen hebben ten aanzien van deze omgevingsplanwijziging.

3.3 Economische uitvoerbaarheid De voorgestelde regels maken geen activiteiten mogelijk die verplichten tot kostenverhaal, als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. De uitvoering van deze regels leiden naar verwachting niet tot extra kosten voor de gemeente.

3.4 Integrale afweging De Omgevingswet verplicht de gemeenteraad om na te gaan of de regels in het omgevingsplan bijdragen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het gaat daarbij om het zoeken naar de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving als bedoeld in artikel 1.3 Omgevingswet. In voorgaande hoofdstukken zijn de effecten van dit plan besproken en is nagegaan of negatieve effecten zijn te verwachten op bepaalde onderdelen. De regels zijn niet in strijd met instructieregels en/of milieubelangen en de omgevingsvisie. Doordat de regels, voor het overgrote deel, beleidsneutraal worden overgenomen uit al geldend beleid geeft deze wijziging van het omgevingsplan geen nieuwe negatieve effecten. Daarmee kan geconcludeerd worden dat uitvoering van dit plan bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze wijziging van het omgevingsplan heeft als doel om de gezondheid en het milieu beter te beschermen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=cc8fdebb-8ef5-43e0-8a94-58ecfa872a97