2.7 Raad van State, Uitspraak beroep Bp De Nieuwe Wetering IV Bergambacht
Tekst van het document
I
Raad
Afdeling bestuursrechtspraak
vanstate
Pagina 1 van 1
INGEKOh7EN KRIMPENERWAARD
-,me*
5 DEC 2024 1
-
C9 -
Raad van de gemeente Krimpenerwaard
Postbus 51 2820 AB STOLWIJK
Datum
Ons nummer
Uw kenmerk
4 december 2024 Inlichtingen
Onderwerp
Krimpenerwaard Bp De Nieuwe Wetering IV Bergambacht Procedure
Beroep
Geachte heer/ mevrouw, In bovengenoemde procedure heeft de Afdeling
uitspraak gedaan. De procedure is
daarmee beeindigd. Een kopie van deze uitspraak treft u hierbij aan. Aangezien dit bericht geautomatiseerd is aangemaakt, is dit niet ondertekend. Hoogachtend, de griffier
De griffie is op 27 december gesloten.
4243961 ( CA0)
Postbus 20019 - 2500 EA Den Haag - T 070 426 44 26 - F 070 365 13 80 - www.raadvanstate.nl
Bij correspondentie de datum en her nummer van deze brief vermelden
lZaad
vanstate Datum uitspraak : 4 december 2024
AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen : , wonend in Bergambacht, gemeente Krimpenerwaard, appellant, en de raad van de gemeente Krimpenerwaard,
verweerder.
2
4 december 2024
Procesverloop Bij besluit van 19 september 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "De Nieuwe Wetering IV, Bergambacht" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft
beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. en
B.V. hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 16 september 2024, en de raad, waar , bijgestaan door en door , vertegenwoordigd zijn verschenen. Voorts is op de zitting verschenen , B.V., vertegenwoordigd door , advocaat to Den Haag. bijgestaan door
Overwegingen Overgangsrecht inwerkingtredingOmgevingswet Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot 1 .
vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd, het recht zoals dat gold onmiddellijk voor dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het ontwerpplan is op 5 april 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening ( hierna : Wro ) , zoals dat gold voor 1 januari 2024, van toepassing
blijft. Inleiding Het plan heeft betrekking op de uitbreiding van het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering to Bergambacht. meent dat de raad bij de vaststelling van het plan to werk is gegaan en anderen daarbij heeft achtergesteld. vooringenomen Daarnaast is volgens geen behoefte aan ( de uitbreiding van ) 2.
het bedrijventerrein. Toetsingskader 3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke
4 december 2024
3
ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan to dienen doelen. Belanghebbende 4. betoogt clat hij, wanneer hij staat op het platte dak van zijn dakkapel, zicht heeft op de in het plan voorziene bebouwing en daarom belanghebbende is. De raad stelt zich op het standpunt dat geen - ontvankelijk moet worden niet daarom is en beroep zijn belanghebbende verklaard. In artikel 1 : 2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wiens belang Awb hierna ) words onder belanghebbende verstaan degene ( Awb is bepaald van 8 de artikel 1 rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreclen besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1 2, eerste lid, van de Awb.
4.1.
:
:
:
Wie rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, is in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium 'gevolgen van enige betekenis' van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich clan onvoldoende van anderen. Om to bepalen of er gevolgen van enige betekenis voor de woon - , leef - of bedrijfssituatie van iemand zijn, kijkt de Afdeling naar de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen ( o.a. geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico ) van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.
4.2.
en het plangebied De afstand tussen het perceel van zich de bebouwing en bedraagt ongeveer 1 km. Daartussen bevinden groenvoorzieningen, behorende tot de kern van Bergambacht. Op de zitting is
4.3.
door aangewezen waar het dakkapel zich bevindt. Het platte dak van dakkapel bevindt boven de nok aan de achterzijde van de woning. en het Gelet op de afstand tussen de woning van en van groenvoorzieningen en de bebouwing plangebied en de aanwezigheid locatie van het platte dak van de dakkapel overweegt de Afdeling dat - voor al zicht zou hebben op het plangebied - dit zicht zo zover beperkt is, dat hij niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij het voorliggende besluit. Dat betekent echter niet dat het beroep van tegen het voorliggende besluit niet - ontvankelijk is. Immers, bij uitspraak van 4 mei 2021, ECLI : NL : RVS 2021 : 953, onder 4.3 tot en met 4.8, heeft de Afdeling - tegen de achtergrond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood,
4.4.
:
4
4 december 2024
ECLI EU C : 2021 : 7 - overwogen dat aan degene die bij een besluit geen belanghebbende is in de zin van artikel 1 : 2, eerste lid, van de Awb, maar die wel een zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit op basis van de in het nationale omgevingsrecht gegeven mogelijkheid daartoe, in beroep niet zal worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is. :
:
4.5.
De Afdeling stelt vast dat het voorliggende besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb. Daartegen konden zienswijzen heeft ook een naar voren worden gebracht door een ieder. zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit. Hierdoor zal in beroep niet worden tegengeworpen dat hij geen belanghebbende is. aan
Beroepsgronden 5. betoogt dat de raad met het vaststellen van een plan, dat voorziet in de ontwikkeling van een bedrijfsterrein op gronden van B.V., vooringenomen to werk is gegaan en anderen daarmee heeft achtergesteld. Op de zitting is toegelicht dat met dit betoog is bedoeld dat B.V. een voorkeurspositie krijgt bij de raad. volgens B.V. en de raad werkt altijd mee De gronden zijn in eigendom van met de plannen van dat bedrijf. De transacties bij de aankoop en verkoop van onzuiver. Op de zitting heeft hij de gronden zijn volgens met artikel 3 : 4, tweede lid van de Awb. dit gepreciseerd dat hij strijdig acht Voorts betoogt hij dat aan het in het plan voorziene bedrijventerrein behoefte bestaat. Op de zitting heeft aangegeven dat dit geen betoog ziet op artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (
Bro ) .
Artikel 8 : 69a van de Awb bepaalt dat de bestuursrechter een besluit niet vernietigt op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht ( Kamerstukken II, 2009 / 10, 32 450, nr. 3, blz. 18 - 20 ) blijkt dat de wetgever met artikel 8 69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt to worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in ( hoger ) beroep komt.
5.1.
:
5.2. Bij de beantwoording van de vraag of voor de door aangevoerde beroepsgronden geldt dat deze niet kunnen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit omdat artikel 8 : 69a van de Awb hieraan in de weg staat, is van belang vast to stellen of het beroep strekt tot in rechte op kan de bescherming van de belangen waarvoor komen. Daarbij words vooropgesteld dat bij de toepassing van het relativiteitsvereiste aan de procedurele normen over het recht op inspraak zelfstandige betekenis toekomt. Zie daarvoor de uitspraak van de Afdeling van 15 februari 2023,ECLI : NL : RVS : 2023 : 606, onder 7.8. Dit betekent dat indien een niet - belanghebbende, zoals , een zienswijze heeft
202307096 / 1 / R3
5
4 december 2024
ingediend, het relativiteitsvereiste niet aan een vernietiging in de weg staat bij een door hem ingeroepen procedurele norm over het recht op inspraak. Voor zover hij een beroep doet op een procedurele norm of een formeel beginsel van behoorlijk bestuur, die geen betrekking hebben op inspraak, of wanneer hij aanvoert dat in strijd met een materiele norm is gehandeld, staat de relativiteit wel in de weg aan vernietiging als dat beginsel of die norm niet strekken tot bescherming van zijn of haar ingeroepen belangen.
5.3.
De Afdeling overweegt dat de onder 5 aangeduide beroepsgronden
niet een recht op inspraak betreffen. Voorts overweegt de Afdeling dat de normen, waarop zich in de onderbouwing van die beroepsgronden beroept, ook niet vallen to herleiden tot belangen waarvoor hij in deze procedure kan opkomen. Daarbij betrekt de Afdeling dat de afstand tussen het perceel van appellant en het plangebied hemelsbreed ongeveer 1 km bedraagt, dat tussen het en het plangebied allerlei bebouwing en perceel van groenvoorzieningen aanwezig zijn en dat hij slechts staande op een plat dak van een dakkapel, behorende tot zijn woning, tussen aanwezige bebouwing en groenvoorzieningen door een beperkt zicht zou kunnen hebben op de in het plan voorziene bebouwing. Gelet hierop staat het in artikel 8 : 69a van de Awb neergelegde 5.4. relativiteitsvereiste in de weg aan vernietiging van het voorliggende besluit naar aanleiding van de hiervoor onder 5 aangeduide beroepsgronden. De Afdeling zal deze beroepsgronden daarom niet inhoudelijk bespreken. Conclusie Gelet op hetgeen is overwogen in 5.3 en 5.4 is het beroep 6. ongegrond. 7.
De raad hoeft geen proceskosten to vergoeden.
4 december 2024
6
Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
:
verklaart het beroep ongegrond. Aldus vastgesteld door mr. tegenwoordigheid van mr.
w.g. lid van de enkelvoudige kamer
, lid van de enkelvoudige kamer, in , griffier.
w.g. griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2024
932 Verzonden : 4 december 2024