CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

2.7 Mevr. vd Broek, Verzoekschrift teruggave kinderen.pdf

Raadsvergadering 16 november 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Stukken waarvan de voorzitter voorstelt deze voor kennisgeving aan te nemen33.325 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

de persoon ten aanzien van wie de in het eerste lid omschreven feiten worden gepleegd, de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt. 462. De feiten, omschreven in het eerste lid, gepleegd door twee of meer verenigde personen onder de omstandigheid, bedoeld in het derde lid, onder 2°, worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie. 463. Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. 464. Indien een van de in het eerste lid omschreven feiten de dood ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie opgelegd. 465. Artikel 251 is van overeenkomstige toepassing. 466. In art. 16 lid 3 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties is bepaald dat het gezin in feite fungeert als hoeksteen van de samenleving: Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat. 467. In een aantal internationale verdragen dat door Nederland is geratificeerd, is het recht op family life (gezinsleven) geregeld.

In de preambules bij die verdragen wordt steeds verwezen naar de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de VN. Bron: https://www.un.org/en/aboutus/universal-declaration-of-human-rights 468. In het BUPO-verdrag (New York, 1966) vinden we in art. 23 lid 1 een vergelijkbare bepaling waar het gezin eveneens een beschermde status toekomt: Het gezin vormt de natuurlijke en fundamentele kern van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat. Bron: http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1966121931&table_nam e=wet 469. In 2020, the UN Special Rapporteur on extreme poverty and human rights welcomed a landmark ruling by the District Court of the Hague in the Netherlands. The court ordered the immediate halt to a digital benefit fraud detection tool targeted at poor neighborhoods in the Netherlands because it violated human rights norms. The Special Rapporteur stated that this is a clear victory for all those who are justifiably concerned about the serious threats digital welfare systems pose for human rights. He noted that this decision sets a strong legal precedent for other courts to follow because for the first times a court anywhere has stopped the use of digital technologies and abundant digital information by Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 48 van 58

welfare authorities on human rights grounds. https://www.ohchr.org/EN/NewsEvents/Pages/DisplayNews.aspx?NewsID=25522 . 470. “The judiciary has a code for judicial ethics, the “judges association Code”, published by the NVvR, the Netherlands judges association. The organisation has 3100 members and represents around 75% of the judiciary of the Netherlands. The code sets outs the ethical values of judges including independence, autonomy, impartiality, integrity, expertise and professionalism. Training on judicial ethics is as well available.” https://ec.europa.eu/info/sites/default/files/2020_rule_of_law_report__input_from_member_states_-_the_netherlands.pdf 471. Wij verwijzen u in dit kader verder naar het Universele Handvest van de Rechter van de Internationale Vereniging van Rechters, zie https://www.iaj-uim.org/universal-charter-of-the-judge2017/ zie 472. Wij doen weer een beroep op u als rechter die alvorens zijn ambt te aanvaarden een eed of gelofte heeft afgelegd. U als rechter dient uw opgedragen taken plichtsgetrouw en nauwgezet te vervullen en dat u zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zult zijn. U zult de grondwet en alle overige wetten van ons land eerbiedigen. Ook zult u niets doen dat het aanzien van het ambt kan schaden. Al uw collegarechters hebben dit eerder genegeerd.

Maar het vreemd dat wij ons hierop moet beroepen, want u bent gebonden aan de Wet RO, Rv en artikel 17 Grondwet waar dit alles uit voortvloeit. Een rechter hoort de burgers te beschermen. 473. Als Europese burgers beroepen wij ons ten derde op artikel 8 EVRM, het recht van een kind en de ouders op familieleven. Europese (mensen) rechten hebben een directe werking. Daarop kan een rechtstreeks beroep worden gedaan, ook al lijkt dat met de Nederlandse rechtsorde zinloos. 474. Een uithuisplaatsing levert per definitie een forse inbreuk op, op het recht op het gezinsleven, artikel 8 EVRM. De inbreuk raakt niet alleen ouders, maar ook het kind zelf, dat evenzeer recht heeft op een gezinsleven. Deze inbreuk kan onder omstandigheden noodzakelijk zijn en is dan, mits bij wet voorzien, toelaatbaar. De hoofdregel is dus wel dat UHP een inbreuk op artikel 8 oplevert, het bestaan van een rechtvaardigingsgrond voor die inbreuk dient aangetoond te worden. 475. Sinds het Noorwegen arrest (Strand Lobben and Others v. Norway), zie hierna, weten we dat de lat hoog ligt voor UHP. Het EHRM gaat er in dit arrest specifiek op in dat UHP een zeer zwaar middel is dat inbreuk doet op art 8 EVRM. Op dit moment worden wij beroofd van ons recht om een normaal gezinsleven te kunnen hebben. De UHP is ongegrond en dient onmiddellijk te eindigen.

Kinderen hebben recht op onderwijs en veiligheid, dus dat zij thuis bij hun ouders mogen opgroeien. 476. Als Europese burgers beroepen wij ons ten derde op het arrest van het Europese Hof Strand Lobben and Others v Norway. Sinds 10 september 2019 is door het EHRM (ECHR 306-2019, zie https://hudoc.echr.coe.int/eng#{%22fulltext%22:[%22lobben%22],%22itemid%22: [%22001195909%22]}) vastgesteld dat het scheiden van ouders en kinderen door toedoen van instanties, per definitie te beschouwen is als kindermishandeling. 477. In Nederland gaat het om 'jeugdzorgketen’ dan wel Gecertificeerde Instellingen. Het systeem lijkt sterk op dat van Noorwegen ( de Noorse social workers en hun keten). 478. In Nederland maken medewerkers van de bedrijven Spirit, Veilig Thuis, JB-West,WSG/WSS/PVJ, SAVE, (De instelling) kinderbescherming rapporten op, waarbij de waarheidsvinding ontbreekt. Kinderen uithuisplaatsen op basis van bedrog is misdadig, een misdaad tegen de menselijkheid. 479. Hierover is veel geschreven. De Nederlanse rechtspraak is bekend met het Nationaal Actieplan Waarheidsvinding, wat ook de gemoederen in het parlement bezighoudt, maar wat geen verbeteringen heeft opgeleverd. Smaad (artikel 261 Sr) en laster (artikel 262 Sr) Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 49 van 58

480. De grote zorgen over de waarheidsvinding worden verder bevestigd door de vele klachten van de ouders. In het jaarverslag van 2018 rapporteert het AKJ over 2018 een totaal aantal van 18.519 bij hen geuite klachten. Een stabilele en robuuste begroting voor het AKJ zal verbeterting brengen. 481. Opvallend is dat in Noorwegen 1.500 UHP-kinderen zijn op een bevolking van 5 miljoen inwoners. In Nederland ruim 48.000 uithuisgeplaatste kinderen op een bevolking van 17 miljoen. Nederland heeft dus relatief jaarlijks ruim 10 maal zoveel UHP-kinderen dan Noorwegen. Dat had ook de rechtspraak moeten alarmeren, maar als ketenpartner van de zorg voor onze kinderen begrijpen wij dat u hier bewust aan meewerkt. 482. Tekortschietende rechtsbescherming voor kinderen en ouders die met jeugdzorg te maken krijgen, is voor het ministerie van Justitie en Veiligheid al zeker een decennium een bekend probleem. 483. Vertrekkend procureur-generaal Jos Silvis is bezorgd: ‘Als het recht niet functioneert, raakt dat ook het onderwijs en de zorg’ Na vijf jaar neemt Jos Silvis vandaag afscheid als procureurgeneraal bij de Hoge Raad. Hij zag het recht veranderen. Ten goede, met het internationaal recht dat opkomt. Hij is ook bezorgd. Want kunnen Nederlanders wel in gelijke mate hun recht halen? “In een systeem van parlementaire democratie hoort de politieke verantwoording ook voorop te staan”, stelt hij.

Die laatste stelling werd in Europees verband eerder ook door Pieter Omtzigt onderschreven.” Trouw, afscheid Jos Silvas, aug. 2021. Bron: https://www.trouw.nl/binnenland/vertrekkend-procureur-generaal-jos-silvis-is-bezorgd-als-hetrecht-niet-functioneert-raakt-dat-ook-het-onderwijs-… 484. “Kijk nu eens naar de jeugdzorg. We praten met ouders en hulpverleners, maar wanneer luisteren we naar het kind? Door waarachtig te luisteren, ontstaan betere gesprekken en hoor je het verhaal achter het verhaal. Dat had ik tijden geleden niet kunnen denken. Je moet natuurlijk niet alléén op luisteren staan. Anders sla je nog geen deuk in een pakje boter. Maar iets minder zenden, vind ik een persoonlijke uitdaging." https://www.trouw.nl/nieuws/als-druk-baasje-heb-ik-lerenluisteren~b3ce808f/#:~:text=Voormalig%20korpschef%20Martin%20Sitalsing%20koos,minder%20status %2C%20geld%20en%20zekerheid.&text=In%202005%20werd%20hij%20plaatsvervangend,de%20eerste %20van%20buitenlandse%20afkomst. 485. Terug naar u. In hoeverre beïnvloeden eigen ervaringen met discriminatie u in uw werk? “Pas in Nederland werd ‘kleur’ een thema. Plots werd ik me bewust van mijn huidskleur, maar het was zeker geen lijdensweg. Op een of andere manier heb ik altijd wel mijn weg kunnen vinden in het ‘anders’ zijn. Ik kon er zelfs van genieten, er soms ook mijn voordeel mee doen.

Wat natuurlijk helpt is dat ik verbaal sterk ben en humor heb.” Bron: https://www.trouw.nl/binnenland/eerst-wildepolitiechef-martin-sitalsing-het-nooit-over-huidskleur-hebben-nu-juist-wel~bf179f3e4/ 486. “Kinderen zijn burgers met mensenrechten (die dús een beroep kunnen doen op algemene mensenrechtenverdragen), maar in aanvulling daarop zijn voor hen extra maatregelen nodig zoals bescherming, begeleiding en het recht op participatie. Kinderen verschillen immers van volwassenen als het gaat om bijvoorbeeld hun ontwikkeling, ervaring en afhankelijkheid. Gezien de snelle en bijna universele ratificatie van het Kinderrechtenverdrag was ‘de wereld’ ook overtuigd van de noodzaak ervan.” Bron: Werkgroep Kind in azc, 2021 link: http://www.kind-in-azc.nl/kinderrechtenverdrag/ 487. “Drie families in de provincie Utrecht worden ten onrechte beschuldigd van kindermishandeling. De ouders zouden hun kinderen volgens Veilig Thuis expres ziek maken. Diverse deskundigen nemen afstand van die beschuldiging en scharen zich aan de kant van de ouders.” Bron: RTV Utrecht, MAANDAG 13 NOVEMBER 2017. Link: https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1689705/families-furieusover-beschuldiging-kindermishandeling-van-veilig-thuis.html Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 50 van 58

488. “De moeder van raakte licht geëmotioneerd toen ze aangaf dat mevrouw R. bij voortduring haar verhaal verandert. Van één gesprek zouden maar liefst zes verschillende verslagen zijn. Ook maakt zij zich boos omdat R. in een stiekem opgenomen gesprek zegt dat ze hoopt dat er in het ziekenhuis iets ernstigs met zou gebeuren zodat ze PCF zou kunnen bewijzen.” “Vertrouwensarts R. liet tijdens de zitting blijken zich van geen kwaad bewust te zijn. Zij en haar advocaat waren vooral boos dat de stiekem gesprekken hebben opgenomen. In één van die gesprekken werden zij en een collega aangeduid als 'dozen'.” “R. toonde geen moment enige zelfreflectie, op geen enkel moment bleek dat ze het idee had dat ze iets fout gedaan had of een foute afweging had gemaakt. De ontstane situatie lag vooral aan de zelf, of aan een computerprogramma waarmee ze moet werken.” “Kinderarts W. gaf aan erg met de zaak in haar maag te zitten. Zij had het idee dat ze een goede band met de had. Zij benadrukte meerdere keren dat ze niet anders kon dan de melding bij Veilig Thuis doen, maar dat ze steeds is blijven twijfelen of er sprake was van PCF. Ze benadrukte tijdens de zitting meermalen dat ze nu nog steeds niet beweert dat de PCF heeft.” Bron: RTV Utrecht, VRIJDAG 12 JANUARI 2018. Link: https://www.rtvutrecht.nl/nieuws/1717017/veilig-thuisarts-voor-tuchtcollege.html 489.

De familie uit de uitzending 'Verdachte Ouders' van ZEMBLA heeft ongelijk gekregen in de tuchtzaak die ze hadden aangespannen tegen hun kinderarts en de vertrouwensarts van Veilig Thuis. Het college heeft beide klachten van de familie op alle onderdelen ongegrond verklaard. 490. “De ouders voelden zich ten onrechte beschuldigd. Eerst spanden ze een kort geding aan, maar de rechter wees die eis af.” Bron: BNNVARA, Zembla, 28 feb 2018. link: https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/klacht-tegen-vertrouwensarts-veilig-thuis-in-munchausenby-proxy-zaak-ongegrond 491. "Ik ken een zaak waarbij een moeder 23 keer naar de rechtbank moest om haar naam te zuiveren en haar 16-jarige zoon terug te krijgen." Een rechter besloot de zoon uit huis te plaatsen omdat er sterke vermoedens waren dat de moeder leed aan Munchausen by proxy (MBP). Dat vertelt de Amerikaanse professor Marc D. Feldman van de universiteit van Alabama in een interview met Zembla.” ”In het geval van de moeder bleek de rechtsgang niet succesvol. "De rechter wilde zijn eigen fouten niet toegeven", aldus Feldman.” Bron: BNNVARA, 13 dec 2017. Link: https://www.bnnvara.nl/zembla/artikelen/professor-waarschuwt-onterechte-beschuldigingmunchausen-by-proxy-kan-leiden-tot-trauma 492.

Link: Zwijgcontract voor de Familie

: https://www.ftm.nl/artikelen/veilig-thuis-zwijgcontract-igj

493. Als Europese burgers blijven wij ons beroepen op Artikel 7 van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof. Dit artikel behandelt de misdaad tegen de mensheid en wij wijzen in het bijzonder op het gestelde onder artikel 7 sub d, e, h, i en k. U, en uw ketenpartners maken zich schuldig aan deze misdaden. 494. “In doing so, the OTP is required to assess and verify a number of legal criteria. These include, among others: if the crimes were committed after 1 July 2002, the date of the entry into force of the Rome Statute, the Court's founding treaty; if the crimes took place in the territory of a State Party or were committed by a national of a State Party (unless the situation was referred by the UN Security Council); if they amount to war crimes, crimes against humanity or genocide; the gravity of these crimes; if there are no genuine investigations or prosecutions for the same crimes at the national level; and if opening an investigation would not serve the interests of justice and of the victims.” https://www.icc-cpi.int/about/otp 495. Vertaling naar het nederlands. (google) “Daarbij moet het OTP een aantal wettelijke criteria beoordelen en verifiëren. Deze omvatten onder meer: Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 51 van 58

496. indien de misdrijven zijn gepleegd na 1 juli 2002, de datum van inwerkingtreding van het Statuut van Rome, het oprichtingsverdrag van het Hof; als de misdrijven hebben plaatsgevonden op het grondgebied van een Staat die Partij is of zijn gepleegd door een onderdaan van een Staat die Partij is (tenzij de situatie werd doorverwezen door de VN-Veiligheidsraad); als ze neerkomen op oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid of genocide; de ernst van deze misdaden; als er op nationaal niveau geen echte onderzoeken of vervolgingen zijn voor dezelfde misdrijven; en als het openen van een onderzoek de belangen van justitie en de slachtoffers niet zou dienen.” 497. Handboek over het Europese recht inzake de rechten van het kind.Bron: https://www.echr.coe.int/Documents/Handbook_rights_child_NLD.pdf 498. Als Europese burgers beroepen wij ten vijfde op de uitspraak van de Hoge Raad d.d. 20 december 2019, het Ugenda-arrest (nummer 19/00135) Bescherming van mensenrechten op grond van het EVRM (ECLI:NL:HR:2019:2006). 499. Als Europese burgers beroepen wij ten zesde op artikel 1:262 BW, en vragen wij U als Rechter dat Gecertificeerde Instelling JB-West deze bepaling in zijn geheel, dus lid 1, 2 en 3, na gaat leven. Op dit moment lijkt dit leven voltooid. https://d66.nl/standpunten/voltooid-leven/ 500.

Als Europese burgers beroepen wij ons ten zevende op artikel 21 Rv en artikel 3.3 Jeugdwet. Het verzoekschrift van de GI bevat vele onjuistheden en is onvolledig. De Nederlandse Gecertificeerde Instelling JB-West legt in de procedure dus willens en wetens onjuiste informatie aan u voor, terwijl u als rechter weet dat deze informatie feitelijk onjuist is. Hiervoor verwijs ik u ook naar artikel 225 lid 1 en 2 Sr. 501. Voor het overige: In dit dossier wordt door de GI en de andere betrokkenen een bewuste onthechtingsstrategie gevolgd. Dit ouderverstotingbeleid is in strijd met artikel 1:262 BW, en in het bijzonder met artikel 1:262 lid 3 BW. 502. Ook is duidelijk uit ons dossier dat de Gefertificeerde Instelling JB-West de relevante feiten onvolledig, niet naar waarheid heeft aangevoerd in haar rapportage, vanaf 2014 tot en met nu in 2021, met wel een goede conclusie in 2016. Onze kinderen konden toen naar huis, net zoals de RvdK in 2014 concludeerde. Ten aanzien van opvoedingssituatie rond onze kinderen. Dit is in strijd met artikel 21 Rv en artikel 3.3 Jeugdwet. 503. Wij verwijzen naar wat hiervoor is gesteld over de waarheidsvinding. Deze zaak is helaas geen uitzondering, maar regel. Één ding is duidelijk: er kan nooit in het belang van een kind worden gehandeld, als het beleid wordt gebaseerd op leugens, onvolledige informatie of een bewuste valse voorstelling van zaken.

(Financiele) exploitatie van kinderen is strafbaar. Artikel ..... mensenhandel 504. Als wij ouders zou aannemen, geloven dat het rapport van de GI wel waarheidsgetrouw zou zijn, dan zou nog geen grond om tot een zwaar ingrijpende maatregel als UHP en/of gezagsbeëindiging over te gaan. (EVRM 8) Voor ons is na elf jaar als ervaringsdeskundigen van ongekend onrecht wel duidelijk welke bedoeling de Gecertificeerde Instelling JB-West heeft en gaat doen om onze kinderen, de clienten te ‘helpen’ gedurende die periode. Een nieuw contactverbod tussen kinderen en ouders als straf van JBWest en hoe de problemen dan zullen zijn opgelost, waardoor de onderbouwing aan alle kanten tekortschiet. 505. Wij zijn van mening dat de richtlijnen voor (Crisis)plaatsing niet zijn gevolgd. 506. Van een crisissituatie is sprake als de situatie (levens)bedreigend is voor de jeugdige of voor meerdere gezinsleden. Dit staat in de Richtlijnen uithuisplaatsing vermeld: 507. 508.

https://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/06/Richtlijn_Crisisplaatsing.pdf https://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/06/Onderbouwing-Crisisplaatsing.pdf Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 52 van 58

509. 510.

en https://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/06/Richtlijn Uithuisplaatsing.pdf https://richtlijnenjeugdhulp.nl/wp-content/uploads/2015/06/Onderbouwing_Uithuisplaatsing.pdf

511. Er was en er is geen direct gevaar voor ons/onze kinderen, zij waren niet verwaarloosd, er was geen sprake van fysiek geweld of sexueel misbruik. Er was geen sprake van zelfdoding of psychose. Maar van tijdelijk ziekte in de vorm van een burn-out van moeder. 512. De Gecertificeerde Instelling JB-West heeft bij de belangenafweging één belang aspect opzettelijk niet genoemd, namelijk: het is sterk in het belang van kinderen bij de eigen biologische ouders te verblijven en met hen contact te hebben. Er is zeer uitgebreide (vak)literatuur over de negatieve effecten van het verbreken van dat contact. Zie bijvoorbeeld een artikel van dr. Peter Dijkshoorn, bestuurder GGZ nederland en kinder- en jeugdpsychiater, die het een “catastrofe” noemt: https://www.ggznederland.nl/actueel/uithuisplaatsing-kind-als-catastrofe 513. Zie ook Bijlage 5 bij het artikel over de uitkomsten van de commissie de Winter. Daar noemde dr. Dijkshoorn hoe het aantal uithuisplaatsingen drastisch moet worden teruggebracht: namelijk door de ouders te betrekken. Zie: https://www.ggznederland.nl/actueel/kamer-spreekt-met-experts-overuitkomsten-commissie-de-winter 514. Dit zwaarwegende belang van het kind wordt ten principale helemaal niet meegewogen door de GI.

Op grond van de wet en (Europese) jurisprudentie bent u, rechter, verplicht om te controleren of de GI wel andere – minder schadelijke – instrumenten heeft overwogen. In deze situatie is er voldoende support vanuit het eigen netwerk (familie, vrienden en buren), de huisarts en school. 515. Uw beschikking behoort te voldoen aan de eisen die voortvloeien uit de wet en uit artikel 8 EVRM. Dit moet in de motivering van uw beschikking tot uitdrukking komen. De standaard tekst ‘de rechter vindt dat de bedreiging er nog is’ of woorden van die strekking voldoen niet aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. 516. Ik verwijs naar de conclusie van Advocaat-Generaal mr. M.L.C.C. Lückers d.d. 9 augustus 2019, waarin staat dat; 517. De inmenging moet een dringende maatschappelijke behoefte dienen. Waar blijkt dit uit, dat is de vraag die u dient te beantwoorden. 518. De maatregel moet proportioneel zijn in het licht van het daarmee beoogde doel. U heeft dus precies aan te geven hoe het draconische middel van UHP volgens u 519. De uithuisplaatsing mag slechts als laatste redmiddel worden toegepast (EHRM 22 maart 2018, nrs. 68125/14 en 72204/14 (Wetjen e.a. t. Duitsland), EHRC 2018/118 m.nt. S. Florescu, par. 84-85. Zie ook o.m. EHRM 12 juli 2001, nr. 25702/94 (K. en T. t. Finland), par. 166-167, EHRM 26 oktober 2006, nr. 23848/04 (Wallová en Walla t. Tjechië), par.

73-74, EHRM 16 maart 2010, nr. 28680/06 (A.D. en O.D t. Verenigd Koninkrijk), par. 89. Zie ook de Case law guide on Article 8 of the European Convention on Human Rights (versie 30 april 2019), blz. 62, te raadplegen op www.echr.coe.int). 520. Uw beschikking moet dus uiteenzetten welke andere middelen er niet zijn ingezet, en waarom u dat toch goedvindt. 521. In principe moet voorrang worden gegeven aan het ondersteunen van de opvoedcapaciteiten van de ouders (C.J. Forder e.a., SDU-Commentaar EVRM, Deel 1 – Materiële bepalingen, art. 8 EVRM, onderdeel C.1.2.7.1, M.R. Bruning, GS Personen- en familierecht, art. 1:265b BW, aant. 2.1.1.). U moet dus eerst zorgen dat wij – als dat dan per se nodig is – als ouders zelf hulp aan huis krijgen, gesteld dat dit nodig is. Dit kan eenvoudig via onze huisarts. Er is geen taak voor de Instelling. 522. Uit de EHRM-rechtspraak volgt verder dat als minimum moet worden vastgesteld 523. dat voldoende aanleiding bestond om in te grijpen, 524. dat onderzoek is gedaan naar de impact van ingrijpen op het gezin, en 525. dat onderzoek is gedaan naar alternatieve maatregelen (C.J. Forder e.a., SDU-Commentaar EVRM, Deel 1 – Materiële bepalingen, art. 8 EVRM, C.1.2.7.1, M.R. Bruning, GS Personen- en familierecht, art. Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 53 van 58

1:265b BW, aant. 2.1.3). In Nederland wordt dit nooit gedaan door rechters, maar u bent wel verplicht om in uw beschikking hier concreet op in te gaan, dus niet een zinnetje als “ik vind dat het zo is”. 526. Een te beperkt onderzoek naar alternatieve maatregelen kan ook een schending van art. 8 EVRM opleveren (C.J. Forder e.a., SDU-Commentaar EVRM, Deel 1 – Materiële bepalingen, art. 8 EVRM, C.1.2.7.1, M.R. Bruning, GS Personen- en familierecht, art. 1:265b BW, aant. 2.1.3.). Dit is schering en inslag in de Nederlandse rechtspraktijk en u als rechter hoort in een democratische rechtorde, onze rechtspositie als ouders waarborgen, en niet die de Instelling. 527. De Nederlandse rechter moet nauwkeurig motiveren waarom het niet mogelijk is om het kind op een minder ingrijpende wijze te beschermen (EHRM 21 september 2006, nr. 12643 (Moser t. Oostenrijk), EHRC 2006/129, par. 68-69). Het is van belang dat de Nederlandse rechter hier – in deze zaak – nu direct mee begint, want in dit geval kunnen wij als ouders het kind adequaat verzorgen en opvoeden. Desnoods kunnen wij zelf de huisarts inschakelen. 528. De maatregel moet bovendien gebaseerd zijn op objectief bewijs (EHRM 22 maart 2018, nrs. 68125/14 en 72204/14 (Wetjen e.a. t. Duitsland), EHRC 2018/118 m.nt. S. Florescu, par. 85, en EHRM 22 maart 2018, nr. 11308/16 en 11344/16 (Tlapak e.a. t. Duitsland), par. 98.

De stellingen van de GI kwalificeren niet als objectief bewijs. De GI heeft eigen – financiële – belangen. Helaas geldt vaak hetzelfde voor de ondeugdelijke rapporten van bevriende psychologen en andere relaties. 529. In het verzoekschrift in cassatie wordt onder 1.6.21 betoogd dat kinderbeschermingsmaatregelen slechts door zeer uitzonderlijke omstandigheden (“very exceptional circumstances”) worden gerechtvaardigd, onder verwijzing naar EHRM 18 maart 2009, nr. 39948/06 (Saviny t. Oekraïne), par. 49). U moet dus aangeven waarom er sprake is van zulke uitzonderlijke omstandigheden. Die zijn er niet. 530. Ook beroepen wij ons op art. 43 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden waarin ons land zich heeft verplicht zorg te dragen voor de verwezenlijking van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van het bestuur. Het waarborgen van deze rechten, vrijheden, rechtszekerheid en deugdelijkheid van bestuur is aangelegenheid van het Koninkrijk. 531. Er rust op de nationale autoriteiten een inspanningsverplichting om een uithuisplaatsing te voorkomen of, als dat reeds is gebeurd, een hereniging van ouders en kind mogelijk te maken. Deze inspanningsverplichting krijgt handen en voeten in de richtlijnen jeugdhulp. Helaas gebeurt dat nu niet, sinds dat onze kinderen uithuis zijn geplaatst zijn deze richtlijnen niet gevolgd. 532.

Deze handelswijze staat op gespannen voet met de terugkeerverplichting. Het verstrijken van de tijd kan dus bepalende gevolgen hebben en zet het recht van ouders op hereniging onder zware druk. Dit blijkt maar al te duidelijk uit twee recente uitspraken van het Europees Hof over langdurige uithuisplaatsingen van kinderen, te weten Hernehult t. Noorwegen en Pedersen t. Noorwegen. Beide uitspraken dateren van 10 maart 2020. In de zaak Hernehult t. Noorwegen oordeelde het Hof dat de nationale autoriteiten niet hadden laten zien dat zij voldoende hadden geprobeerd om een uithuisplaatsing te voorkomen. Het Europees Hof wijst erop dat al in een heel vroeg stadium is ingezet op een permanent verblijf in het pleeggezin, hetgeen onder andere blijkt uit de beperkte omgangsregeling met ouders die is vastgesteld. In de zaak Pedersen t. Noorwegen overwoog het Europees Hof ook dat te weinig inspanningen zijn geleverd om de hereniging van de ouders met hun kind mogelijk te maken. Vanaf de start van de plaatsing was de omgang zeer beperkt. Daarmee zou het kind waarschijnlijk vervreemden van zijn ouders, waardoor een terugplaatsing niet meer mogelijk zou zijn. 533. In beide zaken oordeelde het Europees Hof dat artikel 8 EVRM is geschonden. Relevante jurisprudentie: Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 54 van 58

534. EHRM 10 september 2019, 37283/13, ECLI:CE:ECHR:2019:0910JUD003728313 (Strand Lobben e.a. t. Noorwegen). 535. EHRM 10 maart 2020, 39710/15, ECLI:CE:ECHR:2020:0310JUD003971015 (Pedersen t. Noorwegen). 536. EHRM 10 maart 2020, 14652/16, ECLI:CE:ECHR:2020:0310JUD003971015 (Hernehult t. Noorwegen). 537. Parket bij de Hoge Raad 2 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:897. 538. EHRM maakte in de -uitspraak duidelijk dat de lat hoog ligt om de noodzaak aan te tonen. In de -zaak deden zich de volgende omstandigheden voor. https://strasbourgobservers.com/2019/10/10/child-protection-and-child-centrism-the-grand-chambercase-of-and-others-v-norway-2019) /: 539. mw meldde zich bij zorgverleners, omdat ze een late abortus wilde 540. mw was op dat moment min of meer dakloos; 541. na de bevalling liet mw na het kind te voeden, zij moest daar steeds toe worden aangezet; 542. mw leek niet in staat te begrijpen wat haar kind nodig had; 543. deskundigen die mw onderzochten concludeerden dat zij mentaal niet in staat was het kind te verzorgen; 544. zeer relevant is dat mw later haar situatie aanzienlijk stabiliseerde, ten tijde van de bestreden beslissing haar kind door pleegouders te laten adopteren was zij getrouwd, had een woning en ook een tweede kind dat zij wel zelf kon opvoeden.

Deze veranderde omstandigheden werden echter niet meegewogen en er werd geen nieuw deskundigenonderzoek verricht, ten onrechte aldus EHRM, de veranderde omstandigheden dienden meegewogen te worden en verouderde deskundigenrapporten hadden niet meer meegewogen mogen worden. 545. Het functioneren van werd ernstig belemmerd door medische klachten en geestelijke beperkingen. 546. Deze omstandigheden werden door EHRM als onvoldoende zwaarwegend gezien om de adoptie te rechtvaardigen. Daarbij werd veel belang gehecht aan de veranderde omstandigheden van en het verouderd raken van de deskundigenrapporten. 547. Wanneer we deze omstandigheden vergelijken met onze eigen zaak, dan zien wij het volgende: 548. Wij hebben ons nooit gemeld bij zorgverleners over het feit dat wij een (late) abortus wilden. 549. Wij zijn niet dakloos en er is dus een veel stabielere thuissituatie dan had ten tijde van de UHP, de thuissituatie lijkt eerder op de latere situatie van die juist reden had moeten zijn om de UHP te heroverwegen alsdus EHRM. 550. De GI constateert geen onmiddellijke verwaarlozing (geen eten geven etc) of mishandeling, integendeel eigenlijk constateert GI zelf dat wij het tenminste goed bedoelen. 551. Zorgen worden vooral opgehangen aan het feit dat het bij ons thuis niet veilig zou zijn. Dat er enig causaal verband zou zijn tussen dat wij als ouders, m.a.w.

dat de uithuisplaatsing hier enige verbetering kan brengen, blijkt nergens uit, integendeel uit de vele observaties van zowel Agathos thuiszorg, stichting de Arend, pedagogisch mederwerkster , (gezinsvoogd JBWest), Klinisch psycholoog/psychotherapeut mevr. en contextueel therapeute zijn wij hele goede opvoeders en ouders. En zelfs de rechtbank vertelde ons (zie beschikking van 9 juni 2020) dat wij goede ouders zijn en dit niet de reden was dat onze kinderen niet thuis zouden kunnen wonen. 552. Van belang vinden wij dat de instelling blijft hangen in "zorgen" die weinig concreet zijn en waarvan niet helder is waarom deze een scheiding tussen de kinderen en ouders kunnen rechtvaardigen. Als gezegd, de lat ligt hoog en de mate van onderbouwing in (die onvoldoende was) wordt niet gehaald. 553. Verwaarlozing is/was er niet in het gezin. 554. Er zijn geen deskundigen die kunnen constateren (o.b.v. recent onderzoek) dat wij medische of geestelijke beperkingen hebben die opvoeden van onze kinderen te zeer hinderen, "zorgen" van JBWest, pleegzorg en pleegouders lijken in dit verband toch te weinig, waar in minimaal.

Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 55 van 58

555. Van belang lijkt ons verder dat een "preemptieve"-UHP, waarbij eerst de UHP wordt opgelegd en daarna wij als ouders moeten aantonen geschikt te zijn naar het oordeel van de GI in strijd is met artikel 8 EVRM. Het is aan de Instelling om de noodzaak aan te tonen ten tijde van de gevraagde Uit Huis Plaatsing en gezagsbeëindiging. Dit is ook nadrukkelijk zo bepaald in een recente uitspraak van Rechtbank Haarlem. Wij ouders verwijzen naar de recente beschikking van Rechtbank Noord-Holland d.d. 4 maart 2020, ECLI:NL:RBNHO:2020:2091. De rechtbank zet hier duidelijk de wil van de wetgever uiteen, e.e.a. in overeenstemming met de verplichtingen van het Internationale Kinderverdrag waar Nederland zich aan gecommitteerd heeft. Die casus van maart 2020 ziet weliswaar op een weduwnaar, maar geldt mutatis mutandis ook in de onderhavige situatie waar beide ouders in leven zijn. 556. Het is van belang eerst het uitgangspunt in deze zaak vast te stellen, het wettelijk kader. Het verzoek van de overlevende ouder [toev. Lees: de biologische ouders] om met het gezag te worden belast wordt alleen afgewezen, als de rechter oordeelt dat het belang van de kinderen zich daartegen verzet. 557. De wet gaat ervan uit – en dat is ook de maatschappelijke opvatting – dat iedere ouder in beginsel geschikt is voor het ouderschap en het gezag over zijn of haar kinderen heeft of kan krijgen. 558.

Er zijn gezien vanuit pedagogische optiek zeer goede ouders, er zijn redelijke ouders en er zijn matige ouders. Allemaal zijn zij liefhebbende ouders en krijgen zij het gezag en zijn zij belast met de verzorging en opvoeding van hun kinderen en veelal – ook bij de matige ouders – zonder enige betrokkenheid van jeugdbescherming. 559. Elders leidt erkenning van een kind ook automatisch van rechtswege tot gezag. In Nederland is dat nog niet zo, maar er is een maatschappelijke roep om dat wel te regelen en er is een wetsvoorstel aanhangig. Buiten tamelijk extreme situaties is het uitgangspunt simpel: de levende ouder(s) neemt het gezag en daarmee de verzorging en opvoeding over van de overleden ouder. Dat is waarschijnlijk vaak een heftig en traumatisch gebeuren en de rechtbank gaat ervan uit dat veel overlevende ouders daarbij hulp nodig hebben. 560. In het kader van die hulp kan het eventueel nodig zijn dat de kinderen onder toezicht worden gesteld of zelfs een korte tijd uit huis verblijven, maar altijd op basis van het beginsel dat de overlevende ouder de verzorging overneemt, tenzij dat expliciet tegen het belang van de kinderen is. 561. Niet alleen van de rechtbank, maar ook van de Raad en de jeugdbescherming mag worden verwacht dat zij dit wettelijke uitgangspunt onderschrijven en hanteren. Dat is echter in onze zaak niet het geval geweest, integendeel. 562.

Voor ons ouders geldt in deze zaak echter wat geldt voor alle ouders in Nederland: wij hoeven geen examen te doen bij de Raad, bij de GI of bij de rechtbank om aan te tonen dat wij het wel kunnen. 563. Het is omgekeerd: alleen als met kracht van de nodige argumenten kan worden betoogd dat deze moeder, vader het – kort gezegd – niet kan, is er reden om haar, hem in afwijking van het uitgangspunt niet met het gezag en de verzorging en opvoeding te belasten. 564. Het kan niet zo zijn dat de Nederlandse rechtspraak systematisch dit soort gedrag van de GI beloont, en de jeugdzorg in zekere zin ‘helpt’ de wetten en verdragen te schenden. 565. Zullen wij straks ook na twaalf jaar vechten, naar Straatsburg te mogen, in de hoop dat de wegkijkende Nederlandse rechtsorde een tikje op de vingers zal krijgen? https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2020:632 566. Tot slot, als een ouder die zich tegen de scheiding van haar verzet, uw JB-LET? 567. Door de valse beschuldigingen aan het adres van ons ouders te adresseren – problematiseren – houd de jeugdzorgorganisatie kinderen en ouders middels terreur, angst onder controle. Door de Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 56 van 58

moeder valselijk van een ongefundeerde "angst" voor "mogelijke terugval" te beschuldigen proberen de ketenpartners hun verdienmodel in stand te houden. 568. Door ons ouders met valse beschuldigingen van slecht ouderschap te (blijven) beschuldigen beschermen de jeugdzorgketenpartners de eigen (financiele) belangen te beschermen. Door telkens via zelf-uitgelokte incidenten houd JB-West met de rechtbank Den Haag als ketenpartners dit beeld in stand, waarmee deze organisatie 2,7 maal de reguliere kostprijs krijgt, gefinanciert door de gemeente Westland. Een perverse prikkel voor terreur op kinderen en ouders, een gefinancierde angstcultuur. 569. “Tijdens de aanmeldprocedure wordt zorgvuldig en interactief verkend wat de aard en intensiteit van de dreiging is en wat er vanuit LET JB nodig is. Dit resulteert in een plan op maat zodat de jeugdbeschermingsmaatregel op een voor de GI/jeugdbescherming veilige manier kan worden ingezet. Er zijn twee verschillende situaties die kunnen leiden tot de inzet van het LET JB.” 570. “De situatie die het meest voorkomt, is een zaak waarin gedurende de uitvoeringdoor de GI blijkt dat reguliere inzet niet langer verantwoord is.” 571.

“De andere situatie is die waarin, door feiten en omstandigheden, vooraf de gerechtvaardigde verwachting bestaat dat het starten met de uitvoering leidt tot een situatie waarbij sprake is van daadwerkelijk fysiek geweld of ernstige dreiging met fysiek geweld tegen de jeugdbeschermer.” 572. “LET JB is een samenwerkingsverband van alle GI’s. Alle GI’s kunnen bovenomschreven gezinnen bij het LET JB aanmelden. LET JB is daarmee de ‘interne oplossing van iedere GI’ voor deze doelgroep.” ”LET JB heeft een 24/7 bereikbaarheidsdienst.” 573. “LET JB hanteert de klachtenprocedure van de opdrachtgevende GI.” 574. “Cliënten van GI’s kunnen zich nadrukkelijk niet zelf aanmelden bij LET JB, alle informatie verloopt via de GI die de cliënt in begeleiding heeft.” 575. “LET JB onderhoudt nauwe contacten met het ministerie van Justitie en Veiligheid, Openbaar Ministerie, (landelijke) politie en inlichtingendiensten.” 576. LET JB is een samenwerkingsverband van alle ketenpartners. De instelling kan gezinnen bij het LET JB aanmelden. ”LET JB is daarmee de ‘interne oplossing van iedere Instelling voor deze doelgroep. “De kosten van een LET JB-overnamebedragen 2,7 maal de reguliere kostprijs van de maatregel.” Een aanmelding bij LET JB kan uitsluitend gedaan worden door de Instelling. 577. Bron: Factsheet Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming, - update 2021, volgende update: januari 2022.

Link: https://vng.nl/artikelen/factsheet-landelijk-expertise-team-jeugdbescherming

Hoogachtend.

Naam: E.C. van den Broek Per e-mail: Ouder/s van:

en

Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 57 van 58

Verzoekschrift terugplaatsing kinderen/parallel ouderschap

Pag. 58 van 58

Van: Verzonden: Aan: Onderwerp:

Griffie Krimpenerwaard donderdag 21 oktober 2021 17:00 RE: verzoekschrift teruggave kinderen/ dossier

nationale ombudsman

Beste mevrouw van den Broek, Namens de gemeenteraad bevestig ik de ontvangst van uw brief d.d. 20 oktober 2021. Wij voegen deze ter kennisname toe aan de lijst ingekomen stukken van de raad 16 november 2021. Tijdens deze vergadering worden de ingekomen stukken niet inhoudelijk besproken, maar neemt de raad een besluit over het afhandelingsadvies. Van de raad als collectief ontvangt u geen schriftelijke reactie op uw brief. Mogelijk reageren fracties of individuele raadsleden persoonlijk op uw brief. We gaan ervan uit dat u er geen bezwaar tegen hebt dat we hen daarvoor desgevraagd uw mail/adres geven. I.v.m. privacyregels zijn enkele namen geanonimiseerd.

Met vriendelijke groet,

Griffiemedewerker

Postbus 51 2820 AB Stolwijk Bezoekadres Burgemeester van der Willigenstraat 58 2941 ES Lekkerkerk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=5d76c74f-fae8-4cba-aa0f-c1a71afdc820