2.50 Regio Midden-Holland, Zienswijze ontwerp-nota Ruimte - RMH
Tekst van het document
Regio Midden-Holland Postbus 305
2800 AH GOUDA www.regiomiddenholland.nl
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening DPRO -— directie Ruimtelijk Beleid Nota Ruimte Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG
Datum 11 december 2025
Uw kenmerk -
Contactpersoon J.G. Mekenkamp Telefoonnummer 06 1929 5415
Ons kenmerk 141-MH Bijlage(n) -
E-mailadres jmekenkamp@regiomiddenholland.nl Onderwerp Zienswijze op ontwerpnota Ruimte
Geachte mevrouw Keijzer, Hierbij sturen wij u de zienswijze van de regio Midden-Holland op de ontwerpnota Ruimte. Algemeen
Wij complimenteren u met de inzet van de Nota, waarin een visie op de toekomst van de ruimtelijke inrichting van Nederland wordt neergezet, met als motto “elke regio telt”. Onderstaand geven wij onze zienswijze op een aantal onderwerpen die in het bijzonder voor onze regio spelen, die bestaat uit de
gemeenten Gouda, Zuidplas, Krimpenerwaard, Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen. Regio Midden-Holland op het snijvlak van metropoolregio en Groene Hart Midden-Holland maakt onderdeel uit van het NOVEX gebied Groene Hart, maar in het westen is de regio met Zuidplas (voor zover het de ontwikkeling Cortelande betreft) ook onderdeel van NOVEX-gebied
Zuidelijke Randstad. Goudaligt op het snijpunt van deze twee gebieden en is mede doorzijn ligging aan de spoorlijnen naar Rotterdam en Den Haag onderdeel van het grootstedelijk netwerk, met vraagstukken rond wonen, werken en leefbaarheid die ook in andere delen van de Zuidelijke Randstad spelen.
Om uitdrukking te geven aan de bovengenoemde tweezijdigheid vragen wij u om op de kaart van pagina 204 Gouda als “regiokern” te benoemen (in plaats van de aanduiding “S-regio”) en daarbij ook het Groene Hart ziekenhuis op de kaart op te nemen (meer dan 2.000 werknemers). Daarmee wordt de regionale centrumfunctie van Goudagoed tot uitdrukking gebracht en wordt het kaartbeeld op pagina 204 in lijn gebracht met het kaartbeeld op pagina 189 (zie onderstaande afbeelding). Aanvullend merken wij
op dat Gouda ook een regionale functie heeft als onderwijsstad met mbo en hbo-instellingen. Daarnaast vragen wij u om de VISTA strategie “transformeren”, die voor de Zuidelijke Randstad is gekozen, ook voor Gouda van toepassing te verklaren. De inzet is hier gericht op het toekomstbestendig maken van de economie, aantrekkelijker maken van de leefomgeving en tegelijkertijd blijven voorzien in de vraag naar woningen door toekomstbestendige verstedelijking. Verder vragen wij U om een aanscherping van de typering van het Groene Hart in hoofdstuk 4, dat nu wordt genoemd in dezelfde categorie als de regio’s Noord-Holland Noord, Zeeland, Rivierenland,
Achterhoek, omgeving Harderwijk-Zeewolde, Zuidoost-Drenthe, Noordoostpolder en Friesland. De
Pagina 2
ligging van het Groene Hart in het krachtenveld van de Randstad vraagt echter om een specifiekere duiding. Wij vragen u de wederzijdse afhankelijkheid van Randstad en Groene Hart voor wonen, werken en recreëren te benoemen. In aansluiting op het bovenstaande vragen wij u ook om de betekenis van de verkeersassen van spoor en weg door het Groene Hart heen beter te beschrijven (p. 205). Die assen zijn immers meer dan lijnen op de kaart, maar representeren de verwevenheid van Randstad en Groene Hart en bieden focuspunten
voor een gerichte groei van wonen en werken.
Ep
elijke Randstad & ernne me
Keuzes voor landbouw, natuur en veenbodems
Binnen Midden-Holland hebben we een groot deel “veenbodems”, die het best bewaard blijven en CO2 opslaan indien ze voldoende nat worden gehouden - bij voorkeur beheerst en met een goed beheerde toplaag en biodiverse slootranden. Goed agrarisch natuurbeheer in combinatie met melkveehouderij van deze graslanden maakt het mogelijk om de biodiversiteit te bevorderen en een agrarisch verdienmodel te voeren. In de periode tot 2050 achten we het niet haalbaar om het waterpeil te verhogen naar -20 cm; een gemiddelde van -40 cm is al een uitdaging en alleen haalbaar met voldoende technische ingrepen:
toepassing van waterinfiltratiesystemen en — weliswaar nog in ontwikkeling — klei in veen. Het verder vernatten zou betekenen dat het land geen vee en zware machines meer kan dragen. Een dergelijke stap vraagt daarmee om vervangende verdienmodellen en compensatie van inkomensverlies. We zijn bereid om samen met de lokale (boeren)gemeenschap in beeld te brengen wat daar dan voor nodig is. Dat vraagt echter wel duidelijkheid vooraf en vanuit het rijk ook (financieel) meedenken over de oplossingen. Het verhogen van de sponswerking van het veen ten bate van de opslag van CO2 kan dan
onderdeel worden van de verdienmogelijkheden binnen het agrarisch bedrijf, waarbij ook de combinatie kan worden gezocht met de opwek van duurzame energie via zon en (kleinschalig) wind — passend bij het karakteristieke open veenweidelandschap. Met name een meer gebiedsdekkende en langjariger monitoring van de bodembeweging over de
seizoenen is belangrijk om ook gebiedsgericht uitspraken te kunnen doen over de structurele bodemdaling, de werkelijke reductie opgave en effectiviteit van mogelijke maatregelen. Hierbij is het ook van belang om op enkele strategische plekken (plekken met verschillende bodemsoort/-opbouw en
Pagina 3
verschillende situatie met betrekking tot kwel en wegzijging) inzicht te verkrijgen in de bodembeweging op
grotere diepte. Tegelijk levert de toenemende hoeveelheid data, zowel van bodemhoogtemetingen als satellietdata, een steeds beter beeld op. Wij pleiten er dan ook voor om een landsdekkend meetnetwerk te
ontwikkelen voor bodemdaling in bebouwde en landelijke gebieden, gebruik makend van de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Kennisopbouw rond omgaan met bodemdaling en funderingen vindt in onze regio plaats via onder meer het Kenniscentrum bodemdaling en funderingen (KBF) en Campus Gouda, maar ook in praktijk. Het opzetten van het peil vraagt meer water en strijdt dan ook om de beschikbaarheid van zoetwater, zoals
u ook aangeeft. Wij dringen aan op een goede analyse en heldere garanties met betrekking tot de beschikbaarheid van voldoende zoetwater voor de veenweiden inclusief bebouwde gebieden, voordat de discussie over de hoogte van het peil gevoerd wordt. Deze discussies liggen gevoelig, raken direct aan
zowel de waarde van de gronden als de directe bedrijfsvoering van onze boeren. De uitvoerbaarheid van ambities moet gegarandeerd zijn voordat “per gebied naar maatwerk“ wordt gezocht. Ook voor klimaatadaptatie, het tegengaan van bodemdaling en funderingsproblemenin bebouwde gebieden is zoetwater nodig. In een nationale strategie over zoetwaterbeschikbaarheid zou dit moeten worden meegenomen. “Wijkje er bij” We zijn als regio blij met de steun voor een “wijkje erbij”. Dat geeft onze gemeenten lucht om ook in de toekomst leefbaar en vitaal te blijven. We doen u de suggestie om het “wijkje er bij” flexibeler en meer toekomstgericht te definiëren in plaats van de max. 100 woningen die nu als bovengrens is benoemd (bijvoorbeeld gemiddeld tot 1% per jaar van de woningvoorraad erbij— 25% in totaal tot 2050). Gemeenten zijn dan beter in staat kwalitatief goede ontwikkelingen te initiëren, zodat bij de ontwikkeling ook serieus rekening kan gehouden worden met maatregelen rond bodemdaling en klimaatadaptatie en
ook de opvang van asielzoekers, Oekraïense vluchtelingen en arbeidsmigranten beter kan worden gefaciliteerd. We vragen u tenslotte om meer duidelijkheid hoe de toestemming voor het “wijkje erbij” juridisch vorm krijgt. Glastuinbouw — ruimtelijke clustering en beschikbaarheid van CO2 U zet in op het clusteren van glastuinbouw, middels het intensiveren van bestaande clusters (p. 236).
Onze regio ondersteunt die doelstelling. Daarmee kunnen schaalvoordelen in de glastuinbouw worden bereikt, maar kan ook ruimte worden vrijgespeeld voor groenblauwe verbindingen, woningbouw en bedrijfsruimte (verbonden aan de glastuinbouwsector). Voor een effectieve clustering van glastuinbouw is echter actief grondbeleid nodig en daarvoor ontbreekt het gemeenten aan financiële middelen. Wij vragen u om gemeenten hierin te ondersteunen, Datzelfde geldt voor de sanering van oude glastuinbouw. De glastuinbouw werkt verder aan een klimaatneutrale sector in 2040. In de regio Oostland wordt onder meer gekeken naar een regionaal warmtenet gevoed door geothermie en restwarmte. CO2 blijft echter nodig voor de groei van planten. Op dit moment komt het merendeel van de CO2 die wordt gedoseerd in
kassen van de verbranding van aardgas in ketels en WKK's. Bij verdere verduurzaming van de glastuinbouwsector moet deze CO2 uit andere bronnen komen. Op dit moment wordt al een gedeelte van de benodigde CO2 via onder meer het OCAP-netwerk geleverd. De leveringszekerheid staat echter
onder druk. Wij vragen u om de glastuinbouw te ondersteunen in de leveringszekerheid van CO-2. Zonder dat zal verduurzaming moeizaam van de grond komen. Geluidshinder Onder paragraaf 10.7 is aangegeven dat geluidshinder minder snelis toegenomen dan de groei van lucht-, weg- en spoorverkeer. Dat is een positieve trend, maar het neemt niet weg dat de hinder en bijbehorende gezondheidsschade per saldo wel zijn toegenomen. Dit wordt versterkt doordat normen uitgaan van jaargemiddelde waarden, maar mensen meer hinder ondervinden van pieken. Juist bij luchtvaart treden die pieken vaker op. Uit het kaartje onder ‘defensie’ blijkt dat delen van onze regio
komen te liggen in nieuw laagvlieggebied voor helikopters. Door cumulatie met vliegtuiglawaai van
Pagina 4
Rotterdam The Hague Airport en Schiphol wordt de geluidsoverlast daarvan nog groter, terwijl cumulatie
van geluid niet geregeld/ genormeerd is. Wij vragen u het uiterste te doen om de overlast door burgeren defensieluchtverkeer in onze regio te verminderen. Waterstof U schrijft dat zich naast de vijf industriële clusters verspreid door Nederland nog andere bedrijven bevinden, die moeten verduurzamen en daarvoor naar waterstof kijken. Eventuele uitbreidingen van het waterstofnetwerk richting deze bedrijven vraagt nader onderzoek naar de vraagontwikkeling en betalingsbereidheid van bedrijven. Daarvoor wordt onder meer onderzoek gedaan naar de
(geconcentreerde) regionale waterstofvraag vanuit industriecluster 6 en verkennen provincies de vraagontwikkeling verder binnen de Provinciale Energievisie. Gouda kent ook industrie in cluster 6. Wij geven u mee dat de potentiële vraagontwikkeling voor waterstof vanuit Gouda groter kan zijn, omdat de warmtetransitie voor de monumentale binnenstad van
Gouda een uitdaging vormt. Uitvoeringsagenda (hoofdstuk 11) Wij vinden vindt het een goede zaak dat u ook een hoofdstuk met een uitvoeringsagenda hebt opgenomen. Wij hopen dat u deze uitvoeringsagenda richting de vaststelling van de Nota Ruimte nog wat verder
uitwerkt. Het is nu nog teveel een inventarisatie van mogelijke instrumenten. Voor de uitvoering van de Nota Ruimte zijn geen specifieke budgetten gereserveerd. Wij denken dat dit onvoldoende is om de ambities tot uitvoering te brengen rond Groen in en om de stad, rond beter openbaar vervoer en de
transitie rond het vernatten van veengebied in onze regio. Wij vragen u dan ook om te bezien hoe de uitvoeringskracht van de Nota Ruimte nog versterkt kan worden. Graag werkt onze regio daarin met u samen, onder andere in het kader van de Regionale investeringsagenda Groene Hart. Uiteraard zijn wij bereid om onze zienswijze nadertoe te lichten. Wij wensen u veel succes en wijsheid toe bij het realiseren van de volgende fase naar de Nota Ruimte. Met vriendelijke groet,
Mevr. R. Boere voorzitter bestuurlijk overleg Ruimte en Wonen Midden-Holland