2.2 Dhr. G. Meijboom, Arbeidsmigranten.pdf
Tekst van het document
Van: Verzonden: Aan: Onderwerp: Bijlagen:
Gert Meijboom woensdag 9 februari 2022 09:38 Undisclosed recipients: College + Raad samenvatting mr. Brechtje Vossenberg.pdf; juridische analyse.pdf; BELEIDSCONCEPT ARBEIDSMIGRANTEN INFO.pdf
Goedemorgen, Op de vraag of arbeidsmigranten zijn opgenomen in de BRP wordt doorgaans gereageerd met verwijzing naar formele regelgeving. Die formaliteit is voor uw arbeidsmigranten als inwoners van aanzienlijk belang, probleem is dat zij dit niet weten. Uiteraard bent u op de hoogte van het feit dat de Nederlandse centrale overheid per jaar ongeveer een half miljard int aan premies socialezekerheidswetgeving. Dat arbeidsmigranten op basis van hun arbeidsovereenkomst en verblijfsrecht (art 45 VWU) aanspraak mogen maken op sociale faciliteiten en voorzieningen. Gemeenten weten uiteraard ook dat de werkgevers in geval van einde arbeidsovereenkomst, onvrijwillige werkeloosheid, haar werknemers per direct het verblijf ontzeggen, in de meeste gevallen in het weekend, waardoor hen dat recht op verblijf, om als werkzoekende te mogen verblijven, aldus wordt ontzegd, want geen adres. U weet dat dit handelen van deze werkgevers die medewerkers hebben gehuisvest in uw gemeente rechtstreeks ingaat tegen EU-wetgeving. Werkgevers zijn daarvan uiteraard ook op de hoogte, evenals de organisaties in uw gemeente die arbeidsmigranten voorzien van hun tijdelijke huisvesting.
Al dan niet bewust onthoudt de gemeente bij aankomst deze tijdelijke bewoners de correcte informatie over haar rechten, op welk moment relevant, met welke documenten, welke procedure, regels, voorwaarden, duur van de aanvraag et cetera. Al dan niet bewust van hun verantwoordelijkheid spreken gemeenten deze verhuurders, werkgevers niet aan op hun verantwoordelijkheid, wat dat betreft is er nauwelijks tot geen plan, actief beleid, communicatie, overeenstemming, afspraken, overleg. Aldus is er sprake van een schrijnende constructie waar de centrale overheid gelden int, de werkgevers zonder enige informatie bij ontslag per direct het verblijfsrecht opzegt en de gemeente haar tijdelijke inwoners niet voorziet van de relevante informatie. Het raakt aan moderne slavernij. U kunt mij wel netjes verwijzen naar de BRP, maar wat is nu uw reden om deze tijdelijke bewoners niet bij aankomst te voorzien van relevante informaties. Deze materie behoort tot mijn expertise met als doel bieden van oplossing waarmee men voldoet aan de EU-wetgeving. Daarvan een juridische analyse opgesteld en voorgelegd aan advocaat. Oplossing is informatiebrochure in 4 talen voor arbeidsmigranten die de gemeente als verantwoordelijke lokale overheid via de huisvestingsorganisaties aanbiedt aan deze tijdelijke inwoners, en wel direct bij aankomst. 1
Tevens een concept beleidsnota waarmee de gemeente zorgt voor noodzakelijk contact met huisvestingsorganisaties, werkgevers om hen te wijzen op de voorwaarden waaraan men dient te voldoen indien met huisvesting biedt aan arbeidsmigranten. Want zoals overal heb je als bewoners je te houden aan regels. Als bijlage het juridisch advies, plus samenvatting van advocaat mr. Brechtje Vossenberg. Inleiding van informatiebrochure en beleidsconcept van Aankomst tot Thuiskomst. Mocht u brochure + beleidsnota wensen te ontvangen (PDF) om te voldoen aan de EU-wetgeving dan aanvraag bij info@mrgert.nl; u ontvangt rekening van € 3.750,00, ex BTW. U ontvangt binnen 15 werkdagen PDF van brochure en beleidsconcept van Aankomst tot Thuiskomst. Het feit dat de overheid het voornemen heeft om aanpassingen te doen in de wetgeving BRP ontslaat haar niet van het respecteren van de EU-wetgeving; EU-wetten gaan boven Nederlandse wetgeving. Het biedt de gemeente geen excuus om niets te doen en daarmee arbeidsmigranten haar rechten te ontzeggen. Mocht u besluiten in het geheel niet te reageren dan is de mogelijke conclusie dat de gemeente zich medeschuldig maakt aan wat je zou kunnen betitelen als geïnstitutionaliseerde moderne slavernij. Voor verdere informatie, zie bijlagen. Met vriendelijke groet, Gert
2
LINNAEUSSTRAAT 2 -A, 1092 CK AMSTERDAM TELEFOON +31(0)20-3446200 | FAX +31(0)20-3446201 E-MAIL: info@prakkendoliveira.nl | www.prakkendoliveira.nl
MARQ WIJNGAARDEN FLIP SCHÜLLER PROF. LIESBETH ZEGVELD MARIEKE VAN EIK WIL EIKELBOOM DR. CHANNA SAMKALDEN TAMARA BURUMA BONDINE KLOOSTRA MICHIEL PESTMAN PROF. GÖRAN SLUITER BRECHTJE VOSSENBERG EVA BEZEM DR. LISA-MARIE KOMP BARBARA VAN STRAATEN TOM DE BOER BRAM HORENBLAS FREDERIEKE DÖLLE ELLES TEN VERGERT ISA VAN KRIMPEN DORA BROUWER THOMAS VAN DER SOMMEN
ADVISEURS
PERSOONLIJK EN VERTROUWELIJK De heer G.J.H. Meijboom
Alleen per e-mail:
info@mrgert.nl
Amsterdam, Onze ref. Uw ref.
27 januari 2022
Direct tel.nr.: Direct faxnr.:
+31(0)20-3446200 +31(0)20-3446201
D20211304/BV/bv -
PROF. HANS ULRICH JESSURUN D’OLIVEIRA
PROF. TIES PRAKKEN PROF. BRITTA BÖHLER
Betreft:
Meijboom (Advies rechten EU-arbeidsmigranten) Beoordeling van uw juridische analyse
Geachte heer Meijboom, Door middel van deze brief doe ik u mijn beoordeling toekomen van uw juridische analyse (hierna: Analyse). Uw Analyse ziet op de problematiek rondom toegang tot sociale voorzieningen voor EU-arbeidsmigranten die “werknemer” zijn in Nederland en de verplichtingen van de (decentrale) overheid daaromtrent.
Uw Analyse zoals door mij ontvangen op 9 december 2021 voeg ik bij (bijlage 1). Uw opdracht aan mij is om de juistheid ervan te beoordelen op grond van het toepasselijke Nederlands- en Europees recht.1 Bij de uitzetting van de opdracht stuurde u enkele documenten mee als achtergrond voor de standpunten in uw Analyse. Het gaat om de volgende documenten: • • •
1
2
Brief d.d. 17 mei 2021 aan u van B. den Hollander, directeur Digitale Overheid (DGOO), afdeling identiteit & toegang (Ministerie van BZK) Ongedateerde document van ‘Uw Europa Advies’2 Brief d.d. 22 juli 2020 aan u van Dennis Genton, hoofd van de Directorate-General for Employment, Social Affairs and Inclusion (Europese Commissie)
Ik merk volledigheidshalve op dat u in reactie op mijn Opdrachtbevestiging van 9 december 2021 ook enkele aanvullende (feitelijke) stellingen heeft betrokken o.g.v. uw analyse. Namelijk: [1] dat de Staat de laatste 10 jaar minstens 4-5 miljard euro heeft ontvangen via heffingen op het loon t.b.v. socialezekerheidswetgeving van arbeidsmigranten voor wie het onmogelijk werd gemaakt daar aanspraak op te maken; en [2] dat er een fonds in het leven geroepen zou moeten worden van waaruit de betrokken EU-arbeidsmigranten (‘slachtoffers’) restitutie kunnen krijgen voor deze gelden. Een bespreking daarvan valt buiten het bestek van deze opdracht. Ik veronderstel de Nederlandse afdeling van de service Your Europe Advice. Dit is een publieke adviesservice, waarbij door juridische experts van de European Citizen Action Service (ECAS) gratis advies wordt verschaft aan o.a. individuen met vragen over het EU-recht. De experts zijn ingevoerd in zowel het EU-recht als het nationale recht van alle lidstaten. ECAS opereert o.b.v. een contract met de Europese Commissie. Zie https://europa.eu/youreurope/advice/index_en.htm.
PRAKKEN D’OLIVEIRA HUMAN RIGHTS LAWYERS COÖPERATIEF U.A. INGESCHREVEN ONDER K.V.K. AMSTERDAM NR. 63477645 IEDERE AANSPRAKELIJKHEID IS BEPERKT TOT HET BEDRAG DAT IN HET DESBETREFFENDE GEVAL ONDER ONZE BEROEPSAANSPRAKELIJKHEIDSVERZEKERING WORDT UITBETAALD ANY LIABILITY SHALL BE LIMITED TO THE AMOUNT WHICH IS PAID UNDER THE FIRM’S PROFESSIONAL LIABILITY POLICY IN THE MATTER CONCERNED
D20211304
•
27 januari 2022 pagina 2
Ongedateerde brief van u aan prof. dr. J.M.M. Uijlenbroek, bijzonder adviseur op het Ministerie BZK3
Los van deze documenten heb ik ook zelf enig onderzoek gedaan naar de Wet Basisregistratie Personen (hierna: Wet BRP) en de praktijk van inschrijving van personen in dat bevolkingsregister. Bronnen waarnaar ik in dit advies verwijs zijn overigens steeds online beschikbaar en worden door mij niet aan dit advies gehecht. Verder hebben wij elkaar op 14 januari 2022 uitgebreid telefonisch gesproken. Ik heb toen mijn algemene bevindingen met u gedeeld; die bevindingen zet ik in deze brief graag voor u op een rij.
1
INLEIDING 1.
Uw inspanningen zijn gericht op de situatie van EU-burgers die, vaak voor meerdere jaren, naar Nederland komen om te werken (hierna ook: EU-arbeidsmigranten). Uw Analyse spitst zich toe op de positie van EU-arbeidsmigranten die in Nederland langere tijd in (loon)dienst zijn via Nederlandse uitzendbureaus.4 Als daarvan sprake is, is Nederland naar Europees recht verantwoordelijk voor hun sociale voorzieningen. De EU-arbeidsmigranten hebben daar ook recht op en betalen er middels loonheffingen de benodigde premies voor. De Basisregistratie Personen (hierna: BRP) is het voorportaal voor diensten van de overheid, waaronder veel sociale voorzieningen. Uw heeft op basis van uw ervaringen geconstateerd dat EU-arbeidsmigranten doorgaans geen toegang krijgen tot de sociale voorzieningen waar zij recht op hebben (en voor betalen) omdat zij niet ingeschreven staan in de BRP. Uw Analyse spitst zich op dat laatste toe.
2.
De EU-arbeidsmigranten in kwestie zijn voornamelijk uit Oost-Europa afkomstig. Zij zijn de Nederlandse taal niet machtig en kennen het Nederlandse systeem niet. Ze zijn doorgaans ook niet op de hoogte van de rechten en verplichtingen die van toepassing zijn in hun verhouding tot de Nederlandse Staat. U constateert dat ze vaak ook niet weten dat, hoe en waarom zij zich moeten inschrijven. Evenmin zijn ze op de hoogte van hun recht op sociale voorzieningen en welke mogelijkheden dat stelsel hen biedt. Dit gebrek aan kennis maakt hun positie kwetsbaar.
3.
U constateert dat voor zover de EU-arbeidsmigranten hier wel over weten, het hen niet lukt om zich in de BRP in te schrijven. Dit omdat de gemeente met het oog op die inschrijving dan om documenten vraagt die ze niet hebben. Over het algemeen gaat het dan om een huur- of koopovereenkomst om de adresgegevens aan te tonen. U heeft mij uitgelegd dat EU-arbeidsmigranten niet beschikken over documenten ten aanzien van de huisvesting die voor hen wordt geregeld door de uitzendbureaus. Bij die stand van zaken weigert de gemeente om hen in te schrijven. Het resultaat daarvan is dat hen feitelijk ook de toegang wordt ontzegd tot de sociale voorzieningen waar zij recht op hebben (en middels premies ook voor betalen). In geval van
onvrijwillig baanverlies hebben zij dan geen vangnet5 en belanden ze met lege handen op straat, met alle gevolgen van dien. Deze problematiek speelt al lange tijd en is groter geworden in het kielzog van de coronapandemie en de weerslag ervan op de arbeidsmarkt. 4.
3
4
5
Uw doel is om bij te dragen aan een versteviging van de positie van EU-arbeidsmigranten in Nederland. In het bijzonder wilt u ervoor zorgen dat het voor hen mogelijk wordt om toegang te krijgen tot dat stelsel van sociale voorzieningen waarvoor Nederland op grond van het Europees recht moet zorgdragen. Los van de noodzaak tot informatievoorziening richting de EU-arbeidsmigranten over hun rechten daaromtrent, pleit u ook voor verandering in de systematiek van de BRP. Dit zodat EUarbeidsmigranten kunnen worden ingeschreven en in geval van
Uit andere berichten die ik van u ontving heb ik achterhaald dat het gaat om een e-mail die u hem op 3 november 2011 stuurde, in reactie op zijn e-mail aan u d.d. 2 november 2011. Zelfstandigen of bijvoorbeeld personen die vanuit een andere lidstaat worden gedetacheerd naar Nederland (en dus hier werken maar in een ander land in dienst zijn) vallen derhalve buiten het bestek van het onderhavige advies. Zie ook Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, ‘Geen tweederangsburgers: Aanbevelingen om misstanden bij arbeidsmigranten in Nederland tegen te gaan’, rapport 30 oktober 2020, par. 1.4.
D20211304
27 januari 2022 pagina 3
onvrijwillige werkeloosheid toegang kunnen krijgen tot sociale voorzieningen. Vanuit die positie kunnen zij dan op zoek naar vervangende arbeid en belanden zij niet met lege handen op straat. 5.
Met het oog op bovenstaande heeft u uw Analyse geschreven.
6.
De belangrijkste conclusie in uw Analyse, waarin ook de oplossing is gelegen die u aandraagt, is dat het Europees recht zou voorschrijven dat voor inschrijving in de BRP een burger slechts een geldig identiteitsbewijs of paspoort moet tonen, tezamen met een arbeidsovereenkomst voor zes maanden (of langer). U verwijst hiervoor naar artikel 8 van Richtlijn 2004/38/EG. Voor zover gemeenten om aanvullende informatie vragen en de inschrijving anders weigeren, handelen zij volgens u in strijd met wat het Europees recht voorschrijft. Aan die conclusie koppelt u ook uw oplossing: wijs gemeentes op die verplichting en als ze vervolgens blijven weigeren om over te gaan tot inschrijving, dient dat desnoods bij de rechter te worden afgedwongen.
7.
In het hiernavolgende zet ik eerst kort uiteen wat het Europees recht voorschrijft met betrekking tot het recht van EU-burgers op verblijf in een gastlidstaat en het recht op sociale voorzieningen van “werknemers”. Vervolgens ga ik in op de systematiek van de BRP en hoe de praktijk botst met het recht van EU-arbeidsmigranten op sociale voorzieningen in Nederland. Hieruit zal blijken dat uw Analyse op die punten klopt. Ik zal er vervolgens ook op ingaan dat uw standpunt dat artikel 8 van Richtlijn 2004/38/EG zijn toepassing vindt in verplichting tot inschrijving in de BRP, niet klopt. Met die constatering vervalt ook de oplossing die u in het verlengde daarvan in uw Analyse voorstelt op dat punt.
8.
Dat laat echter onverlet dat ik het met u eens ben dat de gemeentelijke praktijk met betrekking tot de BRP zoals u dat omschrijft en heeft ervaren, voor EU-arbeidsmigranten met zich meebrengt dat zij hun recht op sociale voorzieningen niet kunnen uitoefenen. Een oplossing is en blijft wenselijk. Met het oog daarop heb ik in dit advies ook een – zij het niet uitputtende – bespreking opgenomen van enkele ontwikkelingen ten aanzien van de BRP en de positie van EUarbeidsmigranten hier te lande.
2
BEOORDELING ANALYSE
2.1
Verblijfsrecht 9.
De Europese Unie is gegrond op de vier fundamentele vrijheden: een daarvan is het vrije verkeer van werknemers. EU-burgers hebben dus het recht om in een andere lidstaat te zijn. Indien een
EU-burger van de ene lidstaat rechtmatig in een andere lidstaat verblijft (hierna: gastlidstaat), moet die persoon gelijk worden behandeld als de eigen burgers van die gastlidstaat.6 10.
Aan een verblijf van maximaal drie maanden mag de gastlidstaat geen verdere voorwaarden verbinden dan het vereiste van een geldig identiteitsbewijs of paspoort. Dit wordt bepaald in artikel 6 van Richtlijn 2004/38/EG.7 Voor een langer verblijf in een gastlidstaat gelden wel voorwaarden. Artikel 7 lid 1 Richtlijn 2004/38/EG bepaalt daarover voor zover relevant het volgende: Iedere burger van de Unie heeft het recht gedurende meer dan drie maanden op het grondgebied van een andere lidstaat te verblijven: (a)
6
7
indien hij in het gastland werknemer of zelfstandige is,
Analyse, p. 1 (kopjes: EU-arbeidsmigranten, rechtsgrond, doelstellingen). Zie daarvoor art. 45 Werkingsverdrag alsmede o.a. artikel 15 van het EU Handvest. Richtlijn 2004/38/EG (Vrij verkeerrichtlijn), art. 6 lid 1: “Burgers van de Unie hebben het recht gedurende maximaal drie maanden op het grondgebied van een andere lidstaat te verblijven zonder andere voorwaarden of formaliteiten dan de verplichting in het bezit te zijn van een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort”
D20211304
27 januari 2022 pagina 4
(b)
indien hij voor zichzelf en voor zijn familieleden over voldoende bestaansmiddelen beschikt om te voorkomen dat zij tijdens hun verblijf ten laste komen van het socialebijstandsstelsel van het gastland, en over een verzekering beschikt die de ziektekosten in het gastland volledig dekt, of
(c)
- indien hij is ingeschreven aan een particuliere dan wel openbare instelling die door het gastland overeenkomstig de wetgeving of administratieve praktijk is erkend of wordt gefinancierd, om er als hoofdbezigheid een studie, daaronder begrepen een beroepsopleiding, te volgen; en -
(d)
11.
2.2
indien hij beschikt over een verzekering die de ziektekosten in het gastland volledig dekt, en hij de bevoegde nationale autoriteit, - door middel van een verklaring of van een gelijkwaardig middel van zijn keuze -, de zekerheid verschaft dat hij over voldoende middelen beschikt om te voorkomen dat hij of zijn familieleden tijdens zijn verblijf ten laste komen van het socialebijstandsstelsel van het gastland; of
indien hij een familielid is van een burger van de Unie die voldoet aan de voorwaarden onder (a), (b) of (c) en hij deze burger begeleidt of zich bij hem voegt.
Omdat mijn advies ziet op de positie van EU-arbeidsmigranten die hier werken in dienst van Nederlandse uitzendbureaus, beperk ik mij verder tot de positie van EU-burgers die “werknemer” zijn in de zin van artikel 7 lid 1 sub (a) Richtlijn 2004/38/EG.8 Recht op sociale voorzieningen
12.
Artikel 48 EU Werkingsverdrag biedt de grondslag voor het vaststellen van maatregelen met betrekking tot sociale zekerheid met het oog op het vrije verkeer van werknemers en ter waarborging van de rechten van de EU-arbeidsmigranten.
13.
“Werknemers” in de zin van artikel 7 lid 1 sub (a) Richtlijn 2004/38/EG hebben recht op sociale voorzieningen. Het Europees recht bepaalt in dit verband dat een EU-burger steeds in één lidstaat
is aangesloten voor sociale zekerheid en ook maar aan één land daarvoor de premies betaalt.9 Dit is neergelegd in artikel 11 lid 1 EU Verordening 883/2004: “Degenen op wie deze verordening van toepassing is, zijn slechts aan de wetgeving van één lidstaat onderworpen. Welke die wetgeving is, wordt overeenkomstig deze titel vastgesteld.” 14.
8
9
Voorts bepaalt artikel 11 lid 3 (a) Verordening (EG) 883/2004 dat de socialezekerheidswetgeving van het land waar de betrokkene al dan niet in loondienst werkt, van toepassing is. Om te bepalen of iemand ‘al dan niet in loondienst werkt’, moet worden gekeken naar de definities uit artikel 1 sub (a) en (b) van Verordening (EG) 883/2004. Sub (a) definieert werkzaamheden in loondienst als “werkzaamheden of daarmee gelijkgestelde situaties die als zodanig worden beschouwd voor de toepassing van de socialezekerheidswetgeving van de lidstaat waar die werkzaamheden
Zelfstandigen of bijvoorbeeld personen die vanuit een andere lidstaat worden gedetacheerd naar Nederland (en dus hier werken maar in een ander land in dienst zijn) vallen derhalve buiten het bestek van het onderhavige advies. Zie ook het ongedateerde document van ‘Uw Europa Advies’, p. 2. Tevens geciteerd op p. 2 van de Analyse. Zie verder EU Verordening 883/2004, preambule nr. 15-17,
D20211304
27 januari 2022 pagina 5
worden verricht, of waar die gelijkgestelde situaties zich voordoen”.10 In dat kader vindt via loonheffing afdracht plaats aan die lidstaat, teneinde deze sociale voorzieningen te bekostigen.11 Gelijke behandeling is overigens ook hier de regel.12 15.
Het Europees recht schrijft dus inderdaad voor dat als een EU-arbeidsmigrant hier voor Nederlandse uitzendbureaus werkt, de socialezekerheidswetgeving van Nederland op die persoon van toepassing is.
16.
U constateert dat EU-arbeidsmigranten die onvrijwillig werkeloos geraken doorgaans direct met lege handen op straat belanden en het land uit moeten. Feit is echter dat het Europeesrechtelijk systeem juist zo is ingericht om dat te voorkomen. Het Europees recht bepaalt dat een EUarbeidsmigrant die onvrijwillig werkeloos geraakt, de status van “werknemer” nog enige tijd behoudt mét recht op (bepaalde) sociale voorzieningen. Mits de betrokkene voldoet aan bepaalde voorwaarden, loopt dit door tot ten minste zes maanden nadat de laatste baan in de gastlidstaat is geëindigd. Die voorwaarden staan in artikel 7 lid 3 van Richtlijn 2004/38/EG: Voor de toepassing van lid 1, onder (a), behoudt een burger van de Unie die niet langer werknemer of zelfstandige is, in de volgende gevallen zijn status van werknemer of zelfstandige: (a)
hij is als gevolg van ziekte of ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt;
(b)
hij bevindt zich, na ten minste één jaar te hebben gewerkt, in naar behoren vastgestelde onvrijwillige werkloosheid en heeft zich als werkzoekende bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening ingeschreven;
(c)
hij bevindt zich in een toestand van naar behoren vastgestelde onvrijwillige werkloosheid na afloop van een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor minder dan één jaar of hij is in de eerste twaalf maanden onvrijwillig werkloos geworden en heeft zich als werkzoekende bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening ingeschreven. In dit geval blijft de status van werknemer ten minste zes maanden behouden;
(d)
hij start met een beroepsopleiding. Behalve in geval van onvrijwillige werkloosheid is voor het behoud van de status van werknemer in dit geval een verband vereist tussen de voorafgaande beroepsactiviteit en deze opleiding.
(Relevant voor het onderhavige advies zijn dan sub (b) voor EU-arbeidsmigranten die langer dan één jaar in Nederland werken, en sub (c) voor EU-arbeidsmigranten die minder dan een jaar in Nederland werken.) 17.
10
Zoals u in uw Analyse terecht schrijft, komt het er dus op neer dat als een EU-arbeidsmigrant onvrijwillig werkeloos geraakt, zich als werkzoekende inschrijft en zich ervoor inspant vervangend werk te vinden, die persoon ten minste zes maanden aanspraak behoudt op sociale voorzieningen. Dit bevestigde ook de heer Genton van de Europese Commissie aan u:
Art. 1 sub (a) EU Verordening 883/2004. Volgens toelichting van de Nederlandse belastingdienst is iemand in Nederland ‘werkzaam in loondienst’ als diegene verzekerd is voor de Nederlandse werknemersverzekeringen, zie daarvoor de website van de Belastingdienst, rubriek ‘Toelichting Europese basisverordening sociale zekerheid’, april 2010, p. 17-18. 11 Een bespreking van de toepasselijke nationale wet- en regelgeving aangaande de premies t.b.v. het socialezekerheidsstelsel in Nederland valt buiten het bestek van het onderhavige advies. 12 EG Verordening 883/2004, artikel 4: “Tenzij in deze verordening anders bepaald, hebben personen op wie de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van elke lidstaat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat.”
D20211304 6
27 januari 2022 pagina
“The residence and social rights of involuntarily unemployed EU workers in the host Member State, including the retention of the status of ‘worker’, were interpreted and explained by the Court of Justice of the EU in the ‘Alimanovic case’. Dismissed workers retain the residence right and the status of worker – with the entitlement of being provided national minimum subsistence income if they do not have another sufficient income or savings – for at least six months after their last employment had ended in the host Member State if they are registered as job seekers and actively cooperate with national employment office.”13 18.
Volledigheidshalve merk ik hier op dat voor zover gesteld zou worden dat een beroep op sociale voorzieningen reden kan zijn voor beëindiging van het verblijfsrecht, dat niet klopt. Artikel 14 lid 1, Richtlijn 2004/38/EG schrijft weliswaar voor dat EU-burgers hun verblijfsrecht in een gastlidstaat behouden zo lang zij geen “onredelijke belasting vormen voor het socialebijstandsstelsel van het gastland”. Een beroep op sociale voorzieningen levert op zichzelf echter geen ‘onredelijke belasting’ op van dat het socialebijstandsstelsel die reden kan zijn voor beëindiging van het verblijfsrecht.14 Een EU-burger die in een gastland verblijft en aldaar (nog) de status van “werknemer” heeft zoals hier aan de orde, is op grond van artikel 14 lid 3 juist uitgezonderd van de regel in artikellid 1. Werkeloosheid van een EU-arbeidsmigrant levert dus geen reden op om diens verblijfsrecht zonder meer te beëindigen.
19.
Resumerend is het systeem zo ingericht dat het de mogelijkheden voor EU-burgers om in andere lidstaten werk te zoeken bevordert. Het voorziet er in dat verband in dat EU-arbeidsmigranten in geval van onvrijwillige werkloosheid niet meteen met lege handen staan in hun gastlidstaat. Integendeel, de gastlidstaat is verplicht om binnen bepaalde (wettelijke) grenzen te voorzien in een sociaal vangnet voor deze personen zodat zij ook de ruimte hebben om vervangend werk te zoeken.
EU-ARBEIDSMIGRANTEN Begripsomschrijving volgens Europese Unie: Het zijn de Inwoners van EU-lidstaten die gebruik maken van een (1) van de vier vrijheden van EU-burgers, zijnde het vrije verkeer van werknemers. Dit omvat het reis- en verblijfsrecht van werknemers, het inreis- en verblijfsrecht van familieleden en het recht om in een andere EU-lidstaat te werken en op gelijke voet met de onderdanen van die lidstaat te worden behandeld. Alleen voor betrekkingen in overheidsdienst kunnen er beperkingen gelden. Rechtsgrond Artikel 3, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU); artikel 4, lid 2, punt a), en de artikelen 20, 26 en 45 tot en met 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Doelstellingen Het vrije verkeer van werknemers geldt sinds de oprichting van de EU; 1 van de grondbeginselen van de EU. Dit beginsel is vastgelegd in artikel 45 VWEU en geldt als een fundamenteel recht van werknemers. Artikel 45 VWEU houdt in dat elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit, wat betreft werkgelegenheid, beloning en overige arbeidsvoorwaarden, wordt afgeschaft.
QUOTE EUROPESE COMMISSIE; DIRECTORAAT-GENERAAL VOOR DE WERKGELEGENHEID, SOCIALE ZAKEN EN INCLUSIE Overeenkomstig het in artikel 45 VWEU neergelegde beginsel van vrij verkeer van werknemers en het beginsel van gelijke behandeling en non-discriminatie hebben EU-burgers het recht om werk, met inbegrip van werk van korte duur of seizoenarbeid, in een andere lidstaat te zoeken, en dezelfde bijstand van de nationale arbeidsbureaus te ontvangen en onder dezelfde voorwaarden als onderdanen van het gastland te gaan werken. Eenmaal in dienst, zijn zij onderworpen aan de wetten en collectieve overeenkomsten van de ontvangende lidstaat en moeten zij hetzelfde worden behandeld als de eigen onderdanen wat betreft hun arbeidsvoorwaarden, met inbegrip van beloning, ontslag en veiligheid en gezondheid op het werk. Zij hebben ook recht op toegang tot dezelfde sociale en fiscale voordelen als onderdanen. Indien zij onvrijwillig werkloos worden, behouden zij gedurende ten minste zes maanden de hoedanigheid van werknemer in het gastland, op voorwaarde dat zij zich inschrijven bij de diensten voor arbeidsvoorziening van het gastland. De verblijfs- en sociale rechten van onvrijwillig werkloze EU-werknemers in het gastland, met inbegrip van het behoud van de status van "werknemer", werden geïnterpreteerd en toegelicht door het Hof van Justitie van de EU in de "zaak Alimanovic".
Ontslagen werknemers behouden het verblijfsrecht en de status van werknemer – met het recht op een nationaal bestaansminimum als zij niet over een ander toereikend inkomen of spaargeld beschikken – gedurende ten minste zes maanden nadat hun laatste baan in het gastland was geëindigd, dit indien zij als werkzoekende zijn geregistreerd en actief samenwerken met het nationale arbeidsbureau. Geachte heer Meijboom, de Europese Commissie is zich ervan bewust dat de hierboven beschreven rechten van mobiele EU-werknemers soms niet worden gerespecteerd door werkgevers of inleners. De handhaving van de rechten op nationaal, lokaal en individueel niveau in concrete arbeidsrelaties blijft een probleem. De toepassing en handhaving van EU- en nationaal recht (eventueel tot uitvoering van EU-wetgeving) valt echter in de eerste plaats onder de bevoegdheid van de nationale bevoegde instellingen en rechtbanken. EINDE QUOTE Hiermee zijn werkgevers, de uitzendorganisaties, verantwoordelijk zijn voor haar EU-werkers, voor wat betreft beloning en arbeidsomstandigheden, en waar het gaat om het recht op toegang tot sociale wetgeving en – faciliteiten. Zij dient haar EU-werknemers te wijzen op haar rechten, bijvoorbeeld in geval van onvrijwillige werkeloosheid bij einde overeenkomst of tussentijdse opzegging van overeenkomst (ontslag) door te wijzen op correcte procedure en opties.
De werkgever betaalt het loon uit in Nederland, inclusief de afdrachten voor de sociale wetgeving. Daarmee voldoet de werkgever in die zin aan wat de Europese wet van haar vraagt. Waar het gaat om de implementatie van de sociale wetgeving schrijft de EU als volgt voor:
QUOTE De wetgeving betreffende de coördinatie van de sociale zekerheid binnen de EU/EER landen en Zwitserland zorgt ervoor dat men altijd maar in één land aangesloten kan zijn voor de sociale zekerheid en dat men maar in één land premies moet betalen voor de sociale zekerheid. De EU-verordeningen betreffende de coördinatie van de sociale zekerheid nr. 883/2004 en nr. 987/2009 gaan uit van het fysieke begrip "werk", d.w.z. dat de lidstaat waar het werk fysiek wordt verricht, verantwoordelijk is voor de sociale zekerheid van de werknemers. EINDE QUOTE AANSPRAAK Om in Nederland aanspraak te kunnen maken op sociale voorzieningen en faciliteiten dient men ingeschreven te zijn in de Basis Registratie Personen van de gemeente waar men verblijft. Indien duidelijk is dat het verblijf langere periode betreft dan 4 maanden dan per direct in laten schrijven in de BRP. Realiteit is dat werkgevers, noch de gemeente die informatie niet geven. Bij onvrijwillige werkeloosheid wordt per direct het verblijf ontzegd, dit in strijd met EU-wetgeving. Daarbij weigeren veel gemeenten de inschrijving. Van de ongeveer 175.000 arbeidsmigranten die in Nederland werken in de distributie, tuinbouw e.d., met arbeidsovereenkomst van 6 maanden is nog geen 5% opgenomen in de BRP. Gemeenten vragen bijvoorbeeld om huurovereenkomst die men niet kan tonen. EUROPA ADVIES DESGEVRAAGD.
QUOTE: Eerst en vooral, een EU-burger die in Nederland komt werken is verplicht zich in te schrijven bij de bevoegde autoriteit binnen vier maanden na aankomst. Wanneer men zich inschrijft, krijgt men een bewijs van inschrijving. Dit bevestigt dat men het recht op verblijf heeft. Het gemeentehuis neemt deze taak waar voor de Immigratie en Naturalisatiedienst in Nederland. De EU-burger moet daarvoor de volgende documenten overleggen: -- een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort; -- een werkgeversverklaring of arbeidscontract. De gemeente mag geen andere documenten eisen voor de inschrijving. Dit is bepaald in Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden - https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=celex%3A02004L0038- 20110616 Zie met name Artikel 8, lid 3, onder Administratieve formaliteiten voor burgers van de Unie: Voor de afgifte van de verklaring van inschrijving kunnen de lidstaten slechts verlangen: — ten aanzien van een burger van de Unie die valt onder artikel 7, lid 1, onder a), dat hij een geldige identiteitskaart of een geldig paspoort overlegt alsmede een verklaring van indienstneming of tewerkstelling, dan wel bewijs dat hij zelfstandige is. EINDE QUOTE
ALLES KOMT SAMEN BIJ DE GEMEENTE; DAAR LIGT DE OPLOSSING, IN SAMENWERKING MET WERKGEVERS Ten behoeve van de economische ontwikkeling van de gemeente worden bedrijventerreinen ingericht met oog op behoud en bevordering van werkgelegenheid en economie. Bedrijven zijn afhankelijk van uitzendorganisaties. Zij voorzien op maat van de dagelijkse behoefte de inzet van medewerkers. Leveren van voldoende mankracht en werkuren, plus woon-werkverkeer, voorzien in het verblijf. EU-wetgeving schrijft voor aan de werkgevers dat zij de plicht heeft te voldoen aan onder andere de zekerheid inzake sociale wetgeving, i.c. het non-discriminatiebeginsel. Dat houdt voor Nederland in dat ten behoeve van de aanspraak op haar rechten de Basis Registratie Personen vereist is. Geen registratie BRP betekent in Nederland geen recht op sociale voorzieningen. Gevolg is dakloosheid als bijkomend maatschappelijk, zelf gecreëerd probleem. Op grond van het gelijkheidsbeginsel mag een gemeente de inschrijving van een arbeidsmigrant die beschikt over geldige ID en arbeidsovereenkomst van 6 maanden niet weigeren. Gemeenten verhinderen door geen inschrijvingen BRP van arbeidsmigranten de eventuele aanspraak op de rechten van de werknemers van een organisatie. Een positie die de gemeente niet is gegeven omdat zij direct handelt in strijd met het non-discriminatiebeginsel zoals omschreven in de EU-wetgeving.
Deze juridische analyse als vertrekpunt om gesprek aan te gaan met verantwoordelijk wethouder over consequenties en opties. MrGert is niet uit op confrontatie, wel op contact op zakelijke gronden. Tegelijkertijd indien wethouder, verantwoordelijk beleidsambtenaar niet wenst te reageren dan behoud MrGert het recht om via tussenkomst van de voorzieningenrechter positie en uitspraak af te dwingen. REACTIE MINISTERIE VIA DE MAIL
Van: Uijlenbroek, Jaap Verzonden: dinsdag 2 november 2021 13:43 Aan: Gert Meijboom Onderwerp: RE: arbeidsmigranten Geachte heer Meijboom, Ik heb uw email via-via ontvangen en doorgestuurd naar de heer Roemer. Hij heeft kennis genomen van uw email en mij gevraagd namens hem contact met u op te nemen. We delen uw juridische analyse, constateren ook dat een groot verschil bestaat tussen het hebben van rechten en het effectief kunnen uitoefenen van deze rechten. Juist doordat arbeidsmigranten een relatief kwetsbare groep zijn en een afhankelijke positie hebben op de arbeidsmarkt, is het voor hun moeilijk om hun rechten te effectueren. Het brede advies uitgebracht door de heer Roemer schenkt hier ook expliciet aandacht aan, naast vele andere aspecten. Het advies is door het kabinet overgenomen, maar op enkele onderdelen laat het demissionaire kabinet verdere besluitvorming aan het nieuwe kabinet, waarbij nieuwe wetgeving nu al wel wordt voorbereidt. Met vriendelijke groet, Jaap Uijlenbroek Prof. dr. J.J.M. (Jaap) Uijlenbroek, Bijzonder adviseur Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
REACTIE: Het is niet omdat zij arbeidsmigrant zijn dat zij kwetsbaar zijn; oorzaak is ontbreken van informatie aan die groep. Bovendien heb je je gewoon te houden aan de huidige wetgeving zolang er geen andere wetgeving is die in overeenstemming is met Europese wetgeving.
BELEIDSCONCEPT ARBEIDSMIGRANTEN. 1. Inleiding Adviesorganisatie MrGert opgericht met als doel dat er verantwoordelijkheid wordt genomen voor de status en positie van de arbeidsmigranten, door zowel werkgevers als gemeenten. De ogen sluiten voor de (dagelijkse) realiteit van arbeidsmigranten als de tijdelijke bewoners van de Nederlandse gemeenten is een laakbare houding in strijd met de rechten van de mens en de vigerende EU-wetgeving. Het is met inzet van veel tijd, energie, moeite, volhouden, research en met de noodzakelijke contacten dat ik als MrGert in staat ben analyse te presenteren die tevens geldt als de basis van een beleidsnota voor de lokale overheden en als de noodzakelijke en verplichte informatie voor de werkgevers die daarmee voldoen aan wat de EU vraagt en eist in onze relatie met deze EUwerknemers. Beleidsnota toont dat de gemeente vooraanstaande rol heeft waar het gaat om de verantwoordelijkheid ten aanzien van formele en wettelijke positie en status van de arbeidsmigranten als EU-burgers in Nederland en als de tijdelijke inwoners van de gemeente, specifiek waar het gaat om haar rechten inzake de socialezekerheidswetgeving. Juridische analyse opgemaakt op basis van de Europese wetgeving inzake VWEU.
De correctheid van de juridische analyse bevestigd door de bijzonder adviseur van het ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de professor doctor Jaap Uijlenbroek en de heer Emile Roemer, voorzitter van het aanjaagteam. Het advocatenkantoor gespecialiseerd in EU-wetgeving, Prakken d’Oliveira te Amsterdam heeft bij verklaring van de advocaat mr. Brechtje Vossenberg vervolgens op basis van de door mij geleverde gegevens en eigen onderzoek de correctheid van de analyse bevestigd.
2. Expertise De expertise opgedaan door jarenlange ervaringen aan de hand van de realiteit van het verblijf van dagelijks tot 9000 arbeidsmigranten op tientallen locaties en gedurende groot aantal jaren. Contacten met gemeenten, of juist de bewuste afzijdigheid van nog meer gemeenten; werkgevers gericht op de inzet en prestaties, huisvestingsorganisaties gericht op rendement. De arbeidsmigrant als bewoner met rechten op basis van het EU-verdrag werd en wordt door niemand erkend, gezien, noch gehoord. Begonnen als werknemer in dienst van een organisatie die haar onroerend goed te huur aanbood aan een bemiddelingsorganisatie die in opdracht van het uitzendbureau op zoek ging naar bedden in de diverse regio’s in Nederland. Taak was toe te zien op het behoud van de kwaliteit van het onroerend goed, controle op hoe deze groep mensen gebruik maakte van de woongelegenheid. De eigenaar van het onroerend goed ontving een afgesproken vergoeding gebaseerd op het aantal beschikbare bedden per week. Inclusief een 6-wekelijks rapport met daarin opgenomen de te vervangen items, eventuele beschadigingen en vooral aan wie de kosten van herstel werden toegerekend, betrof het gebruikersschade of vernieling. Repeterende discussies. Aan de hand van die lijst beoordeelde ik de schade, vermissing en zorgde voor de afhandeling.
Niet veel later bezocht ik alle locaties per week, leerde zodoende de bewoners kennen. Er wordt aan alles gedacht. De huisvesting compleet; internet, tv, ingericht, gemeubileerd, alles wat je zelf moet meenemen zijn persoonlijke zaken. De verplichte zorgverzekering via de collectieve overeenkomst via de werkgever, woon-werkverkeer, duidelijk zichtbare huisregels in het Engels en het Pools, wat kon daar nu misgaan. Bleek dat buiten het werk om ik de enige was met wie zij contact hadden als bewoners, als mensen. Ik liet mijn telefoonnummer achter en vertelde dat zij mij mochten bellen, met dien verstande als zij mij ’s-avonds zouden willen bellen dat het dan toch wel ergens over moest gaan. Zo kwam het voor dat er met 6 personen maar 2 huissleutels beschikbaar waren, ging de telefoon: Ik kom net thuis, ik heb geen sleutel, niemand thuis, sta hier met boodschappen; stapte in mijn auto en ging de deur opendoen. Ik woon hier samen met mijn vriend maar onze relatie is voorbij en ik wil niet meer met hem op 1 slaapkamer liggen. Stapte in de auto, ruilde 2 mensen van huis, zij sliep niet meer in hetzelfde huis. Sociaal/maatschappelijke communicatie op niveau van het verblijf; eerlijk, open, duidelijk. Het voorkwam lang niet alles, maar wel veel. Vanuit die organisatie team van 30 begeleiders opgebouwd die op locaties in Nederland zorgde voor de begeleiding van arbeidsmigranten.
Voor een deel in opdracht van de eigenaren van het onroerend goed, voor een deel in opdracht van het uitzendbureau, de 1 omwille van toezicht op kwaliteit van de woning, de ander om een accuraat overzicht te hebben van het aantal lege en dus beschikbare bedden. Resulteerde in geregistreerde verblijven van totaal rond de 70.000 arbeidsmigranten op honderden locaties in Nederland. Registratie die zeer van pas kwam. Geconfronteerd met teveel fatale incidenten van verdrinkingen, zelfmoorden, overdosis, geweld, verkeersongevallen, daar was de behoefte aan identificatie; ook van mensen van de straat opgenomen in de crisisopvang, enzovoort.
Bungalowpark van organisatie Roompot verhuurde ook aan arbeidsmigranten, op die manier werd levensduur van afgeschreven vakantiebungalows verlengd tegen aantrekkelijk rendement van vaste jaaromzet, tegelijkertijd wenste men deze bewoners niet bij de eigen receptie. Wekelijks terugkerend issue de vrijdagavondlijst van de uitzendorganisaties met daarin de vertrekken van vrijdagavond/zaterdag en de aankomsten op zondag. Wie op de vertreklijst stond moest de locatie verlaten om plaats te maken voor de aankomsten. De aankomsten werden tot aan de poort gebracht met busjes, met grote haast want nog veel meer locaties voor de boeg en voor 8 uur moesten alle resultaten van de aankomsten digitaal verwerkt zijn voor de planning van de volgende dag. De vertrekken. Te veel en te vaak jonge mensen gezien met koffers en tassen, op straat, geen idee wat te doen, waarheen, hoe, wat. Meneer weet u waar ik vannacht zou kunnen slapen? Vaak vonden we wel voor een nacht, of twee, nog een bed en dan gingen ze weg, meestal opgehaald door een vriend, kennis, waarnaartoe, geen idee. Dit was, en is nog steeds actueel, er is helemaal niets waarop zij terug kunnen vallen, noch de werkgever, noch de verhuurder, noch de gemeente acht zich daartoe verantwoordelijk.
Het gaat vooral over jonge mensen die meestal ingezet worden voor ongeschoold werk, zolang je bevalt mag je blijven, zonder opgaaf van reden kan per dag de arbeidsovereenkomst worden ontbonden. Deze sociaal/maatschappelijke dienstverlening werd betaald via een tarief van ongeveer 50% van het uurloon; per week, per bed, rond de € 5,50, Roompot betaalde nog niet de helft. Eenmaal de zaak onder controle en rustig achtte men de inzet niet langer noodzakelijk, op dit moment bestaat de organisatie niet meer en wordt het opgevangen door bijvoorbeeld uitzendorganisaties zelf. Dan gaat het weer om de arbeidsmigrant als werknemer, niet als bewoner. Steeds meer drong zich de vraag aan mij op: kon dit allemaal zomaar. Al heel snel bleek, natuurlijk niet. U gaat lezen waar de verantwoordelijkheid formeel rust, welke rechten er zijn, wat de status is, welke plichten er zijn en vooral, waar de oplossing ligt. Niet alleen voor deze EU-burgers, ook voor de verhuurders, de werkgevers, de lokale autoriteiten, de Nederlandse wetgever.
3. Research Dit beleidsplan is tot stand gekomen dankzij uitgebreide research. Met bijdragen van de Europese Commissie, te weten het directoraat-generaal voor de werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie. De formele omschrijvingen van de positie van de arbeidsmigrant, verwijzing naar precedent van het Europese hof. Alimanovic zaak. Bijdrage van het orgaan Europa Advies over de exacte voorwaarden betreffende de sociale zekerheidsstelling met verwijzing naar de relevante wetsartikelen en omschrijving. Bijdrage van het ministerie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voorwaarden inschrijving in de Basis Registratie Personen. Deze research leidde tot juridische analyse die is verzonden naar ministeries BZK en SZW. Per 23 augustus mail naar alle gemeenten met verwijzing naar haar verplichtingen. Gespecialiseerd advocatenkantoor die aan de hand van de research, eigen onderzoek komt tot de bevestiging van de correctheid van de juridische analyse. Het biedt voldoende informatie om als organisatie MrGert mij te kunnen wenden tot de lokale autoriteiten om hen op de hoogte te brengen van haar verantwoordelijkheden. Dat is niet genoeg. Het is alleen maar storm en onrust als je tegelijkertijd niet komt met oplossing die in overeenstemming is met de wetgeving.
Het gaat niet om publiciteit rond het onderwerp van de moderne slavernij, maar juist om de inrichting van een gezonde toekomst. Voor alle betrokken partijen en organisaties en voor de arbeidsmigranten. U treft aan de juridische analyse waarop beleidsplan is gebouwd, inclusief de verplichte informatie naar de arbeidsmigranten als de EU-burgers die in Nederland wonen en werken. Het is aan de hand van deze informatie dat zij leren wie zij zijn in Nederland, welke rechten, plichten, procedures er zijn met betrekking tot het socialezekerheidsstelsel waar zij onder voorwaarden aanspraak op mogen maken. Beschikbaar in 4 talen: Nederlands, Engels, Pools, Roemeens.