CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.82 RIB Gewijzigd vaststellen Bopa-beleid v.w.b. hfd 2 buitenplanse afwijkingsbevoegdheid en hfd 4 kleine windmolens

Raadsvergadering 3 juni 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college2.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF

VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR

de gemeenteraad

CC DATUM ONDERWERP

1 april 2025 Gewijzigd vaststellen Bopa-beleid voor wat betreft hoofdstuk 2 buitenplanse afwijkingsbevoegdheid en hoofdstuk 4 kleine windmolens

Beste meneer, mevrouw, Op 31 januari 2023 heeft u de beleidsnotitie kleine windmolens vastgesteld en daarbij de wens uitgesproken om deze te evalueren. In de Raadsinformatiebrief van 19 oktober 2023 zijn toezeggingen gedaan om deze evaluatie uit te voeren. Met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 zijn de beleidsregels voor kleine windmolens opgenomen in hoofdstuk 4 van het Bopa-beleid. Hierdoor is het (gewijzigd) vaststellen van het Bopa-beleid een collegebevoegdheid geworden. De beleidsnotitie kleine windmolens heeft van 20 februari tot 2 april ter inzage gelegen, waarbij 13 inspraakreacties zijn ontvangen en beantwoord in een nota van beantwoording. In de Raadsinformatiebrief van 22 oktober 2024 bent u geïnformeerd over de voorgestelde wijzigingen in de beleidsnotitie kleine windmolens. Op 7 januari 2025 heeft het college de voorgestelde wijzigingen aan u gepresenteerd in een beeldvormende raadsbijeenkomst. Het gaat om de volgende wijzigingen:  Het loslaten van de voorwaarde dat eerst zonnepanelen op het dak moeten worden geplaatst voordat een windmolen mag worden geplaatst.  Het toestaan dat windmolens naast elkaar mogen worden geplaatst in plaats van alleen achter elkaar. Tijdens de oordeelsvormende raadsbijeenkomst van 14 januari 2025 heeft u uw wensen en bedenkingen geuit met betrekking tot het beleid inzake kleine windmolens.

Naar aanleiding hiervan heeft het college besloten de voorgestelde wijzigingen, zoals hierboven beschreven, in het beleid aan te passen. U vindt de aanpassingen in de bijlage "Lijst beantwoording wensen-en bedenkingen kleine windmolens" in de laatste kolom ("Eventuele aanpassing”). Daarnaast is, op basis van een bedenking over de langetermijneffecten, een extra algemene voorwaarde toegevoegd. De volgende zin wordt opgenomen in de algemene voorwaarden: Binnen één jaar nadat een kleinschalige windturbine definitief buiten gebruik is gesteld, deze bovengrondse constructie met de bijbehorende voorzieningen wordt verwijderd.

Bijlage RIB: Lijst beantwoording wensen en bedenkingen kleine windmolens Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

1279390 / 1550573 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

J. Hennip

ir. J. Beenakker

pag. 2/2

Wensen en bedenkingen BOPA-beleid Kleine Windmolens Definitieve lijst na oordeelsvorming 14 januari 2025

Nr

Fractie

Pagina

1

VVD

22

Hoofdstuk/ paragraaf/ tussenkop

2

CDA

47

3

VGBK

22

hoofdstuk 4 paragraaf 5. uitwerking beleid. 5.1.f.

wens

4

VVD

22

Hoofdstuk 4, paragraaf 5. Uitwerking beleid. 5.1.f

wens

5

SGP

47

Hoofdstuk 4: 5.1 algemene voorwaarden wens

6

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

7

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

8

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

(graag zo concreet mogelijk)

Hoofdstuk 4, paragraaf 5. Uitwerking beleid, 5.1.a

Wens of bedenking wens

Inhoud wens of bedenking

Reactie college

Eventuele aanpassing

In de praktijk blijkt dat het Geen niet haalbaar is om een motivering aan te leveren. Om ervoor te zorgen dat een versoepeling plaatsvindt van de koppeling tussen zon op dak is het nodig om de tekst beperkt te houden. Het college zal de Raad Geen op de hoogte houden van de meest recente ontwikkelingen met betrekking tot het provinciale beleid rondom kleine windmolens. Op dit maximale masthoogte moment is er een Blijf de ontwikkelingen rondom de provinciale regelgeving voor kleine internetconsultatie over d windmolens nauwgezet volgen. Kom bij de Raad terug zodra het e herziening van het provinciale beleid is gewijzigd en onderzoek samen met de Raad of, Omgevingsbeleid 2025 en in welke mate, de maximale masthoogte kan worden verhoogd. van de provincie ZuidDit draagt bij aan een toekomstbestendige en flexibele invulling van Holland. Hierin komt naar het beleid. voren dat de maximale ashoogte wordt verruimd naar maximaal 25 meter op agrarische bouwpercelen. In de planning komt naar voren dat de vaststelling van dit Omgevinsbeleid in april 2026 zal zijn. De plaatsing van kleine Geen naast elkaar of in een lijn windmolens binnen het het geel geacceerde (of naast elkaarin lijn met de weg) vervangen voor: tenzij het bouwvlak wordt overschreden kan naast elkaar in lijn bouwvlak is geregeld in 5.2, 5.3 en 5.4 van het met de weg worden toegestaan beleid kleine windmolens.

Zie reactie onder 3. Geen naast elkaar of in een lijn De laatste zin bij de tekst van optie f. aan te vullen: "Uitgangspunt is dat bij plaatsing van (maximaal) twee windmolens deze achter elkaar worden geplaatst in lijn met de hoofdrichting van de huidige bebouwing en het landschap.Tenzij de beschikbare ruimte op het erf dit niet toelaat; in dat geval mogen ze naast elkaar worden geplaatst." zonnepanelen De tekst bij optie a. iets meer richting geven. De zin wordt dan: "Het verdient de voorkeur om in de eigen energiebehoefte te voorzien door middel van zonnepanelen op het dak. De mogelijkheden hiertoe moeten zijn verkend. Indien aanvullende maatregelen wenselijk zijn, kan de plaatsing van een kleine windmolen in aanmerking komen."

Het beleid heeft Geen betrekking op de plaatsing van windmolens buiten bestaand stads-en dorpsgebied. Deze wens valt buiten de scope van dit beleid. De Raad kan in de Omgevingsvisie richting geven aan plaatsing van windwokkels binnen BSD. Het beleid kleine Geen Vogels en vleermuizen windmolens gaat uit van Plaats windmolens niet in het verlengde van of nabij houtsingels en bomen. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen bestaande regelgeving gebaseerd op gefundeerd beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast onderzoek. Onderzoeken toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit naar effecten van onderzoek van Poerink et al (2023): “Vleermuizen foerageren bij windmolens, waaronder voorkeur langs houtsingels en nabij houtopstand. Indien een windmolen dichtbij of in het verlengde van een bomenrij is geplaatst, naar ecologie zullen blijven plaatsvinden. bestaat er een verhoogde kans dat vleermuizen daarbij ook in de Zodra hier landelijk andere rotorzone van de kleine windmolen terechtkomen. Om dit te inzichten over zijn en voorkomen kunnen kleine windmolens het beste op grotere afstand beleid wordt aangepast, (>20 m) van dergelijke landschapselementen worden geplaatst. Dit wordt ons gemeentelijke verkleint waarschijnlijk de kans op slachtoffers.” beleid hier ook op beoordeeld. Zie de reactie onder 6.

Geen Vogels en vleermuizen Onze bedenking is om het vervolgonderzoek naar de effecten van kleine windmolens op vogels en vleermuizen af te wachten alvorens het beleid aan te passen. Uit rondvraag hebben wij begrepen dat uiterlijk Q1 2025 een rapportage verschijnt met daarin de resultaten van twee jaar vervolgonderzoek naar de effecten van kleine windmolens op vogels en vleermuizen. Nieuwe inzichten kunnen dus elk moment verschijnen en daarom vinden wij het verstandiger deze korte periode te wachten. Zijn agrariërs er niet mee gebaat dat we als gemeente het wetenschappelijke onderzoek afwachten en het beleid daarop aanpassen zodat het beleid niet over een paar maanden weer op de schop hoeft? Windwokkels Het onder strikte voorwaarden toestaan van windwokkels binnen de bebouwde kom. Bijv. op daken van appartementengebouwen, etc.

Zie de reactie onder 6. Vogels en vleermuizen Plaats windmolens buiten het bouwblok. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): "Op en rond een bouwblok van een boerderij is meer activiteit van boerenerfvogels te verwachten dan daarbuiten. Doorgaans is het landschap buiten het bouwblok opener van karakter en is het minder aantrekkelijk voor boerenerfvogels om daar te broeden of te foerageren. Hetzelfde geldt voor vleermuizen omdat rond de boerderij en erfbeplanting meer insecten voorkomen. Zeker in open landschappen kan het bouwblok op dagen met veel wind ook zorgen voor een concentratie van insecten door de luwte binnen het bouwblok. De concentratie van insecten zorgt ervoor dat vleermuizen bij voorkeur in het bouwblok foerageren en daardoor een grotere kans hebben op aanvaring met een kleine windmolen."

Geen

Wensen en bedenkingen BOPA-beleid Kleine Windmolens Definitieve lijst na oordeelsvorming 14 januari 2025

Nr

Fractie

Pagina

Hoofdstuk/ paragraaf/ tussenkop

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

Wens of bedenking wens

Inhoud wens of bedenking

9

Zie de reactie onder 6. Vogels en vleermuizen Plaats windmolens niet nabij vliegroutes / uitvliegopeningen van gebouwen. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): “Gebouwbewonende vogelsoorten, zoals kerkuilen, torenvalken, spreeuwen, huis- en boerenzwaluwen vliegen vaak op specifieke punten in en uit het gebouw. Zo vliegen boerenzwaluwen door openstaande schuurdeuren en hebben huiszwaluwen hun nesten tegen de dakrand aan een bepaalde zijde van een gebouw. Bij het bepalen van de locatie van de windmolen kan hiermee rekening worden gehouden. Door de windmolen zo min mogelijk in de vliegbaan van en naar de broedplaats te plaatsen kan het aantal aanvaringsslachtoffers van gebouwbewonende vogelsoorten waarschijnlijk worden beperkt.”

Geen

10

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Zie de reactie onder 6. Vogels en vleermuizen Sta ruimte toe voor aanpassingen aan de windmolen zelf. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): “Van de grote windturbines is bekend dat aanpassingen aan het ontwerp het aantal slachtoffers kan reduceren. Zo zijn in Noorwegen experimenten gedaan, waarbij één van de rotorbladen een zwarte kleur krijgt, waardoor deze meer schijnen op te vallen voor vooral roofvogels (May et al., 2020). Momenteel wordt in de Eemshaven een vervolgonderzoek uitgevoerd naar de werking van de zwarte wiek voor een breder scala aan vogelsoorten (Klop et al., 2022). Een zwarte wiek zou in theorie bij kleine windmolens ook kunnen werken, alhoewel de zichtbaarheid bij kleine windmolens ten gevolge van hogere draaisnelheid wel anders kan zijn en de kleur van de wieken van de EAZ windmolen ook afwijkend is van de grote windturbines. Verder zouden op de staart van de EAZ molen zogenaamde birdspikes of meeuwenpinnen kunnen worden aangebracht die voorkomen dat bijvoorbeeld roofvogels of uilen hierop kunnen landen.”

Geen

11

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Vogels en vleermuizen Kleine windmolens kunnen risico's vormen voor vogels en vleermuizen, vooral in open gebieden en langs migratieroutes. LK heeft zorgen over onvoldoende bescherming van deze diersoorten.

Zie de reactie onder 6.

Geen

12

PvdA-GL

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Zie de reactie onder 6. Muizen Voorkomen extra vestigingen van muizen onder windmolens. Totdat de effecten van windmolens op vogels en vleermuizen beter in beeld zijn, is dit een mitigerende maatregel die alvast toegepast kan worden. De onderbouwing hiervoor is afkomstig uit onderzoek van Poerink et al (2023): "Opvallend is dat er zich onder de windmolens vaak meer muizengaten van veldmuizen bevinden dan in de omgeving. Hierdoor kunnen roofvogels en uilen worden aangetrokken en tijdens het foerageren mogelijk in aanvaring komen met de windmolen. Om dit te voorkomen zou er onder de molen een vegetatie kunnen worden aangelegd die minder aantrekkelijk is voor veldmuizen. De aanleg van ‘overhoekjes’ voor veldmuizen op grotere afstand van de windturbine kan stimuren dat veldmuizen zich daar vestigen.”

Geen

13

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Zie de reactie onder 6. Ecologische bescherming Kleine windmolens mogen geen negatieve impact hebben op de flora en fauna. LK wenst dat bij elke aanvraag een ecologische toets verplicht is, met speciale aandacht voor trekvogels, vleermuizen en andere kwetsbare diersoorten.

Geen

14

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

Participatie en draagvlak LK wenst dat omwonenden vanaf het begin bij de besluitvorming worden betrokken. Er moet aantoonbaar draagvlak zijn bij direct omwonenden voordat een vergunning wordt verleend.

15

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

16

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

wens

(graag zo concreet mogelijk)

Reactie college

Eventuele aanpassing

Participatie is niet Geen hetzelfde als draagvlak.Participatie houdt in dat burgers, bedrijven en andere betrokkenen de mogelijkheid krijgen om hun mening te geven over ontwikkelingen en dat die mening vervolgens wordt meegewogen bij de besluitvorming. Er is wel enig verband met het begrip ‘draagvlak’: als burgers het gevoel krijgen dat hun mening serieus wordt genomen, kan dat voor draagvlak zorgen. Omgekeerd kan een gemeende onrechtvaardige behandeling ertoe leiden dat juist geen draagvlak ontstaat onder burgers. Plaatsing van kleine windmolens met een ashoogte van maximaal 15 meter staat niet op de lijst van verplichte particpatie. Als de Raad dit wenst, dan kunnen ze Het college houdt de Geen Innovatieve oplossingen LK wil dat alternatieve technologieën, zoals windmolens met verticale actuele ontwikkelingen rondom alternatieve assen (VAT-types), worden gestimuleerd als die minder impact technologieën in de gaten. hebben op vogels en het landschap. Zodra er een ontwikkeling is, wordt de Raad betrokken. Een kleine windmolen Geen Beperking van geluids- en slagschaduw moet voldoen aan de LK wenst dat windmolens alleen worden toegestaan als ze voldoen aan strikte normen voor geluidsproductie en slagschaduw, om hinder algemene voorwaarden in het beleid kleine voor bewoners te voorkomen. windmolens, waar al rekening wordt gehouden met onder andere slagschaduw en geluid.

Wensen en bedenkingen BOPA-beleid Kleine Windmolens Definitieve lijst na oordeelsvorming 14 januari 2025

Nr

Fractie

Pagina

Hoofdstuk/ paragraaf/ tussenkop

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

Wens of bedenking bedenking

Inhoud wens of bedenking

17

18

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.1

bedenking

Langetermijneffecten LK heeft bedenkingen bij de gevolgen op lange termijn. Wat gebeurt er met windmolens die niet meer in gebruik zijn? Het beleid moet waarborgen dat niet-functionerende molens worden verwijderd en terreinen worden hersteld.

19

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.2

wens

Duidelijke locatiecriteria Kleine windmolens moeten worden geplaatst buiten ecologisch gevoelige gebieden, zoals natuurgebieden, watergangen en vogelroutes. LK wenst dat duidelijke locatiecriteria worden opgenomen om dit te waarborgen.

20

LK

22/23

Hoofdstuk 4, paragraaf 5.2

wens

(graag zo concreet mogelijk)

Reactie college

Eventuele aanpassing

Op dit moment zijn er 10 Geen Cumulatieve effecten LK maakt zich zorgen over de optelsom van meerdere windmolens in vergunningen voor kleine windmolens verleend. Het een gebied. Dit kan leiden tot visuele vervuiling en een negatieve impact op het landschap. Het beleid moet duidelijke limieten stellen gaat om kleine windmolens in Stolwijk, aan het aantal en de dichtheid van windmolens. Lekkerkerk, Haastrecht en Ouderkerk aan den IJssel. Zodra er aanzienlijk veel vergunningen worden verleend voor kleine windmolens, dan zal het college de Raad hierover informeren. De impact van de plaatsing van windturbines is marginaal. Het gebied is vrij groot, dus dichtheid zal niet snel voorkomen. Er wordt een algemene De volgende zin wordt voorwaarde opgenomen in toegevoegd aan de het beleid kleine algemene voorwaarden windmolens om ervoor te 5.1 onder m van het zorgen dat windmolens die beleid kleine niet meer in gebruik zijn windmolens: Binnen één binnen één jaar worden jaar nadat een verwijderd. kleinschalige windturbine definitief buiten gebruik is gesteld, deze bovengrondse constructie met de bijbehorende voorzieningen wordt verwijderd.

De plaatsing van een Geen windmolen (zowel grondgebonden als dakgebonden) blijft altijd maatwerk. De gemeente Krimpenerwaard kan daarom in voorkomende situaties nadere eisen stellen aan de plaats, omvang, het gebruik en de landschappelijke inpassing van windmolens of besluiten de aanvraag te weigeren, ten behoeve van:risico's voor gevoelige of kwetsbare objecten en gebieden zoals weidevogelgebieden, kroonjuweel, beschermde bomen, beschermde stadsen dorpsgezichten, molenbiotoop etc. Op basis van de algemene Geen Landschappelijke inpassing voorwaarden (5.1) van het Windmolens moeten passen in het landschap van de Krimpenerwaard. LK wenst dat het beleid eisen stelt aan de esthetiek, beleid kleine windmolens zoals hoogtebeperkingen, kleurgebruik en vormgeving, om verstoring moet een kleine windmolen zorgvuldig van het landschap te minimaliseren. ingepast worden binnen de cultuurhistorische en lansdschappelijke kernkwaliteiten van het gebied. In de algemene voorwaarden staat ook dat de kleurstelling van de windmolen ingetogen is en afgestemd moet zijn op het landschap. In de algemene voorwaarden van het beleid wordt dus rekening gehouden met deze wens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=28a091fe-58e3-4525-a604-bfcff4d2216e