1.7 RIB Uitspraken rechtbank Schepenstraat Krimpen aan de Lek
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
23 september 2024 Uitspraken rechtbank Schepenstraat Krimpen aan de Lek
Geachte heer, mevrouw, Tussen het gemeentebestuur en betrokkene speelt een langlopend geschil waarbij verschillende aanvragen om omgevingsvergunningen, openbaarmakingsverzoeken in de zin van de Wet open overheid (voorheen Wet openbaarheid van bestuur) en klachten zijn ingediend. Tegen een aantal van deze besluiten zijn bezwaarschriften en een tweetal beroepschriften ingediend. De rechtbank Den Haag heeft op 4 juli 2024 in beide beroepsprocedures uitspraak gedaan. Het college informeert u hierbij over de uitkomst van deze procedures. 1. Wob-verzoek SGR 23 7793 WOO: Beroep niet-ontvankelijk Betrokkene diende een Wob-verzoek in met betrekking tot zijn vergunningaanvraag. Met het primaire besluit is beslist het verzoek niet in behandeling te nemen. Bij de beslissing op bezwaar is alsnog beslist op het verzoek en zijn alle stukken verstrekt, waarna betrokkene beroep heeft ingesteld. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard, omdat het beroepschrift (ruim) te laat door de rechtbank is ontvangen. De rechtbank is daarom niet aan een inhoudelijke behandeling toegekomen. 2. ‘Wettelijke taak gemeentebestuur’ SGR 23 6302: Beroep ongegrond Betrokkene heeft bezwaar gemaakt tegen het ‘niet uitvoeren van de wettelijke taak door de gemeenteraad’. Dit bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard door de gemeenteraad. Hiertegen heeft de heer beroep ingesteld. Het beroep is ongegrond verklaard.
Het bezwaarschrift is naar het oordeel van de rechtbank terecht niet inhoudelijk behandeld. Mogelijkheid hoger beroep Er kan binnen 6 weken de tijd om hoger beroep in te stellen nadat de uitspraak is verzonden. Gelet op de positieve uitspraken heeft het college geen aanleiding gezien om hoger beroep in te stellen. Ook de wederpartij heeft niet binnen de daarvoor gestelde periode van zes weken hoger beroep ingesteld. Hiermee zijn de uitspraken onherroepelijk geworden en de procedures beëindigd. Bijlagen BIJL 1: BIJL 2:
Uitspraak SGR 23 6302 ‘Handelen gemeentebestuur’ Uitspraak SGR 23 7793 WOO ‘Wob-verzoek’
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
J. Hennip 1199911 / 1414869
de burgemeester,
Ir. J. Beenakker gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
pag. 2/2
uitspraak RECHTBANK
DEN
HAAG
Bestuursrecht zaaknummer: SGR 23/6302
uitspraak van de enkelvoudige kamer
(geanonimiseerd)
van
4 juli 2024 in de zaak tussen
(geanonimiseerd) <:: -
en
de raad
de
van
(gemachtigde:
gemeente Krimpenerwaard,
mr.
M.E.C.
verweerder
Zwanenburg).
Inleiding L
Eiser heeft op 19 november 2021 bezwaar gemaakt tegen het niet-uitvoeren van de wettelijke taak door verweerder bij de weigering van een omgevingsvergunning voor een
(geanonimiseerd) Ll.
eiser
(geanonimiseerd)
Met het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard.
van
21
augustus 2023 heeft verweerder het bezwaar
12
Eiser heeft tegen het bestreden besluit
13
Verweerder heeft op het
14.
De rechtbank heeft het
SGR van
van
beroep ingesteld.
beroep gereageerd met een
verweerschrift.
beroep op 6 juni 2024 gelijktijdig met het beroep in zaak 23/7793 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde verweerder.
Beoordeling
door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over? 2:
Deze zaak gaat
inhoudelijk
over
de vraag of verweerder het bezwaar
van
eiser terecht niet
heeft behandeld.
Wat vindt eiser in
beroep?
3 Verweerder had eisers bezwaar wel inhoudelijk moeten behandelen. Eiser spreekt verweerder namelijk aan op grond van de Wet op het Dualisme. Verweerder had toezicht
burgemeester en wethouders bij de behandeling van eisers aanvraag omgevingsvergunning. Verweerder heeft dit niet (goed) gedaan. Verder heeft verweerder niet op de normale wijze overleg gevoerd met eiser. De redelijke beslistermijn is bovendien overschreden: de procedure heeft 21 maanden geduurd. terwijl de moeten
houden op het college om
een
van
zaaknummer : SGR23 / 6302
2
commissie bezwaarschriften op 6 december 2021 het advies al heeft uitgebracht. De commissie bezwaarschriften heeft geadviseerd in gesprek to gaan met eiser. Inhetbestreden besluit staat vervolgens nietsover een gesprek. Daarna hebbentwee gesprekken metde verantwoordelijke wethouder plaatsgevonden. Hiernaheefteisermeermaals een reminder gestuurd, maar niets meervernomenvan debetreffendewethouder. Er is sprake van onbehoorlijk bestuur. Wat zijn de regels? Voordatverweerder
bezwaar inhoudelijk in behandeling neemt, moet hij
4. bepalen
of is voldaan aande formele eisen uit de wet. ' Een vandieformele eisenisdat er
4. 1.
De relevante regels staan in de bijlage. De bijlage hoort bij de uitspraak.
een
bezwaarwordt gemaakt tegen een besluit. Wat een besluit is, staatinde wet. -' Om vaneen besluit to kunnen spreken, moet hetindeeerste plaatsgaan om een schriftelijkebeslissing vaneen bestuursorgaan. Verdermoetdie beslissing rechten en plichten van een of meer betrokkenen wijzigen. Daarnaast moet het gaan om een beslissing op basis van het publiekrecht, dat wil zeggen wet - en regelgeving over de verhouding tussen overheid en burger.
Wert is hetoorcleelvan de
rechtbank?
De rechtbank isvan oordeel dat verweerder het bezwaar van eiserterechtniet inhoudelijk heeftbehandeld. De rechtbank legt dit hiernauit. 5.
Eiser heeft zijn bezwaarniet gericht tegen een besluit. ;Eiser heeftin zijn bezwaarschriftvan 19 november 2021 namelijk bezwaren geuit over het niet - uitvoerenvan de wettelijke taakdoorverweerder. Zijn bezwaren gaan dusover een feitelijke handeling ( of nalaten ) van verweerder. Eiserheeft zijn bezwaren niet gerichttegen een schriftelijke beslissing, dierechten en plichten vaneen of meerbetrokkenen wijzigt. De bezwarenvan eiser gaan ooknietovereen beslissingop basisvanhet publiekrecht. 5. 1.
Omdat het bezwaarschriftvaneiserzichniet richt tegen een besluit, heeft verweerderterecht het bezwaarschriftniet inhoudelijk behandeld. 5. 2.
Conclusieen gevolgen Het beroep is ongegrond. Datbetekentdatverweerder het bezwaarschrift vaneiser terechtniet inhoudelijk heeft behandeld. Eiser krijgt daarom het grifflerecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. 6.
De Algemene bestuursrecht ( Awb ) -' Artikel van de Awb. : 3, eerste ' In de zin1 van artikellid,13,: eerste lid, van de Awb. wet
.
zaaknummer:
SGR
23/6302
05)
Beslissing De rechtbank
verklaart het
Deze
uitspraak
mr.
E.H. Maas,
beroep ongegrond.
is gedaan door griffier. De
mr.
beslissing
is
griffier
uitgesproken
7
afschrift
Informatie
van
over
rechter, in aanwezigheid in het
openbaar
van
op 4 juli 2024.
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) Een
E‚K‚S. Mollen,
deze
uitspraak
is verzonden
rechter
aan
partijen op:
hoger beroep
die het niet
eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de partij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend
Een
binnen
zes
behandeling
weken
na
het
de
dag
hoger
waarop deze uitspraak is verzonden. beroep niet afwachten, omdat de zaak
Kan de indiener de
spoed heeft. dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. van
/ zaaknummer : SGR 236302
BIJLAGE De Alaemene wetbestuursrecht
Artikel 1 : 3 1.
Onderbesluitwordt verstaan : een schriftelijkebeslissing vaneen bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
4
uitspraak RECHTBANK
DEN
HAAG
Bestuursrecht zaaknummer:
SGR
23/7793
uitspraak van de enkelvoudige
(geanonimiseerd) EN
kamer
van
4 juli 2024
in de zaak tussen
(geanonimiseerd) eiser |
en
het
college van
(gemachtigde:
de
burgemeester en wethouders Zwanenburg).
Krimpenerwaard,
van
verweerder
M.E.C.
mr.
Inleiding
Il
Op
weigering
van
8 februari 2021
heeft eiser (per
omgevingsvergunning
een
nn. erven verweerder
(geanonimiseerd) beslist in
documenten
het verzoek
(geanonimiseerd)
het
verzoek
!
e-mail) gevraagd
voor
de bouw
Met
het
behandeling
niet
betrekking
van
primaire
alle documenten
om
over
carport op het adres besluit van 21 maart 2023
de
een
omdat
te nemen,
onduidelijk
heeft
is op welke
heeft.
Met het bestreden besluit van 21 maart 2023 heeft verweerder beslist op het eiser. Verweerder heeft het primaire besluit herroepen en inhoudelijk op het verzoek van eiser beslist. Verweerder heeft verschillende documenten (gedeeltelijk) bl bezwaar
van
openbaargemaakt. 12,
Eiser heeft tegen het bestreden
13.
Verweerder heeft op het
14. SGR van
|
beroep ingesteld.
beroep gereageerd
met
een
verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 6 juni 2024 gelijktijdig met het beroep in zaak 23/6302 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde verweerder.
Eiser heeft dit verzoek
bestuur (Wob)
is met
gedaan
ingang
overgangsrecht, zie artikel en
besluit
dat met
ingang
Wob-verzoeken
10.1,
op grond van de Wet open overheid. De Wet openbaarheid van | mei 2022 vervangen door de Woo. Deze nieuwe wet kent geen van
de Woo.
Dat betekent dat de
Woo
onmiddellijke werking
heeft
2022 besluiten op vóór de inwerkingtreding van de Woo ingediende inachtneming van de bepalingen van de Woo moeten worden genomen. Dat
van
met
van
| mei
geldt in principe ook voor besluiten op bezwaar of besluiten die worden genomen na een bestuurlijke ofjudiciële lus. Het besluit op bezwaar is genomen in 2023, dus na | mei 2022. Dat betekent dat in dit geding de Woo
van
toepassing is.
zaaknummerSGR 237793 / :
Beoordeling door de rechtbank Waar gout deze zaakover? 2.
Deze zaak gaat over de vraag of de rechtbank het beroep vaneiser inhoudelijk kan
behandelen.
Wat zn de regelss?
Voordat de rechtbank een zaak inhoudelijk in behandeling neemt, moet ze bepalen of is voldaan aande formele eisen uit de wet. ' Een vandie formele eisenisdathet beroepschrift op tijd door de rechtbank moet zijn ontvangen. 3 3.
3. 1.
De relevante regels staan in de bijlage. De bijlage hoort bij de uitspraak.
Wat ishet oordeel van de rechtbank? 4. De rechtbankoordeelt dathet beroep vaneisernietvoldoet aande formele eisen. De rechtbankbehandelt het beroep daarom niet inhoudelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom dat zo is.
4. 1.
Vast staatdatde dagtekening vanhetbestreden besluit 21 september 2023 is. 4 De indienenvan het beroepschrifteindigde daaromin dit geval op 2 november2023. '
termijn voor het
4. 2. Eiserheeft aangetoond dat hij het beroepschrift voor afloop vande termijn aangetekend heeft verstuurd, namelijk op 30 oktober 2023. Maar datisniet genoeg vooreen tijdig ingediend beroep. Het beroepschrift moet namelijk ook nog op tijd door de rechtbank zijn ontvangen : uiterlijk een week na afloop van de termijn. Dat betekent dathet beroepschrift uiterlijk op 9 november 2023 door de rechtbank moest zijn ontvangen. ' Dat is niet gebeurd. De rechtbankheeft het beroepschriftnamelijk pas op 1 I december 2023 ontvangen. De rechtbankheeft het beroepschrift dus to laat ontvangen. De vraag dierechtbank vervolgens moet beantwoorden, is of er omstandigheden waardoor heteiser nietkanwordenverwetendat het beroepschrift to laat is ontvangen. ' zijn Die omstandigheden zijn er niet. Eiserheeftweliswaar op 14 november 2023 per brief ( van 10 november 2023 ) contact opgenomen met de rechtbank, maar dit was pas nahet verstrijken vande beroepstermijn. Verderstelteiser dat hij op 8 november 2023 heeft gebeld met PostNL, maardaar staat tegenover dat PostNL in haar online omgeving al op 31 oktober 2023en op l november 2023 aaneiserheeft laten weten dater grote drukte was endatde zending van eiser was vertraagd. Daarbij is vermelddat de bezorgtijdnog niet bekend was. Eiserhad op dat moment nog kunnenkiezenvoor eenandere manier om het 4. 3.
2D
Algemene wet bestuursrecht. 69vande Awb. : { Artikel 6 : 8, eerste lid, van de Awb. 5 Artikel 6vande :7 Awb. G Artikel 6 9, tweedelid, van de Awb. : ' Artikel6 : 11 vande Awb. 3 Artikel
2
zaaknummerSGR 237793 / :
beroepschriftop tijd in to dienen. Datheeft hij niet gedaan. Daaromkanheteiserworden verwetendat de rechtbank het beroepschrift tolaat heeft ontvangen. Conclusieen gevolgen Het beroep is niet ontvankelijk. Dit betekent datde rechtbankniettoekomt aande inhoudelijkebehandeling van het beroep. Eiser krijgt daaromhet griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. 5.
3
zaaknummer:
SGR
23/7793
Beslissing verklaart het beroep
De rechtbank
Deze
uitspraak
mr.
E.H. Maas,
is gedaan door
griffier.
De
mr.
deze
is uitgesproken
in het
openbaar
van
op 4 juli 2024.
(geanonimiseerd)
griffier
van
E‚K‚S. Mollen, rechter, in aanwezigheid
beslissing
(geanonimiseerd) Een afschrift
niet-ontvankelijk.
uitspraak
is verzonden
aan
partijen op:
9 JUL 2024
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze
partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
/ zaaknummer : SGR 237793
5
BULAGE De Algemene wetbestuursrecht
Artikel 6 : 7
De termijn voor het indienen vaneen bezwaar - of beroepschrift bedraagt
zes weken.
Artikel 68: 1.
De termijn vangt
met ingang van de dag voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. aan
na die waarop
het besluit op de
Artikel 6: 9 1.
2.
Eenbezwaar - of beroepschrift is tijdigingediend indien het voor het einde vande termijn is ontvangen.
Bijverzendingper post iseen bezwaar - of beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het eindevan de
termijn ter post is bezorgd, mits het nietlater daneen week afloop vande termijn is ontvangen.
Artikel6 :11
Ten aanzien van eenna afloop van de termijningediend bezwaar - of beroepschrift bli - jlt niet - ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet Kan worden geoordeeld datde indiener inverzuimis geweest.
na