1.5 SV23-023 antw PK, Bakkerskil - aanlegsteiger.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV23-023 Datum: 17 februari 2023 Vraag art. 38 Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: Bakkerskil - aanlegsteiger
Toelichting Pro Krimpenerwaard heeft op 3 januari 2023 raadsvragen gesteld over het slepende dossier Bakkerskil en de aanlegsteiger voor Tol/Molenaar. Zie bijlage met uw reactie. Uw college heeft hierop schriftelijk als volgt gereageerd:
Voldaan is aan haar verplichting om de raad tijdig en volledig van informatie te voorzien etc. Voor het overige zal het college de thans gestelde vragen niet beantwoorden, aangezien de vragen betrekking hebben op een kwestie die onder de rechter is. Het college weigert inlichtingen te verstrekken, aangezien het verstrekken daarvan in strijd is met het openbaar belang. Het verstrekken van de verzochte inlichtingen zou een doorkruising vormen van lopende beroepsprocedures. Thans zijn er een achttal beroepsprocedures aanhangig. Zo is er beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar aangaande afwijzing van een verzoek om handhaving voor wat betreft de vergunde aanlegsteigers ter hoogte van de Molendijk 88 en 90 in Krimpen aan de Lek. Er zijn beroepen ingesteld tegen de beslissingen op bezwaar aangaande vergunningen die zijn verleend voor de steigers ter hoogte van Molendijk 88 en 90 in Krimpen aan de Lek en zijn er beroepen ingesteld tegen beslissingen op bezwaar aangaande de verleende vergunning van een steiger ter hoogte van Molendijk 88a in Krimpen aan de Lek.
De Raad heeft een toezichthoudende rol, wij moeten deze uitvoeren of het College dit nu wil of niet. Of er nu rechtszaken zijn of niet. Het College stelt in haar Raadsinformatiebrief de rechten van de 2 steigeraanvragers min of meer gelijk. Wij snappen hier - op basis van onze informatie - helemaal niets van. Wij begrijpen -op basis van de ons beschikbare informatie - oprecht niet, waarom de vergunning niet bij de eerste aanvraag is afgeven. Mogelijk was deze aanvraag een paar dagen te laat, maar de aanvragen had hiervoor al meerdere keren bij de gemeente aangegeven dat zij hier een vergunning voor wilde, waarbij de gemeente haar adviseerde de vergunningsaanvraag nog even uit te stellen. (Zie verslag, Raad van State) Zoals wij de zaak kennen heeft de ene partij al 17 jaar daar 2 boten liggen met ligplaatsrecht. Die partij vecht al 17 jaar voor het recht om naast recht op de ligplaats ook een steiger te mogen aanleggen. Overigens heeft de gemeente aan alle andere booteigenaren daar al jaren geleden vergunningen voor af te geven. Het afgeven van de vergunning om hier 2 boten neer te mogen leggen is volgens ons te zien als het eindelijk afronden en gelijk behandelen van deze aanvragen met alle andere; de meer dan 20 eigenaren van een ligplaats.
De ander partij(en) heeft recent een steiger(s) aangevraagd, zonder al een ligplaatsvergunning te hebben, het afgeven van deze vergunning staat naar ons weten het afgeven van de volledige vergunning (voor 2 boten en volledige lengte) voor de oude aanvrager in de weg. Alle rechtszaken gaan naar ons weten over deze steigers.
Voor ons als raad is het heel belangrijk te weten, waarom het college niet eerst de al 17 jaar lopende vergunningsaanvraag (net als bij de andere 20 boten) af te handelen en dan pas te kijken of het mogelijk is om een nieuwe steiger te vergunning af te geven in de dan nog resterende ruimte. Bovenstaande aannames (op basis van de ons beschikbare informatie) moeten wij natuurlijk eerst laten toetsen door informatie hierover bij het college op te vragen. Niet na de rechtszaken, maar juist daarvoor, om onze toezichthoudende functie op het eerste moment te kunnen uitvoeren en te voorkomen dat de gemeente zich blijft vastbijten in gemaakte fouten in het verleden in deze zaak. Zoals het niet afgeven van deze vergunning, omdat deze – na overleg met een ambtenaar - een paar dagen te laat zou zijn ingeleverd en hiermee het recht op gelijke behandeling te ontzeggen. Vragen 1. Als Pro Krimpenerwaard het goed begrijpt dan zegt uw college dat het verstrekken van informatie (beantwoorden van onze vragen) in strijd zou zijn met het openbaar belang. Dan stelt o.i. uw college dat belang om een rechtszaak te winnen gelijk met het openbaar belang. Dit is natuurlijk heel vreemd. Kunt u dit toelichten? 2. Kunt u precies aangeven op welke wijze het openbaar belang wordt geschaad bij de beantwoording van de raadsvragen van Pro Krimpenerwaard? 3.
U stelt dat het beantwoorden van de vragen mogelijk de rechtszaken kunnen beïnvloeden. Naar onze menig moeten rechters van het bestuur alle relevante informatie krijgen en dit kan nooit te veel zijn. Vaak is het zelfs te weinig. Er is geen geheime informatie voor rechters, dit is in strijd met het bestuursrecht. Graag hierop uw reactie. 4. Dan is er naast een eventueel openbaar belang ook nog het algemene belang. In artikel 1 van de Grondwet staat “gelijke behandeling van alle burgers”. Het uitgangspunt van een goed bestuur is, uit algemeen belang, dat de bestuurders (de raad en inwoners) van de juiste informatie voorziet, ook bij rechtszaken. Kortom de motivatie van het college om deze vragen niet te beantwoorden is o.i. in strijd met het bestuursrecht (de rechters/de raad dienen alle informatie te verkrijgen) het uitgangspunt van algemeen goed bestuur (zij informeren de raad en wij hebben het recht om dan vragen te stellen). Wij vernemen graag uw reactie hierop. 5. Betwist uw college het recht van raadsleden om raadsvragen te stellen over een 17 jaar slepend dossier? Graag een reactie. 6. Welke beperkingen heeft uw college volgens de wet om de raadsvragen niet te beantwoorden. Graag wetsartikel bijvoegen. 7. Pro Krimpenerwaard verzoekt u alsnog de volgende vragen te beantwoorden van de eerder op 3 januari 2023 gestelde vragen: 3-4-5-6-7-9 en 10.
Deze vragen zijn geen onderdeel van de lopende rechtszaken en worden gevraagd in het algemene belang, omdat ze direct gaan over het functioneren van het college en de gemeenteraad als controlerend orgaan. Het zijn algemene vragen en niet zaak specifiek. Antwoord college: Bij de beantwoording van de raadsvragen SV23-004 PK heeft het college het navolgende vermeld: Voor het overige zal het college de thans gestelde vragen niet beantwoorden, aangezien de vragen betrekking hebben op een kwestie die onder de rechter is. Het college weigert inlichtingen te verstrekken, aangezien het verstrekken daarvan in strijd is met het openbaar belang. Het verstrekken van de verzochte inlichtingen zou een doorkruising vormen van lopende beroepsprocedures. Thans zijn er een achttal beroepsprocedures aanhangig. Zo is er beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar aangaande afwijzing van een verzoek om handhaving voor wat betreft de vergunde aanlegsteigers ter hoogte van de Molendijk 88 en 90 in Krimpen aan de Lek. Er zijn beroepen ingesteld tegen de beslissingen op bezwaar aangaande vergunningen die zijn verleend voor de steigers ter hoogte van Molendijk 88 en 90 in Krimpen aan de Lek en zijn er beroepen ingesteld
tegen beslissingen op bezwaar aangaande de verleende vergunning van een steiger ter hoogte van Molendijk 88a in Krimpen aan de Lek. De onderbouwing voor deze stellingname valt te vinden in artikel 169 Gemeentewet, waarin staat: Artikel 169 1. Het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. 3. Zij geven de raad mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. In aanvulling op het vorenstaande dient nog vermeld te worden dat de vragen 3-4-5-6-7-9 en 10 wel degelijk onderdeel zijn van de lopende beroepsprocedures. Aangezien over deze vragen stellingen worden ingenomen door appellante en het college – voor zover relevant - nog verweer zal voeren, is het beantwoorden van de voorgaande vragen – en het derhalve vooruitlopend op het formeel voeren van verweer in de beroepsprocedures innemen van standpunten – strijdig met het openbaar belang. Het college betwist niet dat raadsleden een vragenrecht toekomt. Integendeel, door de beantwoording van de raadsvragen heeft het college ook erkend dat raadsleden een vragenrecht toekomt.
Het feit dat er een vragenrecht is, wil echter niet zeggen dat de vraagsteller kan afdwingen dat zijn of haar vraag op een bepaalde wijze dient te worden beantwoord. Verder kan het college ervoor kiezen een vraag niet te beantwoorden indien dit in strijd is met het openbaar belang. Het college heeft zich op deze uitzondering beroepen en dit onderbouwd bij de beantwoording. Het college zal de eerder gestelde vragen derhalve niet beantwoorden. Om te voldoen aan de blijkbaar bestaande informatiebehoefte van vraagsteller is het college bereid om – nadat de verweerschriften zijn ingediend door het college – een kopie daarvan op de griffie te Lekkerkerk ter inzage te leggen voor raadsleden. Ondertekening college:
Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
P.J. Bouvy-Koene