1.5 Bijlage - Het Taalpact Krimpenerwaard 2021-2024.pdf
Tekst van het document
Het verhaal van Bernadette Mijn naam is Bernadette, ik ben 49 jaar en woon samen met mijn man in Krimpen aan de Lek. Momenteel werk ik als hulpoperator bij Casteleijn en doe sinds kort een zelfstudie Financieel boekhouden. Ik heb moeite met het schrijven en ben hard bezig dit te verbeteren. Als kind heb ik op het speciaal onderwijs gezeten, al ben ik daarna naar het LBO gegaan. Het bijzondere is dat pas op het KMBO (kort middel beroepsonderwijs) geconstateerd werd dat ik moeite met het schrijven had. Deze tweejarige opleiding in de bloemsierkunst heb ik daarom niet met een diploma kunnen afsluiten. Wel werd ik door verwezen naar Utrecht voor een test. “ Mijn probleem met het schrijven is dat ik schrijf wat ik denk. Dat schrijven is moeilijk… ik noem het maar woordblind” . Ik vind het jammer dat er in mijn kindertijd zo weinig aan gedaan is. Want het oude is nu ingesleten en moet door iets nieuws vervangen worden. Maarja, in die tijd was daar gewoon minder aandacht voor. Sinds het KNMBO ben ik me er goed van bewust dat ik moeite heb met het schrijven en zeker de laatste jaren ben ik er veel mee bezig. Op het werk moeten we op het bord schrijven wat er gebeurd is in die dienst. Ik let er op dat ik het goed op schrijf of vraag of iemand iets wil nalezen. En ook heb ik vanuit de bibliotheek een taalcoach; zij helpt mij de grammatica goed te leren.
En als ik het zelf even niet weet: lang leve de telefoon, want dan zoek ik het op!! En dat helpt, want ik maak steeds minder fouten. Of het mij belemmerd in mijn leven? Niet echt want ik doe alles zelf; ik doe de financiën, doe zelf de boodschappen, ben gezond, ik werk… Maar ik wil wel graag ander werk hebben. Het werken in de fabriek is zwaar werk met ook nog eens onregelmatige diensten, ook in de nacht. Dat valt me steeds zwaarder. Het liefst wil ik op kantoor werken en daarom doe ik nu een zelfstudie Financieel boekhouden. Ik wil dus aan mijn toekomst werken en zorgen dat het schrijven, maar ook het rekenen, verbeterd. Wat mijn motto is? “Zorg dat je er zin in blijft houden, niet gaan ‘piekeneren’ en doorzetten!”
Inleiding Bevorderen basisvaardigheden: hoe kunnen we dit aanpakken? Ruim 2,5 miljoen Nederlanders beschikken over onvoldoende basisvaardigheden. Zij hebben moeite met lezen, schrijven of rekenen en met digitale vaardigheden: werken met computer of smartphone. En juist deze vaardigheden zijn belangrijk om je te kunnen doorontwikkelen in het dagelijks leven. In de Krimpenerwaard gaat het naar schatting om 10% van de inwoners, dat is meer dan 5 duizend mensen. Daar willen we iets aan doen! Waarom investeren in het bevorderen van basisvaardigheden? Als inwoners over voldoende basisvaardigheden beschikken, vergroot dat hun perspectieven richting arbeids- en maatschappelijke participatie. Beheersing van basisvaardigheden draagt bij aan zelfredzaamheid en welzijn van inwoners. Hoe? Bijvoorbeeld omdat zij daardoor: - Gemakkelijker een (betaalde) baan vinden en/of behouden - Beter de kinderen kunnen helpen met het schoolwerk - Ook digitaal kunnen bankieren en/of kunnen inloggen met Digi-D - Formulieren zelf kunnen invullen - Begrijpen hoe ze medicijnen op de juiste manier kunnen gebruiken. Door in te zetten op het bereiken van mensen met beperkte basisvaardigheden en op passend aanbod, dragen we er aan bij dat iedereen kan meedoen in de Krimpenerwaard.
Welke rol heeft de gemeente? Vanuit de ministeries van Onderwijs, cultuur en Wetenschap (OCW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), Binnenlandse Zaken (BZK), en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) is in maart 2019 aangekondigd om de basisvaardigheden te bevorderen. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol. In de periode 2020-2024 is het doel om een merkbare verbetering te realiseren in het bereiken van mensen met beperkte basisvaardigheden met een kwalitatief aanbod op maat1. Sinds 2020 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van de aanpak van basisvaardigheden. Stichting Lezen en Schrijven ondersteunt gemeenten als onafhankelijk adviseur bij beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering. Regionaal plan Om de aanpak concreter te maken voor de regio’s is in elke Arbeidsmarktregio een regioplan opgesteld. Daarin staan de ambities en doelstellingen omschreven die voor de betreffende arbeidsmarktregio gelden. In de regio Midden Holland is het regioplan ‘Bevordering Basisvaardigheden regio Midden-Holland 2020-2024’ op 13 juli vastgesteld door het college2. Lokaal plan Het regioplan wordt verder uitgewerkt naar de lokale situatie van de Krimpenerwaard in dit lokale Taalpact. De gemeente Krimpenerwaard is zelf verantwoordelijk voor het lokaal vormgeven van en regie voeren over het beleid ten aanzien van laaggeletterdheid.
Het Taalpact draagt bij aan de doelen uit het Integraal Beleidskader sociaal domein en de inspanningen vanuit de Maatschappelijke Agenda. We monitoren de vorderingen in het tegengaan van beperkte basisvaardigheden via de Kwaliteitsmonitor.
1
Zie voor alle afspraken de kamerbrief ‘Samen aan de slag voor een vaardig Nederland’
2
Regioplan ‘Bevordering Basisvaardigheden regio Midden-Holland 2020-2024
Samenwerken met relevante partijen: het Taalpact Krimpenerwaard! Organisaties die actief zijn op het gebied van taal en met inwoners met beperkte basisvaardigheden te maken hebben, kunnen zich aansluiten bij het Taalpact. Al deze organisaties samen bundelen de krachten. Juist door samen te werken als organisaties, weten we elkaar te vinden, kunnen we doorverwijzen en weten we de inwoners beter te bereiken en te ondersteunen met kwalitatief aanbod op maat. Wat is een Taalpact? Het Taalpact is een bindende afspraak tussen relevante partijen, om samen te werken aan het bevorderen van basisvaardigheden in de Krimpenerwaard. In 2019 is het eerste Taalpact in de Krimpenerwaard gestart. Dit jaar starten we met een vernieuwd Taalpact 2021-2024. We bouwen hiermee voort op de ambities van het Taalpact 2019-2021. Nieuw is dat we gaan werken vanuit de diverse actielijnen. Met deze actielijnen sluiten we aan bij het regioplan. Dit zijn de vijf actielijnen: - Geld - Gezondheid - Gezin en jeugd - Werk - Domein overstijgend Het Taalpact is vast gesteld voor de duur van vier jaar, met als hoofddoel het bevorderen van basisvaardigheden. Gezien de vele raakvlakken met andere beleidsterreinen, de initiatieven die op rijksniveau ontwikkeld worden en snelheid waarin de samenleving verandert, is het Taalpact een dynamisch document.
De uitvoering van het Taalpact wordt elk jaar vastgelegd en gestuurd door middel van een jaaragenda. In de jaaragenda worden de vraagstukken voor dat jaar opgenomen, waar we concreet mee aan de slag gaan, welke partijen daarvoor nodig zijn en voorzien van een planning. Daarmee ondersteunt de jaaragenda de verwezenlijking van de gezamenlijke ambities opgenomen in het Taalpact. We sturen eens per jaar een brief naar het college om de voortgang van dit plan te delen.
Voorwoord Als wethouder van de gemeente Krimpenerwaard vind ik het belangrijk dat zo veel mogelijk inwoners mee kunnen doen. Voor de één houdt dit in dat hij van betekenis kan zijn in een vrijwilligersfunctie. Voor de ander betekent dit een betaalde baan die past bij zijn of haar niveau. Meer kans om mee te doen Het verbeteren van basisvaardigheden als taal, rekenen en digitale vaardigheden is hierin belangrijk. Wanneer iemand deze vaardigheden beheerst, krijgt hij meer zelfvertrouwen, zit hij lekkerder in z’n vel en kan hij zich beter redden in het dagelijks leven. Dit vergroot de kans op het vinden van een zinvolle dagbesteding. En misschien lukt het dan wél om een baan te vinden die voldoening geeft. De inwoner zorgt hiermee niet alleen voor een eigen inkomen, maar versterkt ook het gevoel voor eigenwaarde. Taalpact Krimpenerwaard In Nederland, maar ook in onze gemeente Krimpenerwaard woont een groot aantal laaggeletterden. Ik denk hierbij niet alleen aan onze oudere inwoners, er komen ook nog steeds kinderen van school met een tekort aan basisvaardigheden. Voor deze groep is het enorm lastig om mee te doen in deze maatschappij. Juist voor deze groep willen we ons inzetten. Het is ongelooflijk belangrijk deze (jonge) mensen te stimuleren zich in te zetten naar vermogen. Dat zij hun talenten blijven ontwikkelen, zodat ze hun dromen kunnen waarmaken.
Laten we met elkaar ons inzetten om de inwoners te vinden en te motiveren om de basisvaardigheden naar behoefte (verder) te ontwikkelen en deze te gebruiken in het dagelijks leven. Met elkaar kunnen we onze inwoners helpen Het Taalpact Krimpenerwaard loopt tot en met 2022 en vraagt om vernieuwing en doorontwikkeling. Dat gaan we met elkaar doen. Samen met de verschillende maatschappelijke organisaties, het onderwijs en de werkgevers blijven we werken aan een passend aanbod zodat onze laaggeletterde inwoners hun basisvaardigheden verder kunnen ontwikkelen. Samen helpen wij onze inwoners verder om weer mee te doen! Jan Vente Wethouder gemeente Krimpenerwaard
Inhoudsopgave 1. Waar staan we nu? 2. Taalpact 2021 – 2024: wat willen we bereiken? 3. De kern van de aanpak 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Actielijn Werk: succesvol op de arbeidsmarkt Actielijn Geld: een schuldenvrije toekomst Actielijn Gezin en Jeugd: een taalrijke (thuis)omgeving Actielijn Gezondheid: een gezonde leefstijl Actielijn Domein overstijgend: bevorderen basisvaardigheden
4. Samenwerking en rolverdeling 5. Monitoring en kwaliteitsborging 6. Communicatie: kennisdeling, inspireren en motiveren Bijlagen: - Bijlage 1: Begrippenlijst - Bijlage 2: De context - Bijlage 3: Betrokken partijen en ondertekening
1. Waar staan we nu? Laaggeletterdheid in de Krimpenerwaard In de gemeente Krimpenerwaard is 10% van de inwoners mogelijk onvoldoende basisvaardig3. Dat zijn ongeveer 5.662 inwoners. Bijna 600 van deze inwoners hebben problemen met: gezondheid, opleiding(niveau), werk, financiën, overheidsinstanties, huisvesting, gezin en sociaal netwerk. De rest van deze inwoners mist kleine bouwstenen om zich te ontwikkelen, bijvoorbeeld het zelf in kunnen vullen van een formulier of het voorlezen van hun (klein)kind. Het percentage is gebaseerd op onderzoeken in binnen- en buitenland, gecombineerd met gegevens over Arnhem van CBS. In deze onderzoeken is gekeken naar inwoners van 16 tot 65 jaar. Er zijn geen onderzoeksgegevens bekend over 65-plussers, maar de verwachting is dat het percentage met beperkte basisvaardigheden in deze leeftijdsgroep stijgt4. Doelgroepen: op wie richten we ons? Krimpenerwaard in vergelijking met Nederland Deze grafiek toont het geschatte percentage laaggeletterden in de Krimpenerwaard in vergelijking met Nederland als geheel. Grafiek 1 (NT1 en NT2)
Het aantal laaggeletterden naar doelgroep Ook lezen we in de volgende grafiek het aantal laaggeletterden naar doelgroep (grafiek 2). Hierin zie je dat de doelgroepen: Nederlandse werkenden (50+) met gezin, Nederlandse niet actieven (50+) met gezin, Nederlandse werkenden (30-50 jaar), jongeren (< 30) zonder partner of kinderen , ten opzichte van de percentages van Nederland, meer aandacht behoeven.
3
Bron: www.geletterdheidinzicht.nl
4
Regionale spreiding van laaggeletterdheid in Nederland, Stichting Lezen en Schrijven, mei 2016
Grafiek 2
2. Taalpact 2021-2024: wat willen we bereiken? “Het hebben van voldoende basisvaardigheden is de sleutel om mee te kunnen doen in de samenleving.” Onze samenleving verandert en de kloof tussen mensen die wel en mensen die niet kunnen meedoen wordt groter. Als meer mensen beter kunnen lezen, schrijven, rekenen en digitaal vaardiger zijn, dan is de beweging naar werk, naar meedoen, naar gezondheid, naar welvaart makkelijker te maken. Het beschikken over deze basisvaardigheden zorgt voor een inclusieve samenleving en maakt het leven van de inwoners uit de Krimpenerwaard kansrijk en betekenisvol. ONZE MISSIE Iedereen in de Krimpenerwaard kan meedoen (werk, zorg, sociaal en onderwijs). Daarvoor weten wij de inwoners met beperkte basisvaardigheden te vinden en (positief) te motiveren om de basisvaardigheden naar behoefte (verder) te ontwikkelen en deze te gebruiken in het dagelijks leven.
Doelstellingen: waar zetten we ons voor in? In 2021-2024: 1. De komende vier jaar (2021-2024) hebben 1.200 inwoners een activiteit basisvaardigheden (formeel/non-formeel/informeel) gevolgd. Daarvan heeft 2,5% een Nederlandse achtergrond; 2. Het formele en non-formele aanbod wordt afgestemd en aangeboden (waar nodig in een doorlopende leerlijn) op de (leer)behoefte(n) van de doelgroep; 3. Integrale benadering bij de bevordering van basisvaardigheden tussen de thema’s: Werk, Geld, Gezin en Jeugd en Gezondheid; 4. Monitoring: we hebben inzicht in het effect van onze aanpak en wie we bereiken (de deelnemer); 5. Ervaringsdeskundigen worden structureel ingezet. Voor het onder de aandacht brengen van bevordering van basisvaardigheden en voor het adviseren over en toetsen van beleid. Doelgroep: voor wie zijn we er? In het Taalpact richten we ons op de volgende doelgroepen: - NT1-ers: inwoners met Nederlands als moedertaal/ 1e taal; - NT2-ers: inwoners met Nederlands als 2e taal; - Laagtaalvaardige ouders; - Werkenden met onvoldoende basisvaardigheden; - Jongeren bij wie met name de achterstand in taal het behalen van een startkwalificatie, het volgen van vervolgonderwijs of het vinden van werk bemoeilijkt; - Ouderen (vanaf 55 jaar) met beperkte basis- of gezondheidsvaardigheden.
Extra aandacht voor de NT1 doelgroep We hebben in de gemeente Krimpenerwaard extra aandacht voor beperkt basisvaardigen met Nederlands als moedertaal (NT1). Zij vormen meer dan de helft van de doelgroep laaggeletterden in onze gemeente. In de educatietrajecten zien we dit nauwelijks terug. Later in dit document willen we concreet maken hoe we de NT1’er beter bereiken5. Integraal werken: laaggeletterdheid in het hele sociale domein Eerder in dit document is aangegeven dat beperkte basisvaardigheden invloed kan hebben op iemands financiële situatie (bv. schulden), gezondheid (bv. bijsluiters begrijpen), ontwikkeling en opvoeding (bv. kinderen lastig kunnen helpen bij school) en werk (bv. VCA-diploma telkens niet behalen). Daarom zetten we in de gemeente Krimpenerwaard in op een integrale aanpak. Het IBK is kader voor het Taalpact. Vanuit dat kader maken we verbinding met o.a. de notitie onderwijsachterstanden beleid, Lokaal Educatieve Agenda 2020-2024, Uitvoeringsprogramma nota 5
file:///C:/Users/LVANZE~1/AppData/Local/Temp/Kennisblad_Laaggeletterdheid_2021_0.pdf
Gezondheid en het Sportakkoord Krimpenerwaard. Door deze verbinding te leggen helpen we de inwoner beter: we ondersteunen inwoners namelijk daar waar ze al in beeld zijn. Integraal Beleidskader Sociaal Domein Integraal Beleidskader Sociaal Domein (IBK): De inwoner staat centraal en we leveren een bijdrage aan de zelf- en samenredzaamheid van de inwoner. Dit doen we door het versterken van het gewone leven (normaliseren), preventie en vroegsignalering en het bieden van passende ondersteuning. Deze ondersteuning is zoveel mogelijk lokaal, integraal en informeel. Het Taalpact draagt bij aan de doelen uit het IBK en de inspanningen vanuit de Maatschappelijke Agenda. Binnen het IBK zijn meerdere doelen geformuleerd waarbij het verbeteren van de basisvaardigheden een bijdrage kan leveren aan het waarmaken ervan. De hoofddoelstelling is: Meer inwoners beheersen de basisvaardigheden en hebben kennis van de Nederlandse samenleving. Het verbeteren van basisvaardigheden draagt ook bij aan andere doelen uit het IBK: het naar wens en vermogen ontplooien, het hebben van betaal werk of participeren naar vermogen, sociaal en maatschappelijk actief, het hebben van een gezonde levensstijl en een gezond gewicht en het minder ervaren van eenzaamheid. We monitoren de vorderingen in het tegengaan van beperkte basisvaardigheden via de Kwaliteitsmonitor.
3. De kern van de aanpak Actielijnen: waar gaan we mee aan de slag? Binnen het Taalpact werken we aan diverse actielijnen. Elke actielijn heeft een werkgroep met organisaties die nauw betrokken zijn op die actielijn. Als Taalpact gaan we aan de slag binnen 4 actielijnen: Werk Geld Gezin en Jeugd Gezondheid Daarnaast is er een ‘actielijn domein overstijgende’ groep. Daarin besteden we aandacht aan actuele thema’s en overkoepelende vraagstukken, zoals de verkiezingen, actuele subsidies, gesprekskaarten bevorderen basisvaardigheden voor professionals en vrijwilligers. In de volgende paragrafen beschrijven we de achtergronden en het doel per actielijn, de partners waarmee we binnen het thema samenwerken. Per actielijn worden de concrete acties ieder jaar mét de partners uitgewerkt in een jaaragenda. In de jaaragenda worden de vraagstukken voor dat jaar opgenomen, waar we concreet mee aan de slag gaan, welke partijen daarvoor nodig zijn en voorzien van een planning. Daarmee ondersteunt de jaaragenda de verwezenlijking van de gezamenlijke ambities opgenomen in het Taalpact.
3.1 Actielijn Werk: Succesvol op de arbeidsmarkt “Meer kans op de arbeidsmarkt, omdat je een betere sollicitatiebrief kunt schrijven of een extra cursus kunt volgen.” Kansen op de arbeidsmarkt Het beheersen van basisvaardigheden vergroot de kansen van werkzoekenden en werknemers. Bijvoorbeeld in het behouden van een baan of het biedt doorgroeimogelijkheden binnen het bedrijf. Het is voor mensen die goed kunnen lezen en schrijven en voldoende digitaal vaardig zijn bijvoorbeeld makkelijker om op internet te zoeken naar vacatures, een cursus te volgen of om sollicitatiebrieven te schrijven. Maar ook op het werk zelf is lezen, schrijven en digitaal vaardig zijn onmisbaar. Medewerkers kunnen zich beter ontwikkelen als zij de taal goed beheersen en met de computer kunnen werken. Door aandacht te besteden aan taal op de werkvloer neemt bijvoorbeeld de productiviteit en de kwaliteit toe en werken medewerkers veiliger doordat ze de werkinstructies en veiligheidsvoorschriften kunnen lezen.
Waarom? Beperkt basisvaardigheden zijn drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als mensen met voldoende basisvaardigheden.
Doel: We ondersteunen inwoners die moeite hebben met basisvaardigheden en daardoor betere kansen hebben op een passende en duurzame (droom)baan, met doorgroeimogelijkheden op de arbeidsmarkt. Met wie werken we samen: • Lokale werkgevers: Een groot deel van de laaggeletterde inwoners heeft een baan. Werkgevers kunnen het verhogen van basisvaardigheden bij hun werknemers stimuleren en faciliteren. • Consulenten Werk & Inkomen en Re-integratie: Een vindplaats waar we de doelgroep die recent werkloos is geworden, maar ook langdurig werklozen bereiken. De consulenten passen het herkennen, bespreekbaar maken en doorverwijzen structureel toe in het werk. De beheersing en ontwikkeling van basisvaardigheden wordt in de stappen die worden gezet om inwoners toe te leiden naar werk meegenomen.
• Leer Werk Loket/ WerkgeversServicepunt Midden-Holland (Verder te noemen: WSP)/ Regionaal Mobiliteitsteam (Verder te noemen: RMT): De verbindende factor met het werkveld: de werkgevers. Daarnaast is het Leer Werk Loket ook een vindplaats. Werkgevers kunnen hier terecht voor vragen over basisvaardigheden, taal op de werkvloer, taalaanbod en financiële regelingen. • Werkgevers met een gemeentelijke aanbesteding: ‘Social Return on Investment’ (SROI)6: Wanneer een organisatie of bedrijf een gemeentelijke aanbesteding krijgt, hebben zij een Social Return verplichting. Werkgevers kunnen dit invullen door bijvoorbeeld werknemers die onvoldoende basisvaardig zijn educatieaanbod te laten volgen om vaardigheden te ontwikkelen naast het werk.
3.2 Actielijn Geld: een schuldenvrije toekomst “Zelf mijn geldzaken regelen, mobiel kunnen bankieren” Financieel vaardiger worden Voor veel mensen is het bijhouden van financiële zaken een grote uitdaging. Het begrijpen van rekeningen, bijhouden van Waarom? de basisadministratie en aanvragen van toeslagen zijn niet De helft van de mensen makkelijk. Voor mensen met beperkte basisvaardigheden is dit die te maken hebben met al helemaal ingewikkeld. Basisvaardigheden zijn van groot financiële problemen belang voor het behouden van een stabiele, financiële situatie heeft ook en het zelfredzaam zijn. Het brengt veel extra zorgen mee moeite met lezen. Maar wanneer iemand financiële problemen heeft én beperkt liefst 50,3%. basisvaardig is. Zij hebben extra veel moeite om (zelfstandig) uit de financiële problemen te komen. Ongeveer 28% van de inwoners die zich melden bij schuldhulpverlening heeft moeite met lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden7. Als we deze mensen helpen met het verbeteren van hun basisvaardigheden, draagt dat bij aan het verminderen van armoede en problemen met schulden. Mensen die schulden hebben, ervaren vaak veel stress. Het oplossen van de schulden is van essentieel belang voordat zij bezig kunnen met andere leervragen.
De prioriteit ligt daarom bij het volgen van een schulddienstverlening traject, hierbij is aandacht voor beperkte basisvaardigheden en extra ondersteuning. Wanneer deze lasten deels zijn verminderd, geven we de beperkt basisvaardige inwoner de kans financieel vaardig te worden door het aanbieden van een passend educatieaanbod. Doel: We ondersteunen inwoners in het ontwikkelen van vaardigheden om financieel zelfredzaam te worden en (terugval in) schulden te voorkomen. Met wie werken we samen: Diverse maatschappelijke organisaties, zoals: Schuldhulpmaatjes, Humanitas, Stichting WelZijn. Zij bieden persoonlijke begeleiding aan de inwoners en zijn ook een vindplaats waar we de doelgroep kunnen bereiken. Consulenten schulddienstverlening: Een vindplaats waar we de doelgroep die zich melden bij schulddienstverlening bereiken. De consulenten passen het herkennen, bespreekbaar maken en doorverwijzen structureel toe in het werk. De beheersing en ontwikkeling van basisvaardigheden wordt in de stappen die worden gezet om inwoners toe te leiden naar financiële zelfredzaamheid.
6 Notitie SROI Krimpenerwaard 2018 e.v.
7
https://www.movisie.nl/sites/movisie.nl/files/2020-03/Dossier-Wat-werkt-bij-aanpak-armoede-schulden-2020.pdf
3.3 Actielijn Gezin en Jeugd: een taalrijke (thuis)omgeving “Het voelt goed als je kunt voorlezen aan je (klein)kinderen of je kinderen helpt met huiswerk.” Kansrijke Start Kinderen in taalarme gezinnen lopen een groter risico om op te groeien tot volwassene met beperkte vaardigheden. Ouders hebben een belangrijke rol in de taalontwikkeling van hun kind. We investeren in de taalondersteuning bij ouders, zodat zij beter in staat zijn om hun kind te volgen en te ondersteunen in hun ontwikkeling. Dit is een win-win situatie. Ouders werken aan hun basisvaardigheden en daarmee worden ook de kansen voor kinderen vergroot. Dat doen we door onder andere te werken met kinderen aan hun taal en door ouders te ondersteunen en erkennen in hun belangrijke rol. We dragen bij aan een taalrijke (thuis)omgeving. Preventie is een belangrijke basis in het Integraal Beleidskader sociaal domein. We willen er eerder bij zijn. Het ontwikkelen van basisvaardigheden begint al vanaf een jonge leeftijd. De taak om kinderen voldoende vaardig te laten worden ligt bij ouders en het onderwijs. En vanuit het onderwijsachterstandenbeleid heeft de gemeente hierin een taak om meer ouders te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind. We vinden het belangrijk om te voorkomen dat het kind het risico loopt om onvoldoende basisvaardigheden te ontwikkelen of op te doen.
Het betrekken van en samenwerken met ouders is hierin belangrijk. Ook willen we aandacht voor de jongeren. Jongeren met een onderwijsachterstand of zonder startkwalificatie kunnen de beperkte basisvaardige volwassene van de toekomst worden. Dit vinden we zorgwekkend. Daarom zien we het belang in van het bereiken van deze groep in een vroeg stadium. Het vergroten van leesmotivatie en leesplezier onder Nederlandse jongeren kan als middel worden ingezet om problemen met o.a. taal op latere leeftijd te helpen voorkomen.
Waarom ouderbetrokkenheid? Kinderen met ouders met beperkte basisvaardigheden, hebben een grote kans om zelf ook onvoldoende basisvaardigheden te ontwikkelen. 1 op de 4 jongeren onder de 15 jaar loopt het risico om onvoldoende basisvaardigheden te ontwikkelen. Het stimuleren van taal en het vergroten van de betrokkenheid van ouders spelen een belangrijke rol in het schoolsucces van kinderen. (inspectierapport)
Waarom jongeren? Uit rapport van de Onderwijsinspectie blijkt dat een kwart van de Nederlandse jongeren met een leesachterstand van school komt.
Doel: we ondersteunen ouders met het ontwikkelen van basisvaardigheden, hierdoor worden de kansen van zichzelf én de kinderen vergroot. Met wie werken we samen: In de gemeente Krimpenerwaard zijn veel partijen bezig met de taalontwikkeling bij kinderen en volwassenen. Het is belangrijk om de partijen bij elkaar te brengen en te faciliteren met kennis, methodieken, netwerken en ruimte voor innovatie. De natuurlijk ‘vindplaatsen’ en partners als het gaat om taalontwikkeling bij kinderen en hun ouders zijn de GGD, bibliotheek (doelgroep specialisten primair en voortgezet onderwijs), Stichting WelZijn, Kwadraad (schoolmaatschappelijk werk), voor- en vroegschoolse educatie (VVE), scholen (primair en voortgezet onderwijs), jongerenwerk en het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten.
3.4 Actielijn Gezondheid: een gezonde leefstijl “De afspraakbrief van de dokter en bijsluiter van mijn medicatie kunnen lezen.” Positief effect op gezondheid Mensen met beperkte basisvaardigheden missen vaak de vaardigheden om goed om te gaan met informatie over gezondheid, ziekte en zorg. De gevolgen daarvan voor hun gezondheid zijn groot, bijvoorbeeld als zij hun medicijnen niet op de juiste manier innemen. Ook preventieve zorg gaat vaak aan hen voorbij. Ze hebben te weinig kennis over een gezonde levensstijl. We willen in de gemeente Krimpenerwaard gezondheidsrisico’s en zorgkosten voor de inwoner beperken. Door de inwoners te ondersteunen gezondheidsvaardigheden te ontwikkelen kunnen zij zelfredzamer en gezonder leven. Het werken aan basisvaardigheden heeft een positief effect op de gezondheid. De bevordering van basisvaardigheden draagt bij aan het bevorderen van een gezonde leefstijl en vermindering van overgewicht.
Waarom? Inwoners met beperkte basisvaardigheden hebben meer kans op een slechtere gezondheid dan mensen die dit niet zijn.
Doel: we ondersteunen inwoners die de basisvaardigheden missen om goed om te gaan met informatie over de eigen gezondheid, zodat zij hun gezondheidsvaardigheden kunnen verbeteren. Met wie werken we samen: We kunnen de doelgroep bereiken via diverse zorgprofessionals, zoals: de GGD en jeugdgezondheidszorg en het Centrum voor Jeugd en Gezin. Team Sportservice heeft een belangrijke rol in het betrekken en verbinden van sportverenigingen.
3.5 Actielijn Domein overstijgend: bevorderen basisvaardigheden “ Het bevorderen van de basisvaardigheden doen we samen!”
Bevorderen basisvaardigheden In de actielijn Domein overstijgend besteden we aandacht aan de actuele thema’s en overkoepelende vraagstukken, die alle domeinen aangaan. Te denken valt aan: de verkiezingen, landelijke en regionale ontwikkelingen, actuele subsidies en gesprekskaarten bevorderen basisvaardigheden voor professionals en vrijwilligers. Doel: we ondersteunen alle partners van het Taalpact, met hun professionals en vrijwilligers, door te faciliteren en (duurzame) verbindingen voor het bevorderen van de basisvaardigheden. Met wie werken we samen: Bij dit thema werken we samen met alle partners van het Taalpact Krimpenerwaard.
4. Samenwerking en rolverdeling De samenwerking met de partners is van groot belang. De gemeente wil en kan het niet alleen doen. De samenwerkingspartners, variërend van taalaanbieders en onderwijsinstellingen tot maatschappelijke organisaties en bedrijven, zetten zich in voor het vergroten van de basisvaardigheden op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden van inwoners en werknemers uit de Krimpenerwaard. Het samenwerken levert voordelen op voor de verschillende partners binnen de gemeente: - we ontwikkelen op deze manier meer kennis en kunde op het gebied van basisvaardigheden; - het levert professionals op allerlei terreinen winst op wanneer er sprake is van betere communicatie met laaggeletterden; - we komen zo tot betere en gerichtere doorverwijzingen; - het levert inspiratie en innovatie op; - het heeft een grotere impact binnen in de gemeente Krimpenerwaard. In dit hoofdstuk gaan we verder in op de lokale samenwerking en rolverdeling. Samenwerkingsstructuur gemeente Krimpenerwaard In 2019 is het huidige kernteam opgesteld. Het kernteam bestaat uit: het Taalhuis, Stichting Lezen en Schrijven en gemeente Krimpenerwaard. Het Taalpact is vast gesteld voor de duur van vier jaar.
Gezien de vele raakvlakken met andere beleidsterreinen, de initiatieven die op rijksniveau ontwikkeld worden en snelheid waarin de samenleving verandert, is het Taalpact een dynamisch document. Het Taalpact zal jaarlijks, in een gezamenlijke bijeenkomst in de Week van Lezen en Schrijven worden geactualiseerd. De uitvoering van het Taalpact wordt elk jaar vastgelegd en gestuurd door middel van een jaaragenda. In de jaaragenda worden de vraagstukken voor dat jaar opgenomen, waar we concreet mee aan de slag gaan, welke partijen daarvoor nodig zijn en voorzien van een planning. Daarmee ondersteunt de jaaragenda de verwezenlijking van de gezamenlijke ambities opgenomen in het Taalpact. Evaluatie vindt plaats op basis van jaarverslagen. Er wordt teruggekeken op wat er in de gezamenlijke bijeenkomst en werkgroepen is gerealiseerd en opgeleverd aan de hand van vooraf vastgestelde doelen. De evaluatie wordt ambtelijk gecoördineerd op basis van de input vanuit de gezamenlijke bijeenkomst en de werkgroepen. De evaluatie vormt het sluitstuk van de jaaragenda van het betreffende jaar en dient in een cyclisch proces weer als input voor de vormgeving van de volgende jaaragenda. De samenwerkingsstructuur is als volgt: - Bijeenkomsten Taalpact Halfjaarlijks organiseren we een (netwerk)bijeenkomst voor alle partners van het Taalpact.
In deze bijeenkomsten (digitaal of fysiek), komen alle netwerkpartners bij elkaar en delen we onze successen en uitdagingen. Ook is hier ruimte om bijgepraat te worden over nieuwe (bestuurlijke) ontwikkelingen, zoals de aanbestedingen voor de Volwasseneneducatie en de inburgering. De (netwerk)bijeenkomst, tijdens de Week van Lezen en Schrijven, dient als jaarevaluatie en vooruitblik op het komende jaar. We evalueren de ambities en gerealiseerde doelstellingen met elkaar. - Kernteam Komt maandelijks bij elkaar en neemt de input van de werkgroepen mee. De kerngroep organiseert de bijeenkomsten van het Taalpact en zorgt ervoor dat de partners goed betrokken worden. - Werkgroepen De werkgroepen worden opgericht naar aanleiding van het besluit om een specifiek vraagstuk uit te werken. De werkgroepen worden samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen die een bijdrage kunnen leveren aan het te behalen resultaat. Vanuit het oogpunt van efficiëntie en werkbaarheid blijven de werkgroepen beperkt in omvang (bv. 5 tot 8 deelnemers). Beoogde deelnemers worden uitgenodigd om in de werkgroep deel te nemen en krijgen een opdracht en een
tijdpad mee waarbinnen zij het resultaat moeten opleveren. Doelen worden zo SMART mogelijk geformuleerd, en waar mogelijk onderbouwd met cijfers. De opbrengst van de werkgroepen betreft doorgaans een voorstel voor maatregelen of activiteiten dat aan het kernteam van het Taalpact wordt voorgelegd, indien nodig inclusief voorstellen voor bekostiging. Daarnaast kan de werkgroep het kernteam adviseren over vervolgacties en eventuele nieuwe opdrachten. Rol van de gemeente De gemeente voert de regie over de aanpak van laaggeletterdheid. Dat doen we als centrale speler in een netwerk van samenwerkende partijen uit de domeinen onderwijs, werk, gezin, gezondheid en andere verwante terreinen. In het netwerk heeft de gemeente ook een verbindende rol om vraag en aanbod bij elkaar te brengen. Regie van de gemeente Onder regie van de gemeenten worden de doelen gerealiseerd door: - De verantwoordelijkheid voor het bevorderen van basisvaardigheden bij de gemeenten en partners neer te leggen, omdat alle partijen binnen het (taal)netwerk een wettelijke taak/verantwoordelijkheid hebben en/of er belang bij hebben om vanuit eigen beleid te investeren in het bevorderen van basisvaardigheden; - Concreet betekent dit dat de functies m.b.t.
signalering en herkennen van laaggeletterdheid, motiveren van laaggeletterden, testen op basisvaardigheden en toeleiding naar scholing geïntegreerd is binnen de eigen werkprocessen; - De focus te leggen op de vindplaatsen van de NT1 doelgroep om de genoemde doelgroepen te bereiken via de samenwerkingspartners; - Uit onderzoek blijkt dat laaggeletterdheid het beste aangepakt kan worden in de context van de omgeving waarin de doelgroep zich bevindt. Belangrijk in dat kader om laaggeletterden te bewegen naar een educatief aanbod is om in te spelen op de leer- of motivatiebehoeften van inwoners met beperkte basisvaardigheden; - De netwerk-/infrastructuur te versterken door de samenwerking te bevorderen, waardoor de focus op het vinden, bereiken en toeleiden van laaggeletterden vergroot wordt en door te streven naar betere toeleidingsroutes. De gemeente is toegankelijk We vinden het belangrijk dat alle inwoners van de gemeente Krimpenerwaard mee kunnen doen in de maatschappij. Bovendien hechten we veel waarde aan het gesprek en de samenwerking met inwoners. Heldere communicatie is voor beide zaken onmisbaar. Het programma dienstverlening Het is een van de speerpunten van de gemeente om inclusief en toegankelijk te zijn. Naast het bieden van ondersteuning in het ontwikkelen van vaardigheden willen we het de inwoner ook makkelijker maken.
Daarom willen we ervoor zorgen dat onze eigen dienstverlening toegankelijk is en dat we begrijpelijke taal gebruiken. Dit doen we door in 2021-2022: - Brieven en communicatiemiddelen worden aangepast, op maximaal B1 niveau. Zo maken we het makkelijker om mee te doen in de gemeente Krimpenerwaard. Want als iedereen helder communiceert maken we onze dienstverlening toegankelijk en inclusiever voor een groter deel van onze inwoners. - Medewerkers van de gemeente Krimpenerwaard worden getraind in het helder communiceren via Vitamine L (In-company trainingen), bijvoorbeeld Digitale training Heldere brieven en e-mails schrijven in begrijpelijke taal. - KCC krijgt een training in het herkennen, signaleren en doorverwijzen van laaggeletterdheid/beperkte digitale vaardigheden. Dit wordt uitgerold via Vitamine L, zodat het beschikbaar is voor alle medewerkers binnen de gemeente Krimpenerwaard, voor wie het van toepassing is. - Nieuwe inwoners van de gemeente Krimpenerwaard ontvangen een mapje van de gemeente Krimpenerwaard met informatie over het gebied. Dit wordt eind 2021 aangevuld met informatie over ondersteuningsmogelijkheden en scholing in de basisvaardigheden. Check door ambassadeurs?
-
Informatiepunt Digitale Overheid (IDO): in 2021 starten de bibliotheken in de Krimpenerwaard het IDO. Vanuit de gemeente sluiten we daarop aan. Er komt een mogelijkheid voor inwoners met beperkte (digi-)tale vaardigheden om een groot aantal digitale aanvragen persoonlijk te doen. Deze service wordt ook incidenteel aangeboden bij de bibliotheken. De website wordt toegankelijk gemaakt voor inwoners met een beperking. Dit houdt in dat informatie voorleesbaar is en contrasten en lettertypen aangepast kunnen worden.
Als gemeente vinden wij het belangrijk dat maatschappelijke organisaties, onderwijs en werkgevers werken aan toegankelijke dienstverlening, zodat iedereen mee kan doen in onze samenleving. Dat betekent dat mensen die moeite hebben met lezen en schrijven de communicatie kunnen begrijpen. En dat de dienstverlening aansluit bij de behoeften van mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. We willen hierin een voorbeeld zijn en vragen onze netwerkpartners om dit voorbeeld te volgen. Rol van Stichting Lezen en Schrijven Stichting Lezen en Schrijven adviseert de gemeenten bij het opzetten en uitvoeren van een samenhangende aanpak van laaggeletterdheid. De gemeente heeft de regie en Stichting Lezen en Schrijven werkt vraaggericht. Met bijvoorbeeld het Groeimodel aanpak laaggeletterdheid gemeenten ondersteunen bij regionale en lokale beleidsontwikkeling. Het model helpt om doelen en verbeterpunten vast te stellen voor een goede integrale aanpak. Rol van het Taalhuis Het Taalhuis vormt de lokale spil in het samenbrengen van vraag en aanbod op het gebied van basisvaardigheden. In elk Taalpunt (4 punten) kunnen inwoners terecht voor het wekelijkse inloopspreekuur zodat zij met hun taalvraag op weg geholpen worden. Daarnaast is er in het Taalpunt een aanbod van taalactiviteiten waar mensen aan deel kunnen nemen.
Ook zijn er speciaal voor mensen die moeite hebben met de Nederlandse taal les- en leesboeken aanwezig om de taal beter te leren. Rol van de kerngroep In co-creatie met elkaar: - Fungeert als aanjager en ambassadeur van het thema binnen en buiten de organisatie - Zorgt voor draagvlak voor en deelname aan het Taalpact Krimpenerwaard, zowel onder partners als onder deelnemers. - Monitort en evalueert de realisatie van de doelstellingen en de voortgang - Initieert gezamenlijke bijeenkomsten voor deelnemers van het Taalpact. Als kernteam sluiten we ook aan bij diverse relevante overlegstructuren of gaan op werkbezoek om de aanpak laaggeletterdheid onder de aandacht te brengen. Waar nodig organiseert het Taalhuis of Stichting Lezen en Schrijven een training over het signaleren, herkennen en doorverwijzen. Daarnaast maken we ook verbindingen met andere organisaties om elkaars kwaliteiten te benutten. Rol van de partners Het Taalpact spreekt een ambitie uit en bevat doelstellingen voor de periode 2021-2024. Maatschappelijke partners die te maken hebben met laaggeletterdheid, werkgevers die te maken hebben met laaggeletterde medewerkers of partners die een rol willen en kunnen innemen om laaggeletterdheid in de Krimpenerwaard terug te dringen, hebben de mogelijkheid om aan te sluiten bij het Taalpact.
Van de partners wordt verwacht dat zij: - De ambities en doelstelling van het Taalpact onderschrijven; - Het thema laaggeletterdheid binnen hun eigen organisatie (blijvend) op de agenda zetten - Bijdragen aan een sluitende aanpak laaggeletterdheid door verbinding te zoeken en te houden tussen relevante (taal)partners; - Waar mogelijk zelf initiatieven ontwikkelen om laaggeletterdheid aan te pakken.
5. Monitoring en kwaliteitsborging Meten is weten! Bereiken we de inwoner? Welke bewoners bereiken we? Zijn zij tevreden over het beschikbare aanbod? En vooral: bereiken we onze ambitie dat iedereen beter kan meedoen in de Krimpenerwaard? Dit zijn vragen die we willen kunnen beantwoorden. Zo komen we te weten of wat we doen ook het gewenste effect heeft. Dit bereiken we door onze aanpak te ‘monitoren’. We willen inzicht in het effect van de inzet van screening en doorverwijzing van inwoners bij signalering van beperkte basisvaardigheden: hoeveel mensen worden doorverwezen vanuit welke organisatie; We willen inzicht in onze eigen dienstverlening: is die toegankelijk ingericht en communiceren we in begrijpelijke taal?; We willen inzicht in ons bereik: hoeveel inwoners bereiken ons aanbod? Is het aanbod laagdrempelig genoeg voor de inwoners?; We willen meer inzicht in de deelnemers van ons aanbod: wie bereiken ons aanbod?; We willen inzicht krijgen of ons aanbod aansluit op de behoefte van de inwoner: welke leerwensen hebben de inwoners?; We willen inzicht krijgen of het aanbod daadwerkelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van basisvaardigheden; We willen inzicht in het effect die trajecten hebben op de sociale inclusie van deelnemers; En, we willen inzicht krijgen of we met onze geformuleerde acties ook daadwerkelijk de gewenste resultaten bereiken.
Hoe monitoren we dit? We gebruiken verschillende manieren en op verschillende niveaus (cursisten, organisaties) om te meten of we de bovenstaande inzichten bereiken. Dit doen we door gebruik te maken van de Qwasp monitor volwasseneneducatie van Maurice de Greef8: Een regionale impactmonitor van het aanbod: wat levert het op voor de inwoner? Deze jaarlijkse monitor geeft inzicht in het effect van het aanbod op sociale inclusie van deelnemers. Registratie: hoe komen onze inwoners bij het aanbod terecht? Wie maakt gebruik van het aanbod? Consulenten registreren het aantal doorverwijzingen, vanuit welke ingang (vindplaats) en bij welk aanbod zij instromen. Kwaliteitsborging
8
Het jaarlijks evalueren van doelstellingen in het plan: bereiken we wat we willen? Het Taalpact 2021-2024 is een dynamisch document, dat jaarlijks in een gezamenlijke bijeenkomst in De Week van Lezen en Schrijven zal worden geactualiseerd. Het actieplan van het Taalpact wordt met de deelnemende partners besproken, waarin concrete projecten en doelen voor het komende jaar worden vastgelegd. Er wordt teruggekeken op wat er in de werkgroepen is gerealiseerd en opgeleverd aan de hand van vooraf vastgestelde doelen. Acties worden waar nodig aangepast om de gestelde resultaten in 2024 te behalen. De evaluatie wordt ambtelijk gecoördineerd op basis van de input vanuit de stuurgroep en werkgroepen. Taalhuis certificeren Taalhuizen zijn een belangrijke schakel in de lokale aanpak van laaggeletterdheid. Investeren in de kwaliteit van de Taalhuizen is daarom van groot belang. Door meer kwaliteit in de aanpak kunnen er uiteindelijk meer mensen geholpen worden om hun basisvaardigheden te verbeteren. In veel branches en organisaties is een vorm van certificering gebruikelijk. Het is een vaste werkwijze om te beoordelen hoe het staat met de kwaliteit van dienstverlening en de toekomstbestendigheid van je organisatie.
https://monitorvolwasseneneducatie.com/landelijke-monitor-volwasseneneducatie-2/
6. Communicatie Communicatie doelgroepen In onze communicatie willen we de diverse doelgroepen bereiken. Dit willen we deels doen door de verbinding te maken met het sociale domein en inzetten op de vindplaatsen: het herkennen, signaleren en bespreekbaar maken van de basisvaardigheden. Daarnaast willen we bredere aandacht vragen voor het belang van basisvaardigheden. En voor het feit dat goede beheersing van die vaardigheden niet altijd vanzelfsprekend is. Regio In de regio wordt een communicatieplan ontwikkeld, die we lokaal in kunnen zetten. Daarnaast wordt er ook een routekaart ontwikkeld: van vindplaats naar aanbod. Waarin het van belang is hoe een inwoner via het sociaal domein begeleid wordt naar aanbod. Lokale uitgangspunten:
We organiseren ten minste 4 momenten per jaar waarin lokaal aandacht wordt gevraagd voor de bevordering van basisvaardigheden in de Krimpenerwaard. We koppelen onze uitingen met activiteiten of specifieke momenten gelinkt aan het sociaal domein, bijvoorbeeld: week van het geld, de dag van de arbeid, banenmarkt, de Kinderboekenweek etc. We hebben jaarlijks extra aandacht voor dit onderwerp tijdens ‘de Week van Lezen en Schrijven’ in de gemeente Krimpenerwaard. Dit vindt plaats tijdens de 2e week van september. We betrekken ervaringsdeskundigen in de communicatie.
Communicatie partners Eens per kwartaal verstuurt de kerngroep een nieuwsbrief met de regionale en lokale ontwikkelingen, aanbod, scholing/cursus/workshops en inspirerende praktijkvoorbeelden op het gebied van de aanpak laaggeletterdheid. Partners kunnen ook input aanleveren voor de nieuwsbrief. Communicatie organisatie Heldere communicatie is van groot belang. Het is van belang dat de professionals in de diverse sectoren op hoofdlijnen geïnformeerd worden over besluiten en acties die in de bijeenkomsten van het Taalpact worden besproken. Iedere partij is zelf verantwoordelijk voor afstemming met én binnen de eigen organisatie.
Bijlage 1: Begrippenlijst We hanteren in dit document de volgende termen: In de WEB wordt onderscheid te maakt tussen drie doelgroepen: analfabeten, laaggeletterden en vrijwillige inburgeraars. Voorwaarde voor gebruik van de WEB-middelen, is dat inburgeringsplichtigen daar geen gebruik van kunnen maken en dat het moet gaan om inwoners van de gemeente van 18 jaar of ouder.* In artikel 7.3.1 van de WEB is vastgelegd welke opleidingen educatie worden onderscheiden. Analfabeet: mensen die analfabeet zijn, kunnen niet lezen of schrijven. Dit kunnen zowel Nederlandstaligen als anderstaligen zijn. Analfabetisme is niet hetzelfde als laaggeletterdheid. NT1: Nederlands als eerste taal. De term verwijst naar de groep volwassenen (18+) die Nederlands als moedertaal heeft, en naar het lees en schrijfonderwijs aan deze groep mensen. Deze groep valt onder de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). NT2: Nederlands als tweede taal. Hiermee wordt het Nederlandse taalonderwijs aan anderstaligen bedoeld. Deze groep valt bij een inburgeringsplicht onder de Nieuwe Inburgeringswet (2021) en anders onder de WEB. NT2-leerders die wel technisch kunnen lezen en schrijven en die hun Nederlandse taalvaardigheden beogen te verbeteren, door deelname aan een opleiding Nederlands als tweede taal en/of het afleggen van het Staatsexamen NT2.
Dit kan in het kader van vrijwillige inburgering, nadat aan de inburgeringsplicht voldaan is of om andere redenen. NT2 leerders die onder bovenstaande doelgroepen kunnen vallen en dus gebruik kunnen maken van WEB-middelen zijn bijvoorbeeld ex-inburgeraars, kennismigranten, arbeidsmigranten, expats en de zogenaamde GIPS- en MOE-landers (mensen uit Zuid- en Midden-Europa en Ierland). Basisvaardigheden: Binnen de volwasseneneducatie wordt onder de basisvaardigheden verstaan: taal-, reken- en digitale vaardigheden voor volwassenen. Onder taal verstaan we Nederlands als tweede taal en Nederlands als moedertaal. Met voldoende beheersing van de basisvaardigheden kan een volwassene zich zelfstandig redden in de maatschappij, deze persoon is zelfredzaam. Volwasseneneducatie: We hanteren deze term als het specifiek gaat om onderwijsaanbod voor volwassenen, dat gericht is op het bevorderen van basisvaardigheden op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Binnen de aanpak van laaggeletterdheid is dit één van de mogelijke instrumenten, maar er is meer aanbod mogelijk. Er zijn immers verschillende manieren om iemand verder te helpen in zijn of haar ontwikkeling. Taalambassadeurs: weten uit eigen ervaring hoe het is om moeite te hebben met lezen, schrijven of rekenen. Zij zijn getraind om te vertellen waarom het zo belangrijk is om te blijven bijleren, ook als volwassene.
Vaak kunnen ze ook advies geven over duidelijke communicatie. Nieuwe inburgeringswet: Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de nieuwe Wet inburgering in werking. De regie op de uitvoering van de wet komt bij de gemeenten te liggen. Inburgeren: Mensen die van buiten de Europese Unie, IJsland, Kroatië, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland komen, ouder zijn dan 18 jaar maar nog niet pensioengerechtigd, en voor lange tijd met een verblijfsvergunning in Nederland komen wonen, moeten Nederlands leren en weten hoe de samenleving in elkaar zit. De meeste mensen doen het inburgeringsexamen. Het is ook mogelijk om in te burgeren door het Staatsexamen NT2 te doen, of door een diploma van een beroepsopleiding te halen. Startkwalificatie: Een startkwalificatie is het minimale niveau dat nodig wordt geacht om een volwaardige plaats op de arbeidsmarkt te verwerven. Iemand beschikt over een startkwalificatie wanneer hij een havo- of vwo-diploma of minimaal een mbo-2 diploma heeft. Het niveau van een startkwalificatie is 2F van het Referentiekader taal en rekenen.
Formeel: Een gestructureerde en systematische vorm van leren. Je leert binnen een omgeving die ontworpen is om te leren. Het doel is het behalen van een erkenning, certificaat of diploma. Non formeel: Georganiseerd leren, doelgericht maar misschien minder gestructureerd en systematisch in vergelijking met formeel leren. De omgeving is daarbij niet per se ontworpen als leeromgeving. Bijvoorbeeld de bibliotheek of wijkcentrum. Informeel: Deze vorm van leren kan plaatsvinden in een georganiseerde leersetting, maar ook daarbuiten. Het zijn de momenten waarop je iets leert door het te ervaren. Vindplaats: Waar laaggeletterde ouders/jongeren gesignaleerd kunnen worden en aangemoedigd ook zelf iets te doen aan hun basisvaardigheden.9 Taalmeter: De Taalmeter geeft gemeenten, bedrijven, schuldhulpverleningsorganisaties, formulierenbrigades en andere organisaties snel een indicatie van de lees- en schrijfvaardigheid van hun cliënten, werknemers of klanten. Het is een online test met een aantal korte vragen, die deelnemers maken op een computer. De Taalmeter is geen toets. Als na het afnemen van de Taalmeter blijkt dat iemand moeite heeft met lezen en/of schrijven, dan dient door middel van een betrouwbare toets het taalniveau vastgesteld te worden (bijvoorbeeld een TOA-toets).
De Taalmeter is niet bedoeld om informatie te krijgen over de taalvaardigheid van anderstaligen die de Nederlandse taal nog aan het leren zijn. Meer informatie over de Taalmeter is te vinden op www.basismeters.nl.
9
Begrippenlijst Laaggeletterdheid (basisvaardigheden.nl)
Bijlage 2: De Context Regionale samenwerking De gemeente heeft de regierol in de bevordering van basisvaardigheden bij zijn inwoners. Hierbij kunnen gemeenten elkaar, op regioniveau, ondersteunen en versterken. Binnen de arbeidsmarktregio Midden Holland is er een (verplichte) regionale samenwerking, op o.a. gebied volwasseneneducatie. Vijf gemeentes10 hebben gezamenlijke doelen opgesteld in het Regioplan Bevordering Basisvaardigheden regio Midden Holland (2020-2024). Doelen Regioplan Een (Basis)Vaardige Regio Midden Holland 2020-2024: Onder regie van de centrumgemeente Gouda is er in 2024 een effectieve aanpak bevordering van basisvaardigheden gerealiseerd. Er is een goede regionale en lokale netwerkstructuur van signalering, motivatie, toeleiding en scholing van inwoners met beperkte basisvaardigheden. De bevordering van basisvaardigheden (van herkennen tot volgen van een cursus) is in íedere gemeente binnen de regio inhoudelijk, financieel en organisatorisch verankerd (binnen het gemeentelijk beleid voor het brede Sociaal Domein). Er is een duidelijke groei van 5000 mensen dat een traject basisvaardigheid heeft gevolgd. Daarvan heeft 40% (2000) van de deelnemers een Nederlandse (taal)achtergrond.
Er is een systematisch en eenduidig kwaliteits- en monitoringssysteem voor het non-formele aanbod binnen de regio Midden Holland dat voldoet aan de kwaliteitsnormen van het ministerie van OCW. Om de regionale doelen te halen wordt onder regie van de gemeenten: 1. ingezet op het voorkomen van onvoldoende en het bevorderen van basisvaardigheden door de gemeenten en partner, omdat alle partijen binnen het (taal)netwerk een wettelijke taak/verantwoordelijkheid hebben en/of er belang bij hebben om vanuit eigen beleid te investeren in het voorkomen en het bevorderen ervan 2. de bevordering van basisvaardigheden zoveel mogelijk verankerd in het reguliere beleid en in uitvoeringsafspraken met partners binnen bestaande of nieuwe samenwerkingsverbanden tussen de partners in het (taal)netwerk. 3. de focus gelegd op de vindplaatsen van de NT1-doelgroep om genoemde doelgroep te bereiken, o.a. binnen het Sociaal Domein, Arbeidsmarkt, Gezondheid, het Onderwijs en Educatie. Binnen deze domeinen is het aantal NT1-ers oververtegenwoordigd. Gemeenten en maatschappelijke organisaties kunnen inwoners met beperkte basisvaardigheden vinden door hun data-, cliënten- of personeelsbestanden (in het geval van werkgevers) te doorzoeken op informatie die een indicatie kan geven voor beperkte basisvaardigheden (opleidingsniveau Mbo1 of lager).
Deze domeingerichte aanpak is belangrijk voor de inzet op bevordering van basisvaardigheden, omdat onderzoek uitwijst dat de inzet op de bevordering van basisvaardigheden het beste gedaan kan worden in de context van de omgeving waarin de doelgroep zich bevindt. 4. aan de partners gevraagd om beperkte basisvaardigheden te signaleren, te screenen en om de inwoners met beperkte basisvaardigheden te motiveren en toe te leiden naar een passend educatietraject en om dit te integreren binnen de eigen werkprocessen. 5. de netwerk-/infrastructuur versterkt door, o.a., nieuwe verbindingen te leggen tussen partners, betere toeleidingsroutes te ontwikkelen, maatwerk te leveren en medewerkers toe te rusten om NT1-ers te bereiken. 6. Uitgangspunten van het Regionale Plan Een (Basis)Vaardige Regio 2020-2024 zijn:
10
Gemeenten: Gouda, Krimpenerwaard, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen
7. Beperkte basisvaardigheden zijn een breed maatschappelijk thema en raakt verschillende maatschappelijke domeinen. De bevordering van basisvaardigheden is een middel tot maatschappelijke participatie, zelfredzaamheid en preventie. 8. Het brede (taal)netwerk in de regio Midden Holland (gemeenten, educatie, welzijn, zorg, onderwijs en het bedrijfsleven) geeft uitvoering aan voornoemde ambities en doelstellingen. 9. Alle partijen binnen het (taal)netwerk hebben een wettelijke taak/verantwoordelijkheid en/of hebben er belang bij om vanuit eigen beleid te investeren in het voorkomen en/of bevorderen van basisvaardigheden. De aanpak dient daarom zoveel mogelijk verankerd te zijn in het reguliere beleid en in de uitvoering van de partners in het netwerk of binnen bestaande of nieuwe samenwerkingsverbanden tussen de partners. 10. Gemeenten hebben bij de regionale bevordering van basisvaardigheden naast de regierol ook een voorbeeldfunctie. De voorbeeldrol uit zich in het gebruik van direct duidelijke en begrijpelijke taal (niveau B1) in de communicatie met de burger en in de signalerende en doorverwijzende functie bij laaggeletterdheid binnen het Sociaal Domein en in de dienstverlening aan de gemeentelijke balies en loketten. 11. Deze voorbeeldfunctie is een belangrijke voorwaarde om partners aan te sporen actie te ondernemen bij het voorkomen en bevorderen van basisvaardigheden.
12. Voor het bereiken van NT1-ers ligt de focus op de vindplaatsen van de NT1-doelgroep bij werkgevers, UWV, scholen, welzijnsorganisaties en gemeenten. 13. Door stevig in te zetten op onder andere preventie zal de problematiek met betrekking tot beperkte basisvaardigheden op termijn opgelost zijn. Voor preventie en een effectieve inzet op bevordering van basisvaardigheden worden nieuwe structurele verbindingen en samenwerkingsstructuren gerealiseerd tussen netwerkpartners. 14. Om de beoogde doelen te halen staat het bieden van maatwerk centraal in de bevordering van basisvaardigheden. Formeel en non-formeel aanbod sluiten zoveel mogelijk aan op de leermotieven, de leervraag en de leerbehoeften van de doelgroep. 15. Er wordt uitgegaan van de leermotivatie van NT1-ers. NT1-ers hanteren, ondanks de ervaren drempels zoals schaamte en taboe, vaak specifieke motieven om toch weer de stap te zetten naar het volgen van een educatief traject, het traject vol te houden en te voltooien. Deze motieven zijn negatief of positief geïnspireerd. Zo kunnen ouders met schoolgaande kinderen gemotiveerd zijn een educatief traject te volgen omdat zij hun kind willen begeleiden en stimuleren met schoolwerk, terwijl werknemers met lage taalvaardigheid een taaltraject kunnen gaan volgen omdat de werkgever dat eist. Gemeenten en partners kunnen leermotieven inzetten (bijv.
bij een intakegesprek) om NT1-ers te bewegen naar een educatief traject. 16. Om de effectiviteit van de bevordering van basisvaardigheden te vergroten wordt een verbinding binnen het Sociaal Domein gelegd tussen de WEB en het nieuwe inburgeringsbeleid (WIB).
Bijlage 3: Ondertekening Taalpact Krimpenerwaard 2021-2024 Ondertekening Ondertekend te Lekkerkerk op maandag 22 november 2021 Organisatie
Handtekening
Functie