1.47 Bijlage - Evaluatie tariefbepaling pgb bij eerste- en tweedegraads bloed- of aanverwanten.pdf
Tekst van het document
Evaluatie tariefbepaling persoonsgebondenbudget bij eersteen tweedegraads bloed- of aanverwanten
Datum: november 2022 Auteur: Lisa Borst (beleidsmedewerker Sociaal Domein) Meegelezen: Alex de Vries (senior medewerker sociaal domein), Jacqueline Rietveld (beleidsmedewerker Sociaal Domein) en Tetske Thoen (adviseur juridische zaken)
Inhoud 1.
Inleiding ...........................................................................................................................................3
2. Analyse................................................................................................................................................4 2.1 Afname PGB budget en aantal unieke cliënten .............................................................................4 2.2 Cijfers PGB hulp bij huishouden ....................................................................................................5 2.3 Cijfers PGB begeleiding.................................................................................................................5 2.4 Cijfers PGB jeugd ..........................................................................................................................5 2.5 Bezwaren .......................................................................................................................................5 2.6 Verklaringen daling aantal cliënten met pgb ..................................................................................5 Conclusie.................................................................................................................................................6
2
1. Inleiding In november 2021 heeft de gemeenteraad akkoord gegeven voor het toevoegen van lid 16 aan artikel 11 (HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening) in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard 2019. Lid 16, artikel 11, HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt onderscheid gemaakt tussen formele en informele hulp. $
$
a. van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of; personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken. b. informele hulp is: Hulp die geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2; Hulp die wordt geboden door personen die voldoen aan de criteria als genoemd in lid 2, maar bloed- of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van cliënt.
Dit houdt in dat een bloed- of aanverwant in 1e of 2e graad voor hulp aan een familielid het sociale/eigen netwerktarief krijgt betaald in plaats van een professioneel ZIN tarief. Bloedverwantschap is dus doorslaggevend bij bepaling van het tarief voor een persoonsgebondenbudget (pgb). Aanleiding voor deze wijziging was het voorkomen dat een bloed- of aanverwant persoon in 1e of 2e graad, die een bedrijf heeft in het bieden van bijvoorbeeld hulp bij huishouden en hulp biedt aan een familielid, het professionele tarief ontvangt. Zorgen zijn geuit over het grote verschil tussen deze tarieven en of dit negatief zou kunnen uitpakken. Het verschil bij bijvoorbeeld hulp bij huishouden tussen het eigen netwerktarief (€ 13,84) en professioneel tarief (€ 25,80) is groot. Het college is vervolgens via een motie van het CDA opgeroepen om deze wijziging gedurende het jaar te evalueren en deze eind 2022 met de Raad en de Adviesraad Sociaal Domein te delen. Via deze analyse wordt hier gehoor aan gegeven.
3
2. Analyse In dit hoofdstuk wordt de invloed van de toevoeging van Lid 16, artikel 11, HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening geanalyseerd. 2.1 Afname PGB budget en aantal unieke cliënten In 2022 neemt voor elk soort pgb (begeleiding, hulp bij huishouden en jeugd) het budget af ten opzichte van 2021 (figuur 1). Ditzelfde geldt ook voor het aantal unieke cliënten per soort pgb, ook dit neemt in 2022 af ten opzichte van 2022 (figuur 2). Figuur 1
*uitleg afkortingen: BEGL = begeleiding, HBH = hulp bij huishouden
Figuur 2
De vraag is of dit komt door eerder genoemde wijziging. Hier zullen we verder op inzoomen per soort pgb.
4
2.2 Cijfers PGB hulp bij huishouden In 2021 waren in totaal 52 inwoners die het eigen netwerktarief van € 13,84 hadden. In 2022 waren dit 45 inwoners. Relevant is om te kijken of er minder professional tarief is geïndiceerd. De instroom inwoners met professioneel tarief is in 2022 gelijk aan 2021, namelijk 1. Het aantal inwoners dat in 2022 het professioneel tarief behoudt van de 6 inwoners die dit in 2021 hebben ontvangen is 1. Of dit te verklaren valt door de wijziging in de verordening is discutabel. De instroom van het eigen netwerk tarief in 2022 is 4 inwoners, maar dit zijn niet de inwoners die uit het professioneel tarief zijn uitgestroomd. Het aantal inwoners dat met een professioneel tarief is doorgestroomd naar het eigen netwerktarief in 2022 is namelijk 0. Verder is er afgelopen jaren (vóór de wijziging in de verordening) ook elk jaar nieuwe instroom in het eigen netwerktarief en nam de instroom vanaf 2019 voor het professional tarief geleidelijk af. Ook is elk jaar het aantal inwoners met een professioneel tarief lager dan het jaar ervoor. Er zijn dus geen afwijkende ontwikkelingen te zien ten opzichte van de jaren voorafgaande aan de wijziging. 2.3 Cijfers PGB begeleiding Voor begeleiding zijn zeer beperkte ontwikkelingen te zien.
De instroom van inwoners met het professioneel tarief in 2022 (16 instromers) neemt met 2 af ten opzichte van de instroom in 2021 (18 instromers). Echter is de afname in instroom tussen 2021 en 2020 groter, namelijk een daling van 7 inwoners in 2021. Dat de instroom tussen 2022 en 2021 met slechts 2 inwoners daalt, lijkt daarom niet te worden veroorzaakt door de wijziging in de verordening. Tevens is er ook sprake van maar 1 inwoner die instroomt in het eigen netwerktarief in 2022 en is er geen enkele inwoner die in 2022 is doorgestroomd van het professioneel tarief naar het eigen netwerktarief. De inschatting is dat de wijziging in de verordening geen invloed heeft op de beperkte ontwikkeling in aantallen in 2022 ten opzichte van 2021. 2.4 Cijfers PGB jeugd Er is een daling van het aantal unieke cliënten met een pgb van 100 in 2021 naar 78 in 2022. Een daling van 22%. Echter, de inschatting is dat ook voor jeugd de invloed van de wijziging in de verordening minimaal is. Zo neemt de instroom van inwoners in het professioneel tarief sinds 2019 jaarlijks af, dit is in 2022 dus geen bijzondere ontwikkeling. De daling tussen 2022 en 2021 is procentueel gezien zelfs het kleinst. Ook is de instroom in het eigen netwerktarief met 2 erg klein. Bovenstaande ontwikkelingen lijken erop te wijzen dat ook bij jeugd de wijziging in de verordening voor minimale effecten zorgt.
2.5 Bezwaren Er is tot op heden 1 bezwaar geweest, welke uiteindelijk is geschikt. Dit bezwaar was gericht tegen de wijziging van het professionele tarief (vanwege een inschrijving bij de KvK vanwege het hebben van een massagebedrijf) naar het sociale netwerktarief. Daarnaast waren en nog een aantal andere bezwaarpunten. Uiteindelijk is dit bezwaarschrift op de andere punten geschikt, maar is het sociale netwerktarief gehandhaafd en is bezwaarmaker daarmee akkoord gegaan. 2.6 Verklaringen daling aantal cliënten met pgb Voor alle drie de soorten hulp (hulp bij huishouden, begeleiding en jeugd) is een daling te zien in aantal cliënten dat een pgb heeft in 2022 ten opzichte van 2021. De inschatting is dat deze daling voor alle drie de soorten hulp te verklaren valt door verschillende factoren. Waarbij de wijziging in de verordening naar verwachting een kleine of geen rol speelt gezien de ontwikkelingen tussen aantallen (instroom) in het eigen netwerktarief en professional tarief. Welke factoren verklaren mogelijk dan de daling in aantal cliënten dat een pgb heeft in 2022: - Bij de wijziging van de verordening in 2019 is het tarief voor eigen netwerk verlaagd van € 16,60 naar € 13,84. Hierdoor is mogelijk het aanvragen van een pgb minder aantrekkelijk geworden;
5
-
-
De inkomenstoets die voor hulp bij huishouden sinds 2022 van kracht is. Hierdoor hebben inwoners boven een bepaald inkomen geen recht meer op hulp vanuit de gemeente en dienen particuliere hulp in te schakelen; Een algemeen ontmoedigingsbeleid is binnen de gemeente Krimpenerwaard gaande: o De afgelopen jaren wordt er meer gestuurd op zorg in natura (ZIN) in plaats van op pgb. Onder andere omdat we bij ZIN weten dat de geleverde kwaliteit van hulp op orde is vanwege de kwaliteitseisen die worden gesteld. Bij pgb is deze controle niet mogelijk; o Mantelzorgers die hulp niet meer kunnen bieden worden overgenomen door ZIN en niet meer door pgb; o Er wordt steeds meer gekeken naar de eigen kracht van een inwoner de afgelopen jaren.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het toevoegen van lid 16 aan artikel 11 (HOOFDSTUK 3. Maatwerkvoorziening) in de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Krimpenerwaard 2019 (kortom, dat een bloed- of aanverwant in 1e of 2e graad voor hulp aan een familielid het sociale netwerktarief krijgt betaald in plaats van een professioneel ZIN tarief) geen tot weinig effect heeft op het gebruik en aanvragen van een pgb. Er is afgelopen jaar één bezwaarschrift ingediend tegen de inzet van het lager tarief, welke uiteindelijk is geschikt. Het lijkt erop dat een samenloop van meerdere factoren zorgt voor ontwikkelingen in het gebruik en aanvragen van een pgb (zie H2.5). In de praktijk is verder ook gebleken dat de wijziging weinig invloed heeft gehad. Zo zijn er slechts een aantal situaties, circa 2 of 3, bekend waarin het tarief naar beneden is aangepast. Verder worden lopende beschikkingen pas aangepast als de looptijd is verlopen. Dit jaar alleen weergeeft mogelijk dus niet alle effecten. Het is dus mogelijk dat komende tijd nog aanpassingen (naar het lagere tarief) zullen plaatsvinden, maar zoals ook dit jaar gebleken zijn dit er naar verwachting erg weinig. Het toevoegen van lid 16 aan artikel 11 in Hoofdstuk 3 is vooral bedoeld om een situatie, zoals in de inleiding beschreven, te voorkomen.
De uitvoering geeft aan dat de keren dat zo’n situatie zich voordoet, het hen helpt om het gesprek met de inwoner aan te gaan en ook discussies over het te nemen besluit worden voorkomen omdat ze naar deze beleidsregel kunnen verwijzen. Er is geen twijfel meer over welk besluit genomen dient te worden. De zorgen die zijn geuit over of het grote verschil tussen deze tarieven in een aantal gevallen negatief kan uitpakken, kunnen op basis van bovenstaande worden weggenomen. De aanbeveling is dan ook om het ingezette beleid voort te zetten.
6