1.4 RIB Reactie Midden-Holland op brief GS besluit regionaal woningbouwprogramma en brief Rijk aan GS
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
De gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
4 juni 2024 Reactie Midden-Holland op brief GS besluit regionaal woningbouwprogramma en brief Rijk aan GS
Beste meneer, mevrouw, Op 15 april 2024 bent u geïnformeerd over het besluit van GS op de Regionale Projectenlijst Woningbouw (RPW) Midden-Holland 2024. In deze brief brengen we u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen: het antwoord vanuit de regio op het besluit op de RPW van de provincie en de laatste brief vanuit de minister BZK aan de provincie. De provincie heeft op de RPW besloten een aantal plannen niet te aanvaarden of nog niet op te besluiten. Inmiddels heeft de regio Midden-Holland een reactie op dit besluit opgesteld en naar GS gestuurd, waar in wordt gegaan op deze locaties op basis van de gronden waarop de provincie heeft getoetst. In de bijlage vindt u de reactie van regio Midden-Holland op het besluit van GS over het regionale woningbouwprogramma. Op 23 mei heeft de minister van Binnenlandse zaken Hugo de Jonge een brief verstuurd aan GS betreffende de woningbouwopgave van de provincie Zuid-Holland. In de brief vraagt de minister o.a. aan GS om de lijst met 3 ha kaart locaties aan te vullen en de normen op het gebied van het aandeel sociale woningbouw bij te stellen naar de landelijk afgestemde 30%. Indien de provincie hier voor 30 mei haar beleid niet op aanpast volgt een aanwijzing vanuit het Rijk.
Hiermee wordt er versneld toegewerkt naar 130% plancapaciteit en krijgen gemeenten de ruimte om zowel de woningbouwopgave te realiseren als de leefbaarheid van kleine kernen te waarborgen. Dit is bevorderlijk voor de lokale lobby, waarin de gemeente zich hard maakt voor de mogelijkheden voor een “buurtje erbij” aan de randen van de kernen. In de bijlage vindt u de brief van het Rijk aan GS.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
Bijlagen RIB: - Reactie BO RW aan GS m.b.t. RPW MH 2023 - Brief minister de Jonge aan GS
1286697 / 1360697 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Postbus 305 2800 AH GOUDA www.regiomiddenholland.nl
Aan College van Gedeputeerde Staten Postbus 90602 2509 LP Den Haag
Datum 22 mei 2024
Uw kenmerk PZH-2024-848437857-DOS-2017-0004230
Contactpersoon mw. H.J. Bouwens
Ons kenmerk 064-MH
Telefoonnummer 06 – 19 28 83 34
Bijlage(n) --
E-mailadres hbouwens@regiomiddenholland.nl Onderwerp Reactie op besluit Regionaal Woningbouwprogramma Midden-Holland 2023
Geacht college, Op 1 januari 2024 zijn onze woningbouwplannen in de Planmonitor Wonen “bevroren” en vastgelegd in onze Regionale Projectenlijst Woningbouw Midden-Holland 2023 (hierna RPW). Onderdeel van deze programmeringscyclus is het vaststellen van het regionaal woningbouwprogramma door uw college. Op 20 maart 2024 heeft u ons geïnformeerd over uw besluit op ons regionaal woningbouwprogramma. Beoordeling U toetst de plannen uit onze RPW op de volgende onderdelen: 1. Quickscan op ruimtelijk Omgevingsbeleid. 2. Bouwen naar kwantitatieve behoefte. 3. Bouwen naar kwalitatieve behoefte. U heeft een groot deel van onze woningbouwplannen aanvaard. Dat is een goede zaak. Alleen samen kunnen we de wooncrisis oplossen. Met het aanvaarden van deze woningbouwplannen zetten we gezamenlijk een goede stap in de richting van de uitvoering. Daarnaast heeft u besloten een aantal plannen niet te aanvaarden of nog niet op te besluiten. We gaan in deze brief graag in op deze locaties, dit doen we op basis van de gronden waar u op toetst. Als regio Midden-Holland hebben we de afgesproken productie daadwerkelijk geleverd: door een zorgvuldig planproces en onderlinge flexibiliteit in de programmering. Als regio staan we daarbij voor een evenwichtige ontwikkeling van onze regio. Door uw besluitvorming of uitstel van besluitvorming komt dit onder druk te staan.
We vragen om met meer voortvarendheid en vertrouwen te besluiten over onze programmering als geheel, zodat we deze evenwichtigheid behouden. Voor de vitaliteit van de kernen in de landelijke gemeenten zetten wij ons in voor kwalitatief hoogwaardige ontwikkelingen die passen bij de omvang en behoeften van de kernen. Voldoende mogelijkheden zijn nodig om die vitaliteit te versterken met een ‘buurt erbij’.
Pagina 2
Quickscan op ruimtelijk Omgevingsbeleid Indien een project strijdig is met het provinciaal omgevingsbeleid, wordt een project niet aanvaard in het regionale woningbouwprogramma. U geeft bij dit onderdeel aan dat er locaties zijn waar u onvoldoende informatie of onderbouwing heeft ontvangen van gemeenten of te weinig tijd heeft gehad om een goede integrale afweging te maken. Over deze locaties heeft u nog geen besluit genomen. Niet aanvaard U heeft aangegeven dat op basis van dit onderdeel 3 projecten uit onze RPW niet zijn aanvaard. Het betreft de volgende projecten: - Nieuw West in Schoonhoven (gemeente Krimpenerwaard). Circa 20 hectare en ligging in weidevogelgebied. - Berkenwoude Oosteinde in Berkenwoude (gemeente Krimpenerwaard). Circa 9 hectare en ligging in Kroonjuweel (cultureel erfgoed). - Een vertrouwelijke locatie (gemeente Bodegraven-Reeuwijk) vanwege de ontsluiting. De locatie in Bodegraven-Reeuwijk is inmiddels akkoord. Dit had het besluit van GS doorkruist. Voor de locaties in Krimpenerwaard begrijpen wij dat u locaties toetst aan de ligging in beschermingscategorieën, zoals weidevogelgebieden en het Kroonjuweel. Voor ons zijn deze beschermingscategorieën niet absoluut, maar geeft het kaders mee voor de verdere uitvoering. Er is sprake van een woningvraag in Berkenwoude.
Door de ligging van deze kern in het Kroonjuweel zou hier vrijwel niets meer mogelijk zijn, terwijl als het gaat om cultuurhistorie er ook plannen worden gemaakt die rekening houden met de cultuurhistorische waarden. Ook als het gaat om het weidevogelgebied is er meer nuance mogelijk, zo blijkt ook uit uw eigen plannen om hier eventueel te komen tot een bos (bossenstrategie). Graag zien we dan ook niet een afwijzing maar een ja mits voor deze locaties, met duidelijke aandachtspunten voor het nadere (ontwerpend) onderzoek. Nog geen besluit over genomen U heeft aangegeven dat er locaties zijn waar u onvoldoende informatie of onderbouwing heeft ontvangen van gemeenten of te weinig tijd heeft gehad om een goede integrale afweging te maken. Daarom heeft u besloten over deze locaties nog geen besluit te nemen. Voor de regio Midden-Holland betreft het 4 woningbouwprojecten in de gemeente Krimpenerwaard: - Bergambacht Oost, 350 woningen, ca 6ha; - Het Polderland, Krimpen aan den Lek, 120 woningen, ca 4ha; - Hofland, Schoonhoven, 270 woningen, ca 9 ha - Haastrecht Zuid, 130 woningen, ca 5ha + gedeeltelijk in Molenbiotoop / grenst aan NNN. Wij betreuren het dat er nog geen besluit is genomen over deze locaties.
Gesprekken over deze locaties vonden inhoudelijk geen doorgang omdat na de zomer naar uw coalitieakkoord werd verwezen: er worden geen nieuwe locaties meer toegevoegd aan de 3-hectarekaart. Wij begrijpen dan ook niet op welke basis u nu uw besluit uitstelt: de regel dat u geen 3-hectarekaart locaties meer wil opnemen, ligt immers nog niet uw provinciale omgevingsbeleid vast. U had net als andere nieuwe locaties, net als Stolwijds in Stolwijk (kleiner dan 3 hectare) en Hoevezone-Plasweg in Waddinxveen, kunnen toetsen op het ruimtelijk Omgevingsbeleid, bouwen naar kwantitatieve behoefte en bouwen naar kwalitatieve behoefte – desnoods door nogmaals duidelijk aangeven van de verwachtingen die u heeft van de kwaliteit en informatie van de verdere uitwerking. De gemeente Krimpenerwaard werkt op dit moment de locaties verder uit in samenwerking met de projectontwikkelaars van deze locaties. Zo wordt onder andere het Molenbiotoop verder onderzocht en uiteraard wordt er ook rekening gehouden met water- en bodemsturend, ontsluiting, klimaatadaptatie et cetera. Tot slot een detailopmerking over Bergambacht Oost. In de brief schrijft u 350 woningen, circa 6ha. Dit klopt niet. In de planmonitor Wonen zijn 500 woningen opgenomen, ca 14ha.
Pagina 3
Bouwen naar kwantitatieve behoefte Hierbij kijkt u in hoeverre woningen passen binnen de regionale woningbehoefte. U geeft aan dat de plannen binnen onze RPW passen binnen de woningbehoefte met 30 procent overprogrammeren. Om deze reden zijn dan ook geen plannen niet aanvaard. Het valt op dat u in uw berekening de niet aanvaarde en ‘nog geen ja’ locaties heeft meegenomen en daardoor op 111 procent uitkomt (wij komen dan overigens op 114 procent uit). Dit betekent dat wij 14 procent meer hebben geprogrammeerd dan de woningbehoefte. In de Regionale Realisatieagenda Midden-Holland hebben we gezamenlijk afgesproken om in te zetten op 130 procent plancapaciteit. Als we een berekening maken van de plancapaciteit zonder de niet-aanvaarde en ‘nog geen ja’ plannen komen we als regio op 105 procent plancapaciteit. Dit is aanzienlijk lager en geeft dus een vertekend beeld. Op deze manier voldoen we niet aan onze gezamenlijk gemaakte afspraak. Als we dan ook kijken naar het Middengebied in Zuidplas dat als bovenregionaal bestempeld is/wordt als de regio MiddenHolland voldoende goede plannen heeft en dan niet meegerekend wordt in deze plancapaciteit, komen we op een nog lager percentage uit. Als regio doen wij er alles aan voldoende plancapaciteit te programmeren en snel tot harde plancapaciteit te komen.
Dit is niet alleen een cijfermatige exercitie zoals we nu beschrijven, maar het komen tot goede plannen waarin de kwalitatieve behoefte verwerkt wordt en ook rekening wordt gehouden met onderdelen als bodemgesteldheid, ontsluiting, klimaatadaptatie, et cetera. Het is goed dat u niet op basis van de plancapaciteit plannen niet aanvaard heeft, maar wij vragen u wel rekening te houden met het nakomen van onze afspraak zodat wij met het maken van voldoende plannen de woningnood in ons gebied op korte termijn het hoofd te kunnen bieden met een mooi gedifferentieerd aanbod. Het zou mooi zijn als we op korte termijn daadwerkelijk kunnen zeggen dat de plancapaciteit in Midden-Holland op 114 procent zit (en dat we toewerken naar 130 procent plancapaciteit). Bouwen naar kwalitatieve behoefte U heeft voor het eerst gekeken naar betaalbaarheid in plannen, zoals afgesproken in de Regionale Realisatieagenda. U heeft gekeken in hoeverre de optelsom van plannen in onze regio aansluit bij de doelstelling om twee derde van de woningen te bouwen in het betaalbare segment waarvan de helft (dus een derde) door woningcorporaties. Als het regionale woningbouwprogramma niet voldoet, wordt op gemeenteniveau beoordeeld. U heeft geconstateerd dat de woningbouwprogrammering op regionale schaal nog niet voldoet aan de overeengekomen ambities met betrekking tot betaalbaar bouwen.
Daarom heeft u de programmering ook op gemeenteniveau beoordeeld: het woningbouwprogramma van de gemeente Zuidplas voldoet grotendeels aan de gemaakte afspraken, de woningbouwprogramma’s van gemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard en Waddinxveen voldoen niet aan de gemaakte afspraken. U noemt het programma zorgelijk. Een aantal zachte plannen is nog niet in lijn met de afspraken uit de Regionale Realisatieagenda. U vraagt deze gemeenten de mogelijkheden te onderzoeken om het programma alsnog in lijn te brengen met de gemaakte afspraken. U heeft daarom een aantal projecten ‘nog geen ja’ gegeven. U beoordeelt deze plannen opnieuw op het moment dat het voorontwerp omgevingsplan aan u wordt voorgelegd, na tussentijds overleg of bij beoordeling van het programma volgend jaar. Graag gaan we per gemeente in op de genoemde projecten. Gemeente Bodegraven-Reeuwijk U vraagt de gemeente voor 5 vertrouwelijke plannen te onderzoeken of er optimalisatiemogelijkheden zijn voor meer betaalbare woningen. De gemeente ziet het belang om te zoeken naar locaties waar meer betaalbare woningen mogelijk is op de ontwikkellocaties waarvoor nog geen omgevingsplan is vastgesteld en/of BOPA procedure is doorlopen. Dit betreft onder meer de locaties VV Bodegraven, Kromme Kamp, Weideveld 2 en Groendijck Zuid. Voor bovengenoemde locaties is nog geen woningbouwprogramma vastgesteld.
Voor de Kromme Kamp geldt dat de locatie (omvang) beperkingen kent in aantallen, er wordt gezocht naar mogelijkheden voor 2/3 e betaalbaar. Dit aantal betaalbare woningen is al meegenomen in de laatste RPW. De Groendijck Zuid is nog in de beginfase van de
Pagina 4
ontwikkeling. De gemeente loopt wel aan tegen de beperkte investeringsruimte van de corporaties voor nieuwe woningen, waardoor zij keuzes moeten maken in projecten waar zij uitvoering aan kunnen geven. De gemeente en corporaties voeren hierover op korte termijn overleg. Gemeente Gouda U vraagt de gemeente te onderzoeken of er optimalisatiemogelijkheden zijn in het plan Westergouwe Overig (700 woningen). We zullen dit verkennen, maar kunnen hierover op korte termijn geen duidelijkheid geven. In hoeverre het mogelijk is invulling te geven aan uw verzoek om meer betaalbaar programma toe te voegen in Westergouwe is afhankelijk van de ruimtelijke planvorming van de volgende fases, in eerste instantie Westergouwe IV. Pas als deze fase (grotendeels) is afgerond, kunnen wij aangeven of en in welke mate het voor partijen binnen de samenwerking voor Westergouwe mogelijk is tegemoet te komen aan uw verzoek. De gemeente Gouda gaat graag op korte termijn met de provincie in overleg om een nadere toelichting te geven. Gemeente Krimpenerwaard U vraagt de gemeente te onderzoeken of er optimalisatiemogelijkheden zijn in de plannen Galgoord/Kleine Betuwe (180 woningen) en IJsseldijk West 13 (33 woningen). Wij begrijpen uw wens om zoveel mogelijk te kijken of plannen te optimaliseren zijn.
We willen echter ook samen met u een betrouwbare overheid vormen: er moet daarvoor nog een reële mogelijkheid zijn om te optimaliseren. Bij deze twee specifieke projecten geldt dat de plannen niet meer te optimaliseren zijn. Voor Galgoord/Kleine Betuwe geldt dat begin dit jaar het bestemmingsplan is vastgesteld. Voor IJsseldijk West 13 geldt ook dat het plan in vergevorderd stadium is. Dit plan kent 25% betaalbare koopwoningen. Eind 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen, nog onder de oude wetgeving. Op dit ontwerpbestemmingsplan is ambtelijk door de provincie positief gereageerd. Gemeente Waddinxveen U vraagt de gemeente te onderzoeken of er optimalisatiemogelijkheden zijn in het plan Noordkade (1.365) woningen. Het woningbouwprogramma van de Noordkade bestaat momenteel voor 53% uit betaalbare woningen, waarvan 30% sociale huurwoningen. Daarom begrijpen wij de wens van GS om te kijken of dit plan geoptimaliseerd kan worden. Echter, Noordkade is een transformatie van een bedrijventerrein naar wonen en kent nu al grote uitdagingen op het gebied van het sluiten van de businesscase. Ook gezien de huidige situatie rondom de gelimiteerde investeringscapaciteit van de woningcorporaties in onze regio is het een zeer moeilijke opgave om meer corporatiewoningen toe te kunnen voegen.
Alleen met hulp en subsidiemogelijkheden vanuit het Rijk en de provincie is het haalbaar om meer betaalbaarheid te kunnen toevoegen aan het plan Noordkade. Vervolg U heeft aangegeven 2024 te zien als een overgangsjaar. Vanaf 2025 dienen de woningbouwprogramma’s te voldoen aan de gemaakte afspraken (twee derde betaalbaar) en aan het geactualiseerde provinciale omgevingsbeleid waarin u voornemens bent van 30% sociale huur in het nieuwbouwprogramma naar 40% te gaan. Wij geven aan waarom we dat geen goed doordacht plan vinden. Zonder voldoende investeringscapaciteit en verevening binnen grondexploitaties is sociaal onhaalbaar We vragen u hierbij nadrukkelijk nog eens aandacht voor de investeringscapaciteit van de woningcorporaties in onze regio. Zolang er geen oplossingen komen voor de krappe investeringscapaciteit van woningcorporaties wordt het onmogelijk om voldoende betaalbare woningen te programmeren en realiseren. Wij lezen in uw reactie een terughoudendheid met uitleglocaties. Zonder de door ons voorgestelde locaties, ook aan de randen van de dorpen, is het niet mogelijk om voldoende betaalbare woningen toe te voegen. Binnenstedelijk zijn er nog onvoldoende mogelijkheden om nog voldoende betaalbaar
Pagina 5
woningaanbod passend bij de woningbehoefte te realiseren. De schaal van een buurt erbij is nodig om te zorgen m zowel in de plan- als grondexploitatie sluitend te eindigen. Binnenstedelijk ontwikkelen gaat uit van hogere verwervingskosten – bestemmingen zijn hier vaak al (deels/geheel) functies voor wonen, werken of voorzieningen - en heeft vaak ook een kleiner schaal. Hierdoor zijn er minder mogelijkheden om binnen de grond- en bouwexploitatie voldoende verevening te realiseren om voor sociale woningbouw haalbare grondprijzen te realiseren. Dat vraagt dan om extra middelen om die grondexploitaties sluitend te maken. We zien dat veel binnenstedelijke locaties die onder eerder beleid zijn voorbereid vrijwel alleen sociaal is gerealiseerd als daar eerder ook al sociale woningbouw aanwezig was – de resterende capaciteit binnenstedelijk is bovendien schaars goed geworden en concurreert met de ruimte die bijvoorbeeld nodig is voor klimaatadaptatie. We vragen u om over bovenstaande locaties waar nog geen besluit over genomen is / ‘nog geen ja’ op gegeven is, op korte termijn alsnog een besluit op te nemen. Zodat we gezamenlijk blijven bijdragen aan het oplossen van de enorme woningcrisis. Met vriendelijke groet, Namens het Bestuurlijk Overleg Ruimte Wonen regio Midden-Holland,
Mw. R. Boere, voorzitter
Provincie Zuid-Holland T.a.v. College van Gedeputeerde Staten Postbus 90602 2509 LP Den Haag
www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk Kenmerk 2024-0000304501 Uw kenmerk
Datum
23 mei 2024
Betreft
Woningbouwopgave Zuid-Holland
Geacht college, Op 12 maart jl. hebben we een goed gesprek gevoerd over de woningbouwopgave in Zuid-Holland. We hebben toen afgesproken dat u schriftelijk reageert op mijn brief aan u van 6 maart. Uw schriftelijke reactie met verzenddatum 30 april jl. heb ik daarna ontvangen. Deze brief en eerdere brieven en gesprekken vormden de basis van ons gesprek op 14 mei jl. Onderwerp van gesprek was een aantal beleidsvoornemens van uw college dat een rem kan zetten op de woningbouw en onze gezamenlijke afspraken eenzijdig wijzigen. Ik concludeer allereerst op basis van uw reactie en ons gesprek van 14 mei dat we elkaar zijn genaderd op een aantal onderwerpen. Het betreft het aantal te bouwen woningen van 247.896, de afspraak om actief te sturen op 130% plancapaciteit en het hanteren van de landelijke bovengrens voor betaalbare koop van 390.000 euro. Tegelijkertijd heb ik ook vastgesteld dat er ten aanzien van het aandeel sociale huurwoningen en de 3 ha regeling extra stappen nodig zijn om gezamenlijk, eenduidig en met tempo de woningbouwopgave te realiseren en belemmeringen weg te nemen. Ik licht dit onderstaand nader toe. Ik ga daarbij graag ook in op welke manier ik daarbij met u kan optrekken en samenwerken om de woningbouwopgave te realiseren.
Commitment over de bouwopgave, actieve sturing op locaties In uw brief van 30 april committeert u zich allereerst aan de afspraak die we samen hebben vastgelegd in de regionale woondeals Zuid-Holland om in ZuidHolland 247.896 woningen tot en met 2030 te bouwen. Daarnaast bent u ook bereid om actief te sturen op de realisatie van 130% plancapaciteit ten opzichte van de (resterende) bouwopgave. Aansluiting bij landelijke bovengrens betaalbare koopwoningen Ook ten aanzien van de bovengrens voor betaalbare koopwoningen lees ik in uw brief dat u zult aansluiten bij de landelijke bovengrens van 390.000 euro. U heeft in het gesprek verduidelijkt dat u gemeenten wilt kunnen aansporen om ook
Pagina 1 van 6
Datum 23 mei 2024 Kenmerk 2024-0000304501
onder de landelijke bovengrens te bouwen, maar dat niet wilt afdwingen. Die insteek onderschrijf ik. Dat gedifferentieerde aanbod onder de landelijke bovengrens zie ik ook in de praktijk. Ik constateer dat diverse gemeenten flankerend beleid inzetten waardoor het mogelijk wordt om woningen te bouwen voor een lagere prijs. Dit resulteert dan in concrete afspraken met ontwikkelende partijen bij een gebiedsontwikkeling. Gemeenten hanteren bijvoorbeeld een gedifferentieerde grondprijs in samenhang met afspraken over een lagere verkoopprijs van de gerealiseerde koopwoning. Lagere koopprijzen kunnen ook gerealiseerd worden als actief beleid wordt ingezet gericht op het beperken van bouwkosten. Bijvoorbeeld door geen extra eisen te stellen die kostenverhogend werken en waardoor modulair bouwen van de grond komt, door lagere parkeernormen te hanteren in gebieden waar dit goed kan, of door een groter aandeel kleinere woningen. De mogelijkheid en noodzaak om deze maatregelen te treffen hangt vooral af van lokale omstandigheden zoals gemeentelijk grondbezit. Om die reden moet dit dus niet dwingend bovenlokaal worden geregeld. Ik vind het wenselijk om in regionaal verband de inzet van (lokale) maatregelen voor de bouw van koopwoningen met een lagere koopprijs te stimuleren en hierover bestuurlijke afspraken te maken.
Hierin kunnen Rijk, provincie en gemeenten gezamenlijk regie voeren in samenwerking met de marktpartijen. Aandeel sociale huur In uw brief van 30 april jl. lees ik dat het programmeren van 40% sociale huurwoningen gericht is op het realiseren van voldoende sociale huurwoningen én op een meer evenwichtige verhouding tussen gemeenten in de regio. We zijn het eens zijn over de ambitie om het aanbod van betaalbare woningen te vergroten en daarbij ook te zorgen voor een meer evenwichtige verdeling tussen gemeenten. Ook op dit specifieke punt voer ik graag gezamenlijke regie. Het realiseren van dit doel door een betaalbaarheidsprogrammering van 40% sociale huurwoningen, is een onrealistisch groeipad voor achterblijvende gemeenten. Het leidt er toe dat projecten financieel niet meer van de grond komen. Door de nadruk op alleen sociale huurwoningen komt daarnaast ook de bouw van woningen in het middensegment in de knel. Bij een programmering van twee derde betaalbare woningen blijft er immers maar ruimte voor 27% woningen in het middensegment. Daarmee kan onvoldoende worden voorzien in de woonbehoeftes van mensen met een middeninkomen. Voor wat betreft de woonbehoefte is er in Zuid-Holland geen aanleiding om af te wijken van de afspraken over betaalbaarheid in alle woondeals. Die afspraak houdt in dat gemeenten in een realistisch groeipad toegroeien naar 30% sociale huurwoningen.
Op landelijk, provinciaal en regionaal niveau geldt dat twee derde van de woningbouw betaalbaar is, waarvan de helft (1/3) te bouwen door corporaties (middensegment en sociale huur) en 40% in het middensegment.
Pagina 2 van 6
Datum 23 mei 2024 Kenmerk 2024-0000304501
Deze afspraken zijn ook neergelegd in de nationale prestatiefafspraken, de Nationale Bouw-en Woonagenda en het programma woningbouw. Deze landelijke betaalbaarheidsprogrammering sluit aan bij de woonbehoeftes van huishoudens in Nederland, gebaseerd op de prognose van ABF research (Socrates eind 2022). Daarbij wordt onder meer rekening gehouden met inkomen, woonvoorkeuren, demografische ontwikkelingen, starters en doorstromers. Ook wanneer ik kijk naar de woonbehoefte en de inkomensverdeling in Zuid-Holland op basis van uw eigen woningmarktverkenning in Zuid-Holland dan is dit vergelijkbaar met de rest van Nederland. 1 Daarbij is ook van belang dat bij inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur volgens berekeningen van mijn ministerie een toename van 40.000 sociale huurwoningen in Zuid-Holland zal zijn door verschuivingen in de samenstelling van de bestaande voorraad. Allereerst zullen door het dwingend maken van het woningwaarderingsstelsel bij inwerkingtreding onmiddellijk 35.000 sociale huurwoningen bijkomen in Zuid-Holland. Ten tweede zullen er door de uitbreiding van het woningwaarderingsstelsel naar het middensegment nog eens 5.000 sociale huurwoningen bijkomen. Mijn ministerie zal uiteraard samen met de provincie optrekken om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van deze wet.
Gezamenlijke sturing op achterblijvende gemeenten De programmering van 40% sociale huurwoningen is voor u geen doel op zich, maar vooral een middel om het doel van toewerken naar 30% sociale huur in de voorraad en meer aanbod van sociale huurwoningen te realiseren. U heeft tijdens het gesprek toegelicht vooral op zoek te zijn naar een instrument dat er voor zorgt dat gemeenten die achterblijven in de bestaande voorraad sociale huurwoningen extra stappen zetten en u heeft daarbij ook mijn hulp gevraagd. Ik onderschrijft de noodzaak om te voorzien in instrumentarium om zowel regie te voeren op meer sociale huurwoningen en woningen in het middensegment én op meer balans in de woonvoorraad tussen gemeenten. Ik zal daarin voorzien met het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting en het bijbehorende voorgenomen Besluit versterking regie volkshuisvesting. Het wetsvoorstel ligt in de Tweede Kamer. Na verwerking van de consultatie zal het Besluit versterking regie volkshuisvesting bij de Tweede Kamer worden voorgehangen. Hierin is geregeld dat gemeenten met een bestaande voorraad sociale huurwoningen onder het landelijke gemiddelde (dit is 26%) 30% sociale huurwoningen moeten bouwen en 37% in het middensegment. Dit percentage van 30% sluit aan bij het realistische groeipad dat is afgesproken in de woondeals.
Gemeenten die bovengemiddeld veel sociale huurwoningen hebben, moeten tenminste 40% bouwen in het middensegment. Op regionaal, provinciaal en landelijk niveau moet twee derde betaalbaar worden gebouwd. Dit zorgt voor vergroting van het aanbod sociale huurwoningen en woningen voor mensen met een middeninkomen. Daarnaast zorgt het voor meer balans in de woonvoorraad tussen gemeenten. 1
Woningmarktverkenning Zuid-Holland 2022-2040, ABF research 24 februari 2023 Pagina 3 van 6
Datum 23 mei 2024 Kenmerk 2024-0000304501
Deze regeling is niet vrijblijvend. Via de monitoring houden we gezamenlijk zicht op zowel de gemeentelijke programmering en realisatie van de afgesproken aantallen betaalbare woningen. Rijk en provincie kunnen via een instructie interveniëren richting achterblijvende gemeenten. Dergelijke interventies vereisen altijd dat eerst zorgvuldig bestuurlijk overleg wordt gevoerd. Ik ben uiteraard bereid in voorkomende gevallen zij aan zij te staan en bestuurlijk gezamenlijk op te trekken. 3 hectare regeling: meer ruimte, tempo en gezamenlijkheid in het proces De woningbouwopgave zullen we grotendeels binnenstedelijk realiseren. Gezien het landelijk woningtekort, de bevolkingsgroei, de leefbaarheid van kleine kernen én de ruimte die ook binnenstedelijk nodig is voor andere opgaven, ontkomen we er niet aan om ook buitenstedelijk woningbouwlocaties te ontwikkelen, ook in Zuid-Holland. Per project moeten we bezien hoe we verschillende functies zoals infrastructuur, wonen, werken en groen slim kunnen combineren en zo de kwaliteit van een gebied kunnen versterken én betaalbaar kunnen bouwen. Mijn ministerie kan daarbij ondersteunen. Via het stellen van instructieregels in de omgevingsverordening kunt u in voorkomende gevallen sturen op meer verdichting wanneer dit nodig is voor het realiseren van het provinciale of nationale belang.
Het op voorhand generiek uitsluiten van kansrijke buitenstedenlijke locaties beperkt allereerst gemeenten in de mogelijkheid om de woningbouwopgave te realiseren en de leefbaarheidsopgave te waarborgen. Ten tweede ontneemt het de mogelijkheden en kansen om verschillende functies slim te combineren. Uw voorstel om onbenutte 3 ha locaties te ruilen is zinvol, omdat het leidt tot meer realistische plannen. Het is ook onderdeel van de afgesproken aanpak in de woondeals en de regionale versnellingstafels. Het leidt echter niet tot meer plancapaciteit. En dat laatste is broodnodig in uw provincie, gezien de omvang van de opgave en de huidige plancapaciteit. Volgens recente cijfers is er een plancapaciteit van 113 % in Zuid-Holland, terwijl minimaal 130% benodigd is om uitvallende plannen op te vangen. 2 In het in uw brief geschetste proces mis ik concreetheid, tempo en gezamenlijke betrokkenheid van gemeenten en mijn ministerie. Ook biedt u onvoldoende ruimte voor aanvullende locaties waarmee gemeenten hun bouwopgave en leefbaarheidsopgave kunnen realiseren in samenhang met andere ruimtelijke opgaves. Er zal door u vooral gekeken worden naar verrommelde locaties (lege kassen) en andere transformatiegebieden. Het benutten van deze locaties is zinvol, maar de ervaring leert dat dit complexe locaties zijn die niet op korte termijn gerealiseerd kunnen worden.
Ze zullen naar verwachting niet bijdragen aan de bouwopgave tot en met 2030.
2
Op basis van de in maart 2024 bij ABF door de provincie Zuid-Holland aangeleverde gegevens over de plancapaciteit. De voortgangsrapportage hierover is nog niet gepubliceerd. Pagina 4 van 6
Datum 23 mei 2024 Kenmerk 2024-0000304501
Benodigde aanvullende stappen U heeft in het gesprek bereid te zijn andere oplossingen in overweging te nemen. Dat waardeer ik. We hebben na het gesprek nog niet op alle onderdelen het resultaat bereikt dat belemmeringen worden weggenomen om de woningbouw te realiseren en dat er weer sprake is van regie op gezamenlijke en eenduidige wijze. Daarom vraag ik van u onderstaande extra stappen te zetten. Ten eerste is bij vaststelling van de omgevingsverordening aanpassing nodig ten opzichte van de omgevingsverordening die in ontwerp ter inzage ligt. In dit ontwerp heeft u het percentage van 40% sociale huurwoningen opgenomen. Ook de bovengrens van 355.000 voor betaalbare koopwoningen, opgenomen in de geldende omgevingsverordening, blijft daarin ongewijzigd. U heeft in uw brief van 30 april aangekondigd deze bovengrens in overeenstemming te brengen met de landelijke bovengrens. Deze regelingen zijn niet doeltreffend en niet doelmatig in het tot stand brengen van een woonvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Daarom vraag ik u uiterlijk 30 mei a.s.
Provinciale Staten schriftelijk voor te stellen de 40%-eis voor het aandeel sociale huur in bouwplannen niet in de vast te stellen omgevingsverordening op te nemen, en de bovengrens voor betaalbare koopwoningen - vooruitlopend op inwerkingtreding van de Wet versterking regie volkshuisvesting - met die wet en bijbehorende ontwerp-uitvoeringsregelgeving in overeenstemming te brengen. Dit houdt dus in dat u Provinciale Staten voorstelt op deze punten de omgevingsverordening ten opzichte van het ontwerp gewijzigd vast te stellen. Ik verzoek u deze brief aan Provinciale Staten in afschrift aan mij toe te sturen. Ten tweede vraag ik u in gezamenlijkheid en voortvarendheid een proces starten gericht op een aanvulling van de lijst met 3 ha locaties in de bijlage van de omgevingsverordening. Dit proces zou dan nog voor de zomer moeten starten samen met de gemeenten en mijn ministerie. Mijn ministerie denkt voorafgaand daaraan graag met u mee over de opzet van deze aanpak. Met deze aanvulling wordt versneld toegewerkt naar 130% plancapaciteit en krijgen gemeenten de ruimte om zowel de woningbouwopgave te realiseren als de leefbaarheid van kleine kernen te waarborgen. Deze aanvulling zou dan in het derde kwartaal van dit jaar gereed moeten zijn. Deze aanvulling kan vervolgens aan Provinciale Staten worden voorgelegd en betrokken bij de vast stellen omgevingsverordening.
Ik verzoek u in de bovengenoemde brief aan Provinciale Staten hen hierover eveneens te informeren. Ik zie het ook als mijn verantwoordelijkheid om daar waar bestuurlijk overleg niet tot een oplossing leidt, de impasse te doorbreken. Mocht ik genoemde brieven niet (tijdig) ontvangen of, indien ik de brieven wel (tijdig) ontvang, maar daarin niet de benodigde stappen worden gezet, zal ik instructies gericht aan provinciale staten voorbereiden. De reden is dat hier een nationaal belang aan de orde is dat met de eerder voorgestelde provinciale regelingen niet op een doeltreffende en doelmatige wijze wordt behartigd.
Pagina 5 van 6
Datum 23 mei 2024 Kenmerk 2024-0000304501
Ten aanzien van het aandeel sociale huur zal de instructie inhouden geen wijziging van de omgevingsverordening vast te stellen waarin een eis van 40% sociale huurwoningen is opgenomen. Daarnaast houdt deze in de bovengrens voor betaalbare koopwoningen in de huidige omgevingsverordening in overeenstemming te brengen met de regeling in het voorgenomen Besluit versterking regie volkshuisvesting. Ten tweede overweeg ik dan een instructie te geven gericht op het aanpassen van de 3 ha regeling in de omgevingsverordening. Ik erken dat het realiseren van de woningbouwopgave in Zuid-Holland geen eenvoudige opgave is. Integrale ruimtelijke keuzes zijn nodig om alle maatschappelijke opgaven in goede banen te leiden. Ik zie uw bereidheid en inspanningen, met die van gemeenten, marktpartijen en corporaties om de woningbouwopgave voor elkaar te krijgen. Daarvoor wil ik mij samen met u en de andere partners voortvarend inzetten. Daarbij moeten we er gezamenlijk voor zorgen dat randvoorwaarden, die essentieel zijn om in Nederland fijn te wonen, werken en leven, niet knellend zijn voor de woningbouw. Ook hier blijf ik graag gezamenlijk met u aan werken.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Hugo de Jonge
Pagina 6 van 6