1.4 RIB Informeren over de spreidingswet
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
10 september 2024 Informeren over de spreidingswet
Beste meneer, mevrouw, Op 2 juli informeerden wij u over het locatieonderzoek en de indicatieve opgave i.h.k.v de spreidingswet. Wij zegden toe daar in de raadscyclus van september op terug te komen. Met deze RIB geven we daar invulling aan. Inmiddels heeft ons college enkele mogelijke locaties op het oog. Om vast te stellen of deze locaties realistisch zijn zullen gesprekken worden gestart met relevante partijen. Om die reden is het nog niet mogelijk meer informatie te geven over deze beoogde locaties. Bij het zoeken naar locaties is rekening gehouden met de volgende kaders: • opvang op één locatie en die niet concurreert met beoogde woningbouwlocaties, • opschaalbaarheid, • samenwerking met buurgemeenten, • het zoveel mogelijk voorkomen van onevenredige belasting van één van de kernen, • een verantwoorde positionering in de kern(en) en veilige huisvesting Zoals al eerder genoemd in het dossieroverleg van 24 april 2024 is de indicatieve opgave voor onze gemeente op basis van de spreidingswet de opvang van 341 asielzoekers (waarvan 29 AMV-ers).
Het college hanteert daarbij vooralsnog het uitgangspunt dat de eerder toegezegde opvang van 153 asielzoekers leidend is en dat uitbreiding richting de indicatieve opgave alleen mogelijk is indien de provincie toezegt dat woningbouw buiten de kernen (om zowel de vitaliteit van de kernen als ook de opvang van vluchtelingen te realiseren) mogelijk is. Een gesprek hierover met de provincie zal eind oktober plaatsvinden. Indien dit het gewenste resultaat oplevert zullen wij een concreet voorstel aan uw raad voorleggen. Aan de Regionale Regietafel (RRT) is afgelopen maanden het gesprek gevoerd hoe we in de regio MiddenHolland tot een samenhangend geheel van opvangplekken kunnen komen en waar het van toegevoegde waarde is om samen te werken of uitruilafspraken te maken. Duurzame opvang gaat echter niet alleen over het aantal opvangplekken. Het heeft ook een grote impact op de maatschappelijke voorzieningen in onze regio’s en is niet los te zien van de opgave om Oekraïners op te vangen en statushouders en andere doelgroepen te huisvesten. Daarom zijn er, naast de afspraken over de invulling op het aantal opvangplekken, ook randvoorwaarden geformuleerd die ingevuld moeten worden om gesteld te staan om aan onze wettelijke taak op de grote maatschappelijke thema’s te kunnen voldoen.
De resultaten van de regionale gesprekken zijn verwerkt in een verslag dat op 12 september namens de RRT wordt ingediend aan de Provinciale Regietafel (PRT). Dit verslag is als bijlage aan deze RIB toegevoegd. Het verslag stelt u in staat kennis te nemen van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de regionale opgave ten aanzie van het realiseren van duurzame asielopvangplekken conform de opgave van de spreidingswet. Aanvullende informatie 1360094 / 1441412 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Duurzame opvang gaat niet alleen over stenen, bedden en een dak. In het verslag aan de PRT is naast de verplichte opgave van het aantal opvangplekken, ook op hoofdlijnen uitgewerkt wat de impact is van het realiseren van 5000 duurzame opvangplekken voor de maatschappelijke voorzieningen in onze regio’s. Er wordt hierbij dus verder gekeken dan alleen de opgave voor asielopvang. Immers, asielopvang is een schakel in de keten van opvang en huisvesting van vluchtelingen. Met deze extra aanvulling op de verplichte opgave van aantallen opvangplekken aan de Provincie, hoopt de Regionale Regietafel duidelijk te maken dat het realiseren van opvangplekken de eerste stap is in een lange reeks aan vervolgstappen in de asielopvangketen. Deze vervolgstappen kunnen gemeenten niet individueel zetten. Duurzame en efficiënte opvang kan alleen gerealiseerd worden in partnerschap met alle partijen in de keten en vraagt dus ook van alle partijen een inspanning. Middels de extra aanvulling in het verslag willen wij benadrukken dat de randvoorwaarden om de opgave te realiseren maar ten dele binnen de verantwoordelijkheid en invloedsfeer van de gemeente liggen. Zonder partnerschap en benodigde randvoorwaarden, kan geen invulling gegeven worden die volledig aansluit bij het regionale voorstel om de opgave te realiseren.
Planning 12 september 2024: Het verslag van de RRT Midden-Holland wordt overhandigd aan de PRT. Vóór 1 november 2024: De Commissaris van de Koning van Zuid-Holland brengt verslag uit van de afspraken aan de PRT (van alle regio’s) aan de minister van Justitie en Veiligheid. Hij doet dit namens de gehele provincie via het provinciaal opvangplan. Vóór 31 december 2024: Op basis van het verslag van de Commissaris van de Koning stelt de minister het verdeelbesluit vast met daarin de daadwerkelijke taakstelling per gemeente. Wanneer uit het verslag blijkt dat het niet gelukt is door de PRT om te komen tot een volledige en uitvoerbare verdeling die de gehele provinciale opvangopgave dekt, wordt het verdeelbesluit ingevuld door de Staatssecretaris. Uiterlijk 30 juni 2025: Opvangplekken beschikbaar voor ingebruikname door COA
Bijlagen Bijlage 1: verslag van de invulling van de opgave van de Regionale regietafel Midden-Holland aan de Provinciale regietafel Zuid-Holland september 2024 vastgesteld in RRT 5 september
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
pag. 2/3
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 3/3
Verslag invulling van de opgave asielopvang van de Regionale Regietafel (RRT) Midden-Holland aan de Provinciale Regietafel (PRT) Zuid-Holland september 2024
Versie: 5 september 2024 Status: vastgesteld in RRT
1. Inleiding De gemeenten in de regio Midden-Holland leveren allen hun bijdrage om opvangplekken voor asielzoekers te realiseren. De opgave die volgt uit de Spreidingswet is hierbij ons uitgangspunt. Al langer worden in onze regio asielzoekers opgevangen en in april/mei 2023 hebben alle gemeenten en de regio Holland Rijnland en Midden-Holland het besluit genomen om, vooruitlopend op de Spreidingswet, gezamenlijk 2200 duurzame asielopvangplekken te realiseren. Vanaf begin van dit jaar bereiden we ons voor op de opgave die is vastgelegd in het capaciteitsraming en de daarin opgenomen indicatieve verdeling voor de gemeenten in de regio Midden-Holland1. Aan de Regionale Regietafel (RRT) wordt het gesprek gevoerd hoe we in de regio tot een samenhangend geheel van opvangplekken kunnen komen en waar het van toegevoegde waarde is om samen te werken of uitruilafspraken te maken. Voorliggend verslag beschrijft hoe we in de regio invulling geven aan de opgave asielopvang. Omdat dit verslag volgt uit de Spreidingswet, ziet dit verslag toe op de aantallen asielopvang. Maar deze opgave is niet los te zien van de opgave om Oekraïners op te vangen en statushouders en andere doelgroepen te huisvesten. Om een totaal beeld te geven van onze inzet in de opgave zijn de cijfers van opvang Oekraïners en huisvesting statushouders toegevoegd in de bijlage.
Asielopvang gaat over mensen en niet alleen over het realiseren van gebouwen. Mensen die onderdeel uitmaken van onze samenleving, leven in onze wijken, gebruik maken van voorzieningen, naar school gaan en af en toe hulp of zorg nodig hebben. Onze inzet op duurzame asielopvang en wat daarvoor nodig is, bekijken wij vanuit dit brede perspectief. Mede omdat het (wettelijke) taken raakt die gemeenten hebben op het gebied van onderwijs, zorg, veiligheid etc. Maar ook omdat we zien dat het belangrijk is om direct vanaf de start van de voorbereidingen na te denken over de maatschappelijke impact en de inbedding van een opvanglocatie in een wijk. Gemeenten hebben de taak om een locatie of accommodatie voor asielopvang beschikbaar te stellen2. Dit is een belangrijke ,maar tegelijkertijd beperkte rol in de asielopvangketen. Duurzame en efficiënte opvang kunnen we alleen realiseren in partnerschap met alle partijen in de keten en vraagt dus ook van alle partijen een inspanning. We geven daar nu al in de dagelijkse praktijk invulling aan. Ten behoeve van dit verslag willen wij benadrukken dat de randvoorwaarden om de opgave te realiseren maar ten dele binnen de verantwoordelijkheid en invloedsfeer van de gemeente liggen. Zonder partnerschap en benodigde randvoorwaarden, kunnen wij geen invulling geven aan onze plannen.
1
Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2024, gepubliceerd in de Staatscourant op 31 januari 2024 2 Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (spreidingswet) 1
2. Aantallen opvangplekken in de regio Midden-Holland 2.1 Opgave De opgave volgens de capaciteitsraming is voor de regio als volgt: Gemeente
Capaciteitsraming Spreidingswet asielopvangplekken
waarvan AMV
232
20
407
35
341
29
195
17
296
25
1471
126
Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas Totaal
2.2. Huidige situatie in de regio Op dit moment wordt door alle gemeenten gewerkt aan de voorbereiding van een asielopvanglocatie. Op het moment van schrijven van dit verslag zijn in de regio Midden-Holland een aantal locaties operationeel. Hiermee zijn in de regio 388 opvangplekken beschikbaar, waarvan 180 voor AMV’s. Zie onderstaand overzicht: Gemeente
Bodegraven-Reeuwijk
operationeel 5 september 2024 asielopvangplekken 100
waarvan AMV
208
0
80
80
388
180
Gouda Krimpenerwaard Totaal
100
2.3 Toekomstig beeld in de regio Onderstaand overzicht geeft weer hoe de opgave door de gemeenten in de regio Midden-Holland wordt ingevuld. De fase van het realiseren van een opvanglocatie en bijbehorende besluitvorming verschilt per gemeente, afhankelijk van de lokale context, en kan worden beïnvloed door externe ontwikkelingen. Onderstaand overzicht geeft de stand van zaken weer per 5 september 2024.
2
Gemeente
Bodegraven-Reeuwijk
Capaciteitsraming spreidingswet
Stand van zaken
Status
Beoogde ingangsdatum
asielopvangplekken
waarvan AMV
Operationeel
waarvan AMV
Aanstaande
Waarvan AMV
232
20
100
100
100
100
Tijdelijke locatie operationeel. Nieuw te realiseren locatie vervangt tijdelijke locatie
operationeel operationeel 1-7-2025
Gouda
407
35
208
0
199
35
Locatie operationeel bestuursovereenkomst uitbreiding gesloten, verbouwing gestart, in afwachting van oplevering.
341
29
80
80
153
0
AMV locatie operationeel Verkenning nieuwe locatie. Realisatie onder randvoorwaarde invulling woningbouwopgave
operationeel
Krimpenerwaard Waddinxveen
195
17
0
0
195
0
Besluit locatie genomen door gemeenteraad
1-7-2025
Zuidplas
296
25
0
0
300
0
Bestuursovereenkomst getekend.
1-7-2025
Totaal
1471
126
388
180
947
135
3
nog niet bekend
Toelichting per gemeente Bodegraven-Reeuwijk Bodegraven-Reeuwijk heeft op dit moment een tijdelijke opvanglocatie voor 100 AMV’s. Zij zijn in gesprek met COA om een duurzame locatie voor 100 AMV’s te realiseren. Deze vervangt dan de tijdelijke locatie. De gemeente richt zich voorlopig op 100 AMV’s en bekijkt of in een later stadium een ophoging van het aantal asielzoekers in de gemeente mogelijk is. Dit zal dan op een andere locatie moeten plaatsvinden. De gemeente constateert dat het opvangen van 100 AMV’s in de gemeente intensief is. Gezien de intensieve inspanning die nodig is bij een AMV locatie gaat de gemeente Bodegraven- Reeuwijk ervan uit dat opvang van AMV’s ‘dubbel telt’ ten opzichte van reguliere asielzoekers. Gouda De gemeente Gouda heeft vanaf december 2021 tot mei 2023 middels een hotelboot aan 185 asielzoekers plek geboden. In december 2022 is in een bestuursovereenkomst met het COA afgesproken dat Gouda gedurende de eerste vijf jaar na oplevering garant zal staan voor de opvang van 350 asielzoekers, en na vijf jaar (en onder voorwaarde dat de raad en de omgeving hiermee in zullen stemmen) dit aantal zal worden verhoogd naar 500 plekken. Vanaf mei 2023 is de hotelboot vervangen door een asielopvanglocatie met 208 plekken. De overige plekken zijn nog niet operationeel doordat het COA vertraging heeft opgelopen bij de benodigde verbouwing.
Na bekendmaking van de capaciteitsraming als gevolg van de spreidingswet, heeft de gemeente in maart 2024 besloten de bestuursovereenkomst uit te breiden naar 407 plekken, waarvan 35 AMV (de opgave spreidingswet voor Gouda). Naar verwachting is de uitbreiding naar 407 plekken per 1-7-2025 operationeel. Krimpenerwaard In de gemeente Krimpenerwaard worden op dit moment 80 AMV’s opgevangen tot maart 2026. Daarmee levert de gemeente een deel van haar bijdrage aan de opgave in deze termijn van de spreidingswet. Daarnaast verkent de gemeente mogelijke locaties voor een reguliere asielopvanglocatie. De gemeente richt zich hierbij in eerste instantie op een verkenning naar een locatie voor 153 plekken, de aantallen die volgen uit het eerder genomen raadsbesluit (mei 2023) om in de regio 2200 asielopvangplekken te realiseren. Een uitbreiding naar 341 plekken kan eventueel in een later stadium plaatsvinden, onder voorwaarde dat de gemeente Krimpenerwaard ook mogelijkheid krijgt te kunnen bouwen voor de woningbouwopgave. Zonder deze randvoorwaarde ziet de gemeente geen mogelijkheid om in de invulling te geven aan deze uitbreiding. De gemeente voert hierover overleg met de provincie Zuid-Holland. Waddinxveen De gemeenteraad van Waddinxveen heeft in juni 2024 de plaats voor een opvanglocatie voor 195 vluchtelingen (fase 1) vastgesteld.
Dit onder voorbehoud van overeenstemming met de eigenaar van de grond. Deze keuze is het resultaat van een zorgvuldig participatieproces met inwoners en de gemeenteraad. De voorbereidingen voor het realiseren van de locatie (fase 2) zijn gestart. Ook in fase 2 start opnieuw een participatieproces, waarbij inwoners meedenken over de invulling en inrichting van de opvanglocatie. De gemeente streeft er naar de opvanglocatie te kunnen realiseren per 1-72025, volgens de termijnen van de Spreidingswet. Maar er is ook kans op enige vertraging, vanwege wettelijke procedures en de daarvoor geldende termijnen.
4
Zuidplas De gemeente Zuidplas gaat een regionale asiel opvanglocatie (ROL) realiseren voor 300 opvangplekken statushouders en evident kansrijke asielzoekers. De bestuursovereenkomst hiervoor is vastgesteld en de voorbereidingen voor het realiseren van de locatie zijn gestart. De gemeente streeft ernaar de locatie te kunnen realiseren per 1-7-2025. Maar er is ook kans op enige vertraging, vanwege wettelijke procedures en de daarvoor geldende termijnen. Indien er een landelijk tekort aan opvangplaatsen is voor andere groepen asielzoekers, en er leegstand is in de ROL in Zuidplas, kan het COA, na overleg met de gemeente in beperkte mate een andere doelgroep huisvesten, waarbij het COA een evenwichtige samenstelling bewaakt. Detail informatie per locatie is opgenomen in het door de provincie Zuid-Holland aangeleverde format. Toelichting op totaal aantal AMV’s in de regio en afspraken aan de RRT Aan de RRT is het gesprek gevoerd over de invulling van de opgave.De gemeenten in de regio hebben afgesproken gezamenlijk naar de regionale opgave voor AMV’s te kijken en afspraken gemaakt in welke gemeente deze worden gerealiseerd. In Gouda en Bodegraven-Reeuwijk worden resp. 35 en 100 AMV plekken gerealiseerd. Op dit moment worden al 100 AMV’s opgevangen in de gemeente Bodegraven-Reeuwijk en 80 AMV’s in de gemeente Krimpenerwaard.
Hiermee voldoet de regio ruim aan de taakstelling om in de regio 129 AMV’s op te vangen. In het algemeen hebben we aan de RRT afgesproken dat we bij de invulling van de opgave asielopvang solidair zijn aan elkaar en elkaar helpen. Maar als een gemeente (tijdelijk) niet aan de opgave kan voldoen, is dit de verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente en moeten de andere gemeenten daarop niet kunnen worden aangesproken. Alle gemeenten zetten zich actief in voor deze opgave. Het selecteren van een locatie, organiseren van bewonersavonden, maken van afspraken met samenwerkingspartners, voorbereidingen van de locatie en benodigde besluitvorming en het realiseren van benodigde voorzieningen is een intensieve taak. De inzet van alle gemeenten maakt dat we de staan zoals hierboven weergegeven. Zonder al deze inzet had dit niet gekund.
5
3. Randvoorwaarden voor het (tijdig) realiseren van de locaties 3.1 Realisatiekracht Het is onze intentie om bovengenoemde locaties vóór 1 juli 2025 te realiseren, zoals de Spreidingswet aangeeft. We zien echter dat het tijdig realiseren van een aantal locaties uit bovenstaand overzicht buiten ons toedoen onder druk komt te staan. Dit heeft diverse oorzaken: lange levertijden op (bouw)materialen of units, wachttijden voor realiseren van nutsvoorzieningen, doorlopen van bureaucratische procedures, beschikbare capaciteit van het COA en soms lange besluitvormingsprocedures met betrekking tot vergunningaanvragen. De standaardoplossingen en werkwijze voldoen in deze situatie niet meer om een locatie snel te kunnen realiseren. Wij denken graag mee in creatieve oplossingen en zullen ons ook – voor zover dat redelijkerwijs van ons kan worden verwacht – inspannen om deze te helpen realiseren. We denken dan bijvoorbeeld aan slim inzetten van capaciteit van gemeente en COA, slim omgaan met inrichten van processen en het inrichting van een versnellingstafel voor het realiseren van asielopvanglocaties, waaraan alle betrokken partners deelnemen, gericht op het doorbreken van knelpunten en de realisatiekracht te vergroten. Als realisatie langer duurt, moeten asielzoekers daardoor lang in tijdelijke voorzieningen worden opgevangen.
Het realiseren van deze tijdelijke voorzieningen kost alle betrokken partijen veel tijd en energie, is veel duurder en het verstoort de processen en beschikbare capaciteit om draagvlak te creëren voor duurzame oplossingen. Wij zien graag dat de focus van de inzet is op het realiseren van duurzame opvang met voldoende realisatiekracht en een realistische planning. Dit is ook belangrijk om de afspraken met onze inwoners na te kunnen komen. Tegelijkertijd geven we hiermee het signaal af dat een aantal locaties wellicht niet binnen de termijn van 1-7-2025 kunnen worden gerealiseerd. Wij gaan ervan uit dat dit voor ons geen verdere consequenties heeft, als de oorzaak buiten onze invloedsfeer ligt en we hier ook geen verantwoordelijkheid voor kunnen nemen. 3.2 Ruimtelijke uitdagingen en relatie met bredere problematiek wonen/huisvestingsopgave De opgave tot het realiseren van asielopvanglocaties kan niet los worden gezien van de huisvestingsopgave van andere doelgroepen en de woningbouwopgave. Immers, ruimte is schaars. Voor inwoners is het lastig te accepteren dat er wel wordt gebouwd voor asielopvang en niet voor eigen inwoners. Voor het draagvlak om asielopvang te realiseren is het dus belangrijk om ook woningbouw voor eigen inwoners mogelijk te maken.
Bovendien zijn voldoende woningen belangrijk om aan de taakstelling voor statushouders te kunnen voldoen, waardoor asielzoekers met een status sneller kunnen doorstromen. We kunnen de opgave voor asielopvang daarom dan ook niet realiseren zonder de medewerking van de provincie vanuit hun rol als gebiedsregisseur en het rijk als medefinancier van bijvoorbeeld tijdelijke flexwoningen. Voor meerdere gemeenten in onze regio is een maatwerkoplossing of ontheffing nodig om het realiseren van locaties mogelijk te maken, ook buiten de BSD-grenzen. We gaan ervan uit in ieder geval gebruik te kunnen maken van de uitzonderingen die de provincie biedt in haar ruimtelijk beleid voor asielopvanglocaties. Maar ook andere maatwerkoplossingen die passen bij de ruimtelijke vraagstukken in een gemeente zijn noodzakelijk om de opgave voor asielopvang uit te kunnen voeren.
6
4. Duurzame opvang – ook vanuit het perspectief van de mensen Vanuit de praktijkervaringen van gemeenten en partners komt naar voren dat een integrale aanpak op de gehele keten voor de lange termijn een belangrijke succesfactor is. We zetten in op duurzame locaties, die langer beschikbaar zijn (tenminste 5 jaar). Daaraan gekoppeld zou ook een duurzame aanpak vanuit het perspectief van de mensen die in een asielopvang locatie verblijven wenselijk zijn. Wij zien graag dat een asielzoeker die in onze regio aankomt ook in onze regio blijft als deze een status krijgt. Dat geeft rust voor de mensen die het betreft en het maakt dat we de opvang en alle voorzieningen veel efficiënter kunnen realiseren. Bovendien geeft ons dat de gelegenheid om al vroeg te investeren in de mensen die hier blijven. Meedoen en integratie vanaf dag één. Dit is niet alleen beter voor de mensen die het betreft, maar draagt bij aan draagvlak in de buurt en voorkomt onnodige zorgvragen en overlast. Asielzoekers maken al vroeg onderdeel uit van de samenleving. En dragen daar hun steentje aan bij. Tijdig inzetten op integratie biedt ook economische kansen, bijvoorbeeld door het kunnen inzetten van arbeidspotentieel.
Een integrale aanpak is ook belangrijk omdat de gemeenten vanaf dag één een bredere verantwoordelijkheid dragen dan alleen het aanwijzen van een locatie: denk aan onderwijs, jeugdhulp, vormen van zorg, veiligheid en het creëren van draagvlak onder inwoners. Maar ook later in de keten – als asielzoekers een status krijgen - zijn gemeenten verantwoordelijk voor nieuwe inwoners op het gebied van o.a. inburgering, huisvesting statushouders, onderwijs, jeugdhulp, zorg en andere vormen van ondersteuning zoals uitkeringen. Daarom is het belangrijk om voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg en meedoen (werk en welzijn) al tijdens de fase van asielopvang goed te regelen. Door vooraf te investeren integreren statushouders sneller en neemt de kans af dat zij gebruik moeten maken van voorzieningen voor kwetsbare inwoners. Door proactief te handelen, voorkomen we dat gemeenten later de rekening krijgen gepresenteerd in de vorm van overlast, slechte integratie van nieuwkomers, hogere zorgvraag en extra maatschappelijke spanning en daarmee extra kosten. Benodigde randvoorwaarden - Asielzoekers die door COA in de regio Midden-Holland worden geplaatst, worden ook in de regio Midden-Holland gekoppeld. - Zie verder onder voorzieningen
Opvang asielzoekers
Huisvesting statushouders
Inburgering Huisvesting statushouders Alle verantwoordelijkheden voor inwoners van gemeente (sociale zekerheid, zorg, welzijn, wonen, veiligheid etc .)
Beschikbaar stellen locatie nderwijs (Wmo) org en jeugdhulp penbare orde en veiligheid (buiten de locatie ) Maatschappelijke inbedding locatie
Meedoen vanaf dag 1 waar mogelijk door werk Rendeert voor nu Draagt bij aan draagvlak AZC/inbedding in wijk/buurt Voorkomt escalaties/draagt bij aan veiligheid Bijdrage aan de samenleving
Rendeert voor later Snelle inburgering/integratie Opbouw netwerk/leren hoe het werkt in Nederland Aan het werk voorkomt uitkering Draagt bij aan welzijn, voorkomt onnodige (zorg)kosten Voorkomen vroegtijdig schoolverlaten
7
5. Voorzieningen 5.1 Onderwijs De gemeente is ervoor verantwoordelijk dat onderwijs aan asielzoekers kan worden geboden en dat onderwijshuisvesting beschikbaar is. Onderstaand overzicht geeft het aantal extra benodigde onderwijsplekken weer in de regio Midden-Holland, ervan uitgaande dat de volledige opgave asielopvang in de regio per 1-7-2025 is gerealiseerd3. onderwijs extra reguliere plekken PO extra ISK plekken extra ISK klassen extra reguliere plekken VO na uitstroom ISK
nodig bij realiseren totale opgave 2025 67 261 17 261
Nieuwkomersonderwijs staat zwaar onder druk. Met name het realiseren van ISK-onderwijs is een knelpunt. Bestaande financiering, wet- en regelgeving, organisatie van ISK-onderwijs, inhoud van onderwijs en doorstroom sluiten niet aan bij de opgave. Hieronder noemen we de belangrijkste punten: - Onderwijshuisvesting: financiering sluit niet aan bij de enorme groei. Bovendien moet worden geïnvesteerd om de extra benodigde huisvesting mogelijk te maken. - Inhoud onderwijs: huidige onderwijsvorm sluit niet aan bij de doelgroep. Denk bijvoorbeeld aan aangepast onderwijs voor 16-18 jarigen (meer beroepsgericht), landingsprogramma i.v.m. mentale/psychische problematiek door vlucht, omgaan met analfabetisme. Het onderwijs ziet lokaal mogelijkheden om alternatieve onderwijsvormen te ontwikkelen. Dit kan niet zonder toestemming van het ministerie van OCW. - Personeelstekort: om slim om te gaan met inzet van personeel en bovendien continuïteit van onderwijs te kunnen verzorgen is het belangrijk om in de personeelsplanning om te kunnen gaan met fluctuaties van instroom. Financiering moet hierbij aansluiten. Financiering op basis van ijkmomenten sluit onvoldoende aan op de werkelijkheid - Reguliere financiering sluit niet aan bij ISK-onderwijs door de onderwijsbehoefte en klasgrootte. De financieringssystematiek van passend onderwijs zou beter aansluiten.
- Doorstroom: na 2 jaar taalonderwijs is het taalniveau onvoldoende om aansluiting te kunnen vinden in het reguliere vervolgonderwijs. Vervolgopleiding heeft middelen nodig om taalonderwijs te kunnen blijven bieden. Door veel verhuizingen van met name AMV’s is er geen continuïteit in het onderwijs en komen zij door taalachterstanden niet in het juiste vervolgonderwijs terecht. Dit vormt een groot risico op schooluitval en verminderde integratie. - Verantwoordelijkheid voor ISK klassen ligt bij het schoolbestuur. Een coördinerende rol vanuit de gemeenten is van toegevoegde waarde om nieuwkomersonderwijs en ISK/onderwijscapaciteit effectief en efficiënt vorm te geven. In Midden-Holland wordt al ervaring opgedaan met een dergelijke functie. Op dit moment is een dergelijke rol niet gefinancierd. 33
Hierbij zijn we uitgegaan van de volgende aannames: Gemiddeld krijgt 5% van de asielzoekers PO onderwijs Gemiddeld krijgt 10% van de asielzoekers + alle AMV’s VO-onderwijs ISK-leerlingen stromen na 2 jaar door naar regulier VO onderwijs Het aantal asielzoekers in de regio is gebaseerd op de opgave in paragraaf 2.1 Nareizigers, Oekraïners, statushouders en andere groepen nieuwkomers (wo arbeidsmigranten) zijn buiten beschouwing gelaten
8
Benodigde randvoorwaarden - Aangepaste financiering voor onderwijs en onderwijshuisvesting. Rekening houdend met fluctuaties, benodigde investeringen en aangepast onderwijs. - Ruimere mogelijkheden om ISK onderwijs en (verlengd) taalonderwijs te bieden, zodat aansluiting bij doorstroom naar regulier onderwijs beter verloopt. - Aangepast onderwijs, danwel medewerking van het ministerie van OCW om dit zelf te ontwikkelen. - Middelen voor coördinerende functie in de regio om (ISK) onderwijs effectief en efficiënt vorm te geven. 5.2 Jeugdhulp/WMO Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de jeugdhulp aan AMV’s en kinderen die in een (reguliere) opvanglocatie verblijven. Gemeenten krijgen hiervoor een vergoeding (decentrale uitkering) op basis van het aantal kinderen in de opvanglocatie. Voor de regio Midden-Holland betekent dat de opvang van 1500 asielzoekers zal leiden tot een extra vraag naar jeugdhulp. De benodigde jeugdhulp voor asielzoekers sluit niet aan bij wat nu is gecontracteerd voor de reguliere jeugdhulp. De achtergrond van jeugdigen onder asielzoekers is divers en de problematiek complex. Bovendien is sprake van een taalprobleem. Vaak is er sprake van wachtlijsten en is de juiste expertise niet beschikbaar. Ook de (Wmo) voorzieningen vragen aandacht. Er zijn met name weinig GGZ-aanbieders die de taal spreken en het juiste aanbod bieden.
Er zijn veel partijen betrokken (COA, Nidos, jeugdhulp, JGZ), zorgcoördinatie/goede afstemming is noodzakelijk. Voor goede samenwerking is het essentieel dat partijen elkaar kennen en er praktische samenwerkingsafspraken worden gemaakt. Met name voor AMV’s is het belangrijk om een ketenregisseur jeugdhulp in te zetten. Daarnaast is het zinvol om in te zetten op vroeg-signalering en sociaal werk. Dit vraagt om een (tijds)investering van alle betrokken partijen We hebben geen kengetallen beschikbaar over het gebruik van jeugdhulp door jeugdigen in de asielopvang. We zien echter dat de druk op reguliere jeugdhulp al heel groot is en dat gemeenten kampen met financiële tekorten. De bijdrage van het rijk is niet toereikend voor het jeugdhulpgebruik. Juist bij complexere zorg en langere wachttijden is het risico groot dat de problematiek groter wordt. Hierdoor is het risico groot dat de jeugdhulpmiddelen voor asielopvang onvoldoende zijn. Benodigde randvoorwaarden: - Vergoeding van daadwerkelijk gemaakte jeugdhulpkosten. - Middelen voor coördinerende functie i.v.m. praktische ketenafspraken, aanvullende afspraken met jeugdhulpaanbieders en zorgcoördinatie. - Stimuleren/faciliteren van ontwikkelen van aanbod voor de doelgroep. - Geen verhuisbewegingen. Jeugdigen die in onze regio aankomen blijven daar ook.
5.3 Werk en meedoen Uit voorbeelden in de regio (en elders in het land) blijkt het belangrijk dat de bewoners van de AZC’s vanaf dag één kunnen meedoen in de lokale samenleving. Actief zijn geeft mensen energie en perspectief. Vluchtelingen creëren een sociaal netwerk en komen in aanraking met de Nederlandse taal en cultuur. Ook kunnen zij iets terugdoen voor de maatschappij en voorkomt het overlast op en rondom de opvanglocatie. Daarnaast leveren ze een waardevolle bijdrage aan onze regionale
9
arbeidsmarkt, waar nog steeds vele vacatures te vervullen zijn, het liefst in een functie die past bij de vaardigheden van de nieuwkomer. De insteek van de gemeenten is dat het meedoen een duurzaam karakter heeft. We streven naar een doorgaande lijn van actieve asielzoekers naar actieve statushouders, die hierdoor beter toegerust zijn om in te burgeren en minder gebruik zullen maken van de bijstand. Een aantal gemeenten in de regio zetten al, samen met het COA en lokale (vrijwilligers)organisaties, actief in op de een aanpak gericht op meedoen van asielzoekers, bij voorkeur via betaald werk. Andere gemeenten verkennen hierin de mogelijkheden. Inzet kan bestaan uit opzetten van programma’s gericht op meedoen, jobhunting of andere vormen van bemiddeling en begeleiding, communicatie en informatie voor werkgevers en asielzoekers etc. Randvoorwaarden - Koppeling van statushouders aan de regio Midden-Holland, bij voorkeur aan de gemeente waar de asielzoeker in een opvanglocatie verbleef. - Structurele financiering voor toeleiding van asielzoekers naar werk. Er zijn nu geen (reintegratie)middelen beschikbaar voor toeleiding van asielzoekers.
- Wegnemen van belemmeringen zoals: o wachtlijsten verkrijgen BSN, waardoor asielzoekers niet kunnen werken o aanvragen tewerkstellingsvergunning door werkgevers - Mogelijk maken van werkervaringsplaatsen, zodat zowel de asielzoeker als werkgever ervaring kan opdoen. Nu is dat juridisch niet mogelijk. 5.4 Efficiënt maatwerk COA en gemeenten werken nauw samen in de realisatie van opvang en de exploitatie van de locaties. Om een AZC te kunnen inbedden in een wijk of buurt, is het belangrijk om maatwerk te kunnen bieden. Iedere situatie is weer anders. Tegelijkertijd streeft het COA naar zo veel mogelijk efficiëntie in de exploitatie van de locaties, door waar dat kan zoveel mogelijk te standaardiseren. Wij ondersteunen de wens tot efficiency, maar dan wel vanuit een integrale blik en met maatwerk waar nodig. Niet alleen vanuit dit stukje in het proces in de keten, maar vanuit het geheel aan inspanningen en de maatschappelijke kosten en baten om vluchtelingen op te vangen en in een later stadium te laten inburgeren. 5.5 Vervolghuisvesting voor AMV met status Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de huisvesting van statushouders. Zoals eerder genoemd is het belangrijk dat hier een doorlopende lijn gerealiseerd wordt. Gemeenten lopen tegen een aantal specifieke knelpunten aan bij de huisvesting van AMV’s met een status.
Gemeenten hebben een taakstelling voor het opvangen van AMV’s met status in kleinschalige woongroepen. In sommige gemeenten kan Nidos, zonder toestemming van een gemeente, een dergelijke woongroep starten onder een ‘woonbestemming’. Voor deze jongeren met status is Nidos verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding. Vanaf 15 jaar plaatst Nidos deze jongeren in een kleinschalige woongroep. Op het moment dat zij 18 jaar worden is doorstroming gewenst. Een handleiding van de VNG geeft aan dat een gemeente hierop verantwoordelijk is voor de vervolghuisvesting van deze jongere. Hierbij stuiten gemeenten op diverse problemen: - Gemeente heeft onvoldoende woningen beschikbaar voor deze jongeren en bovendien ook urgente ‘eigen’ jongeren op de wachtlijst staan opstopping bij Nidos 10
-
-
Gemeente kan niet sturen op de leeftijd van de AMV’ers er worden door COA vooral kinderen geplaatst die binnen een half jaar 18 worden. Dit betekent veel (jongeren)woningen/studio’s nodig die er niet zijn; Gezinshereniging komt pas (veel) later op gang, waardoor van gemeentes wordt verwacht dat zij deze jonge statushouders 2x huisvesting bieden Onduidelijkheid over kosten voor opvang ná 18e levensjaar
Mogelijke oplossingsrichtingen zijn: - Jongeren die 18 jaar worden langer laten wonen op KWG totdat gezinshereniging op gang is gekomen. Daarna is gemeente aanzet - Jongeren die 18 jaar worden, zo lang gezinshereniging nog niet op gang is gekomen, onderbrengen op een AZC in de omgeving. - Nidos door rijksoverheid laten compenseren voor het langer opvangen van de jongeren.
6. Met regionaal perspectief en regionale samenwerking komen we verder We zien de regio Midden-Holland als één gebied, waarin iedere gemeente invulling geeft aan de taak om asielzoekers op te vangen en later statushouders te huisvesten en te laten inburgeren. Het ligt voor de hand om kennis uit te wisselen en samenwerkingsafspraken te maken in een regio waarin op diverse thema’s al samenwerking wordt georganiseerd. De toegevoegde waarde van regionale samenwerking ligt in de bestuurlijke afstemming aan de Regionale Regietafel, het creëren van overzicht, bewaken van de voortgang en het ontwikkelen van een samenhangende aanpak voor de regio. Ook nu al blijkt dat het uitwisselen van informatie en best practices, van toegevoegde waarde is om de opgave te kunnen realiseren. We verkennen verdergaande regionale samenwerking op regionale voorzieningen zoals onderwijs en toeleiding naar werk. Hiermee kunnen we de RRT verder versterken. 7. Conclusie De regio Midden-Holland zet zich actief in om de opgave die volgt uit de Spreidingswet volledig invulling te geven. Om de opgave tijdig en volledig te kunnen invullen is medewerking van de provincie nodig en is het wenselijk om met het COA te verkennen waar realisatie kan worden versneld. We zien in de praktijk knelpunten op het realiseren van voorzieningen als onderwijs, jeugdhulp en meedoen en werk.
De benodigde randvoorwaarden moeten hiervoor worden ingevuld om onze wettelijke taak uit te kunnen voeren op onderwijs en jeugdhulp en om maatschappelijk duurzame asielopvang te kunnen realiseren.
11