1.35 RIB Notitie Woonruimteverdeling 2018-2023
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
De gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
4 maart 2025 Notitie Woonruimteverdeling 2018-2023
Beste meneer, mevrouw, Ieder jaar monitoren we de toewijzing van sociale huurwoningen in de Krimpenerwaard. Eind 2024 hebben we u toegezegd een meerjarige notitie woonruimteverdeling vanaf 2018 t/m 2023 toe te zenden (bijlage 1). In deze notitie hebben we de gegevens van alle rapportages van de afgelopen jaren met elkaar vergeleken en kunt u lezen welke cijfers opvallen en hoe we dat kunnen interpreteren. Aan de hand van de uitkomsten kunnen we kijken hoe het op dit moment met de sociale woningmarkt gaat en kunnen we bijsturen waar dat nodig is.
Bijlagen RIB: 1 Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
1554856 / 1554858 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Notitie woonruimteverdeling 2018-2023 1. Inleiding en doel De gemeente Krimpenerwaard stelt ieder jaar een ‘Rapportage monitoring woonruimteverdeling’ op. Achtergrond van deze rapportage is een afspraak uit de prestatieafspraken van 2018, dat gemeente, de lokale woningcorporaties en hun huurdersorganisaties meer willen weten over de toewijzing van sociale huurwoningen in de Krimpenerwaard. De woningcorporaties leveren ter uitvoering van deze afspraak jaarlijks gegevens uit het woonruimteverdeelsysteem Wonen in de Krimpenerwaard, hierna WidK genoemd, aan bij de gemeente. Er zijn nu 6 jaarrapporten verschenen (over de jaren 2018 tot en met 2023) en een notitie over de jaren 2018-2020. Een rapportage over één jaar is te kort om daaraan conclusies te verbinden. Het is daarom belangrijk om eens in de zoveel jaar te kijken naar een bredere periode. De periode van 2018-2023 geeft wel een beeld van trends en uitschieters. In deze notitie zijn daarom de belangrijkste uitkomsten van de 6 jaarrapportages gebundeld. De notitie bevat dus de belangrijkste uitkomsten van de monitoring van de woonruimteverdeling in de jaren 2018 tot en met 2023. In de jaarrapporten zijn de uitkomsten opgenomen in tabellen, in deze notitie is de informatie weergegeven in grafieken.
De uitkomsten van de monitoring leveren informatie die bijvoorbeeld gebruikt kan worden om te beoordelen of de toewijzingsregels moeten worden aangepast of dat er maatregelen in het kader van de huisvestingsverordening nodig zijn om de kansen te vergroten voor een doelgroep die langer dan andere groepen op een woning moet wachten. De notitie heeft de volgende opbouw: 1. Inleiding en doel 2. Aantal sociale huurwoningen 3. Ingeschreven woningzoekenden 4. Actief woningzoekenden 5. Verhuisstromen 6. Woningtoewijzingen 7. Urgentie 8. Conclusies en aanbevelingen Bronnen: 1. Rapportage monitoring woonruimteverdeling 2018 2. Rapportage monitoring woonruimteverdeling 2019 3. Rapportage monitoring woonruimteverdeling 2020 4. Rapportage monitoring woonruimteverdeling 2021 5. Rapportage monitoring woonruimteverdeling 2022 6. Rapportage monitoring woonruimteverdeling 2023
1
2. Aantal sociale huurwoningen In figuur 1 is te zien hoe de woningvoorraad van de woningcorporaties zich over de jaren heeft ontwikkeld. Hierbij is vooral te zien dat het woningbezit van QuaWonen is toegenomen. Dit is te verklaren door het feit dat Woningbouwstichting Samenwerking (hierna WBSS genoemd) op 1 januari 2022 is gefuseerd met QuaWonen. De woningen van WBSS zijn vanaf 2022 toegevoegd aan het woningbezit van QuaWonen. Figuur 1: Aantal sociale huurwoningen per woningcorporatie 5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
QuaWonen
Groen Wonen Vlist 2018
2019
Mozaïek Wonen 2020
2021
WBSS 2022
Beter Wonen
2023
Het aantal sociale huurwoningen in de Krimpenerwaard is over de jaren 2018 - 2023 ongeveer gelijk gebleven, zie figuur 2. In 2019 was het totaal aantal sociale huurwoningen van de lokale woningcorporaties het laagst: er waren toen 5.925 woningen. De jaren erna schommelde het aantal huurwoningen tussen 6.000 en 6.100 woningen. De schommeling van het aantal huurwoningen heeft voor een klein deel te maken met de verkoop van sociale huurwoningen. De grootste schommeling wordt veroorzaakt door sloop-nieuwbouw. In het ene jaar wordt een aantal woningen gesloopt en neemt het aantal sociale huurwoningen af, het jaar erna worden de nieuw gebouwde woningen pas opgeleverd en neemt het aantal sociale huurwoningen weer toe. In 2023 waren er 8 sociale huurwoningen minder dan in 2018. De totale woningvoorraad in de Krimpenerwaard is licht gestegen in de afgelopen zes jaar, met ongeveer 900 woningen, zie figuur 2. In de afgelopen zes jaar bestond de totale woningvoorraad gemiddeld 25% uit sociale huurwoningen. Figuur 2: Totaal aantal sociale huurwoningen ten opzichte van de totale woningvoorraad in de Krimpenerwaard
30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0
2018
2019 2020 Totaal corporatievoorraad
2021 2022 Totale woningvoorraad
2023
2
3. Ingeschreven woningzoekenden Het aantal ingeschreven woningzoekenden op WidK is de afgelopen jaren flink gestegen: van 6.925 in 2018 naar 11.549 ingeschreven woningzoekenden in 2023. Vooral in 2021 is een stijging te zien van het aantal ingeschreven woningzoekenden. Dit is deels te verklaren door de inschrijfcampagne die de gemeente samen met de woningcorporaties in november 2021 is gestart. Hierbij werden inwoners uit de Krimpenerwaard opgeroepen zich in te schrijven als woningzoekende: “wees slim, schrijf je in”! Dit omdat we merkten dat veel mensen zich pas inschrijven op het moment dat ze op zoek zijn naar een woning. In het verleden kon dit, maar door de druk op de woningmarkt kun je niet meer op korte termijn een woning vinden. Woningen worden toegewezen op basis van inschrijfduur. Het is daarom slim dat inwoners zich inschrijven bij WidK, zodat zij al inschrijfduur hebben opgebouwd op het moment dat zij een woning zoeken en sneller kunnen slagen. Het aantal ingeschreven woningzoekenden dat al in de Krimpenerwaard woont is in 2022 met 32% gestegen ten opzichte van 2020. Het aantal ingeschreven woningzoekenden kan dus deels verklaard worden door deze inschrijfcampagne die eind 2021 is gestart omdat deze campagne zich voornamelijk richtte op inwoners uit de Krimpenerwaard.
Het aantal ingeschreven woningzoekenden dat op dit moment niet in de Krimpenerwaard woont, is echter ook gestegen: met 25% (tussen 2020 en 2022). Figuur 3: Aantal ingeschreven woningzoekenden in WidK 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
2018
2019
2020
In Krimpenerwaard
2021
2022
2023
Buiten Krimpenerwaard
In figuur 4 is af te lezen hoelang woningzoekenden staan ingeschreven op WidK. In 2019 was het aantal ingeschreven woningzoekenden met een inschrijfduur tussen 0-1 jaar het hoogst. Dit was voor de inschrijfcampagne. We kunnen niet achterhalen waarom er in dat jaar zoveel mensen zich hebben ingeschreven bij WidK. In 2020 schreven minder huishoudens zich in als woningzoekende. Na de inschrijfcampagne, vanaf 2021, zien we dat het aantal woningzoekenden dat zich inschreef weer toenam. Zeer waarschijnlijk heeft de lokale inschrijfcampagne hierbij effect gehad op de toename, ook omdat de stijging van het aantal ingeschreven woningzoekenden van buiten de Krimpenerwaard niet te zien is. Maar, gezien de fluctuerende stijgingen van het aantal woningzoekenden, kunnen we niet zeggen dat de inschrijfcampagne in 2021 de enige verklarende factor is van het stijgen van het aantal ingeschreven woningzoekenden.
3
Figuur 4: Aantal ingeschreven woningzoekenden naar inschrijfduur 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000
0
1
2
20 2
20 2
20 2 20 3 To 18 ta al 20 19 20 20 20 21 20 22 20 23
9
20 2
Bu ite n
20 1
1
2 Kr 20 im 18 2 0 pe ne 23 rw aa rd
0
20 2
20 2
9
20 2
rd In
Kr
im 20 pe 18 ne rw aa
20 1
0
0 tot 1 jaar
1 tot 2 jaar
2 tot 5 jaar
Vanaf 5 jaar
Woningcorporaties moeten passend toewijzen. Dit betekent dat woningcorporaties bij het toewijzen van een woning rekening moeten houden met het inkomen van het huishouden. Er zijn op dit moment drie inkomensklassen te onderscheiden: • Tot BTIV-norm (BTIV: besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting): een huishoudinkomen tot de huurtoeslaggrens. De huurtoeslaggrens is afhankelijk van leeftijd en gezinssamenstelling. Huishoudens met een inkomen tot de BTIV-norm hebben recht op huurtoeslag. Deze huishoudens worden ook wel de ‘primaire doelgroep’ genoemd. • BTIV tot EU-norm: deze huishoudens komen in aanmerking voor een sociale huurwoning, maar hebben geen recht op huurtoeslag. Deze huishoudens worden ook de ‘secundaire’ doelgroep genoemd. • Boven EU-norm: een huishoudinkomen boven de EU-norm. Deze huishoudens komen niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. De grootste groep ingeschreven woningzoekenden behoort tot de primaire doelgroep. Het aandeel ingeschreven woningzoekenden die tot de secundaire doelgroep behoort is sinds 2022 toegenomen. Een verklaring hiervoor kan zijn dat deze doelgroep geen betaalbare koopwoning meer kan vinden en daardoor is aangewezen op een sociale huurwoning. Figuur 5: aantal ingeschreven woningzoekenden naar inkomen
23 20
22 20
21 20
20 20
19 20
20 2 20 3 To 18 ta al
22 20
21 20
20 20
19 20
22 20 im Bu 2 1 pe ite028 ne n 3 rw aa rd Kr
20
21 20
20 20
19 20
In
Kr
im 20 pe 1 8 ne rw aa
rd
14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0
Tot BTIV
BTIV tot EU-norm
Boven EU-norm
4
De grootste groep ingeschreven woningzoekenden is alleenstaand. Dat is over de jaren heen niet veranderd. Wel was er in 2021 een flinke groei van het aantal ingeschreven 2 persoonshuishoudens. Ten opzichte van 2021 was er een groei van deze doelgroep van 84%. Figuur 6: aantal ingeschreven woningzoekenden naar huishoudgrootte 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000
1 persoon
2 personen
3 t/m 5 personen
6 personen of meer
De grootste groep ingeschreven woningzoekenden is tussen de 31 en 54 jaar oud. De grootste groei heeft echter plaatsgevonden in de leeftijdscategorieën 18-22 jaar en 23-30 jaar. In de periode 20182023 zijn deze doelgroepen met 177 en 98% toegenomen qua aantallen ingeschreven woningzoekenden. Ook de groep 31-54 jarigen is met 70% toegenomen en daarmee blijft dat de grootste groep. Vanaf 2020 zijn ook meer huishoudens van 55+ ingeschreven, maar percentueel gezien zijn deze groepen het minst gestegen (tussen de 32 en 35%). Figuur 7: aantal ingeschreven woningzoekenden naar leeftijd 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000
Kr 20 im 18 2 pe 0 ne 23 rw aa rd 20 19 20 20 20 21 20 22 20 2 20 3 To 1 8 ta al 20 19 20 20 20 21 20 22 20 23
22 20
21 20
20 20
19 20
ite n
18 t/m 22
23 t/m 30
Bu
In
Kr
im 20 pe 18 ne rw aa
rd
0
31 t/m 54
55 t/m 65
66 t/m 75
Ouder dan 75
5
23 20
22 20
21 20
20 20
19 20
20 23 20 To 18 ta al
22 20
21 20
20 20
19
Bu ite n
20
22 Kr 20 1 im 8 2 02 pe 3 ne rw aa rd
20
21 20
20 20
19 20
In
Kr
im 20 pe 18 ne rw aa
rd
0
4. Actief woningzoekenden Het aantal ingeschreven woningzoekenden zegt niet alles. Veel woningzoekenden staan niet ingeschreven omdat ze een concrete verhuiswens hebben, maar omdat ze inschrijfduur willen opbouwen. Zodra ze wel een concrete verhuiswens hebben, hopen ze snel voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen omdat ze op dat moment een lange inschrijfduur hebben. Daarom is het nuttig om ook in te zoomen op de actief woningzoekenden. Dat zijn ingeschreven woningzoekenden die minstens één keer in een onderzocht jaar hebben gereageerd op een woningadvertentie op WidK. In de volgende figuur wordt zowel het aantal ingeschreven woningzoekenden getoond als het deel van hen dat actief woningzoekende was. Ingeschreven woningzoekenden die nu niet in de Krimpenerwaard wonen zijn meer actief dan ingeschreven woningzoekenden die nu in de Krimpenerwaard wonen en actief op een woning reageren. Vooral in 2020 waren er veel actief woningzoekenden, zowel bij de lokaal woningzoekenden als de woningzoekenden van buiten de Krimpenerwaard. Bijna de helft van de ingeschreven woningzoekenden van buiten de Krimpenerwaard heeft in dat jaar gereageerd op een woning en 30% van de lokale woningzoekenden. Bij elkaar opgeteld was toen 35% van het aantal woningzoekenden actief. De andere jaren ligt het aandeel actief woningzoekenden op zo’n 23%.
Waarom in 2020 een enorme toename is van het actief woningzoekenden is niet te zeggen. Figuur 8: ingeschreven woningzoekenden en actief woningzoekenden 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000
Aantal actief woningzoekenden
De grootste groep actief woningzoekenden start direct na inschrijving met actief zoeken naar een woning. Opvallend is dat in 2018 dit de helft van alle actief woningzoekenden was. Daarna bleef dit de grootste groep, maar vanaf 2020 neemt het aantal actief woningzoekenden dat langer staat ingeschreven toe. Het aantal actief woningzoekenden dat meer dan 5 jaar staat ingeschreven en actief zoekt is de kleinste groep, behalve in 2019 en 2020, toen was er een enorme toename van het aantal actief woningzoekenden in deze groep. Een verklaring hiervoor is niet te vinden.
6
23 20
22 20
21 20
20 20
19 20
23 20 To 18 ta al
20
22 20
21 20
20 20
19 20
22 Kr 20 im 18 2 02 pe 3 ne rw aa rd
21 20
20 20
19 20
20
ite n
Aantal ingeschreven
Bu
In
Kr
im 20 pe 18 ne rw aa
rd
0
Figuur 9: actief woningzoekenden naar inschrijfduur
20 2 20 3 To 18 ta al 20 19 20 20 20 21 20 22 20 23
20 22
20 21
20 20
20 19
20 2 20 2 im Bu 1 pe it2e028 ne n 3 rw aa rd
In
Kr
20 21
20 20
Kr im 20 pe 18 ne rw aa
rd 20 19
3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
0 tot 1 jaar
1 tot 2 jaar
2 tot 5 jaar
Vanaf 5 jaar
De grootste groep actief woningzoekenden is alleenstaand. Opvallend is dat in 2020 de groep alleenstaanden die op een woning reageerde het grootst was. Vanaf 2021 reageren ook wat meer 2 persoonshuishoudens en huishoudens van 3 tot 5 personen. Als we inzoomen naar de groep actief woningzoekenden die tijdens het reageren al in de Krimpenerwaard woont of daarbuiten, zien we hetzelfde als bij de groep als geheel. Figuur 10: actief woningzoekenden naar huishoudensgrootte
1 persoon
2 personen
3 t/m 5 personen
6 personen of meer
Als we kijken naar de actief woningzoekenden naar leeftijd valt op dat er een aantal verschuivingen zichtbaar zijn. Zo was tot 2020 de groep 31 tot 54 jaar het meest actief op zoek naar een woning. Vanaf 2021 is de groep 23-30 jarigen net zo actief op zoek naar een woning. De groep actief woningzoekenden van 55 jaar en ouder is juist veel minder actief geworden. Was in 2020 nog 26% van de 55-plussers actief op zoek naar een woning, in 2020-2023 is dat slechts 15%. Het aantal 18-22 jarigen dat actief op woningen reageert is juist gestegen, van 5% in 2020 naar 11% in de jaren 20212023. Bij actief woningzoekenden die op het moment van reageren in de Krimpenerwaard wonen, zien we wel dat vanaf 2021 méér actief woningzoekenden in de leeftijdsgroep 23-30 jaar zitten dan in de leeftijdscategorie 31-54 jaar.
7
23 20
22 20
21 20
20 20
19 20
23 20 To 18 ta al
20
22 20
21 20
20 20
19 20
22 Kr 20 im 18 2 02 pe 3 ne rw aa rd
ite n
20
21 20
20 20
19 20
Bu
In
Kr
im 20 pe 18 ne rw aa
rd
3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
Figuur 11: actief woningzoekenden naar leeftijd
18 t/m 22
23 t/m 30
31 t/m 54
55 t/m 65
66 t/m 75
Ouder dan 75
8
20 23
20 22
20 21
20 20
20 23 2 To 018 ta al 20 19
20 22
20 21
20 20
20 19
Kr 20 im 18 2 02 pe 3 ne rw aa rd
Bu ite n
20 22
20 21
20 20
20 19
In
Kr
im 20 pe 18 ne rw aa
rd
3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
5. Verhuisstromen Als we kijken naar de verhuisstromen over de jaren, in figuur 12 en 14 te zien in aantallen verhuringen en in figuur 13 en 15 naar percentages, zien we dat het grootste deel van de verhuringen is aan inwoners uit de Krimpenerwaard zelf. Gemiddeld genomen is het aantal verhuringen aan mensen die al in de Krimpenerwaard wonen meer dan 65%. Er zijn soms uitschieters omhoog en omlaag, zeker in de kleinste kernen, omdat daar een laag aantal verhuringen heeft plaatsgevonden. Vanaf 2021 is de Huisvestingsverordening Krimpenerwaard 2021 in werking en wordt de lokale kernbindingsregel toegepast. Dit houdt in dat maximaal 25% van de woningen verhuurd mag worden middels ‘kernbinding’. Een woning wordt dan geadverteerd met kernbinding. Inwoners uit de betreffende kern krijgen dan voorrang, tenzij er iemand met urgentie van buiten de kern op reageert. Het is lastig om conclusies te trekken of de kernbinding werkt en hierdoor méér mensen uit de desbetreffende kern een woning in die kern toegewezen krijgt. Dit komt omdat niet te achterhalen is of zonder kernbinding de woning toegewezen zou zijn aan iemand die nog niet in de desbetreffende kern woont. Als er puur gekeken wordt naar de percentages “uit eigen kern” zien we dat het percentage over de jaren heen fluctueert en ook per kern verschilt.
Het ene jaar worden er meer woningen toegewezen aan inwoners uit de eigen kern dan het andere jaar. In Lekkerkerk is bijvoorbeeld wel een toename te zien van verhuringen aan inwoners uit de eigen kern, terwijl het in Ouderkerk aan den IJssel afnam. Dit is niet per definitie te verklaren. Figuur 12: Verhuisstromen in aantallen voor 6 kernen
22 20
20 20
Kr
im
2 pe 201 022 n 8 a. d. Le k
20 20
20 22 2 Ha 01 as 8 tr.
20 20
G
20 2022 ou 1 de 8 ra k
20 20
20 2 2 Be 0 2 rk 18 en w .
20 20
20 2 Be 20 2 rg 18 am b.
20 20
Am 20 m 18 er st ol
50 45 40 35 30 25 20 15 10 5 0
Uit eigen kern
Uit andere kern
Buiten Krimpenerwaard
Figuur 13: Verhuisstromen in percentages voor 6 kernen
0
2
20 2
20 2
Kr
im
2 pe 201 022 n 8 a. d. Le k
0 20 2
0 20 2
20 22 2 Ha 01 as 8 tr.
G
20 2022 ou 1 de 8 ra k
0 20 2
20 2 2 Be 0 2 rk 1 8 en w .
0 20 2
20 2 Be 20 2 rg 18 am b.
0 20 2
Am 20 m 18 er st ol
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Uit eigen kern
Uit andere kern
Buiten Krimpenerwaard
9
Le 201 kk 8 er k 20 . 19 20 20 20 O ud 2 er 2 2 1 ke 01 02 rk 8 2 a. 20 d. 23 IJs se 20 l 19 20 20 20 21 20 22 Sc 20 ho 2138 on h 20 . 19 20 20 20 21 20 22 220 St 0213 ol 8 w ij 20k 19 20 20 20 21 20 22 20 2023 Vl 18 is 2t0 19 20 20 20 21 20 22 20 23 20 2 0
0
Uit eigen kern
Uit eigen kern 0
Uit andere kern
Uit andere kern
0
0 2
20 2 20 2
2 20 Vl 1 8 is t
20 2
20 2
20 22 St 201 ol 8 w ijk
20 2
20 2 Sc 20 2 ho 18 on h.
20 2
2 er 018 202 ka 2 .d .I Js se l
ud er k
O
Le 201 kk 8 er k.
Figuur 14: Verhuisstromen in aantallen voor 5 kernen 120
100
80
60
40
20
0
Buiten Krimpenerwaard
Figuur 15: Verhuisstromen in percentages voor 6 kernen
100%
90%
80%
70%
60%
50%
40%
30%
20%
10%
0%
Buiten Krimpenerwaard
10
6. Woningtoewijzingen In de vorige hoofdstukken is gekeken naar de huishoudens die op zoek zijn naar een woning: de vraagkant. In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de aanbodkant. In figuur 16 is te zien hoeveel woningen per jaar vrijkwamen voor verhuur en hoeveel van die woningen zijn gepubliceerd via WidK. Niet alle vrijkomende woningen worden ook via WidK aangeboden. Een deel van de vrijkomende woningen wordt namelijk gebruikt om huishoudens direct een woning aan te bieden, zonder dat zij op een woning op WidK hoeven te reageren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij statushouders en mensen die uitstromen uit een instelling. Maar woningcorporaties passen het ook toe bij sloop-nieuwbouwprojecten, andere mensen die urgentie hebben aangevraagd of andere bijzondere gevallen. Als we kijken naar het totaal aantal woningen dat vrijkomt voor verhuur, zien we dat vanaf 2021 het aantal vrijkomende woningen is afgenomen. Figuur 16: Aantal woningen vrij voor verhuur en aantal publicaties WidK 400 350 300 250 200 150 100 50 0
2018
2019
2020
Aantal woningen vrij voor verhuur
2021
2022
2023
Aantal publicaties WidK
Als we verder kijken naar de verhouding tussen vrijkomende woningen en woningen die op WidK worden aangeboden, zien we dat het overgrote gedeelte wordt gepubliceerd op de website. Gemiddeld 82% van de woningen werd aangeboden via WidK. In 2023 lag het aantal woningen dat werd aangeboden op WidK het laagst, namelijk op ruim 75%. Figuur 17: Percentage aantal publicaties op WidK in verhouding tot aantal vrijgekomen woningen 100,0% 90,0% 80,0% 70,0% 60,0% 50,0% 40,0% 30,0% 20,0% 10,0% 0,0%
2018
2019
2020
2021
2022
2023
11
In figuur 16 is te zien dat het aantal vrijkomende woningen vanaf 2020 is afgenomen. Gemeente en woningcorporaties berekenen ieder jaar de mutatiegraad. Dit percentage laat de verhouding zien tussen het aantal nieuwe verhuringen in een bepaald jaar en het totale woningbezit in dat jaar. In figuur 18 is voor de jaren 2018-2023 de mutatiegraad te zien. De figuur laat zien dat ook de mutatiegraad vanaf 2021 lager ligt. Dat betekent dus dat het aantal vrijkomende woningen gedaald is ten opzichte van het totaal aantal sociale huurwoningen. Figuur 18: Mutatiegraad 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0%
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Het is vervolgens interessant om te bekijken hoeveel huishoudens gemiddeld genomen reageren op een woning die wordt aangeboden op WidK. Dit noemen we de reactiegraad. Als nog steeds veel huishoudens op zoek zijn naar en woning, maar het aantal geadverteerde woningen neemt af, is de verwachting dat de reactiegraad toeneemt. Figuur 19 toont per woningcorporatie de reactiegraad. Daarbij is te zien dat de reactiegraad de afgelopen jaren inderdaad sterk is toegenomen. Opvallend genoeg is alleen in Gouderak het gemiddeld aantal reacties in 2023 afgenomen ten opzichte van eerdere jaren. Figuur 19: Reactiegraad op gepubliceerde woningen WidK naar woningcorporatie 140 120 100 80 60 40 20
Q
ua 201 W 8 on e 20 n 1 20 9 2 20 0 G 2 ro en 20 20 1 W 18 22 on 20 en 23 Vl is 20 t 19 20 2 20 0 21 M oz 2 202 aï 01 2 ek 280 W 23 on e 20 n 1 20 9 2 20 0 2 20 1 2 2 2 2002 W 183 BS 20S 1 20 9 2 20 0 2 2 1 Be 2 022 te 2001 r W 28 on 3 e 20 n 1 20 9 2 20 0 2 20 1 2 20 2 23
0
12
De acceptatiegraad is het getal dat aangeeft aan hoeveel gegadigden van de rangordelijst een woning wordt aangeboden voordat deze wordt geaccepteerd. Het is namelijk niet altijd zo dat nummer 1 – vaak het huishouden met de langste inschrijfduur – de woning ook daadwerkelijk accepteert. Dat is ook terug te zien in figuur 20. De acceptatiegraad fluctueert jaarlijks. Bij QuaWonen wordt een aangeboden woning gemiddeld door de 3e of zelfs 4e kandidaat geaccepteerd, terwijl een woning bij de andere woningcorporaties gemiddeld door de 2e of 3e kandidaat wordt geaccepteerd. Over het algemeen zien we in 2023 dat de acceptatiegraad lager ligt dan in 2022. Dit kan te maken hebben dat woningzoekenden de druk op de woningmarkt ervaren – minder aanbod – en daardoor sneller de keus maken een woning wel te accepteren. Figuur 20: Acceptatiegraad van gepubliceerde woningen op WidK naar woningcorporatie 5 4 3 2 1
oz
22 20
20
Be t
20
20 20 22 er 18 W on en
20 20
22 20 W 18 BS S
20
20 20
20 aï 201 22 ek 8 W on en
20 20
G
ro
M
en
2 2 W 018 022 on en Vl is t
20 20
Q 20 ua 1 W 8 on en
0
De gemiddelde zoekduur is hoe lang actief woningzoekenden hebben moeten reageren op woningen totdat ze een woning toegewezen hebben gekregen. De gemiddelde zoekduur wordt steeds langer, van bijna 17 maanden in 2018 tot 30 maanden in 2023.De steeds langere zoekduur geldt (op enkele uitzonderingen in een enkel jaar na) voor alle leeftijdsgroepen en alle huishoudensgroottes. Figuur 21: Gemiddelde zoekduur in maanden, eerst het gemiddelde, daarna uitgesplitst naar leeftijdsgroep en huishoudensgrootte 45 40 35 30 25 20 15 10 5 r m ee
on
of
6
pe
rs
to t5
on en
pe
rs
ou
oo n pe rs
2-
3
ui sh sh
le Al
en
de n
de en
st a
fo ro ja a
2019
70
2018
an
ud er
r 69
ja a
r 55
t/m
31
t/m
54
ja a
r ja a 30
23
t/m
22 t/m 18
G
em id
de l
ja a
r
d
0
2020
2021
2022
2023
13
7. Urgentie In onze huisvestingsverordening zijn doelgroepen urgente woningzoekenden aangewezen. Dit zijn woningzoekenden die bij de toewijzing van een woning voorrang krijgen op de volgordebepaling omdat het voorzien in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. Dit kan vanwege medische redenen zijn, maar ook door geweld- en bedreiging, mantelzorg of bijvoorbeeld bij sloopnieuwbouw. Urgentie wordt aangevraagd bij de urgentiecommissie. De urgentiecommissie bestaat uit medewerkers van de verschillende woningcorporaties in de Krimpenerwaard. In figuur 22 is te zien hoeveel urgentieaanvragen er jaarlijks zijn geweest bij de urgentiecommissie, hoeveel zijn toegewezen en hoeveel mensen er gehuisvest zijn. In 2021 is slechts één persoon gehuisvest die urgentie toegewezen heeft gekregen. Over het algemeen reageren woningzoekenden met urgentie zelf op het woningaanbod op WidK. Het kan dus zo zijn dat urgente woningzoekenden urgentie hebben ontvangen in 2021, maar in 2022 een woning hebben toegewezen hebben gekregen. Het totaal aantal aanvragen voor urgentie is (na een daling in 2020) gestegen in de afgelopen jaren (zie figuur 22). Figuur 22: Aangevraagde en toegewezen urgenties door urgentiecommissie en daadwerkelijk gehuisveste urgenten 60 50 40 30 20 10 0
2018
2019 Aanvragen
2020
2021
Toegewezen
2022
2023
Gehuisvest
Naast toewijzing van urgentieverklaringen, zijn er ook andere doelgroepen die voorrang krijgen op een sociale huurwoning. Dit zijn statushouders, woningzoekenden waarvoor een hardheidsclausule wordt ingezet (situatie is schrijnend, maar huishouden komt niet in aanmerking voor urgentie omdat het niet past in één van de benoemde urgentiegronden) of huishoudens die uitstromen uit een instelling. Het gaat hierbij om het aantal woningen dat verhuurd is in het betreffende jaar. Uitstroming uit instellingen was tot en met 2020 een urgentiegrond en zit dus verwerkt in figuur 22. Vanaf 2021 is het een categorie die wel voorrang krijgt, maar direct wordt bemiddeld. Vanaf 2021 is deze doelgroep in figuur 23 verwerkt.
14
Figuur 23: Huisvesting statushouders, uitstroom uit instellingen en inzet hardheidsclausule 30 25 20 15 10 5 0
2018
2019
2020
Statushouders (aantal woningen)
2021
2022
Uitstroom instellingen
2023
Hardheidsclausule
Het totaal aantal mutaties en totaal aantal publicaties is afgezet tegenover het totaal aantal woningen dat is verhuurd met voorrang/urgentie. In figuur 24 is te zien dat het aantal woningen dat met voorrang wordt toegewezen is toegenomen in de afgelopen jaren. In 2023 is een kwart van de woningen verhuurd aan woningzoekenden met voorrang/urgentie, als je het afzet tegenover het totaal aantal publicaties. Als je kijkt naar het totaal aantal beschikbaar gekomen woningen (mutaties) in het jaar, is het bijna 20%. Figuur 24: Totaal aantal mutaties, totaal aantal publicaties op WidK, totaal gehuisvest met voorrang 400 350 300 250 200 150 100 50 0
2018
2019
Totaal aantal mutaties
2020
Totaal publicaties op WidK
2021
2022
2023
Totaal gehuisvest met voorrang/urgentie
15
8. Conclusies en aanbevelingen 8.1 Conclusies De hoofdconclusie op basis van deze notitie is dat de grote behoefte aan betaalbare huurwoningen die in grote delen van Nederland zichtbaar is, ook in de Krimpenerwaard aan de orde is. Het aantal actief woningzoekenden is in de afgelopen jaren sterk gestegen, terwijl het woningaanbod ongeveer gelijk is gebleven. Hierdoor moeten woningzoekenden steeds langer ingeschreven staan om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen. In onze gemeente is de zoekduur in 2023 gemiddeld 2,5 jaar. Uit deze notitie blijkt namelijk het volgende: Begin 2023 stonden er in de gemeente 6054 sociale huurwoningen. In de periode 2018 t/m 2022 is dat aantal licht gestegen en in 2023 licht gedaald. Van de totale woningvoorraad in de Krimpenerwaard bestaat een kwart uit sociale huurwoningen in de afgelopen zes jaar. Als we kijken naar het totaal aantal woningen dat vrijkomt voor verhuur, zien we dat vanaf 2021 het aantal vrijkomende woningen is afgenomen. Gemiddeld zijn er in die zes jaar zo’n 322 bestaande woningen per jaar vrijgekomen voor een nieuwe verhuring via een woningadvertentie of via directe bemiddeling door een corporatie. De mutatiegraad lag daarmee tussen de 4,5% en 6,3% per jaar. In 2018 stonden er 6.925 woningzoekenden ingeschreven bij Wonenindekrimpenerwaard.nl en eind 2023 stonden er 11.594 woningzoekenden ingeschreven.
In de periode 2018 t/m 2023 is het aantal ingeschrevenen sterk gestegen met bijna 60%. Dit kan betekenen dat er meer huishoudens vanwege hun inkomen zijn aangewezen op een sociale huurwoning en/of dat men zich eerder inschrijft als woningzoekende. Deze toename van het aantal ingeschreven woningzoekenden deed zich vooral voor in Schoonhoven, maar ook in de andere kernen is een toename te zien. Van de 11.594 ingeschreven woningzoekenden in 2023 komt 68% uit de gemeente Krimpenerwaard en 32% uit andere gemeenten. Bij de ingeschreven woningzoekenden valt verder het volgende op: -
-
Gemiddeld staan woningzoekenden uit de Krimpenerwaard langer ingeschreven dan woningzoekenden uit andere gemeenten. Verreweg de meeste woningzoekenden hebben een inkomen tot de BTIV-norm. Dat aandeel is in de periode 2018 t/m 2023 gestegen van 58% naar 65%. Huishoudens met een inkomen tot de BTIV-norm vormen de ‘primaire’ doelgroep; zij hebben recht op huurtoeslag. In de periode 2018 t/m 2023 is het aantal ingeschreven 1-persoonshuishoudens sterk gestegen. Eind 2023 is 61% van alle ingeschreven woningzoekenden een 1persoonshuishouden, ofwel een alleenstaande. Dit betekent dat er een grote behoefte is aan relatief kleine woningen, terwijl het woningaanbod nu nog vooral bestaat aan eengezinswoningen. Sinds 2020 is er ook een stijging van het aantal 2- en 3 of meerpersoonshuishoudens waar te nemen.
Het aantal ingeschreven woningzoekenden zegt niet alles. Want veel woningzoekenden staan niet ingeschreven omdat ze een concrete verhuiswens hebben, maar omdat ze inschrijfduur willen opbouwen. Die lange inschrijfduur willen ze ‘verzilveren’ zodra ze wél een concrete verhuiswens hebben. Een vrijkomende sociale huurwoning wordt immers in principe toegewezen aan de gegadigde met de langste inschrijfduur. Het aantal actief woningzoekenden (zij die dus reageren op een woningadvertentie op Wonen in de Krimpenerwaard) is in de periode 2018 t/m 2020 gestegen, maar nam in 2021 opeens af en steeg weer tot 2023. Waarom er in 2020 een enorme toename was van het actief woningzoekenden is niet te zeggen. Bij de actief woningzoekenden valt verder het volgende op: -
Actief woningzoekenden uit de Krimpenerwaard hebben gemiddeld een duidelijk langere inschrijfduur dan mensen uit andere gemeenten. Dat lijkt erop te duiden dat mensen uit de
16
-
gemeente zich eerder of uit voorzorg inschrijven, terwijl mensen van buiten de gemeente zich wellicht veel bewuster inschrijven. Net zoals bij de ingeschreven woningzoekenden te zien was, zijn ook de actief woningzoekenden in grote meerderheid een 1-persoonhuishouden. Zij hebben in de periode 2018 t/m 2020 meer dan andere groepen gereageerd op een woningadvertentie. Vanaf 2021 reageren ook wat meer 2-persoonshuishoudens en huishoudens van 3 tot 5 personen.
Tegenover de hierboven genoemde ‘vraagkant’, staat de ‘aanbodkant’: de vrijgekomen woningen en de informatie over degenen die daarop hebben gereageerd. In de periode 2018 t/m 2023 hebben de corporaties gemiddeld per jaar ongeveer 266 woningen geadverteerd op Wonen in de Krimpenerwaard. Er reageren steeds meer mensen op een geadverteerde woning, van gemiddeld 42 in 2018 naar gemiddeld 90 in 2023. Dat er zoveel woningzoekenden reageren op een geadverteerde woning betekent overigens niet dat de woning is geaccepteerd door degene aan wie de woning als eerste werd aangeboden. In de periode 2018 t/m 2020 werd de woning gemiddeld geaccepteerd door de derde kandidaat, terwijl in de periode 2021 t/m 2023 de woning gemiddeld werd geaccepteerd door de tweede kandidaat. In de periode 2018-2023 is in totaal 65% van de geadverteerde woningen toegewezen aan woningzoekenden uit de Krimpenerwaard en dus 35% aan woningzoekenden van buiten de gemeente. Het omgekeerde – woningzoekenden uit de Krimpenerwaard wordt een sociale huurwoning toegewezen in een andere gemeente – komt natuurlijk ook voor, maar dit wordt niet bijgehouden in Wonen in de Krimpenerwaard.
Uit het dashboard ‘Verhuisbewegingen’ van het CBS blijkt dat in de jaren 2017 t/m 2021 jaarlijks meer woningzoekenden vanuit de Krimpenerwaard zijn verhuisd naar een sociale huurwoning in een andere gemeente, dan dat er woningzoekenden vanuit andere gemeenten zijn verhuisd naar een sociale huurwoning in de Krimpenerwaard. Echter, is vanaf 2022 waar te nemen dat er meer woningzoekenden uit andere gemeenten zijn verhuisd naar een sociale huurwoning in de gemeente Krimpenerwaard, dan woningzoekenden vanuit de gemeente Krimpenerwaard zijn verhuisd naar een sociale huurwoning in een andere gemeente. Dit is een kleine stijging van 5 volwassenen (bron: Verhuisbewegingen 2017-2022). De gemiddelde zoekduur is in de periode tussen 2018 t/m 2023 toegenomen en geldt voor alle leeftijdsgroepen en alle huishoudensgroottes. Relatief gezien hebben jongeren een iets lagere gemiddelde zoekduur, dit komt waarschijnlijk omdat zij minder kritisch zijn in hun woonwens of met enige spoed willen verhuizen (op zichzelf wonen of gezinsuitbreiding). Oudere huishoudens die al in een prima woning wonen, zullen misschien pas reageren als ze ‘toevallig’ een hele leuke woning tegenkomen. 8.2 Aanbevelingen Op basis van deze notitie worden de volgende aanbevelingen gedaan: 1.
Continueer de huisvestingsverordening: De huisvestingsverordening neemt niet het tekort aan sociale huurwoningen weg, maar verdeelt de schaarse sociale huurwoningen op een eerlijke en transparante manier. Deze notitie laat zien dat de verordening goed werkt. Want bij de gemiddelde zoekduur zijn er geen grote verschillen te zien tussen de kernen, de woningtypen en de huishoudenstypen. 2. Bouw nieuwe sociale huurwoningen: In de periode 2018 t/m 2023 is de druk op de sociale huursector sterk toegenomen. Om die druk te verlagen zijn meer sociale huurwoningen nodig, dus nieuwbouw. Bouw vooral relatief kleine woningen voor de sterk gestegen groep 1-persoonshuishoudens (alleenstaanden). En bouw betaalbaar, gezien de grote toename van het aantal woningzoekenden tot de BTIVnorm. 3. Zoek naar snelle huisvestingsmogelijkheden: Omdat het ontwikkelen van een woningbouwlocatie lang duurt en de opgave urgent is, kan worden gezocht naar innovatieve woonvormen. Bijvoorbeeld woningen met gedeelde voorzieningen voor de groeiende groep alleenstaanden.
17
4. Continueer het maken van jaarrapportages: De zes jaarrapportages waarop deze notitie is gebaseerd (over 2018, 2019, 2020, 2021, 2022, 2023) leveren veel informatie op. De bruikbaarheid wordt nog groter als de meting jaarlijks op dezelfde manier wordt gecontinueerd.
18