1.34 RIB Overeenkomst jeugd en Wmo - inkoop 2023.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
19 januari 2021 Overeenkomsten jeugd en Wmo: inkoop 2023
Beste meneer, mevrouw, Zoals in de raadsinformatiebrief ‘Regionaal programma sturen op kosten’ van 8 december is aangekondigd, is in het kader van Lijn 2 (sturen op kosten vanaf 2023) een collegebesluit voorbereid over de vraag ‘verlengen we de deelovereenkomsten of gaan we een nieuw inkoopproces vormgeven’. In deze brief informeert het college de raad over het collegebesluit. Verlenging overeenkomsten Wmo en jeugdhulp De inkoop van de dienstverlening voor Jeugd en Wmo is op regionaal niveau georganiseerd. Deze dienstverlening is met de aanbieders georganiseerd via een basisovereenkomst met alle aanbieders en onderliggend deelovereenkomsten per zorgcategorie. De deelovereenkomsten kennen daarbij de ruimte dat via de fysieke overlegtafel met aanbieders er veel mogelijkheden zijn om de tussentijds in overleg aanpassingen te doen. De basisovereenkomst heeft een looptijd van 2018 tot en met 2024. De deelovereenkomsten zijn steeds voor enkele jaren afgesloten. De meeste van de huidige deelovereenkomsten lopen tot en met 2022 en kennen een optie tot verlenging tot en met 2024. Indien niet wordt gekozen om te verlengen is de ervaring dat een stevig voorbereidingsproces nodig is met een doorlooptijd van circa twee jaar. Dat maakt een besluit op dit moment nodig, ook al lopen de contracten pas eind 2022 af.
Met deze brief informeert het college de gemeenteraad over de keuzes die het college, in regionale afstemming heeft gemaakt. De colleges in Midden-Holland hebben besloten tot het verlengen van de deelovereenkomsten jeugdhulp, jeugdzorgplus en begeleiding (Wmo) voor 2023 en 2024 en de zorgaanbieders daarvan mededeling te doen; het hanteren van het huidige inkoopmodel tot 2025; de focus in 2021 en 2022 te leggen op het sturen op de kosten en daarmee de mogelijkheden te benutten om te sturen binnen het huidige model; in 2022 starten met de voorbereidingen voor het inkoopproces voor het inkoopmodel en de contracten vanaf 1 januari 2025, zodanig dat de nieuwe raden en colleges daar in 2022 de eerste stappen op kunnen zetten. Concreet heeft de verlenging betrekking op de deelovereenkomsten begeleiding (Wmo), jeugdhulp en jeugdzorg plus (met een omvang van € 65 miljoen). Zie de bijlage voor meer informatie over deze overeenkomsten. In deze bijlage zijn de verschillende mogelijkheden uitgewerkt, waarbij scenario A het gekozen scenario is.
1 van 4 193115207 / 26427
Argumenten voor de verlenging 1.
Een directe relatie tussen inkoopmodel en uitgaven is niet aangetoond Veel gemeenten kampen met tekorten, een directe link met inkoop is (nog) niet aangetoond. Op korte termijn wisselen van inkoopmodel is dan ook niet de oplossing om de oplopende uitgaven op korte termijn terug te dringen.
2.
Langdurige contracten zorgen voor stabiliteit en zorgcontinuïteit Door nu niet in te zetten op een nieuw inkoopmodel, maar op optimalisatie bieden we rust en duidelijkheid aan aanbieders en is de continuïteit van dienstverlening aan cliënten geborgd. Deze stabiliteit biedt een goede basis om met aanbieders het gesprek te voeren over de kostenontwikkeling.
3.
Het huidige model biedt optimalisatie mogelijkheden Door nu in te zetten op deze optimalisatie kan op korte termijn gestuurd worden op kosten en krijgen we scherper in beeld welke knelpunten te wijten zijn aan het model en waar het huidige model nog onvoldoende geïmplementeerd was. Er is een inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden om binnen het huidige model te sturen op kosten. Een van de voorbeelden is strategisch contractmanagement, waarbij gemeenten en aanbieders samen intensiever gaan samenwerken en afspraken maken over afschalen, verkorten van doorlooptijden en vermindering van het volume.
4.
De huidige overeenkomsten bieden juridisch mogelijkheden tot aanpassing Het voorstel om niet per 2023 een nieuwe inkoop te organiseren betekent niet dat er geen wijzigingen in de overeenkomsten mogelijk zijn. In de basisovereenkomsten is een proces afgesproken op basis waarvan er via overleg met de aanbieders op ieder gewenst moment aanpassingen gedaan kunnen worden. Vanuit het programma sturen op kosten is er dan ook de ruimte om waar nodig gerichte aanpassingen te doen in de deelovereenkomsten.
5.
Op korte termijn noodzaak tot sturen op kosten De financiële situatie in de gemeenten in Midden-Holland is dusdanig dat het cruciaal is om op korte termijn te kunnen sturen op de kosten om te voorkomen dat elders binnen de gemeente rigoureuze keuzes gemaakt moeten worden voor sluitende begrotingen. Door de verlenging van de overeenkomsten kan de focus volledig gelegd worden bij het sturen op de kosten. Hiervoor is dan ook een stevig regionaal programma opgezet. De effecten van een ander inkoopmodel zouden financieel pas over jaren zichtbaar worden. Op korte termijn zouden we dan het risico lopen van (sterk) oplopende kosten.
6.
Duidelijke focus aanbrengen Een heldere focus in de gezamenlijke opgave is belangrijk om tot resultaten te komen. Tegelijkertijd werken aan sturen op kosten op korte termijn en het ontwikkelen van een nieuw inkoopmodel leggen een zwaar beslag op de capaciteit van gemeenten en aanbieders, zowel in focus (waar werk je met elkaar aan) als in praktische uren.
7.
Tijd inbouwen voor een zorgvuldig keuzeproces voor model na 2024 Een nieuw model ontwikkelen en implementeren is een intensief en langdurig proces voor zowel gemeenten als aanbieders. Op dit moment is nog niet in beeld of een ander model wenselijk is en zo ja, welk model dat dan zou zijn. Afhankelijk van de omvang van de wijziging heeft een
Pag. 2/4
inkooptraject een totale doorlooptijd van twee tot drie jaar. Het is belangrijk om ook de raden in dit proces te betrekken en de keuze te koppelen aan de visie voor de langere termijn. Het lijkt niet opportuun om deze keuze eind 2021, net voor de gemeenteraadsverkiezingen, aan de gemeenteraden voor te leggen. Bij de eventuele keuze voor een ander model is implementatie een belangrijke factor, door tijdig aan een nieuw inkooptraject (invoering per 2025) te beginnen kan ook hiervoor tijd ingeruimd worden. De introductie van een nieuw model staat of valt met de aandacht die er is voor de implementatie. Indien nu gekozen wordt voor een nieuw inkooptraject dan staat de termijn onder druk. Ook kan wellichtniet voldaan worden aan de zorgvuldigheidsvereisten uit de Norm voor Opdrachtgeverschap om de inkoopprocedure binnen de afgesproken termijn bekend te maken en af te ronden. Kanttekeningen Naast argumenten om te kiezen voor verlenging van de overeenkomsten zijn er uiteraard ook kanttekeningen te maken bij deze keuze. Uiteraard zijn deze in de afweging meegenomen. 1.
Sturen op de korte termijn Met deze keuze richten we ons op de korte termijn. De lange termijn dient niet uit het oog verloren te worden. Vandaar dat het voorstel is om tijdig te starten met de voorbereiding voor een nieuwe inkoop, zodat ook een gezamenlijk langetermijnperspectief ontwikkeld wordt. Concreet zal begin 2022 de ambtelijke voorbereiding moeten starten voor de keuzes die vanaf 2025 in gaan.
2.
Terugbrengen aantal aanbieders is beperkt mogelijk Het aantal aanbieders is regelmatig onderwerp van gesprek: de grote hoeveelheid aanbieders komt de keuzevrijheid tegemoet, maar gaat ten koste van de beheersbaarheid. Binnen het huidige open house model is het terugbrengen van het aantal aanbieders in beginsel beperkt mogelijk. Vanuit het regionaal programma sturen op kosten wordt gekeken naar de mogelijkheden om het aantal aanbieders terug te brengen of anders te organiseren en de toetreding van nieuwe aanbieders te limiteren. Daarnaast wordt gewerkt aan betere beheersbaarheid van het aantal aanbieders door een effectievere inrichting van het contractmanagement.
3.
Huidige model heeft prikkel tot meer omzet In theorie heeft het model de prikkel voor aanbieders om meer omzet te genereren, vanwege de P*Q betalingssystematiek. In de praktijk pakt dit genuanceerder uit: het wisselt per aanbieder. Er is ook sprake van een krappe arbeidsmarkt en is er dus een gedeeld belang met aanbieders om de zorgschaarste goed te verdelen. Binnen het contractmanagement wordt gekeken naar afspraken over beheersing van het volume.
Met dit besluit is er een heldere focus op de opgave voor de komende jaren, deze opgave zal binnen het regionaal programma sturen op kosten worden vormgegeven. Over het regionale programma bent u geïnformeerd via de raadsinformatiebrief van 8 december.
Bijlagen RIB: Jeugd en Wmo: inkoop 2023, Regio Midden-Holland
Pag. 3/4
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
mr. R.S. Cazemier
Pag. 4/4