1.33 SV22-036 antw PK, Actualiteitendebat MooiMekkerland.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV22-036 Datum: 9 mei 2022 Vraag art. 38 Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: MooiMekkerland Toelichting De raad van State heeft op 26 april 2022 uitspraak gedaan in de zaak MooiMekkerland. Ter informatie is de uitspraak bijgevoegd. De Raad van State vindt het algemene gezondheidsbelang (voor omwonenden) belangrijker dan het belang van de geitenhouder. Daarom kan de vergunning voor meer dan 2000 extra geiten niet worden verleend. De Raad van State geeft MooiMekkerland nog drie maanden de tijd om het aantal geiten terug te brengen van 2500 naar 812 dieren. In een drietal uitspraken veegt de Raad de bezwaren van MooiMekkerland tegen de provinciale geitenstop en twee dwangsombesluiten van de gemeente Krimpenerwaard van tafel. Bovendien is gebouwd zonder vergunning; in de huidige omvang mag hij niet voortbestaan. Zoals Pro Krimpenerwaard het leest, moet hij een of meer gebouwen slopen. De provincie weigerde in 2019 aan de gemeente Krimpenerwaard een ontheffing te verlenen voor het uitbreidingsplan van MooiMekkerland. Die wilde een vergunning voor 3000 geiten. Krimpenerwaard wilde die vergunning wel verlenen, maar kon dat niet, omdat de provincie daarvoor geen toestemming gaf.
Nu de Raad van State de geitenhouderijstop heeft goedgekeurd kan de Krimpenerwaard feitelijk weinig anders meer doen dan de vergunningsaanvraag van MooiMekkerland voor 3000 geiten afwijzen. En omdat hij al een paar jaar 2500 geiten had rondlopen, zal hij daarvoor een andere bestemming moeten zoeken, anders krijgt hij een forse dwangsom. Deze uitspraak is een vervolg van de ingestelde geitenhouderijstop die in 2018 door de provincie Zuid-Holland was afgekondigd. Dat is een vestigings- en uitbreidingsverbod voor professionele geitenhouderijen, net als een aantal andere provincies. Die willen eerst meer zekerheid over de invloed van grote, professionele geitenhouderijen op de gezondheid van omwonenden. Uit eerdere onderzoeken is gebleken dat omwonenden van geitenhouderijen meer longontstekingen hebben dan anderen, ook vergeleken met omwonenden van varkens- en kippenhouderijen. Het RIVM doet op dit moment een vervolgonderzoek om meer duidelijkheid te krijgen over de risico’s voor de volksgezondheid. Hoewel de gemeente Krimpenerwaard meent dat de volksgezondheidsrisico’s rondom de veehouderij aan de Koolwijkseweg gering zijn, geldt de geitenstop wel degelijk ook voor MooiMekkerland. Het veebedrijf had voor de afkondiging van de geitenstop een vergunning voor maximaal 812 geiten. Die mag het bedrijf houden.
Voor de rest, zo’n 1700, heeft MooiMekkerland geen vergunning en kan de gemeente die niet meer verlenen. Voor de overtollige geiten zal hij voor 26 juli een andere bestemming moeten zoeken. Als hij die datum niet haalt dan kan in het ergste geval de dwangsom oplopen tot maximaal € 450.000 euro. https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@130944/202005419-1-r3-20205420-1-r3en/#highlight=202005419%2f1 Hierna worden raadsvragen gesteld over deze kwestie. Beantwoording tijdig voor de raadsvergadering van 7 juni is gewenst in verband met de aanvraag van een actualiteitendebat.
Vragen: 1. Op welke wijze en binnen welke termijn gaat uw college de uitspraak van de Raad van State uitvoeren? 2. Op welke wijze vindt de controle op de handhaving plaats? 3. Welke gevolgen heeft die uitspraak voor gebouwen die zonder de vereiste vergunning zijn neergezet? 4. Kunt u ons informeren over de totale kosten die de gemeente heeft gemaakt door te kiezen voor het individuele belang in plaats van het algemene gezondheidsbelang? 5. Kan uw college nog eens onderbouwd aangeven dat u de gezondheid van de omwonenden binnen een straal van 1,5 km van MooiMekkerland van ondergeschikt belang vond ten opzichte van het individuele belang van de geitenhouderij? 6. Nu het voor de Raad van State en de provincie zo eenduidig is dat de gevaren voor de volksgezondheid te groot worden ingeschat om het aantal geiten te kunnen uitbreiden, hoe heeft het dan kunnen gebeuren dat noch onze handhavingsafdeling noch de gemeentelijke Milieudienst de raad hiervoor expliciet heeft gewaarschuwd? 7. Is het correct dat beide afdelingen niets hierover aan het college hebben gemeld, voordat het advies naar de raadscommissie ging om het aantal geiten uit te breiden? 8. Mocht dit inderdaad het geval zijn, hoe kan dit? 9. Mochten er wel stukken naar het college zijn gegaan, hoe kan het dat deze stukken het college- en/of het raadsadvies nooit hebben gehaald? 10.
Is uw college voornemens om de functiescheiding tussen handhaving en vergunningverlening beter te organiseren en niet, zoals nu, onder een manager te laten vallen? 11. Is uw college nog steeds van mening dat de volksgezondheid van ondergeschikt belang is? 12. Zo ja, dan graag een toelichting?
Antwoord college: 1. Binnen zes weken na de uitspraak wordt er een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen met een daarbij behorende aangepaste last onder dwangsom. 2. Handhaving vindt op gebruikelijke wijze plaats. Als de begunstigingstermijn verstreken is, wordt door een toezichthouder onderzocht of voldaan is aan de last. 3. De zonder vergunning gebouwde gebouwen en waarvoor geen vergunning verleend kan worden, dienen verwijderd te worden. 4. Vooropgesteld dat er nooit een keuze is gemaakt voor enig belang, maar de gekozen route is in meerderheid door de raad besloten. De totale kosten zijn niet inzichtelijk, omdat ambtelijke uren niet per dossier worden geregistreerd. Deze gegevens hebben wij niet. De externe kosten worden op de gebruikelijke wijze verantwoord (zie beantwoording SV1948). 5. De raad is bekend met de doorlopen rechtsprocedures door de in meerderheid besloten raadsbesluiten. Het college heeft deze besluiten uitgevoerd. 6. Zie voor de beantwoording van deze vraag de besluiten met bijbehorende stukken en de notulen van de raadsvergaderingen. 7. Nee 8. Niet van toepassing 9. Alle stukken behorende bij de aanvraag om ontheffing van de provinciale Omgevingsverordening zijn zowel het college als aan de raad aangeboden. 10. Nee 11. Nee 12.
Niet van toepassing Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de eerste loco-burgemeester,
J. Hennip
L. van Sleeuwenhoek