1.30 RIB Herijking gemeentefonds.docx
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Raadsinformatiebrief over Intern
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
2 januari 2021 Herijking gemeentefonds
Beste meneer, mevrouw,
Bijgaand treft u het rapport aan van het bureau BEA inzake de second opinion die dit bureau gemaakt heeft over de herijking van het Sociaal Domeindeel van het gemeentefonds. Het rapport is in eerste instantie gemaakt op verzoek van de gemeente Krimpenerwaard, maar in overleg met aangepast naar de 4 gemeenten van Midden-Holland die er belang bij hebben. De gemeente Gouda heeft gezien haar grootte, stedelijke aard, sociale structuur en verwachte financiële effecten weinig belang bij dit rapport. Toen deze gemeenten de eerste rapportage van AEF over de herijking van het gemeentefonds dit voorjaar ontvingen bekroop ons onmiddellijk de gedachte: AEF is uitgegaan van verkeerde uitgangspunten en maatstaven. We hebben toen een kort memo door AEF laten maken waarin Krimpenerwaard vergeleken werd met de uitkomsten. Dat versterkte dat gevoel. Maar alleen een gevoel is niet voldoende. We hebben daarom gezocht naar een partij die voor ons de herijking kon toetsen aan algemene uitgangspunten van de verdeling van het gemeentefonds. We zijn uitgekomen bij BEA, het Bureau voor Economische Argumentatie van de heer ter Beek. Hij heeft na bestudering van het rapport van AEF (op zich al een klus, het rapport telt 585 bladzijden) bijgaande second opinion vervaardigd. Er zit een samenvatting bij het rapport, maar ook die is nogal technisch. Onderaan treft u een populaire samenvatting aan van 1 A4.
In eerste instantie was de gedachte te wachten met publicatie van het rapport van BEA tot de publicatie van de herijkingsrapporten van AEF (sociaal Domein) en Cebeon (klassiek deel gemeentefonds) zou gebeuren. Deze was voorzien voor begin november. Overigens was de oorspronkelijke verwachting dat niet-centrumgemeenten ernstig nadeel zouden ondervinden al getemperd. In de publicaties rond het uitstel van de rapportages was al gemeld dat de verschuiving van Oost naar West en van klein naar groot aanzienlijk afgezwakt was. Wat er achter de schermen gebeurt is ons niet duidelijk. In ieder geval: eerst leek het verstandig te wachten met publicatie tot na die rapportage, nu lijkt, gelet op al dat uitstel, het omgekeerde verstandig. Bovendien hebben we vernomen dat ook anderen (de G4 met name) een eigen second opinion laat vervaardigen We ondernemen nu de volgende acties: We zorgen dat ook dit rapport aan de VNG en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) wordt aangeboden. We willen wel graag de volgende vervolgstappen ondernemen. 1. Benaderen VNG 2. Benaderen Raad voor het Openbaar Bestuur 3. Benaderen alle gemeenten, meer in het bijzonder de gemeenten die onze gezamenlijke brief van dit voorjaar aan de VNG gesteund hebben 4.
Benaderen Tweede Kamerfracties Als er publicitair vervolgacties komen zullen die niet zozeer door ons worden gedaan, maar door de -immers onafhankelijke- auteur van het rapport.
/CONCEPT
Samenvatting second opinion onderzoek AEF herijking Sociaal Domein Gemeentefonds
Op verzoek van gemeenten in Midden-Holland[1] heeft onderzoeksbureau BEA een second opinion gegeven over het onderzoek van AEF naar de herijking van de component Sociaal Domein van het Gemeentefonds. Hoofdconclusie is dat het model dat AEF voorlegt, voldoet aan de vraag om een eenvoudiger model. Maar de uitlegbaarheid van het model en de mate waarin het model ervoor zorgt dat de reële kosten van gemeenten weerspiegeld worden in het model, laat te wensen over. Dat komt met name omdat het model vooral probeert te verklaren welke uitgaven gemeenten in het verleden en heden deden en doen, maar niet naar de vraag welke kosten gemeenten noodzakelijkerwijs zouden moeten maken. Die uitgaven uit verleden en heden worden niet alleen bepaald door de noodzaak, maar ook door de vraag of je wellicht (bijvoorbeeld door andere inkomsten) meer kón uitgeven. Het model gaat voorbij aan de vraag hoe gemeenten, met betrekkelijk weinig beleidsvrijheid voor Jeugdzorg en WMO, de kosten hiervoor uit de algemene uitkering zouden moeten kunnen betalen. De uitlegbaarheid van het model dat AEF gemaakt heeft is maar beperkt. Dat komt door de keuze van de verdeelmaatstaven (factoren op basis waarvan de algemene uitkering verdeeld wordt) Dat komt met name omdat AEF gekozen heeft voor de verdeelmaatstaf “klantenpotentieel regionaal” als een benadering voor allerlei sociale problemen.
Ook vele kleinere en middelgrote gemeenten kennen echter die problemen en ontvangen door de weeffout te weinig geld. De maatstaf klantenpotentieel is bedoeld voor bovenlokale voorzieningen, niet voor lokale sociale problematiek. Een tweede zwakheid is de keuze voor huishoudens met laag inkomen. Beter zou zijn de ook beschikbare maatstaf: huishoudens met kinderen en een laag inkomen. De derde is het lage gewicht voor de maatstaf meerkernigheid. Meerkernigheid leidt tot relatief hoge kosten door de benodigde spreiding van voorzieningen. Er zijn bovendien betere maatstaven voorhanden (onderzoek SEO 2018), met name voor jeugd. Door de voorgestelde verdeling lijkt een ruwe berekening ertoe te leiden dat de Midden-Hollandse gemeenten tussen de 5% (Gouda) en 15% verlies lijden op het huidige budget voor sociale en maatschappelijke voorzieningen. Aanbevelingen: 1. Heroverweeg het grote gewicht van de maatstaf klantenpotentieel 2. Waarom maar één variant. Tijd voor meerdere varianten 3. Zorg met name bij jeugd voor het aantal jeugdigen (o.a. uit gezinnen met een laag inkomen) als voornaamste maatstaf 4. En vooral: neem bestuurlijke maatregelen waardoor gemeenten meer autonomie krijgen, passend bij de gemeentelijke verantwoordelijkheden Bijlagen RIB: Rapport BEA
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
mr. R.S. Cazemier
pag. 2/2