1.28 RIB Uitkomst dialoogsessie Sociaal domein.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR CC DATUM ONDERWERP
de gemeenteraad Adviesraad Sociaal Domein 4 april 2022 Uitkomst dialoogsessie Sociaal domein
Beste meneer, mevrouw, De afgelopen periode hebben wij samen met uw raad een aantal mooie stappen gezet. Eind 2020 heeft uw raad een uitgangspuntennotitie Sociaal Domein vastgesteld. Op basis daarvan heeft u het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2021-2025 vastgesteld. Dit beleidskader hebben wij vervolgens vertaald in een Maatschappelijke Agenda. Dit is het operationeel kader voor onze maatschappelijke partners en onze gemeentelijke organisatie. U vindt het belangrijk om de ontwikkelingen binnen het Sociaal te monitoren. Eind 2021 hebben wij uw raad de 1e kwaliteitsmonitor kunnen aanbieden. Eerste monitor en eerste dialoog Op 11 januari 2022 hebben we samen met uw raad en maatschappelijke partners een 1e dialoog gevoerd over deze kwaliteitsmonitor. Doel van de dialoog was om op basis van de kwaliteitsmonitor te onderzoeken welke ontwikkelingen de meeste aandacht trekken en of bijsturing nodig is. We kijken terug op een dialoogtafel waarbij we een belangrijke stap hebben gezet in een leer- en verbetercyclus. Door de beperkte tijd en digitale werkvormen heeft de dialoogtafel minder gebracht dan we voor ogen hadden. Desondanks heeft de dialoog ons inziens voldoende inzichten opgeleverd om accenten te kunnen leggen op bepaalde thema's in de komende periode. Het gaat daarbij om: 1. Bevorderen kansengelijkheid (Maatschappelijke Agenda, p.
22) Voor (kwetsbare) doelgroepen wordt het steeds moeilijker om mee te kunnen doen in de samenleving. De situatie van mensen die in armoede leven, wijkt in veel opzichten af van mensen die welvarender zijn. Volwassenen die werkloos zijn, leven met geldzorgen, schulden of armoede hebben vaak te maken met chronische stress, ongezonde leefstijl, chronische ziekte als diabetes en hart- en vaatziekten, maar ook psychsociale problemen of opvoedproblematiek kan een gevolg zijn. Van belang is dat gemeente en partners -ook onderling- nog meer gaan samenwerken en hun aanbod gericht op het verminderen van kansenongelijkheid op elkaar afstemmen. 2. Anticiperen op vergrijzing a. Informele ondersteuning (vrijwilligers/mantelzorg) neemt af (Maatschappelijke Agenda, p. 12, 16, 18) Het aantal mantelzorgvragers zal (vele malen) groter worden dan het aantal mensen dat mantelzorg kan geven. Van deze ontwikkeling gaat ook de gemeente Krimpenerwaard in toenemende mate de gevolgen merken en is actie nodig. In de toekomst wordt een nog groter beroep gedaan op de ‘jongere ouderen’ dan nu het geval is, waarbij er concurrentie is in tijdsbesteding als werken, vrijwilligerswerk, zorgen voor kinderen/kleinkinderen en zorgen voor ouderen.
Bij het werven en behouden van vrijwilligers zal hier rekening mee moeten worden gehouden, en zijn wellicht een andere benadering en nieuwe vormen van vrijwilligerswerk nodig. b. Explosieve toename aantal inwoners met dementie (Maatschappelijke Agenda, p. 16 & 25) Ook op deze ontwikkeling hebben we als gemeente geen invloed. Het heeft echter forse impact op de overbelasting van mantelzorgers, waarvoor goede mantelzorgondersteuning van belang is en blijft. Mensen met dementie maken drie keer zoveel gebruik van zorg dan een vergelijkbare groep
1 van 3 1931812986 / 813172
mensen zonder dementie. De kans op dementie neemt flink af als mensen gezond leven, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie. Het bevorderen van een gezonde leefstijl verdient in dit kader dan ook extra aandacht. We zetten in op het bevorderen van een gezonde leefstijl. Dit heeft tegelijkertijd ook positieve effecten op de mentale en lichamelijke gezondheid in het algemeen. Mensen zijn langer in staat zelfstandig te leven, en doen minder beroep op zorg. 3. Verbeteren van de sociale en fysieke leefomgeving (Maatschappelijke Agenda, p. 18 & 20) We zetten in op ‘ontmoeten’ met verschillende doelstellingen; elkaar (leren) kennen en daarmee de sociale cohesie/verbinding en leefbaarheid vergroten in wijken, het opzetten en uitbreiden van sociale netwerken (in gesprek met mensen in soortgelijke situaties, samen iets doen, ervaringen uitwisselen, elkaar tot steun zijn), en gericht op integrale samenwerking. Voorzieningen binnen de kernen hebben invloed op de leefbaarheid en het welbevinden van inwoners, en staan tegelijkertijd ook onder druk. We zetten in op voorzieningen in de kernen op basis van realisme en maatschappelijke meerwaarde.
Omdat de fysieke leefomgeving de context vormt voor het sociale aspect, intensiveren we de samenwerking tussen het sociaal- en ruimtelijk domein voor de inrichting van de openbare ruimte, maar ook bijvoorbeeld op het gebied van ruimtelijk ordening, waarbij in de planfase aandacht wordt besteed aan ontwikkelingen en doelstellingen binnen het sociaal domein. Ze zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Denk hierbij aan het faciliteren van ontmoeting, bewegen, spelen, sporten en cultuur in relatie tot de bevolkingssamenstelling. Wanneer er bijvoorbeeld veel ouderen in een wijk wonen, vraagt de inrichting van de buitenruimte iets anders dan wanneer er veel jonge gezinnen wonen of jongeren.
4. Beheersen van/grip op kosten jeugdzorg/Wmo De eerder genoemde speerpunten moeten op termijn bijdragen aan het beheersen van de kosten. Hierbij moet worden opgemerkt er maatschappelijke ontwikkelingen zijn en komen, waarop we weinig tot geen invloed hebben. Het nog steeds groeiende gebruik van jeugdzorg en Wmo en daarmee de stijgende zorgkosten baren (landelijk) zorgen. Gemeente Krimpenerwaard wil ondersteuning en zorg beschikbaar kunnen blijven stellen voor die inwoners die dat echt nodig hebben. Daarvoor zetten we in de eerste plaats in op normaliseren, vroegsignalering en preventie. We vragen van onze partners in het preventief domein hiervoor de handen in één te slaan en vraagstukken terug te brengen in het normale leven, problemen bespreekbaar te maken om tijdig te ondersteunen en erger te voorkomen. Een goede samenwerking tussen partners binnen het preventieteam is hiervoor essentieel, waarbij zij nadrukkelijk ook de verbinding leggen met andere partijen. Daarnaast zetten we (regionaal) in op een dekkend zorglandschap. Maar ook de ambities uit de Regiovisie ‘Samen scherper aan de wind’ (een scherpere afbakening van de Jeugdwet en Wmo, sturing op kwaliteit en doelmatigheid en een goede relatie met en tussen ketenpartners) hebben alle aandacht. Naast alle wettelijke taken geven deze vier accentpunten richting; zowel voor de ambtelijke organisatie en onze partners.
We gaan hiermee extra aan de slag en geven, zowel intern als extern, prioriteit aan activiteiten die bijdragen aan deze opgaven. Door middel van subsidies en inkoop gaan we hierop sturen. De subsidieregelingen voor de jaarlijkse subsidieverlening zijn aangepast op de doelstellingen van de MAG en het IBK. Deze regelingen geven richting aan onze maatschappelijke partners over welke activiteiten bijdragen aan de doelstellingen van het IBK en de MAG en derhalve subsidiabel zijn. Leren & verbeteren De uitkomsten uit de kwaliteitsmonitor gaan we jaarlijks met elkaar bespreken. In de 2e monitor zullen de vier bovengenoemde accentpunten uitgelicht worden. Het gesprek over de uitkomsten van de monitor is een belangrijke stap in het ‘werken aan de bedoeling’ in het Sociaal Domein. Alleen zo kunnen we met elkaar leren en verbeteren. We vertrouwen u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben.
Pag. 2/3
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
P.L. Paans
Pag. 3/3