1.24 SV22-091 antw PvdA-GL, Her-, bij-, en omscholing.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV22-091 Datum: 5 december 2022 Vraag artikel 38, RvO Indiener: PvdA-GroenLinks, Sandro Kovačić Onderwerp: Her-, bij-, en omscholing
Toelichting: Rondom de totstandkoming van het collegewerkprogramma en de begroting had onze fractie ideeën gedeeld en vragen gesteld over de her-, bij en omscholing van inwoners die rond het sociaal minimum leven. In navolging hiervan wil onze fractie verdere vragen stellen om een beter beeld te krijgen hoe het nu verloopt en of alternatieve voorstellen wenselijk zijn. Graag zouden we in de beantwoording een onderscheid zien tussen ‘bijstandsgerechtigden’ en ‘minima tussen 100% en 130%’ wanneer we refereren naar ‘cliënten’. Vragen: 1. In hoeverre wordt her-, bij en omscholing als middel gebruikt om cliënten naar (beter) werk te begeleiden? 2. Hoeveel van het totaal aantal cliënten volgt momenteel een opleiding? Hoeveel hebben een opleiding afgemaakt en hoeveel staan er op de planning? 3. Bij hoeveel daarvan betaalt de gemeente mee aan de opleiding? 4. Hoe veel draagt de gemeente bij in elke casus? (volledige vergoeding voor opleiding, de helft, gedeeltelijk, niets?) 5. Wat is het beleid betreffende ‘financieel bijdragen als gemeente’ aan een opleiding van een cliënt? 6. Indien er geen uitgewerkt beleid is. Op basis waarvan wordt bepaald in hoeverre de gemeente bijdraagt? Indien wel. Door wie is dit opgesteld en wanneer heeft de raad zich daarover uitgesproken?
Antwoord college: 1. Indien voor een bijstandsgerechtigde een vorm van opleiding nodig is om de stap naar werk te maken, wordt door de consulent samen met de bijstandsgerechtigde gekeken wat hiervoor de mogelijkheden zijn. Maatwerk staat hierbij centraal. Dit betekent dat voor een opleidingstraject wordt gekozen dat past bij de capaciteiten van de inwoner en past bij de vraag op de arbeidsmarkt. Dit kan een opleiding zijn, maar ook een cursus, een branchegerichte leerlijn of een vorm van praktijkleren met een mbo-praktijkverklaring. Bekostiging vindt plaats vanuit lokale middelen (gemeente) of vanuit regionale arbeidsmarkt middelen (grotendeels rijksmiddelen). Binnen de arbeidsmarktregio is sprake van een samenwerking op het gebied werkzoekendenen werkgeversdienstverlening. In dit verband participeren gemeenten, UWV, onderwijs, vakbonden, werkgevers, SBB (Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) en het sociaal ontwikkelbedrijf Promen. Er zijn onder meer leerlijnen en opleidingsvormen ontwikkeld om de aansluiting van werkzoekenden op de arbeidsmarkt te verbeteren. Hierbij kan gedacht worden aan leerlijnen in de techniek, zorg, bouw, schoonmaak en magazijn/logistiek. Naast ontwikkeling van deze praktijkgerichte opleidingsvormen wordt er uiteraard ook aansluiting gezocht bij bestaande opleidingsvormen.
De uitvoering ligt bij het WerkgeversServicepunt (WSP), het Regionaal Mobiliteitsteam (RMT) en het Leerwerkloket (LWL). Zij bundelen hun krachten en expertise in het Werkcafe, dat in onze gemeente elke 2e dinsdag van de maand gratis te bezoeken is in Bergambacht. Kosten van opleidingen, leerlijnen, cursussen enz worden gefinancierd uit regionale middelen. Het Werkcafe is toegankelijk voor alle inwoners, dus ook de minima tussen 100% en 130% kunnen terecht bij het Werkcafé.
2. In 2022 hebben diverse bijstandsgerechtigden een opleiding gevolgd. Het ging om verschillende vormen. Hierbij kan gedacht worden aan een VCA /heftruck-certificaat (27), een branchegerichte leerlijn in zorg of logistiek (9), nationale zorgklas (4), een mboPraktijkverklaring (9), een computer en/of taalcursus (23) en overige functiegerichte opleidingen (5). In 2022 (cijfers tm november) was 11,1% van de totale uitstroom uit het bijstandsbestand naar of via een vorm van opleiding (dit betrof ook mbo-opleidingen (in bbl-vorm). De landelijke benchmark laat op dit punt een percentage van 3,7% zien. Voor 2023 zullen zowel met regionale als lokale middelen ook weer scholingstrajecten worden ingezet. Het ontwikkelen en kwalificeren van de doelgroep, met passende opleidingstrajecten en leerlijnen, vormt een belangrijke schakel in het toeleiden naar de arbeidsmarkt
3. De kosten van een opleiding worden voor bijstandsgerechtigden volledig vergoed door de gemeente of volledig gefinancierd vanuit regionale arbeidsmarkt middelen. Dit als een opleiding noodzakelijk wordt geacht om de stap te zetten naar werk.
4. De kosten van een opleiding worden voor bijstandsgerechtigden volledig vergoed indien de opleiding noodzakelijk wordt geacht voor het verkrijgen van passend werk. Gezien het feit dat er vanuit het Rijk ruim voldoende middelen beschikbaar worden gesteld aan de arbeidsmarktregio, wordt altijd eerst onderzocht of een opleiding uit deze middelen gefinancierd kan worden. Mocht dit niet mogelijk zijn dan worden de kosten gefinancierd uit gemeentelijke middelen. Hiertoe wordt jaarlijks een bedrag opgenomen in de reintegratiebegroting. Dit bedrag is tot nu toe voldoende voor bekostiging. Voor 2022 is het lastig om het totaalbedrag hiervoor aan te geven omdat de kosten voor opleidingen op diverse posten worden weggeboekt (waaronder het zogenaamde ‘vrij besteedbaar budget’ waar allerlei kosten van worden vergoed).
Voor niet-bijstandsgerechtigden, waaronder de minima tussen 100 – 130%, biedt het Werkcafe mogelijkheden om een opleiding te volgen die gefinancierd wordt vanuit regionale arbeidsmarkt middelen. Inwoners met een besteedbaar inkomen tot 120% van het sociaal minimum kunnen ook gebruik maken van de regeling Participatie & Werk. Dit is vastgelegd in de Verordening Werk, Participatie en Inkomen (artikel 5.3.2). Dit bedrag (€ 299) kunnen zij o.a. inzetten voor het volgen van een opleiding.
5. In de Verordening Werk, Participatie en Inkomen (artikel 3.1.8) is vastgelegd dat de gemeente een inwoner scholing aan kan bieden, als die scholing nodig is om de stap te zetten naar passend werk voor een langere periode. De scholing kan niet voltijds zijn en duurt niet langer dan nodig is. De scholing wordt alleen aangeboden aan inwoners die geen recht (kunnen) hebben op een andere (voorliggende) voorziening, zoals studiefinanciering. De hoogte van de kosten van scholing moet in verhouding staan tot de kansen op het verkrijgen van werk. Dit wordt door de gemeente beoordeeld. Deze verordening is vastgesteld door de raad op 28 september 2021. De consulent neemt in de beslissing mee of de opleiding bijdraagt aan het verkrijgen van een baan, de kandidaat in staat is deze opleiding te volgen en de kosten in verhouding staan tot de kansen op het verkrijgen van werk. 6. Zie reactie bij vraag 5.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
P.J. Bouvy-Koene