1.24 RIB Update lobby toekomstperspectief Vitaal Krimpenerwaard
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W
de gemeenteraad
VOOR CC DATUM ONDERWERP
12 maart 2024 Update lobby toekomstperspectief Vitaal Krimpenerwaard
Geachte raadsleden, Met deze raadsinformatiebrief willen we u informeren over de voortgang in de lobby rond het toekomstperspectief Vitaal Krimpenerwaard. Er is de laatste maanden veel gebeurd. Brief met oproep voor meer maatwerk en flexibiliteit Op 19 januari 2024 hebben we een brief aan Provinciale Staten verstuurd met de oproep om meer ruimte te geven voor ontwikkelingen (zie bijlage 1). Deze brief is opgesteld door Krimpenerwaard en Molenlanden en in totaal door 18 gemeenten ondersteund. Hierin roepen we Provinciale Staten op de 3 hectare-kaart wonen en werken weer open te stellen en te verruimen. We vragen om meer maatwerk en flexibiliteit: “een buurtje erbij” in plaats van “een straatje erbij”. Zo kunnen we betaalbare woningen en kwaliteit toevoegen aan onze kernen. Daarnaast vragen we ruimte te bieden aan de aan ons verbonden ondernemers. Cruciaal voor een vitaal platteland! Ingesproken bij commissies en Provinciale Staten en persberichten Een aantal van deze gemeenten heeft ook actief ingesproken in commissies en Provinciale Staten. Ook heeft wethouder Boere verschillende keren ingesproken. Dat heeft de afgelopen twee maanden geleid tot veel berichten in de media. Ook zijn er Kamervragen gesteld door CU. Al met al een mooi resultaat! We staan op de kaart met onze boodschap. Maar we zijn er nog niet.
Ruimtelijk Voorstel van Zuid-Holland is aangenomen Op 6 maart is het Ruimtelijk Voorstel besproken in Provinciale Staten (bijlage 2 Statenbesluit). Onze gezamenlijke inspanningen hebben nog niet geleid tot een daadwerkelijke omslag in de tekst van het Ruimtelijk Voorstel. In de tekst ligt nu wel meer nadruk op ‘ruimte voor maatwerk’. Maar de werkelijke ruimte die geboden wordt, is beperkt tot een “straatje erbij of ertussen”. In de Staten zijn een motie en twee amendementen aangenomen die wat perspectief en ruimte bieden voor de toekomst:
Aan het Statenvoorstel wordt toegevoegd dat voor elke regio een Impactanalyse wordt uitgevoerd. Voor de zomer van 2024 wordt er een inventarisatie gemaakt van woningbouwplannen die wel op een lijst staan maar niet benut worden. Deze kunnen geruild worden voor kansrijke andere locaties. Kwaliteit van gebieden worden centraal gesteld bij verdere uitwerking van het Ruimtelijk Voorstel.
Brief van het ministerie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan GS Ook heeft het ministerie van BZK aan GS een brief gestuurd (zie bijlage 3) waarin ze stelt dat het voorgenomen beleid van Zuid-Holland strenger is dan het rijksbeleid. Er wordt een gesprek tussen het college van GS en de minister aangekondigd. Vervolg van de lobby en uw rol als raad De komende tijd gaan we een vervolg op de lobby voorbereiden. We willen daarin graag samen met u als raadsen commissieleden optrekken en de kansen hiervoor met u in beeld brengen. In overleg met de griffie organiseren we hiervoor een moment. 1286405 / 1317877 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Bijlagen RIB: 1. Brief Oproep namens landelijke gemeenten Zuid-Holland 2. Statenbesluit Ruimtelijk Voorstel 3. Brief BZK aan GS
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 2/2
Per e-mail: statengriffie@pzh.nl LOCATIE: Stolwijk UW BRIEF: 19 januari 2024 UW KENMERK:
DOCUMENTNUMMER: 1264842 ZAAKNUMMER: 1264840 BIJLAGE(N): 1
BEHANDELD DOOR: M.I. van der Gaag TELEFOON: 14 0182 E-MAIL: info@krimpenerwaard.nl VERZENDDATUM: 10 januari 2024
ONDERWERP: Oproep namens landelijke gemeenten Zuid-Holland Geachte leden van Provinciale Staten, De provincie Zuid-Holland kent veel verschillen. Van stedelijke gemeenten in de Zuidvleugel tot prachtige landelijke gemeenten met hun open landschappen, dorpen en historische steden. Dat vraagt veel van uw beleid: u wilt gemeenten zowel ruimte als richting bieden waardoor zij in staat zijn hun rol goed vorm te geven. Dit geeft gemeenten de mogelijkheid om te voorzien in de behoeften van hun inwoners en ruimte te bieden aan goed plannen. Alleen dan kan de gemeente haar rol goed vervullen. De woningmarkt in Nederland zit momenteel op slot: ook de landelijke gemeenten ervaren de effecten hiervan. De kernen in het landelijk gebied verschillen sterk van omvang, waarmee ook de omvang van de lokale behoefte verschilt. We willen ons kunnen richten op deze behoefte: alleen dan kunnen jong en oud in de landelijke omgeving blijven wonen en werken en blijven voorzieningen op niveau. We kennen nu veel hechte gemeenschappen. Zij hebben een goede sociale basis. Om dat te behouden is ontwikkeling en versterking nodig. In deze brief roepen we u op de 3 hectare-kaart wonen en werken weer open te stellen en te verruimen. We vragen om meer maatwerk en flexibiliteit: “een buurt erbij” in plaats van “een straatje erbij”. Zo kunnen we betaalbare woningen en kwaliteit toevoegen aan onze kernen.
Daarnaast vragen we ruimte te bieden aan de aan ons verbonden ondernemers. Cruciaal voor een vitaal platteland! Ruimte voor een sociale basis: de sleutel voor brede welvaart Een goede sociale basis is de sleutel voor brede welvaart voor onze inwoners. Deze sociale basis wordt gevormd in verenigingen en scholen, het zorgen en omkijken naar elkaar, de lokale bedrijvigheid en de verbondenheid van inwoners en ondernemers met hun omgeving. Wij maken ons grote zorgen over hoe uw ruimtelijk beleid effect heeft op een evenwichtige ontwikkeling van deze dorpen en daarmee op deze sociale basis. We hebben meer ruimte nodig om het wonen voor ouderen te verbeteren en om jongeren de kans te geven om in het landelijk gebied te blijven. Voor ondernemers om te kunnen groeien. Beiden zijn nodig om voorzieningen zoals verenigingen en scholen vitaal te houden. Wij willen daarom ruimte voor “buurten erbij” en voldoende ruimte voor aan ons verbonden ondernemers om zich te ontwikkelen. Nieuwe locaties op de 3 hectare-kaart niet meer mogelijk Een kernpunt van onze zorg ligt in de aanpak van toestemmingen voor “stedelijke ontwikkelingen”, namelijk de regels rond de 3 hectare-kaart. Uw omgevingsverordening bevat regels over de “3 hectare-kaart” (artikel 7.46 en 7.47).
Als een stedelijke ontwikkeling groter is dan 3 hectare en niet op de 3 hectare-kaart staat, mag het omgevingsplan volgens uw verordening niet gewijzigd worden. In de brief van GS aan u van 14 december 2021 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
wordt uitgelegd waarom het actueel bijwerken van de 3 hectare-kaart belangrijk is. Dit is om ervoor te zorgen dat er met voldoende tempo woningen gerealiseerd worden - eventueel met hulp van uw Vliegende Brigade - en dat ontwikkelingen passen bij de toets voor de ladder duurzame verstedelijking (artikel 7.45). In deze toets wordt gekeken of er behoefte is en er nog ruimte is in het bestaand stedelijk gebied. Helaas sluit GS momenteel de mogelijkheid voor plaatsing van nieuwe locaties op de 3 hectarekaart uit. Grote opgaven rond brede welvaart in landelijke gemeenten Landelijke gemeenten kennen grote opgaven rondom brede welvaart. Dit maakt het stoppen van het proces om de 3 hectare-kaart bij te werken extra zorgwekkend. De kwetsbaarheid van de brede welvaart ligt in ons gebied niet in het ontbreken van een groene leefomgeving, maar vooral in de sociale samenhang. Een evenwichtige bevolkingsopbouw en een sterk sociaal netwerk, via werk en/of verenigingen, is van groot belang voor de levensvatbaarheid van dorpen op de lange termijn. Het afnemende aantal vrijwilligers en de behoefte van onze lokale ondernemers aan ruimte voor ontwikkeling onderstrepen deze zorgen. Als jongeren en ondernemers wegtrekken uit de landelijke gemeenten vanwege het ontbreken van kansen, zal de brede welvaart in de landelijke gemeenten aanzienlijk afnemen.
Hoogwaardige ontwikkelingen die passen bij de omgeving en behoeften Ook wij vinden ons open landschap belangrijk, het is onderdeel van onze identiteit. We begrijpen dat u grip wilt houden op grootschalige ontwikkelingen zoals in Valkenburg (318 ha) en nu het Vijfde Dorp in Zuidplas (325 ha) om zo de openheid van het landschap te bewaken. Voor de vitaliteit van de kernen in de landelijke gemeenten is dit ook niet wat we vragen. Wij willen kwalitatief hoogwaardig ontwikkelingen die passen bij de omvang en behoeften van de kern. Wij vragen daarom niet om grootschaligheid, maar om voldoende mogelijkheden om onze kernen te versterken met “een buurt erbij” en voldoende (schuif)ruimte voor ondernemers om zich verder te ontwikkelen. Alleen met “een buurt erbij” voegen we betaalbaarheid en kwaliteit toe In uw beleid streeft u nadrukkelijk naar een hoger aandeel sociale woningbouw in nieuwe projecten. Dit aandeel ligt vaak hoger dan de lokale behoefte in landelijke gemeenten. Wij begrijpen dat het wenselijk is sociale woningbouw beter te verdelen tussen stedelijke omgeving en platteland. Daar is enige schaal voor nodig: een buurt erbij is ook robuust genoeg om zowel betaalbaarheid als kwaliteit toe te voegen aan de bestaande kernen.
Door in verhouding tot de omvang en behoefte van de kernen nieuwbouw te realiseren kan er aanvullend en aansluitend op de bestaande woningvoorraad worden gebouwd, zodat de woningmarkt weer beter gaat functioneren. Want daar hebben we behoefte aan: versterking van het bestaande op een manier die ook leidt tot een structurele verbetering. Ontwikkeling van de verbonden werkgelegenheid vraagt ruimte Onder ondernemers geldt het adagium “stilstand is achteruitgang” en dat is ook werkelijk zo. Voor de toekomstbestendigheid van ondernemers is een omslag naar circulair en duurzaam ondernemen, in een klimaatadaptieve omgeving nodig. Deze innovaties vragen om ruimte en om investeringen. Als we deze ruimte voor de aan ons verbonden ondernemers niet kunnen bieden in de landelijke gemeenten, vallen onze ondernemers stil in hun ontwikkeling. De gewenste schuifruimte voor een duurzame ontwikkeling ontbreekt. De gevolgen ervan zijn ernstig: de sociale basis door het werk, voorzieningen dichtbij en steun van ondernemers aan het lokale verenigingsleven vallen weg. Ook neemt de verkeerspendel naar buiten het gebied toe. Zonder vitale kernen en verbonden werkgelegenheid ook geen nieuw perspectief voor de landbouw Ons open landschap wordt overwegend beheerd door onze boeren. Veel opgaven komen op hun bord terecht.
Het complex samenhangende beleid op het gebied van stikstof, bodemdaling en CO2, waterkwaliteit en natuur vraagt grote inspanningen van onze boeren. Een perspectief op nieuwe verdienmodellen is daarbij nodig. Daarin ligt een belangrijke relatie met de kernen in dat open landschap. Denk bijvoorbeeld aan kansen voor recreatie en toerisme, aanvullende diensten (kinderopvang, zorg), parttime werk dichtbij en korte afzetketens. Alleen inzetten op “ruimte houden voor extensivering” biedt geen nieuw perspectief.
pag. 2/4
Oproep voor ander beleid rond de 3 hectare kaart Wij roepen u dringend op om het voor de landelijke gemeenten weer mogelijk te maken om locaties voor wonen en werken aan de 3 hectare-kaart toe te voegen, door GS opdracht te geven dit proces te hervatten. Ook kunt u er zelf voor kiezen om meer ruimte te geven voor maatwerk door uw regels over grote buitenstedelijke ontwikkelingen in uw verordening (artikel 7.46 en 7.47), die plaatsing op deze kaart vereisen, te verruimen van 3 naar 15 hectare. Hierdoor ontstaat een flexibeler kader dat beter aansluit bij de specifieke behoeften van landelijke gemeenten.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
Jurian Hennip
Hans Beenakker
burgemeester en wethouders van Molenlanden, de secretaris,
de burgemeester,
Leon Annink
Theo Segers
Deze brief is digitaal aangemaakt en daarom niet ondertekend Bijlage: overzicht gemeenten Zuid-Holland die deze brief steunen
pag. 3/4
Bijlage 1: Overzicht ondersteuning door andere gemeenten in Zuid-Holland Deze brief wordt ondersteund door: Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gemeente Goeree Overflakkee Gemeente Hillegom Gemeente Hoeksche Waard Gemeente Kaag en Braassem Gemeente Lisse Gemeente Nieuwkoop Gemeente Nissewaard Gemeente Teylingen Gemeente Voorne aan Zee Gemeente Waddinxveen Gemeente Zoeterwoude Gemeente Vlaardingen Gemeente Ridderkerk Gemeente Schiedam Gemeente Barendrecht Regio Midden-Holland
pag. 4/4
Statenbesluit
vergadering
Maart 2024 nummer
7625
Onderwerp Ruimtelijk Voorstel in het kader van de Ruimtelijke Puzzel
Bestuurlijke samenvatting van het voorstel Aanleiding Met het Ruimtelijk Voorstel “Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland” presenteert de provincie ZuidHolland het resultaat van een uitgebreide analyse en verkenning die als eerste stap in het traject van de Ruimtelijke Puzzel en overeenkomstig Statenbesluit (7545) van 10 mei 2023 is uitgevoerd. Voor deze verkenning zijn de eerder door de Staten als richtinggevend vastgestelde sturende ruimtelijke principes (PZH-2023-828403813) als vertrekpunt gehanteerd: 1. Een toekomstbestendige leefomgeving is onze topprioriteit; 2. We accepteren dat niet voor alles ruimte is in Zuid-Holland; 3. We sturen op kwaliteit en maximale maatschappelijke toegevoegde waarde; 4. We houden rekening met de maatschappelijke kosten en baten op de korte en lange termijn. Het gesprek in de Statencommissie Ruimte en Milieu van 29 november en 8 december 2023 over het Ruimtelijk Voorstel, de werksessies van de commissie op 10 en 12 januari 2024 en de inbreng van Statenfracties aangeleverd bij de griffie op 22 december 2023 hebben bijgedragen aan een aangepast Ruimtelijk Voorstel en een aangepast Statenvoorstel dat nu voor u ligt. Het Coalitieakkoord ‘Krachtig Zuid-Holland’ is als uitgangspunt gebruikt voor ons (aangepaste) Ruimtelijk Voorstel.
Met het Ruimtelijk Voorstel zijn we niet op zoek naar een blauwdruk, maar naar een koers voor te maken keuzes die voor langere termijn doorwerken in onze leefomgeving. Daarbij realiseren we ons dat we in een wereld zitten die onzeker en onvoorspelbaar is. Daarom is het des te meer noodzakelijk samen te zoeken naar richting en richting te geven. Nieuwe colleges kunnen daarin ook weer nieuwe eigen keuzes maken en bijsturen. Zoals toegezegd door Gedeputeerde Staten in de vergadering van 10 mei 2023 hebben Provinciale Staten het Ruimtelijk Voorstel ruim vier weken voorafgaand aan de commissievergadering van 29 november 2023 ontvangen (IC/T2023.009) en bevat dit voorstel de hoofdlijnen van het proces waarlangs de voorgestelde koers kan worden verankerd in het omgevingsbeleid en de rol van PS (IC/T2023.010).
Met de analyse in het Ruimtelijk Voorstel wordt zo goed als dat in de huidige fase mogelijk is, invulling gegeven aan het besluit van de Staten (Amendement 746) om een overzicht te geven van de (wettelijke) opgaven die op ons afkomen en de opties die zijn overwogen om invulling te kunnen geven aan alle opgaven. In deze fase betreft dat de keuze tussen doorgaan met het huidige beleid of het kiezen voor een nieuwe koers. Dit neemt overigens niet weg dat er bij de verdere uitwerking dilemma’s kunnen ontstaan. Die komen later in het proces in beeld, waarbij de impact per gebied en thema anders kan uitpakken. Keuze voor een nieuwe koers Conclusie van de uitgevoerde analyse en verkenning is dat doorgaan met het huidige beleid – dat vooral is gericht op accommoderen van opgaven op basis van behoefteramingen – geen pad is om alle waarden van Zuid-Holland waarop wij trots zijn, voor de toekomst te kunnen behouden. Door vooral te accommoderen stellen we ons reactief op en zitten we onvoldoende zelf aan het stuur van de integrale ruimtelijke ontwikkeling die nodig is voor een krachtig Zuid-Holland. Provincie Zuid-Holland kiest voor een nieuwe koers die de provincie wil verankeren in het omgevingsbeleid. De nieuwe koers gaat uit van meer sturen op kwaliteit dan op kwantiteit, waarbij water en bodem sturend nog meer als randvoorwaarde wordt gehanteerd.
Gezondheid, kwaliteit en veiligheid krijgen meer gewicht. De nieuwe koers wordt uitgewerkt in een strategisch afwegingskader voor het prioriteren tussen en binnen opgaven/thema's. Een kader dat kan worden gehanteerd bij ruimtelijke transities van het ene ruimtegebruik naar het andere, maar óók voor kwalitatieve sturing op bestaand ruimtegebruik. Dus bijvoorbeeld voor de vraag naar het omzetten van agrarisch grondgebruik naar bedrijventerrein, en voor de afweging binnen bedrijvigheid voor de sturing op voldoende HMC, circulair en watergebonden terreinen. Dit is nodig omdat Provinciale Staten beseffen dat – ondanks alle inspanningen op het gebied van multifunctioneel en meervoudig ruimtegebruik – niet alles meer kan in Zuid-Holland. De nieuwe koers luidt: ▪ Ruimtelijke keuzes willen we meer gaan prioriteren op gezondheid, kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. We onderzoeken hoe we daarmee kunnen sturen op brede welvaart, inclusief welzijn en welbevinden. ▪
Dit betekent dat we water en bodem nog meer sturend hanteren als randvoorwaarde voor een veilige, toekomstbestendige ontwikkeling van Zuid-Holland.
▪
En dit betekent dat we een toekomstbestendige economie nastreven met een betere leefomgevingskwaliteit en gezondheid. We geven voorrang aan een duurzame, digitale en inclusieve economie, met borging van maatschappelijke meerwaarde. Een duurzame economie richt zich op circulariteit, energietransitie en natuurinclusiviteit. Een inclusieve economie houdt rekening met het klein-, midden- en grootbedrijf, in alle regio’s en voor werkgevers en -nemers. Zo bewaken we ook het belang om inwoners een eigen inkomen te laten verdienen, ook op de lange termijn.
▪
Dit betekent bovendien dat we ruimte beter gaan beschermen om onze ambities, wettelijke verplichtingen en doelen te realiseren. Daarom:
2/11
▪
Stellen we een ondergrens aan (open) landschap dat beschikbaar blijft voor de transities die nodig zijn voor een toekomstbestendige landbouw, energievoorziening, water-, groen-, recreatie- en natuuropgaven.
▪
Dragen we zorg voor voedselzekerheid en het beschikbaar blijven van maatschappelijke, culturele, sportieve en nutsvoorzieningen voor onze inwoners.
▪
Gebruiken we onze schaarse ruimte en infrastructuur effectiever en efficiënter. We blijven inzetten op de volgende elementen van onze integrale verstedelijkingsstrategie: beter benutten, verdichting en functiemenging combineren met goede bereikbaarheid en meer aandacht voor gezonde en klimaatadaptieve verstedelijking.
▪
Als tegenhanger van het beschermen van de open ruimte ontwikkelen zowel wonen als werken zich binnen de ruimte die daarvoor al is gereserveerd met als uitzondering van straatje erbij. Waarbij we ‘straatje erbij’ nader uitwerken en over drie jaar evalueren. We gaan voor kwaliteit en selectieve groei. Dat betekent dat we niet meer vanzelfsprekend ruimtelijk faciliteren op basis van ramingen en prognoses.
Beoogd doel Ruimtelijk Voorstel Het Ruimtelijk Voorstel bevat een koers op hoofdlijnen en heeft de status van beleidsvoornemen voor wijzigingen in ons omgevingsbeleid. Daarmee is het Ruimtelijk Voorstel zelf nog geen provinciaal omgevingsbeleid met directe juridische doorwerking. Gedeputeerde Staten wil de voornemens in het Ruimtelijk Voorstel verder uitwerken om deze vervolgens via herzieningsvoorstellen te vertalen in het provinciaal omgevingsbeleid. Bij de voorbereiding van herzieningsvoorstellen voor het omgevingsbeleid kan blijken dat delen van de koers uit het Ruimtelijk Voorstel niet geheel of anders te verwerken zijn in het omgevingsbeleid. De bevoegdheid voor het vaststellen van de omgevingsvisie en omgevingsverordening ligt bij Provinciale Staten. Met dit besluit stellen de Staten het Ruimtelijk Voorstel en de daarin opgenomen nieuwe koers vast als: 1. Koers ten behoeve van latere aanpassingen van het provinciale omgevingsbeleid en te benutten als agenda voor de uit te voeren milieueffectrapportage (m.e.r.) als onderdeel van het proces richting herziening van ons Omgevingsbeleid. Op basis van deze koers gaat de provincie nader in gesprek met partners, inwoners en maatschappelijke partijen over de verdere thematische en gebiedsgerichte uitwerking die daarvoor nodig is. 2.
Antwoord op de vragen die het Rijk heeft gesteld in het Startpakket (zie ook PZH-2023829697003) voor zover dat nu mogelijk is; 3. Agenda voor de strategische onderwerpen waarover de provincie in gesprek wil met het Rijk, alvorens nadere afspraken te maken met het nieuwe kabinet ten behoeve van het aangekondigde Ruimtelijk Arrangement. Totstandkoming van het Ruimtelijk Voorstel Ter voorbereiding op besluitvorming over het Ruimtelijk Voorstel, hebben de Statenleden zich in drie technische sessies kunnen verdiepen in 1) de ruimtelijke ontwikkeling van Zuid-Holland in de afgelopen 50 jaar en de ruimtelijke trends die ontstaan als ons huidige beleid wordt voortgezet, 2) de 3/11
ruimtelijke vraagstukken die spelen rondom een aantal majeure opgaven, namelijk: water & bodem sturend, ontwikkeling van de energie-infrastructuur, ruimtevraag voor de circulaire transitie, en 3) een technische toelichting op de uitgevoerde inwonersraadpleging. Naar aanleiding van motie 1314 hebben daarnaast nog twee werksessies plaatsgevonden op 10 en 12 januari jl. Participatie Overeenkomstig het Statenbesluit 7545 op 10 mei jl. zijn zowel voor als na de zomer uitgebreid gesprekken gevoerd met en is input verzameld van medeoverheden, stakeholders en inwoners om een zo breed mogelijk beeld te krijgen van de opgaven, dilemma’s en denkrichtingen voor een Krachtig en Toekomstbestendig Zuid-Holland. Zowel in 2022 en 2023, tot en met vlak na de zomerperiode hebben diverse ambtelijke en bestuurlijke dialoogsessies plaatsgevonden. Gedurende de zomer heeft de online inwonersraadpleging meer dan 5.800 inwoners bereikt. Een belangrijke conclusie is dat de resultaten uit de inwonersraadpleging de vastgestelde sturende ruimtelijke principes blijken te ondersteunen. In alle nuance blijkt ook dat de urgentie om onze koers te wijzigen vooral wordt gedeeld als het gaat om onderwerpen als water, woningbouw, transitie van onze economie, verbeteren natuur en open landschap.
De input die uit deze bijeenkomsten, de raadpleging en gesprekken naar voren is gekomen, is meegewogen in dit Ruimtelijk Voorstel en de koers die daarin wordt voorgesteld. Dit is niet altijd één op één te herleiden, maar heeft een grote rol gespeeld in het toevoegen, heroverwegen, nuanceren of wijzigen van tekstdelen op alle onderdelen gedurende het hele schrijfproces. Deze input wordt zeer gewaardeerd en zal de provincie graag benutten om in het vervolgtraject, samen met onze omgeving, te komen tot de verdere uitwerking die nog nodig is. Inhoud: Toelichting op de urgentie voor een nieuwe koers Met het Ruimtelijk Voorstel wordt de verkennende fase in het kader van de Ruimtelijke Puzzel afgesloten. In Zuid-Holland constateren wij een aantal trends in het ruimtegebruik van de afgelopen 50 jaar. Als belangrijkste ontwikkeling zien we een zeer grote toename van ruimtegebruik voor wonen en werken, die gepaard is gegaan met zeer grote extensivering van dat gebruik. Deze uitbreiding en extensivering is echter niet gepaard gegaan met evenredige economische groei en/of verbetering van brede welvaart. Beschikbaar areaal voor met name de landbouw is in die periode sterk afgenomen, waarbij intensivering van de landbouw ervoor heeft gezorgd dat de productiviteit op peil bleef.
Onderstaande afbeelding die deze ontwikkeling in beeld brengt, is opgenomen in het Ruimtelijk Voorstel en wordt daar ook nader toegelicht.
4/11
Uit prognoses volgt dat de trend die wij uit het verleden zien met vooral het uitdijen van bebouwing, zeker tot 2050 zal doorlopen. Afspraken over realisatie van woningbouw, bedrijventerreinen en natuur tot 2030 zijn al gemaakt en er komen nu al nieuwe grote opgaven op ons af die ruimte vragen: klimaatverandering, transitie naar duurzame energie, circulaire economie, geopolitieke ontwikkelingen en zonder interventies zal de bevolking verder groeien. We zijn echter nu al aan het vastlopen op de beschikbaarheid van randvoorwaarden zoals voldoende elektriciteit en drinkwater. Uitvoering van bestaand beleid en huidige afspraken komen daarmee onder druk te staan. Onderstaande afbeelding, die ook is opgenomen en toegelicht in het Ruimtelijk Voorstel, brengt de afgesproken ruimtevraag t/m 2030 en de daarna nog te verwachten ruimtevraag t/m 2050 in beeld.
5/11
Zuid-Holland is een prachtige en krachtige provincie om trots op te zijn: maatschappelijk, economisch, landschappelijk, historisch, cultureel. Zuid-Holland is niet alleen van waarde voor onze eigen inwoners, maar dient ook nationale, Europese en zelfs wereldwijde belangen op het gebied van economie, energie, logistiek en voedselvoorziening. Het is onze verantwoordelijkheid om met al die grote opgaven die op ons afkomen die waarden ook voor toekomstige generaties te behouden. Kern van het Ruimtelijk Voorstel is daarom dat de provincie een nieuwe weg inslaat en verdere afwegingen die daarin te maken zijn. Deze nieuwe koers, zoals beschreven in de bestuurlijke samenvatting, is gebaseerd op twee fundamentele veranderingen. Ten eerste staat brede welvaart centraal. Ten tweede staat kwaliteit boven kwantiteit, waarbij water en bodem sturend nog meer als randvoorwaarde wordt gehanteerd. Deze nieuwe koers is de hoofdlijn naar een toekomstbestendig Zuid-Holland 2050. Een toekomstbestendig Zuid-Holland is uiteindelijk fossielvrij, klimaatadaptief, circulair, biodivers, veilig, beweegvriendelijk en gezond met een florerende economie binnen sociaalmaatschappelijke en ecologische grenzen.
Proces: Antwoord op en vragen aan het Rijk Dit Ruimtelijk Voorstel en de daarin opgenomen nieuwe koers vormen het integrale antwoord van Zuid-Holland aan het Rijk op het Startpakket voor de Ruimtelijke Puzzel. Naast de vragen die het Rijk aan de provincies heeft gesteld in het Startpakket, staat het Rijk ook voor een aantal grote Europese en nationale (verdelings)vraagstukken die de schaal van Zuid-Holland en haar aangrenzende provincies overstijgen. En die van grote invloed zijn op het ruimtegebruik in heel Nederland en dus 6/11
ook in Zuid-Holland. Het Rijk is primair aan zet om daarin keuzes te maken, onder meer via de nieuwe Nota Ruimte die momenteel in voorbereiding is. In het belang van een toekomstbestendig Zuid-Holland – en dus een toekomstbestendig Nederland – verwacht de provincie van het Rijk dat de nieuwe koers zoals beschreven in dit Ruimtelijk Voorstel, bij de afwegingen rondom in ieder geval de volgende vraagstukken wordt betrokken: •
Deltabeslissingen ten aanzien van de nationale waterveiligheid en de nationale zoetwaterverdeling. Voor Zuid-Holland als laaggelegen delta zijn waterveiligheid en het bijbehorend ruimtebeslag essentieel voor de verdere ontwikkeling van ons grondgebied, net als dat de zoetwaterverdeling direct bepalend is voor het toekomstperspectief van diverse van onze gebieden (waterpeil, verzilting);
•
Een visie op de nationale verdeling van energie-infrastructuur, waarbij Zuid-Holland een onevenredige belasting ziet met nationale energie-infrastructuur door aanlanding vanuit wind op zee en de aanwezigheid van energie-intensieve industrie. Het is niet realistisch dat Zuid-Holland zelf kan voorzien in de opwek van duurzame energie voor de volledige energievraag van zowel gebouwde omgeving als voor de industrie;
•
Een samenhangende visie met keuzes en prioriteiten in ruimtebeslag op: •
de (inter)nationale economie en de positie van Zuid-Holland daarbinnen. Waar verdient Nederland straks zijn geld mee? Nederland streeft samen met Europa naar meer autonomie in een aantal strategische sectoren. Wat betekenen deze ontwikkelingen voor de Nederlandse economie, welke infrastructurele verbindingen voor personen en goederen horen daarbij? Hoe verhouden deze ontwikkelingen zich tot de voor Zuid-Holland belangrijke economische clusters als het Haven Industrieel Complex, de tuinbouw, de maakindustrie en de kennisclusters;
•
een toekomstbestendige land- en tuinbouw in (inter)nationaal perspectief voor ZuidHolland. Daarbij hoort ook een voedselstrategie;
•
Een visie op de mogelijke toekomstige demografische scenario’s, waarbij Zuid-Holland na 2030 grenzen ziet aan het vanzelfsprekend accommoderen van bevolkingsgroei op basis van kwantitatieve en sectorale prognoses en ramingen;
•
Het versterken van de brede welvaart maakt onze provincie toekomstbestendig. Voor de uitvoering van de ruimtelijke keuzes zijn instrumenten benodigd, waaronder financiële middelen, zoals een verplaatsingsfonds voor bedrijven en andere voorzieningen. Dit is ook nodig om de ervaren gezondheid te verbeteren en gezondheidsverschillen te verkleinen. Dat vraagt om wederkerige investeringen in wijken, buurten en dorpen voor onder andere: groen, water, energie, gezonde mobiliteit en voorzieningen.
De provincie werkt in de komende tijd door aan de uitwerking van onze koers, waarbij de provincie over bovengenoemde vraagstukken ook zelf met voorstellen zal komen. De keuzes die het Rijk uiteindelijk maakt (o.a. in de Nota Ruimte) zijn van invloed op a) de realisatiemogelijkheden van de nieuwe provinciale koers en het al dan niet kunnen inpassen van opgaven uit het Startpakket in Zuid-Holland, b) de gebiedsgerichte uitwerking binnen de NOVEX7/11
gebieden Groene Hart, Haven Rotterdam en Zuidelijke Randstad en c) de gebiedsplannen in het kader van ZH-PLG. Daarom agendeert de provincie deze vraagstukken en de samenhang met de nieuwe koers nu al bij het Rijk en verwacht daarover nadere afspraken te kunnen maken in het Ruimtelijk Arrangement. Bij het wederkerig ruimtelijk arrangement zal -net als door provincie, gemeenten en waterschappenook de rolneming door het Rijk onderwerp van gesprek moeten zijn. De provincie ziet de regie op een toekomstbestendig Zuid-Holland als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. Voorwaarde voor provinciale rolneming en regie is dat het Rijk ondersteunend instrumentarium levert, aanpassing van nationale regelgeving doorvoert, (nationaal) strategisch grondbeleid toepast en voldoende investeringsmiddelen beschikbaar stelt. Procedure: Verdere thematische en gebiedsgerichte uitwerking met onze partners Om de nieuwe koers uit te werken blijft de provincie ook in 2024 in gesprek met medeoverheden, andere stakeholders en met het Rijk. Dit gebeurt via twee uitwerkingslijnen. In de eerste uitwerkingslijn wordt de koers verder geconcretiseerd, zodat deze toepasbaar is op de ruimtelijke vraagstukken die op Zuid-Holland afkomen. Dit moet resulteren in een strategisch afwegingskader voor het prioriteren tussen en binnen ruimtegebruik voor het realiseren van alle opgaven.
Een kader dat kan worden gehanteerd bij ruimtelijke transities van de ene functie naar de andere, maar óók voor kwalitatieve sturing op bestaand ruimtegebruik. De tweede uitwerkingslijn richt zich op de thematische en gebiedsgerichte uitwerking. De concrete vraagstukken die in het Ruimtelijk Voorstel voor de verschillende lagen zijn benoemd, vragen inhoudelijke aanpassingen in het omgevingsbeleid langs de lat van de nieuwe koers. De thematische beleidsuitwerkingen die hiervoor nodig zijn (bijvoorbeeld ruimtelijk-economische visie, water & bodem sturend), worden opgepakt via de daarvoor geëigende inhoudelijke netwerken en gremia waarin de provincie al met medeoverheden en andere stakeholders samenwerkt. De nieuwe koers kan bovendien per gebied anders uitwerken gezien de kenmerken van bodem en ondergrond, de al aanwezige functies en netwerken en de eigen identiteit en cultuurhistorie. Daarom gaat de provincie ook gebiedsgericht met partners in gesprek over de impact van deze koers voor het betreffende gebied en welke keuzes er in een gebied gemaakt moeten worden om aan de koers concreet uitvoering te kunnen geven. Hierin worden waar mogelijk de al lopende gebiedsprocessen binnen de NOVEX- en de ZH-PLG-gebieden benut. Ook heeft een aantal gemeenten in regionaal verband al voorwerk gedaan in de vorm van handreikingen of regionale puzzels.
De provincie gaat graag in gesprek hoe deze samen gaan met de nieuwe koers. Herziening omgevingsbeleid en uitvoering m.e.r. Alle uitwerkingslijnen kunnen uiteindelijk landen in het provinciale omgevingsbeleid. Pas na het doorlopen van de hele herzieningsprocedure over concrete voorstellen voor herziening, inclusief milieueffectrapportage (m.e.r.), besluit Provinciale Staten over het wel of niet opnemen van de voorstellen in het omgevingsbeleid. Dan pas heeft de koers ook juridische doorwerking. Het 8/11
omgevingsbeleid is continu in ontwikkeling. Daarom werkt de provincie met jaarlijkse herzieningsrondes. De eerstvolgende herzieningsronde waarin ontwikkelde uitwerkingen van het Ruimtelijk Voorstel kunnen worden meegenomen, is de herziening 2025. De voorbereidingen daarvoor starten in 2024. Als op onderdelen de uitwerkingen niet tijdig voor de herziening 2025 beschikbaar zijn, dan kunnen daarvoor ook de volgende herzieningsrondes weer worden benut. Formele inspraaktermijnen en besluitvorming door PS maken onderdeel uit van deze jaarlijkse herzieningsprocedures. In de huidige planning ontvangen uw Staten de startnotitie behorende bij herziening 2025 begin april 2024, waarna deze in mei in de Statencommissie Ruimte & Milieu kan worden besproken. Onderdeel van de voorbereidingen voor herzieningen omgevingsbeleid betreft ook de uitvoering van een m.e.r. over de voorgenomen beleidswijzigingen. Door middel van het uitvoeren van een m.e.r. kunnen effecten van concrete uitwerkingsvoorstellen voor het toekomstig beleid nader in beeld worden gebracht (impactanalyse). De analyse kan de impact onderzoeken op meer zaken dan milieuaspecten alleen, bijvoorbeeld de impact op toekomstbestendige economie en leefbaarheid van kleine kernen. De Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) bevat een beschrijving van in beeld te brengen effecten.
Provinciale Staten kan in het gesprek over de startnotitie en NRD sturen op het karakter van de te onderzoeken impact en op de effecten die in de m.e.r. dienen te worden onderzocht. Uiteraard passend binnen mogelijkheden, tijd en informatie waarover de provincie beschikt en binnen de kaders van rechtmatigheid. De NRD voor de uit te voeren m.e.r. voor de herziening 2025 maakt onderdeel uit van de startnotitie die de Staten in april ontvangen. Daarin zullen Gedeputeerde Staten beschrijven welke invulling zij willen geven aan de m.e.r. met betrekking tot de uitwerkingen van dit Ruimtelijk Voorstel. Rol Provinciale Staten Provinciale Staten blijft – naast de formele bevoegdheden in het kader van de herzieningsprocedure van het omgevingsbeleid – ook in het vervolgproces intensief betrokken. Daarvoor zal in de loop van 2024 opnieuw een aantal sessies over deelonderwerpen van de Ruimtelijke Puzzel aan de Staten worden aangeboden. Meer duiding over de planning, ook in relatie tot trajecten ZH-PLG, RES en pMIEK, is terug te vinden in de brief van 5 december 2023 (PZH-2023-844458625). In de afgelopen periode is door Provinciale Staten intensief het gesprek gevoerd over het Ruimtelijk Voorstel. Zichtbaar werd dat divers wordt gedacht over de werkwijze en te maken keuzes. Dat bleek ook uit de vóór 22 december jl.
Ingediende schriftelijke inbreng door de fracties en de verdiepende werksessies op 10 en 12 januari jl. Waar mogelijk is alle inbreng vanuit Provinciale Staten verwerkt in het voorliggende Ruimtelijk Voorstel. Daar waar de inbreng van de verschillende partijen strijdigheden bevatte, was een afweging nodig op wat wel en wat niet in het Ruimtelijk Voorstel kon worden opgenomen. Verschillen van inzicht waren bijvoorbeeld zichtbaar in het belang dat wordt gehecht aan de termen gebiedsgericht en integraal. Beide worden wenselijk geacht. Uit de bijdragen spreekt enerzijds het verlangen een duidelijk integraal stuk voor te leggen, terwijl ook wordt gevraagd ruimte te houden 9/11
voor de grote diversiteit en maatwerk in deelgebieden binnen onze provincie. In het Ruimtelijk Voorstel is gezocht naar de balans om als provincie enerzijds oog en oor te hebben voor de diversiteit aan belangen en verschillen, maar anderzijds ook daadkrachtige regie te kunnen voeren met keuzes die gericht zijn op een krachtig en toekomstbestendig Zuid-Holland. Eenduidiger was de wens vanuit de verschillende bijdragen om belangrijke kenmerken van onze provincie een prominentere plek in het Ruimtelijk Voorstel te geven. Specifiek betrof dit het belang van onze Greenports dat in het aangepaste Ruimtelijk Voorstel dan ook extra onderschreven wordt. Onze provincie is meer dan woonwijken, een haven en wat kleine kernen. De Greenports zijn en blijven we zien als onderdeel van Zuid-Holland als een belangrijke culturele en economische kracht. Uit alle inbreng is ook duidelijk dat de introductie van brede welvaart als sturend begrip extra duiding behoeft. De aankomende periode dient dit nader uitgewerkt te worden, om zo te kunnen bijdragen aan onder meer het zo gezond en leefbaar mogelijk maken van onze provincie, in balans met andere belangrijke aspecten voor Zuid-Holland. Daarbij is bijvoorbeeld de toegang tot voldoende voorzieningen, zowel in de stad als op het platteland zeer belangrijk. Denk daarbij aan voldoende scholen, sportfaciliteiten en huisartsen in de nabijheid.
Voordat de eerste stappen worden genomen waarmee het perspectief/de werkwijze van brede welvaart vorm kan krijgen in het te ontwikkelen omgevingsbeleid, zal hierover binnen Provinciale Staten verder gesproken moeten worden. Vanuit die optiek en om recht te doen aan de inbreng van Provinciale Staten is het Ruimtelijk Voorstel verder aangevuld in het stuk dat nu voor u ligt.
10/11
Besluit Provinciale Staten van Zuid-Holland, Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten van 13 februari 2024, met het besluitnummer PZH2023-839984205;
Besluiten: -
-
-
-
-
Het Ruimtelijk Voorstel “Ruimtelijke koers naar een toekomstbestendig Zuid-Holland” van datum 13 februari 2024 en de daarin opgenomen koers vast te stellen, met dien verstande dat daarin: o de volgende tekst wordt toegevoegd aan paragraaf 3.2.4 “Opgaven voor een circulaire samenleving” op pagina 24 en 25: ‘● We zetten actief in op energiebesparing. ‘ o de volgende tekst in paragraaf 2.3.2 “Onze natuuropgaven” op pagina 22: ‘Bos en bomen: realisatie van 150 ha binnen NNN’ wordt gewijzigd in: ‘Bos en bomen: realisatie van 400 ha.’ Dit Ruimtelijk Voorstel in te dienen bij het Rijk als antwoord op de vragen die het Rijk in hun startpakket aan de provincies heeft gesteld. Dit Ruimtelijk Voorstel en de daarin opgenomen koers op hoofdlijnen, inclusief de vragen aan het Rijk als vertrekpunt te hanteren voor het maken van nadere afspraken met het Rijk in een Ruimtelijk Arrangement. De koers op hoofdlijnen zoals voorgesteld in dit Ruimtelijk Voorstel als startpunt te hanteren voor het themagericht en gebiedsgericht verder uitwerken naar concrete voorstellen voor ons omgevingsbeleid in de herziening 2025 en daarna. Deze themagerichte en/of gebiedsgerichte uitwerking zo goed mogelijk in samenspraak met onze externe partners, inwoners en maatschappelijke organisaties en langs lijnen van lopende gebiedsprocessen (waaronder ZH-PLG, NOVEX-gebieden) te organiseren en voor te bereiden.
Als onderdeel van de verdere uitwerking van de koers tot concrete herzieningsvoorstellen een analyse uit te voeren van de impact daarvan op meer zaken dan milieuaspecten alleen. De te analyseren (aanvullende) aspecten zullen worden opgenomen in de Nota Reikwijdte en Detail (NRD) behorend bij de betreffende herzieningsronde van het omgevingsbeleid. Als Staten – naast de formele bevoegdheden in het kader van de herzieningsprocedure van het omgevingsbeleid – ook in het vervolgproces intensief betrokken te willen blijven. Daarvoor Gedeputeerde Staten te verzoeken in de loop van 2024 opnieuw een tweetal sessies over deelonderwerpen van de Ruimtelijke Puzzel voor de Staten te organiseren. Zelf actief met gemeenten in overleg te treden en te inventariseren/actualiseren welke woningbouwplannen en locaties niet benut worden en wat daarvan de reden is, Een inventarisatie te doen wie de woningzoekenden zijn per regio en welk type woningen nodig zijn per gebied, Eveneens een analyse te doen van eventuele discrepanties tussen bouwplannen en gezochte woningen, Deze inventarisaties en analyse voor de zomer 2024 voor te leggen aan PS, 11/11
-
-
Een voorstel aan PS te doen welke locaties een aanwijzing krijgen of kunnen worden ingeruild voor andere kansrijke plannen van de reservelijst om de juiste woningen zo spoedig mogelijk te realiseren. Bij de verdere uitwerking van de ruimtelijke koers zal per regio een ‘impactanalyse’ worden uitgevoerd voor wonen (beschikbare woningen vs behoefte) en werken (beschikbare ruimte vs behoefte aan ruimte voor bedrijven) om helder te krijgen wat de consequenties van die keuze zijn. Dit zowel bij het opstellen van het strategisch afwegingskader als bij de thematische en gebiedsgerichte uitwerking, zodat indien nodig specifiek op een regio of regio’s (bovenregionale afstemming) toegesneden keuzes mogelijk blijven. De uitkomsten van de ‘ impactanalyse’ worden aan PS toegezonden.
Den Haag, 6 maart 2024
Provinciale Staten van Zuid-Holland,
Griffier Drs. B.S.M. Sepers
Voorzitter drs. J. Smit
12/11
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Provincie Zuid-Holland T.a.v. Gedeputeerde Staten Zuid-Hollandplein 1 2596AW Den Haag
Datum Betreft
www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk Kenmerk 2024-0000128375 Uw kenmerk
06 MRT 2024 Woningbouwopgave Zuid Holland
Geacht college,
Op 22 december 2023 heb ik gedeputeerde mevrouw Koning een brief gestuurd naar aanleiding van het bestuurlijk overleg over de Woondeals op 14 december. In deze brief gaf ik aan tijdens het bestuurlijk overleg en uit ons vervolgcontact het beeld te hebben gekregen dat wij niet alle doelstellingen en afspraken uit de woondeals gezamenlijk nastreven. Inmiddels heeft op 15 februari jl. een bilateraal gesprek tussen mij en gedeputeerde Koning en een tweede bestuurlijk overleg Woondeals plaatsgevonden. Ik ben blij dat we voor wat betreft de woningbouwopgave en plancapaciteit stappen zetten om enkele misverstanden op te helderen. Ik constateer echter dat een aantal beleidsvoornemens van uw college een rem kan zetten op de woningbouw en onze gezamenlijke afspraken eenzijdig wijzigen. Daarover wil ik graag met uw college in gesprek. Ik informeer u hierbij dat ik een overleg met u laat inplannen. We kampen met een historisch groot woningtekort. Dit tekort is in 2023 toegenomen van 3,9% naar 4,8%. We staan voor een grote maatschappelijke opgave voor de woningbouw, die we samen hebben vastgelegd in de regionale woondeals/realisatieagenda's.
In de Nationale Omgevingsvisie, in de Nationale Woon en Bouwagenda en de bijbehorende programma's zoals het programma Woningbouw, is het zorgen voor een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoeften benoemd als nationaal belang. Juist in de provincie Zuid-Holland, waar zo veel mensen op zoek zijn naar een passende woning is het belangrijk dat er voldoende ruimte is om de opgave voor de woningbouw te kunnen realiseren, dat overheden eenduidig daarop sturen en dat belemmeringen om woningen te bouwen worden weggenomen. Een aantal beleidsvoornemens van uw college kan negatieve gevolgen hebben en juist belemmeringen opwerpen voor de woningbouw. Hieronder licht ik de hoofdlijnen toe.
Pagina 1 van 5
Datum
Kenmerk 2024-0000128375
Ruimte voor locaties voor woningbouw, 3ha locaties In uw Coalitieakkoord is opgenomen dat de Gnephoek en Sliedrecht-Noord de enige 3ha woningbouwlocaties zijn die kunnen worden toegevoegd als nieuwe buitenstedelijke bouwlocaties van enige omvang. In uw ruimtelijk voorstel bevestigt u dit. U maakt daarbij de keuze dat wonen en werken zich binnen de ruimte ontwikkelt die daarvoor al is gereserveerd met als enige uitzondering eventueel een kleine toevoeging ('straatje erbij'). Naar mijn inzicht is dit een te verstrekkend besluit op basis van de door u eerder gemaakte analyse die ten grondslag ligt aan het ruimtelijk voorstel. Wonen, werken, infrastructuur voor mobiliteit, energie, groen en water vragen allemaal om meer ruimte. Voor al deze opgaven geldt ook dat de ruimte schaars is. Maar dit hoeft geen tegenstelling te zijn. We moeten met elkaar bezien hoe we verschillende functies en opgaves slim kunnen combineren en kwaliteit kunnen versterken, zonder daarbij afbreuk te doen aan uitgangspunten rondom zuinig ruimtegebruik en te beschermen belangen. Het generieke karakter van de 3 ha - regel zoals opgenomen in uw Coalitieakkoord en Ruimtelijk Voorstel heeft tot gevolg dat alle nieuwe buitenstedelijke locaties van meer dan 3 ha worden geblokkeerd. Op andere locaties is woningbouw van een dergelijke omvang niet mogelijk.
Wanneer er locaties zijn die kansrijk en snel te realiseren zijn en waar betaalbaar gebouwd kan worden, kunnen ook deze niet meer doorgaan gezien het generieke karakter van de regeling. Bovendien is enige omvang van belang voor de financiële uitvoerbaarheid van woningbouwprojecten, ook buitenstedelijk. De generieke regel beperkt ook de mogelijkheden om oplossingen te vinden die recht doen aan andere ruimtelijke claims. De grootte van de woningbouwopgave in uw provincie vraagt juist om voldoende locaties voor woningbouw, met name binnenstedelijk maar ook buitenstedelijk. Het beperken van bouwmogelijkheden in buitenstedelijk gebied vind ik in deze tijd van woningnood ongewenst. Ook strookt het niet met het nationale beleid voor de woningbouwopgave. In het Nationaal Programma Woningbouw is opgenomen dat we sturen op het mogelijk maken van zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk bouwen, omdat er vanuit de woningbehoefte vraag is naar beide. Ook in mijn brief aan de Tweede Kamer van 12 oktober 2023 benoem ik dat we voor woningbouw in hoofdzaak blijven inzetten op binnenstedelijke ontwikkelingen, maar dat we gezien de bevolkingsgroei én de ruimte die er binnen bestaand gebied ook nodig is voor andere opgaves, er niet aan ontkomen ook buitenstedelijk te ontwikkelen.
1 Daarnaast zijn buitenstedelijke locaties (van enige omvang) van belang voor de leefbaarheid van vitale kernen in gemeenten. Ook in hun brief aan provinciale staten roepen 18 gemeenten op om de 3 hectare-kaart wonen en werken weer open te stellen en te verruimen. Ze vragen om meer maatwerk en flexibiliteit:
I
Kamerstukken II, 2023/2024, 32847, nr. 1105 Pagina 2 van 5
Datum
Kenmerk 2024-0000128375
"een buurt erbij" in plaats van "een straatje erbij", ook met het oog op leefbaarheid. Regie op betaalbare woningen, aandeel sociale huur Onvoldoende regie door de overheid ten aanzien van de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen heeft ertoe geleid dat veel woningen voor mensen met een middeninkomen én voor mensen met een laag inkomen niet meer bereikbaar zijn. Voor deze beide groepen zijn de kansen op een passende en betaalbare woning op dit moment te gering. Gerichte en eenduidige sturing door de overheid op de bouw van voldoende betaalbare woningen is essentieel. In de Nationale Woon- en Bouwagenda en het Programma Woningbouw is daarom opgenomen dat op nationale, provinciale en regionale schaal we 2/3 betaalbaar bouwen, waarvan de helft (1/3) door corporaties (sociale huur en middenhuur) en circa 40% in het middensegment. Daarnaast is in de Nationale Omgevingsvisie benoemd dat woningen betaalbaar moeten zijn. Bovengenoemde betaalbaarheidsdoelstelling is ook onderdeel van de afspraken die gemeenten, Rijk en provincie Zuid-Holland hebben gemaakt in de regionale woondeals. Daarnaast hebben we afspraken gemaakt gericht op een evenwichtige op balans in de voorraad per gemeente. We hebben afgesproken dat alle gemeenten toewerken naar 30% sociale huurwoningen in de bestaande voorraad. In het groeipad vragen we daarbij het maximale, niet het onhaalbare.
Ook kan rekening gehouden worden met al in gang gezette projecten. In uw Coalitieakkoord en Ruimtelijk Voorstel heeft u opgenomen dat op regionale schaal 40% van de nieuwbouwwoningen sociaal moet zijn. Vooral gemeenten die achterlopen bij de opgave moeten op die manier toegroeien naar 30% sociale woningbouw in de bestaande voorraad. Ik waardeer het dat de provincie ZuidHolland actief regie voert op de bouw van betaalbare woningen. Ik vind het daarbij van belang dat de wijze waarop de sturing wordt ingevuld geen averechtste effecten heeft op de woningbouw én in lijn is met onze gemaakte afspraken. Regie voeren houdt immers ook in dat overheden op eenduidige wijze werken aan het realiseren van de afgesproken doelstellingen. De generieke regeling, waarmee u voornemens bent om bij alle achterblijvende gemeenten het groeipad om toe te groeien naar 30% aan te scherpen, door voor te schrijven dat de programmering moet voorzien in 40% sociale huurwoningen, houdt geen rekening met de haalbaarheid van deze programmering. U bent voornemens zwaardere eisen te stellen zonder dat de noodzaak hiervan is aangetoond, zonder dekking van eventuele negatieve gevolgen voor de financiële haalbaarheid van projecten en zonder een verzekering dat de corporaties voldoende investeringscapaciteit hebben voor de opgave.
De regeling kan daarom averechts werken en ertoe leiden dat projecten niet meer van de grond komen. Ook voor mensen met een middeninkomen is er een groot tekort aan woningen. De focus op sociale huur vermindert de financiële ruimte voor dit segment. De bouw van voldoende in het middensegment woningen is daarnaast essentieel voor
Pagina 3 van 5
Datum
Kenmerk 2024-0000128375
voldoende balans in de woningvoorraad van gemeenten. Zoals genoemd is het zorgen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften een nationaal belang, waarbij uw voornemen averechts kan werken in het behartigen van dat belang. Het is daarom niet wenselijk dat u deze voornemens doorzet en ook niet overeenkomstig de afspraak dat we van gemeenten het maximale vragen en niet het onhaalbare. In het voorgenomen Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting, dat ik binnenkort bij de Tweede Kamer zal indienen, zal ik bovengenoemde doelstellingen ook wettelijk verankeren. Ik ben voornemens in het Besluit versterking regie volkshuisvesting de woningbouwprogrammering voor gemeenten concreet te regelen. Op landelijk, provinciaal en regionaal niveau moet twee derde van de nieuwbouw betaalbaar zijn. Gemeenten die een kleinere sociale huurvoorraad hebben dan het landelijke gemiddelde moeten minimaal 30% sociale nieuwbouw realiseren. Gemeenten die een bovengemiddelde sociale huurvoorraad hebben moeten minimaal 40% nieuwbouw realiseren in het middensegment (koop en huur). Regie op betaalbaar bouwen, afwijkende bovengrens betaalbare koopwoningen Tot 2023 gold de NHG-grens als maatstaf voor de bovengrens van betaalbare koopwoningen. Door de sterke stijging van de NHG-grens is deze vanaf 2023 losgekoppeld van de betaalbaarheidsgrens.
Landelijk beleid is dat deze bovengrens van een betaalbare koopwoning wordt geïndexeerd volgens de consumentenprijsindex (CPI). Voor 2024 betekent dit dat de landelijke bovengrens is vastgesteld op maximaal 390.000 euro, in plaats van de 355.000 euro in 2023. De herstellende koopkracht van huishoudens wordt zo doorvertaald in de bovengrens voor betaalbare koopwoningen. U heeft in uw brief aan Provinciale Staten van 26 februari jl. opgenomen dat u een lagere maximale grens voor betaalbare koopwoningen hanteert, namelijk 355.000 euro. Daarnaast benoemt u dat u geen voorstander bent van de landelijke indexering. Ik constateer de provincie Zuid-Holland daarmee een generiek lagere bovengrens wil voorschrijven voor betaalbare koopwoningen die afwijkt van het landelijke maximum. Gezien de hoge bouwkosten en de marktsituatie in de provincie Zuid-Holland leidt het dwingend voorschrijven van lagere maximale grenzen niet automatisch tot de bouw van meer koopwoningen met een lagere koopprijs. Ook deze generieke regeling houdt geen rekening met de haalbaarheid van deze programmering. Daarnaast is er onvoldoende flankerend beleid en eventuele dekking om negatieve gevolgen voor de financiële haalbaarheid van projecten te compenseren. Deze regeling kan daarom averechts werken en ertoe leiden dat er te weinig wordt gebouwd in het middensegment en/of dat projecten niet meer van de grond komen.
Deze regeling is naar mijn mening daarom niet doelmatig en doeltreffend in het behartigen van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Ook op dit punt is het belangrijk dat overheden eenduidig sturen en daarom ook de landelijke bovengrens hanteren voor betaalbare koopwoningen. Met het oog op deze
Pagina 4 van 5
Datum
Kenmerk 2024-0000128375
eenduidige sturing zal ik in het Besluit regie eenduidige definities opnemen met landelijk uniforme bovengrenzen, ook voor betaalbare koopwoningen. Ik erken dat het realiseren van de woningbouwopgave in Zuid-Holland geen gemakkelijk vraagstuk is. Ruimtelijke en toekomstbestendige keuzes zijn nodig om alle maatschappelijke opgaven in goede banen te leiden. Deze bredere keuzes komen aan bod in het lopende separate proces over de ruimtelijke voorstellen. Ik zie daarbij ook uw inspanningen en die van gemeenten en corporaties in onder andere het realiseren van de woningbouwopgave en het beter benutten van de bestaande voorraad. Tijdens het bestuurlijk overleg Woondeal van 15 februari hebben we uitgebreid gesproken over wat er nodig is om de woningbouw in de provincie te realiseren. Daarvoor zal ik mij samen met u blijven inzetten. Onderdeel daarvan is ook het wetsvoorstel voor de Wet versterking regie volkshuisvesting dat ik binnenkort naar de Kamer zal sturen. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om daar waar bestuurlijk overleg niet tot een oplossing leidt, verantwoordelijkheid te nemen door de inzet van juridische instrumenten. Ik vertrouw erop dat we in ons gesprek de stappen zetten die nodig zijn om te zorgen dat er voldoende ruimte is om de opgave voor de woningbouw te kunnen realiseren en waarmee we voorkomen dat we belemmeringen voor de woningbouw oproepen.
Ik kijk uit naar ons gesprek.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Pagina 5 van 5