CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.24 RIB Ontwerp Omgevingsprogramma Mobiliteit

Beeldvorming SBBV (vergaderzaal 1.6) 26 november 2024, gemeente Krimpenerwaard14.012 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2.4.3 Samengevat: Inzetten op duurzaamheid Laadinfrastructuur: Uitbreiden van een dekkend netwerk van laadpalen voor elektrische voertuigen in woonwijken, langs wegen en op bedrijventerreinen. Waar mogelijk, vooral op uitbreidingslocaties clusteren we de laadpaallocaties. Carpoolen en Autodelen: Stimuleren van carpoolen en autodeelinitiatieven om verkeersdrukte te verminderen en daarmee ook uitstoot te reduceren. Verduurzamen van de veerponten: Lange-termijn-doel om veerdiensten te verduurzamen. Maar het cruciale doel is om naast de veerdiensten te staan en met hen te zoeken naar oplossingen.

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

27

2.5

Onze inzet op de leefbare ruimte

2.5.1 Voetganger De voetganger speelt een belangrijke rol in actieve vervoerswijzen. Lopen is voor veel mensen iets vanzelfsprekends. De inrichting van infrastructuur voor voetgangers is helaas niet altijd vanzelfsprekend. Het is dan ook onze ambitie om ruimte te maken voor de voetganger, zodat onze inwoners zich op een veilige, aantrekkelijke en toegankelijke manier kunnen verplaatsen van bestemming A naar bestemming B. Prioriteit voor de voetganger Wat noodzakelijk is om dit te kunnen bereiken, is om de voetganger echt als losse vervoerswijze op te nemen in lopende en toekomstige mobiliteitsprojecten in de gemeente. Zo kan er gekeken worden naar het verbeteren van bestaande infrastructuur, veilige oversteekplaatsen en loopafstanden naar opstapplaatsen van openbaar vervoer. Maar ook is het van belang om aandacht te besteden aan de toegankelijkheid; we streven ernaar dat onze openbare ruimte toegankelijk is voor mensen met een beperkte mobiliteit, zoals ouderen of minder validen. Handboek Openbare Ruimte Het Handboek Openbare Ruimte geeft richtlijnen en uitgangspunten voor het ontwerpen en inrichten van openbare ruimte, ook gericht op de voetganger. Het gaat hierin om richtlijnen voor het ontwerpen van straten, maar ook om het belang van aantrekkelijke verblijfsruimtes en de aansluiting op het OV.

In onze omgeving speelt het dilemma tussen inwoners en de gemeente over de keuze van de aanleg van een zebrapad met betrekking tot veiligheid. Inwoners willen graag op zoveel mogelijk plekken voetgangersoversteken (VOP’s, ofwel zebrapaden), terwijl de gemeente het standpunt hanteert dat VOP’s (volgens de richtlijn van het CROW) niet in 30 km/h-zones en -straten thuishoren. De uitzondering hierop geldt op locaties waar grote concentraties voetgangers oversteken. VOP’s hebben daar verkeerskundig gezien het grootste verkeersveiligheidseffect. De gemeente is terughoudend met de aanleg van VOP’s op andere locaties. In het Handboek van CROW worden criteria genoemd voor het plaatsen, die we dan ook aanhouden. Door het toepassen van deze richtlijnen, zorgt de gemeente ervoor dat deze vervoerswijze bijdraagt aan een gezonde, leefbare en duurzame omgeving. Dit handboek geld dan ook als uitgangspunt voor de gemeente. Het CROW schrijft het volgende over voetgangersvriendelijkheid; “Een echt voetgangersvriendelijke stad bereik je pas als de voetganger een hogere prioriteit krijgt dan nu vaak het geval is.”

2.5.2 Parkeren Parkeren is een onderdeel in dit OPM dat zowel raakvlakken heeft met bereikbaarheid als met leefbare ruimte. Het is een levend thema binnen zowel de inwoners als de ondernemers van Krimpenerwaard. We zijn een landelijke gemeente met een limiet aan beschikbare ruimte, de woningbouwopgave en de afhankelijkheid van het wegennet. Parkeren blijft hierdoor in veel kernen een uitdaging.

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

28

Hanteren parkeerbeleid Het Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard, dat per 1 januari 2024 onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan Krimpenerwaard van rechtswege, vormt de basis voor een aanpak waarin parkeeroplossingen worden afgestemd op de behoeften van verschillende dorpskernen en wijken. Het Parapluplan moet uitkomst bieden in de parkeerdilemma’s binnen de gemeente, waarbij maatwerk waar nodig mogelijk moet zijn, maar wel lokaal gebonden is. Periodiek monitoringsonderzoek De ervaring van sommige inwoners is een tekort aan parkeerplaatsen in de nabijheid van hun woning. Het is van belang dat de toegankelijkheid en het juiste parkeeraanbod worden geborgd binnen de gemeente. Het is gewenst om periodiek parkeerdrukmetingen uit te voeren, waaruit moet blijken waar welke parkeerknelpunten zijn. Op basis hiervan kan worden bepaald welke acties nodig zijn. Naast dat parkeren een uitdaging vormt in de bestaande situaties, vormt het ook een uitdaging voor onze ambitie om tot 2040 circa 4.000 woningen in de gemeente te bouwen. Bij deze nieuwe woningen horen ook passende parkeervoorzieningen die latere parkeerproblemen moeten voorkomen. Parkeermaatregelen In de gemeente Krimpenerwaard wordt binnen de woonplaatsen op een aantal plekken gewerkt met blauwe zones, waar alleen kort geparkeerd mag worden met een parkeerschijf of met een ontheffing.

Het blijkt hier een efficiënt instrument om aan parkeerregulering te doen. Het is wel van belang om te blijven kijken of deze blauwe zones nog hun doel dienen en om deze waar nodig aan te passen, bijvoorbeeld ten gevolge van nieuwe ontwikkelingen. Hoewel het gebruik van dit instrument onze voorkeur heeft, sluiten wij onze ogen niet voor mogelijk andere vormen van gereguleerd parkeren. Wanneer wij overwegen een ander instrument in te willen zetten, is het ook van belang om de voor- en nadelen ervan ten opzichte van de blauwe zone goed in beeld te brengen. Daarbij dient er ook actief met de omgeving te worden gesproken, omdat er ook hiervoor brede steun aanwezig moet zijn.

2.5.3 Wegmarkering Wegmarkering is een middel dat helpt duidelijkheid te scheppen in een bepaalde verkeerssituatie. Dit middel moet dan ook gebruikt worden op specifieke punten op onder andere de dijk, waar veel geparkeerd wordt. Het markeren van parkeerplaatsen helpt de gebruikers van de weg duidelijkheid te geven over waar te rijden en waar te parkeren en attendeert zo ook op de smalheid van de rijbaan. Op die manier zijn voetgangers en fietsers op deze weg minder in gevaar, aangezien gemotoriseerd verkeer meer op haar hoede zal zijn.

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

29

2.5.4 Shared space Het belangrijkste doel van ‘Shared Space’ is om verkeersdeelnemers zich meer bewust van elkaars aanwezigheid en gedrag te laten zijn. Experimenten in het verleden richtten zich met name op kruisingen en pleinen waar diverse verkeersstromen en vervoerswijzen samenkomen. Daarbij betrof het steeds verkeersruimten omdat het van belang is dat één specifiek kenmerk de overhand voerde: verplaatsen (beweging). In het verleden is er in Lekkerkerk een experiment uitgevoerd met het concept ‘Shared Space’ waarbij openbare ruimte gelijkwaardig wordt gedeeld door voetgangers, fietsers en automobilisten. Dit experiment was bedoeld als verkeersoplossing, maar voldoet echter niet meer aan het criterium waarbij verplaatsen de overhand moet hebben. Parkeren (stilstand) is daar leidend en daarom is er in de praktijk voor de weggebruiker meer sprake van een traditioneel wegbeeld van een rijbaan met parkeren aan de zijkant, dan van een gemixt beeld aan weggebruikers. De huidige situatie in Lekkerkerk wordt in stand gehouden omdat de inrichting van de gehele openbare ruimte aldaar nu lijkt te functioneren. Eventuele verzoeken voor meer geëigende locaties zullen we zorgvuldig afwegen en toetsen aan de richtlijnen van CROW. Onze voorkeur gaat echter uit naar een ‘traditionele’ (en daarmee ook meer herkenbare) weginrichting.

Dit in overeenstemming met de enquêteresultaten; in het algemeen geeft men de voorkeur aan een duidelijk(er) scheiding van weggebruikers op wegen binnen en van de gemeente.

2.5.5 Nieuwbouwprojecten Bij nieuwbouwprojecten (woningen en bedrijventerreinen) in uitbreidingsgebieden hanteren we als uitgangspunt dat gemotoriseerd verkeer zo rechtstreeks als mogelijk wordt aangesloten op het (regionale) hoofdwegennet. Er wordt hierbij te allen tijde een verkeerscirculatietoets uitgevoerd, aangezien de verkeerssituaties per ontwikkeling verschillen en afhankelijk zijn van de context. Het zo goed mogelijk aan laten sluiten van het plangebied op het hoofdwegennet zorgt voor een efficiënte verkeersafwikkeling en minimaliseert de impact op de bestaande woonkernen. Er is voldoende aandacht voor zorgvuldige planning en communicatie met de huidige inwoners/ondernemers van omliggende gebieden. Zij worden actief geïnformeerd en betrokken bij de ontwikkeling van de verkeersstructuur, zodat overlast wordt geminimaliseerd en hun leefomgeving wordt gerespecteerd en waar mogelijk wordt verbeterd. Voor langzaam verkeer, zoals fietsers en voetgangers, is het streven om de nieuwe uitbreidingsgebieden ook te ontsluiten op de bestaande wegenstructuur in de aangrenzende wijk(en). Dit bevordert de integratie van de nieuwbouwgebieden met de bestaande structuur van de betreffende woonplaats en draagt bij aan een verbonden en leefbare omgeving.

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

30 30

2.5.6 Samengevat: Inzetten op de leefbare ruimte Parkeren: Het Parapluplan Parkeren wordt gehanteerd om parkeeroplossingen af te stemmen op de groeiende behoeften. Daartoe worden iedere twee jaar gemeentebreed parkeerdrukmetingen gehouden binnen de woonplaatsen, om zo (ook) proactief knelpunten te identificeren en zo gewenst gerichte actie te kunnen nemen. Shared Space: Het concept ‘Shared Space’ in Lekkerkerk wordt gehandhaafd als een afgerond experiment, maar zal in principe niet verder binnen de gemeente worden toegepast. Nieuwbouwprojecten: Bij nieuwbouwprojecten wordt de ontsluitingsweg(en) voor gemotoriseerd verkeer aangesloten op het hoofdwegennet, het langzaam verkeer ook via bestaande wegenstructuren in de aangrenzende (woon)gebieden. Hierover dient adequaat gecommuniceerd te worden met belanghebbenden.

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

31

3. Bijlagen 3.1 Wegencategorisering

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

32

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

33

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

34

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

35

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

36

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

37

3.2 Resultaten enquête

Omgevingsprogramma Mobiliteit Krimpenerwaard

38

Krimpenerwaard

Inwonerspanel Krimpenerwaard Peiling 2

Mobiliteit Gemeente Krimpenerwaard Mei 2024

Colofon Uitgave:

Research 2Evolve Tesselschadelaan 15A 1217 LG Hilversum Tel: (035) 623 27 89 info@research2evolve.nl www.research2evolve.nl

Uitgevoerd:

April 2024

Opdrachtgever

Gemeente Krimpenerwaard

Het onderzoek is uitgevoerd door Research 2Evolve. Het marktonderzoeksbureau neemt de richtlijnen van de MOA (Markt Onderzoek Associatie) in acht. Deze richtlijnen zijn bij Research 2Evolve op te vragen. Research 2Evolve is ISO 27001 gecertificeerd en werkt volgens de AVG en de gedragscode voor Onderzoek en Statistiek.

Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Onderzoeksverantwoording

4

1.1

Inleiding

5

1.2

Uitvoering van het onderzoek

5

1.3

Responsoverzicht

6

1.4

Steekproefsamenstelling

6

1.5

Weging

7

1.6

Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid

8

1.7

Leeswijzer

9

Resultaten

10

Hoofdstuk 2

3

33

Hoofdstuk 1:

Onderzoeksverantwoording

Onderzoeksverantwoording 1.1

Inleiding

De gemeente Krimpenerwaard heeft 11 kernen en het is belangrijk dat deze kernen goed met elkaar verbonden zijn. Mobiliteit gaat niet alleen over wegen en kruispunten; het heeft te maken met hoe we ons kunnen verplaatsen in de gemeente. In Krimpenerwaard zijn er specifieke uitdagingen, zoals landbouwverkeer, de locatie van de rivier de Lek en verkeersveiligheid.

Om Krimpenerwaard toegankelijk, veilig en leefbaar te houden, werkt de gemeente aan een Omgevingsprogramma voor Mobiliteit. De ervaring van de inwoners en ondernemers in Krimpenerwaard is erg waardevol, en daarom willen we graag hun mening horen via dit onderzoek. De input zal ons helpen om de onderwerpen voor het Omgevingsprogramma te bepalen en de sterke en zwakke punten in kaart te brengen.

1.2

Uitvoering van het onderzoek

Steekproef: Leden van inwonerspanel Krimpenerwaard

Methode: Online/Open link

Uitnodiging: Per mail

Veldwerkperiode: 15 april t/m 8 mei 2024

Herinnering: 2 keer

55

Onderzoeksverantwoording 1.3

Responsoverzicht

De respons is naar kern als volgt verdeeld: N

Totaal aantal leden inwonerspanel

1597

Deelnemers via inwonerspanel

785

Respons percentage inwonerspanel

49%

Deelnemers via de open link

271

Totaal aantal deelnemers

1056

1.4

Haastrecht| 59 | 6% Stolwijk | 71 | 7%

Gouderak | 41 | 4% Vlist | 13 | 1%

Samenstelling deelnemers

Berkenwoude | 31 | 3%

Hieronder staat een uitsplitsing van de deelnemers naar leeftijd: Wat is uw leeftijd?

N

%

16 t/m 34 jaar

85

8%

35 t/m 49 jaar

222

21%

50 t/m 64 jaar

352

33%

65 jaar en ouder

387

37%

Onbekend

10

1%

Schoonhoven | 243 | 23%

Ammerstol | 24 | 2% Lekkerkerk | 192 | 18% Krimpen aan de Lek | 142 | 13%

Bergambacht | 138 | 13%

Ouderkerk van den IJssel | 89 | 8%

Onbekend | 13 | 1%

Let op: de getoonde percentages en aantallen (resultaten) op deze pagina zijn ongewogen.

Onderzoeksverantwoording 1.5

Weging

Als de respons afwijkt op de variabele leeftijd, is er een weging toegevoegd, zodat de resultaten een juiste afspiegeling vormen van de werkelijke bevolking. Dit is een gangbare werkwijze in statistisch kwantitatief onderzoek. Personen in ondervertegenwoordigde groepen krijgen een gewicht groter dan 1 en tellen relatief zwaarder mee in het totaalresultaat. Personen in groepen met een oververtegenwoordiging krijgen een gewicht kleiner dan 1 waardoor ze minder zwaar mee tellen. Hiermee zijn de resultaten gecorrigeerd om de mogelijke invloed van een niet geheel representatieve steekproef te verkleinen. Doorgaans wordt een maximale weegfactor van 3 gehanteerd. Op dit moment is het inwonerspanel nog niet representatief voor de werkelijke bevolking binnen de gemeente. De panelleden jonger dan 35 jaar zijn ondervertegenwoordigd en panelleden van 50 jaar en ouder zijn oververtegenwoordigd. Daarnaast nemen niet alle panelleden deel aan een onderzoek, daarom wordt er niet alleen gekeken naar de verdeling binnen het panel ten opzichte van de gemeente, maar ook naar de verdeling van de netto respons ten opzichte van de daadwerkelijke verdeling. Door het toevoegen van een weging op leeftijd zijn de resultaten gecorrigeerd, waarmee de invloed van een niet geheel representatieve steekproef wordt verkleind.

7

Onderzoeksverantwoording 1.6

Betrouwbaarheid en nauwkeurigheid

Het betrouwbaarheidspercentage geeft de kans aan dat bij herhaling van het onderzoek hetzelfde uit het onderzoek komt. Bij een betrouwbaarheidspercentage van 95% is er 95% kans bij herhaling dat de antwoorden hetzelfde zullen zijn met andere deelnemers binnen de doelgroep. De nauwkeurigheid (uitgedrukt in foutmarge) geeft het gebied aan, waarbinnen de werkelijke waarde in de populatie ligt. De foutmarge is het percentage dat het antwoord kan afwijken van de werkelijkheid. Als de foutmarge 4% is, en 47% van steekproef een bepaald antwoord geeft, dan ligt dit percentage in werkelijkheid maximaal 4% boven of 4% onder deze 47%, dus tussen de 43% en 51% (een lagere foutmarge vereist een grotere steekproef). Een betrouwbaarheidsniveau van 95% en een foutmarge van 5% is gangbaar en algemeen geaccepteerd bij (statistisch) kwantitatief onderzoek. Bij een zeer laag aantal waarnemingen (N < 50) is de foutmarge groter waardoor de resultaten minder betrouwbaar zijn. Met het aantal deelnemers (=1056) kan met een betrouwbaarheid van 95% en een foutmarge van 3,0% uitspraken gedaan worden op totaalniveau. Deze marge is kleiner dan de 5% die algemeen geaccepteerd wordt bij (statistisch) kwantitatief onderzoek. Dit betekent dat er een kleinere kans is dat de resultaten niet representatief zijn voor de hele populatie.

Met een kleinere foutmarge hebben we dus meer vertrouwen dat de resultaten dichter bij de werkelijke situatie van de populatie liggen.

8

Onderzoeksverantwoording 1.7

Leeswijzer

Daar waar de som van de resultaten niet precies op 100% uitkomt, wordt dit veroorzaakt door afrondingsverschillen of was meer dan één antwoord toegestaan. Waar in de tabellen ongelijke N-en (aantal deelnemers) te zien zijn, wordt dit veroorzaakt door het uitsluiten van de antwoordcategorie ‘weet ik niet/geen mening’ en/of routing in de vragenlijst. In de tabellen wordt de ongewogen N weergegeven. In deze rapportage is gekeken naar significante verschillen op leeftijd en kerk. Significante verschillen zijn verschillen die niet aan toeval toe te schrijven zijn. Als er relevante significante verschillen zijn, worden deze in de rapportage benoemd.

9

9

Hoofdstuk 2:

Resultaten

Resultaten Ik vul deze vragenlijst in als… (n=1056)

Inwoner

Ondernemer

92%

0%

Ruim negen op de tien (92%) deelnemers heeft de vragenlijst over mobiliteit in Krimpenerwaard ingevuld als inwoner en op die manier bijgedragen aan dit onderzoek. Bijna één op de tien (8%) deelnemers heeft de vragenlijst zowel als inwoner als ondernemer ingevuld. Zowel inwoner als ondernemer

8%

11

Resultaten Op welke manier verplaatst u zich meestal? (n=1056)

Auto

81%

Lopend

Fiets

56%

Elektrische fiets / speedpedelec

30%

Bus

18%

Veerboot

11%

Elektrische auto

Trein

1 2 3

65%

9%

5%

Scooter / bromfiets

4%

Anders

4%

Auto

Lopend Fiets

Andere manieren van verplaatsen die genoemd worden zijn: • Scootmobiel • Motor •

Deelnemers jonger dan 35 jaar kiezen vaker voor de bus dan deelnemers van 35 jaar en ouder.

12

Resultaten Werkt en/of studeert u in de gemeente Krimpenerwaard? (n=1056)

Ik werk in de gemeente Krimpenerwaard

25%

Ik studeer in de gemeente Krimpenerwaard

0%

Ik werk en studeer in de gemeente Krimpenerwaard

1%

Een kwart (25%) van de deelnemers werkt in de gemeente Krimpenerwaard. Drie kwart (74%) van de deelnemers geeft aan dat deze vraag niet van toepassing is op diens situatie.

• Niet van toepassing

74%

Deelnemers van 65 jaar en ouder kiezen vaker voor niet van toepassing dan deelnemers jonger dan 65 jaar.

13

Resultaten Hoeveel kilometer moet u reizen naar uw opleiding of werk? (n=248*)

Minder dan 2 km

34%

2 tot 7 km

27%

7 tot 15 km

25%

Eén op de drie (34%) reist minder dan 2 km naar diens opleiding of werk. 15 tot 30 km

11%

Een kwart van de deelnemers moet 2 tot 7 km reizen (27%) of 7 tot 15 km reizen (25%).

Eén op de acht (13%) moet meer dan 15 km reizen naar opleiding of werk.

30 km of meer

2%

*Selectie: deelnemer werkt of studeert in de gemeente Krimpenerwaard

14

Resultaten Hoe beoordeelt u de bereikbaarheid van bestemmingen in en rondom uw eigen woonplaats te voet? (n=1035)

12% 16% (Zeer) slecht Neutraal (Zeer) goed

72%

Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze grafiek

Ruim zeven op de tien (72%) deelnemers beoordeelt de bereikbaarheid te voet van bestemmingen rondom diens eigen woonplaats met (zeer) goed. Eén op de tien (12%) deelnemers vindt deze bereikbaarheid te voet juist (zeer) slecht.

15

Resultaten Heeft u een fiets? (n=1056)

Ja, een gewone fiets

64%

Ja, een elektrische fiets

44%

Ruim negen op de tien (93%) deelnemers heeft een fiets. Bijna twee derde (64%) van de deelnemers heeft een gewone fiets en ruim vier op de tien (44%) deelnemers heeft een elektrische fiets.

• Nee

7%

Deelnemers van 50 jaar en ouder hebben vaker een elektrische fiets dan deelnemers jonger dan 50 jaar.

16

Resultaten Hoe beoordeelt u de bereikbaarheid van bestemmingen in en rondom uw eigen woonplaats met de fiets? (n=980*)

7% 12%

(Zeer) slecht Neutraal

81%

(Zeer) goed

Acht op de tien (81%) deelnemers beoordeelt de bereikbaarheid met de fiets van bestemmingen in en rondom de eigen woonplaats (zeer) goed. Bijna één op de tien (7%) deelnemers vindt deze bereikbaarheid juist (zeer) slecht. •

Deelnemers van 35 jaar en ouder beoordelen de bereikbaarheid van bestemmingen met de fiets vaker positief dan deelnemers jonger dan 35 jaar.

*Selectie: deelnemer heeft een fiets Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze grafiek

17

Resultaten Tot welke afstand bent u bereid om de (elektrische) fiets te pakken? (n=985*)

Tot 5 km

15%

5 tot 7 km

14%

7 tot 10 km

21%

10 tot 15 km

19%

15 tot 20 km

12%

20 km of meer

13%

Eén op de vijf deelnemers is bereid om de (elektrische) fiets te pakken voor afstanden tussen de 7 en 10 km (21%) of voor afstanden tussen de 10 en 15 km (19%). Eén op de zeven deelnemers is bereid om de (elektrische) fiets te pakken voor afstanden tot 5 km (15%), afstanden tussen de 5 en 7 km (14%) of afstanden van 20 km of meer (13%). • •

Weet ik niet / niet van toepassing

6%

• • •

*Selectie: deelnemer heeft een fiets

Deelnemers onder de 50 jaar kiezen vaker om de fiets te pakken voor een afstand tot 5 km dan deelnemers van 50 jaar of ouder. Deelnemers van 50 jaar of ouder kiezen juist weer vaker om de fiets te pakken voor een afstand tussen de 15 en 20 km dan deelnemers jonger dan 50 jaar. Deelnemers onder de 35 jaar kiezen vaker om de fiets te pakken voor een afstand tussen de 5 en 7 km dan deelnemers van 35 jaar en ouder. Deelnemers van 35 jaar en ouder kiezen juist weer vaker voor de fiets op afstanden tussen de 10 en 15 km dan deelnemers onder de 35 jaar. Deelnemers van 65 jaar en ouder kiezen vaker voor een afstand van 20 km of meer dan deelnemers jonger dan 65 jaar.

18

Resultaten Mocht u de fiets niet gebruiken, wat zijn dan uw redenen? (n=985*)

Te lange afstanden

53%

Met de auto/OV ben ik sneller

44%

Te veel inspanning

15%

Onveilig om te fietsen

14%

Fysieke beperking

Anders

Weet ik niet / niet van toepassing

*Selectie: deelnemer heeft een fiets

De meest genoemde redenen om de fiets niet te gebruiken zijn dat de afstanden te lang zijn (53%) en/of dat je met de auto of het OV sneller bent (44%).

10%

20%

10%

Andere redenen die genoemd worden zijn: • Slecht weer • Avond/nacht • Kinderen of veel spullen •

Deelnemers jonger dan 35 jaar vinden ‘te lange afstanden’ of ‘te veel inspanning’ vaker een reden om de fiets niet te gebruiken dan deelnemers van 35 jaar of ouder.

19

Resultaten Heeft u een auto ter beschikking? (n=1056)

Bent u tevreden met de bereikbaarheid van bestemmingen in en rondom uw eigen woonplaats met de auto? (n=990*)

12% 17%

7%

(Zeer) ontevreden

Neutraal (Zeer) tevreden

93%

Ja

71%

Nee

Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze grafiek

Ruim negen op de tien (93%) deelnemers heeft een auto tot diens beschikking. Van deze deelnemers is zeven op de tien (71%) (zeer) tevreden met de bereikbaarheid van bestemmingen in en rondom de woonplaats met de auto. Eén op de acht deelnemers (12%) is hier (zeer) ontevreden over.

• •

Deelnemers jonger dan 35 jaar hebben minder vaak een auto tot hun beschikking dan deelnemers van 35 jaar en ouder. Deelnemers jonger dan 35 jaar zijn minder tevreden over de bereikbaarheid van bestemmingen in en rondom de eigen woonplaats met de auto dan deelnemers van 35 jaar en ouder.

*Selectie: deelnemer heeft een auto tot diens beschikking

20

Resultaten Waar bent u nog niet tevreden over met betrekking tot de autobereikbaarheid van bestemmingen in de gemeente Krimpenerwaard? (n=993*)

Ik heb moeite met het vinden van een parkeerplek op de bestemming

31%

Het duurt te lang door files in de spits

20%

Ik irriteer mij aan andere wegdeelnemers zoals fietsers of motoren

12%

Het duurt te lang door landbouwvoertuigen op dezelfde weg

Onveilig om auto te rijden

Anders

Niks, ik ben tevreden over de autobereikbaarheid

11%

Ruim een derde (36%) van de deelnemers is tevreden over de autobereikbaarheid.

6%

Ruim zes op de tien (64%) deelnemers is ontevreden over een onderdeel van de autobereikbaarheid. Drie op de tien (31%) deelnemers heeft moeite met het vinden van een parkeerplek op de bestemming en twee op de tien (20%) deelnemers geeft aan dat de reis in de spits lang duurt door files.

18%

36%

Een ander punt die genoemd wordt door deelnemers is het te hard rijden en roekeloos rijgedrag van automobilisten. •

•

*Selectie: deelnemer heeft een auto tot diens beschikking

Deelnemers jonger dan 65 jaar geven vaker aan dat het te lang duurt door files in de spits en dat ze moeite hebben met het vinden van een parkeerplek op de bestemming dan deelnemers van 65 jaar en ouder. Deelnemers van 65 jaar en ouder zijn vaker tevreden over de autobereikbaarheid dan deelnemers jonger dan 65 jaar.

21

Resultaten Maakt u gebruik van de bus of van de belbus? (n=1056)

Van de bus

Van de belbus

Van de bus en de belbus

34%

0%

Twee derde (66%) van de deelnemers maakt geen gebruik van een bus of belbus.

0%

Een derde (34%) van de deelnemers maakt gebruik van de bus.

Geen van beide

66%

22

Resultaten Hoe vaak maakt u gebruik van de bus? (n=352*)

Eens in het jaar

Eens in het jaar

33%

Maandelijks

Hoe vaak maakt u gebruik van de belbus? (n=2**)

40%

Maandelijks

49%

0%

Wekelijks Wekelijks

(Bijna) elke dag (Bijna) elke dag

51%

18%

0%

8%

Van de deelnemers die wel eens gebruik maken van de bus, geeft vier op de tien (40%) aan dit maandelijks te doen.

Let op: de n is kleiner dan 50, de resultaten zijn indicatief.

Een derde (33%) gebruikt de bus eens in het jaar, bijna twee op de tien (18%) deelnemers doet dit wekelijks en bijna één op de tien (8%) (bijna) dagelijks. *Selectie: deelnemer maakt gebruik van een bus

**Selectie: deelnemer maakt gebruik van een belbus

23

Resultaten Bent u tevreden of ontevreden over de bereikbaarheid met de (bel)bus van bestemmingen binnen de gemeente Krimpenerwaard? (n=308*)

42% (Zeer) ontevreden

26%

Neutraal (Zeer) tevreden Vier op de tien (42%) deelnemers is (zeer) ontevreden over de bereikbaarheid met de (bel)bus van bestemmingen binnen de gemeente Krimpenerwaard. Een derde (32%) is hier (zeer) tevreden over.

32%

*Selectie: deelnemer maakt gebruik van een (bel)bus Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze grafiek

•

Deelnemers van 35 jaar en ouder zijn meer tevreden over de bereikbaarheid van bestemmingen binnen gemeente Krimpenerwaard met de (bel)bus dan deelnemers onder de 35 jaar.

24

Resultaten Bent u tevreden of ontevreden over de bereikbaarheid met de (bel)bus van bestemmingen vanuit de gemeente Krimpenerwaard? (n=328*)

30% 24%

(Zeer) ontevreden Neutraal (Zeer) tevreden Ruim vier op de tien (45%) deelnemers is (zeer) tevreden over de bereikbaarheid met de (bel)bus van bestemmingen vanuit de gemeente Krimpenerwaard.

45%

*Selectie: deelnemer maakt gebruik van een (bel)bus Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze grafiek

Drie op de tien (30%) deelnemers is hier (zeer) ontevreden over. •

Deelnemers van 35 jaar en ouder zijn meer tevreden over de bereikbaarheid van bestemmingen vanuit de gemeente Krimpenerwaard met de (bel)bus dan deelnemers onder de 35 jaar.

25

Resultaten Wat zou er moeten veranderen zodat u de bus wel zou gebruiken of hier meer tevreden of zou zijn? (n=830*)

De bus moet vaker rijden

De busreis moet goedkoper worden

34%

Er moet een bushalte dichter bij komen

16%

Er moet meer duidelijkheid komen over het gebruik van de belbus

De bus is niet of moeilijk toegankelijk met mijn beperking

1 2 3

35%

10%

3%

Anders

Bus moet vaker rijden Busreis moet goedkoper worden Bushalte moet dichterbij komen

Ruim zes op de tien (65%) deelnemers is niet helemaal tevreden over de bus en vindt dat er nog iets kan verbeteren. Bijna drie op de tien (27%) heeft hier geen mening over.

14%

Een andere verandering die deelnemers noemen is dat het openbaar vervoer betrouwbaarder moet worden. Ik ben tevreden

8%

• Weet ik niet / geen mening

27%

•

*Selectie: deelnemer maakt geen gebruik van een (bel)bus en/of is ontevreden over de bereikbaarheid hiervan

Deelnemers jonger dan 65 jaar geven vaker aan dat de bus vaker moet rijden en dan de busreis goedkoper moet worden dan deelnemers van 65 jaar en ouder. Deelnemers van 65 jaar en ouder zijn vaker tevreden over de bus dan deelnemers jonger dan 65 jaar.

26

Resultaten Bent u tevreden over de bereikbaarheid en/of het gebruik van de veerpont? (n=911*)

Maakt u gebruik van de veerpont? (n=1056)

Ja, eens in het jaar

2%

34%

Ja, maandelijks

38%

10% (Zeer) ontevreden

Ja, wekelijks

Neutraal

8%

(Zeer) tevreden

Ja, (bijna) elke dag

5%

88% Nee

15%

Ruim acht op de tien (85%) deelnemers maakt wel eens gebruik van de veerpont.

Bijna negen op de tien (88%) deelnemers is (zeer) tevreden over de bereikbaarheid en/of het gebruik van de veerpont.

(Ruim) een derde doet dit eens in het jaar (34%) of maandelijks (38%). Bijna één op de tien deelnemers gebruikt de veerpont wekelijks (8%) of dagelijks (5%). •

Deelnemers jonger dan 35 jaar maken minder vaak gebruik van de veerpont dan deelnemers van 35 jaar en ouder.

*Selectie: deelnemer maakt gebruik van de veerpont Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze grafiek

27

Resultaten Mocht u de veerpont niet gebruiken of bent u niet tevreden over de bereikbaarheid en/of het gebruik van de veerpont, wat zou er moeten veranderen? (n=899*)

De veerdienst is te duur

10%

De veerdienst vaart niet op de tijden dat ik er gebruik van wil maken

Mijn navigatie (Google Maps) geeft de route met de veerboot niet aan

De veerdienst die ik moet hebben is te druk

8%

5%

3%

Anders

Bijna vier op de tien (37%) deelnemers vindt dat er iets veranderd kan worden aan de bereikbaarheid en/of het gebruik van de veerpond om te verbeteren. De prijs (10%), de tijden (8%) en de route (5%) worden door deze deelnemers het vaakst genoemd.

21%

Deelnemers noemen ook dat de veerpond en de weg ernaartoe spannend zijn. Ik ben tevreden

Zes op de tien (59%) deelnemers heeft hier geen mening over.

4%

Weet ik niet / geen mening

*Selectie: deelnemer maakt geen gebruik van de veerpont en/of is ontevreden over de bereikbaarheid hiervan

59%

28

Resultaten Hoe beoordeelt u de verkeersveiligheid in en rondom uw eigen woonplaats? (n=1054)

33%

(Zeer) slecht

31%

Neutraal (Zeer) goed

Bijna vier op de tien (37%) deelnemers vindt de verkeersveiligheid in de eigen woonplaats (zeer) goed. Een derde (33%) beoordeelt de verkeersveiligheid negatief.

37%

Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze grafiek

29

Resultaten Hoe beoordeelt u de verkeersveiligheid in en rondom uw eigen woonplaats op de volgende onderdelen?

Aantal reacties (N)

(Zeer) goed

Neutraal

(Zeer) slecht

Schoolroutes

841

23%

37%

40%

Kruispunten en rotondes

1044

40%

35%

26%

Gemengd verkeer (weg delen met landbouwverkeer, fietsers, auto's, etc)

1036

25%

33%

42%

Binnen de bebouwde kom

1049

38%

30%

32%

Buiten de bebouwde kom

1045

48%

32%

20%

Bijna de helft (48%) van de deelnemers vindt de verkeersveiligheid buiten de bebouwde kom (zeer) goed. (Bijna) vier op de tien deelnemers vindt de verkeersveiligheid op kruispunten en rotondes (40%) en binnen de bebouwde kom (38%) (zeer) goed. De verkeersveiligheid op schoolroutes (40%) en bij gemengd verkeer (42%) worden door de deelnemers als (zeer) slecht beoordeeld.

• • •

Deelnemers van 35 jaar en ouder geven vaker aan de schoolroutes op verkeersveiligheid (zeer) slecht te vinden dan deelnemers jonger dan 35 jaar. Kruispunten, rotondes, gemengd verkeer en verkeer binnen de bebouwde kom worden vaker als verkeersveilig gezien door deelnemers jonger dan 65 jaar dan door deelnemers van 65 jaar en ouder. Verkeer buiten de bebouwde kom wordt vaker als verkeersveilig gezien door deelnemers jonger dan 50 jaar dan door deelnemers van 50 jaar en ouder.

Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze tabel

30

Resultaten Welk type maatregel vindt u het meest geschikt om de verkeersveiligheid te verbeteren? (n=1056)

Meer handhaving

58%

De inrichting van straten aanpassen

48%

Voorlichting en educatie aan kwetsbare verkeersdeelnemers zoals kinderen

28%

Gedragscampagnes, bijv. over rijden onder invloed en afleiding in het verkeer

24%

De maximumsnelheid verlagen

23%

Anders

23%

3%

Inrichting straten aanpassen Voorlichting/educatie aan kwetsbaren

Andere maatregelen die genoemd worden zijn: • Beperken zwaar verkeer in dorpskernen • Aparte fietspaden

• Weet ik niet

1 2 3

Meer handhaving

• •

Deelnemers van 65 jaar en ouder vinden gedragscampagnes vaker geschikt dan deelnemers onder de 65 jaar. Deelnemers jonger dan 50 jaar geven vaker aan dat er iets moet veranderen in de inrichting van de straten dan deelnemers van 50 jaar en ouder. Deelnemers van 35 jaar en ouder vinden vaker dat er meer handhaving moet komen dan deelnemers jonger 35 jaar.

31

Resultaten Heeft u nog andere opmerkingen of suggesties die u ons mee wilt geven op het gebied van verkeersveiligheid?

Zorgen om verkeersveiligheid: Deelnemers geven aan dat er zorgen zijn om de verkeersveiligheid door hard rijdend (landbouw)verkeer. De veiligheid van voetgangers en fietsers wordt als groot probleem gezien. Geluidsoverlast: Deelnemers geven ook aan last te hebben van geluidoverlast door motoren en landbouwverkeer. Parkeeroverlast: Er is vraag naar meer handhaving voor foutparkeren. Parkeren op stoepen en dichtbij kruispunten veroorzaakt namelijk gevaarlijke situaties. Duidelijkheid op straat: Deelnemers zien graag betere oversteekplaatsen, duidelijkere wegmarkeringen en scheiding van verschillende soorten verkeer om de verkeerssituaties duidelijker te maken en de veiligheid te verbeteren.

32

Resultaten Bent u het eens of oneens met de volgende uitspraken?

Aantal reacties (N)

(Helemaal) mee eens

Neutraal

(Helemaal) mee oneens

Ik heb een auto nodig om bij mijn dagelijkse bestemmingen te komen.

1027

52%

21%

27%

Met mijn fiets kan ik alle bestemmingen bereiken die ik dagelijks nodig heb.

999

42%

15%

42%

Ik heb totaal geen last van landbouwverkeer waarmee ik de weg moet delen.

1040

41%

25%

34%

Ik heb totaal geen last van motorvoertuigen waarmee ik de weg moet delen.

1049

39%

27%

33%

Ik heb totaal geen last van motorvoertuigen die veel lawaai maken.

1051

26%

19%

55%

Er is in de gemeente voldoende aandacht voor het mobiel houden van ouderen/mensen met een fysieke beperking.

725

15%

37%

48%

Er zijn genoeg laadpalen beschikbaar.

569

20%

33%

48%

Er is voldoende parkeergelegenheid bij mijn woning.

1036

49%

15%

36%

Ik vind het belangrijk dat mobiliteit duurzamer wordt de komende jaren, met minder CO2 uitstoot.

1003

50%

31%

19%

Ik zou best zonder eigen auto kunnen als er deelautos ter beschikking zijn.

954

15%

13%

73%

Ruim zeven op de tien (73%) deelnemers niet zonder eigen auto kunnen, ook als er deelauto’s ter beschikking zijn. De helft van de deelnemers vindt dat je een auto nodig hebt om bij dagelijkse bestemmingen te komen (52%), dat er voldoende parkeergelegenheid bij diens woning is (49%) en/of vindt het belangrijk dat mobiliteit de komende jaren duurzamer wordt (50%). Ook (ruim) de helft van de deelnemers vindt dat er niet genoeg aandacht is voor het mobiel houden van ouderen/mensen met een fysieke beperking (48%), vindt niet dat er voldoende laadpalen beschikbaar zijn (48%) en/of geeft aan last te hebben van voertuigen die veel lawaai maken (55%). • •

Deelnemers onder de 65 jaar vinden vaker dat je een auto nodig hebt om op dagelijkse bestemmingen te komen, hebben minder last van landbouwverkeer en motorvoertuigen waarmee zij de weg moeten delen en hebben minder last van lawaai van motorvoertuigen dan deelnemers van 65 jaar en ouder. Deelnemers van 65 jaar en ouder vinden vaker dat je met de fiets alle bestemmingen kan bereiken die dagelijks nodig zijn en vinden het belangrijker dat mobiliteit in de komende jaren duurzamer wordt dan deelnemers onder de 65 jaar.

Let op: ‘Weet ik niet / geen mening’ is niet meegenomen in deze tabel

33

Resultaten Wat is voor u het belangrijkste aandachtspunt op het gebied van mobiliteit in Krimpenerwaard? (n=1053)

Verkeersveiligheid

60%

Overlast (geluid, milieu, onverantwoordelijke verkeersdeelnemers)

46%

Parkeergelegenheden

Voorzieningen voor fietsers en voetgangers

36%

Het busvervoer (OV)

34%

Verduurzamen (zoals meer laadpalen)

13%

De veerpont

8%

Anders

Weet ik niet

1 2 3

38%

•

Verkeersveiligheid

Overlast Parkeergelegenheden

Deelnemers van 65 jaar en ouder vinden overlast vaker het belangrijkste aandachtspunt op het gebied van mobiliteit in Krimpenerwaard dan deelnemers jonger dan 65 jaar.

7%

2%

34

Krimpenerwaard

Research 2Evolve Postadres

Postbus 918 1200 AX Hilversum

Bezoekadres

Tesselschadelaan 15A 1217 LG Hilversum

Telefoon

035 623 27 89

E-mail

info@research2evolve.nl

Website

www.research2evolve.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=eb99de32-26f9-458a-90f1-ec1d75a3c916