1.239 RIB Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2027
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Gevolgen septembercirculaire 2017Intern VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
Gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
2 december 2025 Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2027
Beste heer, mevrouw, Met deze brief laten wij u weten wat het advies is van de werkgroep financiële kaderstelling. Het advies gaat over het financieel kader voor de begrotingen van 2027 van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands Midden.. Hoe werkt het financieel kader gemeenschappelijke regelingen (FKGR)? Sinds 2010 gebruiken de gemeenten in de regio Hollands-Midden de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen”. Dit is een hulpmiddel waarmee zij samen duidelijke afspraken maken. Het gaat om afspraken voor alle regelingen waarin zij meedoen, over de jaarlijkse prijsstijging (indexering) en over een mogelijke algemene besparing in de begrotingen.. Om dit proces in goede banen te leiden is afgesproken dat een bestuurlijke werkgroep met portefeuillehouders financiën jaarlijks in overleg met de gemeenschappelijke regelingen het financieel kader adviseren. De werkgroep FKGR bestaat uit acht leden. Gebruikelijk is dat de voorzitter van de bestuurlijke werkgroep FKGR voor 1 november de gemeenschappelijk regelingen informeert over de indexering voor de eerstvolgende begroting. Het advies voor het financieel kader 2027 treft u in bijgaande brief aan de gemeenschappelijke regelingen aan.
Wat zijn de belangrijkste adviezen voor het financieel kader voor 2026? De belangrijkste adviezen voor het financieel kader 2026 zijn: • Een indexering gebaseerd op de indices van CPB voor 2026 van 4,53% voor beloning werknemers en 2,6% voor netto materieel. (In deze percentages is een correctie verwerkt voor 2025 en 2026) • Breng de stijging van de lasten door volumegroei afzonderlijk in beeld in de kadernota en begroting en leg dit afzonderlijk voor besluitvorming voor. Besluit college Op verzoek van de werkgroep FKGR hebben wij het advies besproken. We hebben besloten dit advies te volgen bij het beoordelen van de kadernota’s en begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen voor 2027. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Bijlage 1. Brief aan besturen van de gemeenschappelijke regeling over het financieel kader 2027 van de werkgroep FKGR. 2. Brief aan de colleges van B&W in Hollands Midden van de werkgroep FKGR.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
Ir. J. Beenakker
pag. 2/2
Bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands Midden
Aan de colleges van B&W in de regio Hollands Midden
Datum
31 oktober 2025
Ons kenmerk Onderwerp
Contactpersoon Doorkiesnummer
Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2027.
Geacht college, Met deze brief informeer ik u over het advies van de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling over het financieel kader voor de begrotingen van 2027 van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands Midden. Hoe werkt het financieel kader gemeenschappelijke regelingen (FKGR)? Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om, voor alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over de jaarlijkse indexering en een eventuele algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. Om dit proces in goede banen te leiden is afgesproken dat een bestuurlijke werkgroep met portefeuillehouders financiën jaarlijks in overleg met de gemeenschappelijke regelingen het financieel kader adviseren. De werkgroep bestaat uit acht leden. Gebruikelijk is dat de voorzitter van de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling de gemeenschappelijke regelingen voor 1 november informeert over de indexering voor de eerstvolgende begroting. Het advies voor het financieel kader 2027 treft u in bijgaande brief aan de gemeenschappelijke regelingen aan. Kortheidshalve verwijs ik naar deze brief. Wat zijn de belangrijkste adviezen voor het financieel kader voor 2027? 1.1.
De geadviseerde indexatie voor 2027 bedraagt: Personele lasten 4,53% Materiële lasten 2,6% Op 30 oktober 2025 is de bestuurlijke werkgroep FKGR bijeen geweest. Daarbij is de indexering voor 2027 zoals deze in 2020 is opgezet en is vastgesteld door de bestuurlijke werkgroep FKGR bepaald. De systematiek betreft een waardevaste indexering. Hierbij wordt de indexering voor 2026 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2025 t/m 2026
Datum
31 oktober 2024
Kenmerk
Z/24/3752082
Pagina
2/3
zoals deze worden aangegeven in de laatst bekende septembercirculaire; de septembercirculaire 2025. In bijlage I van de brief aan de gemeenschappelijke regelingen is te zien, dat de systematiek, zonder de koppeling met het Bbp, leidt tot correcties op zowel de indexering van personele lasten als de indexering van materiële lasten. De indexering van personele lasten wordt gecorrigeerd met +0,6% (tot 6,3%). De indexering van materiële lasten wordt gecorrigeerd met +0,4% (tot 2,6%). Met deze percentages komt het gewogen gemiddelde (lonen 75% en prijzen 25%) uit op 5,38%. Correctie op indexering personele lasten 2027. In de kaderbrief voor 2026 is aangegeven dat wanneer de indexen meer dan 2% afwijken van de prijsontwikkeling van het Bbp, er een maximaal verschil van 2% met de prijs Bbp wordt toegepast. De verwachte loonontwikkeling van het CPB is voor 2027 hoger dan de gecorrigeerde stijging van het Bbp, die tevens de index vormt voor het gemeentefonds. Daarom corrigeren we voor 2027 de loonindex. Bij de index voor materiële kosten is dat niet nodig. De correctie voor lonen wordt hieronder toegelicht. De verwachte loonontwikkeling volgens het CPB voor 2027 bedraagt 5,7%. (Inclusief de nacalculatie voor 2025 en 2026, totaal 6,3%) Dit percentage wijkt sterk af van de ontwikkeling prijs Bbp. De groei van het Bbp bedraagt 2,53%.
Een verschil met prijs Bbp van (2,53% - 6,3%) van 3,77%. Dat is een verschil van meer dan 2%. De oorzaak van het verschil ligt dus in de relatief hoge verwachting van het CPB voor de loonontwikkeling sector overheid in 2027 van 5,7%. Deze ontwikkeling wijkt sterk af van het prijs Bbp. Om die reden passen wij een correctie toe op de indexering van de lonen voor 2027. Wij gaan daarbij nu uit van prijs Bbp van 2,53% met een maximum opslag van 2%. Dat is het maximale verschil tussen prijs Bbp en de raming loonontwikkeling sector overheid. De indexering voor de lonen voor 2027 komt daarmee uit op 4,53%. Na deze correctie worden de indexen: Voor lonen: 2,53% + 2% = 4,53% Voor materiële lasten: 2,6% Gemeenten zullen voor deze 2% aanvullende dekking moeten vinden. Terwijl de gemeenschappelijk regeling moet rekenen met een lagere indexering van 1,77% voor loonontwikkeling dan door het CPB geraamd. Nacalculatie. Met deze indexen voor lonen en materiële kosten, is de verwachting dat GR’en in staat moeten zijn om een reële begroting te maken, zoals ook de provinciaal toezichthouders vragen. Mochten de werkelijke loon- en prijsstijging toch afwijken op basis van toekomstige indexcijfers, dan wordt dit via een dakpansystematiek van nacalculatie in latere begrotingen naar beneden of naar boven bijgesteld.
Datum
31 oktober 2024
Kenmerk
Z/24/3752082
Pagina
3/3
1.2. Compensatie volumeontwikkeling afzonderlijk in beeld brengen. Aan de gemeenschappelijke regelingen is verzocht de stijging van de kosten door volumeontwikkeling afzonderlijk in beeld te brengen.
Ik verzoek u dit advies te agenderen in uw college en dit kaderstellend te betrekken in de besprekingen met de gemeenschappelijke regelingen over de begroting 2027. Een afschrift van de brief zend ik over twee weken ter informatie aan de griffiers van de gemeenteraden. Met vriendelijke groet, Namens de bestuurlijke werkgroep financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen
Kees van der Zwet Voorzitter bestuurlijke werkgroep FKGR Wethouder Lisse
Bijlagen: 1. Brief aan de besturen van de gemeenschappelijke regeling over het financieel kader voor 2027