1.228 SV25-074 antw LK, Beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van sociale huurwoningen
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV25-074 Datum: 9 oktober 2025 Vraag art. 38 Indiener: Annette Kouwenberg – van Herk, Leefbaar Krimpenerwaard Onderwerp: Beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van sociale huurwoningen
Toelichting bij en doel van de vragen: De fractie van Leefbaar Krimpenerwaard maakt zich ernstig zorgen over de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van sociale huurwoningen in onze gemeente. In diverse kernen, waaronder Gouderak en Ouderkerk, staat de leefbaarheid onder druk. Steeds vaker bereiken ons signalen dat sociale huurwoningen verdwijnen, onderhoud en verduurzaming achterblijven en inwoners moeite hebben om binnen hun eigen kern een betaalbare woning te vinden. Om duidelijkheid te krijgen over het gemeentelijk beleid en de rol van woningcorporaties hierbij, stellen wij u de volgende vragen: Vragen: 1. Hoe beoordeelt het college het feit dat sociale huurwoningen, zodra de huurders vertrekken, door woningcorporaties regelmatig worden verkocht? Antwoord college: De verkoop van sociale huurwoningen heeft verschillende redenen. Het gaat vaak om versnipperd bezit: voor het beheren van de woningen is het voor woningcorporaties praktischer als hun voorraad in complexen bij elkaar zit (met een complex wordt een straat met een rij eengezinswoningen of een gebouw met appartementen bedoeld). Of wanneer hun woningen in een appartementencomplex staan met koopwoningen waar een VvE constructie is. Dan is het in de praktijk lastig voor corporaties om hun woningen te verduurzamen en kiezen de corporaties er voor om die woningen te verkopen.
2. Welke gevolgen heeft dit voor het totale aanbod aan sociale huurwoningen, aangezien er meer woningen verdwijnen dan erbij komen? Antwoord college: Voor de sociale huurwoningvoorraad is verkoop op korte termijn niet gunstig. Het is wel zo dat te koop staande sociale huurwoningen vaak betaalbare koopwoningen zijn die geschikt zijn voor starters. In het verleden hebben ook Startersleningen op dit soort woningen voorbij zien komen.
3. Hoe kijkt de portefeuillehouder aan tegen de situatie dat in gemengde woonblokken (koop en huur door elkaar) het onderhoud onder druk staat en verduurzaming vaak ondermaats blijft? Antwoord college: De verduurzaming is nog niet voor alle corporatiepanden op orde, maar via de prestatieafspraken worden de labelverbeteringen en vervanging van enkelglas wel afgedwongen. De corporaties kunnen echter niet in alle panden tegelijkertijd investeren. We monitoren deze voortgang en blijven inzetten op het naleven van de prestatieafspraken over de verduurzaming van het corporatiebezit, ook voor de gemengde woonblokken. 4. Beschikt het college over mogelijkheden om woningcorporaties te beletten sociale huurwoningen te verkopen? Antwoord college: Woningcorporaties moeten bij de verkoop van sociale huurwoningen toestemming vragen aan de Autoriteit Woningcorporaties (Aw). Het college wordt in dat
proces om advies gevraagd. Als het college negatief adviseert, wordt dat advies meegewogen door de Aw. De Aw kan vervolgens besluiten om de verkoop niet toe te staan als het niet past binnen het lokale volkshuisvestingsbeleid. Verder hebben we in de prestatieafspraken opgenomen dat corporaties ieder jaar voor 1 mei hun verkoopbeleid inzichtelijk maken en leveren een lijst aan van voor verkoop aangewezen woningen. 5. Zijn woningcorporaties niet verplicht om sociale huurwoningen bij verkoop eerst aan te bieden aan de zittende huurders, en vervolgens aan andere woningzoekenden binnen de sociale huursector? Antwoord college: Nee, dit is geen wettelijke verplichting, maar een keuze die de corporatie zelf mag maken. Onze woningcorporaties bieden overigens de woning wel eerst aan aan de zittende huurders en ingeschreven woningzoekenden. Dus mocht er een huurder als potentiële koper tussen zitten, dan heeft deze voorrang. 6. Wat gebeurt er met de opbrengst van de verkoop van sociale huurwoningen? Deze middelen behoren immers te worden geïnvesteerd in nieuwbouw, renovatie of verduurzaming van de woningvoorraad. Gebeurt dit daadwerkelijk? Antwoord college: De opbrengst wordt toegevoegd aan het vermogen en daarmee worden de doelstellingen uit de portefeuillestrategie rondom nieuwbouw, renovatie, onderhoud en verduurzaming betaalbaarder.
7. Kan het college reageren op het volgende voorbeeld: een ouder echtpaar woont bijna vijftig jaar in een goedkope sociale huurwoning en verhuist naar een gelijkvloerse seniorenwoning. Daarbij krijgen zij direct te maken met een huurverhoging van €200. Hoe is dit te verklaren en welke mogelijkheden ziet het college om dit soort situaties te voorkomen? Antwoord college: Dit kan kloppen, afhankelijk van de huurprijs van de woning en het inkomen van het echtpaar. Als een echtpaar ergens 50 jaar heeft gewoond en met een huurprijs van 150 gulden in een woning is gekomen dan hebben ze alleen de jaarlijkse huuraanpassing meegekregen, waardoor de huur anno 2025 niet meer is dan rond de 450 euro in de maand. De huurprijs van het appartement waar ze naartoe gaan verhuizen is gebaseerd op de puntenwaardering en heeft dus hogere aanvangshuur wat tegenwoordig rond de 682 of hoger ligt. Daarbij speelt wel dat het echtpaar over het algemeen overgaat maar een appartement die wat betreft energielasten veel lager ligt dan bij hun grotere eengezinswoning. Daarnaast is het mogelijk dat er ook nog (op basis van hun inkomen) sprake is van een huurtoeslag waardoor zij meer tegemoet worden gekomen in de hoogte van de huur dan in de huidige situatie. Wat eventueel mogelijk is dat er een huurgewenning wordt afgesproken waarbij de bewoners in maximaal drie jaar tijd naar de nieuwe huurprijs gaan.
Dit zou onderdeel kunnen zijn van het doorstroombeleid dat nog opgesteld wordt voor de Krimpenerwaard samen met de corporaties. 8. Kan het college een verklaring geven voor de toewijzing van sociale huurwoningen in de Gouderakse Kranepoort aan mensen uit Rotterdam? Antwoord college: in Nederland is sprake van vrijheid van vestiging. Iedereen mag zich daarom inschrijven bij Wonen in de Krimpenerwaard en reageren op woningen die op de website worden aangeboden. Dus ook mensen die op dit moment in Rotterdam wonen mogen reageren op vrijkomende woningen in Gouderak. Mozaïek Wonen vertelde ons dat ongeveer 50% van de woningen aan de Kraneport zit onder de lage aftoppingsgrens (€682,96) en het andere deel daarboven. Toevallig waren de twee vrijkomende woningen boven de aftoppingsgrens. De woningen zijn toen aangeboden met kernbinding via wonenindekrimpenerwaard.nl, waardoor inwoners uit Gouderak voorrang hebben Er is gereageerd door mensen uit Gouderak, maar zij kwamen in verband met hun inkomen niet in aanmerking. Corporaties moeten jaarlijks tenminste 95% van de huishoudens een passende woning toewijzen, als zij met hun huidige inkomen recht hebben op huurtoeslag. Mozaïek Wonen had geen ruimte om deze woningzoekenden passend toe te wijzen, omdat ze al op de 95% zitten. Daarom zijn ze uiteindelijk gegaan naar mensen van buiten de kern, die qua inkomen wel voldoen aan de eisen.
9. Ziet het college mogelijkheden om inwoners uit de eigen kern, en vervolgens uit de rest van de Krimpenerwaard, voorrang te geven bij de toewijzing van sociale huurwoningen? Antwoord college: Dit gebeurt al, in de Huisvestingsverordening 2025 is opgenomen dat corporaties 40% van de vrijgekomen sociale huurwoningen met voorrang mogen toewijzen aan woningzoekenden uit de desbetreffende kern. Hier wordt ook gebruik van gemaakt.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker