1.22 SV24-052 antw PK, Locatie Westeinde 11, Berkenwoude
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV24-052 Datum: 25 november 2024 Vraag art. 38 Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: Locatie Westeinde 11, Berkenwoude Toelichting en doel van de vragen: De gemeente heeft op 14-11-2024 een besluit genomen op de uitgebreide aanvraag omgevingsvergunning met zaaknummer 19311114627 voor het aanpassen van een sleufsilo en het wijzigen van het aantal te houden dieren op locatie Westeinde 11, 2825 AJ Berkenwoude. De vergunning is verleend. Vraag: 1. Wat houdt de aanvraag van de omgevingsvergunning in? Antwoord college: De aanvraag betreft het wijzigen van een bestaande sleufsilo (verhogen wanden naar 2.25m) en het wijzigen (vergroten) van het veebestand. De overige / bestaande milieusituatie is ongewijzigd: 2. Is de mogelijke uitbreiding van dieren in overeenstemming met de stikstofvoorschriften, waarvan de uitstoot slecht is voor het milieu? Antwoord college: Ja: Bij de aanvraag is d.m.v. Aerius-berekeningen aangetoond dat de beoogde situatie aan de Westeinde 11 te Berkenwoude door beëindiging van de activiteiten op een andere locatie (door gebruik te maken van extern salderen) geen toename van stikstofdepositie veroorzaakt op daarvoor gevoelige Natura 2000-gebieden 3.
Is de gemeenteraad de bevoegde instantie om het besluit te nemen, gezien ook de gevolgen voor het milieu? Antwoord college: Nee: Op grond van de Omgevingswet is het college bevoegd gezag om voor de activiteit “Handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden” (artikel 2.1, eerste lid onder i van de Wabo) een omgevingsvergunning te verlenen. Gelet op de bepalingen in het Besluit omgevingsrecht (artikel 6.10a lid 1) en de Wet natuurbescherming (artikel 1.3) is de provincie het aangewezen bestuursorgaan om een verklaring van geen bedenkingen te geven (artikel 2.27 lid 1 van de Wabo). Op 12 april 2024 is de benodigde verklaring afgegeven door de Omgevingsdienst Haaglanden, namens Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland
4. Kan het college toelichten waarom in het Loetbos de bramenstruiken en brandnetels zo enorm zijn toegenomen? Antwoord college: Stikstof komt vrij door verschillende bronnen, zoals landbouw, verkeer en industrie, en leidt tot een verrijking van de bodem. Dit zorgt ervoor dat soorten zoals brandnetels en sommige bramensoorten goed gedijen. Loetbos Voor beantwoording van deze vraag - toegespitst op de situatie in het Loetbos - is contact opgenomen met de beheerder van het Loetbos. Staatsbosbeheer geeft als reactie op deze vraag het volgende aan. Dat de bramen de laatste 15 jaar enorm zijn toegenomen is een gegeven waar niemand omheen kan. De brandnetel is echter niet explosief toegenomen, deze is goed beheersbaar en ook een zeer nuttige plant. Een toename van de braamstruiken kan worden veroorzaakt door: 1. Verandering van klimaat, extreem natte en droge periodes. De braam heeft hier geen problemen mee. Veel andere kruiden groeien minder en worden nu verdrukt door de braam. 2. Per hectare komt er ongeveer 20 kilo stikstof uit de lucht op de plant neer, waar de braam extra groeikracht van krijgt. 3. De Elzenbomen zijn bijzonder geschikt om te groeien op drassige veengrond, deze boomsoort geeft wel een extra stikstofgift aan de grond af. Het is dus een optelsom van diversen factoren die de braam extra kan versterken in zijn groei.
NB Een eventuele toename van braamstruiken (en brandnetels) is niet direct aan individuele bedrijven toe te schrijven.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker