CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.22 Bijlage - RIB Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie 2021-2027 - Aanvraag 2022.pdf

Raadsvergadering 13 september 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college5.516 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Indieningsformat Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie 2021-2027 Dit format wordt gebruikt om een rijksbijdrage aan te vragen voor de Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 16 oktober 2020, nr. IENW/BSK-2020/195119, houdende vaststelling van een tijdelijke regeling voor versnelling van maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie 20212027 (Tijdelijke impulsregeling klimaatadaptatie 2021–2027). De ingevulde en ondertekende aanvraag kunt u sturen naar ImpulsregelingKA@rws.nl

1. Totstandkoming 1.1 Ten behoeve van welke werkregio wordt dit voorstel ingediend? Werkregio Midden Holland

1.2 Welke partij fungeert als kassier en aanvrager en ontvangt daarmee de beschikking vanuit het Rijk (NB dit moet een gemeente of provincie uit de werkregio zijn)? Gemeente/Provincie: gemeente Krimpenerwaard Postadres: Postbus 51, 2820 AB Stolwijk Bankrekeningnummer: NL75BNGH028.51.64.260 Contactpersoon bij de kassier (indien anders dan 1.3):

1.3 Wat zijn de contactgegevens van de contactpersoon? Naam contactpersoon: E-mailadres: B.ros@kr Telefoonnummer: 06 2006 7573 Organisatie: gemeente Krimpenerwaard

1.4 Wat is de adaptatie opgave? Welke prioriteiten kwamen naar voren uit de stresstesten en risicodialogen? Welke aanpak en maatregelen zijn prioritair in de uitvoeringsagenda? Werkregio Midden-Holland kenmerkt zich als poldergebied, variërend van boven zeeniveau (de Gouwe) tot diep onder zeeniveau (Zuidplaspolder). Door de slappe (veen)bodem is er van oudsher veel bodemdaling, wat de regio extra kwetsbaar maakt voor klimaatverandering. De toenemende droogteproblematiek versterkt de bodemdaling; door een lage grondwaterstand in de zomer wordt veenoxidatie versneld. Daarnaast daalt de draagkracht van de bodem bij een lage grondwaterstand, waardoor infrastructuur en gebouwen verzakken. De kernen binnen de regio zijn gevoelig voor wateroverlast door de aanwezigheid van veel verharding en de beperkte drooglegging; meer piekbuien zullen dit risico verhogen. Door klimaatverandering is er bovendien sprake van toenemende verzilting door zoute kwel en inlaat van te zout water. De stijgende zeespiegel en dalende bodem versterken ook het risico op dijkdoorbraken (waterveiligheid). bodemdaling

droogte

Verzilting & waterveiligheid

wateroverlast

De zeven gemeenten hebben elk, samen met ketenpartners zoals waterschappen, de veiligheidsregio en GGD, de stresstesten uitgevoerd en risicodialogen doorlopen. Vooral laaggelegen (bodemdaling), vaak vooroorlogse wijken (niet onderheid) met veel verharding, zijn zeer gevoelig voor wateroverlast, droogte en hittestress. De prioritaire knelpunten uit de stresstesten zijn als volgt: wateroverlast  bereikbaarheid voor hulpdiensten wordt beperkt door wateroverlast op straat;  bewoners ervaren water in woningen. droogte  funderingsschade door droogvallende houten funderingen en paalrot;  verzakking op staal gefundeerde panden;  tekort aan water in droge perioden;  instabiele veendijken en verzilting sierteeltgebied door minder aanvoer van hemelwater in buitengebied;  schade aan openbaar groen, natuurgebieden en gewassen;  extra bodemdaling door oxidatie veen. Voor het beperken van de knelpunten in onze regio hebben wij een maatregelenprogramma opgesteld. De volgende maatregelen zijn prioritair in de uitvoeringsagenda’s:  klimaatadaptieve maatregelen toevoegen aan al geplande wijkreconstructies;  klimaatadaptieve maatregelen opnemen in het GRP en onderhoudsplan leefomgeving;  tegengaan van verdroging om paalrot te voorkomen en bodemdaling te remmen door o.a.

infiltreren van water en actief grondwaterbeheer;  afkoppelen om het riool te ontlasten en infiltratie te bevorderen;  klimaatbestendige en waterrobuuste openbare ruimte door ontstenen en aanleg van groenblauwe structuren en wadi’s voor het vasthouden en infiltreren van water en voorkomen wateroverlast;

verminderen bodemdaling bij grootonderhoud en herinrichting door gebruik van licht ophoogmateriaal.

1.5 Er zijn enkele randvoorwaarden om in aanmerking te kunnen komen voor een bijdrage uit de impulsregeling klimaatadaptatie. Hieronder kunt u aangeven of deze aanvraag aan de voorwaarden voldoet. Indien één of meerdere vragen met “Nee” beantwoord is, voldoet de aanvraag niet aan de voorwaarden en wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Voorwaarden

1.

2.

3.

4.

5. 6.

7. 8.

Alle voorgestelde maatregelen zijn gebaseerd op stresstesten en risicodialogen en terug te vinden in de klimaatadaptatie uitvoeringsagenda’s van de betrokken overheden. De rijksbijdrage is nodig om adaptatiemaatregelen te versnellen. Versnellen kan gedaan worden door maatregelen in de tijd naar voren te halen, al geplande maatregelen uit te breiden om daarmee het effect te vergroten of nieuwe maatregelen op te pakken die wegens gebrek aan middelen tot het moment van aanvragen niet geprogrammeerd konden worden. De kosten voor de opgevoerde maatregelen betreffen alleen kosten voor de realisatiefase (niet voor de voorbereidings- of onderzoeksfase). De rijksbijdrage betreft alleen de (extra) kosten voor klimaatadaptatie maatregelen ter bestrijding van wateroverlast, droogte of gevolgenbeperking overstromingen. Bij bijvoorbeeld herstructurering van openbare ruimte, waarbij tevens klimaatadaptatie maatregelen worden getroffen, worden alleen de kosten van klimaatadaptatiemaatregelen opgenomen. Secundair mogen deze maatregelen natuurlijk bijdragen aan het oplossen van andere klimaatstressen (zoals hitte). Alle voorgestelde maatregelen zijn haalbaar en uitgevoerd voor 31 december 2027.

De aangevraagde bijdrage wordt ingezet voor klimaatadaptatie maatregelen, het wordt niet ingezet voor regulier of achterstallig onderhoud (klimaatadaptatiemaatregelen kunnen uiteraard wel mee gekoppeld worden met onderhoudsprojecten). Er wordt minimaal twee derde cofinanciering ingezet door de werkregio. De cofinanciering bestaat niet uit andere rijksmiddelen (bijvoorbeeld Deltaprogramma Zoetwater of Deltaprogramma Hoogwaterveiligheid).

Voldoen het maatregelenpakket en het bijbehorende investeringsvoorstel aan de beschreven voorwaarde? (doorhalen wat niet van toepassing is) Ja/Nee

Ja/Nee

Ja/Nee

Ja/Nee

Ja/Nee Ja/Nee

Ja/Nee Ja/Nee

9.

Het voorstel kan rekenen op bestuurlijk draagvlak en heeft commitment van tenminste twee bestuurslagen (gemeenten, provincie, waterschappen) 10. De voorgestelde maatregelen worden getroffen door overheden vanuit hun waterbeheertaken in de openbare ruimte. Waterschappen mogen ook op privaat terrein maatregelen uitvoeren, zolang het de eigen waterbeheertaken betreft en het algemeen belang gediend wordt. 11. De werkregio werkt mee met kennisdeling over behaalde resultaten en opgedane ervaring (bijvoorbeeld via het kennisprogramma klimaatadaptatie of de jaarlijkse monitoring van het Deltaprogramma).

Ja/Nee

Ja/Nee

Ja/Nee

2. Maatregelenpakket en investeringsvoorstel Hieronder volgen een aantal vragen over het maatregelpakket en de financiering daarvan. 2.1 Hoeveel rijksbijdrage wordt gevraagd (tot maximaal totaal beschikbare bedrag per werkregio)? € 903.027 (incl. BTW)

2.2 Welk deel van de kosten van de klimaatadaptatie maatregelen betreft compensabele BTW? Het Ministerie van IenW keert een nettobedrag uit aan de aanvrager en stort de BTW (procentueel overeenkomend met het BTW aandeel van kosten van de maatregelen) in het BTW compensatiefonds. Daar kunnen provincies en gemeenten de compensabele BTW terug vragen. Zie bijlage 3 voor een extra toelichting op de BTW. Het totale bedrag aan BTW is € 476.357. De BTW over de Rijksbijdrage is € 156.724

In Bijlage 1 dient u de projecten waar de klimaatmaatregelen genomen worden toe te lichten. De tabel in Bijlage 2 dient een overzicht te geven van het totale pakket aan maatregelen. Geef in de tabel aan welke type uitvoeringsmaatregelen (zie bijlage 4 voor voorbeelden) er worden voorgesteld en wanneer deze zijn afgerond. Hoe is de financiering van het maatregelenpakket opgebouwd? Welke organisatie draagt hoe veel bij aan het maatregelenpakket? 2.3 Hoe heeft u beoordeeld dat deze maatregelen kosten-effectiever zijn dan andere te kiezen maatregelen om de klimaatstress te verminderen? De gemeenten hebben zorgvuldig de meest kosteneffectieve maatregelen afgewogen op basis van expert judgment door de volgende aspecten mee te nemen: 1. Kan een maatregel worden gekoppeld binnen een al gepland project? Een voorbeeld is het ontstenen in een straat waar de bestrating al verwijderd wordt voor herstelwerkzaamheden van het riool of voor ophogingswerkzaamheden. Zo wordt werk met werk gemaakt. De voorkeur ligt dan ook bij dergelijke koppelkansen. Het is financieel gezien het aantrekkelijkst om de maatregel mee te koppelen. Het zou anders 30 jaar kunnen duren voordat een maatregel weer opgepakt meegekoppeld kan worden. Het oppakken van de maatregel als los project resulteert in hogere kosten en extra overlast wat betreft werkzaamheden.

2.

3.

De maatregelen zijn geselecteerd op basis van de beschikbare ruimte en functie. Zo is de aanleg van een wadi binnen openbaar groen een kosten-effectievere maatregel om water te bergen dan de aanleg van een ondergrondse berging. Dat laatste vraagt om extra materiaal in de ondergrond terwijl een wadi, gezien de functie van het gebied, óók voldoet. Verder zijn de maatregelen gekozen die meerdere doelen dienen: Een maatregel die helpt voor het remmen van bodemdaling, droogte, wateroverlast, hittestress én biodiversiteit is op de langere termijn kosten-effectiever dan een maatregel die alleen helpt bij het verminderen van wateroverlast. Ontstenen is een goed voorbeeld: dit draagt bij aan de sponswerking, vergroening van de wijk, vermindert het risico op wateroverlast, zorgt ervoor dat meervoudig ruimtegebruik mogelijk is én biedt een voorbeeldfunctie voor inwoners uit de wijk.

2.4 Welke versnelling of extra adaptatiemaatregelen kunnen ten opzichte van de uitvoeringsagenda ontplooid worden door deze regeling? Probeer dit zo veel mogelijk te kwantificeren. Binnen de werkregio Midden Holland zijn veel projecten gepland voor de komende jaren. Dankzij de impulsregeling kunnen veel projecten uitgebreid worden met klimaatadaptieve maatregelen. Zo kan gemeente Bodegraven Reeuwijk 1.665 m2, gemeente Gouda 18.019 m2 en gemeente Krimpenerwaard 7.014 m2 ontstenen en vergroenen. Hierdoor stroomt minder water af en kan meer water in de bodem vastgehouden worden. Gemeente Gouda kan dankzij de impulsregeling bovendien waterbergingen aanleggen in de vorm van wadi’s en infiltratiekratten, dit wordt meegekoppeld met ophogingsprojecten van straten met een totale oppervlakte van 28.500 m2. Daarnaast legt deze gemeente circa 200 geveltuinen aan op publiek terrein, overeenkomend met 480 m2 groen waarin water vastgehouden kan worden. Gemeente Bodegraven-Reeuwijk kan 350 m DIT-riool aanleggen en op 4.200 m2 wateroverlast voorkomen door de afvoercapaciteit van de riolering bovennormatief te vergroten op een locatie waarin ernstige wateroverlast (>30 cm) is berekend in de stresstesten. De gemeente Capelle aan den IJssel kan door de subsidie versneld twee grote parkeerterreinen (samen 9.200 m2) groen inrichten en waterdoorlatend maken.

Daarnaast wordt op beide locaties een aanvullende wadi voorzien (samen circa 4.500 m2).

3. Uitvoering 3.1 Hoe wordt door de werkregio gestuurd over de uitvoering van de maatregelen in dit pakket en eventuele wijzigingen? Hoe wordt binnen de werkregio besloten over eventuele veranderingen binnen het maatregelenpakket? Regio Midden Holland werkt al een aantal jaar samen via de ambtelijke werkgroep Ruimtelijke Adaptatie en het bestuurlijk overleg Ruimtelijk Adaptatie, die regelmatig, en minimaal eens per jaar, samenkomen. Hier zijn de gemeenten, waterschappen, provincie, omgevingsdienst, veiligheidsregio en GGD bij aangesloten. Gemeente Krimpenerwaard heeft de kassiersfunctie op zich genomen. De partijen hebben gezamenlijk een maatregelprogramma vastgesteld dat de inhoudelijke basis geeft voor de subsidieaanvraag. Gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid ieder jaar op basis van dit totale maatregelenprogramma een prioritering te maken en daarmee input te geven voor de subsidieaanvraag. Deze prioritering is volgens de regionale kleuring die gezamenlijk is vastgesteld. Ook wordt ieder jaar het totale maatregelenprogramma geactualiseerd. Gemeenten staan aan de lat voor de uitvoering van de maatregelen. Dit sluit aan bij de methodiek die we vanaf het begin hebben toegepast: pragmatisch en met oog voor de burger.

Uiteraard betekent dit niet dat gemeenten alles alleen doen en zullen we de samenwerking met de waterschappen en provincie voortzetten, bilateraal en via de werkgroep.

De werkgroep zal ondersteuning blijven bieden bij het verzamelen en indienen van subsidieaanvragen (via de kassier), via een jaarlijkse uitvraag aan de gemeenten, en een check op de landelijke criteria en regionale kleuring. Beslissingen over veranderingen in het maatregelpakket worden besproken in de werkgroep. Ook zal de werkgroep sturen op de jaarlijkse voortgangsrapportages en benodigde financiële verantwoording. Ook buiten de impulsregeling om zijn we hard aan het werk om Midden Holland klimaatadaptief te maken. De afgelopen jaren hebben we dat reeds gedaan door met elkaar thema’s uit te diepen, zoals klimaatadaptief bouwen. Ook hebben we inzichten uit de stresstesten en risicodialogen met elkaar gedeeld. De werkgroep zal doorgaan met het delen van kennis en praktijkervaring met de uitvoering van maatregelen. Dit maakt dat de werkgroep een concrete toegevoegde waarde heeft. Zo hebben we afgelopen april een projectbezoek gedaan naar Westergouwe en staan voor komend jaar verschillende praktijkexcursies gepland om van elkaar te leren.

3.2 Indien relevant, hoe en waarover vindt afstemming met beheerders van het Rijk (Zoals RWS, ProRail, Staatsbosbeheer, Defensie, Rijksgebouwendienst) en/of over andere wel of niet vitaal en kwetsbare netwerken plaats? In de ambtelijke werkgroep Ruimtelijke Adaptatie zijn niet alleen de gemeenten, waterschappen en provincie Zuid-Holland aangesloten, maar ook de omgevingsdienst, de veiligheidsregio en GGD Midden Holland. De werkgroep overlegt meerdere malen per jaar. Met hen hebben we afstemming over vitaal en kwetsbare netwerken en objecten. Zo wordt samen gewerkt aan het beperken van de effecten van overstromingen. Verder is er ook afstemming met het Rijk als het gaat om primaire waterkeringen, buitendijkse gebieden, spoorwegen of Rijkswegen (A12/A20).

4. Ondertekening Bestuurlijke ondertekening door ten minste 50% van de partijen binnen de werkregio die deze aanvraag indient. Indien de provincie of waterschap niet binnen de werkregio voorkomen dient formele steunbetuiging georganiseerd te worden door een ‘Letter of Support’. De provincie of waterschap spreekt daarmee goedkeuring uit over dit voorstel maar hoeft daar geen actief onderdeel van te zijn. Organisatie Gemeente BodegravenReeuwijk Gemeente Capelle aan den IJssel Gemeente Gouda Gemeente Krimpen aan den IJssel Gemeente Krimpenerwaard Gemeente Waddinxveen Gemeente Zuidplas Hoogheemraadschap Schieland Krimpenerwaard Hoogheemraadschap van Rijnland

Naam en functie ondertekenaar

Datum

Handtekening

Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Provincie Zuid-Holland

Bijlage 1 Omschrijving projecten

B1. Geef een omschrijving van het project. Geef daarbij specifiek aan welk deel van het project klimaatmaatregelen betreffen. Capelle aan den IJssel, Valeriusrondeel (maatregel 1 uit tabel Bijlage 2): Valeriusrondeel ligt in het westelijke gedeelte van Capelle aan den IJssel en bevat meerdere parkeerplaatsen op publiek terrein. De gemeente wil circa 8.000 m2 aan parkeerplaatsen groen en waterdoorlatend inrichten. Daarnaast wordt op deze locatie in totaal circa 3.500 m2 aan wadi voorzien. Beide maatregelen helpen om wateroverlast tegen te gaan en helpen bij het infiltreren van water in de bodem. Daarnaast helpen de maatregelen om bodemdaling tegen te gaan. De gemeente werkt voor de maatregel samen met het waterschap. De maatregelen zijn voorzien op publiek terrein en worden uitgevoerd in 2026. De subsidie versnelt de aanleg met zeker 1 jaar en maakt het mogelijk om meer wadi’s aan te leggen.

Capelle aan den IJssel, toepassen van groene parkeervakken (maatregel 2 uit tabel Bijlage 2): Waldhorn ligt in een woonwijk nabij het station Capelle Schollevaar. De wijk is behoorlijk versteend en bevat meerdere parkeerplaatsen op publiek terrein. De gemeente wil circa 1.200 m2 aan parkeerplaatsen groen en waterdoorlatend inrichten. Daarnaast wordt op deze locatie in totaal circa 1.000 m2 aan wadi voorzien. Beide maatregelen helpen om wateroverlast tegen te gaan en helpen bij het infiltreren van water in de bodem. Daarnaast helpen de maatregelen om bodemdaling tegen te gaan. De gemeente werkt voor de maatregel samen met het waterschap. De maatregelen zijn voorzien op publiek terrein en worden uiterlijk uitgevoerd in 2027 (oplevering vóór 1 januari 2028). De subsidie versnelt de aanleg met zeker 1 jaar en maakt het mogelijk om meer wadi’s aan te leggen.

Krimpenerwaard - ontstenen J.G. Staringhlaan (maatregel 3 uit tabel Bijlage 2) Het projectgebied J.G. Staringhlaan e.o. te Gouderak wordt gereconstrueerd. Daarbij wordt riool vervangen en worden verzakte wegen opgehoogd. Binnen de revitalisatie van de wijk zijn er kansen om klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Zo wordt er een DT-stelsel aangelegd waarmee verdroging van de bodem wordt tegengegaan en bodemdaling wordt beperkt. Door de rijksbijdrage kunnen de al geplande klimaatadaptatiemaatregelen worden uitgebreid om zo een groter effect te bereiken. Door het ontstenen van verhard oppervlak (ca. 2390 m2) en het aanbrengen van vergroening kan overvloedig water beter vastgehouden en benut worden. Ook wordt hierdoor zowel het rioolsysteem als het oppervlaktewatersysteem minder belast. Bovendien zorgt infiltratie voor de aanvulling van grondwater zodat uitdroging van bodem wordt voorkomen en zorgt meer groen voor verkoeling. Bovendien zijn kunststof grastegels lichter dan stenen; deze gewichtsbesparing vermindert de zettingssnelheid en vermindert dus bodemdaling. Daarnaast hebben de grastegels een voorbeeldfunctie naar bewoners en is meervoudig ruimtegebruik mogelijk. Dit betekent dat met de grastegels aan meerdere doelen invulling wordt gegeven. Grastegels zijn daarom beoordeeld als de meest kosteneffectieve maatregel. Zonder subsidie kan deze maatregel niet worden uitgevoerd.

Dit sluit aan op de stresstesten van gemeente Krimpenerwaard (https://www.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=0d1258bd9a4040e284b4c9633ed246bf )

Krimpenerwaard - ontstenen Poolcirkel (maatregel 4 uit tabel Bijlage 2) Het projectgebied Poolcirkel e.o. te Krimpen aan de Lek wordt gereconstrueerd. Daarbij wordt riool vervangen en worden verzakte wegen opgehoogd. Binnen de revitalisatie van de wijk zijn er kansen om klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Zo wordt er een DT-stelsel aangelegd waarmee verdroging van de bodem wordt tegengegaan en bodemdaling wordt beperkt. Door de rijksbijdrage kunnen de klimaatadaptatiemaatregelen worden uitgebreid om zo een groter effect te bereiken. Door het ontstenen van verhard oppervlak (ca 2.040 m2) en het aanbrengen van vergroening kan overvloedig water beter vastgehouden en benut worden. Ook wordt hierdoor zowel het rioolsysteem als het oppervlaktewatersysteem minder belast. Bovendien zorgt infiltratie voor de aanvulling van grondwater zodat uitdroging van bodem wordt voorkomen en zorgt meer groen voor verkoeling. Bovendien zijn kunststof grastegels lichter dan stenen; deze gewichtsbesparing vermindert de zettingssnelheid en vermindert dus bodemdaling. Daarnaast hebben de grastegels een voorbeeldfunctie naar bewoners en is meervoudig ruimtegebruik mogelijk. Dit betekent dat met de grastegels aan meerdere doelen invulling wordt gegeven. Grastegels zijn daarom beoordeeld als de meest kosteneffectieve maatregel. Zonder subsidie kan deze maatregel niet worden uitgevoerd.

Dit sluit aan op de stresstesten van gemeente Krimpenerwaard (https://www.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=0d1258bd9a4040e284b4c9633ed246bf )

Krimpenerwaard - ontstenen Asserlaan (maatregel 5 uit tabel Bijlage 2) Het projectgebied Asserlaan e.o. te Schoonhoven wordt gereconstrueerd. Daarbij wordt riool vervangen en worden verzakte wegen opgehoogd. Binnen de revitalisatie van de wijk zijn er kansen om klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Zo wordt er een DT-stelsel aangelegd waarmee verdroging van de bodem wordt tegengegaan en bodemdaling wordt beperkt. Door de rijksbijdrage kunnen de klimaatadaptatiemaatregelen worden uitgebreid om zo een groter effect te bereiken. Door het ontstenen van verhard oppervlak (ca. 2.584 m2) en het aanbrengen van vergroening kan overvloedig water beter vastgehouden en benut worden. Ook wordt hierdoor zowel het rioolsysteem als het oppervlaktewatersysteem minder belast. Bovendien zorgt infiltratie voor de aanvulling van grondwater zodat uitdroging van bodem wordt voorkomen en zorgt meer groen voor verkoeling. Bovendien zijn kunststof grastegels lichter dan stenen; deze gewichtsbesparing vermindert de zettingssnelheid en vermindert dus bodemdaling. Daarnaast hebben de grastegels een voorbeeldfunctie naar bewoners en is meervoudig ruimtegebruik mogelijk. Dit betekent dat met de grastegels aan meerdere doelen invulling wordt gegeven. Grastegels zijn daarom beoordeeld als de meest kosteneffectieve maatregel. Zonder subsidie kan deze maatregel niet worden uitgevoerd.

Dit sluit aan op de stresstesten van gemeente Krimpenerwaard (https://www.arcgis.com/apps/MapSeries/index.html?appid=0d1258bd9a4040e284b4c9633ed246bf )

Gouda - vergroeningsprojecten (maatregel 6 uit tabel Bijlage 2)

In Gouda is er een Groenfonds. Met het geld uit het Groenfonds kan er meer groen komen in de Goudse Wijken met het minste groen: Binnenstad, Kadebuurt, Kort Haarlem, Korte Akkeren, Gouda Noord en Goverwelle. Deze wijken zijn ook allemaal aandachtswijken op het gebied van wateroverlast. Ook scoren veel wijk slechten op het thema hittestress omdat er weinig groen in de wijken aanwezig is. Vanuit het Groenfonds worden er 3 projecten opgestart die interessant zijn voor deze regeling: Kadenbuurt vergroening, Het Spinnenwiel Vergroening en Middenmolenplein. De prognose is dat al deze projecten worden opgepakt in 2022 en 2023. Vanuit het Groenfonds is er geld beschikbaar voor de aanleg van groen op de al aangewezen locaties. Deze locaties zijn ideaal om uit te breiden naar een klimaatadaptief pakket. Alleen het aanleggen van groen heeft weinig effect op het tegengaan van wateroverlast omdat de bodem slecht infiltreert. Door eerst grondverbetering uit te voeren en dan het groen op een bepaalde manier aan te leggen kan het water beter infiltreren. Vanuit de rijksbijdrage zal deze grondverbetering gefinancierd worden. Daarnaast wordt de rijksbijdrage ingezet om de projectgrenzen uit te breiden waardoor er meer verhard oppervlak ontsteend kan worden en meer groen aangelegd kan worden, waardoor het water beter vastgehouden en benut kan worden.

Bij de aanleg van groen zal ook gekeken worden naar het soort groen. Het gaat om 1.080 m2 vergroening plein Spinnenwiel, 4.150 m2 vergroening plein Middenmolenplein en 12.539 m2 vergroening rondom de Schouwburg. De impulsregeling is dus een grote kans op de projecten uit het Groenfonds klimaatadaptief te maken door ook water te infiltreren en vast te houden. In de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie staat het volgende opgenomen: 'project vergroenen stad: projectmatig realiseren van nieuw groen in de aandachtsgebieden uit de Structuurvisie groen'.

Gouda - Ophoogproject Wilhelmina van Pruisenlaan - Componistenlaan (maatregel 7 uit tabel Bijlage 2) In deze straten in de wijk Goverwelle wordt de openbare ruimte opgehoogd. Goverwelle is een vrij nieuwe wijk met weinig groen. Er ligt overal een (onderheid) gescheiden riool, dus op korte termijn worden er geen rioleringsprojecten uitgevoerd. Dit betekent dat er weinig meekoppelkansen verwacht worden in de toekomst. Daarom is dit ophoogproject de unieke kans om klimaatadaptatie toe te passen. Door de rijksbijdrage kan bij de herinrichting (na ophoging) de openbare ruimte klimaatadaptiever worden ingericht. Er zal extra groen worden aangelegd en er zullen waterbergende maatregelen worden uitgevoerd zoals het aanleggen van wadi's. Ook loopt er een onderzoek en om uit te zoeken wat voor mogelijkheden er zijn om infiltratiekratten of andere soorten berging aan te leggen. De straat heeft een oppervlakte van 24.500 m2. Voor de hele straat wordt gekeken of het mogelijk is om infiltratiekratten te plaatsen en de groenstroken zo aan te leggen dat het ook een waterbergende functie heeft. Er is niet veel ruimte dus infiltratiekratten en het effectief inrichten van groen zijn daar de enige mogelijkheden. Daarnaast is er veel aandacht voor participatie. Inwoners worden geïnformeerd over de mogelijkheden van vergroenen en afkoppelen als zij hun tuin ook gaan ophogen.

Deze participatie wordt niet gefinancierd vanuit de impulsregeling, maar de gemeente heeft zelf wel graag een goede voorbeeldfunctie door de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten. In de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie staat het volgende opgenomen: 'project vergroenen stad: projectmatig realiseren van nieuw groen in de aandachtsgebieden uit de Structuurvisie groen'.

Gouda - Ophoogproject Middenmolenlaan (maatregel 8 uit tabel Bijlage 2)

Deze locatie is een aandachtsgebied voor wateroverlast. Door de openbare ruimte anders in te richten kan er veel meer ruimte voor groen gecreëerd worden. In deze straat (met een oppervlakte van 4.000 m2) wordt de openbare ruimte opgehoogd. Door de rijksbijdrage kan bij de herinrichting (na ophoging) de openbare ruimte klimaatadaptiever worden ingericht. Er zal extra groen worden aangelegd en waterbergende maatregelen worden uitgevoerd zoals het aanleggen van wadi's. De Middenmolenlaan grenst aan een Groenfondsproject, het Middenmolenplein. Met het geld uit het Groenfonds kan er meer groen komen in de Goudse Wijken met het minste groen. Deze wijken zijn ook allemaal aandachtswijken op het gebied van wateroverlast. Ook scoren veel wijk slechten op het thema hittestress omdat er weinig groen in de wijken aanwezig is. Als de projecten (Middenmolenlaan en Middenmolenplein) apart van elkaar uitgevoerd worden, dan worden er veel kansen niet benut. Met de Rijksbijdrage kan het project verbreed worden waardoor het bijvoorbeeld mogelijk is dat de ingang van de parkeerplaats verplaatst wordt en er op die manier ruimte komt om het groengedeelte te verlengen en mogelijk ook te verbreden. Het is misschien zelfs mogelijk om een soort parkje aan te leggen: In de wijk wonen veel oude mensen dus het creëren van schaduwplekken is daar extra belangrijk.

Zo wordt de aanpak van wateroverlast (ophoging) gecombineerd met het vasthouden van water, vergroening, de aanpak van hittestress en het beleefbaarder maken van de wijk. In de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie staat het volgende opgenomen: 'project vergroenen stad: projectmatig realiseren van nieuw groen in de aandachtsgebieden uit de Structuurvisie groen'.

Gouda - Aanleg geveltuinen Kort Haarlem (maatregel 9 uit tabel Bijlage 2) Kort Haarlem is een aandachtsgebied op het gebied van droogte en wateroverlast en is een wijk in Gouda met zeer weinig groen en weinig tuinen. Momenteel wordt er een rioleringsproject uitgevoerd in Kort Haarlem. De impulsregeling maakt het mogelijk om dit project te verbreden en wateroverlast ook aan te pakken via andere maatregelen, namelijk de aanleg van geveltuinen op gemeentelijke gronden. Er is een onderzoek uitgevoerd en daaruit is gebleken dat er veel omliggende straten zijn die interessant zijn voor de aanleg van geveltuinen. Geveltuinen houden water vast en dragen zo bij aan de problematiek van droogte en wateroverlast. De geveltuinen worden aangelegd op openbaar terrein, op gemeentelijke stoepen, juist daar waar de inwoners zelf geen tuinen hebben. Daarmee leveren geveltuinen een belangrijke bijdrage aan vergroening, het beleefbaar maken van de wijk, en bewustwording bij bewoners. Binnen het project (buiten de subsidieregeling) is er actief gecommuniceerd over de geveltuinen. Er worden ook inwonersavonden georganiseerd zodat de inwoners geïnformeerd worden over wat voor plantjes zij het beste kunnen poten en hoe ze dit moeten onderhouden. Inwoners zijn erg enthousiast. De aanleg is al begonnen en de reacties zijn heel positief.

Wij verwachten dat inwoners buiten het project gebied extra enthousiast zijn omdat zij al kunnen zien wat het resultaat is. Als duidelijk is waar de geveltuinen aangelegd gaan worden, zal de gemeente ook nog kijken wat mogelijk is om de eventuele nieuwe groenstructuren te versterken. De schatting is dat er ongeveer 200 geveltuinen buiten het projectgebied aangelegd worden. De gemiddelde breedte is 6 meter en de diepte is 40 cm. Per adres wordt er dan 2,4 meter groen aangelegd. 2,4 x 200 = 480 m2 extra groen. Dit draagt bij aan de waterberging. De kosten per geveltuin binnen het project zijn 330 euro.

Bodegraven - Reeuwijk - Herinrichting Rietveldwoningen Reeuwijk-Brug west: ontstenen (maatregel 10 uit tabel Bijlage 2)

De Rietveldwoningen worden in 2022 door de wooncorporatie gerenoveerd. Aansluitend hieraan wordt het aangrenzende openbaar gebied 1:1 opgehoogd. Volgens de stresstest is hier sprake van forse wateroverlast (> 30 cm) bij intenste neerslag (1:100 jaar), en hittestress (warmer tot aanzienlijk warmer). Met inzet van deze subsidie kan de verharding in de parkeervakken (1.285 m2) vervangen worden door kunststof grastegels, waarmee deze vakken groen en infiltrerend worden. Dit draagt bij aan de aanpak van droogte en wateroverlast, maar vermindert ook bodemdaling en hittestress en zorgt voor vergroening. Door deze werkzaamheden te combineren met de herinrichting zijn de kosten zo laag mogelijk en is er geen dubbele overlast. Als we nu niet meekoppelen betekent het dat we nog vele jaren zullen moeten wachten voordat we deze omvorming kunnen uitvoeren.

Bodegraven - Reeuwijk - Herinrichting Willem de Zwijgerstraat: ontstenen (maatregel 11 uit tabel Bijlage 2) De Willem de Zwijgerstraat in Bodegraven is een straat waar de laatste jaren veel nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Hierdoor is het nodig om het bestaande asfalt te vervangen. Aangezien het ook een van de ingangen is naar het centrum van Bodegraven en last van wateroverlast heeft bij heftige regenval is het wenselijk om extra maatregelen te treffen. Volgens de stresstest is hier sprake van forse wateroverlast (15-20 cm) bij intenste neerslag (1:100 jaar), en hittestress (warmer tot aanzienlijk warmer). Door de subsidie kan onnodige verharding (380 m2) worden veranderd in groen en daardoor infiltrerend gemaakt worden. Dit draagt bij aan de aanpak van droogte en wateroverlast, maar vermindert ook bodemdaling en hittestress en zorgt voor vergroening. Omdat deze straat nu aangepakt gaat worden is dit hét moment om deze werkzaamheden uit te voeren. Een pure meekoppelkans. Daardoor is het financieel gezien nu het meest aantrekkelijk om deze maatregel uit te voeren. Anders zou het zomaar minimaal 20-30 jaar kunnen duren voordat meegekoppeld kan worden. Om dit later als een los project oppakken is niet alleen vele malen duurder, het levert dan ook extra overlast op wat de werkzaamheden betreft en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress gebeurt dan pas laat.

Bodegraven - Reeuwijk - Herinrichting Willem de Zwijgerstraat: DIT-riool (maatregel 12 uit tabel Bijlage 2) De Willem de Zwijgerstraat in Bodegraven is een straat waar de laatste jaren veel nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Hierdoor is het nodig om het bestaande asfalt te vervangen. Aangezien het ook een van de ingangen is naar het centrum van Bodegraven en last van wateroverlast heeft bij heftige regenval is het wenselijk om extra maatregelen te treffen. Volgens de stresstest is hier sprake van forse wateroverlast (15-20 cm) bij intenste neerslag (1:100 jaar), en hittestress (warmer tot aanzienlijk warmer). Door de subsidie kan een DIT-riool (350 m) worden aangelegd om de wateroverlast tegen te gaan. Met een DIT-riool wordt niet alleen wateroverlast aangepakt, maar kan ook water infiltreren om zo de droogte en bodemdalingsproblematiek te remmen. Omdat deze straat nu aangepakt gaat worden is dit hét moment om deze werkzaamheden uit te voeren. Een pure meekoppelkans. Daardoor is het financieel gezien nu het meest aantrekkelijk om deze maatregel uit te voeren. Anders zou het zomaar minimaal 20-30 jaar kunnen duren voordat meegekoppeld kan worden. Om dit later als een los project oppakken is niet alleen vele malen duurder, het levert dan ook extra overlast op wat de werkzaamheden betreft en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress gebeurt dan pas laat.

Bodegraven - Reeuwijk - vergroten afvoercapaciteit riolering Nieuwerbrug Zuid (maatregel 13 uit tabel Bijlage 2) In Nieuwerbrug Zuid is er ernstige wateroverlast bij hevige regen. Volgens de stresstest is hier sprake van forse wateroverlast (> 30 cm) bij intenste neerslag (1:100 jaar). Met een extra riool kan de afvoercapaciteit vergroot worden, zodat wateroverlast voorkomen kan worden. Het huidige riool is nog in goede staat en nog niet aan vervanging toe. Vroegtijdige vervanging hiervan zou kapitaalvernietiging van de riolering, wegfundering en wegverharding zijn. Deze maatregel is dus extra en de impulsregeling zorgt daarom voor een versnelling. Door het aanleggen van 250 m extra riool wordt de afvoercapaciteit vergroot en kan op 4.200 m2 verharding wateroverlast voorkomen worden.

Bijlage 2 Maatregelenoverzicht (Excel-bestand)

Bijlage 3 BTW en BTW Compensatiefonds

Het Ministerie van IenW keert een nettobedrag uit aan de aanvrager en stort de BTW (procentueel overeenkomend met het BTW aandeel van kosten van de maatregelen) in het BTW compensatiefonds. Daar kunnen provincies en gemeenten de compensabele BTW terug vragen.

Indien sprake is van BTW dan maakt deze onderdeel uit van de kostenraming. Het is van belang dat de BTW afzonderlijk wordt gespecificeerd in deze kostenraming, waarbij duidelijk wordt gemaakt hoe het gemiddeld BTW-percentage is opgebouwd. Hierbij ligt het in de rede om te specificeren welke kosten zijn belast met 0%, 6% en 21% BTW of geheel zijn vrijgesteld van BTW.

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het aanleveren van een deugdelijke BTW-raming. In beginsel wordt een dergelijke raming opgesteld door de initiatiefnemer.

Er is sprake van compensabele BTW wanneer:     

Het een overheids-/niet-ondernemerstaak betreft, waarbij niet in concurrentie kan worden getreden met marktpartijen; Aan de gemeente of provincie de BTW in rekening wordt gebracht; Aan de gemeente of provincie de prestatie wordt geleverd; Het géén verstrekking aan een individuele derde betreft, zoals bijvoorbeeld het geven van een televisie aan een bijstandsgerechtigde; Het géén kosten betreft die gebruikt zijn voor vrijgestelde prestaties, zoals zorg, schuldhulpverlening, onderwijs, verhuur, ed.

In alle overige gevallen is sprake van niet-compensabele BTW. Bijvoorbeeld: Wanneer de kosten door een waterschap worden betaald. Als een regio meebetaalt aan het aanleggen van een extra perron of asfalt op rijkswegen. Er is dan geen sprake van een belaste prestatie aan de regio;  Verstrekken van subsidies in natura. In het geval van niet-compensabele BTW is het BTW bedrag onderdeel van het bedrag dat direct aan de inititatiefnemer beschikbaar wordt gesteld.  

Om over te kunnen gaan tot betaling zal duidelijk moeten zijn welk bedrag er direct wordt overgeheveld naar de desbetreffende decentrale overheid en welk bedrag er wordt afgestort in het BCF. De bijdrage van het Rijk wordt namelijk gesplitst in een deel compensabele BTW (welke wordt afgestort in het BCF) en het restant, die rechtstreeks aan de desbetreffende decentrale overheid wordt overgeheveld.

De afstorting in het BCF geschiedt op basis van een raming van de BTW. Doordat wordt gewerkt met een raming is er sprake van een bepaalde onzekerheidsfactor, waardoor het mogelijk is dat het feitelijke beroep op het BCF af kan wijken van de initiële afstorting. Er vindt echter geen nacalculatie plaats op basis van gerealiseerde BTW-kosten. Dit betekent dat de BTW-raming niet met terugwerkende kracht kan worden aangepast of herberekend.

Bijlage 4 Voorbeeldlijst maatregelen Impulsregeling klimaatadaptatie De maatregelen waarvoor financiering toegekend kan worden dienen te voldoen aan de kaders van en de scope van het Deltafonds en DPRA. Dat betekent dat alleen maatregelen tegen wateroverlast, droogte of ter beperking van gevolgen van overstromingen, getroffen door overheden in het kader van hun waterbeheertaken in de openbare ruimte gesubsidieerd kunnen worden. Om wateroverlast, droogte of de gevolgen van overstromingen te verminderen kunnen maatregelen getroffen worden in de volgende categorieën:    

Ruimtelijke inrichting Water vasthouden en benutten Water bergen (capaciteitsvergroting) Vergroten van de afvoercapaciteit

Onderstaande lijst bevat voorbeelden van dit type maatregelen.

Soort maatregel Inrichtingsmaatregelen Laagte aanbrengen in openbare ruimte

droogte

Slimme inrichting buitenruimte gericht op gebiedskenmerken Beekherstel en/of herprofilering leggerwaterlopen

x

wateroverlast

gevolg beperking

x

x

x

x

x

Plaatsen stuwen detailwaterlopen Groenblauwe structuren

x

x

Vasthouden en benutten Ontstenen verhard oppervlak

x

x

Vergroening (met als doel water vasthouden)

x

x

Infiltratievoorziening Hergebruik regenwater

x x

x x

Onderwaterdrainage Waterconservering/vasthouden

x

Flexibel grondwaterbeheer

x

Vernatting

x

Greppels afsluitbaar maken

x

Bergen Oppervlaktewater aanleggen

x

Bufferzones rondom natuur/kwelgebieden

x

Duikers verhogen of verkleinen

x

Bergingscapaciteit creëren waterberging vergroten Vergroten boezemcapaciteit

x

x

x x

x x x

Sloten verdiepen of afdammen

x

Afvoercapaciteit vergroten Pomp(over)capaciteit vergroten (riool)

x

Afvoercapaciteit van de riolering vergroten (bovennormatief) Peilbeheersing door stuw/dam Vergroten afvoercapaciteit van watersysteem

x

x

x

x x

x

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=3427781d-91f9-4135-a6b2-c50b244e342e