CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.218 SV25-083 antw SGP, Natuuraanleg en afplaggen in onze polder

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college2.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SCHRIFTELIJKE VRAGEN Nr: SV25-083 Datum: 24 oktober 2025 Vraag art. 38 Indiener: Jan Verburg, SGP-Krimpenerwaard Onderwerp: Natuuraanleg en afplaggen in onze polder

Toelichting bij en doel van de vragen: De natuuraanleg en meer specifiek het afplaggen van landbouwgrond roept heftige emoties op in ons gebied. Gronden waarvoor honderden jaren goed is gezorgd door onze boeren, worden nu met de kraanbak in één beweging ontdaan van alle zorgvuldig opgebouwde voedingsstoffen. Begrijpelijk dat er dus weerstand en boosheid is in ons gebied: men komt ons even vertellen hoe wij onze natuur moeten onderhouden in Krimpenerwaard! Afplaggen is een onherstelbare ingreep in ons unieke landschap, gewassen die daarop eventueel nog groeien moeten 1x per jaar voor heel veel geld gemaaid en afgevoerd worden omdat het geen enkele waarde meer heeft. Weidevogels broeden niet meer in deze percelen omdat er niet meer bemest wordt en de gronden veel te nat zijn. Verder wordt de bodemdaling enorm versneld door ineens 15-30 cm te verwijderen. En niet de minste: de CO2-uitstoot gaat door het plafond omdat de afdeklaag ineens weggehaald wordt. Ook kan op deze gronden ook nooit meer voedselproductie plaatsvinden. Niet voor niets heeft de Raad in Maart 2019 en Juni 2024 met grote meerderheid Moties aangenomen die het College oproepen nooit meer tot afplaggen over te gaan.

Vragen: 1. Besluit hectares afplaggen: Toen de Raad in 2017 schoorvoetend instemde met het Veenweidenplan, werd in de documenten slechts gesproken van afplaggen op de koppen van enkele percelen ‘indien nodig’. De term ‘plaggen’ werd zelfs maar 2x gebezigd in alle documenten. Op basis van deze informatie heeft de SGP-fractie destijds onder druk van de Provincie ingestemd met de plannen. Bij de uitvoering jaren later bleek echter dat er wel 150 ha afgeplagd zou gaan worden. Wethouder Barth/Stuurgroep Veenweiden heeft dit tot 80 ha terug weten te brengen. Onze vraag is: waar in het proces en door wie is besloten dat niet alleen enkele koppen van percelen maar 150 ha afgeplagd zou moeten worden? Is de Raad hier tussentijds over geïnformeerd destijds? Antwoord college: In het bestemmingsplan “natuurgebieden veenweiden Krimpenerwaard” is vastgelegd welke natuurdoelen binnen het NNN-gebied moeten worden gerealiseerd. Deze zijn nader uitgewerkt in het Inrichtingsplan (IRP) behorende bij het bestemmingsplan. In dit Inrichtingsplan (2018) is op perceelsniveau aangegeven welke natuurtypen dienen te worden gerealiseerd. Daarmee is voor het gehele gebied globaal bepaald hoeveel oppervlakte van de natuurtypen worden gerealiseerd, verspreid door het gebied. In 2021 is dit vertaald naar “Ontwerp – technische uitwerking Veenweiden Krimpenerwaard”.

Bij de behandeling van het bestemmingsplan is destijds een motie om het afplaggen te verbieden verworpen, en een motie aangenomen om niet af te plaggen totdat de resultaten van de uitmijnproef bekend zijn. Op grond van de uitkomsten van de uitmijnproef is vervolgens besloten om het afplaggen voort te zetten, om tijdig de gestelde natuurdoelen uit het bestemmingsplan te kunnen behalen. De bevindingen hiervan zijn conform de motie daarover met de raad gedeeld. Het is vanaf het bestemmingsplan altijd het uitgangspunt geweest om voor de natuurtypen nat schraalland en vochtig hooiland af te plaggen. Er is eerder gecommuniceerd dat het om ongeveer 10% van de oppervlakte zou gaan en dat effectief globaal 60% van een perceel wordt afgeplagd omdat er langszij en op de kopse kanten een beheerpad dient te blijven. Het is nooit gecommuniceerd dat alleen de kopse kanten worden afgeplagd, wel dat deze juist niet afgeplagd worden. Bij de uitwerking van het inrichtingsplan behorende bij het bestemmingsplan wordt er in de praktijk op ingezet dat er alleen wordt afgeplagd waar dat nodig is om tijdig de gestelde natuurdoelen te behalen. Vanwege de gevoeligheid over het afplaggen is echter in 2024 in opdracht van de Stuurgroep Veenweiden Krimpenerwaard extra hoogteligging- en bodemonderzoek uitgevoerd om nogmaals kritisch te analyseren wat wel en wat niet nodig is.

Het resultaat hiervan is eerder gedeeld met de raad, gemakshalve wordt hier verwezen naar de RIB d.d. 14-1-2025. 2. Extra plaggen: Momenteel lijkt het dat er extra geplagd wordt in Bilwijk en Graafkade omdat er veel extra grond nodig is voor kavelpaden en waterscheidingen, aangezien deze uiteraard weer net zo hard wegzakken in de zachte bodem. De boer aan de Beijerscheweg die hier nog vee weidde werd te kennen gegeven dat het vee direct weg moest omdat er de dag erna extra geplagd zou gaan worden vanwege extra grondbehoefte. Kan het College aangeven of dit klopt en zo ja hier meer uitleg over geven? Hoe gaat dit over enkele jaren als de kavelpaden zijn weggezakt, gaat er dan opnieuw geplagd worden om aan extra grond te komen? Antwoord college: Zoals onder 1 gesteld, wordt uitsluitend afgeplagd om natuurdoelen te behalen en niet om extra grond te verkrijgen. Er wordt dus niet extra geplagd om een grondtekort op te lossen. In tegendeel: in deelgebied Graafkade wordt helemaal niet geplagd, en in deelgebied Bilwijk wordt minder geplagd dan voorzien in het bestek en in de vergunningaanvraag. In het Veerstalblok/Beijerse wordt een aantal percelen afgeplagd. Er is géén extra perceel afgeplagd. Wel is een bepaald perceel op een eerder moment uitgevoerd dan volgens de oorspronkelijke planning.

De communicatie hierover richting de gebruiker van het perceel had zorgvuldiger gekund; dit wordt intern meegenomen. Het betreffende perceel dat eerder is aangepakt, valt binnen het bestaande werk en vergunning. Er is dus geenszins sprake van afplaggen voor grondwinning. Mocht in de komende jaren blijken dat kavelpaden of peilscheidingen zakken, dan is het niet de bedoeling dat hiervoor wordt afgeplagd. Verzakkingen worden, zoals gebruikelijk, opgevangen binnen beheer en onderhoud, en niet door opnieuw veen of toplaag af te graven voor grondwinning. 3. Vervoer geplagde grond: Elke boer weet dat grond niet verplaatst mag worden tussen peilvakken op grond van de Waterschapswet. De aannemers die de plagwerkzaamheden uitvoeren (De Heer en GKB) rijden echter met enorme aantallen veel te zware kiepers met grond dwars door de hele Krimpenerwaard. Er gingen zelfs 5-assige vrachtwagens met grond dwars door de kern Berkenwoude. Wanneer en door wie is de ontheffing voor dit vervoer afgegeven? Wie houdt toezicht op de belasting van de wegen in een kern als Berkenwoude?

Antwoord college: Gesteld wordt dat het op basis van de Waterschapswet niet is toegestaan grond te verplaatsen tussen peilvakken. Uit navraag bij HHSK blijkt dat deze stelling niet juist is, en afspraken hierover zijn noch bij HHSK noch bij ons bekend. De werkzaamheden ten bate van het programma Veenweiden Krimpenerwaard worden uitgevoerd binnen afgesproken bestuurlijke kaders. Voor de werkzaamheden waar het hier om gaat, is op basis daarvan ontheffing door HHSK verleend. Hierdoor was het de aannemer toegestaan om te mogen rijden op wegen die normaal gesloten zijn voor voertuigen die zwaarder zijn dan 15 ton. Deze ontheffing is afgegeven op 21 juli 2025 en is geldig tot 1 januari 2027. HHSK is hierin het bevoegd bezag. 4. Bodemdaling: Momenteel worden diverse mooie, kansrijke maar peperdure pilots met klei op veen in ons gebied uitgevoerd, in de hoop bodemdaling en CO2-uitstoot te kunnen minimaliseren. Daar staat de SGP van harte achter. Hoe verhouden deze pilots zich tot het afplaggen van soms 28 cm grond ineens op zoveel ha Krimpenerwaards land? Is het College het met ons eens dat dit lastig uitlegbaar is? Antwoord college: De pilots klei in veen en klei op veen vinden plaats op agrarische gronden en dus buiten het NNNgebied.

In het agrarisch gebied wordt onderzocht op welke wijze CO2-uitstoot uit veen en bodemdaling tegengegaan kan worden met behoud van de agrarische functie. Het afplaggen vindt plaats in het NNN-gebied om de natuurinrichting te bewerkstelligen, de CO2-uitstoot die hierdoor plaatsvindt en waar u waarschijnlijk op doelt is tijdelijk en na het opnieuw begroeien van deze percelen en peilaanpassing zal hier de CO2-uitstoot ook afnemen. Zo werken we in het agrarisch gebied én in de NNN aan de opgaven om bodemdaling te remmen en CO2-uitstoot te verminderen. 5. Weidevogelbescherming: Alles wordt in het werk gesteld om de grutto en andere bedreigde weidevogels in ons gebied te krijgen, enkele boeren zijn daar zeer succesvol mee, honderden broedparen zijn in 2025 gemonitord. Vooral daar waar de boer gewoon mest kan strooien in het voorjaar, aangezien daar veel bodemleven is te vinden. Op afgeplagde gronden is geen weidevogel meer te vinden, de massale ganzenpopulatie daargelaten. Zie de mislukte natuurdoelen in de polder Boven-Haastrecht bij het Doove Gat. Is het College het met ons eens dat de natuurdoelen zoals destijds voorzien, bij nader inzien onhaalbaar blijken te zijn en dat boerenbeheer van gronden onmisbaar is voor onze weidevogels? Antwoord college: In de afgelopen decennia is het aantal weidevogels in de Krimpenerwaard fors gedaald.

Ook tussen 2018 en 2023 is het aantal weidevogels in de Krimpenerwaard afgenomen. De aantallen grutto’s, tureluur, kievit en scholekster zijn tussen 2018-2023 met 18 procent gedaald: van 2.200 territoria naar 1.800 territoria (bron: Beleidsmonitoring weidevogels, Van der Goes en Groot iov. Provincie ZuidHolland, 2023). De afname komt onder andere door ruimtelijke ontwikkelingen in omliggende gebieden, maar ook zeker door de grote aanwezigheid van predatoren in het gebied, die de weidevogels bejagen. Het beeld over de ontwikkeling van weidevogels over de Krimpenerwaard is genuanceerd. Er zijn uiteraard verschillen tussen (en binnen) NNN-gebieden, ANLb-gronden en overig boerenland. In het algemeen doen zich in de ingerichte natuurgebieden voor weidevogels de hoogste dichtheden voor, maar ook daar zijn de aantallen de laatste jaren achteruit gegaan net als in het overig boerenland. De weidevogelpopulatie in de gebieden met agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) lijkt sinds 2020 te stabiliseren of licht te groeien. Een van de doelen van de NNN-realisatie in de Krimpenerwaard is herstel van de weide-/boerenlandvogels van weleer. Daarvoor worden in het NNN grote delen ingericht als vochtig weidevogelgrasland met her en der plasdras percelen, en als kruiden-en faunarijk grasland.

Een andere belangrijke doelstelling is het terugbrengen van de bijzondere planten van het (vroegere) (boeren)hooiland. Waar geplagd wordt, is dat om deze botanische doelen te bereiken. Dit gebeurt niet op percelen die nu al ‘top’ zijn voor weidevogels. Overigens is gebleken dat weidevogels het soms juist

goed doen in gebieden waar die botanische percelen in een mozaïek liggen met weidevogelgrasland, omdat die percelen rijker zijn aan insecten en belangrijk voor de overleving van jonge weidevogels. Verder is het relevant dat NNN-gronden alleen beheerd kunnen worden met hulp van agrariërs uit de Krimpenerwaard. Dit geldt in het bijzonder voor de weidevogelgebieden en kruidenrijke graslanden binnen de NNN. 6. Vergunningverlening en vertrouwen in overheid: Op 6 juli 2025 verleende de gemeente vergunning voor aanleg van de laatste deelgebieden in NNN: Graafkade en Bilwijk. Op dat moment was de uitvoering echter al gestart en de hele zomer door zijn de werkzaamheden door beide aannemers in volle kracht doorgezet. En dat terwijl de bezwaarperiode nog liep tot eind augustus! Diverse agrariërs zijn in de zomerperiode bezig geweest om gehoor te krijgen bij gemeente, Stuurgroep Veenweide of Provincie. Alle beleidsmakers waren echter onbereikbaar. Boeren hebben dit als groot onrecht ervaren. Voor de vele bezwaarmakers was het helder: er gaat toch niets gedaan worden met onze inbreng door de overheid. Op 13 november is er een finale hoorzitting van de gemeente.

Wat kunnen bezwaren van belanghebbenden nu nog voor effect hebben in de hele procedure? Antwoord college: Zodra de gemeente de omgevingsvergunning heeft verleend, treedt deze in werking en mag de uitvoering van een project beginnen ook al loopt de bezwaarperiode nog. In dit geval heeft de aannemer besloten om de uitvoering inderdaad te starten om aan de planning vast te houden. De NNN in Krimpenerwaard moet namelijk uiterlijk in 2026 zijn afgerond en iedere vertraging kan er toe leiden dat deze deadline niet gehaald wordt. De hoorzitting is een formele gelegenheid waar toelichting plaatsvindt over het besluit van de gemeente en de gemaakte bezwaren en de bezwaarschriftencommissie vragen kan stellen. Vervolgens brengt de commissie een advies uit aan het college van B&W, die een beslissing neemt op bezwaar, meestal binnen 12 weken na afloop van de bezwaartermijn met een mogelijke verlenging van 6 weken. Het college heroverweegt het besluit op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde van de heroverweging met inachtneming van het advies van de bezwaarschriftencommissie bij het nemen van de beslissing op bezwaar. Tegen de beslissing op bezwaar staat beroep open bij de rechtbank Den Haag en daarna hoger beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. 7.

Protestuitingen boeren: Door 1 of 2 agrariërs zijn 2 borden met gegronde argumenten tegen afplaggen geplaatst bij het werk in uitvoering. Deze bordjes zijn echter verwijderd en de boeren hebben van de Stuurgroep te horen gekregen dat geen vorm van protest geduld zal worden. Is het College het met ons eens dat het vreemd voelt dat XR-activisten weekenden lang Nederlandse snelwegen mogen blokkeren terwijl een keurig bord met argumenten tegen afplaggen direct verwijderd wordt in ons gebied? Antwoord college: Er is inderdaad een protestbord geplaatst bij het ketenpark langs de provinciale weg. Er is bewust voor gekozen om het bord enige tijd te laten staan zodat het protest zichtbaar was. In overleg met de stuurgroep is besloten om het bord na verloop van tijd weg te halen. Ook voor het college is de mogelijkheid om te protesteren een groot goed. Daarom is de betrokken agrariër te kennen gegeven dat hij zich mag melden bij de gemeente ingeval hij verder uiting wil geven aan het protest. Demonstraties van XR hebben in de Krimpenerwaard niet plaatsgevonden. De vergelijking gaat derhalve niet op. De gemeente beoordeelt alle protesten/demonstraties op gelijke wijze. 8. Distels in natuurgebieden: diverse reguliere landbouwgronden worden geplaagd door overwaaiend distelzaad komend vanaf de heringerichte gronden. Boeren mogen niet spuiten om de overlast te lijf te gaan.

De gemeentelijke Distelverordening zal dus gehandhaafd moeten worden, ook op ZHL-gronden. Welke mogelijkheden heeft het College om te handhaven en op te treden als de distels komende zomer weer massaal gaan zaaien?

Welke mogelijkheden hebben de boeren als het gaat om chemisch pleksgewijs bestrijden, is dit in het bestemmingsplan vastgelegd? Dat zou namelijk een voorwaarde zijn.

Antwoord college: In de APV van onze gemeente is een artikel (artikel 4.20) opgenomen over schade en overlast door ongewenste plantensoorten waaronder distels. Het college kan op basis hiervan handhavend optreden. In het bestemmingsplan (nu omgevingsplan) Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard (artikel 6.5.1 en 8.5.2) is opgenomen dat middels een omgevingsvergunning het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan worden toegestaan bij een uitbraak van storingssoorten.

Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester, J. Hennip

ir. J. Beenakker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=421eb190-4264-4a99-953f-200120e98092