1.21 RIB Afplaggen, beantwoording motie M24-037 over afplaggen landbouwgronden NNN gebieden
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
14 januari 2025 Beantwoording motie M24-037 over afplaggen landbouwgronden NNN-gebieden.
Beste meneer, mevrouw, Op 4 juni 2024 heeft u motie M24-037 over afplaggen landbouwgronden NNN-gebieden aangenomen. Hierin verzoekt u het college om: - zich maximaal in te zetten om het afplaggen in nog aan te besteden delen van het NNN- gebied tot een minimum te beperken door minder hectares dan beoogd af te plaggen; - in de toekomst, los van hetgeen reeds vastligt in (bestemmings-) plannen, geen toestemming meer te verlenen tot afplaggen in welke vorm dan ook. In de Krimpenerwaard waren tot in de eerste helft van de vorige eeuw nog grote oppervlakten zeer soortenrijke vochtige hooilanden en natte schraallanden aanwezig, waaronder blauwgrasland. Modernisering van de landbouw (mechanisatie, bemesting) en van het waterbeheer (grotere drooglegging) sinds de jaren '20 van de vorige eeuw hebben het blauwgrasland vrijwel doen verdwijnen en bloemrijk vochtig hooiland sterk in areaal doen afnemen. Om genoemde natuurdoeltypes met hun kenmerkende soortenrijkdom een kans te geven op korte termijn terug te keren binnen de NNN-gebieden in Krimpenerwaard, creëert de natuurontwikkeling Veenweiden Krimpenerwaard hiertoe optimale omstandigheden. De bijzondere plantengroei van nat schraalland en vochtig hooiland komt namelijk niet zomaar tot stand.
Het vergt bijzondere condities: een vochtige tot natte bodem (maar het maaiveld staat niet continu onder water), en bovendien een ‘schrale’ bodem; dit houdt in dat het fosfaatgehalte zeer beperkt is. De meeste gronden in het NNN-gebied zijn echter jaren- of decennialang bemest en daardoor juist zeer voedselrijk met een hoog fosfaatgehalte. Ook hebben ze in de huidige situatie meestal een te grote drooglegging om nat schraalland/vochtig hooiland te kunnen realiseren. Door af te plaggen wordt de voedselrijke veraarde toplaag verwijderd en ook ‘het maaiveld richting grondwaterspiegel gebracht’. De stuurgroep Veenweiden heeft op 21 februari 2022 besloten dat het rapport van het Louis Bolk Instituut “Uitmijnen of afplaggen voor nat schraalland in de Krimpenerwaard: proefresultaten 2020-2021” geen aanleiding vormt voor het aanpassen van het inrichtingsontwerp voor de deelgebieden NNN, hetgeen inhoudt dat ten behoeve van het ontwikkelen van nat schraalland of vochtig hooiland conform het Inrichtingsplan behorende bij het door u vastgestelde bestemmingsplan Natuurgebieden Veenweiden Krimpenerwaard zal worden afgeplagd en uitmijnen hiervoor geen aanvaardbaar alternatief vormt.
gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Bezwaren van de agrarische sector tegen afplaggen in combinatie met de zichtbare werken in Den Hoek en uw motie M24-037 op 4 juni 2024 hebben ertoe geleid dat de Stuurgroep veenweiden Krimpenerwaard in samenwerking met het programmabureau op basis van de huidige gebiedskennis en ervaring met natuurontwikkeling nog een exercitie heeft gedaan om te kijken of er minder hectares dan beoogd afgeplagd kunnen worden. Het resultaat van deze exercitie is dat in totaal, boven op de afgeplagde percelen in Den Hoek (59 ha), in cluster A (Oudeland, Kattendijk en Middelblok) en Cluster B (Veerstalblok/Beijersche, Bilwijk en Graafkade) nog circa 100 ha aan percelen geplagd zal worden in plaats van de oorspronkelijke 151 ha (zie tabel). Dit betekent in cluster A en B een reductie van het aantal af te plaggen hectares met 1/3. De doelstellingen nat schraalland/vochtig hooiland worden nog wel behaald door: - locaties voor de ontwikkeling van nat schraalland/vochtig hooiland binnen het NNN-gebied te verplaatsen naar plekken waar afplaggen niet nodig is (schralere/nattere grond); - intensief ontwikkelingsbeheer toe te passen in plaats van afplaggen.
Cluster A Opgave totale areaal nat schraalland/vochtig hooiland volgens inrichtingsplan (inclusief bestaand en te ontwikkelen door beheer, incl. zelfrealisatoren) Oorspronkelijk te realiseren nat schraalland/vochtig hooiland middels afplaggen (ex zelfrealisatoren) Werkelijk te realiseren middels afplaggen (ex zelfrealisatoren)
Totaal
Cluster B Opgave totale areaal nat schraalland/vochtig hooiland volgens inrichtingsplan (inclusief bestaand en te ontwikkelen door beheer, incl. zelfrealisatoren) Oorspronkelijk te realiseren nat schraalland/vochtig hooiland middels afplaggen (ex zelfrealisatoren) Werkelijk te realiseren middels afplaggen (ex zelfrealisatoren)
Totaal
123,2 75,8 46,0
74,2 75,5 54,2
Opmerking naar aanleiding van de tabel: - Van de resterende af te plaggen hectares wordt voor een groot deel minder diep afgeplagd, alleen de bovenste toplaag (10 à 15 cm) wordt afgegraven. Op een deel van deze hectares is daardoor gedurende circa 10 jaar extra verschralingsbeheer/ontwikkelingsbeheer noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling te krijgen. De aanpassingen van de af te plaggen hectares zijn inmiddels onderdeel van de uitvoeringsplannen van het programmabureau. Cluster A is in uitvoering en zal eind 2025 afgerond zijn. Met de uitvoering van Cluster B zal medio 2025 gestart worden en afronding is gepland voor najaar 2026. Het afplaggen van gronden is gekoppeld aan de ontwikkeling van natuur. Krimpenerwaard levert met 2.250 hectare enorm bij aan de natuurontwikkeling NNN. Het college zet buiten de NNN-gebieden, naast ruimte voor een zorgvuldig woningaanbod en ontwikkelruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen, in op landbouw met hogere biodiversiteit en waterkwaliteit en minder uitstoot van broeikasgassen en stikstof. Het gaat hierbij om toekomstgerichte landbouw met een realistisch verdienmodel en ruimte om in te spelen op veranderingen; pag. 2/3
landbouw met een basis voor bedrijfsopvolging, zonder per se vast te houden aan de huidige bedrijfsopzet en werkwijze. Het college is van mening dat afplaggen op gronden met een agrarische bestemming buiten het NNN niet in dit beeld past en dus niet aan de orde is.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 3/3