1.2 RIB Uitbreiding Waaggebouw Dam 9 in Schoonhoven
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
28 mei 2024 Uitbreiding Waaggebouw Dam 9 in Schoonhoven
Beste meneer, mevrouw, In 2020 werd na intensief vooroverleg, een aanvraag door Eethuys De Waag ingediend voor een uitbreiding van het waaggebouw. Vergunning In vooroverleg is contact gelegd met de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), zij heeft schriftelijk bevestigd dat zij alléén bij ingrijpende veranderingen, - vergelijkbaar met sloop – adviseert (artikel 6.4 Besluit omgevingsrecht). In dit geval was een advies naar het oordeel van de RCE niet vereist. Er werd een positief advies afgegeven door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Naar aanleiding van positieve adviezen is een omgevingsvergunning verleend voor een uitbreiding van het waaggebouw op locatie Dam 9 in Schoonhoven. Bezwaar Een afschrift van de omgevingsvergunning is toegezonden aan de RCE. Zij heeft geen gebruik gemaakt van haar recht om bezwaar in te dienen tegen de verleende vergunning. Door enkele andere belanghebbenden (o.a. historische vereniging en omwonenden) is bezwaar aangetekend. Naar aanleiding van de ingediende bezwaren is nogmaals door de RCE schriftelijk bevestigd dat, op basis van de het Besluit omgevingsrecht (art. 6.4 Bor), de RCE alléén bij ingrijpende veranderingen - vergelijkbaar met sloop – adviseert. Ook nu was een advies naar het oordeel van de RCE niet vereist. Na een hoorzitting heeft de bezwaarschriftencommissie advies uitgebracht.
De vergunning is bij beslissing op bezwaar conform het advies van de bezwaarschriftencommissie onder nadere motivering in stand gebleven. Beroep Tegen de beslissing op bezwaar is door enkele belanghebbenden beroep aangetekend bij de rechtbank. Na een rechtszitting heeft de rechtbank op 19 februari 2024 de volgende uitspraak gedaan: - “Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.” - “De rechtbank draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak, met inachtneming van deze uitspraak.” Negatief advies van de Rijksdienst Een van de punten uit de uitspraak betreft het ontbreken van een advies van de RCE. De rechtbank is van oordeel dat de RCE advies had moeten uitbrengen. Op ons verzoek heeft de RCE op basis van de uitspaak van de rechtbank alsnog op d.d. 17 april 2024 een advies uitgebracht. Dit advies is negatief.
742836 / 1362045 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Negatief advies van de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Naar aanleiding van de uitspraak en het negatieve advies van de Rijksdienst is ook opnieuw advies gevraagd bij de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit Krimpenerwaard (GAOK – hiervoor de CRK). In heroverweging heeft de GAOK het advies van de Rijksdienst onderschreven. Heroverweging Op basis van de uitspraak van de rechtbank moet het college een nieuw besluit nemen op het bezwaar. Bij deze nieuwe heroverweging moet opnieuw een belangenafweging plaatsvinden, waarbij het advies van de RCE – vanuit het algemeen belang - zwaarwegend moet zijn. Beslissing op bezwaar Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank, is in beslissing op bezwaar de aanvraag alsnog geweigerd, op basis van zwaarwegend negatief advies van de RCE en negatief advies van de GAOK (voorheen CRK). Initiatiefnemer Tevens is het van belang dat de initiatiefnemer ook verder wil met zijn plannen om ook bij minder gunstige weersomstandigheden gasten te kunnen bedienen. De Initiatiefnemer beraadt zich op een vernieuwing/aanpassing van het seizoensgebonden terras, waarvoor eerder omgevingsvergunning is verleend. Eventuele aanvullende seizoensgebonden voorzieningen zijn omgevingsvergunningplichtig.
Uitbreiding Op basis van de uitspraak van de rechtbank en het zwaarwegende advies van de RCE is te stellen dat een uitbreiding in de vergelijkbare (permanente) vorm niet langer tot de mogelijkheden behoort. Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Bijlagen RIB: - Uitspraak Rechtbank Den Haag (SGR 21 / 7221 WABOA) - Advies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 2/2
de Rechtspraak Rechtbank Den Haag
lkANTEKENEN 1 1 PER POST 1 I EMAIL
Bestuursrecht
bezoekadres Prins Clauslaan 60 2595 AJ Den Haag
datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk
22 februari 2024 Team administratie 1 - Vakgroep C dhr E.J.H. van der Steen 088-3612100 KEUZE 1 zaaknummer SGR 21 / 7221 WABOA V308 20211251
bijlage(n) onderwerp
het beroep van de Historische Vereniging Schoonhoven en P.W. Schaars te Schoonhoven
correspondentieadres Postbus 20302 2500 EH Den Haag t 088-3622200 www.rechtspraak.nl
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Geachte mevrouw, Over het beroep met zaaknummer SGR 21 / 7221 WABOA V308 deel ik u het volgende mee. De rechtbank heeft uitspraak gedaan. Ik stuur u een kopie van de uitspraak. Indien in deze uitspraak wordt verwezen naar een uitspraak met een ECLI-nummer, is de tekst van de betreffende uitspraak onder dat nummer gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat voor een belanghebbende en het bestuursorgaan hoger beroep open. Dit dient te worden ingesteld binnen zes weken na de datum van verzending van deze uitspraak door een beroepschrift en een kopie van deze uitspraak te zenden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. In uw beroepschrift moet u vermelden waarom u het niet eens bent met de uitspraak. U kunt ook digitaal hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Kijk op www.raadvanstate.n1 voor meer informatie over het indienen van digitaal beroep. Als u naar aanleiding van deze brief vragen hebt, kunt u contact opnemen met de administratie van de rechtbank op het hierboven vermelde doorkiesnummer. Als u de rechtbank belt of schrijft, verzoek ik u het zaaknummer te vermelden. Hoogachtend,
de griffier
BE022
Uw persoonsgegevens en indien van toepassing die van uw cliënt worden, voor zover nodig, voor een goede procesvoering verwerkt in de registratiesystemen van de Rechtspraak.
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 21/7221 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2024 in de zaak tussen de Historische Vereniging Schoonhoven, uit Schoonhoven, eisers (gemachtigde: mr. P.A. Willemsen), en het college van burgemeester en Wethouders van Krimpenerwaard, het college (gemachtigde: mr. M.A.T. Beukema-Veldkamp). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Eethuys de Waag uit Schoonhoven, vergunninghouder.
Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van Eethuys de Waag, gevestigd op het adres Dam 9 te Schoonhoven. 2. Het college heeft de aanvraag met het besluit van 30 september 2020 (het primairC besluit) aan vergunninghouder toegewezen. Bij besluit van 6 oktober 2021 (het bestreden besluit) heeft het college het primaire besluit in stand gelaten onder aanvulling van de motivering. 3. Eisers hebben tegen het besteden besluit beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. In de uitspraak van 6 januari 2022 heeft de voorzieningenrechter het verzoek afgewezen.' 4.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld. Namens eisers 5. waren aanwezig: gemachtigde van eisers, de heer Schaars, de heer Patijn en de heer Peltenburg. Het . Voor de college werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, vergezeld door de heer Roest. en de heer van vergunninghouder waren aanwezig de heer Brand Totstandkoming van het besluit Vergunninghouder exploiteert een restaurant met een buitenterras aan Dam 9 te 6. Schoonhoven. Het restaurant is gevestigd in het als rijksmonument aangewezen pand 'de Waag' dat zich bevindt op een eveneens als rijksmonument aangewezen damoverkluizing. Op 13 maart 2020 heeft vergunninghouder een aanvraag gedaan 0111 een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van
Voorzieningenrechter rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2022:155.
zaaknummer: SGR 21/7221
2
het restaurant in cle vorm van een bijbehorend bouwwerk van (overwegend) glas. Dit bijbehorend bouwwerk is voorzien aan de voorzijde van het restaurant en zal in de plaats komen van een deel van het daar aanwezige terras. 7. Ten tijde van de aanvraag en het bestreden besluit gold ter plaatse de beheersverordening "Binnenstad Schoonhoven" (de beheersverordening). Ingevolge deze beheersverordening golden op de betrokken locatie de bouw- en gebruiksregels uit het bestemmingsplan "Binnenstad — herziening I — 2010". Verder waren het "Parapluplan Cultuurhistorie en Archeologie" (Parapluplan cultuurhistorie) en liet "Parapluplan Parkeren Krimpenerwaard" (Parapluplan parkeren) van kracht. Op 14 juli 2021 is het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven" vastgesteld. Dit plan is op 14 oktober 2021 — kort na het bestreden besluit — in werking getreden. Tegen dit plan is beroep ingesteld. Op 3 mei 2023 heeft cle Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) een tussenuitspraak gedaan waarin cle raad werd opgedragen cle geconstateerde gebreken te herstellen. Er is nog geen einduitspraak gedaan door de Afdeling. 8.
Het college heeft bij het primaire besluit een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten 'bouwen van een bouwwerk', 'het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan' en 'het wijzigen van een beschermd monument'. Voor het vergunnen van cle bouwactiviteit heeft het college gebruik gemaakt van de zogenoemde kruimelgevallenlijst uit artikel 4 van bijlage II bij het Besluit Omgevingsrecht (Bor). Het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan betreft in cle eerste plaats de uitbreiding van het restaurant, nu op grond van de beheersverordening ter plaatse niet gebouwd mag worden. Daarnaast is ontheffing verleend van het Parapluplan parkeren, omdat het niet mogelijk was om voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren. Toestemming voor het wijzigen van een beschermd monument was volgens het college nodig aangezien de uitbreiding van liet restaurant is voorzien op de monumentale damoverkluizing en wordt geplaatst tegen het rijksmonument cle Waag. Verder is volgens het college geen sprake van strijd met het Parapluplan cultuurhistorie en voldoet het plan aan de redelijke eisen van welstand. 9.
Bij het bestreden besluit heeft het college het primaire besluit gehandhaafd en de motivering aangevuld naar aanleiding van het advies van de bezwarencommissie om beter te motiveren dat het bouwplan voldoet aan cle voorschriften en uitgangspunten van het ontwerpbestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven". Beoordeling door de rechtbank 10. eisers.
De rechtbank beoordeelt liet beroep van eisers aan de hand van de beroepsgronden van
Advisering Commissie Ruimtelijke Kwaliteit 11. De besluitvorming van het college steunt voor de activiteiten 'bouwen van een bouwwerk' (welstand) en 'wijzigen van een beschermd monument' op een positief advies van de gemeentelijke Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) van 11 augustus 2020. Ook het standpunt van het college dat het vergunde bouwwerk geen strijd oplevert met het Parapluplan cultuurhistorie en voldoet aan de redelijke eisen van welstand steunt op dit advies. De rechtbank stelt vast dat deze drie activiteiten verschillende beoordelingskaders kennen. Met betrekking tot het aspect welstand dient te worden beoordeeld of het bouwwerk voldoet aan de redelijke eisen van welstand, zoals uitgewerkt in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit Krimpenerwaard 2017 (Nota Ruimtelijke Kwaliteit). Bij het Parapluplan cultuurhistorie moet ingevolge artikel 14.2.3 van de regels van dat plan met name worden beoordeeld
zaaknummer: SGR 21/7221
3
of het bouwwerk geen strijd oplevert met de beeldkwaliteitseisen van het beschermd stadsgezicht Schoonhoven. Ten slotte dient in liet kader van de activiteit 'wijzigen van een beschermd monument' te worden beoordeeld of het belang van cle monumentenzorg zich niet tegen vergunningverlening verzet. Eisers stellen zich op het standpunt dat het college dit advies niet ten grondslag kon leggen 12. aan het bestreden besluit. Hiertoe voeren zij primair aan dat uit het advies van de CRK niet volgt dat de afzonderlijke beoordelingskaders afdoende in acht zijn genomen. Eisers voeren daarnaast aan dat het bouwplan niet voldoet aan de gestelde randvoorwaarden zoals opgenomen in het advies van de CRK. Uit de tekeningen bij de omgevingsvergunning blijkt dat de constructie is geplaatst tegen cle bestaande goot, tegen het bestaande monument en enkele meters uitsteekt ten opzichte van de gootconstructie. Hierdoor wordt niet voldaan aan de randvoorwaarden dat de serre mini terug ligt ten opzichte van de bestaande gootconstructie. Ook wordt niet voldaan aan de eis dat het dak uitgevoerd moet worden in ontspiegeld glas nu het dak voor liet grootste gedeelte uit bitumen en grind bestaat. Daarnaast wordt gesteld dat de serre niet reversibel is nu de serre wordt geplaatst tegen liet monument, en zijn er grote twijfels over de reversibiliteit van de serre ten opzichte van de monumentale brug. 13.
De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak liet college, hoewel hij niet aan het advies van een deskundigencommissie is gebonden, op dat advies kan afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan cle zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, cle begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het college niet zonder nadere motivering op liet advies afgaan.' 14.
De CRK heeft op 1 1 augustus 2020 het volgende advies gegeven:
'Akkoord: ja, mits 1-let bouwplan werd eerder, in het kader van vooroverleg, ter advisering voorgelegd. Daarbij werd aangegeven dal De Waag een zeer prominent monument is in de binnenstad van Schoonhoven. Een eventuele uitbreiding dient zo ondergeschikt en zo transparant mogelijk te zijn en mag op geen enkele wijze concurreren niet hel monument. Daarbij zijn een aantal randvoorwaarden meegegeven: - Dat gehele constructie van de uitbreiding ruim los houden van hel monument inclusief het zeer markante dakoverstek; De uitbreiding dient volledig reversibel te zijn zonder gevolgen voor het rijksmonument en de monumentale brug; De uitbreiding dient zo slank en transparant mogelijk te worden ontworpen (als het ware een glazen doos); - Een passende overgang 11C1C11' het monumentale brugdek is noodzakelijk. Tevens is gevraagd om de uitwerking van een aantal details wat betreft de ventilatie en de aansluiting op de monumentale brug. Ingestemd kan worden niet deze details, niet daarbij het voorbehoud dat er z.s.m.. een constructieberekening moet worden overlegd (hoe wordt het gewicht van de bouwconstructie op een gelijkmatige wijze verdeeld over het monumentale brugdek en kan het brugdek deze belasting dragen).
2 Bijvoorbeeld de uitspraak van 5 oktober 2022 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), ECLI:NL:RVS:2022:2859.
zaaknummer: SGR 21/7221
4
Tevens wordt gememoreerd dat de historische vereniging betrokken dient le worden bij het bouwproces. Enige verslaglegging hierover (los van het beleggen van een informatieavond) ontbreekt. Tenslotte worcfropgemerla dat de ventilatievoorzieningen berekend dienen te zijn op het nieuwe gebruik en de eisen die door C'ovid-19 daaraan gesteld worden. Uitgesloten dient te worden dal er aanvullend nog ventilatievoorzieningen in het dak of in de gevels nodig zijn. ' • 15. Eisers hebben naar aanleiding van dit advies een tegenadvies overgelegd van de commissie voor Second Opinions MOOI Noord-Holland. In dit tegenadvies is geoordeeld dat het plan in strijd is met de redelijke eisen van welstand omdat cle uitbouw niet ondergeschikt is aan het bestaande gebouw 'cle Waag'. Ook is de positionering op 'de Dam' een ingrijpende wijziging van de ruimtelijke opzet en daarmee niet ondergeschikt. Daarnaast neemt de uitbouw het zicht weg op de oudste onderdelen van 'de Waag'. Verder doet het zomerterras afbreuk aan de open ruimte van 'de Dam'. Hierdoor is er een aantasting van de erfgoedwaarden, en respecteert het plan onvoldoende de cultuurhistorische waarden. Eisers zijn, gelet op het tegenadvies, van oordeel dat de aanvraag op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving niet voldoet aan cle voor het gebied geldende beoordelingscriteria en daarmee niet aan cie redelijke eisen van welstand. 16.
Op 14 december 2021 heeft de CRK een reactie gegeven en is de CRK inhoudelijk' ingegaan op cie punten clie volgen uit het tegenadvies. In deze reactie is door de CRK aangegeven dat er positief is geadviseerd op het plan met de volgende voorwaarden: Er dient nog een constructieberekening te worden overlegd waarin wordt aangetoond dat de bouwconstructie op een gelijkmatige wijze verdeeld wordt over het monumentale brugdek en het brugdek deze belasting kan dragen;, Uitgesloten dient te worden dat er aanvullend nog ventilatievoorzieningen in het dak of in de gevels nodig zijn. Ook is het volgende opgenomen: 'De CR.K is positief over de zorgvuldige wijze waarop de serre is vormgegeven. De uitbouw is volledig reversibel. De details zijn zeer zorgvuldig vormgegeven, de dakrand blijft vrij van cle serre. De serre is ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De aanvrager heeft aangegeven dat er geen reclame zal worden toegepast op en aan het gebouw. De CRK onderschrijft cle reactie over de mate van ondergeschiktheid van de serre door de Commissie voor Second Opinions van MOOI Noord-Holland niet. De CRK is van mening dat de serre een ondergeschikte toevoeging is aan . `de Waag'. Dit mede gelet op het feit dat de helft van de serre onder cle uitkraging van hel karakteristieke, hoge dak van 'de Waag' is geplaatst.
De CRK is akkoord gegaan met het zomerterras omdat dit een semipermcmente karakter heeft. Ook is het zomerterras volledig reversibel. 11/Iomenteel is er ook een terras aanwezig. ' 17. In de nadere toelichting van het CRK op haar adviezen van 5 juni 2023 wordt vermeld dat het plan meerdere keren is aangepast, mede op grond van de adviezen van cle CRK. Ook worden cle randvoorwaarden uit het advies van 1 1 augustus 2020 herhaald. Vervolgens wordt het volgende voorzover hier van belang- aangegeven: `De commissie is van mening dat acm genoemde punten voldaan is en het plan voldoet aan cle Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Hiermee voldoet het bouwplan zoveel mogelijk, aan de gestelde randvoorwaarden, mede in het licht van de beperkingen die een bijzonder object als de Waag met zich
zaaknummer: SGR 21/7221
5
brengt. In het kader VC111 de advisering op eifgoedwaarden zijn de voornoemde aspecten eveneens uitgangspunt van de CRK, aangevuld met specifieke voorwaarden, behorend bij de erfgoedwaarde: -Er dient een constructieberekening te worden overgelegd waarin wordt aangetoond dat cle bouwconstructie op een gelijkmatige wijze verdeeld wordt over het monumentale brugdek, en dat het brugdek deze belasting kan dragen. -Uitgesloten dient te worden dat er aanvullend nog ventilatievoorzieningen in het dak of in de gevels nodig zijn. • -De serre is en blijfi ondergeschikt aan het monument/hoofdgebouw. (...). Nota bene: -Het betreft voorwaarden bij een positieladvies op een omgevingsvergunning: de adequate invulling van deze voorwaarden danwel de aanvullende documenten moeten voorafgaand de uitvoering getoetst zijn door de ambtenaar belast met momunentzaken. -De CRK heeft eerder opgemerkt dat bij de 'draagkracht van het brugdek' natuurlijk inbegrepen wordt: de fundering van de brug, het gewelf van de brug en een toereikende staat van onderhoud van de brug. -De CRK heeft eerder opgemerkt dat de brug een apart beschermd Rijksmonument is. Eventuele aanpassingen aan de brug, voorzover niet uitgewerkt in de aanvraag, moeten aanvullend aangevraagd worden. -Eventueel reeds vergunde terrasvoorzieningen moeten zo nodig herzien worden.
In het kader van de wens tot behoud van het monument in relatie tot de haalbaarheid van de exploitatie is minder hard vastgehouden aan cle randvoorwaarde dat de aanbouw ruim los moet komen van het hoofgebouw. De haalbaarheid van het plan is mede afhankelijk win eisen met betrekking tot cle nieuwe gebruiksruimte, zoals de hoogte en boultftsische uitwerking. De aanbouw komt los Van het hoofgebouw maar niet ruim los. De commissie heeft overwogen dat de wens om de De Waag als prominent onderdeel van het beschermd gezicht Van de binnenstad van Schoonhoven te behouden nadrukkelijk ,samenhangt niet een haalbare exploitatie. Daarom heelt de commissie geconcludeerd dat voorliggend bouwplan bijdraagt aan behoud Van het monument en daarmee bezien in de context van de integrale af-Weging van belangen een acceptabele ingreep is. ' Afzonderlijke beoordelingskaders? 18. De rechtbank is van oordeel dat uit deze toelichting volgt dat de CRK het plan heeft bekeken vanuit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, de Erfgoedverordening en de erfgoedregels in het Parapluplan cultuurhistorie. Gelet op deze nadere motivering samen met het positieve advies van 11 augustus 2020 ziet de rechtbank in hetgeen eisers hebben aangevoerd over het gebrek aan duidelijkheid omtrent de getoetste beoordelingskaders geen aanleiding om te twijfelen aan het in acht nemen van de afzonderlijke beoordelingskaders.
Hierbij acht de rechtbank tevens van belang dat in het tegenadvie dat eisers hebben overgelegd, niet wordt aangegeven dat onduidelijk is aan welke beoordelingskaders is getoetst. Deze beroepsgrond slaagt niet. Is voldaan aan de randvoorwaarden? 19. De rechtbank is met eisers van oordeel dat de randvoorwaarden die de CRK in het advies van 1 1 augustus 2020 heeft geformuleerd, gelet op de wijze van formulering, moeten worden aangemerkt als "harde" voorwaarden waaraan moet zijn voldaan, alvorens positief geadviseerd kan worden. Eisers hebben gemotiveerd aangevoerd dat op een aantal onderdelen niet aan die randvoorwaarden is voldaan. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
zaaknummer: SGR 21/7221
6
De gehele constructie van de uitbreiding dient ruim los te worden gehouden van het monument inclusiefhet zeer markante dakoverstek 19.1 . De rechtbank constateert dat de CRK in de reactie van 14 december 2021 aangeeft dat de dakrand vrij blijft van de serre. In de reactie van 5 juni 2023 wordt aangegeven: "De aanbouw komt los van hel hoofgebouw maar niet ruim los -. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat niet is voldaan aan de randvoorwaarde, die immers inhoudt dat de uitbreiding ruim los dient te worden gehouden van het monument inclusief het zeer markante dakoverstek. Daar komt bij dat uit de door eisers in hun reactie van 3 I oktober 2023 weergegeven tekening bij de aanvraag kan worden afgeleid dat cle constructie is geplaatst tegen de bestaande goot van het monument. Het college heeft daar geen afdoende verklaring voor kunnen geven. De beroepsgrond slaagt. De uitbreiding dient volledig reversibel te zijn zonder gevolgen voor het rijksmonument en de monumentale brug; 19.2. In de reactie van 14 december 2021 concludeert de CRK: 'De uitbouw is volledig reversibel'. De rechtbank kan eisers volgen waar zij ernstige twijfels uiten of cle uitbreiding volledig reversibel is, nu cle uitbreiding blijkens de in ro 19.1 vermelde tekening lijkt te zijn geplaatst tegen de bestaande goot en tegen liet monument.
Dat zij op basis van de (later) door vergunninghouder ingediende constructieberekeningen van 23 oktober 2020 en constructietekeningen van 1 1 januari 2021 en I I januari 2022 dezelfde twijfels hebben ten aanzien van de reversibiliteit ten opzichte van de monumentale brug kan de rechtbank ook volgen. Zij betogen gemotiveerd dat vanwege de gekozen constructie, waarvan niet name de te storten beton vloer, ernstig betwijfeld moet worden of het bouwwerk kan worden verwijderd zonder schade aan te brengen aan de monumentale brug. Uit de brief namens het college van 13 januari 2022, waarbij cle constructieberekeningen en tekeningen akkoord zijn bevonden, blijkt niet dat hieraan aandacht is besteed. Ook in de reacties van de CRK van 14 december 2021 en van 5 juni 2023 ziet de rechtbank geen onderbouwing van de conclusie dat de uitbreiding volledig reversibel is zonder gevolgen voor het rijksmonument en de monumentale brug. Ook deze beroepsgrond slaagt. Hel voorbehoud dal er z.s.m.. een constructieberekening moet worden overlegd (hoe wordt het gewicht van de bouwconstructie op een gelijkmatige wijze verdeeld over het monumentale brugdek en kan het brugdek deze belasting dragen). 19.3.
Uit de reactie van 5 juni 2023 blijkt dat ook dit een voorwaarde betreft bij een positief advies en dat bij de 'draagkracht van het brugdek' ook inbegrepen wordt: de fundering van de brug, liet gewelf van de brug en een toereikende staat van onderhoud van de brug. Verder wordt opgemerkt dat de adequate invulling van deze voorwaarden danwel de aanvullende documenten voorafgaand aan de uitvoering getoetst moeten zijn door de ambtenaar belast met .monumentzaken. De rechtbank stelt vast dat ook op dit punt uit de brief namens het college van 13 januari 2022, waarbij de constructie berekeningen en tekeningen akkoord zijn bevonden, niet blijkt dat hieraan aandacht is besteed. Dat klemt temeer nu eisers in hun reactie van 31 oktober 2023 gemotiveerd betogen dat de constructie berekeningen en tekeningen weliswaar als uitgangspunt hebben dat het gewicht van de aanbouw en de betonvloer niet op de brug rust maar ernaast, maar dat daaruit niet blijkt dat de belasting op de brug is betrokken en doorgerekend is en dat derhalve niet vaststaat dat het brugdek de aanbouw kan dragen. Ook deze beroepsgrond slaagt. 19.4. De rechtbank voegt daaraan toe dat zij van oordeel is dat de CRK de toetsing van de door haar vereiste constructieberekeningen en tekeningen in het licht van voormelde door haar gestelde
zaaknummer: SGR 21/7221
7
voorwaarden niet had mogen overlaten aan de ambtenaar namens het college maar zelf had behoren te doen. De rechtbank vindt dat de CRK zelf deze toetsing had moeten doen, nu uit het advies van 1 1 augustus 2020 blijkt dat ook dit een voor de CRK wezenlijk voorbehoud betreft. De rechtbank volgt het college niet in de stelling dat cle latere indiening van de constructieberekeningen en tekeningen valt onder het uitgestelde indieningsvereiste als bedoeld in artikel 2.7 van de Regeling omgevingsrecht (hierna: Mor), voor zover die berekeningen en tekeningen door de CRK zijn vereist ter beoordeling van de door haar gestelde voorwaarden voor positieve advisering in het kader van het belang van monumentenzorg, de beeldkwaliteitseisen van het beschermd stadsgezicht en redelijke eisen van welstand. Die mogelijkheid van uitgestelde indiening ziet hier niet op. Uit het voorgaande volgt dat eisers op een aantal punten terecht betogen dat de CRK niet 19.5. afdoende heeft onderzocht en onderbouwd dat het plan voldoet aan de door haar in het advies van 11 augustus 2020 gestelde harde voorwaarden voor een positief advies. De overweging van de CRK in de reactie van 5 juni 2023 dat er in het kader van een haalbare exploitatie minder strikt is vastgehouden aan de randvoorwaarden, acht de rechtbank tegenstrijdig aan de eerder gestelde harde voorwaarden.
Naar het oordeel van de rechtbank is het verder niet aan de CRK om de haalbaarheid van de exploitatie te betrekken bij haar advisering in het kader van het belang van monumentenzorg, de beeldkwaliteitseisen van het beschermd stadsgezicht en redelijke eisen van welstand. De CRK fungeert immers als een adviesorgaan dat oordeelt op basis van beleidsstukken niet betrekking tot uitsluitend die aspecten. De rechtbank komt tot de conclusie dat de advisering van de CRK gebreken vertoont. Het 19.6. bestreden besluit berust derhalve in zoverre op een ontoereikend onderzoek en een gebrekkige motivering. 20.
De beroepsgrond slaagt.
Onjuiste procedure gevolgd? Eisers voeren aan dat het college de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: 21. de minister) niet om een advies heeft verzocht. Het bouwplan leidt volgens eisers namelijk tot een ingrijpende wijziging van een (deel) van het monument als bedoeld in artikel 6.4, eerste lid, onder a, onder sub 2 van liet Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor). Nu de minister op grond van artikel 6.4 van het Bot: om advies gevraagd had moeten worden, had het college het bestreden besluit volgens eisers bovendien moeten voorbereiden met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure als bedoeld in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 22. Het college stelt er geen sprake is van het slopen van een rijksmonument en er ook geen sprake is van ingrijpend wijzigen van het rijksmonument. Er wordt een serre voor het rijksmonument gezet. Voor zover wordt betoogd door eisers dat de monumentale brug een nieuwe bestemming krijgt, is er nu reeds sprake van het gebruik als terras. Dat er een serre bij komt maakt dit niet anders. Daarnaast is contact gezocht met RCE en die gaven juist aan dat ze geen advies hoeven te geven'. Ook is er geen bezwaar gemaakt door RCE op het plan. 23.
Zoals hiervoor in rechtsoverweging 19.3 is geoordeeld staat onvoldoende vast dat het monument volledig reversibel is en kan worden verwijderd zonder schade aan te brengen aan de monumentale brug. Nu dit onvoldoende duidelijk is, kan ook niet met zekerheid worden gesteld dat het bouwplan niet leidt tot een ingrijpende wijziging van het rijksmonument, te weten de monumentale brug. Gelet hierop hecht de rechtbank geen doorslaggevende betekenis aan de reactie van de RCE.
zaaknummer: SGR 21/7221
24.
8
De beroepsgroncl slaagt
Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015 25. Eisers stellen dat het college geen toepassing heeft kunnen geven aan de Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015, gemeente Krimpenerwaard, omdat het plan niet valt onder maatschappelijke doeleinden. Ook heeft het college zonder deugdelijke motivering geen gebruik kunnen maken van de hardheidsclausule zoals opgenomen in die beleidsregels. 26. Het college voert aan dat een uitbreiding als deze strikt genomen niet aan de beleidsregels getoetst hoeft te worden, omdat dit beleid enkel ziet op bijbehorende bouwwerken ten behoeve van woningen, maatschappelijke doeleinden, winkels en voor beschermd stads- en dorpsgezicht. Omdat horeca er niet tussen staat, had niet getoetst hoeven te worden aan het beleid. Zekerheidshalve is wel gebruik gemaakt van de hardheidsclausule in het beleid, omdat ten tijde van de aanvraag een beleidswijziging in de rede lag. De Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015, zoals die ten tijde van het 27. bestreden besluit golden, hebben betrekking op de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 2. 12, eerste lid, onder a, onder 2° van de Wabo (kruimelgevallenregeling).
In bijlage II, artikel 4 van het Besluit omgevingsrecht (Bot') wordt aangegeven welke gevallen in aanmerking komen voor het verlenen van een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan (buitenplanse afwijkingsbevoegdheid). In die beleidsregels is aangegeven in welke gevallen van die kruimelgevallenregeling gebruik kan worden gemaakt. 28.
Artikel 3.1 van de beleidsregels luidt als volgt:
Artikel 3.1 Hardheidsclausule Voor wat betreft de toepassing van deze beleidsregels zijn burgemeester en wethouders bevoegd om af te wijken van deze regeling, vooral wanneer deze voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Afwijken van deze regeling door toepassing van de hardheidsclausule kan alleen op basis van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Het is niet mogelijk om alsnog een omgevingsvergunning te verlenen op basis van een projectafwijkingsbesluit. In het algemeen kan een beroep op de hardheidsclausule worden gedaan indien: a. Er bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld medisch, welstandstechnisch etc.) worden aangevoerd clie tot medewerking in afwijking van het beleid noodzaken en er geen redelijke alternatieven bestaan om hierin te voorzien, mits de ruimtelijke consequenties beperkt blijven en er geen sprake is van (ongewenste) precedentwerking; ,b. Indien de aanvraag niet binnen het geldend beleid past maar als gevolg van het verzoek een beleidswijziging in de rede ligt. 29. De rechtbank volgt het college niet in de stelling dat er niet getoetst had hoeven worden aan het beleid, nu dit beleid ziet op de toepassing van de kruimelgevallenregeling.
De rechtbank stelt verder vast dat de beleidsregels niet voorzien in het toepassen van uitbreiding van horeca middels de kruimelgevallenregeling. Dit heeft tot gevolg dat in beginsel uitbreiding van horeca niet middels de kruimelgevallenregeling vergund kan worden.
zaaknummer: SGR 21/7221
9
29.1 . Voor zover het college gebruik heeft gemaakt van de hardheidsclausule op de grond dat een beleidswijziging in de rede ligt als bedoeld in artikel 3.1., onder b, van de beleidsregels, waarbij de categorie bedrijven/horeca wordt toegevoegd aan de al opgenomen categorie maatschappelijke doeleinden en winkels, overweegt de rechtbank als volgt. De bezwarencommissie heeft in haar advies vastgesteld dat het college heeft gewezen op het ontwerpbestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven" dat op 14 juli 2021 is vastgestelde en heeft geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat het bouwplan in overeenstemming is met dat ontwerpbestemmingsplan en dat gelet hierop een beleidswijziging in de rede ligt. In het bijzonder is niet gemotiveerd dat het bouwplan voldoet aan de in artikel 14.4.2. van dat bestemmingsplan vermelde voorwaarden. In het bestreden besluit heeft liet college de navolgende aanvullende motivering opgenomen: 'De uitbreiding van Eethuys de Waag op huidige locatie is ruimtelijke wenselijk en sluit aan op uitgangspunten van de Retcálvisie Krimpenerwactrd In deze visie wordt gesteld dat concentratie en consolidatie van de horeca binnen de centrumgebieden een streefpunt is. Dit draagt namelijk bij acm de economische levensvatbaarheid ervan en trekt meer impulsbezoekers aan.
De visie benadrukt dat de gemeente ruimte bied voor de groei van het horeca-aanbod, met nctme dag horeca en restaurants Met het oog op het profiteren van het centrum als verbliffigebied. Hier sluit de uitbreiding van Eethuys de Waag in de zilveras VC111 Schoonhoven direct bij aan. Eethuys cie Waag is daarbij ook een van cle weinige horeca gelegenheden in Schoonhoven die kan uitbreiden (incl. terras). Met het uitbreiden vcm Eethuys de Waag kunnen meer toeristen/bezoekers vcm Schoonhoven een plaatsnemen in dit restaurant. Doordat het terras overdekt wordt, neemt tevens het omgevingsgeluid ctf. Met de beoogde uitbreiding wordt ingezet op een goed verbliffiklimaat voor bezoekers (inwoners en toeristen) van de binnenstad Schoonhoven met een langere verbliffichtur en meer investeringen in het centrum tot gevolg. Wat vervolgens bijdraagt acm een vitale kern in de gemeente Krimpenerwaard. -Tot slot ligt Eethuys de Waag vlak naast het Zilvermuseum. Met hel recent vastgestelde Chw bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven wordt gestreefd naar de versterking van de zilverstad Door deze restaurant ('uitbreiding) dicht naast het Zilvermuseum te stimuleren, trekt dit mogelijk meer bezoekers, wat daarmee dus ook het Zilverstadimc.tgo versterkt. ' 30. De rechtbank stelt vast de het college deze aanvullende motivering hoofdzakelijk baseert op de retailvisie Krimpenerwaard uit 2019.
Deze visie dateert echter van vóór het primaire besluit en niet blijkt dat dit een beleidswijziging die is ingegeven door onderhavige aanvraag. Verder wordt het CHw bestemmingsplan Binnenstad Schoonhoven weliswaar genoemd, maar niet blijkt dat is beoordeeld of het bouwplan voldoet aan de in artikel 14.4.2, van dat bestemmingsplan vermelde voorwaarden, zoals de bezwarencommissie heeft geadviseerd. Voor zover op dat punt is afgeweken van het advies van de bezwarencommissie is daarvoor geen motivering gegeven. Ook op dit punt berust het besluit derhalve op een ontoereikende motivering. 31.
De beroepsgrond slaagt.
Parkeren 32. Eisers stellen dat het bouwplan in strijd is met het parapluplan parkeren nu niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid door vergunninghouder. Zij stellen dat de parkeerbehoefte toeneemt met 6 auto's. Ook betwisten ze de deugdelijkheid van de parkeeronderzoeken van het college en bestrijden ze dat is voldaan aan het vereiste dat vergunninghouder op een andere wijze dient te voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
zaaknummer: SGR 21/7221
10
33. Het college stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van toename van de parkeerdruk. In de praktijk zal immers geen sprake zijn van toename van gebruikers, maar juist van een afname. Hierdoor wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 3.1.1. van de planregels van het Parapluplan parkeren, omdat dat op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en daarnaast blijkt dat de parkeerdruk in het openbaar gebied niet toeneemt. 34. In artikel 3. 1 . 1 van cle planregels van het Parapluplan parkeren is — voor zover hier van belang — opgenomen dat het bevoegd gezag slechts een omgevingsvergunning kan verlenen voor de activiteiten bouwen en/of het gebruiken van gronden en/of de activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening indien bij cle aanvraag wordt aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Het bevoegd gezag kan op grond van artikel 3.1.2 bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.1, indien: (a) aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte op eigen terrein redelijkerwijs niet kan worden verlangd; (b) op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om cle toename van de parkeerbehoefte op te vangen; (c) uit parkeeronderzoek blijkt dat de parkeerdruk in liet openbaar gebied niet toeneemt. 35.
De rechtbank stelt vast het college gebruik heeft gemaakt van cle planologische afwijk ingsmogelijkheid voor parkeren nu er niet op eigen terrein geparkeerd kan worden. 35. . Het college heeft niet verwijzing naar het aanvullend Advies parkeernorm van de Adviseur verkeer van 8 maart 2023 het eerder ingenomen standpunt dat geen sprake is van een toename in cle parkeerdruk nader onderbouwd. Daarin is berekend dat niet de aanbouw het aantal vierkante meter terras in de zomersituatic ten opzichte van de vergunde terrassituatie omlaag gaat en de parkeerdruk met I parkeerplaats afneemt van 14 in de bestaande situatie naar 13 in cle vergunde situatie. In de wintersituatie neemt de parkeerdruk weliswaar iets toe en komt uit op 7 parkeerplaatsen, maar dat is nog steeds beduidend minder dan in de bestaande maatgevende zomersituatie. Bovendien blijkt uit een eerder parkeeronderzoek uit 2019 dat de bestaande parkeerbehoefte van 14 parkeerplaatsen in cle omgeving kan worden opgevangen. 35.2. Het standpunt van eisers dat de parkeerdruk in dit aanvullend advies onjuist is berekend omdat liet college ten onrechte niet is uitgegaan van winter- en zomertijden is niet nader onderbouwd. De rechtbank kan de motivering in dat nader advies volgen dat de kencijfers van CROW geen winter- en zomertijden kennen, maar dat je naar het gehele jaar moet kijken.
Bovendien is de parkeerdruk iri de winter beduidend lager dan in de zomerperiode. Verder volgt uit het parkeeronderzoek uit 2019 dat in cle nabije omgeving (circa 700 meter afstand) voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn met een lage bezettingsgraad. De rechtbank kan het college volgen dat dat een acceptabele loopafstand is. Daarnaast is als voorwaarde in de omgevingsvergunning opgenomen dat vergunninghouder bezoekers dient te wijzen op die parkeermogelijkheden die op 700 meter afstand liggen. Het.college heeft hiermee afdoende gemotiveerd dat, voor zover sprake is van een toename van de parkeerbehoefte in de winterperiode, op een andere wijze wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om die toename op te vangen. 35.3. Gelet hierop en in aanmerking genomen dat eisers hun betoog niet hebben onderbouwd met een door een ter zake deskundige opgesteld rapport, is de rechtbank van oordeel dat bestreden besluit op dit punt berust op toereikend onderzoek en een adequate motivering.
zaaknummer: SGR 21/7221
36.
11
De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen 37. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank draagt het college op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar binnen twaalf weken na de dag van verzending van deze uitspraak, met inachtneming van deze uitspraak. Omdat het beroep gegrond is, moet het college het griffierecht aan eisers terugbetalen. 38. Verder krijgen eisers een vergoeding voor de proceskosten die zij hebben gemaakt in de beroepsfase. Het college moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt niet toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 875;-), bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 1 .750,-.
zaaknummer: SGR 21/7221
12
Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt het besluit van 6 oktober 2021; - draagt het college op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak; - bepaalt dat het college het griffierecht van € 360,- aan eisers moet vergoeden; - veroordeelt het college tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H. Smits, rechter, in aanwezigheid van mr. M.W. ten Brummelhuis, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2024.
o-rffier i
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
22 c:ct:?
L
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na cle dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan cle indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat cle zaak spoed heeft, clan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
> Retouradres Postbus 1600 3800 BP Amersfoort
College van B&W van Gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk
Smallepad 5 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 3800 BP Amersfoort www.cultureelerfgoed.nl Contactpersoon
e.van.es@cultureelerfgoed.nl
Datum Betreft
Naam Adres Postcode/plaats Gemeente/provincie Monumentnummers
17 april 2024 Advies omgevingsvergunning rijksmonumentactiviteit
Onze referentie 1522643 Uw referentie
De Waag en damoverkluizing Dam 9 2871CS Schoonhoven Krimpenerwaard; Zuid-Holland; 33422 en 33549
Geacht college,
Op 19 maart 2024 vroeg u mij u te adviseren over de voorgenomen wijziging(en) van bovengenoemde monumenten op grond van artikel 2.26, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 6.4, eerste lid onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Bor). U heeft dit adviesverzoek gedaan in het kader van de beroepsprocedure tegen de door u verleende vergunning. In een eerder stadium kwam de gemeente Krimpenerwaard tot de beoordeling dat de reguliere procedure van toepassing was, maar is op deze beoordeling teruggekomen. U heeft mij daartoe alsnog de aanvraag om een omgevingsvergunning toegezonden. Advies Ik adviseer u de gevraagde omgevingsvergunning niet te verlenen. In onderstaande motivering licht ik dit nader toe. Bij de beoordeling heb ik de stukken betrokken zoals deze zijn ingediend bij de aanvraag. Het plan Het plan betreft een aanbouw aan de Waag van Schoonhoven. De aanbouw wordt uitgevoerd in stalen profielen en glas op een betonnen fundatie die in het wegdek op de damoverkluizing wordt verankerd. De aanbouw is een permanente toevoeging aan het monument, die in principe reversibel is. Motivering De Waag en de damoverkluizing zijn beide rijksmonument (respectievelijk monumentnummer 33422 en 33549) en gelegen in het beschermd stadsgezicht Pagina 1 van 3
Onze referentie
Schoonhoven. De voorgestelde aanbouw is een grootschalige ingreep, aangezien het oppervlak vrijwel gelijk is aan het oppervlak van de Waag. De aanbouw heeft visuele impact op het beschermd stadsgezicht en de beeldwaarde van de Waag. Bovendien heet de aanbouw fysieke gevolgen voor de damoverkluizing. . De reversibiliteit van de ingreep heb ik in mijn advies meegewogen, toch heeft de grote visuele impact de doorslag voor een negatief advies gegeven. De belangrijkste overwegingen daarbij zijn:
1522643
Ruimtelijke context De vrijstaande Waag staat op een centrale, goed zichtbare locatie op de Dam, bij de kruising van twee belangrijke historische routes, te weten de Kerkstraat en de (Oude) Haven. De centrale positionering, de zichtbaarheid en de alzijdigheid zijn essentiële kenmerken van de Waag. De aanbouw is van dusdanige afmetingen dat het de begrenzing van de Dam zal vormen en bovendien het zicht op (de oudste onderdelen van) het rijksmonument grotendeels zal ontnemen. Er is sprake van een verstoring van het beschermd stadsgezicht. Typologie De voorgestelde aanbouw verhoudt zich slecht tot de typologie en karakteristiek van het monument. De aanbouw vermindert het toegankelijke karakter van de Waag. Toegankelijkheid is een wezenlijk kenmerk van dit gebouwtype, namelijk een openbaar gebouw. Architectuur Door de forse afmetingen en verhoudingsgewijs grove detaillering zal de aanbouw concurreren met de markante hoofdvorm en de verfijnde renaissance-architectuur van de Waag. Op grond van zijn aard verdraagt dit kleine en alzijdige gebouw dergelijk ingrijpende wijzigingen niet. Gelet op bovenstaande verzet het belang van de monumentenzorg zich tegen het verlenen van de vergunning.
Uitgangspunten Voor meer informatie over aanpassing, restauratie en verduurzaming van rijksmonumenten kunt u onder andere terecht bij ‘Uitgangspunten en overwegingen advisering gebouwde en groene rijksmonumenten’ op www.cultureelerfgoed.nl en op www.stichtingerm.nl Vragen Mocht u nog vragen hebben over de inhoud van dit advies, dan kunt u contact opnemen met de contactpersoon die in het briefhoofd vermeld staat. Tot slot verzoek ik u om mij op de hoogte te houden van de verdere procedure en de uitkomst daarvan. De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
Pagina 2 van 3
Onze referentie 1522643
Adviseur Architectuurhistorie
Pagina 3 van 3