CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.198 BIJL 3 Reactie op wensen en bedenkingen gemeenteraad

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college1.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opgehaalde wensen en bedenkingen Omgevingsprogramma Landbouw nr.

Pagina Fractie

Hoofdstuk/ wens of paragraaf/ tussenkop bedenking

Inhoud wens of bedenking

Reactie college B&W

Gewijzigde tekst in Omgevingsprogramma Landbouw

Definieer concreet de abstracte termen, denk aan: “kringloop landbouw”, “adaptieve landbouw” , “extensieve landbouw” en “biodiversiteit”. Het omgevingsprogramma gebruikt veel van zulke brede/onuitgewerkte begrippen om te beschreven waar het heen moet onze landbouw. Zonder concreet te definiëren wat we hiermee bedoelen, blijft het vaag. Het levert beleid op wat niet toetsbaar is later.

Er worden definities opgenomen voor adaptieve landbouw, extensieve landbouw en kringlooplandbouw. Er is geen definitie opgenomen voor biodiversiteit. Biodiversiteit staat voor verschillende soorten planten en dieren. In het programma zetten we onder meer in op het verhogen van de biodiversiteit, en dus op een toename van verschillende soorten planten en dieren.

Op de volgende plekken is (aanvullend) een definitie opgenomen: § 1.2 Adaptieve landbouw (landbouw die aan de hand van onderzoek en innovatie een bijdrage levert aan maatschappelijke vraagstukken. Het doel van adaptieve landbouw is productie van gezond voedsel met passende verdiensten en met oog voor natuur- en landschapskwaliteit.) § 2.2 Extensieve landbouw (landbouw gericht op het produceren van voedsel op meer hectare grond met minder input van buiten (bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest en veevoer). Natuur-inclusieve landbouw en biologische landbouw zijn voorbeelden van extensieve landbouw.) § 5.1 Kringlooplandbouw (kringlooplandbouw richt zich op het minimaliseren van afval en emissies, en het optimaal benutten van grondstoffen en

(graag zo concreet mogelijk)

1

-

GLPvdA

Algemeen

Wens

1

2

16

VGBK

5.2, 2e alinea pag. 16

Bedenking

3

16

VGBK

5.2, laatste alinea pag. 16

Wens

Hoe zou de gemeente agrarische bedrijven meer slagkracht kunnen geven en wat is een klein bedrijf. Dit is iets waar de gemeente moeilijk een positie in kan nemen.

We kunnen als gemeente de slagkracht van agrarische bedrijven bijvoorbeeld vergroten door middel van het programma Mijn Koers. Hiermee vergroten we het netwerk van de agrariërs, werken ze onder begeleiding aan het opstellen of verbeteren van hun bedrijfsplan en leren ze hun bedrijfsvisie presenteren. Met kleinere bedrijven worden de (familie)bedrijven bedoeld, waar geen full-time medewerkers in dienst zijn. Aanvragen De uitwerking van de omgevingsvergunning voor teelt regel voor van mais, betekent elk jaar ruwvoedergewassen vergunning aanvragen omdat vindt plaats in het mais vaak als tussenteelt wordt omgevingsplan. Bij het gebruikt. Wens is om een bedrijf uitwerken van deze de mogelijkheid te geven om beleidsregel wordt voor het bedrijf een bepaald nadere informatie oppervlakte maisteelt aan te ingewonnen met het vragen. Dit kan dan jaarlijks oog op inpasbaarheid over het bedrijf rouleren. in de agrarische bedrijfsvoering, landschap en milieu en met het oog op 2

eindproducten met zo min mogelijk verliezen.) Geen.

In paragraaf 5.2 is opgenomen dat er informatie wordt ingewonnen voordat de uitwerking van de regels voor het telen van ruwvoedergewassen plaatsvindt. Hierbij wordt rekening gehouden met inpasbaarheid van de agrarische bedrijfsvoering, landschap en milieu en ook met werkbaarheid en handhaafbaarheid. Op dat moment wordt overwogen of

werkbaarheid en handhaafbaarheid. 4

16

LK

5.2, 2e alinea

Wens

5

17

LK

6.1 eerste paragraaf

Bedenking

6

19

VGBK

6.2, Derde alinea

Bedenking

Dat college en gemeente zich krachtiger inzet voor het behoud van onze agrarische gronden en deze absoluut niet meer naar NNN-gebieden gaan en deze dan afgeplagd worden. De nu al 2250 hectare is al veel te fors ten opzichte over de gehele Krimpenerwaard.

en zo ja hoe de vergunningplicht wordt ingevuld. Geen.

Het college committeert zich aan deze uitspraak. In het omgevingsprogramma is daarom opgenomen dat de gemeente zich inzet dat er geen nieuwe gronden worden aangewezen als NNN gebied. Boeren moet hoofdzaak blijven Met het Geen. en niet andersom. Dus omgevingsprogramma nevenactiviteiten moet altijd Landbouw bieden we ondergeschikt blijven aan de nadrukkelijk ruimte aan hoofdzaak van agrarisch bedrijf. agrarische bedrijven om zich te ontwikkelen binnen de geldende kaders. De agrarische hoofdactiviteit blijft het uitgangspunt voor het ruimtegebruik in het buitengebied. Daarnaast is en blijft het een keuze of agrariërs een nevenactiviteit gaan verrichten. Hoe gaat de omzetting van De bestaande situatie Geen. bouwvlak naar bouwperceel, als blijft gelden, totdat de dit boven de 1,5 ha komt. Dan regels uit het tijdelijke zou vergunning aanvraag nodig omgevingsplan (de zijn. Of blijft de bestaande bestemmingsplannen) situatie tot iemand omzetting allemaal zijn vraagt? opgenomen in het gebiedsdekkende omgevingsplan. Bij die 3

7

20

VGBK

6.2, Punt e

Wens

10 procent extra water bij uitbreiding bouwperceel, alleen als dit ten dienste is van een gebouw of verharding. Niet bij uitbreiding voor bijvoorbeeld theetuin of camping.

4

omzetting is het uitgangspunt dat de bestaande situatie goed wordt vastgelegd en de agrariërs planologisch niet worden ingeperkt. In plaats van het bouwvlak, zal vanaf dat moment het agrarisch bouwperceel te zien zijn op de kaart. Vóór de omzetting naar het gebiedsdekkende omgevingsplan, blijft de bestaande situatie gelden evenals de bestaande regels om een groter bouwvlak/bouwperceel te krijgen. Het harmoniseren van de voorwaarden voor het vergroten van het agrarisch bouwperceel is gekoppeld aan het omgevingsplan. Op het moment dat het gebiedsdekkende omgevingsplan wordt opgesteld, kunnen uitgangspunten, bijvoorbeeld van het waterschap, gewijzigd zijn. Om die reden zijn de specifieke voorwaarden nu weggelaten en stellen

De concrete voorwaarden voor vergroten agrarisch bouwperceel in paragraaf 6.2 zijn weggelaten. Toegevoegd is dat de concrete uitwerking plaatsvindt bij het opstellen van het gebiedsdekkende omgevingsplan.

8

21

LK

7.1, eerste alinea

Bedenking

9

21

LK

7.1, tweede alinea

Wens

10

24

VGBK

7.2, 2e alinea pag. 24

Bedenking

we voor dit concreet uit te werken in het omgevingsplan. Wel blijft het uitgangspunt dat we tot 2 hectare agrarisch bouwperceel onder voorwaarden willen faciliteren. We moeten wel streven dat Dit punt wordt Geen. nevenactiviteiten een diversiteit meegenomen bij de krijgt, geen 20 landwinkels of 10 uitwerking van de theetuinen. randvoorwaarden voor het houden van nevenactiviteiten. Wens om te kijken om een Het Bestuurlijk Geen. beschermende status te krijgen. Platform Groene Hart We hebben ons mond er vol onderzoekt een van maar stukje bij beetje wordt Unesco-aanvraag voor dit opgeslokt. de cope-ontginningen. Daarnaast heeft het slagenlandschap al een beschermde status. Dit is geborgd in de Omgevingsverordening van de provincie ZuidHolland. Daarnaast is in onze omgevingsvisie vastgelegd dat de landschappelijke, (cultuur)historische en natuurlijke waarden geborgd moeten worden in het omgevingsplan. Normeren op inkomen maakt Dit punt wordt Geen. het voor kleine bedrijven of meegenomen bij de nevenbedrijven lastig om een uitwerking van de redelijk inkomen te halen uit randvoorwaarden voor 5

11

26

LK

8.2 tweede alinea

Wens

12

28

LK

9.2 Eerste alinea pag. 28

Wens

13

27-39

GLPvdA

9. Thema 5: Innovatie

Wens

14

32

LK

11.1, 2e alinea pag. 32

Bedenking

nevenactiviteiten. Ook oppervlakte is lastig want afhankelijk van de activiteit. Bij positieve uitslag vanuit Wageningen om meer mestvergisting te stimuleren en ondersteuning vanuit gemeente hierbij te bieden. Uitstekend initiatief zo’n loket en graag planning van wanneer kan dit gerealiseerd worden.

het houden van nevenactiviteiten.

Zoek als gemeente samen met gebiedspartners naar kansen om een diverse voedselproductie en biomateriaalproductie op gang te krijgen. Onze landbouw is erg gericht op de zuivelproductie. In het kader van innovatie is dit een beperking. Het is aannemelijker dat er zich innovatiekansen voordoen als we met verschillende soorten landbouwproducties experimenteren. Landschappelijke cultuurhistorische waarden dienen ook te gelden voor de NN gebieden en niet alleen voor agrariërs.

Dit zijn voorbeelden van innovaties die we willen stimuleren zoals dat ook plaats vond in Proeftuin Krimpenerwaard. Daarnaast is er ook ruimte voor innovatie bij de melkveehouderij, met oog voor het landschap.

6

Nadat de uitkomsten van het onderzoek bekend zijn, zal nader worden afgewogen wat de vervolgstappen zijn. Het agrarisch loket wordt tegelijkertijd met de vaststelling van het programma gerealiseerd.

Dat klopt. Het omgevingsprogramma Landbouw is echter geschreven vanuit het perspectief van de landbouw, waardoor NNN niet specifiek wordt genoemd.

Geen.

In paragraaf 13.3, waarin de concrete maatregelen zijn opgenomen, is aanvullend een planning opgenomen waarbij onderscheid is gemaakt tussen de korte termijn (< 1 jaar), de middellange termijn (1-4 jaar) en de lange termijn (5-7 jaar). Geen.

Geen.

15

32

GLPvdA

11.2, NNN-gebied

Bedenking

Schrap de volgende maatregel: “Er worden geen nieuwe gronden aangewezen als NNNgebied.” Naast dat het veel te voorbarig is om zo’n maatregel toe te passen zonder een raadsbesluit, geeft het college zelf op pagina 67 aan dat “…de natuurgronden en NNN-gebied buiten de reikwijdte van dit omgevingsprogramma vallen.”

16

32

GLPvdA

11.2, Vrijkomende weilanden

Bedenking

Wijzig de eerste bullet naar: “Weilanden van stoppende agrariërs kunnen benut worden door andere agrariërs zodat zij hun grondoppervlak kunnen vergroten en daarmee meer mogelijkheden hebben voor extensief agrarisch natuurbeheer.” Nu en in de toekomst krijgen we te maken met diverse ruimtelijke claims (woningbouw, bedrijventerreinen, energietransitie, natuurherstelen ontwikkeling, waterwinning en -buffering). Veruit het grootste gedeelte van de oppervlakte van onze gemeente betreft landbouwgrond. Het is onverstandig om nu al vast te leggen dat vrijkomende gronden van de grootste grondfunctie in 7

De bestaande NNN gronden vallen inderdaad buiten de reikwijdte van het programma. De bestaande landbouwgronden vallen wel binnen de reikwijdte van dit programma. Met deze maatregel willen we ons als gemeente inzetten om deze bestaande landbouwgronden ook voor de landbouw te behouden. Als maatregel is nu opgenomen dat gronden van stoppende agrariërs in hoofdzaak behouden blijven voor agrariërs. Met deze woordkeuze wordt niet uitgesloten dat er ook andere ruimteclaims kunnen zijn die toegekend worden.

Geen.

Geen.

17

32

SGP

11.2, stoppende agrariërs

Bedenking

18

43

GLPvdA

1.2, Wens Toekomstbestendige landbouw – a) Bodem, water en klimaat

19

44

GLPvdA

1.2, b) verhogen biodiversiteit, Kruidenrijk gras

Bedenking

hoofdzaak dezelfde grondfunctie moet blijven. Daarmee beperkt de gemeente haar ruimtelijke mogelijkheden met betrekking tot andere maatschappelijke opgaven. Weilanden stoppende agrariërs niet alleen in hoofdzaak maar uitsluitend behouden voor agrariërs. Buurman boer moet extensiveren om zelfde aantal dieren te kunnen houden. Provinciale SANE wil deze weilanden inpikken, daar hebben wij stellig afstand van genomen. Schrap dus de woorden “in hoofdzaak”. De tekst luidt nu dat toekomstbestendige landbouw niet perse natuurinclusief of biologisch hoeft te zijn. Onze wens is om deze alinea te herschrijven naar een formulering die meer natuurinclusieve en biologische landbouw juist aanmoedigt. Het is overduidelijk dat deze vormen van landbouw het meest toekomstbestendig zijn. Ondersteun en stimuleer als gemeente niet alleen het behoud en beheer van kruidenrijke graslanden maar ook de aanleg ervan. Wijzig de zin daarom naar: “Denk daarbij aan het behoud, beheer en aanleg van kruidenrijke graslanden, het aanleggen van 8

We hebben als Geen. gemeente stellig afstand genomen van het ‘inpikken’ van weilanden. Echter er zijn ook andere ruimte claims zoals in de bedenking hiervoor ook genoemd. Om die reden blijft de zinsnede gelijk. Hoewel wij Geen. natuurinclusieve en biologische landbouw aanmoedigen, vinden wij niet dat alle landbouw dat per definitie moet zijn.

De zinsnede wordt conform voorstel aangepast.

De zinsnede wordt voorstel aangepast, waarbij wordt toegevoegd dat het gaat om maatregelen op vrijwillige basis.

20

54

VGBK

b) met binnenplanse afwijking toegestane nevenactiviteiten

Wens

21

-

GLPvdA

Stikstof

Wens

natuurvriendelijke oevers en het beschermen van leefgebieden van weidevogels en insecten.” De gemeente stelt zich als doel om de biodiversiteit te versterken, dan is enkel het behouden van wat we hebben niet genoeg. Snelle harmonisatie van alle toegestane nevenactiviteiten. Liefst door alle mogelijkheden te combineren in een document waarbij deze dan voor alle gemeente gelden volgens de ruimste opgestelde voorwaarden. Of liefst door het laten vervallen van zoveel mogelijk regels. In het programma ontbreekt een duidelijke doelstelling van de gemeente en gebiedspartners om de stikstofuitstoot van de landbouw te verminderen. Dit zou alsnog een plek moeten krijgen in het programma.

9

Dit punt wordt meegenomen bij de uitwerking van de randvoorwaarden voor het houden van nevenactiviteiten dat een plaats krijgt in het omgevingsplan.

Geen.

Parallel aan dit Geen. programma zijn we met diverse partners waaronder de provincie bezig met het opstellen van een gebiedsplan. Daarin worden deze doestellingen opgenomen. Gemeente hanteert geen strengere doelstelling dan wat mede overheden hebben vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=2e04ce9b-4286-40ad-8797-f0cebcdc059a