CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.198 BIJL 1 Omgevingsprogramma Landbouw

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college24.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Omgevingsprogramma Landbouw Naar een adaptieve landbouw in de Krimpenerwaard

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

Colofon Opdrachtgever: Gemeente Krimpenerwaard Ambtelijk opdrachtgever: Jeanette van Rookhuizen Bestuurlijk opdrachtgever: Leo Barth Auteur: ‘Werkgroep omgevingsprogramma Landbouw’

Datum: oktober 2025 Versiebeheer Vastgesteld: oktober 2025 Ontwerp: mei 2025 Concept: februari 2025

Gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl/ontwikkelingen-buitengebied-en-landbouw

2

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

Inhoud 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8.

9.

Inleiding .......................................................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding en totstandkoming ............................................................................................... 5

1.2.

Doel van het omgevingsprogramma ...................................................................................... 5

1.3.

Reikwijdte van het omgevingsprogramma ............................................................................ 6

1.4.

Een thematisch omgevingsprogramma ................................................................................. 8

1.5.

Opbouw.................................................................................................................................. 8

Relatie met de omgevingsvisie ..................................................................................................... 10 2.1.

Inleiding................................................................................................................................ 10

2.2.

Speerpunt ‘adaptieve landbouw’......................................................................................... 11

2.3.

Speerpunt ‘toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen’ .................................. 11

2.4.

Speerpunt ‘duurzaam energie opwekken’ ........................................................................... 12

2.5.

Actualisatie omgevingsvisie ................................................................................................. 12

Milieueffectrapportage ................................................................................................................ 13 3.1.

Wettelijk kader..................................................................................................................... 13

3.2.

Beoordeling en conclusie ..................................................................................................... 13

Participatie .................................................................................................................................... 14 4.1.

Participatietraject ................................................................................................................ 14

4.2.

Procedure ............................................................................................................................. 14

Thema 1: Grondgebruik ................................................................................................................ 15 5.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 15

5.2.

Verkenning en richting ......................................................................................................... 16

Thema 2: Het agrarisch bouwperceel ........................................................................................... 18 6.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 18

6.2.

Verkenning en richting ......................................................................................................... 20

Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten ........................................................................................ 22 7.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 22

7.2.

Verkenning en richting ......................................................................................................... 24

Thema 4: Circulair gebruik afvalstoffen........................................................................................ 26 8.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 26

8.2.

Verkenning en richting ......................................................................................................... 27

Thema 5: Innovatie ....................................................................................................................... 28 9.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 28 3

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard 9.2.

Verkenning en richting ......................................................................................................... 28

10. Thema 6: Energietransitie............................................................................................................. 30 10.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 30

10.2.

Verkenning en richting ......................................................................................................... 31

11. Thema 7: Agrarisch natuur- en landschapsbeheer ....................................................................... 32 11.1.

Huidige situatie .................................................................................................................... 32

11.2.

Verkenning en richting ......................................................................................................... 33

12. Thema 8: Bedrijfsgericht maatwerk ............................................................................................. 34 13. Uitvoering ..................................................................................................................................... 35 13.1.

Een participatief proces ....................................................................................................... 35

13.2.

Rol van de gemeente Krimpenerwaard ............................................................................... 36

13.3.

Concrete uitvoering ............................................................................................................. 39

13.4.

Planning................................................................................................................................ 41

Bijlage 1

Handelingsperspectief .................................................................................................... 44

Bijlage 2

Agrarische nevenactiviteiten ........................................................................................... 52

Bijlage 3

Verslag participatietraject ............................................................................................... 65

4

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

1. Inleiding 1.1.Aanleiding en totstandkoming De gemeente Krimpenerwaard wordt gekenmerkt door een uitgestrekt veenweidegebied met veel agrarische bedrijven. Deze bedrijven staan voor grote opgaven zoals de stikstofmaatregelen, eisen op het gebied van milieu en dierenwelzijn, energietransitie, bodemdaling, mestoverschot, et cetera. De gemeente voelt zich sterk verbonden met de agrarische sector en wil haar rol pakken in de gestelde opgaven. Vanuit deze betrokkenheid is er een behoefte aan een helder perspectief op de toekomst van het veenweidelandschap en haar agrarische ondernemers. Dit wordt vormgegeven middels dit omgevingsprogramma Landbouw, een uitwerking van het college van de door de raad vastgestelde kaders in de omgevingsvisie. Hierin zijn diverse deelonderwerpen nader uitgewerkt in een verkenning en richting, wat vervolgens concreet wordt gemaakt in het uitvoeringshoofdstuk.

1.2.Doel van het omgevingsprogramma In de Krimpenerwaard zijn we trots op onze agrariërs. De agrariërs zorgen niet alleen voor heerlijke (streek)producten, maar spelen ook een cruciale rol in de voedselvoorziening en het behoud van ons landschap. De agrariërs zijn een de drijvende kracht achter een vitaal en levendig Krimpenerwaard. Dit omgevingsprogramma landbouw is het resultaat van een brede reflectie op de mogelijkheden voor agrarische bedrijven om door te ontwikkelen in een setting waar van alles op de landbouw afkomt. Veel staat onder druk, maar wat is nu WEL mogelijk? Het agrarisch veenweidegebied in Krimpenerwaard beslaat ongeveer 12.000 hectare, waarvan een fors deel als grasland in gebruik is, zo’n 75% van de totale oppervlakte van de gemeente (Figuur 1). Agrariërs zorgen hier voor zuivelproducten en beheren het karakteristieke veenweidelandschap. We zetten vol in op het behoud van dit waardevolle landschap en de ontwikkeling van een adaptieve landbouw, één van de speerpunten uit de Omgevingsvisie. ‘Adaptief’ vatten wij breed op en definiëren we als volgt: ‘landbouw die aan de hand van onderzoek en innovatie een bijdrage levert aan maatschappelijke vraagstukken. Het doel van adaptieve landbouw is productie van gezond voedsel met passende verdiensten en met oog voor natuur- en landschapskwaliteit’.

Het betreft een integrale blik op een goed woon- en leefklimaat, meer biodiversiteit, minder bodemdaling, een klimaatrobuustere inrichting, versterking van de grondgebonden landbouw en meer beïnvloeding van de ketenpartners van agrarische ondernemers. Een benadering vanuit de gedachte: People, Planet, Profit (J. Elkington, 1994) waarbij het om een balans gaat tussen deze uitgangspunten. Deze benadering leidt tot wat we noemen adaptieve of toekomstbestendige landbouw. Een nadere richting aan het speerpunt ‘ruimte voor adaptieve landbouw’ uit de omgevingsvisie, wordt gegeven in het handelingsperspectief dat is toegevoegd als Bijlage 1 Handelingsperspectief bij dit omgevingsprogramma. Het behoud van het karakteristieke veenweidelandschap (slagenlandschap) is daarbij uitgangspunt. De agrariërs onderhouden dit landschap. Vanuit dit oogpunt is het gewenst dat perspectief geboden wordt aan de agrarische bedrijven, overwegend melkveehouderijen en een aantal schapen- en geitenhouderijen. In de Krimpenerwaard hebben deze bedrijven relatief veel bedrijfsopvolgers. Deze (jonge) agrarische ondernemers hebben baat bij een heldere beleidskoers, zodanig dat ze weten waar ze aan toe zijn de komende jaren en hier hun bedrijfsvoering op kunnen afstemmen.

5

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

MELKVEEHOUDERIJ IN DE KRIMPENERWAARD IN CIJFERS Omvang Krimpenerwaard 17.026 hectare Bebouwde kom 2.440 hectare Natuurnetwerk Nederland 2.250 hectare Rest buitengebied 12.136 hectare Waarvan blijvend grasland 7.096 hectare Waarvan natuurlijk grasland 1.594 hectare Waarvan tijdelijk grasland 464 hectare Waarvan groenvoedergewassen 379 hectare Rundveebedrijven Waarvan melkveebedrijven Rundvee, totaal Waarvan melk- en kalfkoeien (>= 2 jaar) Gemiddeld aantal melkkoeien per melkveebedrijf Gemiddelde melkproductie per koe Melkproductie totaal Melkproductie per bedrijf

180 130 22.762 13.272

stuks stuks stuks stuks

102 stuks 8.000 liter 106,7 miljoen liter 864.000 liter

Figuur 1 Melkveehouderij in de Krimpenerwaard 2023 en 2024 (CBS statline, Natuurlijk Perspectief Krimpenerwaard 2024 en Krimpenerwaard.nl )

1.3.Reikwijdte van het omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma Landbouw gaat, zoals de titel ook aangeeft, over de landbouw in de Krimpenerwaard. Ook de tuinbouw wordt hiertoe gerekend. Er is bewust gekozen voor een kadering van het programma gericht op de landbouw, om het programma niet te breed te maken en te verzanden in verschillende thema’s die de landbouw of het buitengebied raken. Dit programma gaat dus niet over het buitengebied in zijn algemeenheid, zoals de natuurgebieden en de burgerwoningen in het buitengebied. Parallel aan de totstandkoming van dit programma is gewerkt aan een gebiedsplan voor het landelijk gebied van de Krimpenerwaard, in samenwerking met diverse gebiedspartners. In dit gebiedsplan worden de belangrijkste opgaven in Krimpenerwaard beschreven en worden stappen gezet om daar gezamenlijk aan te werken. Vanuit het Rijk en de provincie is voor de uitvoering van die maatregelen beperkt budget beschikbaar gesteld. Daarnaast heeft de gemeente Krimpenerwaard, samen met de gemeentes Bodegraven-Reeuwijk, Lopik, Molenlanden en Vijfheerenlanden samen met 25 regionale partners een bijdrage van 18 miljoen ontvangen van het Rijk voor de ontwikkeling van het Groene Hart (de Regio Deal).

Waar daar de focus meer ligt op de ontwikkeling van het gebied en wat we daar gezamenlijk met de gebiedspartners kunnen doen, ligt de focus van dit programma primair op de landbouw en de maatregelen die wij als gemeente kunnen nemen. Voor de totstandkoming van het omgevingsprogramma Landbouw heeft in eerst instantie kadering plaatsgevonden vanuit eerder opgestelde beleidsdoelen. De omgevingsvisie (2021) is het vertrekpunt 6

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard geweest, het strategische beleidskader. Op dit moment is gestart met de actualisatie van de visie. In dit omgevingsprogramma zijn aanbevelingen opgenomen voor deze actualisatie (zie Hoofdstuk 2), aangezien het thema landbouw in de omgevingsvisie slechts beknopt aan de orde komt. Daarnaast zijn vooral het collegeprogramma van B&W (2022), de Veenweideaanpak Krimpenerwaard (2022), het Toekomstperspectief Vitaal Krimpenerwaard (2023), het Landbouwperspectief (2024) en het Natuurlijk Perspectief (2024), deze laatste twee zijn opgesteld door landbouw- en natuurorganisaties uit de Krimpenerwaard, van invloed geweest op de inhoud van dit programma Landbouw. De beleidsregels in dit omgevingsprogramma met een ruimtelijke component worden vertaald naar het gemeentelijk omgevingsplan, waarmee deze regels ook bindend worden voor de inwoners van de Krimpenerwaard. Daarnaast zal het omgevingsprogramma zijn doorwerking hebben in acties, beleid en inzet van de gemeente, daar waar de gemeente een rol heeft (zie hiervoor Hoofdstuk 13). Het omgevingsprogramma Landbouw zorgt voor een borging van het beleid in de bestaande instrumentaria van de Omgevingswet en vormt de verbindende schakel tussen de omgevingsvisie Krimpenerwaard en het integrale omgevingsplan Krimpenerwaard (Figuur 2).

Voor het omgevingsprogramma is het vigerende Europees- en Rijksbeleid kaderstellend, wat veelal door de provincie Zuid-Holland is vertaald in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Daarin zijn instructieregels opgenomen waar de gemeente aan moet voldoen bij het wijzigen van haar omgevingsplan. Tegelijk is wel gezocht naar de ruimte om zoveel als mogelijk is ”eigen” beleid te bepalen. Dit omgevingsprogramma Landbouw gaat niet alleen over de landbouw, maar ook over de context waarbinnen de landbouw opereert. Beleidsvelden die invloed hebben op de ontwikkeling van de landbouw in Krimpenerwaard komen (zijdelings) aan bod en maken onderdeel uit van een integrale afweging. Denk hierbij bijvoorbeeld aan landschap, natuur, klimaat, energie, biodiversiteit, bodem en water, economie, wonen, verkeer en recreatie. Waar nodig wordt hier diep op ingegaan, in andere gevallen betreft het slechts een verwijzing naar andere programma’s of beleidsstukken.

Figuur 2 Beleidsmatig is het omgevingsprogramma Landbouw de verbindende schakel tussen de omgevingsvisie (2021) en het omgevingsplan

7

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

1.4. Een thematisch omgevingsprogramma Het omgevingsprogramma Landbouw betreft een thematisch omgevingsprogramma. Het thema adaptieve landbouw, conform het speerpunt uit de omgevingsvisie, staat centraal. Bij het opstellen van dit omgevingsprogramma Landbouw is uitgegaan van diverse onderliggende thema’s die nader uitgewerkt zijn binnen de kaders van de omgevingsvisie Krimpenerwaard. Het totaal van deze thema’s leidt tot een programma waarbij acht punten nader uitgewerkt zijn. Dit leidt enerzijds tot duidelijke toetsingscriteria voor de gemeente in het geval van door agrariërs gewenste ontwikkelingen. Anderzijds geeft het extern aan agrariërs en belanghebbenden helderheid over wat er mogelijk is in het agrarische gebied. Het betreft de volgende thema’s: 1) Grondgebruik: hoe anticiperen we op de toekomst waar het gaat om circulariteit? Een zoektocht naar kringlooplandbouw en ruimte voor agrarisch ondernemerschap. 2) Agrarische bouwperceel: adaptieve en toekomstbestendige landbouw vraagt om ruimte; wanneer werken we mee? Het kan ook leiden tot meerdere functies op het bouwperceel die ruimte vragen, bijvoorbeeld functies als gevolg van extra verdienmodellen naast de hoofdfunctie agrarisch. Een zoektocht naar uitbreidingsmogelijkheden met behoud van het landschap. 3) Agrarische nevenactiviteiten: ruimte voor andere functies en nevenactiviteiten.

Hoe voorkomen we het dichtslibben van ons buitengebied terwijl we verbreding van de landbouw stimuleren? Nieuwe activiteiten brengen nieuwe vraagstukken met zich mee. 4) Circulair gebruik afvalstoffen: hoe maken we circulair gebruik van afvalstoffen, zoals mestvergisting, binnen kaders ruimtelijk mogelijk? Mestvergisting vraagt ruimte en vraagt om inpassing, maar kan een bijdrage leveren aan de energietransitie. 5) Innovatie: ruimte voor experimenten, kringlooplandbouw, vermindering van uitstoot van broeikasgassen en stikstof en stimuleren van verhoogde biodiversiteit en waterkwaliteit. Hoe kunnen we als gemeente hierin bijdragen? 6) Energietransitie i.c.m. agrarische activiteiten; een verdienmodel ingebed in het landschap. Een harmonisering in het beleid van kleine windmolens en zon op dak. 7) Agrarisch natuurbeheer: bekostigen agrariër als landschapsbeheerder, wat is daar voor nodig? De Krimpenerwaard heeft veel bijgedragen in de ontwikkeling van het natuurareaal, hoe kan dit leiden tot een verdienmodel voor de agrariër? 8) Bedrijfsgericht maatwerk: de omgevingsvisie biedt mogelijkheid voor maatwerk. Het zoeken van balans tussen faciliteren van groei en maatwerkoplossingen voor bedrijven enerzijds en anderzijds behoudt van de Krimpenerwaard identiteit en het bijbehorende familiebedrijf.

1.5.Opbouw Het programma is themagewijs opgebouwd. Eerst wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de relatie met de omgevingsvisie. Vervolgens volgt in Hoofdstuk 3 een toets of een plan-mer nodig is voor dit programma. Hoofdstuk 4 geeft een samenvatting van de gegeven participatie. Hoofdstuk 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12 gaan in op de acht thema’s die centraal staan in dit programma. Tot slot wordt in Hoofdstuk 13 ingegaan op de concrete uitvoering van dit programma. Het omgevingsprogramma heeft drie bijlages. In Bijlage 1 Handelingsperspectief wordt verwoord waar we in 2040 willen staan. Dit wordt gedaan aan de hand van de waarden ‘ondernemend’, ‘duurzaam’ en ‘vitaal’. Dit deel heeft als basis gediend voor de uitwerking va de thema’s. Bijlage 2 Agrarische nevenactiviteiten bevat een lijst van nevenactiviteiten die op dit moment zijn toegestaan, 8

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard al dan niet onder voorwaarden. Bijlage 3 Verslag participatietraject bevat het verslag van de gevoerde participatie.

9

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

2. Relatie met de omgevingsvisie 2.1.Inleiding De gemeente Krimpenerwaard verwoordt haar perspectief in de omgevingsvisie als volgt: ‘In de toekomst is de gemeente Krimpenerwaard een vitaal leefbaar gebied waar we in goede gezondheid en met plezier wonen, werken en genieten van de unieke omgeving. Waarbij iedereen mee kan doen en zijn verantwoordelijkheid neemt. In deze dynamische gemeente zijn de kernen in verbinding met de omliggende gebieden en vervult de Krimpenerwaard een belangrijke rol op het gebied van duurzaamheid, biodiversiteit en ruimtelijke ontwikkeling. We werken aan een toekomstgerichte Krimpenerwaard met Vitale Kernen en een Krachtig buitengebied passend bij de Krimpener-waarden, de identiteit van de Krimpenerwaard.’ Dit perspectief is in de omgevingsvisie concreet gemaakt in diverse speerpunten, die richting geven aan de afweging van initiatieven, het opstellen van beleid en het vormgeven van het omgevingsplan. Navolgend wordt ingegaan op de speerpunten die een relatie hebben met dit omgevingsprogramma. Heel concreet is dat het speerpunt adaptieve landbouw. Daarnaast heeft het omgevingsprogramma ook raakvlakken met de speerpunten duurzaam energie opwekken en toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen. Heel concreet gaat dit hoofdstuk in op de wijze waarop dit omgevingsprogramma invulling geeft aan de speerpunten uit de omgevingsvisie.

Hierbij is ook aandacht voor de deelgebieden die in de omgevingsvisie op de kansenkaart zijn opgenomen (Figuur 3).

Figuur 3 Kansenkaart omgevingsvisie

Doordat de omgevingsvisie een visie op hoofdlijnen betreft, is voorafgaand aan het opstellen van het omgevingsprogramma een handelingsperspectief opgesteld. Bijlage 1 Handelingsperspectief bevat

10

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard dit handelingsperspectief, waarin een nadere uitwerking is gegeven aan het thema landbouw. Binnen die kaders is dit programma tot stand gekomen.

2.2.Speerpunt ‘adaptieve landbouw’ Specifiek is voor de landbouw het speerpunt ‘ruimte voor adaptieve landbouw’ opgenomen. Dit speerpunt is opgenomen voor de deelgebieden ‘krachtig buitengebied: veenweide’ en ‘krachtig buitengebied: natuur’ (Figuur 3). Hier wordt onder meer het volgende over gezegd: ‘De melkveehouderij is de basis in de Krimpenerwaard, maar heeft in aantallen vee geen groeimogelijkheden. We zien toekomst in een extensievere landbouw. De groei zit vooral in toegevoegde waarde op het product of bedrijf in de vorm van andere maatschappelijke diensten. In samenwerking met de agrarische sector en andere overheden wordt gezocht naar economische perspectieven (korte ketens) die het gebied versterken. Kringlooplandbouw en adaptieve landbouw (minder input van buitenaf en meer gebruik maken van de natuurlijke omstandigheden) vormen hierbij uitgangspunt.’ Met dit omgevingsprogramma wordt uitwerking gegeven aan deze punten. Er wordt middels dit programma concreet gezocht naar mogelijkheden om agrariërs nieuwe verdienmodellen te geven naast hun agrarische hoofdactiviteit en naar mogelijkheden voor het stimuleren van extensievere landbouw. Daaronder wordt in dit programma verstaan: landbouw gericht op het produceren van voedsel op meer hectare grond met minder input van buiten (bijvoorbeeld gewasbeschermingsmiddelen, kunstmest en veevoer).

Natuur-inclusieve landbouw en biologische landbouw zijn voorbeelden van extensieve landbouw (WUR). Hoewel in de omgevingsvisie adaptieve landbouw vooral als kans wordt gezien in de deelgebieden ‘krachtig buitengebied: veenweide’ en ‘krachtig buitengebied: natuur’, wordt niet expliciet genoemd dat dit in andere gebieden in het buitengebied niet aan de orde is. Om die reden is er geen strijdigheid met de omgevingsvisie. Echter, voor een goede stroomlijning tussen omgevingsvisie en omgevingsprogramma wordt voorgesteld bij de volgende wijziging van de omgevingsvisie het speerpunt ‘adaptieve landbouw’ voor het gehele buitengebied te laten gelden. De genoemde opgaves in Hoofdstuk 1 gelden namelijk in het hele buitengebied van de Krimpenerwaard.

2.3.Speerpunt ‘toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen’ In de deelgebieden ‘vitale kernen’, ‘krachtig buitengebied: actieve recreatie’, ‘krachtig buitengebied: recreatieve beleving’ en ‘krachtig buitengebied: natuur’ (Figuur 3) is het speerpunt ‘toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen’ van kracht. In deze gebieden wordt (extra) ruimte geboden voor de ontwikkelingen van toeristische en recreatieve voorzieningen in aansluiting op de lokale identiteit. In dit omgevingsprogramma wordt gezocht naar verdienmodellen voor agrarische bedrijven. Recreatie is een van de nevenactiviteiten die hierbij een belangrijke rol spelen. In de omgevingsvisie wordt recreatie en toerisme vooral gestimuleerd in de genoemde deelgebieden, echter dit dient met name als richtlijn voor toeristische en recreatieve voorzieningen als hoofdfunctie. In dit programma wordt gezocht naar de mogelijkheden voor recreatieve voorzieningen als nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf. Doordat het een nevenfunctie betreft is er geen strijdigheid met de uitgangspunten in de omgevingsvisie, omdat er met dit programma niet wordt ingezet op nieuwe toeristische en recreatieve hoofdfuncties in gebieden anders dan de aangewezen deelgebieden behorend bij dit

11

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard speerpunt. Desalniettemin wordt er voor gepleit dit speerpunt in het gehele buitengebied van de Krimpenerwaard toe te passen, bij een toekomstige wijziging van de omgevingsvisie.

2.4.Speerpunt ‘duurzaam energie opwekken’ ‘Duurzaam energie opwekken’ is een speerpunt in de deelgebieden ‘krachtig buitengebied: actieve recreatie’ en ‘krachtig buitengebied: duurzaam leven’ (Figuur 3). Het laatst genoemde deelgebied wordt kansrijk gezien voor energie opwek door de ligging nabij het hoogspanningsstation in Krimpen aan den IJssel. Hoewel duurzaam energie opwekken voornamelijk kansrijk wordt geacht in de twee genoemde deelgebieden, zijn er bij agrariërs ook diverse mogelijkheden voor duurzaam energie opwekken. Zoals blijkt uit de omgevingsvisie in haar geheel, wil de gemeente Krimpenerwaard dit in haar hele gemeente stimuleren. Zo is er recent het programma Zon op Veld vastgesteld, is er een omgevingsprogramma Warmtetransitie en is men bezig met het opstellen van een omgevingsprogramma Zon op dak. Hierbij prefereert Krimpenerwaard zon op dak of alternatieven, en wil zij zon op agrarisch gebied/natuur in eerste instantie opschorten. Verder zijn in het BOPA-beleid regels opgenomen voor het plaatsen van kleine windmolens (maximale as-hoogte van 15 meter). Er is op dit vlak dan ook geen strijdigheid met de opgenomen uitgangspunten in de omgevingsvisie.

2.5.Actualisatie omgevingsvisie Zoals genoemd zijn het handelingsperspectief en omgevingsprogramma een nadere uitwerking en invulling van de omgevingsvisie. Deze nadere uitwerking is niet strijdig met de uitgangspunten in de omgevingsvisie, maar vraagt op sommige onderdelen wel verscherping. In de omgevingsvisie wordt de Krimpenerwaard opgedeeld in deelgebieden. Zo zijn ook de speerpunten ‘adaptieve landbouw’ en ‘toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen’ niet in het hele buitengebied als speerpunt opgenomen, maar voor enkele deelgebieden. Voorgesteld wordt om op grond van bovenstaande de speerpunten ‘adaptieve landbouw’ en ‘toeristische en recreatieve voorzieningen ontwikkelen’ in het hele buitengebied van toepassing te verklaren en niet enkel in de nu opgenomen deelgebieden. Daarnaast is de landbouw een thema waarin veel opgaves spelen. Om die reden verdient dit thema meer verscherping in de omgevingsvisie.

12

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

3. Milieueffectrapportage 3.1.Wettelijk kader De verplichting om in bepaalde gevallen een milieueffectrapportage op te stellen volgt uit het Europese recht, te weten de m.e.r.-richtlijn en de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (hierna: SMB-richtlijn). De m.e.r.-regelgeving wordt onder de Omgevingswet geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Aangezien de regelgeving moet blijven voldoen aan de Europese richtlijnen is er relatief weinig verandert met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn zowel de mer-plichtige als de mer-beoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten. In artikel 16.36 van de Omgevingswet staat dat er bij een plan of programma dat het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit een milieueffectrapport gemaakt moet worden.

3.2.Beoordeling en conclusie Onderzocht is of het omgevingsprogramma Landbouw een kader vormt voor de te nemen besluiten die zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit, omdat er in dat geval op grond van artikel 16.36 van de Omgevingswet een mer-plicht geldt. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn verschillende categorieën opgenomen. Voor het omgevingsprogramma zijn de volgende categorieën relevant: ▪ ▪

Categorie A1: Installaties voor intensieve veehouderij Categorie L2: Installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke afvalstoffen

A1: Installaties voor intensieve veehouderij De gemeente is voornemens om de mogelijkheden voor het vergroten van het bouwvlak nader uit te werken en te harmoniseren. De vergroting van het bouwvlak tot 1,5 hectare is in vrijwel alle bestemmingsplannen al mogelijk. In dit omgevingsprogramma wordt voorgesorteerd op het aansluiten bij het begrip agrarisch bouwperceel van de provincie. Het voornemen is om in het omgevingsplan de mogelijkheid te geven om het agrarisch bouwperceel onder voorwaarden en met vergunningplicht te vergroten tot 2 hectare. Doordat het agrarisch bouwperceel een begrip is dat veel breder is dan het bouwvlak, komt dat grosso modo overeen met een bouwvlak van 1,5 hectare. Een nog grotere vergroting van het agrarisch bouwperceel is enkel mogelijk als het verbredingsactiviteiten betreft (kaders vanuit de provincie). Daarmee worden mer-plichtige installaties voor intensieve veehouderij uitgesloten. Het omgevingsprogramma is dan ook niet (indirect) kaderstellend voor deze mer-plichtige projecten. Een plan-mer is voor de categorie A1 niet nodig.

L2: Installaties voor de verwijdering van niet-gevaarlijke stoffen In dit omgevingsprogramma wordt gezocht naar het creëren van meer ruimte voor innovatieve ontwikkelingen, bijvoorbeeld voor mestvergisting. Een mestvergister kan mer-(beoordelings)plichtig zijn, afhankelijk van het formaat. De voorwaarden voor de realisatie van een mestvergister zijn al opgenomen in het BOPA-beleid van de gemeente. In dit omgevingsprogramma worden geen extra mogelijkheden geboden, anders dat we als gemeente in willen zetten op onderzoek naar de effecten van en behoefte aan mestvergisting. Het omgevingsprogramma is dan ook niet (indirect) kaderstellend. Een plan-mer is voor de categorie L2 niet nodig.

13

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

4. Participatie 4.1. Participatietraject Er is gestreefd om te komen tot een omgevingsprogramma Landbouw met een breed draagvlak dat aansluit bij de behoefte die er is in de praktijk. Om die reden is er een participatietraject gevoerd waarbij verschillende partijen betrokken zijn. Er zijn diverse participatiemomenten geweest in het voorjaar van 2025: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

18 februari: Gemeenteraad Krimpenerwaard (dossieroverleg) 11 maart: Provincie Zuid-Holland 13 maart: Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), Hoogheemraadschap van Rijnland en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) 17 maart: Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) 18 maart: Werkgroep landbouw, bestaande uit een afvaardiging van boeren (organisaties) in de Krimpenerwaard 20 maart: Werkgroep natuur, bestaande uit een afvaardiging van natuurorganisaties in de Krimpenerwaard 17 april: brede consultatie-avond gericht op agrariërs in de Krimpenerewaard

Hierbij is geparticipeerd over het 1e concept van het omgevingsprogramma Landbouw. Uit dit traject zijn diverse punten naar voren gekomen. Deze input is zorgvuldig afgewogen en heeft in sommige gevallen geleid tot een aanpassing van het programma. Bijlage 3 bevat een verslag van het participatietraject. Na het verwerken van de input vanuit de participatie, is het ontwerp programma in procedure gebracht. Over het ontwerp programma zijn de volgende participatiemomenten geweest: ▪ ▪

10 juni: Gemeenteraad Krimpenerwaard (ophalen wensen en bedenkingen) 23 juni: online informatiebijeenkomst voor bewoners van het buitengebied en andere belangstellenden.

4.2.Procedure De uniforme voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb (Algemene wet bestuursrecht) is gevolgd. Het ontwerpprogramma is gepubliceerd en heeft voor zes weken ter inzage gelegen. Er zijn twaalf zienswijzen ingediend. Op een aantal punten heeft dit geleid tot een aanpassing van het programma. In de ter inzagetermijn is het ontwerpprogramma ook voorgelegd aan de gemeenteraad. Daaruit is een lijst met wensen en bedenkingen voortgekomen. Ook dit heeft tot een aantal punten geleid tot een aanpassing van het programma. De zienswijzennota evenals de reactie op de wensen en bedenkingen zijn als losse bijlagen bij het besluit tot vaststelling van het programma toegevoegd. Het college van burgemeester en wethouders stelt het programma vast.

14

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

5. Thema 1: Grondgebruik 5.1.Huidige situatie De gemeente Krimpenerwaard wil ruimte bieden voor omgevingsbewuste agrarische ondernemers. Om zowel een goed verdienmodel te hebben als het landschap duurzaam in stand te houden, is het versterken van een duurzaam grondgebruik en kringloop van de (melk)veehouderij van groot belang. Kringlooplandbouw – ook wel circulaire landbouw genoemd – richt zich op het minimaliseren van afval en emissies, en het optimaal benutten van grondstoffen en eindproducten met zo min mogelijk verliezen. Op langere termijn kan de trend van afname van het aantal bedrijven bij (nagenoeg) gelijkblijvend oppervlak veenweidegrond bijdragen aan een oplossing voor de vraagstukken die er spelen zoals genoemd in Bijlage 1 Handelingsperspectief. Tegelijkertijd is een visie nodig op megastallen en intensieve veehouderijen, die er, hoewel slechts een klein aantal, ook zijn in het gebied. Op provinciaal niveau wordt hier beleid voor gevoerd door het nieuw vestigen van intensieve veehouderijen uit te sluiten. Een intensieve veehouderij wordt als volgt omschreven: bedrijf waar slacht-, leg-, of pelsdieren in gebouwen worden gehouden of gefokt, met uitzondering van bedrijven waar aan vrijwel alle dieren ten minste een aanmerkelijk deel van het jaar de mogelijkheid wordt geboden van vrije weidegang of vrije uitloop.

Uitbreiden of verplaatsen van intensieve veehouderij is op grond van de Zuid Hollandse omgevingsverordening enkel toegestaan onder de volgende condities: ▪ ▪ ▪

▪

het vestigen of uitbreiden van intensieve veehouderij als hoofdtak of als neventak wordt uitgesloten; verplaatsing van een op 1 januari 2017 in de provincie Zuid-Holland bestaande intensieve veehouderij, kan worden toegelaten; uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een op 1 januari 2017 in de provincie Zuid-Holland bestaande hoofdtak intensieve veehouderij, kan worden toegelaten binnen het bouwperceel van maximaal 2 hectare; uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een op 1 januari 2017 in de provincie Zuid-Holland bestaande neventak intensieve veehouderij, kan worden toegelaten binnen het bouwperceel van maximaal 2 hectare, voor zover de neventak meer dan 20% bedraagt van de economische bedrijfsomvang.

In het geldende omgevingsplan van de gemeente (diverse bestemmingsplannen buitengebied) wordt aangesloten bij de provinciale regelgeving en wordt het vestigen of uitbreiden van intensieve veehouderij niet toegestaan. Als een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt toegestaan, wordt het volgende bedoeld in de vijf grootste bestemmingsplannen in het landelijk gebied, zie Tabel 1. Bestemmingsplan

Landelijk gebied (voormalige gemeente Vlist) (vastgesteld op 1512-2015)

In voormalige gemeente Vlist

Begripsomschrijving Grondgebonden agrarisch bedrijf een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden agrarische bedrijven hebben een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. 15

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard Buitengebied Ouderkerk aan den IJssel 2013 (vastgesteld op 09-072014)

Ouderkerk aan den IJssel

Buitengebied 2011 Bergambacht (vastgesteld op 12-122011) Buitengebied Schoonhoven (vastgesteld op 05-032010) Landelijk gebied Nederlek (voormalige gemeente Nederlek (vastgesteld op 14-07-2020)

een agrarisch bedrijf dat voor de bedrijfsvoering afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond welke tot dat bedrijf behoort zoals een akkerbouwbedrijf, een grondgebonden veehouderij en een weidebouwbedrijf, met uitzondering van een intensieve kwekerij en glastuinbouwbedrijven. een agrarisch bedrijf dat overwegend afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende gronden als agrarisch productiemiddel.

Tabel 1 Begripsomschrijving Grondgebonden agrarisch bedrijf

Naast de manier van bedrijfsvoering zijn er ook regels specifiek voor het gebruik van grond. Zo gelden er in het grondwaterbeschermingsgebied, dat is aangewezen in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening, beperkingen voor het gebruik van schadelijke stoffen zoals glyfosaat. Ook zijn er landelijk beperkingen voor het gebruik hiervan in het kader van gezondheid. In het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan zijn beperkingen voor grondgebruik opgenomen, met name gericht op het telen van ruwvoedergewassen. Ter verkenning zijn de vijf grootste bestemmingsplannen in het landelijk gebied geraadpleegd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Buitengebied 2011 (vastgesteld op 12-12-2011) (voormalig gemeente Bergambacht) Landelijk gebied (voormalige gemeente Vlist) (vastgesteld op 15-12-2015) Landelijk gebied (voormalige gemeente Nederlek) (vastgesteld op 14-07-2020) Buitengebied (vastgesteld op 05-03-2010) (voormalige gemeente Schoonhoven) Buitengebied Ouderkerk aan den IJssel 2013 (vastgesteld op 09-07-2014)

In al deze bestemmingsplannen zijn beperkingen opgenomen met betrekking tot het telen van ruwvoedergewassen zoals mais. In sommige gebieden gaat dit om een verbod om zonder omgevingsvergunning ruwvoedergewassen te telen. In andere gebieden geldt (daarnaast) een maximum van 20% van het oppervlak van de bij een agrarisch bedrijf behorende gronden waarop ruwvoedergewassen geteeld mogen worden.

5.2.Verkenning en richting De gemeente Krimpenerwaard wil geen extra kaders opleggen ten opzichte van de provincie en het Rijk met betrekking tot grondgebondenheid. De agrarische ondernemers willen wij aan zet laten bij het beslissen over hun bedrijfsvoering. Wel willen wij extensivering en grondgebondenheid stimuleren, mede door de landelijke trends die erop wijzen dat dit steeds belangrijker wordt voor de bedrijfsvoering. Onder een grondgebonden agrarisch bedrijf wordt een bedrijf verstaan waarvoor het gebruik van gronden in de omgeving van het bedrijf noodzakelijk is voor het functioneren van het bedrijf. Specifiek voor veehouderijen gaat dit om bedrijven waarbij voldoende grond in de omgeving van het bedrijf aanwezig is om overwegend te voorzien in de mestafzet en het benodigde ruwvoer van de veehouderij. Indicatief wordt bij grondgebondenheid vaak gerekend met maximaal 2,3 GVE (grootvee eenheid) per hectare. In de praktijk voldoet een groot deel van de agrariërs in de Krimpenerwaard hier al aan. Als 16

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard er een landelijke definitie komt, zullen we die definitie volgen, waarbij dit vanuit de gemeente Krimpenerwaard niet wordt verplicht maar gestimuleerd. Het stimuleren wordt gedaan door naast de hoofdtak (meer) ruimte te geven voor het exploiteren van een neventak. Zie hiervoor ook Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten. Daarnaast streeft de gemeente ernaar om gronden van stoppende agrariërs in de hoofdzaak te laten behouden voor agrariërs en deze gronden niet te (laten) onttrekken ten behoeve van natuur. Dit houdt onder meer in dat er blijvend gelobbyd wordt richting de provincie over het ‘teruggeven’ van de door de provincie verworven ‘witte gronden’ naar agrariërs. Om ook kleinere agrarische bedrijven eenvoudiger toegang te geven tot grond die op de markt komt, wordt er gezocht naar mogelijkheden die wij als gemeente kunnen inzetten om deze agrariërs slagkracht te geven. Het nieuw vestigen van intensieve veehouderijen in de Krimpenerwaard wordt uitgesloten, in lijn met het provinciaal beleid. Voor uitbreiding van intensieve veehouderijen gelden dezelfde voorwaarden als voor uitbreiding van gangbare agrarische bedrijven (zie Thema 2: Het agrarisch bouwperceel). Bij de wijziging van het omgevingsplan wordt gezocht naar mogelijkheden om het aanleggen van kavelpaden, dammen, schuilstallen en mesttransportleidingen te vergemakkelijken.

Hierbij wachten we het landelijke onderzoek af naar manieren om dit eenvoudiger toe te staan. Tot slot worden de regels voor het telen van ruwvoedergewassen in de hele Krimpenerwaard geharmoniseerd. Hierbij wordt als uitgangspunt genomen dat het telen van ruwvoedergewassen mogelijk moet blijven al dan niet met een omgevingsvergunning. Enerzijds omdat de teelt van mais bedrijfseconomische noodzakelijk kan zijn. Anderzijds om de bodemgesteldheid en kracht van het buitengebied, de openheid, in stand te houden. Het maximum van 20% van het oppervlak van de agrarische gronden van een bedrijf, wat nu in sommige gebieden als voorwaarde geldt, zijn we vooralsnog niet van plan te harmoniseren. Wel wordt bij het uitwerken van deze beleidsregel onderzocht of de regels voor het telen van betreffende gewassen in Krimpenerwaard geharmoniseerd kunnen worden. Hiervoor is meer informatie nodig over de inpasbaarheid in de agrarische bedrijfsvoering, landschap en milieu en ook over werkbaarheid en handhaafbaarheid.

17

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

6. Thema 2: Het agrarisch bouwperceel 6.1.Huidige situatie Het bouwvlak van de agrarische bedrijven is vastgelegd in (het tijdelijk deel van) het omgevingsplan. Het omgevingsplan bestaat op dit moment nog uit verschillende bestemmingsplannen, die samen het tijdelijke deel van het omgevingsplan vormen. De bouwvlakken in deze bestemmingsplannen verschillen in grootte en zijn toegespitst op de bedrijfsvoering en grootte van het daar gevestigde bedrijf. De bestemmingsplannen, waarin de bouwvlakken zijn te vinden, zijn in te zien op de website regels op de kaart. In sommige gevallen, bijvoorbeeld door gezonde bedrijfsgroei of door het uitbaten van nevenactiviteiten is groei van het bouwvlak gewenst. De gemeente Krimpenerwaard wil deze groei binnen kaders faciliteren. Voor het faciliteren van deze groei wordt in eerste instantie gekeken naar de kaders die vanuit de provincie Zuid-Holland worden meegegeven. Binnen deze kaders heeft de gemeente Krimpenerwaard de bevoegdheid om het wijzigen of vergroten van het bouwvlak te faciliteren.

Provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland geeft in haar omgevingsverordening de maximale randvoorwaarden mee waarbinnen de gemeente Krimpenerwaard zich kan bewegen. De regels van de provincie zijn opgenomen in Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Deze verordening is vastgesteld op 15 december 2021. Nadien zijn enkele wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd. Voor dit programma is de geconsolideerde versie van 24 juli 2024 geraadpleegd. De omgevingsverordening van de provincie spreekt van agrarische bouwpercelen. Zij omschrijven een agrarisch bouwperceel in haar begrippenlijst als volgt: aaneengesloten terrein waarbinnen bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, een bedrijfswoning met bijbehorend erf en tuin, andere bouwwerken zoals hooibergen, voersilo’s, kuilvoerplaten, biomassavergistingsinstallaties, mestopslag, erfverharding, parkeervoorzieningen en erfbeplanting zijn geconcentreerd. Een agrarisch bouwperceel mag maximaal 2 hectare groot zijn. Een vergroting van maximaal 0,5 hectare is mogelijk bij verbredingsactiviteiten, waaronder zorg, recreatie, energieopwekking en de verkoop van producten uit eigen teelt. Bij een volwaardig agrarisch bedrijf wordt ten hoogste één agrarische bedrijfswoning toegestaan.

Specifiek voor geitenboerderijen zijn er extra beperkende regels opgenomen in de verordening van de provincie: het vestigen of uitbreiden van een geitenhouderij wordt uitgesloten als hoofdtak en als neventak, evenals uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een bestaande geitenhouderij, tenzij het aantal geiten niet toeneemt. Tot slot gelden er ook extra beperkingen voor intensieve veehouderijen. Het vestigen of uitbreiding van intensieve veehouderij is uitgesloten. Uitbreiding of ingebruikname van bebouwing ten behoeve van een op 1 januari 2017 in de provincie bestaande hoofdtak intensieve veehouderij, kan wel worden toegelaten binnen het bouwperceel van maximaal 2 ha. Ook is verplaatsing toegestaan.

Gemeente Krimpenerwaard De kaders zoals hierboven genoemd gelden vanuit de provincie en zijn bindend voor de gemeente Krimpenerwaard. Binnen deze kaders heeft de gemeente Krimpenerwaard spelingsruimte met betrekking tot de grootte van de agrarische bouwpercelen. De regels die de gemeente

18

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard Krimpenerwaard heeft, moeten binnen de provinciale kaders passen en zijn direct bindend voor de burgers. In de gemeente Krimpenerwaard bestaat het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan nog uit diverse bestemmingsplannen voor het landelijk gebied, waarvan een aantal nog zijn opgesteld voor de samenvoeging van Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk, Vlist en Schoonhoven naar gemeente Krimpenerwaard. In deze bestemmingsplannen worden verschillende uitgangspunten gehanteerd voor de (uitbreidings)mogelijkheden van het agrarisch bouwvlak. Ter verkenning zijn de vijf grootste bestemmingsplannen in het landelijk gebied geraadpleegd: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Buitengebied 2011 (vastgesteld op 12-12-2011) (voormalig gemeente Bergambacht) Landelijk gebied (voormalige gemeente Vlist) (vastgesteld op 15-12-2015) Landelijk gebied (voormalige gemeente Nederlek) (vastgesteld op 14-07-2020) Buitengebied (vastgesteld op 05-03-2010) (voormalige gemeente Schoonhoven) Buitengebied Ouderkerk aan den IJssel 2013 (vastgesteld op 09-07-2014)

Alle vijf deze bestemmingsplannen hebben een wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van een het bouwvlak tot maximaal 1,5 hectare. Met een bouwvlak wordt bedoeld: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. Voor het uitbreiden van het bouwvlak tot 1,5 hectare, gelden vanuit de gemeente verschillende voorwaarden. Deze voorwaarden zijn hieronder weergegeven (Tabel 2). Voorwaarden voor uitbreiding tot 1,5 ha Aangetoond kan worden dat voor continuïteit van de bedrijfsvoering uitbreiding noodzakelijk is Uitbreiding wordt qua oppervlakte afgestemd op gewenste/noodzakelijke bedrijfsomvang Er wordt geen onevenredige afbreuk gedaan aan belangen van nabijgelegen agrarische bedrijven Er wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarde van het gebied (Minimaal 10%) watercompensatie over de uitbreiding Het woon- en leefklimaat in de omgeving wordt niet onevenredig aangetast Landschappelijke inpassing met gebiedseigen beplanting

Geldt in de voormalige gemeentes Bergambacht, Vlist, Nederlek, Schoonhoven, Ouderkerk Bergambacht, Vlist, Schoonhoven, Ouderkerk Bergambacht, Vlist, Schoonhoven, Ouderkerk

Bergambacht, Vlist, Schoonhoven, Ouderkerk

Bergambacht, Vlist, Schoonhoven, Ouderkerk Vlist Ouderkerk

Tabel 2 Voorwaarden voor uitbreiding bouwvlak tot 1,5 ha

Het bouwvlak is op de verbeelding bij de bestemmingsplannen aangegeven op regels op de kaart en verschilt in grootte per locatie. Binnen het bouwvlak gelden regels voor bebouwing ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Binnen de agrarische bestemming, maar buiten het agrarisch bouwvlak, mogen ook agrarische activiteiten worden uitgevoerd. Om die reden is de definitie voor agrarisch bouwperceel van de provincie anders dan de definitie voor bouwvlak van de gemeente, omdat bij de definitie van bouwperceel ook bijvoorbeeld de tuin en erfverharding onderdeel zijn van het bouwperceel.

19

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

6.2.Verkenning en richting Om na te gaan wat de verschillen tussen de begrippen van de provincie (agrarisch bouwperceel) en van de gemeente (bouwvlak) inhouden, zijn deze verschillen in beeld gebracht (Tabel 3). Daaruit blijkt dat de gemeente meer toestaat buiten het bouwvlak dan de provincie buiten het agrarisch bouwperceel. Om die reden is het bouwvlak in de meeste gevallen kleiner dan het agrarisch bouwperceel, het bouwvlak hoeft namelijk niet te liggen over bijvoorbeeld het bijbehorend erf en tuin. Alleen toegestaan binnen het agrarisch bouwperceel (provinciale definitie)

Bedrijfsgebouwen Bijgebouwen Bedrijfswoning Bijbehorend erf en tuin Hooibergen en voersilo’s Kuilvoerplaten Biomassavergistingsinstallatie Mestopslag Erfverharding Parkeervoorzieningen Erfbeplanting

Ook toegestaan buiten bouwvlak (gemeentelijke definitie) (let op: in de meeste gevallen, dit verschilt per bestemmingsplan)

V V V V V V

Tabel 3 Verschil definitie Agrarisch Bouwperceel (provincie) en Bouwvlak (gemeente)

Deze verschillen zijn voor een aantal grote bedrijven cijfermatig in beeld gebracht. De 10 grootste bedrijven hebben een bouwvlak van gemiddeld 1,2 hectare groot en een agrarisch bouwperceel van gemiddeld 1,7 hectare groot, ofwel het agrarisch bouwperceel is gemiddeld ruim 40% groter dan het bouwvlak. Concreet betekent dit dat als er gebruik wordt gemaakt van een vergroting van het bouwvlak tot 1,5 hectare, zoals de gemeente nu onder voorwaarden faciliteert, in de meeste gevallen de grens van 2 hectare voor het agrarisch bouwperceel zoals de provincie het definieert, bereikt zal worden. Dit is echter niet altijd op voorhand duidelijk en inzichtelijk. Om die reden wordt het begrip agrarisch bouwperceel, zoals de provincie het omschrijft, als uitgangspunt genomen als het omgevingsplan voor het buitengebied gewijzigd wordt. Daarbij wordt vergroting tot twee hectare agrarisch bouwperceel onder voorwaarden mogelijk gemaakt. Door het gebruik van één begrip wordt aan de voorkant duidelijkheid gecreëerd over de mogelijkheden die er zijn op het perceel. Hierbij zullen ook de voorwaarden voor een dergelijke uitbreiding in de hele gemeente gelijk getrokken worden. Het doel hiervan is enerzijds het gelijk trekken van de verschillen in de gemeente die voortkomen uit de verschillende voormalige gemeentes, en anderzijds het vereenvoudigen en versnellen van dergelijke aanvragen.

Vanuit de participatie is gebleken dat er een grote wens ligt om waar mogelijk dergelijke procedures te versnellen. De verwachting is dat eenduidigheid en harmonisering hier een bijdrage aan kan leveren. Het harmoniseren van de voorwaarden voor het vergroten van het agrarisch bouwperceel is gekoppeld aan het omgevingsplan. Op dit moment staan de regels in het tijdelijke omgevingsplan (verschillende bestemmingsplannen). De komende jaren worden deze regels samengevoegd in één gebiedsdekkend omgevingsplan. Hierbij wordt het harmoniseren van de regels voor vergroten agrarisch bouwperceel meegenomen. De voorwaarden zullen in lijn zijn met de bestaande voorwaarden (zie paragraaf 6.1), 20

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard waarbij rekening wordt gehouden dat het agrarisch bouwperceel anders is dan een bouwvlak. De gemeenteraad kan (in opvolging van de wijzigingsbevoegdheden) vaststellen dat het college bevoegd is om het omgevingsplan te wijzigen als aan deze voorwaarden wordt voldaan (delegatiebesluit). Door een eenduidige regeling in de hele gemeente Krimpenerwaard te hanteren, wordt duidelijkheid gecreëerd. Daarnaast wordt gestreefd naar een snellere afhandeling van dergelijke aanvragen, door een vergroting tot 2 hectare een collegebevoegdheid te laten zijn en doordat de voorwaarden (en dus ook de toetsing) overal gelijk wordt getrokken.

21

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard

7. Thema 3: Agrarische nevenactiviteiten 7.1.Huidige situatie Ook in Krimpenerwaard zijn er agrarische bedrijven die naast hun agrarische bedrijfsactiviteiten, nevenactiviteiten exploiteren als extra verdienmodel. Hiervoor gelden op dit moment zowel vanuit de provincie als vanuit de gemeente Krimpenerwaard voorwaarden. Daarnaast zijn er ook specifieke regels voor vrijkomende agrarische bebouwing. Daar wordt in dit hoofdstuk niet op ingegaan, omdat dit omgevingsprogramma gericht is op toekomstbestendige en duurzame landbouw, en niet op andere economische activiteiten in het buitengebied. Voor regels omtrent vrijkomende agrarische wordt verwezen naar het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan en het BOPA-beleid. Een specifieke agrarische nevenactiviteit die bijzondere aandacht behoeft is de recreatie. De Krimpenerwaard heeft een prachtig landschap dat wordt gekarakteriseerd door een slagenlandschap met de aanwezigheid van veel water. De agrariërs grijpen de kans om recreanten op hun erf te verwelkomen. Mede door de ligging nabij stedelijk gebied weten recreanten de Krimpenerwaard goed te vinden. In haar omgevingsvisie geeft gemeente Krimpenerwaard aan dat zij het dagrecreatieve karakter van de Krimpenerwaard in bepaalde gebieden wil versterken en benutten om toerisme en verblijfsrecreatie verder te ontwikkelen.

Tegelijkertijd biedt dit voor agrariërs in het buitengebied een kans om middels recreatieve nevenactiviteiten een verdienmodel op te bouwen wat naast de agrarische hoofdactiviteiten een inkomstenbron genereert. Hierbij dient wel aandacht te zijn en te blijven voor het recreatieve verkeer dat kan zorgen voor gevaarlijke situaties.

Provincie Zuid-Holland De regels van de provincie zijn opgenomen in Zuid-Hollandse Omgevingsverordening. Deze verordening is vastgesteld op 15 december 2021. Nadien zijn enkele wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd. Voor dit programma is de geconsolideerde versie van 24 juli 2024 geraadpleegd. De provincie stelt in de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening voorwaarden voor agrarische nevenactiviteiten. Dit zijn algemene voorwaarden, gericht op alle ontwikkelingen in het buitengebied. Er zijn vanuit de provincie geen verdere eisen gesteld die specifiek en alleen gelden bij agrarische nevenactiviteiten. Wel biedt de provincie extra mogelijkheden bij agrarische nevenactiviteiten, namelijk het vergroten van het agrarische bouwperceel met maximaal 0,5 hectare ten behoeve van verbredingsactiviteiten bij agrarische bedrijven. Bijvoorbeeld voor zorg, recreatie, energieopwekking en de verkoop van producten uit eigen teelt. Te allen tijde geldt een eis voor het borgen van ruimtelijke kwaliteit. De meeste agrarische bedrijven zullen liggen in het gebied met de in de verordening aangewezen beschermingscategorie 3, het buitengebied. In dit gebied geldt dat ontwikkelingen in de vorm van inpassen, aanpassen of transformeren allen mogelijk zijn, mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast.

Gemeente Krimpenerwaard In haar omgevingsvisie geeft de gemeente Krimpenerwaard aan dat zij voormalige agrarische bebouwing wil benutten voor andere functies zoals kleinschalige bedrijvigheid, wonen en recreatie. Hier zijn op dit moment al uitgangspunten voor. De voormalige Krimpenerwaardgemeenten hebben een regeling ‘vernieuwend ondernemen’ opgesteld, dat in de meeste bestemmingsplannen van het buitengebied is verwerkt. Het doel van deze regeling is destijds geweest om het agrarische ondernemers makkelijker te maken om naast het agrarische bedrijf nog iets anders te gaan doen. Maar 22

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard ook om het (agrarische) ondernemers makkelijker te maken om een bedrijf te starten in een vrijkomende boerderij. Ter verkenning zijn de vijf grootste bestemmingsplannen in het landelijk gebied geraadpleegd, namelijk: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Buitengebied 2011 (vastgesteld op 12-12-2011) (voormalig gemeente Bergambacht) Landelijk gebied (voormalige gemeente Vlist) (vastgesteld op 15-12-2015) Landelijk gebied (voormalige gemeente Nederlek) (vastgesteld op 14-07-2020) Buitengebied (vastgesteld op 05-03-2010) (voormalige gemeente Schoonhoven) Buitengebied Ouderkerk aan den IJssel 2013 (vastgesteld op 09-07-2014)

In alle vijf deze plannen zit een regeling voor het anders gebruiken van agrarische bebouwing. Kort samengevat komt dit op het volgende neer: ▪

▪

Direct toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit Vier van de vijf hier boven genoemde bestemmingsplannen bevatten een lijst met activiteiten die direct zijn toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit. In deze lijsten zitten kleine verschillen. Enkel het bestemmingsplan Buitengebied in de voormalige gemeente Schoonhoven bevat niet een dergelijke regeling. Voor een vergelijking van deze lijsten wordt verwezen naar de bijlage (Bijlage 2 Agrarische nevenactiviteiten). Binnenplanse afwijking of wijzigingsbevoegdheid voor ondergeschikte nevenactiviteiten, onder voorwaarden Drie van de vijf bestemmingsplannen (‘Buitengebied 2011’ (voormalige gemeente Bergambacht), ‘Landelijk gebied (voormalige gemeente Nederlek)’ en ‘Buitengebied Ouderkerk aan den IJssel 2013’) bevatten een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor ondergeschikte nevenactiviteiten, onder voorwaarden. Deze lijsten met nevenactiviteiten zijn wel vergelijkbaar, maar komen niet volledig overeen met elkaar. De bestemmingsplannen ‘Landelijk Gebied (voormalige gemeente Vlist)’ en ‘Buitengebied’ (voormalige gemeente Schoonhoven) bevatten een wijzigingsbevoegdheid voor het toestaan van nevenactiviteiten, waarbij een vergelijkbare lijst met voorwaarden wordt gehanteerd als bij de binnenplanse afwijkingsbevoegdheden.

Ook van deze overeenkomsten en verschillen is een lijst beschikbaar gesteld (Bijlage 2 Agrarische nevenactiviteiten).

Zoals blijkt uit het bovenstaande biedt het omgevingsplan op de meeste plaatsen in de gemeente Krimpenerwaard de mogelijkheid om (recreatieve) nevenactiviteiten te ontwikkelen naast de agrarische hoofdactiviteit. Bijvoorbeeld agrarische dagrecreatie zoals excursies of een kinderboerderij, het uitbaten van een Bed & Breakfast, een theeschenkerij of het vestigen van een kleinschalige camping. Niet op elke locatie in de gemeente is dit direct of met een binnenplanse omgevingsplanactiviteit toegestaan. In Bijlage 2 Agrarische nevenactiviteiten zijn deze verschillen van de vijf grootste bestemmingsplannen inzichtelijk gemaakt per gebied. Nadien zijn er nieuwe beleidsstukken vastgesteld die een relatie hebben met vrijkomende bebouwing in het buitengebied van de Krimpenerwaard. Deze beleidsstukken zijn samengenomen in het BOPAbeleid van de gemeente Krimpenerwaard, dat vanaf 4 januari 2024 in werking is en in 2025 is herzien. De regeling in de bestemmingsplannen past binnen de destijds geldende provinciale regeling. De provincie heeft een aantal criteria voor ontwikkelingen in het buitengebied losgelaten, zoals een minimale sloopeis. Om die reden was het ook op gemeentelijk niveau mogelijk om de criteria aan te passen. Het BOPA-beleid biedt daarom ruimere mogelijkheden voor agrarische nevenactiviteiten dan het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan.

Ook voor horeca in het buitengebied en het vestigen van

23

Omgevingsprogramma Landbouw Krimpenerwaard een Bed&Breakfast zijn in het BOPA-beleid regels opgenomen, die toegepast kunnen worden als niet wordt voldaan aan de voorwaarden in het omgevingsplan.

Omgevingsvisie In haar omgevingsvisie gaat Krimpenerwaard dieper in het op het recreatieve karakter van de Krimpenerwaard. Voor het hele grondgebied geldt dat de gemeente kansen ziet om het dagrecreatieve karakter van de Krimpenerwaard te versterken en te benutten om toerisme en verblijfsrecreatie verder te ontwikkelen. Verder worden er per deelgebied nadere kansen benoemd. In ieder deelgebied liggen kansen voor een bepaalde vorm van toerisme of recreatie: ▪ ▪

▪ ▪

In de Lekstreek willen we toeristische ontwikkeling bevorderen; In het Land van linten en het middengebied willen we de polders en natuurgebieden verbeteren voor recreatieve mogelijkheden en het cultuurhistorische waardevolle landschap bij toeristische ontwikkelingen benutten en respecteren; In de Waterlinie willen we de historie gebruiken en respecteren om de recreatieve toegankelijkheid en verblijfswaarde te vergroten; en In de IJsselstreek willen we mogelijkheden voor recreatie combineren met het karakteristieke landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=c6068327-260a-4a24-ac1a-59a9a6f1739a