CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.177 RIB Septembercirculaire 2025

Raadsvergadering 11 november 2025, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: (B) Meerjarenbegroting 2026-202933.818 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAADSINFORMATIEBRIEF Gevolgen septembercirculaire 2017Intern VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR Gemeenteraad CC DATUM ONDERWERP

30 september 2025 Septembercirculaire 2025

Beste heer, mevrouw, Op 16 september is de septembercirculaire 2025 verschenen. Deze circulaire informeert u in hoofdzaak over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de miljoenennota 2025. De belangrijkste informatie in deze circulaire betreft informatie over de hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024. Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. In deze circulaire is ook een geactualiseerde raming voor ruimte onder het BCF plafond opgenomen voor de jaren 2025 tot en met 2030. Er vindt ook een actualisatie van het volumeaccres en LPO (loon- en Prijsontwikkeling) accres op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Macro Economische Verkenning (MEV) 2026. In de circulaire is opgenomen dat de gemeente een decentralisatie-uitkering ontvangt voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze vervangt de eerdere specifieke uitkering SPUK CDOKE. Naast de zaken die zijn opgenomen in de septembercirculaire 2025 zijn een aantal maatstaven op basis waarvan de algemene uitkering wordt berekend geactualiseerd. Het gaat hierbij bijv. om aantal woningen en aantal bijstandsgerechtigden.

Van een aantal taakmutaties die zijn opgenomen in de septembercirculaire zal in de slotwijziging 2025 en 1e tussentijdse rapportage 2026 worden voorgesteld om deze mee te nemen in de ramingen aan de uitgavenkant, dan wel deze te beschouwen als algemeen dekkingsmiddel. Het gaat hier om extra middelen voor taken met betrekking tot het sociaal domein en in het fysieke domein. In de septembercirculaire zijn middels taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor deze gewijzigde en nieuwe taken die door de gemeente moeten worden uitgevoerd. Voor een toelichting hierop verwijzen we naar de meer gedetailleerde toelichting in de bijlage. Onderstaande tabel laat een uitsplitsing zien van de belangrijkste onderdelen uit de septembercirculaire voor de jaren 2025-2029: Totaal x € 1.000 Uitkering gemeentefonds conform begroting Septembercirculaire 2025 Mutatie septembercirculaire 2025 Totaal x € 1.000 Wijziging uitkeringsfactor Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024 Ruimte onder het BCF plafond Taakmutaties, decentralisatie en integratie-uitkeringen* (A) Mutatie op basis van septembercirculaire 2025 Taakmutaties, decentralisatie en integratie-uitkeringen* (B) lastenraming (A-B) Mutatie na verwerking lasten

2025 119.877 122.698 2.821

2026 122.275 123.947 1.672

2027 123.141 122.880 -261

2028 120.994 120.586 -408

2029 123.043 122.534 -509

2025 23 1.976 412 410 2.821 -212 -212 2.609

2026 -328

2027 -502

2028 -552

2029 -645

2.000 1.672 -2.000 -2.000 -328

241 -261 -252 -252 -513

144 -408 -144 -144 -552

136 -509 -136 -136 -645

De bovenstaande tabel is opgebouwd uit twee onderdelen. Onderdeel A is de berekening van de algemene uitkering voor de gemeente Krimpenerwaard. Onderdeel B gaat over de lasten die we als gemeente Krimpenerwaard zelf naar eigen inschatting ramen. Ten opzichte van de meicirculaire 2025 is er in 2025 en 2026 een voordeel en vanaf 2027 sprake van een nadeel. Een deel is vrij te besteden en een deel wordt ontvangen voor de compensatie van specifieke uitgaven, zoals bijvoorbeeld capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). In de bijlage volgt een uitleg over de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de meicirculaire 2025. Aandachtspunten Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024 Voor de hervormingsagenda jeugd was nog geen sprake van compensatie met terugwerkende kracht van de (helft van de) tekorten over 2023 en 2024. Het kabinet heeft alsnog besloten dit compenseren. Begroting 2026 De septembercirculaire 2025 heeft in meerjarenperspectief een aantal wijzigingen tot gevolg. Deze wijzigingen hebben een negatief effect voor onze begrotingspositie tot gevolg. De financiële consequenties 2025 worden zoals gebruikelijk verwerkt in de slotwijziging 2025 en de meerjarige gevolgen worden verwerkt in de 1e tussentijdse rapportage 2026.

Indien bij het saldo van de begroting 2026 (indien deze onverkort vastgesteld wordt) het saldo van de septembercirculaire 2025 wordt opgeteld, ziet het financiële beeld er als volgt uit: Totaal x € 1.000 Saldo begroting 2026 Mutaties septembercirculaire 2025 Saldo begroting na mutaties septembercirculaire

2026 -1.990 -328 -2.318

2027 -410 -513 -923

2028 -1.871 -552 -2.423

2029 17 -645 -628

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Bijlage 1. Mutaties septembercirculaire 2025 2. Septembercirculaire 2025

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

Ir. J. Beenakker

pag. 2/2

Gemeentefonds Krimpenerwaard

Wijzigingen uitkeringen Circulaire september 2025 Ronald van de Hoef (R.vandeHoef@krimpenerwaard.nl) 24-09-2025

2

1. Overzicht van uitkeringen Deze rapportage voor gemeente Krimpenerwaard is automatisch gegenereerd op 24-09-2025 op basis van data uit gemeentekas. De gepresenteerde getallen en de toelichting daarop betreffen de mutaties tussen de circulaires mei 2025 en september 2025.

Op 16 september is de septembercirculaire van het gemeentefonds gepubliceerd. In dit overzicht informeren wij u over de financiële effecten van de Rijksbijdrage voor de jaren 2025 t/m 2030, gebaseerd op de Miljoenennota en de Macro Economische Verkenning van het CPB.

Totaal uitkeringen per circulaire

3

2. Specificatie van wijzigingen Uitkering

2025

Capaciteit decentrale overheden klimaaten energiebeleid Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Implementatie Participatiewet

2026

2027

2028

2029

2030

8

2

2

2

1.732 1.976 74

32

Indexatie WMO demografie

187

Loon en prijsbijstelling Jeugdhulp

64

53

53

53

54

Overheidsbrede dienstverlening

50

50

50

50

50

88

-0

-0

-0

Participatie

77

83

Register Externe Veiligheidsrisico's

2

2

Rijksvaccinatieprogramma

6

Ruimte onder het BCF-plafond

412

Spreidingswet

50

Toezicht gastouderopvang Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen

4

6

6

11

11

9

24

25

-263 21 2.822

9

Wijziging uitkeringsfactor

Totaal Alle bedragen x € 1.000,-

5

5

25

25

26

-439

-517

-610

-967

-67

-63

-35

-35

-5

1.672

-261

-408

-509

-647

192

Wet Integrale Suïcidepreventie

Wijziging volumes

1

4

3. Toelichting op de wijzigingen Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid Deze uitkering vervangt de Specifieke Uitkering (SPUK) CDOKE. De gemeente ontvangt een bijdrage voor klimaat- en energiebeleid, zoals het instellen van een zero-emissie zone en het aanleggen van zonneweiden of windparken. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €1.732.164. Hiervoor zijn al middelen (€ 900.000) opgenomen in de begroting. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 De deskundigencommissie van Ark adviseerde om het structurele tekort in het budget voor Jeugdzorg van € 828 miljoen gelijk te verdelen over Rijk en gemeenten. Vanaf 2025 is hiervoor in de meicirculaire al structureel € 414 miljoen opgenomen. Er was nog geen sprake van compensatie met terugwerkende kracht van de (helft van de) tekorten over 2023 en 2024. Het kabinet heeft alsnog besloten dit compenseren. Het betreft in totaal een bedrag van € 728 miljoen. Deze middelen worden ingezet voor de transformatie van de Jeugdhulp, met aandacht voor het versterken van de sociale basis en lokale teams. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €1.976.048. Implementatie Participatiewet Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans beoogt de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijker aanpak.

Voor de implementatie in de periode 2025-2030 worden extra middelen beschikbaar gesteld. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €74.341. Indexatie WMO demografie Er moet een nieuwe financieringsvorm voor de Wet maatschappelijke ondersteuning worden uitgewerkt die beter rekening houdt met o.a. demografische ontwikkeling / vergrijzing. Vooruitlopend daarop worden er extra middelen voor de Wmo beschikbaar gesteld. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2030 om een bedrag van €186.502. Loon en prijsbijstelling Jeugdhulp Dit betreft een loon- en prijsbijstelling voor Jeugdzorg vanaf 2026 die gereserveerd was in het Coalitieakkoord Rutte IV. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €63.669. Overheidsbrede dienstverlening De Specifieke Uitkering (SPUK) Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. De gemeente ontvangt een bijdrage voor laagdrempelige ondersteuning bij regelzaken met de (digitale) overheid. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €50.437. Participatie Voor werknemers met een indicatie Beschut werk wordt een vaste vergoeding voor gemiste loonkosten ingevoerd. Die is hoger dan het huidige gemiddelde. De omvang van de bijdrage stijgt de komende jaren door de groei in het aantal beschut werkers.

De middelen worden nu aan het gemeentefonds toegevoegd, maar zullen in de toekomst onderdeel worden van het budget voor de bijstand en loonkostensubsidies.

5

(BUIG). Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €77.294. Register Externe Veiligheidsrisico's Gemeenten ontvangen een jaarlijkse bijdrage voor het beheer van het Register Externe Veiligheid (REV). Deze bijdrage is bedoeld voor het inregelen van de beheerwerkzaamheden voor de Kwetsbare gebouwen en locaties (KGL)-module. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €2.485. Rijksvaccinatieprogramma Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma, met gevolgen voor de taken van gemeenten. De middelen voor de periode 2025 t/m 2029 worden volledig uitgekeerd in 2025. Vanaf 2030 wordt jaarlijks een bedrag ter beschikking gesteld. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €5.970. Ruimte onder het BCF-plafond In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de ruimte onder het plafond voor gemeenten opgenomen. Dit heeft een voordelig effect van € 412.000 in 2025 Spreidingswet Gemeenten hebben een nieuwe taak gekregen in het zoeken naar opvangplekken vanuit de Spreidingswet. Hiervoor is een bijdrage van € 15,3 miljoen beschikbaar, waarbij elke gemeente een vast bedrag van € 20.000 ontvangt. Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal opvangplaatsen per gemeente.

Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €50.051. Toezicht gastouderopvang De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan in vanaf 1 juli 2026, met financiële middelen gereserveerd voor toezicht en handhaving. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €3.780. Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Gemeenten en Rijk zijn overeengekomen dat bepaalde taken op het gebied van omgevingsveiligheid door gemeenten worden uitgevoerd. Ze worden hiervoor financieel gecompenseerd. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €9.235. Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen Het kabinet stelt extra middelen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Het betreft een aanvulling op de jaarlijkse vergoeding voor de uitvoering van wettelijke taken bij verkiezingen. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €192.389. Hiervoor zijn al middelen opgenomen in de begroting. Wet Integrale Suïcidepreventie Vanaf 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidepreventie in werking. Gemeenten moeten suïcidepreventie opnemen in hun gezondheidsbeleid en uitvoeren. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €24.186.

6

Wijziging uitkeringsfactor Deze component stijgt in 2025, omdat verwacht wordt dat gemeenten minder BTW zullen terugvragen. Dit overschot wordt dan teruggestort in het gemeentefonds. In de jaren erna daalt de uitkeringsfactor. De omvang van het gemeentefonds volgt de ontwikkeling van het bruto binnenlands produc (bbp) en het Centraal Planbureau heeft de raming van de volume- en prijsontwikkeling van het bbp neerwaarts bijgesteld. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €1.212.445. Wijziging volumes De prognose van de volumes (zoals de ontwikkeling van het aantal inwoners, bedrijven etc.) is gewijzigd. Hierdoor wijzigt ook de uitkering. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €21.310.

Gemeentefonds

Septembercirculaire 2025

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 16 september 2025 Kenmerk 2025-0000554447

Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

septembercirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334); meicirculaire 2025 (2025-0000332806) 16 september 2025 1 juli 2026

Septembercirculaire gemeentefonds 2024

Voorwoord Voor u ligt de septembercirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen in principe op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De septembercirculaire 2025 informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

F. Rijkaart

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

1

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

2

Inhoudsopgave 1

2

Hoofdpunten ....................................................................................................... 6 1.1

Inleiding...................................................................................................... 6

1.2

Algemene uitkering....................................................................................... 6

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ........................................................ 7

Algemene uitkering .............................................................................................. 8 2.1

Inleiding...................................................................................................... 8

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ....................................... 8

1.

Bijstelling accres-tranches ............................................................................. 9

2.

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 .................................................... 11

3.

Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten ..................................... 11

4.

Implementatie Participatiewet in balans ........................................................ 12

5.

Hervormingsagenda Jeugd .......................................................................... 12

5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 ........................................................ 12 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) ................................................................................................... 12

3

6.

Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 ............................. 13

7.

Toezicht gastouderopvang ........................................................................... 13

8.

Kinderopvang pleegouders .......................................................................... 13

9.

Rijksvaccinatieprogramma ........................................................................... 14

10.

Wet integrale suïcidepreventie ..................................................................... 14

11.

Indexatie Wmo demografie .......................................................................... 14

12.

Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen ....................................................... 14

13.

Kiezers buiten Nederland............................................................................. 14

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering...........................................................15

2.4

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ...........15

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................................................20 3.1

Inleiding.....................................................................................................20

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.........................20

1.

Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe ................................. 22

2.

Spreidingswet ............................................................................................ 22

3.

Pilot dakloze EU-burgers ............................................................................. 22

4.

Pilot wijkgerichte vaccinatieaanpak ............................................................... 22

5.

Voorbereiding bouw kerncentrales ................................................................ 23

6.

Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..................................................... 23

7.

Aanpak overlast asielzoekers ....................................................................... 24

8.

Nationaal Programma Vitale regio's (NPVR) ................................................... 24

9.

Impulsbudget sociale infrastructuur .............................................................. 24

10.

Register Externe Veiligheid (REV) ................................................................. 24

11.

Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................ 25

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

3

12.

Work in NL ................................................................................................ 25

12a. Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen................................ 25 12b. Work in NL (Dienstverlening arbeidsmarktregio) ............................................. 25 13.

Aanpak ondermijning zeehavens .................................................................. 25

14.

Aanpak van criminele machtsstructuren ........................................................ 25

15.

Actieagenda mkb-dienstverlening ................................................................. 26

16.

Pilot denormalisering drugs bij evenementen ................................................. 26

17.

Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE)................. 26

18.

Overheidsbrede Dienstverlening ................................................................... 27

19.

Regeling heroïnebehandeling ....................................................................... 27

20.

Vrouwenopvang ......................................................................................... 27

21.

Bureau regioburgemeesters ......................................................................... 27

22.

Erfgoedregistratie ....................................................................................... 28

23.

Digitale tweeling ........................................................................................ 28

24.

Versterking arbeidsmarktregio’s ................................................................... 28

25.

Volume-indexatie 2026 Beschermd Wonen (IU) .............................................. 28

26.

Rijksbijdrage Beschut Werk (IU) ................................................................... 28

3.3.

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen .............................................................................................29

3.3.1. Beschermd wonen .......................................................................................29 3.3.2. Maatschappelijke opvang..............................................................................29 3.3.3. Vrouwenopvang ..........................................................................................30 3.3.4. Aanpak laaggeletterdheid .............................................................................30 4

Overige mededelingen .........................................................................................31 4.1

Inleiding.....................................................................................................31

4.2

Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen.................31

4.3

Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2026 ........................32

4.4

Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering ...............33

4.5

‘Weeffout’ Jeugdzorg....................................................................................33

4.6

Landelijke Vreemdelingen Voorziening ...........................................................33

4.7

Wegenbeheer..............................................................................................34

4.8

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ......................................................34

4.9

Jaarlijkse weging decentralisatie- en integratie-uitkeringen...............................34

4.10

Cijfers belastingcapaciteit .............................................................................35

Bijlagen...................................................................................................................36 Bijlage 2.1.1

Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ....................................37

Bijlage 2.1.2

Bedragen per eenheid 2025 per cluster ...............................................39

Bijlage 2.1.3

Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ....................................41

Bijlage 2.1.4

Bedragen per eenheid 2026 per cluster ...............................................43

Bijlage 2.2.1

Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ...........................................45

Bijlage 2.4.1 Aantallen per gemeente ophoging maatstaf Woonruimten .........................46 Bijlage 2.4.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ..........................................................54

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

4

Bijlage 3.2-2 Spreidingswet .....................................................................................57 Bijlage 3.2-3 Pilot dakloze EU-burgers ......................................................................61 Bijlage 3.2-6 Versterking omgevingsveiligheidsdiensten ..............................................62 Bijlage 3.2-7 Aanpak overlast asielzoekers ................................................................70 Bijlage 3.2-8 Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR) ............................................71 Bijlage 3.2-9 Impulsbudget sociale infrastructuur .......................................................72 Bijlage 3.2-12a Work in NL Betrekken zelforganisaties en sleutelpersonen .....................75 Bijlage 3.2-18 Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE) ........76 Bijlage 3.2-19 Overheidsbrede Dienstverlening ..........................................................80 Bijlage 3.2-20 Regeling heroïnebehandeling...............................................................88 Bijlage 3.2-25 Versterking arbeidsmarktregio’s ..........................................................89 Bijlage 3.3.2 Maatschappelijke opvang ......................................................................90 Bijlage 3.3.4 Aanpak laaggeletterdheid .....................................................................91 Bijlage 4.3

Referentiewaarden EMU-saldo 2026 gemeenten .........................................92

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

5

1 1.1

Hoofdpunten Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Miljoenennota 2026 en de bijbehorende ontwerpbegroting van het gemeentefonds. De informatie is steeds onder het voorbehoud van parlementaire goedkeuring. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. 1.2

Algemene uitkering

Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. Implementatie Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar.

Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

6

1.3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat om de aanpassing van bestaande uitkeringen, omzetting van specifieke uitkeringen naar decentralisatie-uitkeringen en om nieuwe uitkeringen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen:

-

De decentralisatie-uitkering Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe. Voor de uitvoering van de Sociale Agenda, aangekondigd in Nij Begun, wordt € 28,2 miljoen in 2025 en € 61,7 miljoen in 2026 beschikbaar gesteld aan de gemeente Groningen. In de Sociale Agenda zijn 16 maatregelen opgenomen die in de regio door afzonderlijke partijen worden uitgevoerd.

-

De decentralisatie-uitkering Capaciteit decentrale overheden klimaat- en energiebeleid (CDOKE). Deze decentralisatie-uitkering vervangt de specifieke uitkering (SPUK) CDOKE. Met deze uitkering wordt in 2026 een totaalbedrag van € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid.

-

De integratie-uitkering Rijksbijdrage Beschut Werk. In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie).

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

7

2

Algemene uitkering

2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.

Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de mutaties in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025. Wijziging in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

8

Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar.

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de meicirculaire 2025 (in duizenden euro's)

stand meircirculaire 2025 1) 2) 3)

algemene mutaties Bijstelling accres-tranches Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025 Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten

2025

2026

2027

2028

2029

2030

40.898.452

41.889.943

43.374.270

43.785.630

45.719.390

47.904.210

-78.420

-136.328

-144.642

-185.005

-310.361

428.279 1.450

taakmutaties 4)

cluster Participatie Implementatie Participatiewet in balans

36.325

15.204

3.561

1.000

1.000

1.000

5) 5a) 5b) 6) 7) 8)

cluster Individuele voorzieningen Jeugd Hervormingsagenda Jeugd Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 728.000 Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023 Toezicht gastouderopvang Kinderopvang pleegouders -10.700

-23.000 23.492 1.400 -10.700

-24.000 19.196 2.200 -10.700

-22.000 19.201 2.200 -600

-22.000 18.987 1.800 -600

-22.000 18.987 1.700 -600

9) 10)

Cluster Sociale basisvoorzieningen Rijksvaccinatieprogramma Wet integrale suïcidepreventie

10.000

10.000

10.000

10.000

300 10.000

11)

cluster Individuele voorzieningen Wmo Indexatie Wmo demografie

12) 13)

cluster Bestuur en ondersteuning Vervroegde Tweede Kamerverkiezingen Kiezers buiten Nederland

stand deze circulaire

2.300

75.000

60.000 1.120

42.145.226

41.827.919

43.238.199

43.650.789

45.543.572

47.678.236

Toelichting algemene uitkering 1.

Bijstelling accres-tranches

Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar. Conform rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. In de Miljoenennota is het accres voor het jaar 2026 en verder geactualiseerd op basis van de actuele raming van de ontwikkeling van het bbp door het Centraal Planbureau (CPB) Macro Economische Verkenning (MEV) 2026. In de onderstaande tabel zijn de actuele cijfers opgenomen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

9

Tabel 2.2.2 Indices CPB Indices CPB bbp MEV 2026 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index

2026

2027

2028

2029

2030

1,9% 2,5% 4,4%

1,8% 2,5% 4,3%

1,7% 2,7% 4,4%

1,5% 2,5% 4,1%

2,2% 2,4% 4,6%

Indices CPB bbp CEP 2025 Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index

1,9% 2,6% 4,5%

1,8% 2,5% 4,3%

1,7% 2,7% 4,3%

1,5% 2,5% 4,1%

2,2% 2,4% 4,6%

Verschil (nieuw-oud) Volume bbp (8-jaars gemiddelde) Prijs bbp Gecombineerde bbp index

0,0% -0,1% -0,1%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

0,0% 0,0% 0,0%

Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accresraming zoals opgenomen in de Miljoenennota 2026 op basis van de bbp-cijfers uit de MEV 2026. Tabel 2.2.4 bevat de accresraming zoals deze opgenomen staat in de Voorjaarsnota 2025. Tabel 2.2.5 presenteert de mutatie in de accresraming tussen Voorjaarsnota 2025 en Miljoenennota 2026. Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Gemeentefonds Miljoenennota 2026 In miljoenen euro 2026 2027 2028 Grondslag Gemeentefonds 41.770 40.506 39.098 Accres Gemeentefonds tranche 2026 volume bbp tranche 2026 prijs bbp tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres

2029 39.059

2030 39.012

745 990 717 1.049 706 1.145 683 1.122 1.002 1.113 9.272

798 1.060

774 1.028 745 1.089

747 992 719 1.051 707 1.148

746 991 718 1.050 707 1.147 684 1.123

1.858

3.635

5.364

7.166

Tabel 2.2.4 Accres Gemeentefonds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 tranche 2026 volume bbp 791 tranche 2026 prijs bbp 1.145 tranche 2027 volume bbp tranche 2027 prijs bbp tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totaal accres 1.936

2027 781 1.131 772 1.088

2028 754 1.091 745 1.050 735 1.134

2029 753 1.090 744 1.049 734 1.133 717 1.131

3.772

5.509

7.351

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

2030 752 1.089 743 1.047 733 1.131 716 1.130 1.056 1.185 9.583

10

Tabel 2.2.5 Mutatie accres Gemeentefonds sinds Voorjaarsnota 2025 In miljoenen euro 2026 2027 tranche 2026 volume bbp 7 -8 tranche 2026 prijs bbp -85 -103 tranche 2027 volume bbp -27 tranche 2027 prijs bbp 1 tranche 2028 volume bbp tranche 2028 prijs bbp tranche 2029 volume bbp tranche 2029 prijs bbp tranche 2030 volume bbp tranche 2030 prijs bbp Totale mutatie -78 -136

2.

2028 -7 -99 -26 1 -27 14 -145

2029 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -185

2030 -7 -99 -26 2 -27 14 -33 -8 -54 -71 -310

Afrekening ruimte onder plafond BCF 2025

Het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeentefonds en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeentefonds en provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het gemeente- en provinciefonds communicerende vaten. In deze circulaire is een geactualiseerde raming voor de jaren 2025 tot en met 2030 opgenomen. De ruimte onder het plafond voor gemeentes is voor 2025 geraamd op € 428 miljoen. De ontwikkeling van de uitgaven wordt vlak doorgetrokken. Hierbij is rekening gehouden met de jaarlijkse toevoegingen (taakmutaties) aan het BCF. Bij deze aanname blijft voor alle jaren sprake van ruimte onder het BCF-plafond. Tabel 2.2.6 Geraamd plafond BCF (bedragen in miljoenen euro) Geraamd plafond BCF BCF Plafond totaal Plafond aandeel gemeenten VJN25 Taakmutaties Toevoeging accres sinds voorjaarsnota Plafond aandeel gemeenten MN26 Uitputting gemeenten Ruimte onder plafond gemeenten

3.

2025

2026

2027

2028

2029

2030

5.052

5.295

5.484

5.722

5.943

6.390

4.469 2

4.671 19

4.865 0

5.078 0

5.281 0

5.627 1

0

-12

-17

-20

-27

23

4.470

4.678

4.848

5.059

5.254

5.651

4.042

4.042

4.042

4.042

4.042

4.042

428

636

806

1.017

1.212

1.609

Afrekening Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten

In de periode 2021 tot en met 2024 is een bedrag van € 908.000 per jaar aan de algemene uitkering onttrokken in verband met de oprichting van het landelijke kenniscentrum voor gemeenten die te maken hebben met ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (zie ook paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2021).

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

11

De gemaakte kosten in de jaren 2021-2025 zijn lager dan het bedrag dat is onttrokken uit de algemene uitkering. Derhalve vindt er een afrekening plaats. Het gaat om een totaalbedrag van € 1,5 miljoen dat aan de algemene uitkering wordt toegevoegd. 4.

Implementatie Participatiewet in balans

Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. In totaal wordt er € 58,1 miljoen aan de algemene uitkering toegevoegd. Er wordt € 55,5 miljoen beschikbaar gesteld in de periode 2025-2030 ten behoeve van de implementatie van deze wet. Deze € 55,5 miljoen is inclusief een bijdrage voor de regeling Verrekenen. De bijdrage voor de regeling Verrekenen start in 2026 met € 500.000. Vanaf 2027 gaat het om een structurele bijdrage van € 1 miljoen per jaar. Er wordt € 600.000 beschikbaar gesteld in 2025 en € 1 miljoen in 2026 en 2027 ten behoeve van het verstrekken van de premie arbeidsinschakeling voor jongeren. De middelen worden verdeeld via het cluster Participatie. 5.

Hervormingsagenda Jeugd

5a. Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 Naar aanleiding van de eerdere afspraken in het voorjaar met de VNG heeft het kabinet besloten tot compensatie van de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de jeugdzorg. Gemeenten ontvangen in totaal € 728 miljoen van het Rijk die ze kunnen inzetten ter ondersteuning van de transformatie van de Jeugdhulp conform de afspraken in de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige lokale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming en de bredere integrale aanpak sociaal domein. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 5b. Hervormingsagenda Jeugd (uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) Bij Voorjaarsnota 2025 is ten behoeve van de Hervormingsagenda jeugd een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.5 van de meicirculaire 2025. Zoals in de meicirculaire aangegeven vond toen nog het gesprek plaats over de verdeling van een deel van de middelen en deze zijn daarom toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten dat deze Hervormingsagenda-middelen worden ingezet via de VWS-begroting (betreft uitvoeringskosten en budget voor centrale investeringen) en daarom worden deze middelen nu weer onttrokken aan het gemeentefonds.

Het gaat om € 23 miljoen in 2026, € 24 miljoen in 2027 en jaarlijks € 22 miljoen vanaf 2028.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

12

6.

Loon- en prijsbijstelling middelen op de AP jeugdhulp 2023

Dit betreft op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor loon- en prijsbijstelling die samenhangen met de voor Jeugdzorg gereserveerde middelen uit het Coalitieakkoord Rutte IV. De middelen voor de jaren 2024 en 2025 zijn reeds in de meicirculaire 2023 aan de algemene uitkering toegevoegd, zie paragraaf 2.2.8 van de meicirculaire 2023. Nu worden de middelen voor de jaren 2026 en verder overgeheveld naar de algemene uitkering. Het gaat om € 23,5 miljoen in 2026, € 19,2 miljoen in 2027 en 2028 en € 19 miljoen vanaf 2029. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 7.

Toezicht gastouderopvang

De Eerste Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel om de kwaliteit van gastouderopvang beter te waarborgen. De nieuwe kwaliteitseisen gaan gelden vanaf 1 juli 2026 (naast enkele kleinere wijzigingen die ingaan per 1 januari 2026). De wetswijziging leidt tot meerkosten voor toezicht en handhaving op de gastouderopvang. In de Voorjaarsnota 2024 zijn hiervoor financiële middelen gereserveerd. Deze middelen worden nu toegevoegd aan de algemene uitkering van het gemeentefonds en kunnen worden aangewend voor het aanpassen van het toezicht en handhaving in voorbereiding op de nieuwe kwaliteitseisen, bijvoorbeeld voor training/scholing van inspecteurs. Ook kunnen de middelen worden ingezet voor structurele uitbreiding van de duur van een inspectie bij een voorziening voor gastouderopvang en bij een gastouderbureau. Het gaat om € 1,4 miljoen in 2026, € 2,2 miljoen in 2027 en 2028 en daarna aflopend naar € 1,8 miljoen in 2029 en structureel € 1,7 miljoen vanaf 2030. De reeks kent een incidentele component die is bedoeld voor de uitbreiding van de duur van het eerste inspectiebezoek na invoering van de nieuwe kwaliteitseisen. De bedragen zijn tot stand gekomen in overleg tussen het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), VNG en Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Nederland.

De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Jeugd. 8.

Kinderopvang pleegouders

Bij Voorjaarnota 2025 is ten behoeve van de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen een reeks middelen overgeheveld naar de algemene uitkering van het gemeentefonds, zie paragraaf 2.2.6 van de meicirculaire 2025. Deze middelen zijn toen nog niet verdeeld. Inmiddels is besloten deze middelen niet via het gemeentefonds voor dit doel in te zetten, maar via de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Deze middelen worden daarom nu weer onttrokken aan het gemeentefonds. Dit betreft een overboeking naar de VWS-begroting voor de jaren 2025 tot en met 2027 van € 10,7 miljoen per jaar en € 600.000 per jaar structureel vanaf 2028.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

13

9.

Rijksvaccinatieprogramma

Per 1 januari 2025 worden er op advies van de Gezondheidsraad verschillende wijzigingen aangebracht in het vaccinatieschema van het Rijksvaccinatieprogramma (RVP). Dit betekent dat sommige vaccinaties op een andere leeftijd aangeboden worden en dat er voor bepaalde leeftijdscohorten inhaalcampagnes nodig zijn. Deze veranderingen in het RVP schema hebben daarmee ook gevolgen voor de taken van gemeenten vanwege hun verantwoordelijkheid voor de uitvoering en financiering van het RVP. De budgettaire impact van de wijzigingen in het vaccinatieschema van het RVP verschilt in de periode 2025 t/m 2029 per jaar. De kosten voor gemeenten stijgen in de gehele periode 2025 tot en met 2029 in totaal met € 2,3 miljoen. Dit bedrag wordt voor de hele periode in één keer in 2025 aan de algemene uitkering toegevoegd. Vanaf 2030 gaat het jaarlijks om € 300.000. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 10.

Wet integrale suïcidepreventie

Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. Hiertoe wordt vanaf 2026 jaarlijks € 10 miljoen beschikbaar gesteld. De middelen worden verdeeld via het cluster Sociale basisvoorzieningen. 11.

Indexatie Wmo demografie

In verband met een nog uit te werken alternatieve financieringsvorm van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die beter rekening houdt met de kostenontwikkeling in de Wmo en demografische ontwikkelingen/ vergrijzing, is bij Voorjaarsnota 2024 vanaf 2026 een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen aan de algemene uitkering van het gemeentefonds toegevoegd oplopend tot € 300 miljoen in 2029 (zie paragraaf 2.2.10 van de septembercirculaire 2024). Bij Voorjaarsnota 2025 is een extra tranche van € 75 miljoen vanaf 2030 aan de reeks toegevoegd, waarmee de structurele reeks vanaf dat jaar uitkomt op € 375 miljoen. De middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 12.

Vervroegde Tweede Kamer verkiezingen

Het kabinet stelt eenmalig € 60 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de organisatie van de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op 29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die gemeenten jaarlijks via het gemeentefonds krijgen voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf inwoners. 13.

Kiezers buiten Nederland

De gemeente Den Haag is verantwoordelijk voor de uitvoering van de vervroegde verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. Aan de gemeente Den Haag is daarom eenmalig € 1,1 miljoen beschikbaar gesteld voor de vervroegde Tweede Kamerverkiezing op

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

14

29 oktober. Het kabinet heeft hierover besloten na overleg met de VNG. Deze vergoeding is aanvullend op de vergoeding die de gemeente Den Haag jaarlijks via het gemeentefonds krijgt voor de uitvoering van hun wettelijke taken bij het organiseren van verkiezingen voor kiezers buiten Nederland. De middelen worden verdeeld via het cluster Bestuur en ondersteuning, maatstaf Verkiezingen Den Haag. 2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

2.4

Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor (zie uitleg verderop). De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de overige uitkeringsonderdelen.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

15

Maatstaven Voor uitkeringsjaar 2025 is geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2025 1. Woonruimten De actuele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn ontvangen over twee onderdelen van de maatstaf woonruimten, te weten het aantal uitwonende studenten en het aantal personen in zorginstellingen (onderdeel van het aantal personen in institutionele huishoudens). Deze zijn opgenomen in bijlage 2.4.1 en zullen voor uitkeringsjaren 2024 en 2025 worden toegepast. Het aantal uitwonende studenten blijft voor 2025 een voorlopig cijfer, het aantal personen in zorginstellingen is definitief en wijzigt niet meer. Gewicht per maatstaf De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor zijn een aantal bedragen per eenheid (bpe) voor 2025-2030 ten opzichte van de meicirculaire 2025 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1 en 2.1.3 bevatten het overzicht van de bpe’s voor 2025 en 2026. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de Onroerendezaakbelasting (OZB)maatstaven en de overige uitkeringsonderdelen te delen door de uitkeringsbasis.

De – landelijke – uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: •

De informatie uit de tabellen 2.2.1 met betrekking tot de algemene mutaties

•

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de taakmutaties in het gemeentefonds en de verdeling van deze mutaties.

•

De ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van geactualiseerde volumina. Bijlage 2.4.2 bevat informatie over de (raming van de) volumina van de maatstaven en of deze (raming van de) volumina voor deze circulaire zijn geactualiseerd.

•

1

De belastingcapaciteit.

Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

16

Ten opzichte van de meicirculaire 2025 is de uitkeringsfactor voor het jaar 2023 ongewijzigd. De uitkeringsfactor voor uitkeringsjaar 2024 daalt ten opzichte van de meicirculaire 2024 met 1 punt van 1,418 naar 1,417. Deze daling wordt veroorzaakt door de herziene actualisatie van de maatstaf Bijstandontvangers. De nieuwe raming van de uitkeringsfactor in de jaren 2025-2030 is vermeld in tabel 2.4.1. Tabel 2.4.1 Uitkeringsfactor 2025-2030

Uitkeringsfactor één punt uitkeringsfactor (in miljoenen)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1,486 31.170

1,490 31.017

1,534 31.086

1,577 30.524

1,623 30.870

1,675 31.216

De uitkeringsfactoren in tabel 2.4.1 zijn in lopende prijzen 2. Gemeenten die in constante prijzen ramen dienen zelf de loon- prijsontwikkeling te verwerken. Om gemeenten hierbij te faciliteren, is in de gemeentefondsrubriek op internet zoals gebruikelijk een rekenmodel in constante prijzen gepubliceerd. In dit rekenmodel is een hulpmiddel opgenomen waarin gemeenten hun eigen prijsindexen kunnen invullen en/of loon- en prijsindicatoren die het CPB onderscheidt. Op basis van het CPB zijn in het rekenmodel en in paragraaf 4.2 ook, als service, de ramingsgegevens van een aantal indicatoren van het CPB gepresenteerd. Na het invullen van de indexatiecijfers berekent het model automatisch de uitkering in het gemeentefonds in constante prijzen. Om gemeenten inzicht te geven in de ontwikkeling van de uitkeringsfactoren volgt hieronder de tabel, waarin voor ieder afzonderlijk jaar de ontwikkeling is opgenomen ten opzichte van de meicirculaire 2025 (verticale toelichting). Verticale toelichting ontwikkeling uitkeringsfactor Tabel 2.4.2 laat de ontwikkeling van de uitkeringsfactor zien ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Tabel 2.4.2 Ontwikkeling uitkeringsfactor 2025-2030 2025 2026

2027

2028

2029

2030

stand meicirculaire 2025 mutaties deze circulaire

1,472

1,493

1,539

1,583

1,630

1,687

Volume-effect gelijkblijvend GF Effect algemene mutaties Effect taakmutaties OZB Suppletie

-0,002 0,014 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,002 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,004 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,005 0,000 0,002 0,000

-0,003 -0,006 0,000 0,002 0,000

-0,004 -0,010 0,000 0,002 0,000

uitkeringsfactor stand deze circulaire

1,486

1,490

1,534

1,577

1,623

1,675

De algemene uitkering wordt geïndexeerd op basis van de bbp-ontwikkeling. Daarmee is de algemene uitkering uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. 2

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

17

De uitkeringsfactoren voor de jaren 2025 tot en met 2030 wijzigen ten opzichte van de meicirculaire 2025. Voor 2025 is er sprake van een stijging van de uitkeringsfactor ten opzichte van de meicirculaire 2025 van 14 punten. Deze stijging wordt met name veroorzaakt door de verwerking van de actualisatie van de geraamde ruimte onder het plafond van het BTWcompensatiefonds (€ 428 miljoen). Voor 2026 en verder is te zien dat de uitkeringsfactor voor elk uitkeringsjaar neerwaarts wordt bijgesteld ten opzichte van de stand meicirculaire 2025. Dit is het gevolg van de neerwaartse bijstelling van de accresraming voor de betreffende jaren wat een effect heeft dat oploopt naar -10 punten in 2030. Daarnaast draagt ook de actualisatie van de prognoses van de volumina van de maatstaven voor de komende jaren bij aan de neerwaartse bijstelling van de uitkeringsfactoren. Dit effect loopt op naar -4 punten in 2030. De actualisatie van de belastingcapaciteit via de OZB-maatstaven op de uitkeringsfactor heeft een opwaarts effect op de uitkeringsfactoren van 2 punten in de gehele periode 20252030. Verwerking van de taakmutaties beïnvloedt de uitkeringsfactor zowel via de omvang van de algemene uitkering, als via de wijziging van de uitkeringsbasis als gevolg van de gewijzigde gewichten (bpe’s).

Het effect van de mutatie van de omvang van de algemene uitkering als gevolg van de taakmutaties en de wijziging van de uitkeringsbasis zijn ongeveer met elkaar in evenwicht, waardoor het gecombineerde effect op de uitkeringsfactor minimaal is. Op basis van de MEV 2026 zijn de prognoses van het aantal bijstandsontvangers in deze circulaire geactualiseerd. Hieronder staat in tabel 2.4.3 een overzicht van de ramingen van de maatstaf bijstandsontvangers stand meicirculaire 2025 en de stand van deze circulaire. Tabel 2.4.3 Bijstandsontvangers Stand meicirculaire 2025 Stand septembercirculaire 2025

2025 375.451 375.451

2026 378.588 378.634

2027 381.786 381.612

2028 386.491 385.600

2029 392.672 390.583

2030 399.581 397.892

Overige uitkeringsonderdelen Onder de algemene uitkering vallen ook de volgende uitkeringsonderdelen, die niet de vorm hebben van maatstafaantallen die met een bedrag per eenheid worden vermenigvuldigd: •

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt middelen op grond van de maatstaf herindeling of ontvangt een artikel 12-uitkering.

•

Een beperkt aantal gemeenten ontvangt een suppletie-uitkering Bommenregeling vanwege de kosten die zij hebben gemaakt met betrekking tot het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

18

•

Een beperkt aantal gemeenten (Amsterdam, Rotterdam en den Haag) ontvangt een suppletie-uitkering vanwege het ingroeipad als gevolg van de actualisatie van de maatstaf Huishoudens met een laag inkomen van de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke Opvang naar de maatstaf van het nieuwe verdeelmodel (zie paragraaf 2.4.2 van de septembercirculaire 2024).

•

Vanaf 2023 geldt voor gemeenten een ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Dit ingroeipad wordt zoals gebruikelijk verwerkt in een suppletie‐uitkering (zie paragraaf 2.5.2 van de meicirculaire 2022). Voor 2026 gelden de bedragen van 2025. Per 1 januari 2027 zal een volgende stap worden gezet met betrekking tot het ingroeipad, zoals aangekondigd in de brief over Vervolgtraject verdeelmodel gemeentefonds 3.

3

Kamerstukken II, 2024-2025 36 600, B, nr. 24

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

19

3

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratieuitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de meicirculaire 2025 over de periode 2025 tot en met 2030. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Septembercirculaire gemeentefonds 2025

20

Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen over de periode 2025 tot en met 2030. Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2025-2030 (in duizenden euro's)* 2028

2029

2030

- IU Participatie 2.124.797 2.049.850 1.983.904 1.876.909 - IU Beschermd wonen 1.833.044 1.848.649 1.848.649 1.848.649 - IU Voogdij/18+ - Maatschappelijke opvang 385.057 385.057 385.057 385.057 - Vrouwenopvang 230.621 222.748 222.894 222.894 - Armoedebestrijding kinderen 85.000 85.000 85.000 85.000 - Uitvoeringskosten Omgevingswet 80.679 - Openbare bibliotheken 59.282 59.282 - Nationaal Actieplan Dakloosheid 55.000 55.000 55.000 55.000 - Vergunningverlening, toezicht en handhaving 46.700 46.700 46.700 46.700 - Impulsbudget arbeidsmarktregio's 35.233 28.959 39.094 45.201 - Impulsbudget sociale infrastructuur 36.706 33.035 33.035 33.035 - Voorschoolse voorziening peuters 30.000 30.000 30.000 30.000 - Uitvoering Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe 28.172 61.700 - Alleenverdienersproblematiek 27.468 - Versterking arbeidsmarktregio's 23.440 23.440 23.440 23.440 - Wet betaalbare huur 19.256 16.406 9.150 7.352 - Spreidingswet 15.300 - Begeleiding jongeren naar werk 14.895 - Beeldende kunst en vormgeving 13.500 13.500 13.500 13.500 - Extra capaciteit BOA's 13.000 13.000 13.000 13.000 - Faciliteitenbesluit opvangcentra 12.267 - Toekomstbestendig maken energiebeleid 10.375 - Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties 10.282 - Wet kwaliteitsborging bouw 10.076 10.000 g gg p - gedrag 10.000 10.000 10.000 - RES regio's 8.781 8.781 8.781 8.781 - Bodembescherming 8.636 8.636

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=8097d6eb-4dc3-4c1c-a9ec-5e9fcea22a38