1.171 RIB Plan van Aanpak verborgen armoede in beeld bij de gemeente
Tekst van het document
Kansen • Breng het bestaande aanbod voor ondernemers onder de aandacht op plekken waar zij vaak komen. Denk bijvoorbeeld aan een campagne in de nieuwsbrief van groothandels. Ondernemers in bijvoorbeeld de bouw zijn hier dikwijls op geabonneerd. Ga hiertoe ook het gesprek aan met de KvK, mogelijk kan de KvK een rol spelen in de doorverwijzing naar gemeenten. • Kies er als gemeente voor om de Bbz aan te bieden; reserveer hier middelen voor. • Verruim het ondersteuningsaanbod voor ondernemers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan financiële ondersteuning bij de boekhouding. Denk ook aan bedrijfscoaching en/of het inrichten van ondernemersplatforms waarbij ondernemers elkaar kunnen ontmoeten en ondersteunen.
1
40
We hebben met 7 experts gesproken: directeur Over Rood; boekhouder te Amsterdam; directeur Zuidweg & Partners; directeur PZO; Senior casemanager regionaal bureau Fryslan; Senior accountmanager W&I gemeente Rotterdam; medewerker afdeling Ondersteuning Ondernemers gemeente Amsterdam
Uitdaging Te weinig (specialistische) kennis van en zicht op ondernemers in de eigen gemeente Gemeenten overzien de complexiteit van het ondernemerslandschap niet goed. Gemeenten zijn geneigd loketten in te richten, maar vaak blijkt in de praktijk dat ondernemers zich daar niet melden. Er is ook niet altijd sprake van een integrale houding t.o.v. de ondernemer én er wordt intern binnen gemeenten te weinig samengewerkt. Bijvoorbeeld: de afdeling Bbz heeft enkel expertise over de uitvoering hiervan, of deze wordt uitgevoerd door participatiewetmedewerkers zonder specialistische kennis. Daarnaast: de afdeling armoedebestrijding wil ondernemers met financiële problemen met het aanbod bereiken maar hebben veelal geen toegang tot ondernemers, ook omdat ondernemers geneigd zijn geen hulp te zoeken bij de gemeente. De afdeling armoedebestrijding en de afdeling economische zaken kent haar ondernemers, vanuit platforms en verenigingen, en de ambtenaren zijn proactief en outreachend. Echter werken deze afdelingen in de praktijk weinig samen. Experts merken op dat de ongelijkwaardige relatie tussen ondernemers en ambtenaren van de afdeling armoedebestrijding ondersteuning in de weg kan zitten. Zij geven aan dat er op deze afdeling vaak te weinig aandacht is voor versterking van het ondernemersschap en enkel focus op de levensvatbaarheid van een bedrijf.
Kansen • Organiseer je als kleinere gemeente regionaal om de kennis over ondernemerschap te verbreden. Bijvoorbeeld door een ondernemersloket in te richten die de hele regio bedient. • Zoek ondernemers op waar ze toch al moeten zijn. Netwerk tijdens bijeenkomsten van bijvoorbeeld winkeliersverenigingen, dat spreekt ondernemers aan. In het geval dat gemeenten het bereik van ondernemers willen vergroten, dan kunnen zij verder denken aan de volgende vindplaatsen: — Energiebedrijven — Woningcorporaties — Buurtteams — Zorgverzekeraars — Accountants/ boekhouders: een kanttekening bij deze ‘vindplaats’ is wel dat boekhouders vaak een boekjaar achter lopen wat de signalering helaas niet ten goede komt. Zij kunnen wel wijzen op voorzieningen vanuit de gemeente, bijvoorbeeld door algemene mailings aan klanten over de energietoeslag en andere regelingen. — Ondernemersverenigingen — Beroepsverenigingen — Winkelstraatverenigingen — VNO/NCW, MKB Nederland — Economische afdelingen van gemeenten — Database KvK: Vanuit de KvK kan er meer aandacht worden besteed aan het verstrekken van informatie over inkomensondersteuning vanuit gemeenten. Dit is immers het eerste loket waar ondernemers langs komen. 41
Op zoek naar nieuwe manieren om mensen te bereiken 42
De experimenten Vier experimenten om mensen in verborgen armoede te vinden, bereiken en ondersteunen In onze zoektocht naar nieuwe vindplaatsen om mensen in verborgen armoede te bereiken, hebben we samen met vijf gemeenten vier experimenten ingericht. We hebben met deze gemeenten gezocht naar innovatieve wijzen om burgers in verborgen armoede te bereiken en waar mogelijk naar gemeentelijke voorzieningen toe te leiden. Per gemeente hebben we bepaald op welke doelgroep we ons wilden richten, op basis van de analyse van de UvA en gemeentelijke cijfers over welke burgers er potentieel gebruik zouden kunnen maken van minimavoorzieningen.
We hebben met deze gemeenten gezocht naar innovatieve wijzen om burgers in verborgen armoede te bereiken
In diverse workshops hebben we met afgevaardigden van de gemeenten en social designbureau Ink vier nieuwe interventies ontworpen waarmee we van april 2023 tot april 2024 in de praktijk hebben geëxperimenteerd. We hebben deze experimenten, het verloop in de praktijk en de resultaten beschreven in vier interventiebeschrijvingen. • De Marktplaatscampagne in Nijmegen • Zelfstandig ondernemerscampagne in Krimpenerwaard • De Energietoeslag-campagne in Amsterdam • De boekhouding op orde. Een voucher-regling voor ondernemers in Lelystad en Almere
43
Opzet, uitvoering en implementatie van vier experimenten De Marktplaatscampagne in Nijmegen Beschrijving experiment in het kader van het project ‘Vindplaatsen verborgen armoede’
Marktplaatscampagne Nijmegen
Lectoraat Armoede Interventies, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, 2024
Wilt u weten hoe dit experiment is verlopen? Download dan hier de interventiebeschrijving
Samen met de gemeente Nijmegen hebben we een experiment ontworpen gericht op eenpersoonshuishoudens en in het bijzonder alleenstaande mannen. In het experiment brachten we de Meedoenregeling (een tegemoetkoming van 150,-) onder de aandacht bedoeld voor mensen met een laag inkomen. We zochten hierbij naar het ontsluiten van een nieuwe vindplaats, en kwamen daarbij uit op Marktplaats. Daarbij hebben we ook geëxperimenteerd met twee verschillende communicatiecampagnes (banners op Marktplaats) om te onderzoeken wat dat oplevert. Doelgroep: Eenpersoonshuishoudens (76,5 procent van alle
verborgen armen in Nijmegen), voornamelijk gericht op mannen __________________________________________ Aanbod: De Meedoen-regeling is een tegemoetkoming van €150 voor mensen met een laag inkomen, die men naar eigen inzicht kan inzetten voor een cursus of activiteit Interventie: Communicatiecampagne met twee boodschappen: • ‘3000 Nijmegenaren gingen je dit jaar al voor: €150,voor leuke activiteiten met de Meedoenregeling!’ • ‘€150,- voor leuke activiteiten in Nijmegen? Dat laat je toch niet liggen?’ Periode: 28 augustus tot 1 december 2023 Vindplaats: Marktplaats Resultaat: De Marktplaatscampagne leidde tot een aanzienlijke hoeveelheid clicks naar de website van de MDR via de advertenties op Marktplaats. De gemeente schat dat de campagne heeft geleid tot 100-150 aanmeldingen van verborgen armen.
44
Zelfstandig ondernemerscampagne in Krimpenerwaard Beschrijving interventie in het kader van het project ‘Vindplaatsen verborgen armoede’
Zelfstandig ondernemerscampagne Krimpenerwaard
Samen met de gemeente Krimpenerwaard hebben we een experiment ontworpen gericht op ondernemers. Uit gesprekken met de gemeente kwam naar voren dat dit vaak ondernemers zijn die werkzaam zijn in de logistieke sector; ondernemers zoals bijvoorbeeld chauffeurs die zich vaak op de openbare weg bevinden. We hebben daarom besloten een communicatiecampagne op te tuigen met een boodschap specifiek voor ondernemers, en we hebben daartoe posters op de openbare weg in Krimpenerwaard opgehangen.
Lectoraat Armoede Interventies, Kenniscentrum Maatschappij en Recht (KMR), 2024
Wilt u weten hoe dit experiment is verlopen? Download dan hier de interventiebeschrijving
Doelgroep: Zelfstandig ondernemers (25,4% van alle verborgen armen in Krimpenerwaard) __________________________________________ Aanbod: Meedoenregeling: vrij te besteden bedrag van €300,Interventie: Communicatiecampagne met twee boodschappen: • ‘Hé ondernemer, in financieel lastige tijden zijn we er ook voor jou.’ • ‘Hé ondernemer, uitdagende tijd?’ Periode: 1 december 2023 tot 15 januari 2024 Vindplaats: • Openbare ruimte (langs de weg) • Social media Resultaat: Uit de resultaten van deze interventie kan worden opgemaakt dat een communicatiecampagne extra interesse kan aanwakkeren om een aanvraag in te dienen. De webpagina ‘Hulp bij zelfstandig ondernemers’ werd in de campagneperiode 8 tot 9 keer zo vaak bekeken als normaal.
45
De energietoeslag-campagne in Amsterdam Beschrijving interventie in het kader van het project ‘Vindplaatsen verborgen armoede’
Energietoeslag–campagne voor ondernemers in Amsterdam
Lectoraat Armoede Interventies, Kenniscentrum Maatschappij en Recht (KMR), 2024
Wilt u weten hoe dit experiment is verlopen? Download dan hier de interventiebeschrijving
In Amsterdam hebben we een interventie ontworpen gericht op ondernemers). Omdat in Amsterdam was gebleken dat het bereik van de energietoeslag erg hoog lag en potentieel nieuwe groepen aanboorde, hebben we deze toeslag gebruikt als ingang om mensen op de stadspas te wijzen. Daarbij hebben we de communicatiecampagne in samenwerking met sleutelfiguren uitgevoerd die de bewoners van enkele wijken waarin ondergebruik van voorzieningen hoog is, goed kenden. De vindplaatsen in dit experiment waren buurthuizen, winkels, en ook online via social media. Doelgroep: Zelfstandig ondernemers (38,6% van alle verborgen armen in Amsterdam) __________________________________________ Aanbod 1: Energietoeslag Interventie: Communicatiecampagne in samenwerking met sleutelfiguren in de buurten De Baarsjes en Oud-West Periode: 1 februari 2024 tot 30 april 2024 Vindplaats: Winkels en buurthuizen __________________________________________ Aanbod 2: Stadspas Interventie: Mailing naar aanvragers energietoeslag met boodschap dat zij mogelijk ook recht hebben op Stadspas Periode: April 2024 Vindplaats: • Social media • Energietoeslag-ontvangersbestand Resultaat: De campagne voor de energietoeslag en de Stadspasmailing aan eerdere energietoeslag-aanvragers kon rekenen op meer interesse dan andere campagne-uitingen en mailingen.
30 ondernemers uit de Baarsjes vroegen in de campagneperiode de energietoeslag aan. Het aanvragersbestand van de energietoeslag bleek inderdaad een vindplaats voor 124 mensen die recht hadden op de Stadspas en die nog niet hadden aangevraagd.
46
Beschrijving experiment in het kader van het project ‘Vindplaatsen verborgen armoede’
Boekhouding op orde: een voucher-regeling voor ondernemers
Lectoraat Armoede Interventies, Kenniscentrum Maatschappij en Recht, 2024
Wilt u weten hoe dit experiment is verlopen? Download dan hier de interventiebeschrijving
De boekhouding op orde: een voucherregeling voor ondernemers in Lelystad en Almere We hebben met de gemeente Almere en Lelystad samen een experiment ontworpen voor ondernemers die aanklopten bij het Zelfstandigen Loket Flevoland. Hoewel dezelfde doelgroep als in Amsterdam en Krimpenerwaard hebben we hier een geheel ander experiment ontworpen. We hebben vanaf het begin het Zelfstandig Loket Flevoland bij het experiment betrokken, aangezien dit een duidelijke vindplaats voor ondernemers is. Uit de workshop bleek dat ondernemers die bij ZLF aankloppen dikwijls geen geld meer hebben om een jaarrekening op te laten maken door een boekhouder. Zonder jaarrekening is er geen toegang tot financiële hulpverlening en het aanvragen van gemeentelijke voorzieningen. We hebben onderzocht wat het oplevert als we die drempel wegnemen. We hebben een groep ondernemers een voucher aangeboden om daarmee de boekhouding op orde te brengen. Vervolgens hebben we gekeken wat dit voor de onderneming en toeleiding naar de gemeente betekent. Doelgroep: Ondernemers (13,1% van alle verborgen armen in Lelystad en 17,4% van alle verborgen armen in Lelystad) __________________________________________ Aanbod: Voucher van 1000,- per achterlopend boekjaar (max.
3000,- per ondernemer) Interventie: Ondernemers ondersteunen bij het wegwerken van achterstallige administratie en toeleiden naar de gemeente Periode: 1 juli 2023 tot 1 maart 2024 Vindplaats: Het Zelfstandigen Loket Flevoland Resultaat: 17 ondernemers hebben de boekhouding op orde kunnen brengen met de voucher. Het verruimen van dit ondersteuningsaanbod (de voucher) heeft vervolgens verdere (financiële) ondersteuning voor hen ontsloten én hen het vertrouwen teruggegeven dat er hulp mogelijk is.
47
Geleerde lessen
48
Wat gaan we morgen anders doen? Inleiding In de afgelopen jaren is het steeds duidelijker geworden dat er burgers zijn met lage inkomens die geen gebruik maken van ondersteuning van het Rijk of van gemeenten hoewel ze daar wel recht op hebben. Een deel van de mensen die moeten rondkomen van een laag inkomen is bekend bij gemeenten. Het gaat hier om mensen met wie gemeenten een uitkeringsrelatie hebben door middel van de participatiewetuitkering. Er zijn echter ook mensen die inkomen hebben uit werk en arm zijn. Deze mensen zijn voor gemeenten vaak verborgen arm. Gemeenten gaven in aanloop naar dit project aan dat zij niet goed weten wie deze mensen zijn, op welke plekken en op welke manieren deze mensen te vinden zijn en hoe gemeenten deze mensen kunnen ondersteunen. In september 2020 zijn we met een groot consortium bestaande uit tien gemeenten, drie kennisinstellingen, twee samenwerkingspartners en een social designbureau gestart met het onderzoeks- en ontwikkelproject Vindplaatsen verborgen armen: naar effectievere wegen om huishoudens met een laag inkomen te ondersteunen. In dit hoofdstuk gaan we in op wat we van het project geleerd hebben. Wat kunnen gemeenten doen om verborgen armen beter te vinden, bereiken en ondersteunen?
49
Probleemanalyse: mismatch
Gemeenten en werkende armen: twee aparte werelden
Uit de bevindingen van het onderzoek komt een beeld naar voren van twee aparte werelden met in de ene wereld gemeenten die hun best doen om een coherent minimabeleid met bijbehorende voorzieningen in te richten en in een andere wereld werkende armen die inkomens ondersteuning goed kunnen gebruiken en hier recht op hebben maar gemeenten niet zien als een plek waar zij voor ondersteuning terecht kunnen. Gemeenten voeren minimabeleid uit en hebben diverse voorzieningen voor inwoners met een laag inkomen (meestal rond de 110 tot 130 procent van het sociaal minimum). Per gemeente verschilt dit aanbod maar het gaat vaak om voorzieningen als kwijtschelding van lokale lasten, aanbod gericht op sociale participatie, tegemoetkoming in schoolkosten van kinderen en toeslagen voor huishoudens die langdurig (3 tot 5 jaar) van een laag inkomen moeten rondkomen (Nibud, 2022). Uit de survey onder werkende armen van het Nibud komt naar voren dat slecht 5 procent van de respondenten gebruik maakt van de voorzieningen die de gemeente aanbiedt, hoewel het op basis van hun inkomen aannemelijk is dat veel meer mensen er voor in aanmerking komen. Het Nibud maakt in haar analyse onderscheid tussen onbewuste en bewuste redenen voor het niet aanvragen van deze voorzieningen.
Onder onbewust scharen we dat werkenden niet weten dat er gemeentelijke minimavoorzieningen zijn of dat zij denken dat deze regelingen er alleen zijn voor mensen met een bijstandsuitkering en zij er daarom geen recht op hebben. Onder bewuste redenen scharen we dat mensen aangeven de regelingen niet aan te vragen omdat ze bang zijn dat ze het moeten terugbetalen, niet hun inkomen kunnen schatten omdat het wisselt en dus niet aan de aanvraagprocedure kunnen voldoen, of eerdere slechte ervaring te hebben met de gemeente. Ook geven ze aan dat het aanbod niet aansluit bij hun behoefte; werkende armen hebben minder behoefte aan specifiek activiteitenaanbod maar zouden liever zelf kiezen waaraan ze geld uitgeven. Beide werelden vinden elkaar niet vanzelf. Wat kunnen gemeenten doen om een brug te slaan tussen deze twee werelden?
50
Sluit in communicatie aan bij de leefwereld van werkende armen Omdat werkende armen niet altijd weten dat ook zij aanspraak kunnen maken op gemeentelijk minimabeleid, is de eerste stap voor gemeenten om dit aan de doelgroep kenbaar te maken. Gemeenten moeten hun communicatie (ook) op hen richten. Het Nibud beveelt in haar studie aan om in de boodschap beter aan te sluiten op de leefwereld van de werkende armen.
Les 1. Communiceer
In onze experimenten hebben we dit ter harte genomen. Drie van de vier experimenten waren communicatiecampagnes. In Nijmegen hebben we een communicatiecampagne gevoerd voor de Meedoenregeling op Marktplaats. In Krimpenerwaard ging het om een campagne met sandwichborden in de fysieke ruimte en in Amsterdam hebben we de energietoeslag extra onder de aandacht gebracht door middel van een social mediacampagne, flyers en affiches in de buurt. De boodschap (slogan) die we gebruikten, sloot aan bij de persona’s die waren opgesteld van de verschillende doelgroepen. Belangrijk hierin was om niet van hulp of armoede te spreken maar een appèl te doen op de zelfredzaamheid van de ondernemer/werkende door de regeling te presenteren als iets wat je niet moet laten liggen. We zien dat zowel de campagne in Krimpenerwaard als in Nijmegen voor veel extra activiteit (respectievelijk bezoek op de gemeentelijke website en clicks) heeft gezorgd en dus de aandacht heeft getrokken. In Amsterdam zien we ook dat de social mediacampagne gericht op ondernemers (veel) meer is bekeken dan andere campagnes die in dezelfde tijd liepen. In Krimpenerwaard heeft het niet geleid tot nieuwe aanvragen van verborgen armen. In Amsterdam kunnen we het effect van ‘onze’ campagne niet vaststellen omdat er ook op andere manieren aandacht is gegeven aan de energietoeslag.
In Nijmegen zagen we wel dat de campagne in aanvragen heeft geresulteerd; naar schatting zijn er 100-150 nieuwe aanmeldingen van verborgen armen geweest.
51
Ga op zoek naar nieuwe, innovatieve vindplaatsen Werkende armen komen bij de gemeente om hun rijbewijs te verlengen of hun paspoort aan te vragen. Veelal omschrijven zij geen andere relatie met de gemeente. Gemeenten moeten dus innovatief zijn in het aanboren van vindplaatsen voor werkende armen omdat zij niet via reguliere gemeentelijke kanalen te vinden zijn.
Les 2. Zoek nieuwe vindplaatsen
Bij de bestaande praktijken zagen we dat het initiatief Als ik later groot ben (gemeente Almere) er in slaagt om mensen die tot dan toe onbekend waren bij de gemeente te vinden. Bij dit initiatief is het belangrijk dat de ingang die gekozen wordt via de dromen van de kinderen is en dat het initiatief geen uitingen van de gemeente heeft. Met dit eerste wordt er rekening mee gehouden dat werkenden zich minder aangesproken voelen door termen als hulp en armoede. Met het laatste wordt rekening gehouden met het feit dat mensen slechte ervaringen kunnen hebben met de gemeente. Ook uit de studie van het Nibud (2022) kwam dit naar voren. Werkende armen gaven aan hierdoor af te zien van het aanvragen van ondersteuning soms bij de gemeente. Een effectieve vindplaats voor ondernemers is het Zelfstandigen Loket Flevoland (ZLF). Dit is een loket dat diensten aanbiedt behorend bij alle fases van een bedrijf; van de start tot aan beëindiging. Dit loket en het aanbod sluiten aan bij de leefwereld van ondernemers. Gemeenten kunnen gebruik maken van dit soort regionale samenwerkingsverbanden om in contact te komen met de doelgroep. In de studie van het Nibud worden in dit verband ook uitzendorganisaties genoemd en de Kamer van Koophandel. In het experiment dat we samen met de gemeente Nijmegen hebben opgezet hebben we Marktplaats gekozen als innovatieve vindplaats.
Uit dit experiment kwam naar voren dat de banners vaak zijn aangeklikt en in die zin veel aandacht hebben opgeleverd. Ook heeft het geleid tot nieuwe aanmeldingen voor de Meedoenregeling vanuit verborgen armen. Ook een campagne in de fysieke ruimte, zoals op rotondes, in Krimpenerwaard heeft meer bezoek opgeleverd op de gemeentelijke website. Het heeft hier echter niet geleid tot meer aanvragen van de doelgroep verborgen armen. Dit komt waarschijnlijk omdat de doelgroep verborgen werkende armen in absolute aantallen klein is.
52
Maak een helder overzicht van de regelingen en maak aanvragen simpel
Les 3. Maak aanvragen simpel
Uit de studie van het Nibud komt naar voren dat respondenten aangeven dat de voorwaarden voor het aanvragen van regelingen niet (altijd) helder zijn en ook dat deze per regeling verschillen. Hierdoor gebeurt het dat werkende armen de afwijzing voor kwijtschelding opvatten als het ook geen recht hebben op andere regelingen terwijl per regeling de inkomensgrens en de vermogensgrens anders liggen. Maak dus als gemeente een duidelijk overzicht met daarbij de voorwaarden van de minimaregelingen. Ook is het voor werkenden, zeker als zij een wisselend inkomen hebben, niet goed mogelijk om hun jaarinkomen in te schatten. Hierdoor leeft er angst bij werkenden om tegemoetkomingen terug te moeten betalen. Als bestaande beloftevolle praktijk zien we dat Geldcheck (gemeente Amersfoort) een laagdrempelig online tool is waarin mensen een aantal vragen over hun huishouden en het inkomen moeten invullen. Vervolgens volgt er een korte simpele toets en krijgen mensen direct inzicht in waar zij recht op hebben. Drie regelingen kunnen op basis hiervan direct worden toegekend. Ook datakoppeling (gemeente Amsterdam) is een belangrijke praktijk om aanvragen niet alleen simpel te maken maar zelfs automatisch en proactief. Op basis van het recht op de ene regeling worden mensen gewezen op (mogelijk) recht op andere regelingen.
Ook wordt het jaarlijks opnieuw aanvragen van regelingen vergemakkelijkt voor inwoners door hen hierover actief te benaderen met voor ingevulde aanvragen waarop mensen alleen hun handtekening hoeven te zetten.
Les 4. Pas aanbod aan aan werkenden
Laat aanbod aansluiten bij behoeften van werkende armen Ook in het aanbod komt de mismatch tussen gemeentelijke regelingen en werkende armen naar voren. Veel van het aanbod is gericht op sociale participatie waarvan werkenden, met name de zzp’ers, aangeven dat zij hierop niet per se zitten te wachten, vanwege te weinig tijd. Ze geven aan dat zij liever middelen willen om vrij te besteden of specifiek aanbod willen ter ondersteuning van hun onderneming zoals coaching.
53
Om deze reden hebben we in de experimenten in Nijmegen en Krimpenerwaard de Meedoenregeling onder de aandacht gebracht, die beide gemeenten hebben. Hoewel deze regeling is gericht op het afnemen van een activiteit of dienst, is de keuze breed en is het bedrag vrij te besteden. Binnen het experiment van het Zelfstandigen Loket Flevoland hebben we gelegenheid gehad om te experimenteren met nieuw aanbod. De observatie van het ZLF is dat veel ondernemers die in financieel zwaar weer zitten geen geld hebben om de boekhouder te betalen, waardoor zij geen overzicht hebben op hun financiën en geen jaarrekening kunnen overleggen. Zonder een opgemaakte jaarrekening stopt de toegang tot elke (financiële) ondersteuning. Binnen het project is aan 17 ondernemers een voucher aangeboden om de boekhouding op orde te krijgen. Uit de uitkomsten van dit experiment komt naar voren dat deze voucher zowel persoonlijk als bedrijfsmatig veel heeft betekend voor de ondernemers en heeft gediend als middel om ondersteuning te ontsluiten.
Maak relatie duurzaam!
Les 5. Maak relatie duurzaam
54
Als aan bovenstaande lessen gehoor is gegeven en als dit geresulteerd heeft in het bereiken van nieuwe onbekende groepen verborgen armen dan moet de gemeente er alles aan doen om deze relatie duurzaam te maken. Tijdens ons project zagen we dat gemeenten zich hier soms wel bewust van waren maar dat het niet resulteerde in structurele actie. Tijdens het denken over dit project zei een beleidsadviseur al dat elke nieuwe regeling kan dienen als vindplaats voor verborgen armen, “omdat elke nieuwe regeling nieuwe tot dan toe voor ons onbekende mensen aanboort”. In coronatijd heeft de TOZO regeling de gemeenten in contact gebracht met nieuwe doelgroepen armen. Een gemiste kans is het daarom dat de ervaring met de TOZO er niet toe heeft geleid dat gemeenten hierop geanticipeerd hebben bij de aanvraagprocedure van de energietoeslag. In het experiment in Amsterdam is dit wel gebeurd en heeft het aanvragersbestand van de energietoeslag 124 aanvragen voor de stadspas opgeleverd. Eén manier om de relatie duurzaam te maken is door mensen die zich melden voor één regeling te vragen of hun contactgegevens gebruikt mogen worden om hen proactief te benaderen met andere en toekomstige regelingen. Een andere manier om de relatie met inwoners duurzaam te maken is om door middel van datakoppeling ondergebruik van minimaregelingen tegen te gaan zoals de gemeente Amsterdam doet.
Consortium Verborgen Armoede
Gemeenten:
Referenties • Gaalen, van, C., Delhaas, J., & van Horssen, C (2022). Verborgen armoede op de werkvloer. Nibud. • Huijzer, A., Michon, L., Rijswijk, M., & Bosveld, W. (2015). Bekendheid en bereik minimaregelingen. Amsterdam. • Nibud. (2019). Geldzaken in de praktijk, 2018-2019. • SAM&. (2020). Altijd op een richeltje lopen. Verslag onderzoek werkende ouders onder de armoedegrens. • Tempelman, C., Houkes, A., Prins, J. (2011). Niet-gebruik inkomensondersteunende maatregelen.
Samenwerkingspartners:
Kennispartners:
55
Plan van Aanpak Verborgen armoede in beeld bij de gemeente
Introductie De gemeente Krimpenerwaard heeft deelgenomen aan een consortium dat onderzoek heeft gedaan naar vindplaatsen van verborgen armoede1. Het eindresultaat van dit onderzoek is nu door de Hogeschool van Amsterdam op 12 februari 2025 op zijn website gepresenteerd. Het rapport onderzoekt hoe huishoudens met een laag inkomen – en in het bijzonder werkenden – vaak buiten beeld blijven bij gemeenten, omdat zij geen gebruikmaken van beschikbare inkomensondersteuningsmaatregelen. De analyse maakt onderscheid tussen bewust en onbewust niet-gebruik van regelingen. Een opvallend resultaat is dat vooral werkenden, waaronder veel zelfstandigen, een hoog risico lopen om verborgen arm te zijn. Naast het onderzoeksrapport heeft de HvA ook een Factsheet Verborgen armoede Krimpenerwaard gepresenteerd. In deze factsheet worden cijfers en overzichten opgenomen van verborgen armoede op landelijk en lokaal niveau. Deze cijfers bieden een momentopname, maar kunnen in geactualiseerde vorm de basis vormen voor het monitoren en meten van de effectiviteit van het nieuwe beleid. In de bijlage treft u dit factsheet. De gemeente Krimpenerwaard heeft als consortiumlid een actieve rol gespeeld door deel te nemen aan één van de experimenten gericht op het bereiken van deze doelgroepen.
Specifiek is er in Krimpenerwaard een experiment uitgevoerd – de Zelfstandig ondernemerscampagne – waarin met behulp van gerichte communicatie (zoals sandwichborden in de openbare ruimte en inzet van social media) ondernemers in sectoren als de logistiek werden benaderd om gebruik te maken van de Meedoenregeling. De positieve resultaten, zoals een 8- tot 9-voudige stijging in het aantal bezoeken aan de ondersteuningspagina, tonen aan dat een doelgerichte aanpak de drempel kan verlagen. Helaas heeft deze extra belangstelling niet geleid tot een toename van het aantal aanvragen. Daarvoor dienen andere en extra instrumenten ingezet te worden om de grotere interesse om te zetten naar een concrete handeling in de vorm van een aanvraag.
Belangrijke lessen voor Krimpenerwaard Op basis van de onderzoeksresultaten in het rapport, de daaraan gekoppelde experimenten en de geleerde lessen zoals opgenomen in hoofdstuk 6 kunnen we conclusies trekken ten aanzien van: 1. De toepasselijkheid van de bestaande inkomensondersteunende regelingen ten aanzien van de doelgroep inwoners in verborgen armoede in Krimpenerwaard (les 4) 2. De inzet van het lokaal netwerk om deze doelgroep te benaderen en te bereiken (les 2) 3. De beste communicatiestrategie om de ondersteunende maatregelen onder de aandacht te brengen (les 1) 4. Een extra stimulans om met name kleine ondernemers die financieel in zwaar weer verkeren, te binden en te helpen (les 4) 5. De (on)overzichtelijkheid van het palet aan inkomensondersteunende gemeentelijke regelingen (les 3) In onderstaande paragrafen worden bovenstaande conclusies verder uitgewerkt en worden aanbevelingen gedaan voor het vergroten van het bereik van onze regelingen onder 1 In het onderzoek van de HvA wordt de term verborgen armen gebruikt. Het gebruik van het woord “armen” kan als kleinerend
en stigmatiserend worden beschouwd. Dit werd opgemerkt door de Adviesraad Sociaal Domein en het college erkent dat beter de term “mensen in armoede” gebruikt kan worden. In dit plan wordt daarom gesproken van mensen in (verborgen) armoede. Het gaat daarbij vaak om werkenden, waarbij niet alleen inwoners met een baan in loondienst bedoeld worden, maar ook zelfstandigen met een eigen bedrijf.
1
werkende inwoners in armoede. Onder werkende inwoners in armoede wordt in dit Plan van Aanpak uitdrukkelijk niet alleen gedoeld op kleine zelfstandigen, maar ook werknemers met een laag inkomen lopen een verhoogd risico op armoede. Denk voor deze laatste groep aan deeltijdwerkers, mensen die vanuit de uitkering een stap naar werken zetten, de zogeheten banenstapelaars en de platformwerkers2. Tevens hierbij de opmerking dat dit Plan van Aanpak zich primair richt op armoede als gevolg van een laag inkomen (<120% van het sociaal minimum). Voor zover armoede het gevolg is van hoge lasten (bijvoorbeeld woonlasten of energiekosten) maakt de aanpak van dit probleem geen deel uit van het Plan van Aanpak. Hoge lasten die bij een redelijk inkomen toch leiden tot een (te) laag besteedbaar inkomen zijn het gevolg van hele andere oorzaken die buiten de scope van het onderzoek vielen. De gemeente heeft zeker oog voor deze problematiek, maar heeft andere instrumenten ingezet om ondersteuning te bieden bij (te) hoge vaste lasten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ondersteunende maatregelen bij energiebesparing.
Conclusies uit het rapport en gevolgen voor de praktijk 1. Toepasselijkheid van de huidige regelingen De gemeente Krimpenerwaard kent diverse regelingen die inwoners met een laag (besteedbaar) inkomen financieel te ondersteunen. In het rapport wordt de vraag opgeroepen of de systeemwereld van de decentrale overheid wel in voldoende mate aansluit bij de leefwereld van ondernemers en werkenden met een laag inkomen. Een deel van het gemeentelijke aanbod richt zich onder meer op het voorzien in het invullen van de dagbesteding en op het stimuleren van participatie en een gezonde leefhouding. Maar deze benadering sluit niet geheel aan op de leefwereld van werkenden, die in veel mindere mate te maken hebben met geruime vrije tijd en een beperkt sociaal netwerk. Zo wordt in het rapport onder andere geconstateerd dat werkende inwoners in armoede aangeven geen behoefte te hebben aan regelingen voor sport en cultuur, maar liever middelen willen hebben die zij vrij kunnen besteden. Uit de analyse blijkt dat de bestaande regelingen van onze gemeente, zoals te vinden op Regelingen bij een laag inkomen, voldoende zijn om ook werkende inwoners in armoede te ondersteunen. Voor deze doelgroep is met name de Meedoenregeling interessant, omdat deze een vrij besteedbaar bedrag biedt waarmee inwoners zelf keuzes kunnen maken. Het is daarbij niet nodig om nog meer nieuwe regelingen te ontwikkelen.
De focus dient ook voor inwoners in verborgen armoede te liggen op het beter zichtbaar maken en toegankelijker maken van het huidige aanbod.
Conclusie Er bestaat geen noodzaak om de huidige regelingen van Krimpenerwaard uit te breiden met regelingen die beter aansluiten bij de leefwereld van werkende inwoners die leven in armoede.
2. Inzet lokale netwerken Veel werkenden kennen de gemeente alleen maar als de plaats waar zij moeten zijn om een paspoort aan te vragen of het rijbewijs te verlengen. De gemeente is niet of nauwelijks bekend als het gaat om inkomensondersteuning voor inwoners die moeilijk rond kunnen komen. Onze inkomensondersteunende maatregelen worden door de gemeente vooral actief onder de aandacht gebracht bij de ons bekende partners in het maatschappelijke middenveld zoals het Geldpunt, Welzijn Krimpenerwaard, Kwadraad maatschappelijk 2 Versterken kennisbasis rondkomen bij werkenden (3).pdf pagina 16
2
werk, Krimpenerwaard Intercultureel en Voedselbank IJssel en Lek. Omdat werkende inwoners in armoede vaak minder actief zijn binnen deze traditionele maatschappelijke organisaties is het essentieel om ook andere lokale netwerken te benutten, zoals:
Lokale ondernemersverenigingen Door samen te werken met organisatie als lokale ondernemersverenigingen en de Kamer van Koophandel (KvK). Zo kunnen we de mogelijkheden voor ondersteuning onder de aandacht brengen van LTO Noord afdeling Krimpenerwaard, waardoor in een groene gemeente als Krimpenerwaard ook agrarische ondernemers kennis kunnen nemen van de mogelijkheden als het financieel even tegenzit.
Uitzendorganisaties Deze organisaties hebben direct contact met werknemers met flexibele contracten. Via gezamenlijke bijeenkomsten of gerichte mailings kan de ondersteuning bij deze groep worden gestimuleerd.
Belastingadviseurs en boekhouders Veel kleine ondernemers en ZZP’ers hebben een adviseur. Via hen kunnen wij hun klanten attenderen op de ondersteuning.
Werkgevers in laagbetaalde sectoren Door bedrijven in sectoren zoals horeca, detailhandel en schoonmaak te wijzen op de ondersteuning door de gemeente en het aanbieden van de folder “Heeft u moeite om rond te komen” aan hun medewerkers bereiken we ook de groep werknemers met flexibele kleine contracten.
Conclusie We moeten mensen in verborgen armoede op een andere manier en via andere kanalen bereiken dan via het reguliere netwerk dat we tot nu toe gebruiken. Zo zullen onze minimafolders zeker belanden bij inwoners die wij van oudsher al kennen, maar slaat deze vorm van benadering niet aan bij de vier in het onderzoek genoemde persona. Zij herkennen zich niet in de benadering dat zij een beroep kunnen doen op gemeentelijke ondersteuning. Een minimafolder sluit niet aan bij hun leefwereld, hoeveel folders we ook neerleggen en op welke locaties we deze ook verspreiden. We zullen de groep werkende inwoners in armoede op een andere wijze en langs andere kanalen moeten benaderen, die meer aansluiten bij hun leefwereld. We brengen daarom ons aanbod via bovengenoemde lokale netwerken onder hun aandacht.
3. Communicatiestrategie Uit het experiment in Krimpenerwaard blijkt dat de sandwichborden in de publieke ruimte en advertenties op social media veel extra aandacht hebben getrokken. Het aantal extra kliks heeft echter helaas niet geleid tot meer aanvragen. Blijkbaar is de manier om deze groep inwoners in verborgen armoede aan te spreken in de vorm van voor hen herkenbare beelden (het gebruikte fotomateriaal) en zonder gebruik van termen als hulp en armoede succesvol, maar is er net iets meer nodig om hen te bewegen een aanvraag te doen. Om de doelgroep van werkende inwoners in armoede effectief te bereiken kunnen we hierop verder bouwen via:
De boodschap De communicatie dient op een respectvolle, zelfstandigheid- en zelfredzaamheidsgerichte wijze plaats te vinden. Centraal kan daarbij de Meedoenregeling staan, dat een flexibel en vrij besteedbaar aanbod is, juist bedoeld om financiële tegenslagen op te vangen zonder afhankelijkheid te
3
creëren.
Kanalen De speciale advertenties op de social media zijn in een korte periode bijna 200.000 keer bekeken en leidden tot bijna negen keer meer bezoek aan de speciale webpagina “Hulp voor zelfstandig ondernemers”. Indien deze vorm van communicatie wordt gekoppeld aan tevens in deze notitie opgenomen aanbevelingen is de verwachting dat een toename van het aantal kliks dan wel navolging krijgt in de vorm van een toename van het aantal aanvragen. Als kanalen van social media, de fysieke media en de soort boodschap is te denken aan: Facebook en Instagram Deze platforms bieden mogelijkheden voor visueel aantrekkelijke content zoals korte video’s, infographics en succesverhalen. Zet hier bijvoorbeeld advertenties in die specifiek gericht zijn op ondernemers en laagbetaalde werknemers in de regio. Hierbij kunnen zowel de praktische voordelen als de persoonlijke verhalen van gebruikers worden belicht. LinkedIn Voor zelfstandigen en werknemers met flexibele contracten is LinkedIn een geschikt platform om via professionele netwerken en artikelen de boodschap te verspreiden. Lokale krant In Krimpenerwaard is Het Kontakt editie Krimpenerwaard een bewezen en geschikt medium om inwoners te bereiken. De gemeente gebruikt Het Kontakt geregeld om aandacht te genereren voor onder andere inkomensondersteuning.
Indien de boodschap op de juiste manier wordt overgebracht kan Het Kontakt ook de aandacht trekken van werknemers en ondernemers met een laag inkomen.
Conclusie Het experiment met het gebruik van onder andere de social media in Krimpenerwaard, gericht op zelfstandig ondernemers, was succesvol en nodigt uit tot een vervolgactie. We zullen daarom de social media en de lokale krant betrekken bij een campagne om kleine ondernemers en werknemers met een laag inkomen te wijzen op met name de Meedoenregeling. Dit sluit aan bij het eerdere experiment met een boodschap en via kanalen die de doelgroep kleine ondernemers en laag betaalde werknemers aanspreekt.
4. Extra ondersteuning voor ondernemers met betalingsachterstanden en schulden. Uit het experiment Boekhouding op orde, uitgevoerd in Lelystad en Almere bleek dat ondernemers soms hun boekhouding niet (meer) op orde hebben. Wanneer zij met hun bedrijf in financiële problemen leidt dit veelal ook tot betalingsachterstanden bij hun boekhouder. Zij kampen dan al jaren met achterstanden in hun boekhouding en kunnen dan bijvoorbeeld geen aanvraag doen voor een Bbz-uitkering of voor een schuldhulpverleningstraject. Het zorgt er ook voor dat deze ondernemers achter raken met hun Btw-aangiftes en aangifte inkomstenbelasting. Deze inwoners hebben een laag besteedbaar inkomen maar komen niet ‘vanzelf’ in beeld bij de gemeente. Ook in Krimpenerwaard lopen we hier in onze uitvoeringspraktijk tegenaan. Het gaat dan om voormalig ondernemers die wegens oplopende schulden hun bedrijf hebben beëindigd. Zij hebben vaak nog geen aangifte IB gedaan, maar zijn wel uitgeschreven bij de KvK. Zij dienen dan met hun boekhouder te bespreken hoe de aangiftes alsnog te doen, maar dan is de boekhouder ook één van de schuldeisers. Soms gaat het om 4
jongvolwassenen die niet goed geïnformeerd welke verplichtingen er komen kijken bij een inschrijving bij de KvK. Bovenstaande groep valt ook onder de noemer inwoners in verborgen armoede. Zij maken vaak geen gebruik van de minimavoorzieningen van de gemeente waar zij waarschijnlijk wel recht op hebben. Oplossing is dan het inzetten van vouchers voor de inzet van een boekhouder om hun financiële administratie op orde te brengen. Deze techniek om mensen tot actie te brengen staat bekend onder de term nudging. Het gaat erom mensen een duwtje te geven in de goede richting, in dit geval een beroep te doen op hun recht op ondersteuning door de gemeente. Het voorkomt dat (voormalige) ondernemers nog meer in de schulden verzeild raken. Voorgesteld wordt via een pilot 10 vouchers van € 1.000 beschikbaar te stellen voor korting of gratis sessies bij een boekhouder kunnen krijgen. Dit verlaagt de drempel voor professionele ondersteuning en helpt hen hun administratie te stroomlijnen, wat op lange termijn bijdraagt aan financiële stabiliteit. Via de boekhouder kunnen deze ondernemers dan gelijk gewezen worden op andere vormen van ondersteuning door de gemeente. Het doel van deze ondersteuningsvorm is dus enerzijds het oplossen van de schulden van de (ex-) ondernemer en anderzijds het informeren van de betrokkene over andere vormen van inkomensondersteuning.
Omdat het hier een pilot betreft zal dit instrument werkendeweg in de loop der tijd een steeds transparantere en betere invulling krijgen. Zo is het nog te vroeg om nu al een duidelijk afgebakende doelgroep met vaste spelregels te definiëren. Uiteraard zal de voortgang en het gebruik gedurende de pilot gemonitord worden en zal een succesvolle pilot kunnen leiden tot de inbedding van dit instrument in de dagelijkse werkpraktijk.
Conclusie Soms komen ondernemers financieel in de problemen, waarbij zij achterstanden in hun financiële administratie oplopen. Zij zijn potentieel rechthebbend ten aanzien van de inkomensondersteuning door de gemeente, maar kennen de mogelijkheden niet en zijn daarmee inwoners in verborgen armoede. Vaak belanden zij in een uitzichtloze situatie met oplopende schulden en zonder perspectief. We bieden deze groep in de vorm van een pilot een aantal vouchers aan voor de inzet van een boekhouder, zodat zij hun financiën weer op orde kunnen krijgen. Hiermee snijdt het mes aan twee kanten: toegang tot inkomensondersteuning en hulp bij het oplossen van schulden.
5. Gebruik van een digitale tool om overzicht te bieden in het gemeentelijke aanbod Eén van de adviezen uit het onderzoek luidt om een helder overzicht te maken van de regelingen. In Amersfoort werd daarvoor bijvoorbeeld de Geldcheck geïntroduceerd, waardoor meer werkende c.q. verborgen minimagezinnen in beeld kwamen. De Geldcheck is een digitaal platform, waardoor inwoners een aantal vragen krijgen voorgeschoteld. Na beantwoording van de vragen ziet de aanvrager direct waar hij recht op heeft. Sinds 2025 is de gemeente Krimpenerwaard aangesloten op de Voorzieningenwijzer, die via de website Dat Geldt Voor Mij een vergelijkbaar platform aanbiedt. Deze tool stelt inwoners van Krimpenerwaard in staat om via een eenvoudige online check te ontdekken welke ondersteuning zij van de gemeente kunnen krijgen. Ook voor inwoners in verborgen armoede is deze website een uitstekend instrument om snel en eenvoudig te beoordelen of zij in aanmerking komen voor inkomensondersteuning. Integratie van deze tool in de eerder genoemde uitbreiding van het lokale netwerk (zoals bedoeld onder 2) en in de communicatiestrategie (zoals 5
bedoeld onder 3) bevordert het zicht op de mogelijkheden die de gemeente biedt.
Conclusie Inwoners in verborgen armoede zijn gebaat bij een helder overzicht van de beschikbare regelingen die ondersteuning bieden bij een laag inkomen. De website Dat Geldt Voor Mij biedt een dergelijk overzicht en is ook voor de groep inwoners in verborgen armoede zeer toegankelijk.
6
Plan van Aanpak Onderwerp
Actie
Planning
Extra kosten
Inzet lokale netwerken
Samenwerking met lokale ondernemersorganisaties, uitzendbureaus, boekhouders, belastingadviseurs, werkgevers.
September – december 2025
Geen
Communicatiestrategie
Meedoenregeling op sociale media met focus op ondernemers en laagbetaalde werknemers in de regio.
Augustus – september 2025
€ 5.000
Ondersteuning ondernemers met schulden
10 vouchers à € 1.000 per opgesteld jaarrekening, bij voorkeur voor de eigen boekhouder.
Januari – juni 2026
€ 10.000
Inzicht gemeentelijke ondersteuning
Promotie digitaal platform “Dat geldt voor mij” onder doelgroep inwoners in verborgen armoede.
September – december 2025
Kosten zijn al opgenomen bij communicatiestrategie.
7
Gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk
Datum: 21 juli 2025 Onderwerp: Advies m.b.t. Plan van Aanpak verborgen armen Geacht College, U hebt de Adviesraad Sociaal Domein per e-mail verzocht advies uit te brengen over het Plan van Aanpak “Verborgen armen in beeld bij de gemeente “. Het plan vloeit voort uit het eindrapport “ Vindplaatsen verborgen armen” Zowel het rapport als het plan van aanpak zijn op 10 juli jl. besproken in aanwezigheid van de dossierhouder M. Bijleveld, de bespreking met de Cliëntenraad vond plaats op 17 juli. Tijdens het gesprek werd aangegeven, dat de gemeente veel mensen met een laag inkomen goed weet te bereiken. En er veel gebruik wordt gemaakt van de minimaregelingen. Er is echter ook een groep die wél in aanmerking komt, maar geen gebruik van deze regelingen maakt. Het plan van aanpak is opgesteld met als doel. Hierbij ontvangt onze reactie, waarin we zijn uitgegaan van de vraag: kunnen wij ons vinden in de uitgangspunten van het plan van aanpak? En hebben we daarbij nog enkele vragen en aanvullingen. 1. Het valt de adviesraad op, dat het in het plan met name over zelfstandigen en ondernemers lijkt te gaan, terwijl ook werkenden in loondienst onder de doelgroep kunnen vallen. Dit komt beperkt terug in het plan van aanpak. Dit is ook geconstateerd door de leden van de cliëntenraad. Zij ervaren dat steeds meer een- of tweeverdieners in loondienst niet of moeilijk rondkomen.
Als reactie hierop is door de dossierhouder aangegeven, dat het lastig is hier beleid op in te richten. Het inkomen is redelijk maar de vaste lasten zijn te hoog. Er is voor dit actieplan gekeken naar de groepen die op dit moment het minst in beeld zijn bij de gemeente en dat zijn ondernemers/zelfstandigen. De ASDR adviseert om duidelijker aan te geven waarom deze keuze is gemaakt en eventueel voor een vervolg ook aandacht te geven aan verborgen armoede onder werkenden in loondienst. 2. De adviesraad vraagt zich af of er een ander woord kan worden gebruikt voor “armen” in het plan van aanpak. Dit is een stigmatiserende en kleinerende term. In andere beleidsstukken zien we de afgelopen jaren een verandering in woordkeuze. Bijvoorbeeld: van 'dementen' naar 'mensen met dementie'. In dit geval mensen in armoede i.p.v. armen. Door de dossierhouder is aangegeven, dat men wil aansluiten bij gebruikte termen in het rapport. De negatieve lading van het woord werd herkend. Een optie is om bij het eerste gebruik van “armen” de term te duiden, uit te leggen.
3. Daarnaast vraagt de adviesraad zich af of de conclusies uit het rapport herkenbaar zijn voor de betrokken ambtenaren en het college? En kan er concreter worden gemaakt vanuit het onderzoek, waar de mensen uit deze doelgroep specifiek in de Krimpenerwaard lopen? Ook zou plan van aanpak meer bezien kunnen worden in het totaal van bestaande regelingen. Hoe past dit plan binnen het totale armoedebeleid van de Krimpenerwaard? Hoe wordt dit plan ingebed? 4. De adviesraad heeft vernomen, dat het lastig is om in hoeveelheden/aantallen aan te geven, hoeveel mensen in verborgen armoede leven en wat de spreiding is binnen de gemeente. Waar hebben we het precies over? Het lijken nu globale schattingen te zijn. Een goede onderbouwing vergroot de leesbaarheid van het document. En helpt vooraf meetbare doelen te stellen, zodat effectieve inzet kan worden gepleegd (allocatie van middelen) en achteraf bij het monitoren en meten van de effectiviteit van dit nieuwe beleid. 5. Ook vraagt de Adviesraad aandacht voor het uitwerken van de “vouchers”. De leden van de cliëntenraad vragen zich daarnaast af hoe deze pilot eruit komt te zien. Hier wordt, vinden zij, te weinig informatie over gegeven in het plan van aanpak.
Wat is het doel? Wat zijn de regels? Wie komt daarvoor in aanmerking? De adviesraad wil graag weten, op basis van welke criteria de pilot met de vouchers wordt beoordeeld, of er monitoring plaats vindt en of de werkwijze breder wordt ingezet als de pilot succesvol blijkt. 6. Tot slot benadrukt de Adviesraad het belang van passende communicatievormen voor de verschillende personas/doelgroepen. Dit is eveneens aangegeven door de leden van de cliëntenraad. Tijdens de uitwisseling is aangegeven, dat volgens het onderzoek, communicatie via gangbare middelen minder goed werkt. En er vooral kansen liggen bij social media. In het plan wordt datgeldvoormij.nl als voornaamste platform genoemd. De adviesraad zou ook de plaatselijke krant willen gebruiken als medium om bekendheid te geven aan deze regeling. Vanuit de cliëntenraad is ingebracht, dat het wel van belang is de juiste social media kanalen te gebruiken. Als adviesraad zijn we blij met de aandacht voor deze problematiek en we hopen dat ze mogen bijdragen aan meer bestaanszekerheid. We zijn altijd bereid nader met u van gedachten te wisselen over bovenstaand advies. Contact hierover verloopt via ondergetekende en/of het emailadres adviesraadsociaaldomein@krimpenerwaard.nl. Een hartelijke groet namens de Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard,
Lucie Boonekamp, Voorzitter Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard
Adviesraad Sociaal Domein Krimpenerwaard t.a.v. mevrouw Boonekamp
Per email: adviesraadsociaaldomein@krimpenerwaard.nl
LOCATIE: Stolwijk
DOCUMENTNUMMER: 1691664
UW BRIEF: 21-07-25
ZAAKNUMMER:
UW KENMERK:
BIJLAGE(N): 2
1625595
BEHANDELD DOOR: M. Bijleveld TELEFOON: 14 0182 E-MAIL: info@krimpenerwaard.nl VERZENDDATUM: 17-09-25
ONDERWERP: onze reactie op uw advies d.d. 21 juli 2025
Geachte mevrouw Boonekamp, geachte leden van de adviesraad sociaal domein, Hartelijk dank voor uw brief van 21 juli 2025, waarin u desgevraagd advies uitbrengt op het Plan van Aanpak “Verborgen armoede in beeld bij de gemeente”. Dit Plan van Aanpak is door uw raad besproken op 10 juli 2025 en met de cliëntenraad op 17 juli 2025, beide gesprekken in aanwezigheid van de dossierhouder M. Bijleveld. In uw advies is zowel de reactie van uw adviesraad als van de cliëntenraad verwerkt. In uw reactie geeft u aan blij te zijn met de aandacht voor deze problematiek en spreekt u de hoop uit dat de acties uit het Plan van Aanpak bijdragen aan meer bestaanszekerheid voor alle inwoners van Krimpenerwaard. Tevens formuleert u in uw advies een aantal vragen en aanvullingen, waar wij graag onderstaand puntsgewijs op in willen gaan. Voor zover relevant beschouwen wij deze aanvullingen tevens als advies op het Plan van Aanpak, waarbij wij per onderdeel aangeven wat wij met uw advies doen. Ten aanzien van 1 U constateert dat steeds meer een- en tweeverdieners in loondienst moeilijk rond kunnen komen. Ook wij signaleren in de media en in de dagelijkse praktijk een beeld naar voren komt dat mensen steeds moeilijker de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Vaak gaat het om schrijnende verhalen, waarbij inwoners aan het einde van de maand nauwelijks nog de noodzakelijke boodschappen kunnen betalen.
Er zijn twee oorzaken aan te wijzen voor dit probleem: 1. Het huishoudinkomen is te laag om goed van rond te kunnen komen 2. De (vaste) lasten van het huishouden zijn zo hoog dat er in het inkomen te weinig ruimte overblijft voor het levensonderhoud Het onderzoek van de HvA was voornamelijk gericht op de eerste oorzaak. Het gaat om een beleidsmatige armoedegrens, die is gebaseerd op het wettelijke bestaansminimum dat in de politieke besluitvorming is vastgelegd. Zo kent de gemeente Krimpenerwaard diverse regelingen waar de inkomensgrens is vastgesteld op 120% van het sociaal minimum. Het Plan van Aanpak is een vervolg op het onderzoek van de HvA en richt zich op de eerstgenoemde oorzaak. Wij erkennen evenwel dat de vaste lasten van een huishouden soms zo hoog dat zij een groot beslag leggen op het beschikbare huishoudinkomen. De oorzaken van dit probleem, zoals het woningtekort, de hoge energiekosten en de inhoud en financiering van de verzekerde ziektekosten zijn helaas niet altijd op gemeentelijk niveau op te lossen. Als gemeentebestuur hebben wij zeker oog voor deze problematiek, maar we hebben daarvoor andere instrumenten ingezet om ondersteuning te bieden bij (te) hoge vaste lasten. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de ondersteunende maatregelen bij hoge energiekosten en de inzet van de gemeentepolis voor lagere zorgkosten.
gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
U adviseert voorts voor een vervolg niet alleen de focus te leggen op ondernemers/zelfstandigen, maar ook aan werkenden in loondienst expliciet aandacht te geven. Wij hebben deze beide adviezen op de volgende wijze overgenomen. Onder het kopje “Belangrijke lessen voor Krimpenerwaard” lichten wij toe waarom dit plan niet op inwoners met een redelijk inkomen maar met hoge lasten toepassing is. Tevens hebben we in deze alinea nadrukkelijker en expliciet aandacht gevraagd voor werkenden in loondienst met een verhoogd risico op armoede. Ook op andere plaatsen is tekstueel de term “ondernemers” en/of “ZZP’ers” gewijzigd in “werkenden”. Ten aanzien van 2 Het college erkent dat het woord “armen” als stigmatiserend kan worden ervaren. Wij hebben daarom in het Plan van Aanpak het woord armen vervangen door de woorden mensen of inwoners in (verborgen) armoede. In de voetnoot op pagina 1 van het Plan van Aanpak wordt uitgelegd waarom hiervoor gekozen is. Ten aanzien van 3 De adviesraad vraagt zich af of de conclusies uit het rapport herkenbaar zijn voor de betrokken ambtenaren en het college. Het niet-gebruik van inkomensondersteunende maatregelen is geen nieuw fenomeen. Al veel langer is het lage bereik van de minimaregelingen onder werkenden een terugkerend thema. Ook in Krimpenerwaard doet dit zich voor.
Uit het factsheet van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat bijna 50% van de verborgen armoede bestaat uit inwoners in loondienst of uit zelfstandig ondernemers. Uw raad vraagt ook of het Plan van Aanpak past binnen het gemeentelijk armoedebeleid. Dit is zeker het geval. Het voorliggende Plan van Aanpak is een verdere uitwerking van het bestaande armoedebeleid en is tevens ingebed in het integrale gemeentelijke beleidskader. In het Integraal Beleidskader Sociaal Domein Krimpenerwaard 2021-2025 wordt als speerpunt benoemd dat het aanbod aan voorzieningen voor inwoners vindbaar en bereikbaar is en/of beter bereikbaar wordt gemaakt. Dit geldt niet alleen voor het bedoelde zorggebruik, maar ook voor het gebruik van de inkomensondersteunende maatregelen. De ondersteuning die wij met de minimaregelingen aan werknemers en zelfstandigen met een laag inkomen kunnen bieden leidt tot een grotere mate van zelf- en samenredzaamheid van deze inwoners en voorkomt dat zij mogelijk in de schulden geraken. Ten aanzien van 4 Uw adviesraad zoekt naar de achterliggende cijfers van verborgen armoede in Krimpenerwaard. U zoekt naar een cijfermatige onderbouwing voor de noodzaak van de voorgestelde maatregelen. Het college zal aan het Plan van Aanpak als bijlage tevens de factsheet verborgen armoede gemeente Krimpenerwaard van de Universiteit van Amsterdam toevoegen (zie bijlage 2).
In dit factsheet presenteert de UvA overzichten van armoede en verborgen armoede. Het gaat dan om landelijke en lokale percentages van verborgen armoede op of onder het sociaal minimum (101% van het sociaal minimum) en het beleidsmatig minimum (120% van het sociaal minimum). Dit betreft evenwel verouderde gegevens, mede omdat de cijfers van het CBS altijd achter lopen op de actualiteit. Wij zullen daarom een nieuwe armoedemonitor en een inkomenseffect rapportage (laten) opstellen. Daarbij brengen we de situatie van werkende inwoners in armoede in de Krimpenerwaard ook in beeld. De onderzoeksperiode loopt van 2023 tot medio 2025, waardoor we deze meting kunnen beschouwen als nulmeting voor het monitoren en meten van het effect van de inzet van de maatregelen uit het Plan van aanpak. Indien gewenst zullen de resultaten van het onderzoek na uitkomst met de gemeenteraad, de adviesraad en de cliëntenraad worden gedeeld.
pag. 2/3
Ten aanzien van 5 U signaleert dat het Plan van Aanpak te weinig aandacht geeft aan de uitwerking van de zogeheten “vouchers”. In het gewijzigde Plan van Aanpak hebben wij daarom meer informatie opgenomen over het doel van de vouchers en de manier waarop deze worden ingezet. Zoals aangegeven gaat het hier echter om een pilot, waarbij werkende weg steeds meer en betere invulling kan worden gegeven aan dit instrument. Zo is het nog te vroeg om nu al een duidelijk afgebakende doelgroep met vaste spelregels te definiëren. Uiteraard zal de voortgang en het gebruik gedurende de pilot gemonitord worden en zal een succesvolle pilot kunnen leiden tot de inbedding van dit instrument in de dagelijkse werkpraktijk. Ten aanzien van 6 U vraagt aandacht voor de keuze van de communicatievormen. U wijst er op dat, naast het platform Dat Geldt voor Mij, ook de inzet van de lokale kranten en de juiste social media kanalen kunnen leiden tot een grotere bekendheid onder deze doelgroepen. Wij onderschrijven deze analyse en de tekst van het Plan van Aanpak is hierop aangepast. In de communicatiestrategie is nu ook de lokale krant opgenomen als medium om deze doelgroep beter te bereiken. Daarnaast zal goed gelet worden op de inzet van de juiste en meest passende social media. Wij zijn blij met uw reactie en de daaruit voortvloeiende gegeven adviezen.
Hartelijk dank dat u met zorgvuldigheid en aandacht heeft gekeken naar het rapport ‘Vindplaatsen verborgen armen’ en het daaruit voortgekomen Plan van Aanpak. Zoals uit het bovenstaande blijkt, hebben wij uw adviezen ter harte genomen. Wij verzoeken u vriendelijk kennis te nemen van het aangepaste Plan van Aanpak (bijlage 1), waarin uw adviezen zijn verwerkt. Inmiddels is het Plan van Aanpak definitief vastgesteld door het college. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
Deze brief is elektronisch aangemaakt en daarom niet ondertekend
pag. 3/3