1.17 RIB Regioplan Integraal Zorgakkoord (IZ) Midden-Holland
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
27 februari 2024 Regioplan Integraal Zorgakkoord (IZA) Midden-Holland
Beste meneer, mevrouw, Met deze raadsinformatiebrief informeren wij u over het regioplan Midden-Holland dat in kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA) is opgesteld en de vervolgstappen die de komende maanden, in 2024, worden ondernomen. Nederland staat voor grote uitdagingen in de zorg. Terwijl de vraag naar zorg blijft stijgen, staat de toegang tot de zorg onder druk door onder andere personeelstekorten. Onder leiding van het Ministerie van VWS zijn diverse akkoorden afgesloten, waaronder in september 2022 het Integraal Zorgakkoord. De VNG heeft dit namens gemeenten mede ondertekend. De belangrijkste doelstelling van het IZA is de zorg toegankelijk, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden. Er is sterke samenhang met andere akkoorden zoals het GALA (Gezond en Actief Leven) en WOZO (Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen). Afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van het opstellen van een regiobeeld en regioplan IZA en het vormgeven van een regionale governancestructuur waarin de betrokken partijen gezamenlijk uitvoering kunnen geven aan de doelstellingen uit het IZA. Binnen gemeenten wordt het regioplan uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van het BOSD. Vanwege de verplichte samenwerking op regionaal niveau wordt dit uitgevoerd via de Regionale Samenwerkingsorganisatie Midden Holland (RWO).
Regiobeeld en Regioplan Midden-Holland In juli 2023 is het regiobeeld Midden-Holland opgeleverd. De vier grootste uitdagingen die hieruit naar voren komen zijn: 1. De ervaren gezondheid in regio Midden-Holland is goed in vergelijking met Nederland maar staat onder druk bij verschillende leeftijdsgroepen (jeugd en ouderen). 2. De bevolking groeit sterk. Er is daarbij in regio Midden-Holland sprake van verjonging én vergrijzing. Hierdoor verandert de zorgvraag. 3. De mentale gezondheid verslechtert, met name bij jongeren. Daarnaast zijn er lange wachttijden voor behandeling van psychische aandoeningen. 4. Er is sprake van een personeelstekort binnen de zorg- en welzijnssector van ongeveer 1.000 personen. De verwachting is dat dit oploopt tot 2.200 personen in 2032. Op basis van dit regiobeeld is er door gemeenten, zorgverzekeraar, zorg- en welzijnsorganisaties en inwoners gewerkt aan het regioplan. Dit regioplan is op 21 december 2023 voorgelegd en ondertekend door de gemeenten, de preferente zorgverzekeraar VGZ en leden van Gedeelde Zorg. Het regiobeeld en het regioplan Midden-Holland zijn gepubliceerd op De Juiste Zorg op de Juiste Plek. In het regioplan zijn de doelen en opgaven geformuleerd waar in de regio de komende jaren op wordt ingezet.
De overkoepelende opgave is de toenemende personeelstekorten in de zorg- en welzijnssector, waardoor de toegankelijkheid en kwaliteit van zorg afneemt en zorgkosten stijgen. Om deze opgave en de bovengenoemde uitdagingen te adresseren wordt er ingezet op drie veranderbewegingen: 1299399 / 1304342 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
1. Het versterken van gezondheid en preventie. Aan de hand van positieve gezondheid wordt ingezet op een gedragsverandering bij zorgverleners en inwoners om zorg te voorkomen. Daarbij worden gezondheidsvaardigheden bevorderd en de burger in kwetsbare omstandigheden ondersteund. Er wordt domeinoverstijgend samengewerkt tussen het zorg- en welzijnsdomein aan mantelzorg en complexe scheidingen. Onderdeel hiervan is ook de (verdere) implementatie van de ketenaanpakken Welzijn op Recept, Valpreventie, Kansrijke Start, Kinderen naar Gezonder Gewicht en de Gecombineerde Leefstijl Interventie. 2. Het anders organiseren van een veranderende en groeiende zorgvraag. De in-, door- en uitstroom van de zorgketen wordt verbeterd en er wordt op ingezet dat elke inwoner zorg op de juiste plek ontvangt. Er is specifieke aandacht voor kwetsbare ouderen, patiënten met een chronische zorgvraag en de jeugd en geboortezorg. Om de toenemende zorgvraag op te vangen wordt de zorgvraag omgebogen en wordt ingezet op het aantrekken en behoud van personeel. 3. Het versterken van de integrale aanpak van mentale gezondheid. De mentale gezondheid en weerbaarheid wordt verbeterd door laagdrempelige steunpunten, mentale gezondheidsnetwerken en gerichte inzet van GGZ. De samenwerking tussen sociaal domein, huisartsen en GGZ wordt versterkt.
We zorgen integrale GGZ met een focus op jeugd en jongvolwassenen van 12 t/m 27 jaar. Met deze veranderbewegingen wordt een stap in de goede richting van de beoogde transformatie gezet. Echter blijkt uit een impactanalyse ook dat de plannen nog onvoldoende bijdragen aan de opgave van personeelstekorten die voorligt. De huidige capaciteit van personeel en de financiële middelen vragen daarbij om prioritering. De komende maanden worden dan ook gebruikt om op basis van het regioplan Midden-Holland toe te werken naar een uitvoeringsagenda IZA 2024-2026. Deze wordt integraal afgestemd met de IZA transformatieplannen die regionaal in ontwikkeling zijn vanuit Gedeelde Zorg. Governance De gemeenten Midden-Holland zijn samen met de preferente zorgverzekeraar VGZ trekkers in het proces van de uitvoering van het IZA. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de zorg- en welzijnsorganisaties. Circa twee keer per jaar is er een bestuurlijk overleg IZA-GALA-WOZO met naast de preferente zorgverzekeraar, vertegenwoordiging vanuit de wethouders sociaal domein, vertegenwoordiging van zorgpartners aangesloten bij Gedeelde Zorg en partijen/sectoren die daarnaast nodig zijn op basis van de agenda. Het bestuurlijk overleg IZA-GALA-WOZO bewaakt de realisatie van de geschetste ambitie in het regioplan Midden-Holland.
Financiën Voor het realiseren van de IZA doelstellingen is een aparte SPUK IZA voor gemeenten in het leven geroepen. In totaal gaat het om 150 miljoen euro voor gemeenten per jaar. Voor regio Midden-Holland gaat het om €1.895.797 per jaar tot en met 2026. De gemeente Gouda is als centrumgemeente gemandateerd voor het aanvragen van de regionale IZA-/SPUK-middelen. De coördinatie en het beheer liggen bij de Regionale Werkorganisatie. De IZA-SPUK middelen bestemd voor 2023 werden in oktober 2023 ontvangen. Dit bedrag is met terugwerkende kracht ingezet voor onderdelen uit de werkagenda VNG. Het is niet mogelijk om geld mee te nemen naar het volgende jaar. Het deel wat niet uitgegeven kon worden op deze korte termijn zal na verantwoording terug moeten worden betaald aan het rijk. Op 21 december 2023 zijn met het indienen van een begroting, het regioplan en de governancestructuur de IZASPUK middelen 2024-2026 aangevraagd. In maart 2024 wordt een bericht over de daadwerkelijke toekenning verwacht. De inzet van deze middelen is bedoeld voor regionale coördinatie en financiering van regionale inhoudelijke activiteiten die aansluiten bij de het regioplan. De SPUK IZA loopt tot en met 2026. Het is de bedoeling dat na 2026 deze middelen structureel gecontinueerd worden via het Gemeentefonds. De precieze invulling hiervan is nog onduidelijk.
pag. 2/3
Daarnaast zijn er voor de uitvoering van het IZA transformatiemiddelen beschikbaar. Deze kunnen onder voorwaarden worden aangevraagd bij de zorgverzekeraar door het indienen van een transformatieplan. Landelijk is hier door VWS €2,8 miljard voor beschikbaar gesteld. Dit stelt ook zorgaanbieders in de regio in staat om te werken aan een impactvolle transformatie. Gemeenten en welzijnsorganisaties kunnen (mede-) indiener zijn van deze plannen. Vervolg In de eerste maanden van 2024 worden de doelen zoals die in het regioplan zijn opgenomen verder uitgewerkt en vertaald naar concrete uitvoering. De samenwerking tussen de relevante partijen wordt hierbij verder vorm gegeven. Deze uitwerking wordt gepresenteerd in de uitvoeringsagenda IZA 2024-202, die ter vaststelling zal worden voorgelegd aan de colleges van regio Midden-Holland. Hierover wordt u als raad geïnformeerd.
Bijlagen RIB: n.v.t. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
pag. 3/3