1.161 RIB Regioplan Bevordering Basisvaardigheden 2026-2028
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
9 september 2025 Regioplan Bevordering Basisvaardigheden 2026–2028
Beste meneer, mevrouw, De regiogemeenten in Holland-Midden hebben voor de periode 2026 t/m 2028 een nieuw regioplan vastgesteld, met afspraken om basisvaardigheden bij onze inwoners te versterken. Het gaat hierbij niet alleen om taalvaardigheden, maar ook rekenen en digitale vaardigheden. Met als doel dat inwoners mee kunnen blijven doen in de samenleving, op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven. Aan het regioplan is een regionale subsidieregeling verbonden. Met deze regeling verdelen de vijf gemeenten subsidies aan organisaties, die nonformele (= cursus zonder diploma of certificaat) educatie aanbieden aan volwassen inwoners van de regio Midden-Holland. Naast non-formele educatie bieden de gemeenten ook formele educatie aan hun inwoners. Hierbij werken deelnemers toe naar een diploma of certificaat. In onze regio verzorgt taalaanbieder Sagenn deze trajecten basisvaardigheden. In de bijlagen bij deze brief vindt u het vastgestelde Regioplan en de Subsidieregeling. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Bijlagen RIB: 1. Regioplan Basisvaardigheden 2026–2028, 2. Subsidieregeling non-formele volwasseneneducatie Midden-Holland 2026–2028 Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker
1660626 / 1660867 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
”
Regionaal plan 2026-2028 Een basisvaardige regio Midden-Holland “Elke stap begint met een sterk basis”
1
Inhoudsopgave 1
INLEIDING ....................................................................................................................................................3
1.1 1.2 1.3
CONTOUREN LANDELIJKE AANPAK ..................................................................................................3 TRENDS IN DE CIJFERS OVER BASISVAARDIGHEDEN .............................................................................4 LEESWIJZER ...............................................................................................................................5
2
WAT ZIJN DE GELEERDE LESSEN VAN AFGELOPEN JAREN? .................................................................7
2.1 2.2 2.3
WAT HEBBEN WE GEREALISEERD DE AFGELOPEN PERIODE? ..................................................................7 WAAR STAAN WE NU IN DE AANPAK VAN BASISVAARDIGHEDEN? ..........................................................8 WAT SCHERPEN WE AAN IN DE VOLGENDE AANPAK? ..........................................................................9
3
WAAR GAAN WE VOOR DE KOMENDE JAREN? ............................................................................10
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
MISSIE: ..................................................................................................................................10 VISIE VOOR 2026-2028 ............................................................................................................10 DOELSTELLINGEN: ....................................................................................................................10 REGIONALE ACTIELIJNEN ............................................................................................................11 OMVANG DOELGROEP ...............................................................................................................11
4
REGIONALE ACTIELIJNEN ........................................................................................................................13
4.1 4.2 4.3 4.4
ACTIELIJN AANBOD BASISVAARDIGHEDEN EN (INNOVATIEVE) TOELEIDING .............................................13 ACTIELIJN WERK IN DE REGIO M-H – BASISVAARDIGHEDEN EN WERK .................................................14 ACTIELIJN COMMUNICATIE EN BEWUSTWORDING ............................................................................15 ACTIELIJN INTEGRALE AANPAK IN HET SOCIAAL MAATSCHAPPELIJK DOMEIN ...........................................16
5
MONITORING, FINANCIEN EN SAMENWERKING................................................................................17
5.1 5.2 5.3
MONITORING EN EVALUATIE – LEREN EN VERBETEREN .....................................................................17 FINANCIEN ..............................................................................................................................17 HOE WERKEN WE SAMEN REGIONAAL EN LOKAAL? ...........................................................................19
BIJLAGE CIJFERS...........................................................................................................................................20
2
1 Inleiding In de Regio Midden-Holland werken de 5 gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas intensief samen aan een basisvaardige regio. Dit doen de gemeenten samen met de taalhuizen, bibliotheken, taalaanbieders en ketenpartners op meerdere beleidsterreinen. In dit plan voor de periode 2026-2028 zetten we de ingezette koers van het vorige regioplan 2020-2025 voort, maar brengen tegelijk ook focus aan. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) wil een nieuwe landelijke aanpak basisvaardigheden maken. Het Rijk wil dit plan maken in gezamenlijkheid met gemeenten en partners. Daarom heeft het Rijk een verkenning1 uit laten voeren onder het Rijk, gemeenten en partners. Het plan zelf wordt naar verwachting later in 2025 gemaakt. We werken in ons regioplan met de aanknopingspunten van de verkenning en de reeds bekende contouren van de koers die OCW gaat inzetten. We kiezen er voor om niet te wachten op het definitieve plan van het Rijk omdat we op een aantal bestaande punten scherpere keuzes willen maken. Zo moeten we in 2025 opnieuw de formele educatie aanbesteden, de subsidieregeling aanpassen en het kwaliteitskader non-formele educatie implementeren. Dit nieuwe regioplan vormt de basis voor al deze acties.
1.1
Contouren landelijke aanpak
In 2024 heeft OCW de verkenning uit laten voeren en de uitkomsten gedeeld met de Tweede Kamer. OCW heeft veel partijen gevraagd mee te denken bij de verkenning over hoe nu verder na afloop van het interdepartementale programma Tel Mee met Taal. Vanuit onze regio is de beleidsadviseur Advies Sociaal Domein (o.a. educatie) vanuit Krimpenerwaard actief betrokken geweest in een van de werkgroepen. Dit waren de belangrijkste uitkomsten van de verkenning: ▪ De noodzaak om aandacht te blijven houden voor de ontwikkeling van basisvaardigheden bij volwassenen blijft groot. ▪ Als het gaat om basisvaardigheden, dan hoort daar naast geletterdheid ook gecijferdheid en digitale vaardigheden bij. ▪ De aansluiting op het masterplan basisvaardigheden primair onderwijs, voortgezet onderwijs en MBO moet scherper. Hierdoor komt meer focus op preventie te liggen. ▪ Gemeenten moeten de verbetering van basisvaardigheden op lokaal niveau meer integraal oppakken. Niet alleen vanuit onderwijs, maar ook bijvoorbeeld binnen het sociaal domein. ▪ Meer aandacht voor werkenden en werkzoekenden, met name op een Leven Lang Ontwikkelen en samenwerking met werkgevers. Omdat daar ook de urgentie om te leren groter is en de doelgroep makkelijker te bereiken en motiveren is. ▪ Kennisdeling, netwerken en het leren onder gemeenten moet worden verbeterd.
1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2024/07/01/bijlage-1-verkenning-
basisvaardigheden-voor-volwassenen-vanaf-2025
3
We zijn in afwachting van de uitwerking van het plan van OCW voor de aanpak van basisvaardigheden bij volwassenen. De randvoorwaarden zijn als volgt: ▪ Het kabinet heeft geen extra middelen ter beschikking gesteld. Sterker nog, de middelen worden vanaf 2026 met 10% gekort. Dit betekent dat de beleidsagenda minder ambitieus zal zijn. De inzet is om meer kansen voor samenwerking via andere programma’s te benutten. Het kabinet schaft de Specifieke Uitkeringen af. OCW onderzoekt nu hoe ze de WEB middelen via een Bijzondere Fondsen Uitkering toch kan aanwijzen als middelen voor de aanpak van basisvaardigheden. ▪ OCW zoekt vooral samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het ministerie van Economische Zaken op de ontwikkeling van een LLO-collectief voor lager opgeleiden en volwassenen met lage basisvaardigheden. Meer aandacht voor basisvaardigheden binnen de O&O fondsen (Opleiding en ontwikkeling fondsen), de sectorale ontwikkelpaden en de aanpak van armoede en schulden. Kortom, het Rijk zoekt de plus vooral in samenwerking tussen ministeries en andere partners.
1.2
Trends in de cijfers over basisvaardigheden ➔ Volgens het laatste PIAAConderzoek uit 20232 heeft in Nederland 15,9% van de 16-65jarigen lage taalvaardigheden: zij hebben moeite met het lezen van langere teksten of om verschillende soorten informatie met elkaar te vergelijken. Daarnaast heeft 15,5% lage rekenvaardigheden. De overlap tussen beide groepen is groot: acht op de tien mensen met lage taalvaardigheden, beschikt ook over een laag niveau van rekenvaardigheden. Omgerekend naar absolute aantallen gaat het om ongeveer 2,2 miljoen volwassenen tussen de 16 en 65 jaar met lage taal- en/of rekenvaardigheden.
2 PIAAC 2023. PIAAC meet grootschalig de taal-, reken- en digitale vaardigheden van volwassenen in
verschillende landen. Het onderzoek biedt daarmee een landelijk meetinstrument om de effectiviteit van beleid over de tijd te volgen. Gemeenten en regio’s kunnen hun eigen monitoring spiegelen aan deze PIAACuitkomsten om te beoordelen hoe ze scoren t.o.v. het landelijke gemiddelde.
4
➔ In Nederland is aanvullend onderzoek uitgevoerd om de kernvaardigheden van 66-75-jarigen in kaart te brengen. PIAAC onderzoekers zien grote verschillen in kernvaardigheden in vergelijking met 16-65-jarigen: de gemiddelde scores van de oudere groep zijn significant lager. Ook heeft een groot deel van de ouderen lage basisvaardigheden: 39% van de 66plussers scoort op het laagste niveau van taalvaardigheden en valt in de laaggeletterde groep, 33% van de ouderen is laaggecijferd. Het gaat om ongeveer 860.000 volwassenen. ➔ Het PIAAC-onderzoek bevestigt dat lage basisvaardigheden een directe impact hebben op gezondheid – zowel fysiek als mentaal – en dat deze groep vaak moeite heeft met toegang tot en gebruik van gezondheidszorg, zeker als deze digitaal is. ➔ PIAAC laat zien dat beperkt basisvaardigen/inwoners met beperkte basisvaardigheden minder gebruik maken van publieke diensten, deels omdat ze deze niet begrijpen. Digitale portalen van de overheid en zorg vragen hoge taal- én digitale vaardigheden, die veel inwoners met beperkte basisvaardigheden missen. Onduidelijke communicatie veroorzaakt stress, onzekerheid en wantrouwen. PIAAC laat zien dat lage basisvaardigheden vaak gepaard gaan met een lager gevoel van controle over het eigen leven.
➔ Mensen met een lagere taalvaardigheid zijn drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als mensen die wel voldoende taalvaardig zijn (23,8% tegenover 9,3%) (Christoffels et al., 2016). ➔ Het laatste PISA-onderzoek (2023)3 laat zien dat een aanzienlijk deel van de 15-jarigen in Nederland (en ook in veel andere EU-lidstaten) het minimale niveau van lezen (24%) en wiskunde (16%) niet haalt. Een leerling op MBO niveau 2 moet eenvoudige teksten begrijpen, informatie vinden, simpele verbanden leggen en vergelijken en evalueren. Met name voor leerlingen die vanuit het vmbo het mbo instromen betekent dit een groot risico op te weinig basisvaardigheden. ➔ In de Staat van het Onderwijs (2024) stelt de Inspectie van het Onderwijs dat 6.000 mbo’ers onvoldoende geletterd zijn uitgestroomd en daardoor moeite hebben om een brief te lezen of de thema’s van het journaal mee te krijgen. ➔ Het grootste deel van de inwoners met beperkte basisvaardigheden in de groep 16 tot 65 jaar heeft werk. Sectoren met een bovengemiddeld percentage beperkt basisvaardige werknemers zijn praktische sectoren zoals de bouwsector (20%) en de Transportsector (18%). In de zorg- en welzijnssector komen lage rekenvaardigheden vaker voor dan lage taalvaardigheden.
Onderzoek door Lezen en Schrijven naar de beroepen waar men vaak onvoldoende basisvaardig is, laat zien dat 40% van de schoonmakers minder basisvaardig is.
1.3
Leeswijzer
In dit plan is in hoofdstuk 2 terug te vinden wat we de afgelopen jaren hebben gerealiseerd en hebben geleerd over de aanpak van lage basisvaardigheden. In hoofdstuk 3 staan de missie, visie en 3 PISA (Programme for International Student Assessment) is een internationaal vergelijkend onderzoek dat
elke drie jaar wordt uitgevoerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het onderzoekt de leesvaardigheid, rekenvaardigheid en natuurwetenschappelijke geletterdheid van 15-jarige leerlingen in deelnemende landen.
5
doelstellingen benoemd. In hoofdstuk 4 zijn de actielijnen uitwerkt. In elke actielijn grijpen we specifiek terug op activiteiten van de afgelopen jaren, wat daarin werkt en wat vervolgens de focus is voor 2026-2028. Tot slot lichten we in hoofdstuk 5 toe hoe we de middelen inzetten, de monitoring aanpakken en onderling samenwerken als regio en lokale gemeenten.
6
2 Wat zijn de geleerde lessen van afgelopen jaren? 2.1
Wat hebben we gerealiseerd de afgelopen periode?
In 2020 stelden de vijf gemeenten in Midden-Holland het eerste gezamenlijke regioplan op om basisvaardigheden van inwoners te versterken. Sindsdien is er veel bereikt. We bouwden een stevig netwerk waarin taalhuizen het centrale aanspreekpunt zijn geworden. Er is passend aanbod ontwikkeld voor diverse doelgroepen, en we hebben het thema beperkte basisvaardigheden onder de aandacht gebracht bij organisaties in het sociaal domein, onderwijs, zorg en arbeidsmarkt. Wat is bereikt? 1. Netwerk dat signaleert en verbindt Het taalnetwerk in de regio krijgt steeds meer naamsbekendheid. Steeds meer organisaties weten het taalhuis te vinden. Samenwerking met partners verloopt vaker gestructureerd, met concrete afspraken over doorverwijzing. Via bijeenkomsten zoals werkcafés verwijzen werkcoaches mensen direct door naar het taalhuis. Ook zijn er trainingen ontwikkeld in samenwerking met organisaties, zoals ‘Grip op je geld’ (financiën) en ‘Voel je goed’ (gezondheid). 2. Bewustwording en beleid Binnen het sociaal domein groeit het besef dat lage basisvaardigheden samenhangen met armoede, schulden en gezondheid. Gemeenten zetten actiever in op begrijpelijke communicatie en het gebruik van de Taalmeter. De koppeling met andere beleidsprogramma’s – zoals GALA of de gezinsaanpak – helpt om integraler te werken. 3.
Meer deelnemers bereikt In vier jaar tijd zijn ruim 10.000 inwoners in contact geweest met het taalaanbod. Steeds meer Nederlandstalige inwoners met lage basisvaardigheden weten het digitale aanbod te vinden. Campagnes en de inzet van ervaringsdeskundigen dragen eraan bij dat zowel inwoners als professionals beter bekend zijn met de mogelijkheden van taalhuizen. Ook camouflage-aanbod – zoals cursussen die zich richten op geld, gezondheid of werk – werkt goed.
Aantal deelnemers aan cursus, les, training en intakes (waarvan NT1)
2021
2022
2023
2024
1210 (237 NT1)
2179 (354 NT1)
3267 (200 NT1)
3477 (599 NT1)
4. Kwaliteitskader en monitoring Eind 2024 hebben we gezamenlijk een kwaliteitskader voor non-formeel aanbod opgesteld. Dit kader helpt ons om transparant en samenhangend te werken aan kwaliteit. Vanaf 2022 voerden we een jaarlijkse impactmeting uit en organiseert de regio leernetwerken om te leren van elkaars ervaringen.
7
Werken aan basisvaardigheden zorgt voor een betere plek in de samenleving De impactmonitor laat zien dat al deze inspanningen ertoe leiden dat deelnemers een betere plek in de samenleving krijgen. We hebben nu 3 jaar de impactmonitor uitgevoerd. We presteren goed als regio. Werken aan basisvaardigheden leidt ook tot een betere arbeidsmarktpositie. In 2023 zijn we gestart met werkgeverstrajecten en hebben we ook de impact gemeten van deze trajecten. In 2024 hebben we nog steeds werkgevers ondersteund, maar waren er minder werknemers uit onze regio aan het werk bij deze werkgevers. Dit beïnvloedt de score op de arbeidsmarktpositie in 2024. Toename sociale inclusie Betere taalbeheersing (58% landelijk) Betere plek in de samenleving
2021-2022 77% 50-65%
2023 65% 45- 55%
2024 70% 50-70%
Betere positie in de arbeidsmarkt
10-30%
20-40%
10-27%
De verbetering van de arbeidsmarktpositie vertaalt zich in beter functioneren op de werkvloer, het zoeken van een baan of vrijwilligerswerk doen of stage lopen. In 2023 en 2024 hebben we ook trajecten ondersteund op de werkvloer. Arbeidsmarktpositie 2021-2022 Beter functioneren op werkvloer of betaalde 4% baan gekregen Een baan gaan zoeken 28%
2023 22%
2024 10-20%
41%
27%
Vrijwilligerswerk gaan doen
8%
31%
27%
Stage gaan lopen
15%
25%
7%
2.2
Waar staan we nu in de aanpak van basisvaardigheden?
1. Integrale aanpak loont Beperkte basisvaardigheden raken vrijwel alle beleidsterreinen: van werk en inkomen tot gezondheid en opvoeding. Succesvolle samenwerking vraagt geduld, herhaling én het borgen van afspraken in beleid. Beleidsmedewerkers en taalhuizen weten bij meer organisaties en afdelingen binnen de gemeente ‘aan tafel te komen’ en het onderwerp bespreekbaar te maken. 2. Werkgevers zijn belangrijke vindplaatsen We zien groei in de samenwerking met werkgevers. De inzet van het Werkgeversservicepunt, taalaanbieders en het taalhuis zorgt ervoor dat ook NT1’ers op de werkvloer bereikt worden. De pilot bij Vierstroom, waar medewerkers ondersteuning kregen in digitale vaardigheden, laat zien hoeveel impact dit heeft op hun functioneren en welzijn. 3. Gezinsaanpak als sleutel tot preventie In elke gemeente is een gezinsaanpak gestart of zijn plannen om hiermee te starten. Via samenwerking met bibliotheken, scholen en kinderopvang worden ouders ondersteund bij hun eigen taalontwikkeling én die van hun kinderen. Dit draagt bij aan het voorkomen van een nieuwe generatie laaggeletterden.
8
4. Gezondheid blijft een lastige schakel Hoewel er beweging is, blijft het een uitdaging om gezondheidsorganisaties actief te betrekken. Toch zijn er eerste successen: samenwerking met zorginstellingen, inzet van de taalmeter in de zorg en het inzetten van vrijwilligers bij wachtkamers. Het programma Gedeelde Zorg biedt kansen om hierop door te pakken.
2.3
Wat scherpen we aan in de volgende aanpak?
Gegeven onze geleerde lessen, de contouren van het landelijk beleid en de urgentie voortkomend vanuit de landelijke cijfers, nemen we de volgende uitgangspunten mee in dit plan voor de komende jaren. Focus aanbrengen loont Te brede inzet op alle domeinen en doelgroepen leidde tot versnippering en beperkte impact. Integrale benadering is effectiever Basisvaardigheden beïnvloeden andere maatschappelijke opgaven zoals werk, armoede, opvoeding en gezondheid. Preventie begint lokaal De gezinsaanpak blijkt een kansrijke route om laaggeletterdheid bij ouders en kinderen vroegtijdig aan te pakken. Kwaliteit vraagt om gezamenlijk kader Het kwaliteitskader voor non-formeel aanbod is samen met gemeenten en aanbieders uitgewerkt en klaar voor implementatie. Hier kunnen we strakker sturen op de geleverde kwaliteit bij de verschillende taalhuizen en taalaanbieders. Meer sturing vraagt om meetbare doelen In het eerste regioplan lag de nadruk op netwerken. Voor de volgende fase is behoefte aan concretere doelen en meetbare resultaten. Basisvaardigheden zijn meer dan taal alleen Verbetering van basisvaardigheden draagt bij aan bredere maatschappelijke participatie, zoals werk, financiële zelfredzaamheid en gezondheid. Heldere rollen en verantwoordelijkheden zijn nodig Onduidelijkheid over wie waarvoor verantwoordelijk is, belemmert effectieve uitvoering.
9
3 Waar gaan we voor de komende jaren? Het nieuwe regionale plan richt zich op een meer toekomstgerichte, inclusieve en innovatieve aanpak. Deze aanpak gaat verder dan alleen taal. Ook de basisvaardigheden rekenen en digitale vaardigheden staan hierbij centraal. De focus van dit plan ligt niet alleen op het bevorderen van de basisvaardigheden van inwoners met te lage basisvaardigheden, maar ook op de kansen die er liggen om basisvaardigheden integraal aan te pakken binnen diverse domeinen.
3.1
Missie:
Met de verbetering van basisvaardigheden draagt de regio Midden-Holland bij aan het vergroten van de bestaanszekerheid en kansengelijkheid van mensen. Het verbeteren van basisvaardigheden is een noodzakelijke investering om ervoor te zorgen dat mensen kunnen meedoen in de samenleving, minder schulden maken, gebruik kunnen maken van gezondheidszorg, de cirkel van intergenerationle laaggeletterdheid te doorbreken en sociaal actief en weerbaar te zijn, zowel on- als offline.
3.2
Visie voor 2026-2028
We werken toe naar een regio waarbinnen aandacht voor beperkte basisvaardigheden integraal is verweven in het gehele sociaal maatschappelijk domein en ook is verankerd in het gemeentelijk beleid. Daarbij stellen we als regio kaders voor de integrale aanpak binnen werk en sociaal maatschappelijke domeinen.
3.3
Doelstellingen: 1. Inwoners, van 18 jaar en ouder, met beperkte basisvaardigheden toegang te bieden tot passende ondersteuning in taal-, reken-, en digitale vaardigheden en daarbij extra vanuit de regio specifieke aandacht te hebben voor de groep werkenden en werkzoekenden. 2. Organisaties en werkgevers meer bewust te maken van de maatschappelijke impact van (te) beperkte basisvaardigheden en hen te ondersteunen bij duurzame oplossingen in beleid en werkwijze hiervoor. Dit doen we door o.a. een regionale campagne ‘Ik wil leren’ en de inzet van het panel van ervaringsdeskundigen bij bewustwordingsworkshops (taalambassadeurs). 3. Zorgen dat basisvaardigheden integraal een plek krijgen in relevante beleidsterreinen zodat basisvaardigheden direct verbonden zijn aan de doelstellingen van die beleidsterreinen. Denk o.a. aan het versterken van rekenvaardigheden als methode om mensen met schulden te ondersteunen om grip te krijgen op geld. 4. Gemeenten, taalhuizen en partners samen te laten werken om innovatieve tools en methodieken te ontwikkelen om inwoners met beperkte basisvaardigheden (beter) te bereiken, te motiveren en te begeleiden naar passend aanbod. Denk bijvoorbeeld aan de inzet van de rekentrein om via kinderen ouders te bereiken met lage rekenvaardigheden. Hiermee worden meer Nederlandstalige ouders bereikt.
10
3.4
Regionale Actielijnen
In het regioplan wordt gewerkt met 4 regionale actielijnen Regionale actielijnen zijn terreinen waar we als regio gezamenlijk op sturen. ❖ Aanbod basisvaardigheden: Focus op realiseren en organiseren passend aanbod, op de verbetering van de toeleiding van deelnemers naar een educatief aanbod en op de ontwikkeling van het monitoringsysteem en het kwaliteitskader van het non-formele aanbod. Onderdeel hiervan zijn innovatieve methoden om moeilijk bereikbare groepen te bereiken (zie uitwerking in 4.1). ❖ Werk in de regio Midden-Holland: Focus op werknemers met lage basisvaardigheden en versterken van basisvaardigheden voor duurzame inzetbaarheid (zie uitwerking in 4.2). ❖ Communicatie zorgt voor zichtbaarheid van het aanbod, bewustwording bij inwoners en betrokkenheid van partners (zie uitwerking in 4.3). ❖ Integrale aanpak in het brede sociaal maatschappelijke domein: Om de bevordering van basisvaardigheden te laten slagen is het nodig om dit integraal mee te nemen in sociaal maatschappelijk beleid. Het gaat dan om onderwijs (gezinsaanpak, kinderen in het basisonderwijs en vervolgonderwijs), relatie tussen lage basisvaardigheden en problemen met gezondheid, armoede, schulden, werk&Inkomen. En andere domeinen zoals wonen, jeugdzorg. Als regio delen we de ervaringen in het bewerkstelligen van een integrale aanpak en leren van elkaar.
Elke gemeente bepaalt zelf zijn prioriteiten qua domein en doelgroepen daarbinnen (zie uitwerking in 4.4).
3.5
Omvang doelgroep
De landelijke cijfers van het PIAAC worden in het derde kwartaal van 2025 omgerekend naar de regionale cijfers. Uit het verleden weten we dat de regio Midden-Holland iets beter scoorde dan het landelijk gemiddelde. Maar dat er nog steeds alle reden toe is om zowel te voorkomen dat de jeugd met lage basisvaardigheden de arbeidsmarkt op komt, als ook 50 plus(digitaal) aan te laten haken om mee te blijven te doen op de arbeidsmarkt en samenleving. Als we rekenen met het percentage zoals dat in 2019 gold voor de regio Midden-Holland dan komen we voor de doelgroep 20-64 jaar op ruim 14.000 inwoners met lage basisvaardigheden. Het PIAAC werkt met een net iets grotere reeks, te weten 18 tot en met 65 jaar. Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas Totaal Midden-Holland
Inwoners tussen 20 en 64 jaar 20.259 44.252 31.955 19.414 27.031 142.911
Aandeel laaggeletterdheid 9% 10% 10% 10% 10% 10%
Aantal inwoners met lage basisvaardigheden 1.823 4.425 3.196 1.941 2.703 14.089
Bron aantal inwoners (met lage basisvaardigheden): www.eengezonderhollandsmidden.nl uit 2024 Bron aandeel laaggeletterdheid: www.geletterdheidinzicht.nl. De cijfers zijn vastgesteld in 2019.
11
Als we specifieker inzoomen op doelgroepen waar het risico op laaggeletterdheid hoog is, zien we de volgende doelgroepen. Aangezien we nog geen cijfers beschikbaar hebben vanuit de website: www.geletterdheidinzicht.nl, raadplegen we hiervoor andere bronnen om een schatting te geven over de aantallen waar het om gaat. Doelgroep Belangrijk om te bereiken Cijfers Midden-Holland* Ouders met jonge Preventie, doorbreken cyclus van laaggeletterdheid. Hier zijn geen cijfers over kinderen Kinderen die in gezinnen opgroeien met bekend. laaggeletterde ouders, hebben zelf 3 keer meer kans om laaggeletterd te worden dan andere kinderen. SociaalVolwassenen met lage basisvaardigheden hebben 8.620 huishouders met economisch vaker moeite met het begrijpen en toepassen van geregistreerde schulden in kwetsbaar financiële informatie. Mensen met lage Midden-Holland. basisvaardigheden zijn drie keer zo vaak afhankelijk 4.080 inwoners met een van een uitkering. Het onderzoek Lezen ≠ Begrijpen bijstandsuitkering. schat in dat 1 op de 2 huishoudens in schulden moeite heeft met basisvaardigheden. Werkenden Piaac laat zien dat werkenden in praktische Het gaat om 5395 van de praktische beroepen een hoger risico lopen om problemen te 81.900 mensen die een beroepen ervaren met digitale vaardigheden.
Beperkte baan hebben in de basisvaardigheden kan hun werkzekerheid en gemeenten Gouda, doorgroeimogelijkheden beinvloeden. Het gaat met Krimpenerwaard, name om de sectoren facilitaire dienstverlening, Bodegraven-Reeuwijk en schoonmaak, groen, industrie, horeca, Waddinxveen. procesindustrie, handel, bouw en transport. Ouderen Piaac laat zien dat 39% van de 66-plussers in de Ruim 52.000 inwoners in laaggeletterde groep valt. Veel ouderen hebben de regio M-H zijn 65 jaar of moeite met digitale vaardigheden. Dit belemmert ouder. Naar schatting gaat ouders bij gezondheidszorg, financiele zaken en het dan om 20.000 oudere sociale participatie. die in de doelgroep vallen. GezondheidsMensen met lage basisvaardigheden hebben vaker Volgens onderzoek van het achterstand gezondheidsproblemen en ervaren meer moeite met Nivel uit 2021 heeft toegang tot de gezondheidszorg, vooral als deze ongeveer 24,5% van de digitaal is. Ze hebben vaker moeite om volwassen Nederlanders gezondheidsinformatie te begrijpen en toe te onvoldoende of beperkte passen. Er is een grote overlap tussen de groep gezondheidsvaardigheden. mensen met lage basisvaardigheden en mensen met Naar schatting gaat het lage gezondheidsvaardigheden. Maar de groepen dan om zo 53.000 zijn niet identiek. inwoners in totaal.Een deel hiervan is laaggeletterdheid.
Maar de totale groep is gebaat bij eenvoudige communicatie en ondersteuning in digitale vaardigheden. Bron cijfers Midden-Holland: www.eengezonderhollandsmidden.nl uit 2024 Bron cijfers werk: WSP Midden-Holland
12
4 Regionale Actielijnen 4.1
Actielijn Aanbod basisvaardigheden en (innovatieve) toeleiding
1. Doel van dit domein binnen het regioplan
Het bieden van passend taalaanbod en het versterken en innoveren van de toeleiding, kwaliteit en monitoring van educatieve trajecten voor NT1- en NT2-deelnemers. Waarborgen dat er formeel onderwijs beschikbaar is in elke gemeente via de nieuwe taalaanbieder.
2. Relevante activiteiten uit afgelopen jaren
❖ Aanbod bevat vaker combinatie van palet van taal-rekenen-digitaal. ❖ Kwaliteitskader non-formeel aanbod in samenwerking met taalaanbieders opgesteld. ❖ Jaarlijks impact gemonitoord.Regio Midden Holland scoort boven landelijk gemiddelde. ❖ Campagnes zoals 'Ik wil leren', workshops met ervaringsdeskundigen, DigiSterker, DigiVitaler en pilotprojecten in zorg en welzijn. ❖ Regionale panels starten met feedback op beleid.
4. Wat werkt goed?
Taalhuizen bereiken meer deelnemers met camouflage-aanbod. Veel samenwerking tussen taalhuizen en partners in sociaal domein en werkgevers. Meer variatie in basisvaardigheden, rekenen en digitaal groeit. Betrokkenheid van ervaringsdeskundigen vergroot relevantie. Innovatie en vernieuwende aanpakken trekken nieuwe doelgroepen aan. Zoals de pilot digizorg met de huishoudelijke hulp organisatie De Vierstroom.
6. Partners & instrumentarium
• Partners: formele taalaanbieder, bibliotheken en taalhuizen, stichtingen zoals taalmaatjes en humanitas, Stichting Lezen en Schrijven, • Instrumenten: Qwasp-monitoring, impactmetingen, camouflageaanbod, Subsidieregeling, Contractmanagement aanbieder.
3. Belangrijkste cijfers
• Steeds meer inwoners hebben onvoldoende kennis van het gebruik van hun smartphone voor digitale toepassingen op het werk of in contact met de overheid. • PIAAC laat zien dat een grote groep volwassenen met lage vaardigheden niet bereikt wordt via traditionele scholing. • Bijna 2500 deelnemers bereikt in 2024, waarvan 600 NT1 op met name digitaal aanbod. • Jaarlijks vanaf 2023 meer dan 25 groepen formeel onderwijs via Sagenn. • Er is een duidelijke behoefte aan laagdrempelige, praktijkgerichte en contextuele leeromgevingen – een belangrijk uitgangspunt voor innovatie.
5. Focus (doelen & acties) Nieuwe aanbieder formeel onderwijs heeft in elke gemeente een locatie en bereikt minimaal 10% NT1. Versterken doorverwijzing en samenwerking. Betere registratie van bereikte doelgroepen Doorgaan met pilots gericht op NT1. Nieuwe subsidieregeling biedt ruimte ook voor incidentele innovatie ideeen.
7. Monitoring / KPI's • • • •
Aantal deelnemers en NT1/NT2verdeling Minimaal 10% NT1 formeel onderwijs Resultaten per leertraject en uitstroom bekend Tevredenheid deelnemers en samenwerking partners
13
4.2
Actielijn Werk in de regio M-H – Basisvaardigheden en Werk
1. Doel van dit domein binnen het regioplan
De actielijn Werk richt zich op het versterken van basisvaardigheden bij kwetsbare werkenden en werkzoekenden, praktisch of MBO niveau 1 of 2, met name NT1'ers, om hun duurzame inzetbaarheid, veiligheid op het werk en doorgroeimogelijkheden te verbeteren.
2. Relevante activiteiten uit afgelopen jaren
❖ Samenwerking tussen taalhuizen, WSP, leerwerkloket en werkgevers zorgde voor bewustwording en vervolgacties bij ruim 10 werkgevers. ❖ Voorbeelden: pilot bij Vierstroom met 20 NT1-deelnemers en samenwerking met Acceptus voor werkgeversbenadering. ❖ Verkennen van Leven Lang Ontwikkelen collectief voor inwoners met beperkte basisvaardigheden en laagopgeleiden waarvoor in 2026 extra middelen vrij komen uit het Nationaal Groeifonds
4. Wat werkt goed?
Regionale samenwerking leidt tot meer werkgeversbereik via WSP. Taalhuizen bereiken ook werkenden. Werkgevers gaan ook bij Nederlandse medewerkers meer bewust worden van lage basisvaardigheden - Bekostiging van WEB is beperkt tot inwoners binnen de regio, terwijl bij werkgevers medewerkers ook van buiten de regio komen.
6. Partners & instrumentarium
• Partners: WSP M-H en IJsselgemeenten, Werkcentrum, Taalhuizen, MBO Rijnland, Formele Taalaanbieder, Stichting Lezen en Schrijven. • Instrumenten: webinars werkgevers, werkgeversdienstverlening uitbreiden met basisvaardigheden, subsidies (LLO collectief, WEB) communicatiecampagnes.
3. Belangrijkste cijfers
▪ Meer dan 50% van de inwoners met beperkte basisvaardigheden in Midden-Holland heeft werk. ▪ In Midden-Holland werken ruim 5.800 medewerkers met beperkte basisvaardigheden, voornamelijk in sectoren als bouw, horeca, industrie en logistiek ▪ PIAAC maakt duidelijk dat de arbeidsmarkt steeds hogere eisen stelt aan taal-, reken- en digitale vaardigheden. ▪ Mensen met lage vaardigheden hebben een hoger risico op werkloosheid, tijdelijke contracten en armoede.
5. Focus (doelen & acties) 25% stijging NT1-deelnemers via werkgevers Samenwerking met 10 werkgevers per jaar door samenwerking met taalhuizen, werkcentra, WSP, Lezen en Schrijven Informeren via webinars en bijeenkomsten van werkgevers Aanhaken bij LLO collectief laagopgeleiden en laaggeletterden
7. Monitoring / KPI's • • • •
Aantal werkgevers actief met basisvaardigheden Aantal NT1-deelnemers in trajecten Resultaten impactmeting op het vinden en behouden van werk. Deelname LLO-Collectief
14
4.3
Actielijn Communicatie en bewustwording
1. Doel van dit onderdeel binnen het regioplan
Bewustwording en communicatie zijn cruciaal om laaggeletterdheid bespreekbaar te maken, het taboe te doorbreken en om inwoners en organisaties te activeren om in actie te komen.
2. Relevante activiteiten uit afgelopen jaren
Inzet van ervaringsdeskundigen, Herkenbare regio-campagnes, Lokale bijeenkomsten, Nieuwsbrieven naar werkgevers, en social media promotie.
4. Wat werkt goed?
Campagnes leveren meer zelfaanmeldingen op. Verhalen van taalambassadeurs maken impact. Trainingen herkennen en doorverwijzen verhogen kennis bij professionals. Nieuwsbrieven naar werkgevers, en social media promotie.
3. Belangrijkste cijfers
• ‘Ik wil leren’-campagne in elke gemeente actief. • Taalambassadeurs steeds vaker ingezet in communicatie en training • PIAAC: mensen met beperkte basisvaardigheden ervaren de communicatie van de overheid, zorg en instanties vaak als onduidelijk of ontoegankelijk ervaren. Dit belemmert hun zelfredzaamheid en deelname aan onderwijs, zorg of werk. • Digitale portalen van de overheid en zorg vragen hoge taal- én digitale vaardigheden, die veel laaggeletterden missen. • Onduidelijke communicatie veroorzaakt stress, onzekerheid en wantrouwen. • PIAAC: lage basisvaardigheden gaan vaak gepaard met een lager gevoel van controle over het eigen leven.
5. Focus (doelen & acties) Verdieping van de ‘Ik wil leren’campagne in heel Midden-Holland. Meer communicatie in samenwerking met ervaringsdeskundigen en bibliotheken. Visuele materialen uitbreiden.
6. Partners & instrumentarium
• Partners: Gemeenten, taalhuizen, Stichting Lezen en Schrijven, bibliotheken, werkgevers, ervaringsdeskundigen • Instrumenten: ‘Ik wil leren’, brievenwasserettes, ervaringsverhalen, social media
7. Monitoring / KPI's • • •
Aantal deelnemers via de ik wil leren campagne Aantal georganiseerde voorlichtingsmomenten Aantal professionals bereikt via bewustwordingstrainingen
15
4.4
Actielijn Integrale aanpak in het sociaal maatschappelijk domein
1. Doel van dit domein binnen het regioplan
Deze actielijn richt zich op het implementeren van een integrale aanpak voor basisvaardigheden binnen onderdelen van het sociaal maatschappelijn domein. Gemeenten geven daar lokaal invulling aan. Op regioniveau wisselen we ervaringen en de voortgang uit.
2. Relevante activiteiten uit afgelopen jaren
❖ Verschillende teams binnen gemeenten hebben werkprocessen aangepast en ervaring opgedaan met de taalmeter. ❖ Taalhuizen hebben trainingen ‘Herkennen en Doorverwijzen’ gegeven met inzet van taalambassadeurs ❖ Gemeente hebben brieven herschreven naar B1-niveau. ❖ Samenwerking met zorgpartijen versterkt via programma Gedeelde Zorg.
4. Wat werkt goed?
Structurele inzet van screeningsinstrumenten bij intake Inzet ervaringsdeskundigen bij gemeentelijke diensten om bewustwording te creëren en bij brievenwasserettes Verankering in beleidsnota’s zoals armoede, schulden en gezondheid Opname van begrijpelijke communicatie in het programma gedeelde zorg. Uitwisselen van ervaringen en landelijke ontwikkelingen in kwartaal overleggen met ketenpartners.
6. Partners & instrumentarium
• Partners: op regio niveau gaat het om gemeenten, taalhuizen, taalaanbieders. Lokaal zijn er meer partners. • Instrumenten: impactmonitor, ketenpartneroverleg elk kwartaal en voortgangsrapportages.
3. Belangrijkste cijfers
▪ dat lage basisvaardigheden een directe impact hebben op gezondheid – zowel fysiek als mentaal – en dat deze groep vaak moeite heeft met toegang tot en gebruik van gezondheidszorg, zeker als deze digitaal is. ▪ Mensen met lage basisvaardigheden zijn drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als mensen met voldoende vaardigheden. (In MiddenHolland is bijna 45% van de mensen zonder werk en met een uitkering laaggeletterd.) ▪ Laaggeletterden zijn oververtegenwoordigd onder mensen met problematische schulden.(In Midden-Holland geldt dit voor ongeveer de helft van de 6650 huishoudens met schulden)
5. Focus (doelen & acties) Elke gemeente stelt een lokaal plan of taalpact op waar een integrale aanpak uitwerking krijgt. Op hoofdlijnen deelt elke gemeente zijn jaarlijkse speerpunten en kpi’s en krijgt dit een plek in de voortgangsrapportage op regio niveau. Delen van ervaringen, goede ervaringen en geleerde lessen.
7. Monitoring / KPI's • •
Elk kwartaal een ketenpartneroverleg Kennisdocumenten
16
5 Monitoring, financien en samenwerking 5.1
Monitoring en Evaluatie – Leren en Verbeteren
Het doel is om met slimme, uniforme monitoring de kwaliteit en impact van de aanpak basisvaardigheden inzichtelijk te maken en voortdurend te verbeteren. Monitoring ondersteunt beleid, borging en doorontwikkeling. We maken hiervoor gebruik van de jaarlijkse impactmonitor van professor Maurice de Greef, leerstoel volwasseneducatie van de Universiteit van Brussel. Door het registeren van aantallen deelnemers via o.a. Qwasp worden gegevens aangeleverd bij het CBS voor de landelijke statistiek laaggeletterdheid. Vanaf 2026 gaan we werken met het kwaliteitskader non-formele educatie. Hierin gaat het om: • Bereiken we de doelgroepen die we beogen? • Dragen de activiteiten bij aan de doelen die we hebben gesteld of zijn er andere activiteiten gewenst? • Zijn de deelnemers tevreden over de activiteiten en hun ontwikkeling? • Zijn docenten, medewerkers en vrijwilligers competent? We verzamelen gegevens voor de volgende bouwstenen: - Begeleiding van de deelnemer: o.a. de ervaring van de organisatie met de activiteiten en doelgroep, de kwaliteit van de intake en doorverwijzing. - Goed opgeleide professionals en vrijwilligers: o.a. de eisen aan de vakbekwaamheid en bijscholing. - Bereik van deelnemers: wat doen organisaties in het bereiken van moeilijk bereikbare doelgroepen en de wijze van bijsturing als het bereik beter of slechter gaat dan verwacht.
- Samenwerking in het taalnetwerk: contact houden met het taalhuis en bijdragen aan jaarlijkse reflectiesessies. - Output en Outcome: Impactmonitor, kwalitatieve gegevens en klanttevredenheid - Financien: in control zijn. Focus voor 2026-2028 • In 2026 uitrol van verbeterd monitoringsysteem van regioplan met concrete KPI’s. • Meer focus op uitkomstindicatoren en leerwinst. • Meer vergelijking en regionale afstemming.
5.2
Financien
Doel is om te zorgen voor een structurele, transparante en doelgerichte inzet van middelen om continuïteit van de aanpak basisvaardigheden te waarborgen. Het Rijk heeft hiervoor landelijke middelen beschikbaar die per arbeidsmarktregio worden uitgegeven. Dit zijn - WEB middelen, bedoeld voor aanbod en toeleiding. Deze middelen zijn opgenomen in de Rijksbegroting van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
17
-
Decentrale middelen Aanpak Basisvaardigheden, bedoeld voor regievoering regioplan, monitoring en innovatieve activiteiten. Deze middelen zijn gegarandeerd tot en met 2028.4
Daarnaast kunnen gemeenteraden ook besluiten om lokaal middelen in te zetten voor de aanpak basisvaardigheden. Hiervoor maken gemeenten dan een lokaal plan. Het Rijk gaat vanaf 2026 10% korten op de WEB middelen. Hieronder zijn de cijfers weergegeven voor de periode 2026-2028. In 2025 hebben we eenmalig meer middelen gekregen voor specifieke doelgroepen (arbeidsmigranten en oekrainers) en ontvingen we door een herberekening van het Rijk in onze regio zo’n 70.000 euro extra. Gegeven de aangekondigde korting voor de periode 2026-2028 bouwen we 2025 een grotere reserve op, zodat we voor de periode 2026-2028 het huidige aanbod kunnen voortzetten. Middelen en prognose uitgaven WEB (Sisa Educatie) DU Aanpak Basisvaardigheden Subtotaal middelen Restant web van voorgaand jaar Restant DU Aanpak Basisvaardigheden voorgaand jaar Totaal middelen Prognose uitgaven WEB (Sisa educatie) Prognose uitgaven DU Aanpak Basisvaardigheden Subtotaal prognose uitgaven Over
2025 1.156.060 134.521
2026 1.023.486 103.477
2027 1.054.191 106.581
2028 1.085.817 109.779
1.290.581 206.155
1.126.963 282.403
1.160.772 138.889
1.195.595 26.080
67.000
125.471
98.948
75.529
1.563.736 1.079.812
1.534.837 1.167.000
1.398.610 1.167.000
1.297.205 1,167,000
76.050
130.000
130.000
130.000
1.155.862 407.874
1.297.000 23.,837
1.297.000 101.610
1.297.000 205
Besteding WEB middelen - Formele educatie, niveau A0-B1 via een aanbesteding. Op deze manier zorgen we dat in elke gemeente minimaal een leslocatie is waar deelnemers werken aan een niveauverhoging van hun taal en/of rekenniveau. In elke gemeente start ook aanbod voor Nederlandstalige laaggeletterden. Werkgevers kunnen gebruik maken van het aanbod taal op de werkvloer. - Alfabetisering via inkoop. Zo komt ook in elke gemeente aanbod voor deelnemers die nog gealfabisiseerd moeten worden of minder goed meekomen in het formele aanbod. - Activiteiten gericht op de actielijn werk, integrale aanpak, communicatie en innovatie. - Non-formele educatie via subsidie: deelnemers kunnen werken aan de ontwikkeling van hun basisvaardigheden zonder een diploma of certificaatverplichting. Hier valt ook camouflage aanbod onder om moeilijk bereikbare doelgroepen te verleiden om te gaan leren. Dit camouflageaanbod sluit aan bij de gewenste leerdoelen in het dagelijks leven, zoals omgaan met geld.
4 Meicirculaire gemeentefonds 2025 | Circulaire | Rijksoverheid.nl
18
-
Via deze subsidieregeling is het ook mogelijk om activiteiten gericht op bewustwording, signalering en netwerkversterking in te zetten, zoals de inzet van taalambassadeurs.
Besteding decentrale middelen - Projectleiding van het regionale plan - Monitoring van zowel kwalitatieve als kwantitatieve gegevens om zo cijfers te kunnen aanleveren bij het CBS voor de landelijke monitor en lokaal de impact van taalonderwijs inzichtelijk te maken. - De subsidieregeling biedt ook ruimte om tijdens het jaar incidenteel subsidie aan te vragen voor innovatieve projecten. Deze activiteiten kunnen ook uit de WEB bekostigd worden.
5.3
Hoe werken we samen regionaal en lokaal? •
•
•
•
•
•
•
Gerichte inzet op domeinen o Regionaal: samenwerken op werk, innovatie in het aanbod en communicatie. o Lokaal: gemeenten geven invulling aan de integrale aanpak binnen het onderwijs, sociaal maatschappelijk domein en begrijpelijke communicatie in lokale plannen of taalpacts. Integrale aanpak doorontwikkelen o Regionaal: projectleider stuurt op integrale aanpak binnen werk en stimuleert kennisdeling op de lokale integrale aanpak. o Lokaal: gemeenten kunnen in subsidiebeschikkingen de taak opnemen dat organisaties bijdragen aan het signaleren en verbeteren van basisvaardigheden. Versterken van preventie o Lokaal: eigen invulling van de gezinsaanpak met inzet van o.a. voorleesexpress en samenwerking met bibliotheek, school en kinderopvang. o Regionaal: ruimte voor innovatieve initiatieven zoals de Rekentrein om NT1-ouders beter te bereiken. Borging van kwaliteit o Regionaal: uitwisseling van ervaringen in de aanpak. o Lokaal: beoordeling van subsidieaanvragen afgestemd op lokale plannen; regio zorgt voor samenhang en subsidieafwikkeling (Gouda). Concrete monitoring en sturing o Regionaal: gebruik van KPI’s per actielijn. o Lokaal: eigen prioriteiten en bijbehorende KPI’s, die terugkomen in voortgangsrapportages. Brede benadering van vaardigheden o Regionaal: integratie van basis- en werkgerelateerde vaardigheden in de actielijn werk.
o Lokaal: werken aan bijvoorbeeld combinatie van rekenen met budgetteren, of taal met gezondheidsvaardigheden. Duidelijke rolverdeling o Projectleider: coördinatie actielijn werk, innovatie, communicatie, monitoring en subsidietoekenning. o Centrumgemeente Gouda: budgetbewaking, subsidie- en contractbeheer, verantwoording richting Rijk. o Lokale gemeenten: verantwoordelijk voor uitvoering en borging binnen eigen domeinen en beleid.
19
Bijlage cijfers In deze bijlage geven we ook inzichten in de aantallen inwoners die we per gemeenten bereikten met het aanbod. In onderstaande tabel zijn de bereikte inwoners in de hele regio af te lezen. 2021 2022 2023 2024 Aantal deelnemers aan cursus, les, training en intakes (waarvan NT1)
1210 (237 NT1)
2179 (354 NT1)
3267 (200 NT1)
3477 (599 NT1)
Hieronder zijn de aantallen uitgesplitst naar inwoners per gemeente. Dan gaat het om de inwoners die via het aanbod van taalnetwerk zijn bereikt en via de formele educatie. Daarnaast zijn er nog losse activiteiten gedaan via inkoop, zoals bijv. werkgevers trajecten. Daar zijn niet specifiek cijfers per gemeente verzameld. Non-formeel aanbod via subsidie Het taalnetwerk heeft een belangrijk rol als zichtbare en laagdrempelige plek voor alle vragen van inwoners over taal en digitaal. Organisaties die deze rol vervullen zijn binnen Gouda het taalhuis van de bibliotheek, Stichting Taalontmoeting,Humanitas en Prago. Het taalhuis van Gouda verzorgt zelf aanbod maar verwijst waarnodig inwoners door naar taalmaatjes van Taalontmoeting en Humanitas of naar Prago voor alfabetisering. In de andere gemeente verzorgen de taalhuizen ook al het aanbod. 2021
2022
2023
2024
NT1
NT2
NT1
NT2
NT1
NT2
NT1
NT2
Bodegraven Reeuwijk
51
80
118
95
65
116
68
80
Gouda incl. taalontmoeting, humanitas en prago
66
366
52
376
30
574
78
445
Krimpenerwaard
22
158
30
362
0
360
57
345
Waddinxveen
62
80
54
122
38
144
42
131
Zuidplas
20
108
46
127
38
151
49
167
Totaal
221
792
300
1082
171
1345
294
1168
Formeel aanbod via Sagenn Halverwege 2021 is Sagenn als taalaanbieder van formele educatie gestart. In onderstaande tabel staan het aantal gestarte individuele trajecten per gemeente. Dit zijn met name NT2 trajecten. Bodegraven Reeuwijk Gouda Krimpenerwaard Waddinxveen Zuidplas Alle deelnemers
2021 12 53 26 9 16 116
2022 30 140 49 25 32 276
2023 33 225 34 38 55 385
2024 12 207 28 16 31 294
20
Subsidieregeling non-formele volwasseneneducatie regio Midden-Holland 2026-2028 Burgemeester en wethouders van Gouda; Gelezen het regioplan Naar een basisvaardige regio Midden-Holland 2026-2028 gelet op titel 4.2 de Algemene wet bestuursrecht en artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Gouda 2003; overwegende dat het gewenst is de deelname aan de maatschappij van volwassenen te bevorderen en dat het daartoe gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan het versterken van hun basisvaardigheden; overwegende dat de regiogemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas de wens hebben non-formele educatie te organiseren via deze regeling; besluiten vast te stellen de volgende regeling: Artikel 1. Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a.
ASV: Algemene subsidieverordening Gouda 2003;
b.
Basisvaardigheden: lezen, schrijven, luisteren en/of spreken van de Nederlandse taal, rekenen en digitale vaardigheden;
c.
Burgemeester en wethouders: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;
d.
Camouflage aanbod: non-formeel educatie aanbod dat zich richt op praktische, herkenbare thema’s zoals geldzaken, gezondheid, opvoeding of werk, waarbij de ontwikkeling van basisvaardigheden op een vanzelfsprekende manier wordt geïntegreerd. Het nodigt uit tot deelname zonder direct te focussen op het tekort aan basisvaardigheden.
e.
Doelgroep: inwoners van de regiogemeenten, die niet-inburgeringsplichtig zijn en ouder dan 18 jaar, die nog niet beschikken over maximaal taalniveau 2F en die hun basisvaardigheden willen verbeteren;
f.
Educatie: educatie gericht op de Nederlandse taal en rekenen, zoals omschreven in artikel 7.3.1., eerste lid, sub b tot en met f, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB);
g.
Eindtermen: de kennis en ervaring die deelnemers moeten hebben volgens de WEB en de Regeling eindtermen educatie 2013, artikel 2 Eindtermen, aan het einde van: o de opleidingen Nederlandse taal en rekenen, gericht op alfabetisering en op het ingangsniveau van het beroepsonderwijs; o de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II, die opleiden voor het diploma Nederlands als tweede taal, zoals bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal; o de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op beheersing van de Nederlandse taal op een basisniveau; o de opleidingen Nederlands als tweede taal, gericht op alfabetisering; o bij ministeriële regeling aan te wijzen andere opleidingen;
h.
Ervaringsdeskundige: iemand die op basis van persoonlijke en collectieve ervaringskennis in staat is deze kennis, in welke vorm dan ook, door te geven aan anderen;
i.
Incidentele subsidie: een eenmalige bijdrage voor non-formele educatie met een innovatief karakter;
1
j.
Informele educatie: volwasseneneducatie die (sociale) activering en verbinding tot doel heeft. Bij informeel educatie wordt niet toegewerkt naar de eindtermen van de Wet educatie en beroepsonderwijs en valt daarmee buiten deze regeling;
k.
Jaarlijkse subsidie: een bijdrage die per kalenderjaar aan een instelling voor een periode van steeds maximaal één jaar wordt verstrekt voor non-formele educatie;
l.
Kwaliteitskader: geeft aan welke bouwstenen aan de orde zijn in de uitvoering van de bevordering van basisvaardigheden en is van toepassing op de uitvoering van non-formeel aanbod onder verantwoordelijkheid van één of meerdere professionals, met inzet van vrijwilligers;
m.
Non-formele educatie: volwasseneneducatie die niet gericht is op een diploma of een certificaat, maar op delen van de eindtermen van de Wet educatie en beroepsonderwijs; hieronder valt ook camouflage aanbod;
n.
NT1-er: Volwassenen met Nederlands als moedertaal. Ze zijn vaak in Nederland geboren, zijn hier naar school geweest, maar zij hebben toch moeite met lezen, schrijven en/of rekenen;
o.
Qwasp: organisatie die voor de regio de impact meet, die leertrajecten hebben op sociale inclusie (de sociale deelname aan de samenleving);
p.
Regio: de regio Midden-Holland, bestaande uit de regiogemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas;
q.
Regioplan: Een document waarin de vijf regiogemeenten samen afspraken maken over de wijze waarop zij de taal-, reken- en digitale vaardigheden van inwoners willen verbeteren.
r.
WEB: de Wet educatie en beroepsonderwijs.
Artikel 2. Doel Het doel van deze subsidieregeling is om de doelgroep beter in staat te stellen mee te doen in de samenleving door het versterken van hun basisvaardigheden. Het gaat dan om het vinden of behouden van werk, meedoen door vrijwilligerswerk en/of zich redden met dagelijkse zaken, waarbij te denken valt aan de omgang met de huisarts, buren, scholen en de overheid. Artikel 3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen 1.
Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie voor de volgende activiteiten: a.
activiteiten gericht op het verzorgen van non-formeel educatieaanbod dat bijdraagt aan het verbeteren van de basisvaardigheden van volwassenen;
b.
activiteiten gericht op signalering, bewustwording en netwerkversterking rondom het thema lage basisvaardigheden, gericht op organisaties en professionals die in contact staan met de doelgroep.
2.
De activiteiten onder eerste lid, sub a, komen alleen in aanmerking voor subsidie indien aantoonbaar gemaakt wordt hoe de toeleiding van deelnemers naar het eigen non-formele educatie aanbod van de subsidieaanvrager is georganiseerd.
3.
In afwijking van artikel 11, eerste lid, sub a, van de ASV kunnen burgemeester en wethouders subsidie toekennen indien de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd niet (voornamelijk) is gericht op inwoners van Gouda. Deze regeling is ook van toepassing op activiteiten in de regiogemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas.
4.
Informele educatie (zoals Taalcafés en Taalkamers) valt buiten deze subsidieregeling.
Artikel 4. Indieningstermijn aanvraag 1. Volledige jaarlijkse subsidieaanvragen moeten uiterlijk 15 september van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, zijn ingediend. De aanvraag moet worden 2
ingediend via het zaaksysteem. Aanvragers van subsidie komen via een link op de webpagina van de gemeente bij het aanvraagformulier. 2. Volledige incidentele subsidieaanvragen moeten uiterlijk 10 weken voor aanvang van de activiteiten zijn ingediend. De aanvraag moet worden ingediend via het zaaksysteem. Aanvragers van subsidie komen via een link op de webpagina van de gemeente bij het aanvraagformulier. Artikel 5. Eisen aan de aanvrager Uitsluitend rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid en zonder winstoogmerk kunnen subsidie aanvragen. Het non-formele educatieaanbod wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van één of meerdere professionals, met inzet van vrijwilligers. Artikel 6. Eisen aan de aanvraag 1. 2.
3.
Een aanvraag wordt ingediend via een digitaal aanvraagformulier. Een aanvraag heeft slechts betrekking op één of meerdere van de in artikel 3, eerste lid, genoemde activiteiten. Een aanvraag voor activiteiten zoals omschreven in artikel 3 omvat in ieder geval de volgende elementen: a.
in welke regiogemeente(n) de activiteit plaatsvindt;
b.
een inhoudelijk activiteitenplan: omschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt gevraagd. Hierbij moet voor aanvragen onder artikel 3, eerste lid onder a zoveel mogelijk de aard, omvang (aantal verwachte deelnemers), specifieke doelgroep, plaats, frequentie en duur worden aangegeven, evenals de organisaties waarmee samengewerkt gaat worden; zoals verwoord in het kwaliteitskader non-formeel aanbod volwasseneneducatie;
c.
een gespecificeerde begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven. Uit de begroting blijkt duidelijk hoeveel subsidie de aanvrager verwacht nodig te hebben als onderdeel van de financiering voor het uitvoeren van de activiteiten; en is duidelijk hoe de prijsopbouw van de gevraagde subsidie is. Tevens laat aanvrager van een activiteit van artikel 3, eerste lid onder a ook zien dat de activiteiten deels gedekt worden door andere inkomsten (bijdrage in het lesgeld van deelnemers, inkomsten derden etc.);
d.
op welke delen van de eindtermen de activiteiten gericht zijn (geldt alleen voor aanvragen onder artikel 3, eerste lid onder a);
e.
hoe de te bereiken resultaten gemeten en zichtbaar worden gemaakt (geldt alleen voor aanvragen onder artikel 3, eerste lid onder a);
f.
hoe de organisatie ervoor zorgt dat de activiteit laagdrempelig en goed vindbaar is (geldt alleen voor aanvragen onder artikel 3, eerste lid onder a);
g.
hoe vrijwilligers betrokken zijn bij de activiteiten en welke scholing zij krijgen;
h.
hoe de organisatie en haar activiteiten bijdragen aan de doelstellingen en actielijnen van het regioplan.
Een aanvraag voor een incidentele subsidie bevat bovendien: a.
een omschrijving waaruit blijkt dat de activiteit innovatief is en aanvullend op het bestaande aanbod;
b.
een omschrijving op welke manier specifiek NT1-ers worden bereikt;
c.
een plan voor monitoring en evaluatie van de effecten van de activiteit.
4.
Als voor de eerste keer subsidie wordt aangevraagd, moeten geldige statuten en een uittreksel van de Kamer van Koophandel worden meegestuurd.
5.
Alle aanvragen die niet voldoen aan bovenstaande vereisten worden niet in behandeling genomen. 3
Artikel 7. Weigeringsgronden Naast de in artikel 11 van de ASV genoemde weigeringsgronden, beslissen burgemeester en wethouders afwijzend op de aanvraag als: a.
de aanvraag niet voldoet aan het doel van deze regeling;
b.
de aanvraag activiteiten omvat, die al op een andere manier gefinancierd worden;
c.
de aanvraag activiteiten omvat, die al door een andere organisatie (binnen één of meerdere regiogemeenten) worden vormgegeven, zodat er al een dekkend netwerk voor deze activiteiten bestaat;
d.
de aanvraag niet past binnen de subsidiabele activiteiten, zoals bedoeld in artikel 3;
e.
de aanvrager niet voldoet aan de begripsbepaling ‘aanvrager’, zoals bedoeld in artikel 5;
f.
het subsidieplafond wordt overschreden;
Artikel 8. Subsidieplafond 2.
Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks bij afzonderlijk besluit twee subsidieplafonds vast en maken dit bekend. Voor 2026 is het subsidieplafond voor jaarlijkse subsidie € 650.000,00 en voor incidentele subsidie € 50.000,00.
3.
Als een aanpassing van het subsidieplafond noodzakelijk is (omdat er minder budget is of andere prioriteiten worden gesteld), wordt een aangepast subsidieplafond vastgesteld en bekend gemaakt. Dit gebeurt in het jaar, voorafgaand aan het subsidiejaar. De portefeuillehouder van gemeente Gouda is hiervoor gemandateerd, mits er voldoende budget beschikbaar is. Een lager subsidieplafond kan gevolgen hebben voor zowel de toekenning als de hoogte van de te verlenen subsidies.
Artikel 9. Wijze van verdeling 1.
De verdeling van het budget beschikbaar voor jaarlijkse subsidies vindt over de verschillende gemeenten plaats met inachtneming van de verhouding van de door het Rijk aan de individuele gemeenten toegekende budgetten.
2.
Als alle jaarlijkse aanvragen voldoen aan de procedurele voorwaarden voor toewijzing én het totaalbedrag van de toekenningen overschrijdt het bedrag van het van toepassing zijnde subsidieplafond, dan vindt een onderlinge vergelijking van de aanvragen plaats. Daarbij wordt beoordeeld welke te subsidiëren activiteiten het meest bijdragen aan het doel van de subsidieregeling, zoals omschreven in artikel 2, en het beste voldoen aan de eisen aan de aanvraag, zoals omschreven in artikel 6.
3.
De verdeling van het budget beschikbaar voor incidentele subsidies vindt in de loop van het subsidiejaar plaats. Dit budget hoeft niet evenredig over de gemeenten verdeeld te zijn. De gemeenten beslissen in gezamenlijkheid over de ingediende aanvragen, het uiteindelijke mandaat voor toekenning ligt bij het college van de gemeente Gouda.
Artikel 10. Verplichtingen In aanvulling op hoofdstuk 4 van de ASV is de ontvanger van subsidies verplicht: a.
de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit waarvoor subsidie is ontvangen en deze uit te voeren conform het activiteitenplan. Indien er afwijkingen zijn, wordt de subsidieverstrekker hier ruim van tevoren over geïnformeerd
b.
actief deel te nemen aan het taalnetwerk, dat actief is in de betreffende regiogemeente waar de activiteit wordt uitgevoerd;
c.
tenminste éénmaal per jaar in gesprek te treden met de gemeente Gouda en de desbetreffende regiogemeente over de stand van zaken bij het uitvoeren van de activiteit. Dit gesprek vindt plaats 4
op basis van het kwaliteitskader en dient om waar nodig bij te sturen; d.
metingen uit te voeren over de vorderingen van de deelnemers voor de regionale impactmonitor. Daarnaast levert de subsidieontvanger informatie aan over aantallen deelnemers en uitkomsten via Qwasp. Dit lid geldt niet voor activiteiten, aangevraagd onder artikel 3, eerste lid onder b.
e.
aanwezig te zijn bij de jaarlijkse reflectiesessie van de regio Midden-Holland en daar kennis en inzichten over activiteiten en deelnemers bij te dragen. En van elkaar te leren over het werven van moeilijke bereikbare groepen, zoals NT1.
Artikel 11. Vaststelling 1. In afwijking van artikel 6 van de ASV moet de vaststellingsaanvraag voor jaarlijkse subsidies uiterlijk 1 maart van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidieverlening betrekking heeft gehad, zijn ingediend. 2. De vaststellingsaanvraag voor incidentele subsidie moet uiterlijk 12 weken na afloop van de activiteit worden ingediend. 3. De verantwoording moet worden ingediend op het vastgestelde verantwoordingsformulier. 4. In de vaststellingsaanvraag voor aanvragen onder artikel 3, eerste lid onder a levert de subsidieontvanger de volgende zaken aan: a. Hoeveel inwoners zijn er bereikt met de activiteit; b. Wat was de impact/resultaat van de activiteit op meedoen van de inwoners aan de samenleving; c. Hoe tevreden waren de deelnemers over de activiteit en de daardoor behaalde stijging in basisvaardigheid. d. Een rapportage met reflectie op de bouwstenen van het kwaliteitskader. 5. In de vaststellingaanvraag voor aanvragen onder artikel 3, eerste lid onder b levert de subsidieontvanger de volgende zaken aan: a. Het aantal en type bereikte organisaties en professionals; b. De aard van de activiteiten (zoals bijeenkomsten, trainingen, netwerkacties, bewustwordingscampagne); c. De bijdrage van deze activiteiten aan bewustwording over de behoeften van de doelgroep. Artikel 12. Slotbepalingen 1.