1.16 SV21-047 antw PvdA Kansongelijkheid - onderadvisering.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV21-047 Datum: 15 april 2021 Vraag art. 38 Indiener: Sandro Kovacic, PvdA Onderwerp: Kansongelijkheid: onderadvisering Toelichting Zaterdag 10 april stond het volgende artikel in de Volkskrant: “Is kansenongelijkheid in het onderwijs dan tóch geen typisch stadsprobleem?”. Dit artikel stelt dat kinderen van ouders met een kleiner jaarinkomen het risico lopen een lager schooladvies te krijgen dan uit hun eindtoets kwam. Nu blijkt dat zulke onderadvisering juist op het platteland vaker voorkomt. In reactie hierop hebben wij de situatie bekeken voor onze gemeente op Kansenkaart: Uit deze verkenning blijkt dat van alle leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Krimpenerwaard 10.9% een definitief schooladvies krijgt dat lager is dan het eindtoetsadvies. Verder blijkt dat van alle leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Krimpenerwaard en wiens ouders een hoog inkomen hebben, maar 7,6% een definitief schooladvies krijgt dat lager is dan het eindtoetsadvies. Daarentegen blijkt dat van alle leerlingen in groep 8 die opgroeiden in de gemeente Krimpenerwaard en wiens ouders een laag inkomen hebben, 15.6% een definitief schooladvies krijgt dat lager is dan het eindtoetsadvies. Ter vergelijking, in Gouda krijgt minder dan de helft bij ons (7,5%) van de leerlingen wiens ouders een laag inkomen hebben een onderadvies.
In Ouderkerk aan den IJssel en Krimpen aan de Lek blijkt zelfs één op de drie kinderen wiens ouders een laag inkomen hebben, te worden ondergeadviseerd. Uit de cijfers van Kansenkaart kan er dus gesteld worden dat kinderen van ouders met een laag inkomen in Krimpenerwaard ruim twee keer zo vaak worden ondergeadviseerd, dan kinderen wiens ouders een hoog inkomen hebben. Als je ouders een hoog inkomen hebben is de kans ook meer dan twee zo groot (20,6%) dat je VWO volgt, dan als je ouders een laag inkomen hebben (9%). Dit bevestigt dat het fenomeen ook speelt in de Krimpenerwaard. Het fenomeen dat kinderen van ouders met een laag inkomen veel meer worden ondergeadviseerd dan kinderen van ouders met een hoog inkomen. Dit is een mechanisme dat de ongelijkheid in onze samenleving versterkt en zou naar onze mening aangepakt moeten worden.
Vragen: 1. Over welke concrete informatie beschikt het college zelf omtrent onderadvisering in onze gemeente? 2. Is het college bekend met de cijfers zoals ze op Kansenkaart worden gepresenteerd? 3. Zo ja, is het college in gesprek met de verschillende schoolbesturen binnen Krimpenerwaard over dit fenomeen en over welke bijdrage de gemeente kan hebben om de situatie te verbeteren? Wat kan de rol van de gemeente zijn? Wat zijn de uitkomsten van de gesprekken? 4. Zo nee, is het college bereid het gesprek hierover aan te gaan met de verschillende schoolbesturen om na te gaan hoe deze situatie ontstaat en of de gemeente kan bijdragen
aan het voorkomen van (onevenredige) onderadvisering (van kinderen wiens ouders een laag inkomen hebben)? Hierbij de uitkomsten van de gesprekken terug te koppelen aan de raad. 5. Kan het college een overzicht presenteren van alle basisscholen in Krimpenerwaard waarin te zien is hoeveel leerlingen elke school heeft ondergeadviseerd? 6. Wat onderneemt het college in algemene zin om kansengelijkheid voor kinderen in onze gemeente te bevorderen? Bronnen: Kansenkaart. Geraadpleegd van: https://kansenkaart.nl Volkskrant (2021). Geraadpleegd van: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/iskansenongelijkheid-in-het-onderwijs-dan-toch-geen-typisch-stadsprobleem~be1c4135/ Antwoord college: 1. Het college is bekend met de volgende websites betr. onderadvisering: a. www.scholenopdekaart.nl De cijfers op deze website tonen cijfers per school en geven aan dat van de 26 scholen voor primair onderwijs binnen onze gemeente er 6 scholen zijn die scoren op onderadvisering in het eerste leerjaar, waaronder drie grote uitschieters. b. https://www.ocwincijfers.nl/onderwijs/dashboard-gelijke-kansen Deze website geeft landelijke cijfers en ontwikkelingen weer. 2. Het college was niet bekend met deze cijfers. 3. Het college is nog niet in gesprek met de verschillende schoolbesturen over dit onderwerp. 4.
Het college agendeert dit onderwerp voor het eerstvolgende overleg met de schoolbesturen (Op Overeenstemming Gericht Overleg) d.d. 30 juni 2021. Het college zal daarbij aandacht vragen voor dit probleem, achterliggende oorzaken en mogelijke aanpak. De uitkomsten van dit overleg worden teruggekoppeld naar de raad. 5. Zie bijlage. 6. Het bevorderen van kansengelijkheid in algemene zin komt terug op verschillende beleidsterreinen: a. Vanuit gezondheidsbeleid wordt lokaal uitvoering gegeven aan het programma Kansrijke start. Kansrijke Start is een landelijk actieprogramma waarin gemeenten en het Rijk samen met maatschappelijke partners werken aan een kansrijke start voor zoveel mogelijk kinderen. met lokaal extra aandacht voor minder draagkrachtige inwoners. Dit programma richt zich specifiek op de eerste 1000 dagen van een kind (duur van de zwangerschap plus de eerste twee levensjaren van het kind); b. Het onderwijsachterstandenbeleid 2018-2021, waarin ambities zijn gesteld met betrekking tot voor- en vroegschoolse educatie. Het doel van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid is om peuters met een (dreigende) leerachterstand ten gevolge van sociale, economische of culturele oorzaken, ook wel ‘doelgroepkinderen’ genoemd, beter voor te bereiden op de basisschool en ervoor te zorgen dat kleuters zonder dan wel zo klein mogelijke achterstand naar groep 3 kunnen.
Dit beleid richt zich dus m.n. op kinderen van 2 tot 6 jaar, en wordt in het huidige jaar geëvalueerd en er zal een nieuwe notitie met nieuwe ambities worden opgesteld, in samenwerking met kinderopvang, scholen, bibliotheek, jeugdgezondheidszorg en de aanbieder van Alert4you (Enver); c. In samenwerking met het onderwijs is in 2020 de Lokaal Educatieve Agenda opgesteld. Hierin is Gelijke kansen één van de inhoudelijke thema’s, en hierbij richten we ons op alle schoolgaande jeugd vanaf 4 jaar; d. Eén van de doelen in het recent vastgestelde Integraal beleidskader sociaal domein (IBK) is Meer kinderen maken een kansrijke start. Dit zien we breder dan het programma Kansrijke start, zoals hierboven genoemd onder 6b. In het IBK richten we ons bijvoorbeeld ook op een kansrijke start op de arbeidsmarkt. Tijdens de sessies voor de maatschappelijke agenda wordt met partners verder uitgewerkt wat we gaan doen om dit doel te bereiken.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
mr. R.S. Cazemier