1.15 SV22-020 Bijlage - Min BZK, Reactie op verzoek Pro Krimpenerwaard.pdf
Tekst van het document
Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag
Pro Krimpenerwaard T.a.v. de heer A. Struijs
Directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen / Directie Democratie & Bestuur
Ministerie van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties Turfmarkt 147
Den Haag Postbus 20011
2500 EA Den Haag
www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk
Contactpersoon
mr. C.M.H. (Cedric) van Horssen
Datum Betreft
3 MRT 2022
T 06-29234497
cedric.horssen@nninbzk.nl
Reactie op verzoek Pro Krimpenerwaard Kenmerk 2022-0000075848
Geachte heer Struijs,
Bij brief van 5 januari 2022 heeft u de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) op de hoogte gebracht van, en uw zienswijze gegeven over, de afgifte van omgevingsvergunningen voor het bouwen van een extra woning in het buitengebied van de gemeente Krimpenerwaard, de gemeente waar u raadslid bent. U heeft de minister van BZK daarbij verzocht het college van
burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard (hierna: het college) op te dragen per ommegaande uitvoering te geven aan de artikelen 169 en 180 van de Gemeentewet, betreffende de inlichtingenplicht. U rondt uw brief af met enkele inhoudelijke vragen.
De kern van uw schrijven komt neer op de concrete toepassing van de passieve
inlichtingenplicht zoals in de Gemeentewet neergelegd in artikel 169 lid 3, voor zover het om het college gaat of een van de leden van het college, en artikel 180 lid 3 voor zover het de burgemeester als eenhoofdig orgaan betreft. Nu uw
verzoek zich tot het college richt, beperk ik mij hierna tot de reikwijdte van artikel 169 lid 3 van de Gemeentewet. De strekking van die bepaling is evident, namelijk
dat het college aan de gemeenteraad alle gevraagde inlichtingen geeft, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Op voorhand is niet
duidelijk wat hier wel en niet onder valt. Het college heeft een eventueel beroep
op deze uitzonderingsgrond te onderbouwen. Nu de passieve inlichtingenplicht van fundamentele betekenis is voor de gemeenteraad om haar controlerende rol
invulling te kunnen geven, zai het college geen lichtvaardig beroep op deze uitzonderingsrond kunnen doen. Uiteindelijk beslist de raad (bij meerderheid) of het beroep op het openbaar belang wordt aanvaard. Dat is per definitie een politiek-bestuurlijke afweging. Om die reden en gegeven de autonome positie van gemeenten is het voor mij niet mogelijk om uw college of een lid daarvan op te dragen of en zo ja, hoe u en uw mederaadsleden geinformeerd moeten worden. In uw brief heeft u ook enkele specifieke vragen die de afgifte van
omgevingsvergunningen en woningbouw betreft. In algemene zin geldt dat hierbij de normen uit de Algemene wet bestuursrecht, bijzondere wetgeving
(bijvoorbeeld het ruimtelijk ordeningsrecht) en lokale regelgeving in acht moeten worden genomen. Het is in navolging op het voorgaande echter niet aan de Pagina 1 van 2
Directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen / Directie Democratie & Bestuur
Ministerie van Binnenlandse
minister van BZK om te toetsen of uw college of betrokken derden conform de
genoemde normen hebben gehandeld. Hiermee zou Ik op een oneigenlijke manier in de iokale politieke en juridische verhoudingen treden. Dat laat onverlet dat ons
Zaken en Koninkrijksrelaties Kenmerk
2022-0000075848
rechtssysteem betrokkenen in de gelegenheid stelt het optreden van uw college aan een rechterlijke instantie voor te leggen, mits wordt voldaan aan de daarvoor
geldende ontvankeiijkheidseisen. Zoais u zeif a! aangeeft in uw brief, is het zijn van belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht er daar een van.
Zoais ik hiervoor aangaf, is de weigering om inlichtingen te verstrekken een iokale politiek-bestuurlijke afweging en is het niet aan de minister van BZK om daar in te treden. Dat iaat onverlet dat u bijvoorbeeld met het presidium zou kunnen
bespreken dat u van mening bent dat u door het college niet juist geinformeerd bent. De informatieverschaffing aan een lid van de raad is immers van betekenis
voor de raad als geheel. Mogelijk is het ook raadzaam om (nogmaals) in gesprek te gaan met de burgemeester en/of de betrokken wethouder om te bezien of niet
alsnog aan uw verzoek kan worden voidaan. Wellicht dat het college (een deei van) de door u gevraagde informatie alsnog kan verschaffen zonder dat dit een
(te) zware belasting op het ambtelijk apparaat legt. Ik vertrouw erop dat ik u hiermee voldoende heb geinformeerd.
Een afschrlft van deze brief stuur ik aan de commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Hoiland, de heer Smit. Hoogachtend,
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Narrrer^s. deze.
.B.F. Kuijpers
Directeur-Generaal Bestuur kuimte en Wonen
Pagina 2 van 2