1.15 SV21-010 antw PK, Uitvoering van de Bijstandwet.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV21-010 Datum: 29 januari 2021 Vraag art. 38 Reglement van Orde Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: Uitvoering van de Bijstandwet
Toelichting: Het inkomen van het gezin samen is soms bepalend voor de bijstand. Hierop een paar uitzonderen: Kinderen tot 18 jaar mogen al het verdiende geld houden. Kinderen tot 21 jaar en schoolgaand/studerend mogen circa 1000 euro per jaar bijverdienen. Pro Krimpenerwaard vindt deze regeling zeer beperkend in de ontwikkeling van de kinderen, zij worden feitelijk gestimuleerd na hun 18e bijna niet meer te werken. Een totaal verkeerd uitgangspunt. Bovendien denken wij dat het uitbreiden van de verdien mogelijkheden van vooral de kinderen ouder dan 18e de maatschappij bijna niets kost. Pro Krimpenerwaard vindt dat: Schoolgaande of studerende kinderen gedurende de gehele schooltijd onbeperkt of desnoods een normaal maximum van circa 300 euro per maand zouden mogen bijverdienden. Kinderen die thuisblijven wonen en werken (er is nu geen woonruimte) zouden tot hun 30ste minimaal 300 euro per maand mogen verdienen en tenminste 50% over het meerdere mogen houden. C.q. de korting op de bijstand uitkering zou ook maximaal circa 500 euro mogen bedragen (een normaal maximale bijdrage aan de ouders voor thuiswonen). Het vermogen van de kinderen t/m 30 jaar zou geen onderdeel mogen zijn het toetsingsvermogen van de bijstand.
Dit alles om de kinderen te stimuleren om deel te nemen in het maatschappelijke verkeer en zich te kunnen ontwikkelen als werknemer alsook geld te kunnen opbouwen voor hun toekomst. Pro Krimpenerwaard denk dat een regeling als hierboven veel meer recht doet aan het eigenbeschikkingsrecht van de kinderen, zij hebben er niet voor gekozen te leven bij ouders die in de bijstand zitten, zij hebben ook recht om zich te mogen ontwikkelen.
Vragen: In verband met de komende discussie in de commissie hebben wij de volgende aanvullende vragen. 1. Hoeveel bijstandsuitkeringen aan gezinnen zijn er in onze gemeente totaal in 2019? 2. Hoeveel geld is uitgekeerd. 3. Hoeveel van de bijstandsgezinnen in 2019 hadden schoolgaande kinderen ouder dan 18? Om hoeveel kinderen gaat het? 4. Hoeveel van de bijstandsgezinnen in 2019 hadden niet schoolgaande kinderen ouder dan 18? Om hoeveel kinderen gaat het? 5. Hoeveel geld is er in 2019 gekort op de bijstandsuitkering i.v.m. bijverdiensten van schoolgaande kinderen? En hoeveel gezinnen en hoeveel kinderen betrof dat? 6. Hoeveel geld is er in 2019 gekort op de bijstandsuitkering i.v.m. inkomen niet schoolgaande thuiswonende kinderen jonger dan 30 jaar en hoeveel kinderen betrof dat? 7. Hoeveel hebben wij n.a.v. deze korting op de uitkeringen bespaard op de bijstand, en wat is het percentage van de totale bijstand? 8. Hoeveel hebben wij n.a.v. deze korting op de uitkeringen bespaard per schoolgaande jongere ouder dan 18 jaar? 9. Hoeveel hebben wij n.a.v. deze korting op de uitkeringen bespaard per thuiswonende niet schoolgaande jongere tussen de 18 en 30 jaar? 10. Hoeveel arbeidsuren heeft de gemeente in 2019 gestoken in het toezicht, de controle, de inhoudingen en gespreken hierover m.b.t.
het korten van de uitkering vanwege de inkomsten van inwonende kinderen tussen de 18 en 30 jaar? Antwoord college: 1. 122 huishoudens 2. € 92.067 3. Antwoord op vraag 3 en 4: De gegevens van inwonende kinderen ouder dan 18 jaar worden niet vastgelegd op grond van de Participatiewet, omdat zij formeel niet tot de bijstandspartij behoren. Ook is het op grond van de AVG en privacybescherming niet toegestaan deze gegevens te registeren. 4. Zie antwoord vraag 3. 5. De inkomsten van kinderen tot 18 jaar worden vrijgelaten. Deze worden niet gekort op de bijstandsuitkering. Dit geldt ook voor inkomsten van inwonende kinderen van 18 jaar of ouder, want zij horen niet tot de bijstandspartij. Daarnaast wordt de kostendelersnorm (lagere bijstandsuitkering) niet toegepast bij inwonende kinderen tot 21 jaar. De kostendelersnorm geldt vanaf 21 jaar en ouder. Er zijn uitzonderingsituaties, waarbij de kostendelersnorm niet van toepassing is. Een van de uitzonderingsituaties zijn studenten die studiefinanciering ontvangen. Inwonende studerende kinderen gelden dus ook niet mee voor de kostendelersnorm. 6. Wanneer een inwonend kind van 21 jaar of ouder stopt met studeren, wordt hij/zij als kostendeler aangemerkt en is de kostendelersnorm van toepassing. Van een inwonend kind van 21 jaar of ouder dat niet studeert, wordt verwacht dat hij/zij bijdraagt in de kosten van bewoning. 7.
Antwoord op vragen 7, 8 en 9: Er is geen sprake van een besparing. We houden geen rekening met de inkomsten van kinderen. De kostendelersnorm wordt alleen toegepast bij inwonende kinderen van 21 jaar of ouder die niet studeren. Van een inwonend kind van 21 jaar of ouder dat niet studeert, wordt verwacht dat hij/zij bijdraagt in de kosten van bewoning. 8. Zie antwoord vraag 7. 9. Zie antwoord vraag 7. 10. Er is geen indicatie te geven. Rechtmatigheidsonderzoeken, zoals het beoordelen van de kostendelersnorm, valt onder de reguliere werkzaamheden.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
mr. R.S. Cazemier