CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.15 RIB Herijking Gemeentefonds.pdf

Raadsvergadering 16 november 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF Raadsinformatiebrief over Rapport Herijking gemeentefonds Intern

VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR

de gemeenteraad

CC DATUM ONDERWERP

5 oktober 2021 Herijking Gemeentefonds

Beste meneer, mevrouw,

Bijlagen RIB: rapport BEA inzake herijking gemeentefonds

In september 2020 heeft onderzoeksbureau BEA op verzoek van de gemeenten in Midden-Holland (en de gemeente Meijerstad) een rapport vervaardigd over de herijking van het gemeentefonds. We hebben u daarover in een eerdere RIB bericht. Daarna is door onderzoeksbureau BEA een vervolgonderzoek uitgevoerd, toegespitst op het sociaal domein. Het rapport van dit vervolgonderzoek is recent door ons ontvangen. Het rapport gaat in hoofdlijnen in op de scheefheden en onlogische redeneringen van de voorstellen voor herijking. Er wordt geen voorstel gedaan om concreet andere maatstaven te hanteren. Dat zou het feitelijk, zakelijke karakter van dit rapport aantasten. Het zou een gevoel op kunnen wekken dat wij als regio naar onszelf hebben toegerekend terwijl de constateringen nu puur feitelijk zijn. Het college staat achter de uitkomsten van het rapport. Het rapport blijft echter eigendom van BEA en wordt met ons goedkeuren door hen aangeboden aan de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB), Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) aangeboden. In de bijlage achter deze raadsinformatienota worden kort de belangrijkste bevindingen opgesomd.

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

mr. R.S. Cazemier

/CONCEPT

Bijlage: voornaamste kritiekpunten van BEA op de voorstellen van BZK inzake de herijking van het gemeentefonds Het Bureau voor Economische Argumentatie (BEA) plaatste in zijn second opinion, forse kanttekeningen bij de toen bekende contouren van een centrumfunctie verdeelmodel voor het sociaal domein. De hoofdconclusie was dat weliswaar een aanzienlijke reductie wordt bereikt van het aantal verdeelmaatstaven, maar dat bij de uitlegbaarheid van het voorgestelde verdeelmodel, en met name de mate waarin verdeelmaatstaven de belangrijkste kostendrijvers weerspiegelen, vraagtekens kunnen worden geplaatst. De kritiek concentreerde zich op het grote gewicht van de maatstaf klantenpotentieel regionaal, inmiddels vervangen door de maatstaf centrumfunctie, in de verdeelmodellen voor de clusters Wmo, jeugdhulp en sociale basisvoorzieningen De Raad voor het openbaar bestuur (ROB) in zijn tussenbericht van 25 maart 2021 geconcludeerd dat het door BZK in februari 2021 gepubliceerde verdeelmodel voor het sociaal domein “contra-intuïtieve uitkomsten” bevat, die niet voldoende inhoudelijk worden toegelicht en onderbouwd maar slechts technisch geduid. De Raad concludeert dat “vooralsnog de systeemwereld de leefwereld (van gemeenten) niet goed lijkt te representeren”.

De Raad stelt met name vraagtekens bij het gebruik van de maatstaf regionaal klantenpotentieel, die volgens hem “vreemd aandoet”, gelet op het hiervoor benoemde gegeven dat er op het terrein van Wmo, jeugdhulp en sociale basis- voorzieningen geen sprake is van gebruik van (centrum-)voorzieningen door inwoners uit andere gemeenten dan waar deze voorzieningen aangeboden worden. Inmiddels heeft BZK een tweede versie gepubliceerd en voorgelegd aan de ROB voor advies. Ook in de nieuwe verdeling is ondanks deze kritiek toch een belangrijke rol weggelegd voor de centrumfunctie van gemeenten. BEA heeft in het voorliggende vervolgonderzoek bezien in welke mate het gebruik van de maatstaf centrumfunctie het effect versterkt dat qua inwonertal grotere gemeenten in het sociaal domein al aanzienlijk meer ontvangen per inwoner. De concrete kritische kanttekeningen die BEA plaatst zijn de volgende: 1. De keus om minder verdeelmaatstaven te gebruiken is begrijpelijk, maar lijkt te ver doorgeslagen. Het is wel eenvoudiger geworden, maar de effecten zijn niet goed uitlegbaar. Meer maatstaven leiden tot een betere uitleg, en waarschijnlijk ook tot acceptabeler verdeeleffecten. Dat geldt met name bij de WMO 2.

Het schrappen van het grootste deel van de vaste bedragen voor de G4-gemeenten en de Waddeneilanden is weliswaar een gebaar, maar heeft alleen optisch effect, omdat die vaste bedragen maar een heel klein deel van de gemeentefonds-bedragen voor het sociaal domein zijn. Het doet geen recht aan de verdeling van de uitkering naar de noodzakelijke kosten. 3. De maatstaf klantenpotentieel regionaal wordt vervangen door de maatstaf centrumfunctie. Dat heeft alleen in naam een effect, maar de gebrekkige relatie van deze maatstaf met de noodzakelijk te maken kosten blijft dat. Bij de WMO wordt een maatstaf eenpersoonshuishoudens ingevoerd. Deze houdt geen rekening met 4. studenten en ‘happy singles’ waardoor onlogische effecten worden bereikt. De maatstaf eenpersoonshuishoudens boven 75 jaar zou veel logischer zijn. 5. Er is geen maatstaf die de gezondheid van huishoudens weerspiegelt, terwijl die wel de kosten voor gemeenten in beeld zou brengen 6. Voor het cluster “Jeugd” wordt niet de maatstaf aantal jongeren als zwaarste genomen, maar de maatstaf huishoudens met laag inkomen. Ook bij Jeugd is de maatstaf centrumfunctie gehandhaafd en zelfs verhoogd, gecombineerd met een 7. negatieve maatstaf omgevingsadressendichtheid. Die combinatie is onlogisch en heeft bovendien geen effect. 8.

De maatstaf éénouderhuishoudens is niet gebruikt, terwijl deze wel degelijk een relatie heeft met een beroep op en de kosten van jeugdhulp 9. Voor het cluster “Sociale Basisvoorzieningen” geldt evenzeer dat de maatstaf centrumfunctie (of klantenpotentieel regionaal) onlogisch is. De onderbouwing blijft beperkt tot de ene zin: ”Het beeld dat pag. 2/3

stedelijke gemeenten meer kosten maken dan plattelandsgemeenten wordt breed onderschreven…” De wel degelijk mogelijke maatstaven (bijvoorbeeld niet-westerse migranten) worden niet gebruikt. 10. Vanwege de vele herindelingen zijn grote plattelandsgemeenten ontstaan. Deze maken veel kosten om al hun kernen te bedienen. Het gewicht van de hiervoor gebruikte maatstaf is veel te laag (1%).

pag. 3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=e25d3cd7-7d90-48cd-86ae-233cc8d5f684