CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.15 Bijlage - Memorandum afwikkeling mantelovereenkomst SVN.pdf

Raadsvergadering 14 juli 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college7.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memorandum afwikkeling mantelovereenkomst SVN Inleiding Dit memorandum is opgemaakt ten behoeve van de overleggen op bestuurlijk niveau die gevoerd worden tussen de gemeente Krimpenerwaard en SVN. In dit memorandum geeft de gemeente Krimpenerwaard allereerst een overzicht van de relevante bepalingen uit de mantelovereenkomst die tussen partijen is gesloten en door de gemeente is opgezegd. Verder zet de gemeente nader uiteen op welke gronden zij een vorderingsrecht heeft op SVN. Verkort weergegeven valt het vorderingsrecht van de gemeente uiteen in drie delen/ grondslagen: 1) Een bedrag van € 764.771,- (bestemmingsreserve), waarop de gemeente aanspraak kan maken op de navolgende gronden: a) De mantelovereenkomst an sich althans een uitleg van de mantelovereenkomst op grond van staande jurisprudentie; b) De aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid; 2) Een bedrag van € 722.080,- (herstel gebreken), waarop de gemeente aanspraak kan maken op de navolgende grond: a) De uitgevoerde schouw en de daaruit voortvloeiende conclusies in combinatie met de mantelovereenkomst (artikel 4); 3) Een bedrag van € 764.771,- (ongerechtvaardigde verrijking), waarop de gemeente aanspraak kan maken op de navolgende grond: a) De verstrekte subsidies kunnen worden bezien als overheidsopdracht, op grond waarvan het niet aanwenden van de daarmee gemoeide bedragen dient te worden bezien als

ongerechtvaardigde verrijking van SVN. Voorts doet de gemeente in dit memorandum een voorstel aan SVN ter finale beëindiging van het ontstane geschil. Tot slot geeft de gemeente in dit memorandum aan wat de gevolgen van de beëindiging van de mantelovereenkomst zijn voor de subsidierelatie tussen partijen. Relevante bepalingen uit de mantelovereenkomst De gemeente Nederlek (rechtsvoorganger van de gemeente Krimpenerwaard) heeft met de Stichting Servicepunt Verenigingen Nederlek (SVN) een mantelovereenkomst sportaccommodaties (hierna: de mantelovereenkomst) gesloten. Deze overeenkomst heeft betrekking op de verhuur, beheer en exploitatie van sportaccommodaties. De werkingssfeer van de overeenkomst is als volgt: De overeenkomst heeft betrekking op sportaccommodaties zoals opgenomen in het Accommodatieregister. Partijen kunnen gedurende de looptijd van deze Overeenkomst sportaccommodaties en voorzieningen toevoegen aan, en deel laten uitmaken van deze Overeenkomst. Afspraken over en mutaties in de Overeenkomst zijn geldig voor zover de betreffende bijlagen zijn voorzien van een datum en door Partijen zijn ondertekend.

De sportaccommodaties zullen door SVN op de onderstaande wijze worden beheerd: Beheer en exploitatie De Stichting beheert en exploiteert de accommodaties uit het Accommodatieregister conform het in deze overeenkomst bepaalde en met inachtneming van het actuele gemeentelijk sportbeleid.

1

en 1.De Stichting beheert en exploiteert de sportaccommodaties genoemd in bijlage 1 voor eigen rekening en risico. Meeen tegenvallers in beheer en exploitatie komen volledig ten goede aan en zijn voor rekening van de Stichting. De Gemeente draagt geen verantwoordelijkheid voor het beheer en de exploitatie van de accommodaties en is niet aansprakelijk voor de exploitatieresultaten van de accommodaties. 2.Het gebruiksplan vormt een onderdeel van deze Overeenkomst en is hier onlosmakelijk mee verbonden.

De looptijd van de overeenkomst was als volgt: 1.De Overeenkomst wordt aangegaan voor een periode van tien jaar, ingaande op 1 juli 2009 en eindigt derhalve op 30 juni 2019. 2.Opzegging vindt plaats door middel van een aangetekend schrijven uiterlijk één jaar voor de expiratiedatum. 3.Indien geen opzegging van de Overeenkomst plaatsvindt, treden Partijen uiterlijk één jaar voor de expiratiedatum in overleg over de voorwaarden voor verlenging van de Overeenkomst met minimaal vijf jaar. Bij overeenstemming over de voorwaarden waaronder de sportaccommodaties worden beheerd en geëxploiteerd kan telkens verlening plaatsvinden voor een aansluitende periode van minimaal vijf jaar.

Over beheer en instandhouding is het volgende opgenomen: 1.Het periodiek groot onderhoud en vervangingsinvesteringen worden door en voor rekening en risico van de Stichting uitgevoerd overeenkomstig een door Partijen vastgesteld meerjarenonderhoudsplan (MOP). Dit MOP is opgenomen in de bijlagen. 2.Jaarlijks zal door deskundigen van de Gemeente een onderhoudstechnische schouw worden uitgevoerd. Daarbij wordt nagegaan of het MOP correct is uitgevoerd. Partijen treden in overleg om vast te stellen of -gelet op de actuele onderhoudssituatie- het MOP, de onderhoudsplanning of de uitvoering bijgesteld moet worden. Dagelijks onderhoud 3.Het dagelijkse onderhoud en schoonhouden van de accommodaties wordt door en voor rekening en risico van de Stichting uitgevoerd. De Stichting is verantwoordelijke voor de sportspecifieke inrichting en draagt zorg voor reparaties en vervangingen. Niet nakomen verplichtingen 4.Indien de Stichting, enige op hem rustende verplichting, niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, kan de Gemeente deze verplichting op kosten van de Stichting laten uitvoeren.

De Stichting kan geen aanspraak maken op enige vergoeding op geleden schade als gevolge van het uitvoeren van enige werkzaamheid door de Gemeente als gevolg van niet tijdige of niet behoorlijke nakoming door de Stichting 5.De Gemeente geeft bij aangetekende brief kennis aan de Stichting van zijn voornemen gebruik te maken van de bevoegdheid om deze verplichting op kosten van de Stichting uit te voeren. De Gemeente verstrekt bij de kennisgeving een bijlage met:  specificaties van vermoedelijke kosten die met de uitvoering gemoeid zijn;  ingebrekestelling over de verzuimde verplichting of de strijdige verrichtingen;  aanmaning om aan één en ander alsnog binnen een redelijke termijn te voldoen. 6.De Gemeente is na kennisgeving en ingebrekestelling, na verloop van de in artikel 4.5 genoemde termijn, bevoegd tot de uitvoering namens de Stichting. De Gemeente is onder dezelfde voorwaarden bevoegd om op kosten van de Stichting ongedaan te maken, wat door de Stichting is uitgevoerd en in strijd is met de verplichtingen. 7.Onverminderd de verplichting tot vergoeding van andere door de Gemeente geleden schade als gevolg van de nalatigheid van de Stichting, is de Stichting verplicht op eerste aanzegging de Gemeente de kosten die gemoeid zijn geweest met het herstel te voldoen. De Gemeente specificeert de opgaaf van die kosten bij een aanzegging.

Over de door de gemeente te verstrekken bijdrage is het volgende opgenomen: Bijdrage 4.De Gemeente verstrekt jaarlijks een bijdrage in de exploitatiekosten. Op deze bijdrage zijn de verplichtingen en rechtsbescherming voortvloeiend uit de Subsidieverordening lokaal sociaal beleid gemeente Nederlek en de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. De subsidiebeschikking is opgenomen als bijlage bij de overeenkomst. 5.De bijdrage in de exploitatiekosten, peildatum 2011, wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van CPI alle huishoudens zoals gepubliceerd door het CBS. De eerste indexering vindt plaats in januari 2012, vervolgens jaarlijks.

2

6.De betaling van de bijdrage in de exploitatiekosten vindt plaats in vier gelijke termijnen aan de Stichting, te weten:  eerste week van januari;  eerste week van april;  eerste week van juli;  eerste week van oktober. 7.De bijdrage in de exploitatiekosten is bestemd voor het beheer, de exploitatie het onderhoud en de vervangingsinvesteringen. Middelen ten behoeve van het groot onderhoud en voor vervangingsinvesteringen worden door Partijen gereserveerd op een kwaliteitsrekening. Rentebaten en rentelasten komen ten gunste en ten laste van de kwaliteitsrekening en bijgevolg ten gunste en ten laste van de reserveringen.

Opzegging mantelovereenkomst In de eerste plaats is van belang de beëindiging van de mantelovereenkomst. De mantelovereenkomst duurde tot 30 juni 2019 en er is geen verlenging overeengekomen. Gesteld zou kunnen worden dat partijen door te handelen alsof er nog een overeenkomst was de overeenkomst hebben laten voortduren voor onbepaalde tijd. Het college heeft verschillende redenen geuit om de mantelovereenkomst te beëindigen, namelijk:

3

Ervan uitgaande dat de mantelovereenkomst voor onbepaalde tijd is voortgezet is relevant het arrest van de Hoge Raad van 2 februari 2018.1 Uit genoemd arrest vloeien de volgende hoofdlijnen voor opzegging van duurovereenkomsten voort: 1. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. 2. Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. 3. Op grond van artikel 6:248 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat (a) opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat, en/of (b) een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen, en/of (c) de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een schadevergoeding. 4. Het is mogelijk dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar is, maar ook dan kan een beroep worden gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 lid 2 BW en/of op de wijziging van de overeenkomst wegens onvoorziene omstandigheden van artikel 6:258 BW. 5.

Ook als de wet of een duurovereenkomst wel voorziet in een regeling van de opzegging, kan de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 lid 1 BW ertoe leiden dat aan de opzegging nadere eisen worden gesteld. 6. Verder kan een beroep op een uit de wet of een overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen op grond van artikel 6:248 lid 2 BW onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. Gezien de voorgaande uitgangspunten heeft te gelden dat noch wet noch overeenkomst hebben voorzien in een regeling van de opzegging. Dit heeft tot gevolg dat de (mantel) overeenkomst opzegbaar is. Gezien de toepasselijke redelijkheid en billijkheid heeft de gemeente de opzegging voorzien van diverse zwaarwegende gronden. Verder heeft de gemeente een redelijke opzegtermijn in acht genomen. De gemeente heeft de mantelovereenkomst dus opgezegd overeenkomstig de jurisprudentie.

1 HR 2 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:141.

4

Afwikkeling mantelovereenkomst Gezien de opzegging van de mantelovereenkomst dienen partijen tot afwikkeling van de contractuele relatie over te gaan. Ten dele zijn partijen reeds tot afwikkeling overgegaan. Partijen zijn overeengekomen dat per 1 januari 2021 de sportcomplexen aangaande VV Lekkerkerk en VV Dilettant zouden terugvallen in het beheer van de gemeente. Verder dienen partijen de financiële afwikkeling te laten plaatsvinden. In het navolgende zal de gemeente haar vorderingsrechten op SVN nader onderbouwen. Vorderingsrecht ten aanzien van bestemmingsreserve Uit het als bijlage 1 aan dit memorandum gehechte overzicht blijkt dat de gemeente haar vorderingsrecht op SVN enerzijds stoelt op de jaarrekeningen van SVN. Het bedrag waar de gemeente aanspraak op maakt betreft de reserves die betrekking hebben op de twee voetbalcomplexen. Dit bedraagt per 31 december 2020 € 764.771,- (€ 683.039 per 31 december 2019 vermeerderd met de storting van € 81.732 over 2020 volgens het MJOP). Deze bestemmingsreserve is tot stand gekomen door de subsidiebijdragen van de gemeente en de gebruikersvergoeding van de voetbalverenigingen en is bestemd voor het (groot) onderhoud en vervangingsinvesteringen aan de sportcomplexen aangaande VV Lekkerkerk en VV Dilettant. Nu opzegging van de mantelovereenkomst heeft plaatsgevonden zal SVN het (groot) onderhoud niet meer (laten) uitvoeren.

De gelden die SVN hiervoor heeft bestemd (en door de gemeente zijn voldaan) dienen aan de gemeente te worden geretourneerd, zodat de gemeente het (groot) onderhoud en de nodige vervangingsinvesteringen kan laten plaatsvinden. Relevante delen mantelovereenkomst Ten aanzien van het vorderingsrecht van de gemeente is allereerst relevant het gestelde in de aanhef van de mantelovereenkomst. In de aanhef van de mantelovereenkomst staat het volgende: a.de gemeente Nederlek regie voert met betrekking tot de sportaccommodaties en deze regie voert op het niveau van eigendom, beleid, verhuur, beheer, exploitatie en continuïteit van de sportaccommodaties; b.de gemeente -onder nadere voorwaarden met betrekking tot deze regie- de sportaccommodaties wenst te laten beheren en exploiteren door een professionele private partij; c.de gemeente het beheer en exploitatie van de accommodaties overdraagt aan de Stichting zodat SVN sport en recreatie kan ontwikkelen voor de lokale bevolking; d.Partijen hiervoor deze Overeenkomst sluiten om het overdragen van beheer en exploitatietaken door te voeren;

In artikel 4 van de mantelovereenkomst staat het volgende: 1.Het periodiek groot onderhoud en vervangingsinvesteringen worden door en voor rekening en risico van de Stichting uitgevoerd overeenkomstig een door Partijen vastgesteld meerjarenonderhoudsplan (MOP). Dit MOP is opgenomen in de bijlagen. 2.Jaarlijks zal door deskundigen van de Gemeente een onderhoudstechnische schouw worden uitgevoerd. Daarbij wordt nagegaan of het MOP correct is uitgevoerd. Partijen treden in overleg om vast te stellen of -gelet op de actuele onderhoudssituatie- het MOP, de onderhoudsplanning of de uitvoering bijgesteld moet worden. Dagelijks onderhoud 3.Het dagelijkse onderhoud en schoonhouden van de accommodaties wordt door en voor rekening en risico van de Stichting uitgevoerd. De Stichting is verantwoordelijke voor de sportspecifieke inrichting en draagt zorg voor reparaties en vervangingen.

In artikel 6 van de mantelovereenkomst staat verder: De Gemeente verstrekt jaarlijks een bijdrage in de exploitatiekosten. Op deze bijdrage zijn de verplichtingen en rechtsbescherming voortvloeiend uit de Subsidieverordening lokaal sociaal beleid gemeente Nederlek en de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. De subsidiebeschikking is opgenomen als bijlage bij de overeenkomst. (…) De bijdrage in de exploitatiekosten is bestemd voor het beheer, de exploitatie het onderhoud en de vervangingsinvesteringen. Middelen ten behoeve van het groot onderhoud en voor vervangingsinvesteringen worden door Partijen gereserveerd op een kwaliteitsrekening. Rentebaten en rentelasten komen ten gunste en ten laste van de kwaliteitsrekening en bijgevolg ten gunste en ten laste van de reserveringen.

5

Juridisch kader uitleg van de mantelovereenkomst De Haviltex-formule vormt de kern van het leerstuk van de uitleg van overeenkomsten. Bij de uitleg van een contractuele bepaling komt het niet aan op een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van het contract. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.2 Het achterhalen van de subjectieve gemeenschappelijke partijbedoeling zoals die zich door uitwendige verklaringen en gedragingen heeft geopenbaard staat bij uitleg voorop. Is het niet mogelijk een dergelijke gemeenschappelijke bedoeling te achterhalen of wordt die niet gesteld, dan dient de rechter een objectieve uitleg toe te passen.

Dat wil zeggen dat de rechter een, gelet op de omstandigheden, redelijke uitleg vaststelt op basis van objectieve gronden.3 De subjectieve gemeenschappelijke partijbedoeling gaat dus voor, zelfs al zou die bedoeling strijdig zijn met de bewoordingen van het contract.4 Indien een partij gemotiveerd een gemeenschappelijke partijbedoeling stelt en een ter zake dienend bewijsaanbod doet, dan mag de rechter het bewijsaanbod niet passeren bij gebrek aan belang omdat de rechter op grond van de tekst of anderszins reeds de betekenis van de desbetreffende bepaling heeft vastgesteld.5 Voor de uitleg van bepalingen in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao) hanteert de Hoge Raad een aparte uitleg-maatstaf: de cao-norm. Aan een bepaling van een cao moet een uitleg naar objectieve maatstaven worden gegeven, waarbij in beginsel de bewoordingen van die bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de cao, van doorslaggevende betekenis zijn. Het komt dus niet aan op de subjectieve bedoelingen van de partijen die de cao tot stand hebben gebracht, voor zover deze bedoelingen niet uit de in de cao opgenomen bepalingen kenbaar zijn. Individuele werknemers en veelal ook werkgevers zijn niet betrokken bij de totstandkoming van een cao. Zij hebben derhalve geen invloed op de inhoud of formulering van bepalingen in een cao.

Leidend is daarom de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de cao is gesteld. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de bewoordingen van een eventueel bij de cao behorende toelichting en de elders in de cao gebruikte formuleringen en de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden.6 Zoals uit het arrest DSM/Fox volgt, bestaat tussen de Haviltex-norm en de cao-norm geen tegenstelling, maar een vloeiende overgang. Beide normen hebben een gemeenschappelijke grondslag, ook wel de metanorm genoemd.7 De metanorm houdt in dat telkens alle omstandigheden van het concrete geval van beslissende betekenis zijn, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid met zich brengen. Voor de werkbaarheid in de praktijk en de toetsbaarheid in cassatie, heeft de Hoge Raad deze vage norm uitgewerkt voor in het maatschappelijk verkeer vaak voorkomende gevallen.8 De Hoge Raad heeft dus met de Haviltex- en cao-norm niet beoogd aparte losstaande categorieën te creëren, maar slechts hulpmiddelen bij toepassing van de gemeenschappelijke norm.9 2 HR 13 maart 1981, NJ 1981/635 (Ermes/Haviltex). 3 R.P.J.L. Tjittes, Commercieel Contractenrecht. Deel I, Den Haag: Bju 2018,

p. 264. 4 HR 1 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA8721, NJ 2001/196 (Bruin/NVC). 5 HR 10 augustus 1989, ECLI:NL:HR:1989:AC1562, NJ 1989/825 (Boek-horst/Ikazia), HR 10 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1669, NJ 1995/550 (Vlooienmarkt/De Kring), HR 29 oktober 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA1484, NJ 1999/823 (Ekkersrijt/De Rooij) en HR 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9430, NJ 2001/199 (Steinbusch/ Van Alphen). 6 HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2687, NJ 2017/114 (FNV/Condor) waarin de Hoge Raad zijn vaste jurisprudentie over de cao-norm samenvat. 7 P.S. Bakker, ‘Uitleg van overeenkomst sinds Lundiform/Mexx’, ORP 2017/167, p. 21. 8 HR 20 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (DSM/Fox). 9 M. Kroeze, ‘Beeldende taal’, RMThemis 2017, p. 94.

6

De cao-norm leidt bijvoorbeeld net zo min als de Haviltex-norm tot een louter taalkundige uitleg. De taalkundige betekenis van de gebruikte bewoordingen zal in praktisch opzicht vaak wel van groot belang zijn bij de uitleg daarvan.10 Daarnaast kunnen ook bij toepassing van de Haviltexnorm omstandigheden aanwezig zijn die nopen tot een meer objectieve uitleg, bijvoorbeeld in geval van commerciële overeenkomsten.11 Een ander voorbeeld van een meer objectieve uitleg binnen de Haviltex-norm is de bijzondere uitlegregel voor bedingen die de overdraagbaarheid van vorderingen uitsluiten of verbieden zoals neergelegd in het arrest Coface/Intergamma.12 In het arrest Meyer Europe/Pontmeyer aanvaardde de Hoge Raad dat de rechter bij de uitleg van een commerciële overeenkomst onder omstandigheden als uitgangspunt (behoudens tegenbewijs) beslissend gewicht toe mag kennen aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de gebruikte bewoordingen, gelezen in het licht van de overige, voor de uitleg relevante bepalingen van het contract. In Meyer Europe/Pontmeyer achtte het gerechtshof doorslaggevend dat het ging om (i) een commerciële overeenkomst, (ii) met een aanzienlijke omvang en mate van detail, (iii) gesloten tussen professionele partijen, en (iv) waarin een zogenoemde entire agreement clause was opgenomen.

De Hoge Raad sauveerde het oordeel van het hof.13 In het arrest Derksen/Homburg oordeelde de Hoge Raad dat het de rechter vrij stond in de gegeven omstandigheden tot een voorshands taalkundige uitleg te komen. Het betrof in dat geval een commerciële overeenkomst waarbij partijen zich hadden laten bijstaan door (juridisch) deskundige adviseurs.14 Indien uit de omstandigheden van het geval blijkt dat partijen bijzondere aandacht hebben geschonken aan de formulering van de bepalingen in de overeenkomst, dan ligt het ook voor de hand groot gewicht toe te kennen aan de taalkundige betekenis van de bewoordingen, zo lijkt de gedachte van de Hoge Raad te zijn.15 De rechter mag echter niet zonder meer groot gewicht toekennen aan de taalkundige betekenis van een bepaling indien het een commercieel contract betreft gesloten tussen professionele partijen. Dit volgt uit het arrest Lundiform/ Mexx. Indien een partij namelijk gemotiveerd stelt dat er omstandigheden zijn die erop wijzen dat partijen juist geen bijzondere aandacht hebben geschonken aan de formulering van een bepaling en dus minder belang aan de tekst moet worden gehecht, mag de rechter aan die stellingen niet ongemotiveerd voorbijgaan.

Er moet derhalve een reden zijn om groot gewicht toe te kennen aan de tekst en de rechter moet dat motiveren.16 Tot slot kunnen andere omstandigheden meebrengen dat ook in gevallen waarin groot gewicht toekomt aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen, tóch een andere (dan de taalkundige) betekenis moet worden toegekend aan een bepaling. Beslissend blijft immers de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepaling 10 HR 20 februari 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO1427, NJ 2005/493 (DSM/Fox). 11 Een uitleg naar objectieve maatstaven met toepassing van de Haviltex-norm wordt in de

literatuur wel aangeduid als de geobjectiveerde Haviltex-norm, zie R.P.J.L. Tjittes, Commercieel Contractenrecht. Deel I, Den Haag: Bju 2018, p. 274 e.v. en W.L. Valk, Uitleg van rechtshandelingen. Preadvies Nederlandse Vereniging voor Burgerlijk Recht, Zutphen: Paris 2016, par. 2.2.3. 12 HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682 (Coface/Intergamma). Zie nader over deze uitlegregel M.S. Breeman en S. Houdijk, ‘Coface/Intergamma en onoverdraagbaarheidsbedingen: HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682’, MvV 2014-6. 13 HR 19 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3178, (Pontmeyer) 14 HR 29 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA4909, NJ 2007/576 (Derksen/Homburg).

16 M.S. Breeman, Voorshands taalkundig uitleggen van overeenkomsten, oktober 2020,

Tijdschrift overeenkomst in de rechtspraktijk.

7

mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Toepassing normen voor uitleg van een overeenkomst op de mantelovereenkomst De gemeente stelt dat de bestemmingsreserve van € 764.771,- (zijnde het deel van de bestemmingsreserve bestemd voor de twee voetbalcomplexen) aan haar toe dient te komen. In de mantelovereenkomst is niet expliciet opgenomen dat bij het einde van de mantelovereenkomst de bestemmingsreserve door SVN aan de gemeente dient te worden voldaan. Aangezien dit niet expliciet is opgenomen dient de mantelovereenkomst te worden uitgelegd. Bij de uitleg van de mantelovereenkomst is allereerst van belang de aanhef van deze mantelovereenkomst. Daarin staat dat de gemeente Nederlek (thans Krimpenerwaard) regie wenst te voeren op het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties. Aan SVN werd het beheer en de exploitatie van de sportaccommodaties overgedragen, zodat zij sport en recreatie kan ontwikkelen voor de bevolking. Vervolgens is opgenomen dat groot onderhoud en vervangingsinvesteringen door en voor rekening en risico van SVN uitgevoerd worden overeenkomstig een door Partijen vastgesteld meerjarenonderhoudsplan. Tot slot is opgenomen dat de gemeente jaarlijks een bijdrage aan SVN zal verstrekken.

De bijdrage in de exploitatiekosten is bestemd voor het beheer, de exploitatie het onderhoud en de vervangingsinvesteringen. Middelen ten behoeve van het groot onderhoud en voor vervangingsinvesteringen worden door Partijen gereserveerd op een kwaliteitsrekening. Vervolgens komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Doel van de mantelovereenkomst was een deugdelijk beheer en onderhoud van de onder de mantelovereenkomst vallende sportaccommodaties. SVN diende het daadwerkelijke beheer en onderhoud te (laten) plaatsvinden. De gemeente zou hiertoe jaarlijks een bijdrage verstrekken. Het doel en de strekking van de mantelovereenkomst was derhalve niet dat SVN bij het einde van de mantelovereenkomst de gereserveerde gelden kon aanwenden voor andere doeleinden dan beheer en onderhoud van de accommodaties die vallen onder de werking van de mantelovereenkomst of dat SVN zelf (bij uitsluiting) zeggenschap zou hebben en houden over de besteding van de gelden.

Dat de gelden niet buiten het beheer van de gemeente dienden te worden gebracht – en niet door SVN naar eigen inzicht konden worden aangewend – blijkt ook uit de bepaling, waarin staat dat middelen voor groot onderhoud en voor vervangingsinvesteringen door partijen zouden worden gereserveerd op een kwaliteitsrekening. Een kwaliteitsrekening is immers een rekening waarop gelden van derden worden gestort die worden beheerd door een onafhankelijke derde. Een en ander staat eveneens in het raadsvoorstel Onderhoud sportparken SVN (gemeente Nederlek, 20100816 47):

De gelden voor groot onderhoud en voor vervangingsinvesteringen dienden binnen de door de gemeente aan zichzelf toegedachte regierol te worden aangewend en kunnen niet door SVN naar eigen inzicht worden aangewend. Door de gelden buiten het bereik van de gemeente te

8

brengen en deze gelden niet aan te wenden voor het toegedachte doel – onderhoud en vervangingsinvesteringen aan/bij de sportaccommodaties – pleegt SVN een wanprestatie. Redelijkheid en billijkheid Vervolgens heeft – subsidiair – nog het volgende te gelden. In het verbintenissenrecht is naast wet, gewoonte en rechtshandeling ook ongeschreven objectief recht — redelijkheid en billijkheid — bron van rechten en verplichtingen. Redelijkheid en billijkheid kunnen de andere bronnen aanvullen. Bij de vraag wat redelijkheid en billijkheid meebrengen, moet rekening worden gehouden met algemeen erkende rechtsbeginselen, in Nederland levende rechtsovertuigingen en de maatschappelijke en persoonlijke belangen, die bij het gegeven geval zijn betrokken (art. 3:12 BW). Redelijkheid en billijkheid kunnen voor schuldeiser en schuldenaar bijkomende rechten en verplichtingen meebrengen, die niet onmiddellijk uit wet of rechtshandeling voortvloeien. Uit de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid vloeien in het algemeen gewone (civiele) verbintenissen voort. Het niet-nakomen van een dergelijke verbintenis geeft de schuldeiser dezelfde bevoegdheden als in andere gevallen van niet-nakoming van een verbintenis.

De gemeente meent dat eveneens uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat SVN tot betaling van de bestemmingsreserve van € 764.771,- (zijnde het deel van de bestemmingsreserve dat ziet op de twee voetbalaccommodaties) aan haar dient over te gaan. Evident is dat de maatschappelijke belangen van de gemeente bij terugbetaling groot zijn. Immers, de genoemde gelden zijn bestemd voor groot onderhoud aan de sportaccommodaties. Indien de gelden hiervoor niet worden aangewend zullen elders binnen de gemeentebegroting hiervoor gelden moeten worden gevonden. Het is namelijk niet acceptabel of verantwoord om het onderhoud en de vervangingsinvesteringen niet te laten plaatsvinden. Als SVN de gelden niet aan de gemeente voldoet zullen de inwoners van de gemeente - de facto - tweemaal betalen voor het onderhoud en de vervangingsinvesteringen. Voor de gemeente is dit niet acceptabel. Vorderingsrecht ten aanzien van de geconstateerde gebreken Uit het als bijlage 2 aan dit memorandum gehechte rapport van de uitgevoerde schouw mag blijken dat de gemeente eveneens een vorderingsrecht ontleent aan de tekortkomingen van SVN met betrekking tot het uitgevoerde onderhoud aan de accommodaties in combinatie met de relevante bepalingen uit de mantelovereenkomst.

In het rapport van de schouw staat – onder andere, en derhalve niet limitatief – het navolgende17: Tijdens de inspectie van de buitenruimte zijn, met uitzondering van de twee kunstgrasvelden, geen grote gebreken geconstateerd die aanleiding geven tot algehele vervanging. Wel is achterstallig onderhoud geconstateerd op verschillende elementen, onderstaand is dit per sportcomplex beschreven. Daarnaast zijn de conclusies van de schouw van de gebouwen beschreven. In bijlage 2 is het onderliggende rapport weergegeven, uitgevoerd door ASBO. Sportpark Tiendweg Krimpen aan de Lek (V.V. Dilettant) 5.1.1. Buitenruimte Over het algemeen verkeren de velden van het sportpark in goede staat. Echter is de kunstgrasmat van veld 2 visueel ‘versleten’ en geadviseerd wordt de kunstgrasmat te vervangen. Volgens de metingen van ISA-sport voldoet het veld ook sporttechnisch niet aan de gebruikersnorm. Op het sportpark is achterstallig onderhoud van de velden geconstateerd, onderstaand een opsomming: Veld 1 - natuurgrasveld Verzakking van het leunhekwerk op vier plaatsen; 17 Zie de bladzijden 14 tot en met 17 van het als bijlage 2 aangehechte rapport

9

Zonken in het veld (voormalige sloten); Schade aan dug-outs. Veld 2 – kunstgrasveld Renovatie kunstgrasmat; Scheefstand ballenvangers. Veld 3 – natuurgrasveld Deel van de ballenvanger langs de sloot is ernstig verzakt. Geadviseerd wordt de gebreken aan de leunhekwerken, ballenvangers en dug-outs van de natuurgrasvelden te herstellen. Daarnaast is het verstandig dat bij vervanging van de kunstgrasmat ook gericht gekeken wordt naar de kwaliteit en levensduur van sporttechnische inrichtingselementen en eventueel gelijktijdig te vervangen. 5.1.2. Gebouwen Het clubgebouw met kleedruimten van het sportcomplex aan de Tiendweg verkeert in goede staat. Er zijn een klein aantal gebruiksschades aanwezig in combinatie met een aantal onderhoudsgebreken. Echter zijn deze beperkt door het gebruik duurzame materialen in het ontwerp. Gezien het bouwjaar (2009) komen een groot aantal E-installaties binnen 5 jaar in aanmerking voor integrale vervanging op basis van hun leeftijd. De meeste E- en regelinstallaties kennen een theoretisch technische levensduur van 10 tot 15 jaar. We adviseren vervangingen van de bovengenoemde installaties in te plannen in een 5-jaren uitvoeringsplan.

Er is achterstallig onderhoud geconstateerd aan de volgende elementen: Het pre-paint afwerksysteem van de aluminium vliesgevels, kozijnen en deuren is verpoederd en dof geworden; Er zijn diverse gebruiks-/mechanische schades vastgesteld bij de toegangsdeuren; De epoxy vloeren zijn vaak onthecht bij de opgaande plinten in de douches; Het buitenschilderwerk op hout is met name aan de weersbelaste zijden plaatselijk onderhevig aan barsten. Met name de onderdorpels van de kozijnen op deze manier beschadigd. Daarnaast is het schilderwerk van de windveren minder goed door beperkte dekking en verwering; De dakbedekking onder de betontegels van de tribunes is licht vervuild. Een tegeldrager is stuk; Er zijn leksporen zichtbaar onder de tribune. Het is onbekend of de lekkage nog actief is; Het gevelmetselwerk is vervuild door mineralen/zouten uittreding uit het voegwerk en de steen. Daarnaast is naast de tribune mos aangroei aanwezig; Een aantal afdichtingen van de gaten van de afstandhouders in de betonnen tribune elementen zijn los geraakt; De windveren zijn op de kop licht beschadigd als gevolg van de gebreken aan het schilderwerk; Er is een scheur in het vliesbehang in de scheidsrechterruimte aanwezig; Er is schimmelvorming in een van de grotere kleedruimten aanwezig.

Daarnaast is een lamp stuk in deze ruimte; Het kitwerk van het sanitair is op een aantal plaatsen gescheurd en licht beschimmeld; De betontegels onder de tribune zijn licht verzakt. Deze locatie kan nog circa 15 jaar functioneren zonder grootschalige ingrepen. We adviseren de onderhoudshandelingen die zijn voorgesteld in de conditiemeting te laten uitvoeren om de aanwezige gebreken te herstellen en om versnelde degradatie te voorkomen. Sportpark Tiendweg West (V.V. Lekkerkerk en JBV Nederlek) 5.2.1. Buitenruimte Over het algemeen verkeren de velden van het sportpark in goede staat. Kunstgrasveld 2 is in 2009 aangelegd en is visueel ‘versleten’. Volgens de metingen van ISA-sport voldoet het veld nog wel aan de gebruikersnorm. Echter is de keuring van ISA-sport betreft een momentopname. Op het moment dat het veld goedgekeurd is, wordt een certificaat afgegeven door de KNVB voor de periode van 2 jaar. Na twee jaar moet opnieuw een keuring plaatsvinden. Echter als blijkt dat de gebruiker klachten heeft over het veld (om wat voor reden dan ook) zal het veld opnieuw gekeurd moeten worden en kan de KNVB in het uiterste geval het certificaat intrekken. Voor de twee kunstgrasvelden is achterstallig onderhoud geconstateerd, onderstaand een opsomming: Veld 1 - kunstgrasveld De vezels van het kunstgrasveld liggen plat.

10

Veld 2 - kunstgrasveld Scheefstand ballenvangers. Geadviseerd wordt het veld 1 vaker te kriebelen met eg en minder te borstelen. Mogelijk ook bijvullen met SBR in de doelgebieden en in de as van het veld. Wanneer de kunstgrasmat van veld 2 vervangen wordt, bevelen we aan, gericht te kijken naar de kwaliteit en levensduur van sporttechnische inrichtingselementen en deze eventueel gelijktijdig te vervangen. 5.2.2. Gebouwen De opstallen van het sportcomplex aan de Tiendweg West verkeren in redelijk tot matige staat van onderhoud. De meeste bouwdelen dateren uit 1974, de leeftijd van een groot deel van de elementen is dus 46 jaar. Er is achterstallig onderhoud geconstateerd aan de volgende elementen: In de houten gevelkozijnen is houtrot vastgesteld. Daarnaast zijn diverse onderdelen van het hang- en sluitwerk matig. Diverse aansluitingen van onder andere de draaiende delen en de waterslagen zijn zodanig uitgevoerd dat vervolgschade door vocht aan de houten onderdelen niet uitgesloten is; Het buitenschilderwerk op hout is matig door diverse gebreken waaronder verpoedering/glansverlies, barsten en kale delen; Het gevelmetselwerk is deels voorzien van een dekkend verfsysteem. De metselwerk wanden die niet zijn geschilderd hebben diverse gebreken. Onder andere breuk van de steen en vorstschade; De bitumineuze dakbedekking van het hoofdgebouw heeft ernstige blaasvorming.

Daarnaast is het afschot van het dak niet optimaal waardoor plassen water op de dakbedekking blijven staan. Een deel van de dakbedekking is gecraqueleerd. Deze combinatie van gebreken geeft een groot risico op lekkage; De houtwolcementplaten op de dakgordingen ernstig mechanisch beschadigd; De leidingwerken van het tapwater- en de cv-systemen zijn diverse malen gewijzigd en uitgebreid met als resultaat dat diverse onderdelen ondeugdelijk bevestigd of gemodificeerd zijn. Een groot deel van de cvleidingen is niet geïsoleerd; De E-installaties tevens diverse malen uitgebreid en gewijzigd waarbij niet alle geldende normen in acht zijn genomen (NEN1010 en NEN 3140) met als gevolg dat de installatie diverse gebreken kent. Diverse installaties zijn voorbij hun einde levensduur (TL/PL armaturen en mogelijk het inbraaksysteem). Deze installaties zijn slechts deels vernieuwd; Een gevelrooster is mechanisch beschadigd; De ventilatievoorzieningen zijn ondermaats. De ruimten worden volledig natuurlijk geventileerd en dit leidt tot diverse klachten, met name in de kleedruimten en de douches. Een aantal stalen binnenkozijnen zijn gecorrodeerd onder invloed van de vochtbelasting uit de douches; De keramische tegels zijn de douches hebben een groot aantal beschadigingen en boorgaten. De gaten zijn niet afgedicht met het gevolg dat tegels los kunnen raken door vocht achter de tegels.

De vloertegels zijn soms scherp door slecht voegwerk; Het schilderwerk op de hout en steenachtige elementen binnen is op diverse plaatsen mechanisch beschadigd of onvoldoende dekkend uitgevoerd; Een van de paneelradiatoren is gecorrodeerd; Een aantal gevel- en binnendeuren zijn beschadigd; Het voegwerk van de schoon metselwerk binnenwanden is matig. Met name in de sanitaire ruimten lijkt het voegwerk vaker te zijn verzand c.q. onthecht. De tribune voor toeschouwers heeft ook een aantal onderhoudsgebreken. Het schilderwerk van de banken is deels kaal geworden door gebruiksslijtage. Verder zijn diverse schades in de SAB-profielplaten aanwezig die hebben geleid tot corrosie. De bakgoot en hemelwaterafvoer zijn zeer waarschijnlijk ernstig vervuild c.q. verstopt. Tenslotte is de hemelwaterafvoer beschadigd. Een aspect dat niet wordt meegenomen in de conditiemeting is de esthetische veroudering. Een element kan geen gebreken vertonen maar door de leeftijd van een element leiden tot een gedateerde uitstraling. Met name de sanitaireen kleedruimten van het gebouw zijn gedateerd. Het vermoeden bestaat dat de ruimten niet voldoen aan de eisen gesteld door het NOC-NSF en de KNVB voor wat betreft materialisering, maatvoering, aantal douches en ventilatie.

Op basis van het bouwjaar komt een dergelijke locatie doorgaans in aanmerking voor renovatie waardoor een deel van de geconstateerde gebreken voorkomen kunnen worden. Wij adviseren met nadruk vervolgonderzoek te plegen naar de dragende functie van de kozijnen en een technische oplossing te bedenken voor het afnemen van de draagkracht door aantasting van het hout.

11

We adviseren de mogelijkheden te onderzoeken om gezien de omvang het onderhoud te combineren met een renovatie omdat binnen één project naast een technische verbetering mogelijk ook esthetische en functionele voortgang kan worden geboekt.

Uit het als bijlage 1 aangehechte overzicht blijkt dat de kosten voor vervanging en (groot) onderhoud een bedrag van € 722.080,- belopen. Uit de mantelovereenkomst vloeit voort dat SVN gehouden is om beheer en onderhoud uit te voeren. Uit de schouw blijkt dat SVN niet geheel en volledig aan deze verplichting heeft voldaan. Gezien het voorgaande is relevant het bepaalde in artikel 4 van de mantelovereenkomst. Hierin staat het navolgende: Niet nakomen verplichtingen 1.Indien de Stichting, enige op hem rustende verplichting, niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomt, kan de Gemeente deze verplichting op kosten van de Stichting laten uitvoeren. De Stichting kan geen aanspraak maken op enige vergoeding op geleden schade als gevolge van het uitvoeren van enige werkzaamheid door de Gemeente als gevolg van niet tijdige of niet behoorlijke nakoming door de Stichting 2.De Gemeente geeft bij aangetekende brief kennis aan de Stichting van zijn voornemen gebruik te maken van de bevoegdheid om deze verplichting op kosten van de Stichting uit te voeren. De Gemeente verstrekt bij de kennisgeving een bijlage met:  specificaties van vermoedelijke kosten die met de uitvoering gemoeid zijn;  ingebrekestelling over de verzuimde verplichting of de strijdige verrichtingen;  aanmaning om aan één en ander alsnog binnen een redelijke termijn te voldoen.

3.De Gemeente is na kennisgeving en ingebrekestelling, na verloop van de in artikel 4.5 genoemde termijn, bevoegd tot de uitvoering namens de Stichting. De Gemeente is onder dezelfde voorwaarden bevoegd om op kosten van de Stichting ongedaan te maken, wat door de Stichting is uitgevoerd en in strijd is met de verplichtingen. 4.Onverminderd de verplichting tot vergoeding van andere door de Gemeente geleden schade als gevolg van de nalatigheid van de Stichting, is de Stichting verplicht op eerste aanzegging de Gemeente de kosten die gemoeid zijn geweest met het herstel te voldoen. De Gemeente specificeert de opgaaf van die kosten bij een aanzegging.

Gezien het bepaalde in de hiervoor genoemde bepaling zal de gemeente een vorderingsrecht op SVN hebben indien en zodra SVN niet binnen de gestelde termijn de noodzakelijke werkzaamheden heeft uitgevoerd. De gemeente kan de noodzakelijke werkzaamheden dan laten uitvoeren en de kosten op SVN verhalen. Sommatie De gemeente stelt SVN hierbij een laatste termijn van 30 dagen om alle werkzaamheden die voortvloeien uit het als bijlage 2 aangehechte rapport van de schouw alsnog uit te voeren. Indien SVN de werkzaamheden niet danwel niet tijdig danwel niet geheel en volledig uitvoert, zulks uitsluitend ter beoordeling van de gemeente, zal de gemeente deze werkzaamheden (laten) uitvoeren. De hiermee gemoeide kosten zullen integraal op SVN verhaald worden. Subsidie of overeenkomst van opdracht Naast de vordering uit hoofde van bestemmingsreserve en de vordering uit hoofde van de geconstateerde gebreken is nog het volgende relevant. Zoals hiervoor reeds aangegeven heeft de gemeente gedurende de looptijd van de mantelovereenkomst jaarlijks een subsidie aan SVN verstrekt. Deze subsidie beloopt jaarlijks een bedrag van € 200.000,-. De gemeente meent dat gesteld kan worden dat deze subsidie een verkapte overeenkomst van opdracht behelst en de subsidietitel uit de Algemene Wet Bestuursrecht niet van toepassing is. Een en ander vloeit voort uit het navolgende.

Voor de vraag of een financiële bijdrage van de overheid kan worden gekwalificeerd als een subsidie is de subsidiedefinitie uit artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht leidend: Op grond van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder een subsidie verstaan:

12

“een aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.” (Onderstreping opsteller).

Het subsidiebegrip is een materiële definitie. Dit houdt in dat het etiket dat op een financieringsrelatie wordt geplakt niet doorslaggevend is. Bepalend is of de financiering voldoet aan de in artikel 4:21 Awb opgenomen vereisten. Is daarvan sprake, dan is er sprake van een subsidie. Zou in een dergelijk geval toch voor een privaatrechtelijke vergoeding worden gekozen, dan is er sprake van een zogenaamde onaanvaardbare doorkruising van de subsidietitel uit de Awb.18 De vraag of er sprake is van een subsidie of een overheidsopdracht is sterk afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De belangrijkste onderscheidingscriteria zijn: a)

de hoogte van de vergoeding: bij een commerciële transactie zal het verstrekte bedrag veelal de kosten van de activiteiten plus een zekere winstmarge dekken. Bij een subsidie worden ten hoogste de kosten gedekt en is veeleer sprake van een tegemoetkoming;

b)

doel van de vergoeding: bij een subsidie is het doel primair het algemeen belang. Bij een overheidsopdracht is het doel van de vergoeding daarentegen veeleer gelegen in het economisch belang van de gemeente.

Ondanks deze onderscheidingscriteria volgt uit de rechtspraak dat het grensgebied – tussen de vraag of er sprake is van een subsidie of overheidsopdracht – vaag is en blijft. Hiertoe dient verwezen te worden naar, onder meer, de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 april 2015,19 en het College van beroep voor het bedrijfsleven van 9 juli 2008.20 In dit kader is ook de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 201621, illustratief. In die zaak had de gemeente Loon op Zand een geldbedrag aan een voetbalvereniging verstrekt voor het uitvoeren van het jaarlijkse groot onderhoud aan de sportaccommodatie. In deze procedure had de gemeente het bedrag als subsidie aangemerkt, terwijl de voetbalvereniging van mening was dat hier sprake was van een overheidsopdracht. In de uitspraak (zie r.o.v. 8.3) oordeelde de Afdeling uiteindelijk dat hier om de volgende redenen sprake was van een overheidsopdracht: a) het initiatief voor de jaarlijkse vergoeding voor het groot onderhoud kwam van de gemeente; b) de hoogte van het bedrag was ná onderhandeling tot stand gekomen; c) de hoogte van het bedrag was 90% van het commerciële tarief; d) het bedrag dekte de kosten inclusief het treffen van voorzieningen, en; e) de gemeente wilde met de vergoeding een bezuinigingsdoelstelling realiseren.

Blijkt dus (achteraf) dat de toegekende bedragen niet als subsidie kwalificeren, dan is daarvan het gevolg dat de subsidietitel niet van toepassing is en dat er sprake is van een overeenkomst waarop het civiele recht van toepassing is. Aangezien gesteld kan worden dat er in het onderhavige geval geen sprake is van een subsidie is het bepaalde omtrent ongerechtvaardigde verrijking van toepassing. Ongerechtvaardigde verrijking In artikel 6:212 van het burgerlijk wetboek is de ongerechtvaardigde verrijking opgenomen. Titel 4 van Boek 6 bevat verbintenissen uit andere bron van onrechtmatige daad of overeenkomst. Artikel 6:212 BW luidt als volgt: 18 ABRvS 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:803 19 ABRvS 8 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1073 20 CBB 9 juli 2008, ECLI:NL:CBB:2008:BD8180 21 ABRvS 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:803

13

1. Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking. 2. Voor zover de verrijking is verminderd als gevolg van een omstandigheid die niet aan de verrijkte kan worden toegerekend, blijft zij buiten beschouwing. 3. Is de verrijking verminderd in de periode waarin de verrijkte redelijkerwijze met een verplichting tot vergoeding van de schade geen rekening behoefde te houden, dan wordt hem dit niet toegerekend. Bij de vaststelling van deze vermindering wordt mede rekening gehouden met uitgaven die zonder de verrijking zouden zijn uitgebleven.

De schadevergoedingsplicht die ontstaat, ziet alleen op de verrijking die ontstaat. Niet de normale prijs van een goed of dienst is dus van belang, maar de mate waarin de ander hierdoor verrijkt is. De schadevergoedingsplicht gaat niet verder dan de mate waarin iemand verrijkt is. Anderzijds is de schadevergoedingsverplichting beperkt tot zover er sprake is van schade. Voor zover de verrijking hoger is dan de schade hoeft slechts de schade vergoed te worden. De verrijking moet bovendien ongerechtvaardigd zijn. Er mag dus geen overeenkomst of andere wettelijke grondslag zijn voor de verrijking. De gemeente is van oordeel dat SVN ongerechtvaardigd is verrijkt – en zij voor een gelijk bedrag is verarmd – doordat SVN de daartoe bestemde gelden niet heeft aangewend en niet zal aanwenden voor het plegen van (groot) onderhoud aan de sportaccommodaties. De gemeente heeft aldus voor een bedrag van € 764.771,- schade geleden, welke schade door SVN dient te worden vergoed. Schikkingsaanbod Uit de aan de gemeente ter beschikking staande stukken blijkt dat SVN aanvullende investeringen heeft gedaan anders dan genoemd in het contractdossier. Het betreft de navolgende investeringen: Tabel 5: Investeringen zonder subsidie van de gemeente 2013 - STWL - Uitbreiding kleedkamers 2015 - STWL - renovatie veld 1 & 3 2015 - STWL - Renovatie verlichting

€ € € €

Oorspronkelijke investering 114.757 371.580 32.544 518.881

boekwaarde 2019

boekwaarde 31-12-2020

€ € € €

€ € € €

100.987 210.528 18.439 329.954

98.692 173.370 15.185 287.247

Voor dergelijke investeringen (behoudens wellicht de investering in veld 3) komt aan SVN geen vergoeding toe. In de mantelovereenkomst is hierover het navolgende bepaald: De gemeente is de aangewezen rechtsopvolger van de Stichting. Indien de Overeenkomst eindigt en de Stichting aanvullende investeringen heeft gedaan, of sportspecifieke inrichting heeft bekostigd, anders dan in het contractdossier is genoemd, kan de Stichting geen verzoek indienen voor een vergoeding van de waarde van deze investeringen en of sportspecifieke inrichting.

Tevens is het de gemeente gebleken dat SVN geen bedrag gelijk aan de bestemmingsreserve althans gelijk aan de vorderingen van de gemeente (genoemd in het vorenstaande) beschikbaar heeft. Tabel 4: Beschikbare middelen SVN Liquide middelen

2019 €

mutatie 2020 348.634

31-12-2020 ?

Verder is gebleken dat SVN nog een bedrag wenst te ontvangen met betrekking tot activa die aanwezig zijn op de twee voetbalaccommodaties:

14

De gemeente is bereid om tot een minnelijke regeling te komen met SVN. In een minnelijke regeling wenst de gemeente recht te doen aan enerzijds het vorderingsrecht van de gemeente en anderzijds aan de investeringen van SVN en haar vermogenspositie, zoals hiervoor genoemd. Voorstel De gemeente stelt voor dat SVN aan de gemeente een bedrag voldoet van € 348.634,-, te betalen uiterlijk voor 15 mei 2021. Betaling van het bedrag van € 348.634,- zal strekken ter finale kwijting van alle vorderingsrechten van partijen over en weer. Dit voorstel is geldig tot uiterlijk 30 april 2021 en komt – behoudens ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke tijdige aanvaarding daarvan - te vervallen. Overige financiële gevolgen van beëindiging mantelovereenkomst Naast de gehoudenheid van SVN om aan de gemeente nog een bedrag ad € 764.771,- danwel € 722.080,- te voldoen, dient tevens geconstateerd te worden dat de subsidierelatie tussen de gemeente en SVN niet langer ongewijzigd in stand kan blijven. Uit de mantelovereenkomst

15

vloeide voort dat de gemeente jaarlijks zou bijdragen in de exploitatiekosten verband houdend met de sportaccommodaties. Met het einde van de mantelovereenkomst eindigt tevens de gehoudenheid van de gemeente om enige bijdrage te leveren in de exploitatiekosten (oorspronkelijk betreffend € 75.000,- en € 75.000,- voor de voetbalparken alsmede de stichtingskosten).

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=42f2467e-fe39-42b6-951c-00ee5e55c89e