1.14 SV24-050 antw PK, De uitstoot van Zeer Zorgelijke Stoffen
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV24-050 Datum: 5 november 2024 Vraag art. 38 Indiener: Ad Struijs, Pro Krimpenerwaard Onderwerp: De uitstoot van Zeer Zorgelijke Stoffen Toelichting en doel van de vragen: De fabriek van Cargill in Gouda is de afgelopen jaren flink meer benzeen gaan uitstoten. In 2022 werd twee keer zoveel uitgestoten als ruim tien jaar eerder. Hoogleraar toxicologie Jacob de Boer maakt zich zorgen om de fabriek, die pal naast de Goudse binnenstad ligt: “Voor deze zeer zorgwekkende stoffen is eigenlijk alles teveel.’’ Benzeen is een zeer giftige stof die leukemie veroorzaakt. ,,Eigenlijk is alles wat je daarvan binnenkrijgt te veel’’, zegt De Boer. Bij Tata Steel in IJmuiden is ook een directe link gelegd tussen de uitstoot van onder meer benzeen en de kans op ziekte bij inwoners. Cargill stootte twee jaar geleden 205 kilo van de gevaarlijke stof uit, blijkt uit de meest recente cijfers uit het milieujaarverslag. In 2010 ging het nog om minder dan de helft daarvan. En dat terwijl het bedrijf de uitstoot van dit soort gevaarlijke stoffen juist zoveel mogelijk terug moet dringen, volgens een in 2016 aangenomen minimalisatieplicht. RTL Nieuws meldde vorige week dat landelijk 125 bedrijven juist meer zijn gaan uitstoten. Het bedrijf Cargill ligt vlakbij Gouderak en daarnaast liggen nog meer woningen in de Krimpenerwaard binnen het risicogebied van dit bedrijf.
Dus heeft ook het college een zorgplicht naar onze inwoners. Pro Krimpenerwaard verwijst naar het bijgesloten artikel. Vragen 1.
Herkent uw college de gegevens van de studie?
Antwoord college: wij hebben kennis genomen van de emissieregistratie waarin de uitstoot van stoffen door Cargill over de afgelopen jaren is opgenomen. Uit deze registratie blijkt inderdaad een toename van de uitstoot van benzeen. Navraag maakt echter duidelijk dat Cargill gebruik maakt van een gasmotor op de locatie in Gouda. In de verplichte wijze van rapporteren is aangegeven dat bij inzet van aardgas in een gasmotor uitgegaan moet worden van een vast percentage benzeen in de emissie. Dit omdat benzeen van nature in aardgas aanwezig kan zijn. De rapportage-resultaten staan daarmee los van de feitelijke emissie; het is een zgn. worst-case benadering die gebruikt wordt voor het monitoren van de luchtkwaliteit op landelijk niveau. Het RIVM en de DCMR bevestigen dat het rekenmodel voor de hoeveelheid benzeen te hoge resultaten levert. Hierdoor is de gerapporteerde benzeen-emissie als gevolg van het inzetten van aardgas naar alle waarschijnlijkheid hoger dan de feitelijke emissie. Om uitsluitsel te geven over de daadwerkelijke emissie heeft DCMR met Cargill afgesproken dat Cargill medio december metingen uit laat voeren. Beide partijen verwachten dat er geen feitelijke benzeenemissie plaatsvindt. De resultaten van de metingen worden eind januari verwacht.
2. Wat zijn de gevolgen voor de volksgezondheid? Antwoord college: Er wordt geen acuut gevaar voor de volksgezondheid verwacht op basis van de gerapporteerde emissie van benzeen. De jaarlijkse rapportage van Cargill betreft aantal kg/jaar en geeft geen inzicht in de concentratie (ug/m3). Het is daarom, zonder meetresultaten, niet mogelijk om het effect van de uitstoot door Cargill op de lokale luchtkwaliteit te bepalen. Via de gemeente Gouda is met de GGD afgesproken dat zij nader advies zullen geven op basis van resultaten van de metingen die nu worden uitgevoerd. 3. Wie is er verantwoordelijk voor de controle en handhaving bij dit bedrijf? Antwoord college: de Provincie Zuid-Holland is bevoegd gezag voor het bedrijf en de taken met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn ondergebracht bij DCMR. 4. Wat doet de gemeente eraan om te zorgen dat de overtredingen niet meer plaatsvinden? Antwoord college: Voordat het college een mening vormt over de emissie van benzeen door Cargill worden eerst de feiten op basis van metingen afgewacht. Vooralsnog staat niet vast dat sprake is van overtredingen. 5.
Is er contact met de gemeente Gouda en de Provincie over dit bedrijf en is er een plan van aanpak om de minimalisatieplicht in samenwerking met andere partijen op te leggen? Antwoord college: ja er is contact met de gemeente Gouda en de Provincie/DCMR over dit bedrijf. Vanuit de gemeente Gouda zijn de gesprekken met zowel DCMR als Cargill geïntensiveerd naar aanleiding van de recente berichtgeving in de media. Op dit moment volgen wij de ontwikkelingen via de gemeente Gouda en worden wij actief geïnformeerd. Voor wat betreft de minimalisatieverplichting voor Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) is in december 2020 een vergunning verleend aan het bedrijf. Conform het landelijke beleid hebben bedrijven 5 jaar de tijd gekregen voor het inventariseren van de emissies van ZZS en moet deze iedere 5 jaar worden geactualiseerd. De DCMR ziet toe op het actueel houden van de vergunning en heeft in maart 2022 de vergunning ambtshalve gewijzigd om invulling te geven aan de nieuwe regels met betrekking tot de best beschikbare technieken. 6. Bent u voornemens de raad periodiek hierover te informeren? Dat geldt ook voor het bedrijf Chemours (PFAS productie) in Dordrecht. Antwoord college: Als er ontwikkelingen zijn die voor onze gemeente van belang zijn dan zullen wij uw raad daarover informeren. Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
ir. J. Beenakker