1.14 RIB Bolderkade.pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
22 maart 2022 Bolderkade
Beste meneer, mevrouw, In onze raadsinformatiebrief van 7 december 2021 informeerden wij u over de planvorming voor de 'Bolderkade' en de monitoring van de sanering die heeft plaatsgevonden op het voormalige AVIAterrein. Wij informeren u, zoals in onze brief toegezegd, in deze brief allereerst over de resultaten van die monitoring en de vervolgstappen in deze. Daarnaast een korte stand van zaken met betrekking tot het bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan. Monitoring bodemsanering De (aanvullende) oeversanering in het noordelijk deel van het voormalige AVIA-terrein is in juni 2021 afgerond. Tot en met december 2021 zijn de resultaten van die sanering gemonitord. Ter afronding is bij het bevoegd gezag, de Provincie Zuid Holland, in deze vertegenwoordigd door de Omgevingsdienst Midden Holland (ODMH) een zogenaamd evaluatierapport ingediend. In dit rapport, opgesteld door Grondslag B.V., is de uitgevoerde sanering verantwoord, een beschrijving van de monitoring gedaan en liggen de saneringsresultaten vast. Uit het rapport is gemeld dat: “Op basis van de monitoringsgegevens kan geconcludeerd worden dat er nauwelijks uitstroom van olie naar de rivier plaats vindt. Op de momenten dat nog wel lichte olie vlekking op het oppervlaktewater wordt waargenomen zijn deze vlekjes beperkt van omvang en zijn deze vlekjes ook snel niet meer zichtbaar.
Ter plaatse van de noordelijke oever is zelfs geen olie vlekking op het oppervlaktewater waargenomen tijdens de oeverinspecties. Omdat de uittreding van olie vanuit de oever dusdanig beperkt is, kan worden gesteld dat er een stabiele eindsituatie is ontstaan, waarbij gesteld kan worden dat de risico’s met de uitgevoerde sanering daarmee voldoende zijn weggenomen. Het doel van de sanering, om uittreding van olie vanuit de oever naar het oppervlakte tot een minimum te beperken is bereikt. De sanering kende verder geen terugsaneerwaarde in de vorm van een concentratie.” Op basis hiervan heeft de ODMH afstemming met Rijkswaterstaat, als waterbeheerder, gezocht. Laatstgenoemde heeft vanwege de zeer beperkte vlekking en het ontbreken van risico’s ingestemd. Naar het oordeel van het bevoegd gezag is er nu sprake van een ‘stabiele milieu hygiënische eindsituatie’ en zijn de saneringsdoelen bereikt en het heeft een besluit genomen. Deze wordt, ter informatie, met deze brief aan uw raad verstuurd. De in dit besluit genoemde stukkeni zijn digitaal te raadplegen via de Atlas bodeminformatie (Atlas | ODMH) van de ODMH. De (aanvullende) oeversanering, zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, is daarmee afgerond. De locatie kent vanwege de aangebrachte leeflaag en daaronder achtergebleven restverontreiniging wel een aantal
1 van 2 1931666822 / 785407
gebruiksbeperkingen. Die zijn vastgelegd in het kadaster. Bestemmingsplan Over het ontwerpbestemmingsplan Bolderkade en ontwerp van het beeldkwaliteitsplan zijn diverse zienswijzen ingediend. Als gebruikelijk bereiden wij in dat kader de stukken voor, voor beraadslaging en besluitvorming in uw raad. Wij meldden u in onze brief van 7 december 2021 al dat wij verwachten aan u in het tweede kwartaal van 2022 een voorstel te doen. Die verwachting is ongewijzigd. Bijlage RIB: Beschikking evaluatieverslag fase 2 deelsanering stabiele eindsituatie grondwater (verspreiding en uittreding oever), locatie Zelling Avia Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
P.L. Paans
i
• • • • •
•
Evaluatierapport bodemsanering IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel, Fase: aanvullende oeversanering, van 18 augustus 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. Resultaten monitoring grondwater en oever, juni/juli 2020 (jaar 5), IJsseldijk-Noord 56 (zelling Avia), te Ouderkerk aan den IJssel, van 20 augustus 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. Monitoring oeverinspecties aug-okt 2020 IJsseldijk IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel, van 19 oktober 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. Milieukundig onderzoek (sleuven) oever IJsseldijk IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel, van 2 december 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. Evaluatieverslag bodemsanering IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel fase: aanvullende oeversanering (noordelijk deel) inclusief monitoring uittreding oever, van 23 december 2021, Project 16590, opgesteld door Grondslag in opdracht van Bodembeheer Nederland. Aanvullende informatie (e-mailbericht) van 1 februari 2022, opgesteld door Grondslag opdracht van Bodembeheer Nederland.
Pag. 2/2
Postbus 45 2800 AA Gouda 088 - 54 50 000 www.odmh.nl Besluitdatum
15 maart 2022
Verzenddatum
Beschikking evaluatieverslag fase 2 deelsanering stabiele eindsituatie grondwater (verspreiding en uittreding oever), locatie Zelling Avia te Gouderak in de gemeente Krimpenerwaard 1
Ons kenmerk
2022006801
Bijlagen:
-
Aanleiding
Op 4 januari 2022 hebben wij een evaluatieverslag op grond van artikel 39c van de Wet bodembescherming (hierna: Wbb) ontvangen. Het verslag heeft betrekking op Zelling Avia te Gouderak. De locatie en de procedure zijn geregistreerd onder code ZH064400003 en kenmerk 2022006801. Wij beschouwen het ingediende evaluatieverslag als een verzoek om instemming op grond van artikel 39c van de Wbb.
2
Besluit
Op grond van artikel 39c van de Wet bodembescherming besluiten wij in te stemmen met het evaluatieverslag (bestaande uit de documenten 1 tot en met 6). De volgende documenten maken onderdeel uit van dit besluit: -1Evaluatierapport bodemsanering IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel, Fase: aanvullende oeversanering, van 18 augustus 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. -2Resultaten monitoring grondwater en oever, juni/juli 2020 (jaar 5), IJsseldijk-Noord 56 (zelling Avia), te Ouderkerk aan den IJssel, van 20 augustus 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. -3Monitoring oeverinspecties aug-okt 2020 IJsseldijk IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel, van 19 oktober 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. -4Milieukundig onderzoek (sleuven) oever IJsseldijk IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel, van 2 december 2020, kenmerk 16590, opgesteld door Grondslag B.V. -5Evaluatieverslag bodemsanering IJsseldijk-Noord 56 Ouderkerk aan den IJssel fase: aanvullende oeversanering (noordelijk deel) inclusief monitoring uittreding oever, van 23 december 2021, Project 16590, opgesteld door Grondslag in opdracht van Bodembeheer Nederland. -6Aanvullende informatie (e-mailbericht) van 1 februari 2022, opgesteld door Grondslag opdracht van Bodembeheer Nederland.
Identificatie 2022060750
1 van 5
3
Rechtsbeschermingsmiddelen
Tegen dit besluit kunnen de volgende rechtsmiddelen worden aangewend. Bent u het niet eens met dit besluit? Als u vragen heeft over dit besluit, dan kunt u bellen voor meer informatie. U kunt bellen met 088 - 54 50 000. In het algemeen blijkt dat met een telefoontje veel kan worden verduidelijkt. Bezwaar maken is dan misschien niet nodig. Belanghebbenden kunnen natuurlijk ook meteen een bezwaarschrift indienen. Als u een bezwaarschrift wilt indienen, doe dat dan binnen de wettelijke termijn van zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na verzending van het besluit. Het adres voor het indienen van bezwaar is Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag. Zet in elk geval in uw bezwaarschrift: • uw naam, adres en handtekening; • de datum waarop u het bezwaarschrift verstuurt; • een omschrijving en het kenmerk (nummer) van het besluit waartegen u bezwaar maakt; • de redenen waarom u bezwaar maakt; • indien mogelijk het telefoonnummer en e-mailadres waarop u bereikbaar bent. Het verzoek is om een kopie van het besluit bij te voegen en uw telefoonnummer en e-mailadres te vermelden. U kunt ook digitaal een bezwaarschrift indienen. Informatie hierover vindt u op de website van de provincie Zuid-Holland. Het indienen van een bezwaarschrift schort de werking van het besluit niet op.
Voorlopige voorziening Heeft u een bezwaarschrift ingediend en meent u dat uw belangen zo zwaar wegen dat u de beslissing op uw bezwaren niet kunt afwachten? De Algemene wet bestuursrecht geeft u dan de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te vragen bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Postbus 20019, 2500 EA Den Haag). U kunt ook digitaal een verzoek om voorlopige voorziening indienen. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de website https://digitaalloket.raadvanstate.nl/ voor meer informatie over het digitaal indienen van een verzoek om voorlopige voorziening. Aan de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening zijn kosten verbonden.
4
Procedure
In dit hoofdstuk wordt de procedure beschreven die is toegepast bij het tot stand komen van dit besluit: Dit besluit is voorbereid overeenkomstig afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht.
Identificatie 2022060750
2 van 5
De verstrekte gegevens zijn voldoende om een besluit te kunnen nemen. Bij het nemen van het besluit zijn wij ervan uit gegaan dat de ingediende gegevens juist zijn. Indien dat niet het geval blijkt te zijn, zijn wij daarvoor niet aansprakelijk. Overeenkomstig artikel 28 lid 7 van de Wbb hebben wij burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard van ons besluit op het ingediende evaluatieverslag op de hoogte gesteld. Daarnaast vindt kennisgeving van het besluit plaats op wettelijk voorgeschreven wijze.
5
Overwegingen
5.1
Wetgeving
Wij hebben de melding getoetst aan de relevante bepalingen van hoofdstuk 4 van de Wbb, de Omgevingsverordening Zuid-Holland, de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en paragraaf 2.12 van de Nota vergunningverlening, toezicht en handhaving 2018-2021.
5.2
Eerdere relevante besluiten
Met ons besluit van 13 november 2003 (kenmerk DGWM/2003/13473) hebben wij vastgesteld dat er ingevolge artikel 29 juncto 37 van de Wbb op eerdergenoemde locatie sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en dat de geconstateerde verontreiniging voor het huidige dan wel voorgenomen gebruik van de bodem of de mogelijke verspreiding van de verontreiniging leidt tot zodanige risico’s voor mens, plant of dier dat spoedige sanering noodzakelijk is. De datum waarvoor een aanvang moest zijn gemaakt met de sanering is vastgesteld op 1 januari 2015. Met ons besluit van 2 juni 2014 (kenmerk 2014033307) hebben wij ingestemd met het ingediende gefaseerd deelsaneringsplan. Met ons besluit van 3 december 2015 (kenmerk 2015283409) hebben wij ingestemd met het ingediende evaluatieverslag inclusief nazorgbepalingen van de eerste fase (grondsanering) van de deelsanering (uitsluitend het Avia-terrein van de zelling). Gelijktijdig hebben wij de risico’s op de overige delen van het geval opnieuw vastgesteld (niet spoedeisend). Op 3 maart 2021 (kenmerk 2021055424) hebben wij ingestemd met de stabiliteit van het grondwater en ontstaan van een drijflaag. Tevens hebben wij ingestemd met de uitgevoerde aanvullende oeversanering (exclusief het noordelijke deel) in verband met olievlekking richting het oppervlaktewater. Het betreft de rapportages 1 tot en met 4 genoemd onder “Besluit”.
Het onderhavige besluit heeft betrekking op de formele afronding van genoemde instemming en de evaluatie van de noordelijke oeversanering (de gehele fase 2 van de deelsanering).
5.3
Beoordeling
De sanering bestaat uit twee fasen. De eerste fase betrof de ontgraving van het met puur product verontreinigde stortmateriaal (voor zover dit civieltechnisch mogelijk was) en het realiseren van een leeflaag. De sanering van deze fase is afgesloten met een evaluatierapportage. Hierop hebben wij een besluit (DGWM/2003/13473) genomen. De tweede fase van de sanering betreft het aantonen dat sprake is van een stabiele eindsituatie. Deze bestaat uit: het afwezig zijn van ontoelaatbare verspreiding (trede 3 landelijke saneringsladder); de afwezigheid van een drijflaag die binnen de saneringslocatie is ontstaan; Identificatie 2022060750
3 van 5
-
het zoveel mogelijk voorkomen van verontreiniging naar het oppervlaktewater (olievlekking), zodanig dat er geen risico’s zijn of kunnen ontstaan.
5.3.1 Evaluatieverslag (genoemde documenten die onderdeel uitmaken van dit besluit) Het evaluatieverslag wordt met name getoetst aan de eisen die in artikel 39c van de Wbb zijn gesteld. Instemming met het evaluatieverslag is slechts mogelijk als de sanering voldoet aan de saneringsdoelstelling van artikel 38 Wbb. Voor wat betreft de getroffen saneringsmaatregelen wordt getoetst aan het deelsaneringsplan waarmee is ingestemd. Monitoring van de stabiliteit van het grondwater en ontstaan van een drijflaag Ter vaststelling van de stabiliteit (verspreiding naar de omgeving) en controle van een drijflaag zijn de aangewezen peilbuizen en enkele extra peilbuizen de afgelopen jaren bemonsterd. Op grond van de analysereeks komen wij, evenals het adviesbureau, tot de conclusie dat is vastgesteld dat geen drijflaag is gevormd en verspreiding van het grondwater naar de omgeving niet plaatsvindt. Hiermee is voldaan aan de fase 2 saneringsdoelstelling “stabiele eindsituatie” voor wat betreft het grondwater. Verspreiding van de verontreiniging naar het oppervlaktewater. Na de grondsanering is gebleken dat verontreiniging zich vanuit de oever naar het oppervlaktewater verspreidde. Ter voorkoming van deze verspreiding (olievlekking) is in 2017 getracht onder het basalt en stortsteen een folie aan te brengen. Dit is mislukt.
In 2018 is geconcludeerd dat het alsnog saneren van de oever de meest betrouwbare optie is. Hiertoe is een Plan van Aanpak met geïntegreerd V&G plan opgesteld (projectnummer 2410-50425). De sanering betrof het zuidelijke deel van de oever. De sanering heeft plaatsgevonden in de periode maart-mei 2020. Geconcludeerd werd dat de mate van vlekking veel minder is dan voor de oeversanering. In aanvulling op deze oeversanering is in de periode april-mei 2021 een tweede identieke oeversanering uitgevoerd op de noordelijke oever. Na afronding van de oeversanering heeft een monitoring plaatsgevonden. De monitoring heeft bestaan uit een visuele inspectie van de oever op mogelijke olievlekking bij zowel hoge als lage rivierstanden. De monitoring heeft plaatsgevonden in de periode juli – december 2021. Geconcludeerd wordt dat er nauwelijks uitstroom van olie naar de rivier plaatsvindt. Gesteld wordt dat een stabiele eindsituatie is ontstaan, waarbij de risico’s met de uitgevoerde sanering voldoende zijn weggenomen. Hiermee is het doel van de sanering, om uittreding van olie vanuit de oever naar het oppervlakte tot een minimum te beperken, bereikt. De behaalde eindsituatie van de oeversanering en de olievlekking naar het oppervlaktewater is voorgelegd aan Rijkswaterstaat (RWS). Op 10 februari 2022 heeft RWS per mailbericht goedkeuring gegeven op de eindsituatie ten aanzien van de vlekking.
Wij concluderen dat de saneringsdoelstelling van fase 2 van de deelsanering volgens het deelsaneringsplan is bereikt en dat gesaneerd is overeenkomstig artikel 38 Wbb.
5.4
Conclusie
Het evaluatieverslag voldoen aan de eisen die in artikel 39c en 39d van de Wbb. De getroffen saneringsmaatregelen voldoen aan het deelsaneringsplan waarmee wij eerder hebben ingestemd. De bodem van het gesaneerde perceel is geschikt gemaakt voor het huidige en toekomstige gebruik (bedrijfsterrein en wonen met tuin). De toekomstige inrichting is nog niet bekend. Voorafgaand aan de nieuwe herontwikkeling zal moeten worden beoordeeld in hoeverre aanvullende saneringsmaatregelen noodzakelijk zijn voor het nieuwe gebruik c.q. de nieuwe inrichting. Identificatie 2022060750
4 van 5
Kadastrale registratie Het onderhavige besluit betreft de instemming van de sanering van het grondwater. Een dergelijk besluit wordt niet geregistreerd bij het Kadaster. Op grond van het bepaalde in artikel 55 van de Wbb is het besluit op de grondsanering van 3 december 2012 (kenmerk 2015283409) destijds wel geregistreerd bij het Kadaster. De destijds geregistreerde gebruiksbeperkingen zijn: Wijzigingen in bodemgebruik en grondwerkzaamheden dienen vooraf te worden gemeld bij het bevoegd gezag en kunnen aanleiding vormen tot een aanvullende (deel)sanering. Voor het oppompen van verontreinigd grondwater dient vooraf toestemming te worden verleend door het bevoegd gezag (onttrekking en/of lozing). De aangebrachte grondaanvullingen, afscheidingsdoek en folie dienen te worden gehandhaafd, evenals de monitoringspeilbuizen. Bij een transactie dienen de gebruiksbeperkingen te worden gemeld aan de volgende eigenaar en dienen afspraken te worden gemaakt over de lopende sanering (monitoring) en nazorg. Wanneer is aangetoond dat de restverontreiniging niet leidt tot onaanvaardbare risico’s, is actieve nazorg niet meer noodzakelijk. De mate van restverontreiniging wordt vastgelegd in het evaluatierapport en geregistreerd (passieve nazorg).
Fase 2 van de sanering is dusdanig uitgevoerd dat geen afspraken meer noodzakelijk zijn over een lopende sanering evenals het uitvoeren van actieve nazorg. De schuingedrukte passages van de gebruiksbeperkingen zijn dan ook niet meer van toepassing.
Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, namens dezen, C. van Houtum, Wnd. Afdelingshoofd Expertise Omgevingsdienst Midden-Holland Dit document is digitaal vastgesteld.
Identificatie 2022060750
5 van 5