CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.12 RIB Kwaliteitsmonitor over 2021.pdf

Raadsvergadering 1 november 2022, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college16.849 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

8.2 Verwachte toename van armoede en schulden blijft uit Volgens de laatste cijfers ( juli 2020) wonen er bijna 3500 inwoners in de Krimpenerwaard die moeten rondkomen van een inkomen dat gelijk aan of minder is dan 120% van de bijstandsnorm. Hieronder vallen 700 kinderen tot 18 jaar. Enerzijds gaat het om groepen mensen in een uitkeringssituatie, anderzijds om ‘werkende armen’. Deze groepen kunnen moeilijk rondkomen van hun besteedbaar inkomen. Oorzaken hiervan zijn onder meer stijgende vaste lasten en achterblijvende inkomens en de sterke flexibilisering van de arbeidsmarkt (0-uren contracten, gedwongen of schijnzelfstandigheid, opknippen van voltijdbanen in laagbetaalde deeltijdbanen en

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 24

8 toegenomen marktwerking). De verwachte toename van inwoners met een laag inkomen als gevolg van de coronacrisis blijft uit. Ook het aantal inwoners dat zich bij de gemeentelijke schulddienstverlening meldt, is stabiel gebleven. Het percentage mensen dat nauwelijks tot ernstige financiële belemmeringen ervaart wijkt niet af van het landelijke beeld. Tot aan de coronacrisis lijken de ervaren financiële belemmeringen licht af te nemen. Ook gezien de huidige inflatie en energiecrisis blijven we de komende periode goed monitoren hoe dit zich ontwikkelt.

8.3 Laaggeletterdheid Eén op de tien Nederlanders heeft moeite met lezen en schrijven. In de Krimpenerwaard gaat het naar schatting om 10% van de inwoners, dat is meer dan vijfduizend mensen. Als inwoners over voldoende basisvaardigheden beschikken, vergroot dat hun perspectieven richting arbeids- en maatschappelijke participatie. Beheersing van basisvaardigheden draagt bij aan zelfredzaamheid en welzijn van inwoners.

Uit de praktijk: Taalpact 2021-2024 In november 2021 zijn we van start gegaan met het vernieuwde Taalpact 2021-2024. We bouwen hiermee voort op de ambities van het Taalpact 2019-2021. Nieuw is dat we werken vanuit de actielijnen: Geld, Gezondheid, Gezin en Jeugd, Werk en Domeinoverstijgend. Met deze actielijnen sluiten we aan bij het regioplan Bevordering Basisvaardigheden regio Midden-Holland 2020-2024.

Figuur 13: Verandering financiële situatie door corona

Uit de praktijk: integrale samenwerking bij Vroegsignalering Om financiële problemen vroegtijdig te signaleren zijn we in 2021 begonnen met de Vroegsignalering van de achterstanden in de vaste lasten. Er zijn afspraken gemaakt, vastgelegd in convenanten, met verschillende partijen als woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Eén van de afspraken is bijvoorbeeld dat deze organisaties vroegtijdig melden als er betalingsachterstanden zijn. We krijgen daarmee mensen met financiële problemen sneller in beeld en nemen dan proactief contact op met betreffende inwoners en hulpverlening inzetten om problematische schulden te voorkomen. Figuur 14: Percentage laaggeletterdheid en taaltrajecten Taalhuis

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 25

8 Uit de praktijk: Woordkaarten en inzet Taalmeter - De Woordkaarten zijn ontwikkeld voor nieuwkomers die de Nederlandse taal leren, hun woordenschat willen vergroten en hun spreekvaardigheid willen verbeteren. De Woordkaarten zijn ook heel waardevol voor mensen die het Nederlands als moedertaal hebben en beter willen leren lezen en/of schrijven. De organisaties die aangesloten zijn bij het Taalpact en met de Woordkaarten aan de slag willen, hebben de Woordkaarten in ontvangst genomen. Het materiaal wordt ingezet door professionals of vrijwilligers om de taalvaardigheden van de inwoners te verbeteren. Daarnaast hebben de partners ook een workshop gevolgd: hoe de kaarten ingezet kunnen worden. - Eind september 2021 zijn we gestart met het afnemen van de Taalmeter bij het bestaande bestand van Werk & Inkomen. De Taalmeter is een screeningsinstrument. Het screeningsinstrument is een eenvoudig af te nemen online instrument, waarvan de uitslag direct digitaal zichtbaar is. Het geeft in ongeveer 15 minuten een indicatie of iemand mogelijk moeite heeft met een van de basisvaardigheden (lezen, rekenen en digitale vaardigheden)en of de deelnemer scholing nodig heeft. Het doel van de screening is om meer NT1 mensen te vinden en deze een passend aanbod te kunnen doen dat bijdraagt aan ontwikkeling en meedoen (afhankelijk van de behoefte).

Figuur 15: Slagingspercentage inburgeringsplichtigen

8.4 Inburgering Statushouders tussen de 18 jaar en de AOW-leeftijd moeten verplicht inburgeren. Zij leren de taal en gebruiken van hun nieuwe woonplek. Dit doen zij door het volgen van lessen in een inburgeringstraject bij een taalaanbieder. Dit wordt afgesloten met een examen. Het doel van inburgeren is dat nieuwkomers volwaardig kunnen meedoen in de Nederlandse samenleving. Onder de oude inburgeringswet zijn de inburgeraars zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Zij betalen hun lessen met een lening bij DUO. Als ze slagen wordt de lening kwijtgescholden. In 2021 zijn 50 mensen geslaagd voor hun inburgering (bron DUO). De gemeente Krimpenerwaard doet het iets beter dan het landelijke gemiddelde. Bij de voorbereiding op de nieuwe wet inburgering heeft de gemeente Rijksmiddelen ontvangen om de groep ELIP (einde lening inburgeringsplicht) te helpen om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Wij hebben de benodigde ondersteuning ingekocht bij het Taalhuis. Met deze ondersteuning zijn er 11 mensen geholpen om alsnog te slagen of een ontheffing te regelen.

8.5 Taakstelling voor het aantal gerealiseerde garantiebanen is behaald Voor inwoners met een arbeidsbeperking is er de mogelijkheid om een garantiebaan te krijgen. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen gemeente en reguliere werkgevers. De inwoner kan minder werk verrichten ten gevolge van zijn/haar beperking. Ter compensatie hiervoor ontvangt de werkgever van de gemeente een loonkostensubsidie. Daarnaast is het ook mogelijk extra begeleiding ( jobcoaching) in te zetten en is er sprake van een no-riskpolis bij ziekte van de werknemer. In het kader van de landelijke banenafspraak moeten er in 2026 in Nederland in totaal 125.000 extra banen worden gerealiseerd voor mensen met een arbeidsbeperking. De regionale taakstelling was in 2021 in totaal 135 plaatsingen, en in totaal zijn 157 geplaatst. In de arbeidsmarktregio Midden-Holland is met de samenwerkingspartners afgesproken om in gezamenlijkheid het aantal plaatsingen in een garantiebaan nog verder omhoog te brengen. Hiervoor is het Offensief Garantiebanen gelanceerd waarin concrete acties worden opgestart om zoveel mogelijk inwoners met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen. Voor de gemeente Krimpenerwaard betekent dit dat we in 2021 in totaal 59 plaatsingen in een garantiebaan hadden. Voor 2022 streven we naar 20 nieuwe plaatsingen.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 26

8 8.6 Taakstelling voor het aantal beschutte werkplekken is behaald

8.7 Tozo-regeling ondersteunde ondernemers tijdens de coronacrisis

Indien een inwoner als gevolg van een arbeidsbeperking nog meer begeleiding nodig heeft dan in een garantiebaan van een reguliere werkgever kan worden verwacht, komt hij/zij in aanmerking voor een beschutte werkplek. Jaarlijks wordt door het Rijk per gemeente een taakstelling opgelegd voor het aantal beschutte werkplekken. In 2021 was de taakstelling voor de gemeente Krimpenerwaard in totaal 19 fte; deze taakstelling is in 2021 behaald.

In de periode 1 maart 2020 tot 1 oktober 2021 was de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandige Ondernemers (Tozo) van kracht om te voorkomen dat zelfstandig ondernemers door de coronacrisis in (grote) financiële problemen zouden komen. De gemeente heeft deze regeling in opdracht van het Rijk uitgevoerd. In totaal is aan 1166 inwoners een Tozo-uitkering verstrekt. Dat kon in de vorm van een uitkering levensonderhoud en/of in de vorm van een lening bedrijfskapitaal.

Inwoners met een indicatie beschut werk woonachtig in Krimpenerwaard, gaan aan het werk bij sociaal ontwikkelbedrijf Promen waar zij begeleiding op de werkplek krijgen. Zij verrichten veelal werkzaamheden op verpakkingsafdelingen, in de groenvoorziening en in de schoonmaak. Uit de praktijk: Voedselbank Al enkele jaren verstrekt de gemeente jaarlijks subsidie aan de Voedselbank. De Voedselbank ondersteunt ongeveer 65 gezinnen uit de Krimpenerwaard met 125 voedselpakketten per week. De verwachte toeloop als gevolg van de coronacrisis is uitgebleven. In 2021 was er zelfs een lichte daling te zien in het aantal voedsel pakketten (125 t.o.v. 130 in 2020). Om de uitgifte van de voedselpakketten coronaproof te laten verlopen, heeft de gemeente 15.000 papieren tassen aan de Voedselbank geschonken.

Figuur 16: Aantal gerealiseerde garantiebanen en beschutte werkplekken

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 27

9 Beleidsrad Lichamelijke gezondheid Bij lichamelijke gezondheid gaat het om het kunnen uitvoeren van algemene dagelijkse activiteiten. Onder andere het gebruik van de basisgezondheidszorg, het ervaren van lichamelijke belemmeringen en de vaccinatiegraad vertellen ons iets over de lichamelijke gezondheid van inwoners in de Krimpenerwaard.

9.1 Cijfers: Hoe staat het ervoor in de Krimpenerwaard?

9.2 Basisgezondheidszorg – inzet op betere samenwerking met huisartsen De basisgezondheidszorg is de zorg die vrij toegankelijk en goed bereikbaar is. Het gaat onder andere om de huisartsenzorg. In 2020 was een daling van het aantal inwoners dat hiervan gebruik maakt. Dit is te verklaren, doordat huisartsenzorg als gevolg van corona werd afgeschaald in 2020. De verwachting is dan ook dat dit gebruik in 2021 weer is toegenomen. In de volgende monitor komen we hierop terug. De druk op huisartsen neemt landelijk toe. Ook in Krimpenerwaard is dit zichtbaar. Om de samenwerking met huisartsen te versterken en de huisartsen (deels) te ontlasten is vanuit het Loket Samenleving en Zorg in de huisartsenpraktijken sinds december 2021 een jeugdondersteuner werkzaam die preventief of laagdrempelig jeugdhulp biedt. Zie ook Uit de praktijk: Jeugdondersteuner Huisartsen (JOH) op pagina 12.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 28

9

Figuur 17: Percentage gebruik eerstelijnszorg huisarts

9.3 Vaccinatiegraad licht gestegen Voor 2021 zijn er nog geen cijfers bekend. De vaccinatiegraad in de Krimpenerwaard ligt van oudsher lager dan zowel regionaal als landelijk. De vaccinatiegraad voor alle vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) is in 2020 in de Krimpenerwaard met 88,6% licht gestegen ten opzichte van 2019 (87,8%). Er lijkt sprake van een positieve trend, maar het percentage blijft lager in vergelijking met Hollands Midden (2020: 92,9%). Het percentage tweejarigen dat geen enkele vaccinatie heeft daalt licht in 2020, van 8,6% naar 8,3%.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 29

10 Beleidsrad Zorggebruik Die overbelasting van mantelzorgers zien we inderdaad terug in het gebruik van gemeentelijke voorzieningen. Vaker dan voorheen werd in 2021 dagbesteding of logeren ingezet om mantelzorgers of ouders van kinderen met een (complexe) hulpvraag te ontlasten. Waar het gebruik van dagbesteding in 2020 als gevolg van corona nog fors gedaald was, zien we in 2021 dat dagbesteding zelfs is toegenomen in vergelijking met 2019. Naar verwachting worden de gevolgen van corona voor bijvoorbeeld het welbevinden, de eenzaamheid of de deelname aan de arbeidsmarkt soms pas na een langere periode duidelijk. Deze gevolgen kunnen fors zijn, zeker voor mensen die al weinig sociale en financiële hulpbronnen bezaten. Corona heeft bestaande kwetsbaarheden verscherpt (De Klerk et al. 2021; Pharos 2021; SCP/RVS 2022). Door belemmeringen als gevolg van de coronamaatregelen kan het zo zijn dat nog niet iedereen met een hulpvraag is bereikt en het aantal gebruikers van gemeentelijke voorzieningen als gevolg daarvan nog toe zal nemen.

Wanneer onze inwoners een beperking ervaren in hun gezondheid kan dit leiden tot het gebruik van zorg. Zorg op grond van de Wet langdurige zorg en de Zorgverzekeringswet, maar ook zorg op grond van de Jeugdwet en de Wmo waarvoor we als gemeente verantwoordelijk zijn voor de uitvoering. Dat zien we terug in het gebruik van gemeentelijke (maatwerk) voorzieningen. Ook voorzieningen op grond van de Participatiewet en de Wet Schulddienstverlening kan in dit kader als (zorg)gebruik worden gezien. Naast een aantal algemene ontwikkelingen en trends worden in paragraaf 9.2 tot en met 9.15 de trends en ontwikkelingen op het gebied van jeugdzorg, Wmo, Participatiewet en schulddienstverlening beschreven langs een viertal onderwerpen: 1. Instroom; 2. Kostenontwikkeling; 3. Doorlooptijden; en 4. Effectiviteit. Deze onderwerpen staan jaarlijks centraal in de kwaliteitsmonitor binnen het beleidsrad ‘Zorggebruik’.

10.1 Algemene trends en ontwikkelingen Effecten corona nog steeds zichtbaar in gebruik van gemeentelijke voorzieningen In de kwaliteitsmonitor van december 2021 beschreven we al dat het wegvallen van dagbesteding als gevolg van corona heeft geleid tot zorgen over overbelasting van mantelzorgers en eenzaamheid van kwetsbare groepen.

Wachttijden en wachtlijsten als gevolg van personeelstekorten in de zorg en welzijnssector In de sector zorg en welzijn is een groot personeelstekort zichtbaar met als gevolg (lange) wachtlijsten voor jeugdzorg en ggz. Professionals die werkzaam zijn in de sector ervaren een hoge werkdruk en er is een groeiend ziekteverzuim. Oorzaken die ten grondslag liggen aan het personeelstekort zijn complex. Bevolkingsgroei en vergrijzing zijn belangrijke oorzaken, samen met een langere levensduur, een toenemende zorgvraag en een afnemende beroepsbevolking (AEF, 2020). In regio Midden-Holland herkennen we de personeelstekorten in de sector. De wachtlijsten voor de ggz (Zorgverzekeringswet) zijn in onze regio langer dan gemiddeld in Nederland. Dit heeft zijn weerslag op het gebruik van Wmo voorzieningen. Met de toename van het personeelstekort in zowel de GGZ als bij zorgaanbieders voor de Wmo en de steeds groter wordende vraag naar bijvoorbeeld hulp bij het huishouden, bellen consulenten dagelijks alle gecontracteerde aanbieders voor beschikbaarheid van de gewenste ondersteuning. Samen met complexer wordende vragen van inwoners ervaren zowel jeugd- als Wmo-consulenten dan ook dat meldingen bij Loket Samenleving en Zorg gemiddeld meer tijd vragen dan voorheen. Verborgen hulpvragen Kinderen van ouders met lage inkomens en/of met een migratieachtergrond hebben vaker een verborgen hulpvraag.

Inwoners met lage inkomens vinden het moeilijker om alternatieve hulpbronnen te activeren (CPB/SCP, 2020). Laagopgeleide ouders en ouders met een taalachterstand kunnen bovendien meer moeite hebben met het begrijpen van het Nederlandse zorgsysteem en het vinden van de juiste informatie. Daarnaast is het gebruik van psychische hulp in sommige culturen en sociale klassen niet gewoon, en heerst er in zijn algemeenheid ook nog altijd een taboe om dit soort zaken te bespreken. In tegenstelling tot de verborgen hulpvragen van inwoners met lage inkomens of een migratieachtergrond, neemt het gebruik van lichte jeugdhulp door huishoudens met een hoger inkomen juist toe.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 30

10 10.2 Zorggebruik Jeugd 10.2.1 Cijfers: hoe staan we ervoor in de Krimpenerwaard?

Figuur 18: Unieke cliënten en indicaties jeugd

Instroom jeugdzorg Het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van jeugdhulp is in zijn totaliteit redelijk stabiel. Dit sluit aan bij de landelijke demografische bevolkingscijfers. Vanaf 2018 (1336 jeugdigen in jeugdhulp) is een lichte toename zichtbaar naar 1398 jeugdigen in 2021. Binnen de diverse producten is er sprake van grotere afwijkingen. Het aantal indicaties laat wel een stijging zien (van 2779 in 2018 naar 3462 in 2021). Dit impliceert een toename van het gemiddeld aantal indicaties per jeugdige (van 2,03 in 2018 naar 2,47 in 2021). Hieruit blijkt dat jeugdigen in toenemende mate van meerdere producten/diensten tegelijk gebruik maken.

Er is ook gekeken naar het aantal jeugdigen dat verwezen is naar jeugdhulp in 2020. Hierbij is onderscheid gemaakt in het type verwijzer. Dit figuur laat zien dat de huisarts in 2020 het grootste deel van de verwijzingen heeft verzorgd (46%). De gemeente is goed voor ruim 30% van de verwijzingen en dit percentage is over meerdere jaren redelijk stabiel. Vervolgens wordt een grote groep door de GI ( gecertificeerde instelling) en de rechter verwezen naar jeugdhulp.

1)

Deze indicator zal op den duur vervangen worden door een indicator die met eigen gegevens (databron: Isam) gemeten kan worden en

beter aansluit op hetgeen we willen weten (d.w.z. recidieven).

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 31

10

Figuur 19: Aantal unieke cliënten per type verwijzer

Figuren 20: Totale- en gemiddelde kosten per cliënt Jeugd

Kostenontwikkeling jeugdzorg De kosten van het zorggebruik op grond van de jeugdwet laten een stijgende trend zien. Ten opzichte van 2018 betreft dat een stijging van ruim 63% in 2021. Ten opzichte van 2020 een stijging van 19,5%. Om deze kostenstijging te verklaren, is het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van zorg een belangrijke factor. Echter doordat het aantal cliënten redelijk stabiel is, valt deze verklaring weg. Wat overblijft is dat de duur van trajecten en de intensiteit van trajecten toeneemt. En er is een toename in het aantal producten/diensten dat per cliënt wordt ingezet. Als we kijken naar de gemiddelde kosten per traject, zien we ook daar een flinke toename. Begeleiding, behandeling, Jeugdbescherming/Jeugdreclassering en gezinshuizen laten een structureel stijgende trendlijn zien. Ook logeren en inzet van Landelijke Transitie Arrangementen (LTA) nemen toe in 2021. Dagbesteding klimt weer naar het oude niveau als vóór corona. Op Jeugdzorg Plus zien we een (gewenste) daling.

Doorlooptijden jeugdzorg Met doorlooptijd bedoelen we de tijd dat inwoners in zorg zijn binnen de Wmo of de Jeugdwet. Op dit moment ontbreekt het ons nog aan betrouwbare gegevens over doorlooptijden. Wel hebben we andere informatie tot onze beschikking die ons informatie geeft over de tijd dat mensen in zorg zijn. Een stijging van de gemiddelde kosten per dienst impliceert een langer of intensiever traject. We gebruiken dit als inzichtgevende factor voor de doorlooptijd. Als we uitgaan van de gemiddelde kosten per jeugdige op het totaal is ook nu een toename zichtbaar. Dit heeft gevolgen voor de doorlooptijd, echter het is op dit moment met deze data lastig om dat verder te kunnen duiden. Ook kunnen we kijken naar wachtlijsten en een gemiddeld aantal indicaties per jeugdige. Als we het aantal gemiddelde indicaties per jeugdigen bekijken, zien we een stijging van jeugdigen cliënten met 2 of meer indicaties en een daling aan cliënten met een indicatie. Dit is een indicator dat de zorgzwaarte toeneemt.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 32

10 Wachttijd en wachtlijsten bekende fenomenen De druk op de specialistische jeugdhulp is in de afgelopen jaren toegenomen en er lijkt sprake van een toename van ernstige en complexe problematiek. Dit is niet alleen een trend in regio Midden-Holland, maar ook een landelijke beeld. Bekend zijn de wachtlijsten bij de GGZ, maar in de regio Midden-Holland worden ook knelpunten ervaren ten aanzien van verblijfsvoorzieningen en beschikbaarheid crisisproducten. De transformatieopgave, waarbij de ambulantisering in de zorg wordt gestimuleerd, draagt hier positief aan bij. Immers de jeugdige kan thuis blijven wonen in het eigen gezin en/of in een pleeggezin of gezinshuis. Hulp wordt dan in de ‘zo thuis mogelijke’ woonomgeving rond het kind georganiseerd. Dit heeft op de jeugdige een positiever effect op de l angere termijn, kostentechnisch op de kortere termijn, minder. Ook de landelijke trend Jeugdzorg Plus af te bouwen (gesloten jeugdzorg), is van invloed op huidige zorgstapeling.

10.3 Wmo 10.3.1 Cijfers Wmo: Hoe staan we ervoor in de Krimpenerwaard?

Wachtlijsten worden ook gevoed, doordat het binnen bepaalde diensten lastig blijkt om ‘af te schalen’. Een voorbeeld is de afschaling bij jeugdhulp met verblijf; er zijn (landelijk) onvoldoende huisvestingsmogelijkheden voor jongeren. Een ander voorbeeld is het terugstromen in het onderwijs, waarbij knelpunten worden ervaren. Op het moment dat de uitstroom stagneert heeft dat per definitie effect op de wachttijd bij instroom. Effectiviteit jeugdzorg Zicht krijgen op de effectiviteit van hulp is van groot belang. Wanneer we de effectiviteit van hulp willen monitoren, dan kijken we het liefst naar cliënttevredenheid, uitval, doelrealisatie en het aantal cliënten dat zonder hulp verder kan. Cliëntervaring meten we in het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek. Ten tijde van het opstellen van deze kwaliteitsmonitor zijn de cijfers van het cliëntervaringsonderzoek 2021 nog niet gereed. Deze cijfers worden betrokken bij een volgende monitor. Instroom zorg uit Wmo Ook in 2021 stijgt het aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo-voorziening. De stijging is wel minder groot dan vorig jaar. Zagen we in 2020 nog een stijging van 10%, in 2021 is de stijging 5%. Opnieuw is de grootste instroom van cliënten zichtbaar binnen de producten Begeleiding specialistisch en Hulp bij het huishouden.

Op basis van de vergrijzing is een toename van het aantal inwoners met Wmo-voorzieningen en een stapeling van voorzieningen ook voor de hand liggend. Toch stijgt het aantal inwoners vanaf 70 jaar met een Wmo-voorziening harder dan op grond van de vergrijzing te verwachten is. Aannemelijk is dat het abonnementstarief hier nog altijd een rol in speelt. Voor Hulp bij huishouden is met ingang van 1 januari 2022 de inkomenstoets ingevoerd voor nieuwe cliënten. Het effect hiervan zal in de monitor van volgend jaar worden weergegeven.

2)

Wmo consulenten geven aan dat de meldingen complexer worden en dat zij ervaren dat een melding gemiddeld meer tijd vraagt.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 33

10 Kosten stijgen harder dan aantal cliënten In 2021 zien we net als voorgaande jaren een toename van het aantal maatwerkvoorzieningen tegen steeds hoger wordende kosten. De kosten voor Wmo als totaal stijgen in 2021 met circa 15% ten opzichte van het jaar daarvoor. Terwijl het totaal aantal cliënten met 5% stijgt. Deels kan dit worden verklaard door tariefstijgingen van gemiddeld 5% op de producten Wmo. Dat de kosten blijvend harder stijgen dan de aantallen cliënten zien we vooral bij de producten begeleiding, dagbesteding en beschut wonen. Vorig jaar was er nog sprake van een dip in het gebruik en de kosten van dagbesteding als gevolg van corona. Dit jaar zien we een inhaalslag en stijgen ook de gemiddelde kosten per cliënt. Ondanks dat specialistische dagbesteding afneemt en er meer gebruik wordt gemaakt van een reguliere vorm van dagbesteding, wordt deze wel intensiever (meer dagdelen per week). Op grond van de vergrijzing ligt dit voor inwoners van 70 jaar of ouder in de lijn der verwachting. Bij het Loket Samenleving en Zorg wordt ook vaker dagbesteding ingezet als vorm van respijtzorg om mantelzorgers te ontlasten. We zien het echter niet alleen bij de doelgroep ouderen, maar ook de gemiddelde kostprijs van jongvolwassenen (24-29 jaar) die gebruik maken van dagbesteding stijgt fors.

Een heel voorzichtige verklaring daarvoor kan worden gevonden in de ambulantisering van de GGZ. Meer mensen met ggz problematiek wonen zelfstandig, maar het lukt hen niet altijd om daarbij te werken. Dagbesteding wordt ingezet voor een vorm van dagritme. Uit cijfers blijkt een forse daling van de gemiddelde kosten voor logeren. De wachtlijsten in de GGZ zorgen vaker voor de nodige overbruggingszorg uit de Wmo. Voor inwoners met soms complexe GGZ problematiek kan een tijdelijke, passende logeerplek ondersteuning bieden. Er zijn enkele plekken in de gemeente Krimpenerwaard en één of enkele individuen kunnen daarin een groot verschil maken in de gemiddelde kosten per cliënt van dit product. De gemiddelde kosten voor begeleiding nemen ook in 2021 toe. De meest intensieve vorm van begeleiding is fors afgenomen. Inwoners die hier gebruik van maakten, wonen veelal in een beschutte woonvorm. Voor beschut wonen als ‘totaalpakket’ was nog geen apart product in 2020 (enkel voor een woontoeslag). In 2021 is dit aanbesteed en zijn aanbieders voor dit totaalproduct beschut wonen gecontracteerd waardoor een daling zichtbaar is van begeleiding intensief, maar een stijging van beschut wonen. Voor de kosten van beschut wonen wordt de gemeente Krimpenerwaard gecompenseerd door centrumgemeente Gouda.

Ondanks de afname van begeleiding intensief, stijgt het gebruik van begeleiding specialistisch fors. Ook dit kan te maken hebben met de wachtlijsten in de GGZ. Als we kijken bij welke aanbieders onze inwoners zorg ontvangen, dan zijn dat veelal aanbieders met een eigen specialisatie. Bijvoorbeeld omdat ze ervaring hebben met migranten, gespecialiseerd zijn in problematiek van inwoners met een licht verstandelijke beperking of bijvoorbeeld goed zijn in de begeleiding van inwoners met problemen in het autistisch spectrum. De ondersteuningsvragen die bij het Loket Samenleving en Zorg binnen komen zijn steeds complexer van aard. Vermoedelijk speelt ook hier de ambulantisering van de GGZ een rol. Daarnaast wordt vanuit de Wmo ook overbruggingszorg geboden voor de wachtlijsten in de GGZ. Begeleiding intensief en dagbesteding worden ook vaak ingezet ter overbrugging van de wachtlijsten van beschermd en beschut wonen.

Figuur 21: Totale- en gemiddelde kosten per cliënt Wmo

Doorlooptijden binnen de Wmo Met doorlooptijd bedoelen we de tijd dat inwoners zorg ontvangen vanuit de Wmo of de Jeugdwet. We hadden gehoopt in deze monitor al voor het totale cliëntenbestand zicht te hebben op doorlooptijden. Vooralsnog hebben we alleen op individueel cliëntniveau zicht op zorgpaden en de duur dat inwoners gebruik maken van jeugdzorg danwel Wmo. Wel hebben we andere bronnen tot onze beschikking die ons informatie geven over de tijd dat mensen zorg ontvangen. Zo zijn de gemiddelde kosten per cliënt per product een indicator en kijken we naar een gemiddeld aantal indicaties. Gemiddelde Wmo kosten per leeftijd het hoogst onder jongvolwassenen Een groeiende groep jongvolwassenen woont met vrij intensieve begeleiding zelfstandig. Dat wil zeggen niet in een intramurale setting. Dit is veelal langdurige ondersteuning. Een verklaring daarvoor is te vinden in de uitstroom uit jeugdzorg, extramuralisering (fysiek scheiden van wonen en zorg waarbij zorg zoveel als mogelijk in de ‘thuissituatie’ wordt geboden) in de GGZ en ambulantisering van beschermd wonen. Vanuit het uitgangspunt dat inwoners zo gewoon mogelijk moeten kunnen wonen en sneller herstellen en participeren is dit een gewenste beleidsbeweging. Daarnaast leiden ook de wachtlijsten in de GGZ tot (tijdelijke) inzet van specialistische begeleiding.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 34

10 Gemiddeld aantal indicaties per cliënt neemt nog steeds toe In relatie tot de doorlooptijd dat inwoners Wmo zorg ontvangen is het gemiddelde aantal indicaties per cliënt ook een interessante indicator. Zie figuur ‘Unieke cliënten en indicaties Wmo’. Een stapeling van indicaties kan een stapeling van producten betekenen, maar ook veelvuldig is er sprake van een verlenging van indicaties. Dit aantal neemt in de loop van de jaren alleen maar toe. Het personeelsgebrek in de sector zorg en welzijn is daarbij niet bevorderend voor de kwaliteit of continuering van de geboden ondersteuning en daarmee ook uitstroom of het bieden van lichtere zorg.

binnen komen direct kunnen worden verdeeld onder de consulenten en er een wachtlijst ontstaat. Hierdoor is het in 2021 niet mogelijk gebleken om altijd binnen de wettelijk gestelde termijnen te komen tot een besluit. Uiteraard wordt er bij binnenkomst van een melding door middel van een korte triage een inschatting gemaakt van de urgentie van de vraag. Bij spoed of crisis wordt deze alsnog direct verdeeld onder de consulenten. De kwaliteit van de dienstverlening gaat nog altijd voor de kwantiteit van het behandelen van aanvragen. Tegelijkertijd komt die kwaliteit met zo’n belasting wel onder druk te staan. Effectiviteit van Wmo ondersteuning Wanneer we de effectiviteit van hulp willen monitoren, dan kijken we het liefst naar clienttevredenheid, uitval, doelrealisatie en het aantal cliënten dat zonder hulp verder kan. Cliëntervaring meten we in het jaarlijkse cliëntervaringsonderzoek. Ten tijden van het opstellen van deze kwaliteitsmonitor zijn de cijfers van het cliëntervaringsonderzoek 2021 nog niet gereed. Deze cijfers worden betrokken bij een volgende monitor. Met het meten van instroom, doorstroom en uitstroom is een start gemaakt. Het aantal cliënten dat uitstroomt uit zorg en niet doorstroomt naar een ander product en zich niet opnieuw meldt met een hulpvraag is vrij stabiel. Maandelijks stromen er ruim 100 inwoners uit Wmo voorzieningen.

Daarentegen is het aantal inwoners met een nieuwe indicatie of doorstroom naar een andere indicatie hoger dan de uitstroom, waarmee het cliëntenbestand in de Wmo stijgt. Dit past natuurlijk ook deels bij het type voorzieningen van de Wmo. Voorzieningen die ondersteuning bieden bij bijvoorbeeld lichamelijke beperkingen zijn niet eindig. Interessant wordt het als we ook naar instroom, doorstroom en uitstroom kunnen kijken op productniveau en naar leeftijd. Dan kunnen we ook uitstroom meten op die producten waar we dat ook mogen verwachten. Aan die doorontwikkeling wordt gewerkt.

Figuur 22: Unieke cliënten en indicaties Wmo

Oplopende wachtlijst in 2021 bij Loket Zorg en Samenleving Nog steeds zien we de druk bij ons gemeentelijk Loket Samenleving en Zorg toenemen. We meten het aantal signalen dat binnenkomt bij het loket. Onder signalen verstaan we niet alleen meldingen met betrekking tot een maatwerkvoorziening, maar ook korte contacten, informatie en adviesvragen en mutaties en beëindigingen. De grootste groei is echter zichtbaar in het aantal meldingen. Waar in 2017 1987 Wmo meldingen binnen kwamen, is dit in 2020 opgelopen tot 2182 en in 2021 zelfs tot 2458. Dat betekent een forse toename in belasting van de consulenten. Die toename van het aantal meldingen leidt ertoe dat nog steeds niet alle meldingen die

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 35

10 10.4 Participatie en schulddienstverlening 10.4.1 Cijfers: hoe staan we ervoor in de Krimpenerwaard?

Corona nog steeds van invloed op instroom bijstand De invloed van corona zien we ook in 2021 nog terug in de instroom- en uitstroomcijfers in de bijstand. Tot en met het derde kwartaal 2021 was er sprake van een toename van het aantal inwoners met een bijstandsuitkering. Per saldo is er sinds 2021 sprake van een daling van het bestand. Door de coronamaatregelen kon niet voldoende worden ingezet op de begeleiding van mensen naar werk. Intensieve begeleiding is veelal nodig voor de bijstandsdoelgroep en blijft een kritische succesfactor in reductie van het uitkeringsbestand. Desondanks is er bij 36% van de uitkeringsgerechtigden een re-integratietraject ingezet. Kijkend naar de kenmerken van het klantenbestand valt op dat 27% van de klanten ouder is dan 55 jaar. Daarnaast is 16% van de klanten jonger dan 27 jaar, waarvan bijna de helft een arbeidsbeperking heeft. Wat betreft de verblijfsduur valt op dat 40% langer dan vijf jaar een uitkering ontvangt. De gemeente Krimpenerwaard wijkt niet af van het landelijke beeld. Uitstroom naar werk vooral voor inwoners die kortdurend in bijstand zitten De uitstroom naar werk werd met name gerealiseerd binnen de groep die net was ingestroomd tot en met de groep die ongeveer één jaar bijstand ontvangt. De begeleiding van de groep die langer afhankelijk is van een bijstands-

uitkering zal, door de mismatch tussen de openstaande vacatures en de werkzoekenden met (multi-)problematiek, steeds intensiever en langduriger worden om succesvolle uitstroom naar de arbeidsmarkt te kunnen realiseren. Tegelijkertijd moet ook vastgesteld worden dat een deel van de mensen die langdurig in de bijstand zit niet meer aan het werk zal komen. Voor deze groep moeten andere vormen van zinvolle dagbesteding worden gevonden.

Figuur 23: In- en uitstroompercentage bijstand

Minimaregelingen: toename onder kinderen, bereik ouderen moet beter Het bereik van de minimaregelingen voor kinderen blijft toenemen. Zo heeft Stichting Leergeld in 2021 een bereik van 90% weten te realiseren (t.o.v. 80% in 2020). De reden van deze toename is dat Stichting Leergeld extra inzet op het bereiken van werkende gezinnen met een laag inkomen. Ook werkt Stichting Leergeld sinds 2021 met een nieuw communicatiesysteem, waarmee ze gezinnen snel en laagdrempelig kunnen informeren. De maatschappelijke partners in de Krimpenerwaard weten Stichting Leergeld goed te vinden. Het bereik van de minimaregelingen voor ouderen (AOW-gerechtigden) blijft daarentegen achter. Zo werd de regeling Maatschappelijke deelname voor ouderen in 2021 maar 22 keer verstrekt (t.o.v. 34 verstrekkingen in 2020). Om het bereik te vergroten, zal o.a. een flyer verspreid worden in alle ouderencomplexen in de Krimpenerwaard. Ook zal het Geldpunt, dat wordt opgericht in 2022, extra aandacht gaan hebben voor deze doelgroep.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 36

10

Figuur 24: Aantal aanvragen en toegewezen aanvragen minimaregelingen

Schulddienstverlening 2021 In 2021 had schulddienstverlening 131 klanten (peildatum 31-12-2021) Dat is een Lichte stijging ten opzichte van 2020 toen hadden we 121 klanten (peildatum 31-12-2020). Er is dus ondanks de coronacrisis geen extreme stijging te zien in het aantal inwoners die zich melden met financiële zorgen. Ook onder de zelfstandig ondernemers zien we vooralsnog geen stijging van inwoners met financiële zorgen. Per 1 oktober 2021 is een groot aantal regelingen stopgezet vanwege de positieve ontwikkelingen met betrekking tot corona. We blijven goed monitoren hoe dit zich ontwikkelt, ook gezien de huidige inflatie en energiecrisis. 390 inwoners hebben naar aanleiding van de Vroegsignalering een aanbod voor een gesprek met schulddienstverlening ontvangen. Bijna de helft van de inwoners (40%) met financiële zorgen ondersteunen we vanuit schulddienstverlening met budgetbeheer. Bij 30 klanten is er met succes een schuldbemiddeling gestart. Net zoals in 2020 zijn er in 2021 geen recidive. Dit is te danken aan het zorgvuldig inzetten van de nazorg trajecten.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 37

11 Financiën en de kwaliteitsmonitor 11.1 Toepassen van data en kennis Deze kwaliteitsmonitor geeft ons met al zijn data, ervaringsverhalen en beschrijvingen van huidige ontwikkelingen veel waardevolle informatie. Het stelt ons in staat deze data en kennis ook toe te passen in het verbeteren van ons Sociaal Domein in de Krimpenerwaard. We kiezen voor maatregelen met de juiste impact. Daarvoor kijken we naar in de praktijk bewezen en/of goed onderbouwde interventies zoals afgesproken in de Maatschappelijke Agenda Sociaal Domein.

Onderstaande overzichten ‘piramide lasten’ en ‘lasten 2021’ laten zien dat we in de Krimpenerwaard relatief veel kosten maken in intensieve ondersteuning. Veel preventieve inspanningen vinden plaats in de samenleving of in de vorm van lichte ondersteuning en kunnen daarmee soms ook een alternatief bieden voor zwaardere vormen van ondersteuning. We zien de kosten voor intensieve ondersteuning de laatste jaren fors toenemen, terwijl de financiële inzet op alternatieven nagenoeg gelijk blijft. Kijkend naar het overzicht van de totale lasten in 2021 in het Sociaal Domein zien we dat de lasten voor de sociale basis en preventie daar een beperkt onderdeel van zijn.

11.2 Investeren in preventie Op basis van het IBK zetten we beleidsmatig in op normaliseren, preventie en vroegsignalering, de doorontwikkeling van de basisvoorzieningen en integrale, lokale en passende zorg. Dit vertaalt zich in het toewerken naar een stevige sociale basis en een gezonde omgeving voor de Krimpenerwaardse samenleving in de breedte (universele preventie). We bieden de juiste randvoorwaarden en maken voorzieningen voor alle inwoners toegankelijk. Door in te zetten op een (fysieke en sociale) omgeving die stimuleert tot positieve en gezonde keuzes, en ook door het bieden van voorlichting of te richten op bewustwording. Hierdoor investeren we in de gezondheidsvaardigheden van al onze inwoners. Om dit te realiseren is de samenwerking tussen preventief domein en ‘het gewone leven’ (denk aan sport- en cultuurverenigingen, bibliotheek, onderwijs, dorpshuizen en jeugdsozen) van groot belang. Naast universele preventie in de samenleving (ofwel ‘het gewone leven’) richten preventieve inspanningen zich ook op groepen in een kwetsbare situatie (selectieve en geïndiceerde preventie). Met lichte ondersteuning bieden we hulp aan inwoners met een verhoogd risico op grotere ondersteuningsvragen of beginnende klachten. Inzetten op preventie vraagt om tijd én durf om te investeren op de lange termijn. Deze termijn gaat verder dan de politiek-bestuurlijke cyclus van vier jaar.

De kosten gaan bij preventief werken voor de baten uit: dit betekent niet perse meer budgetten, maar ook anders investeren. Een voorbeeld hiervan is het huidige beschikbare innovatiebudget, waarmee interventies vanuit het sociaal preventieteam gefinancierd kunnen worden, met de voorwaarde dat deze zichzelf ook terug verdienen. Werken aan preventie vanuit verschillende domeinen, zoals jeugdwet, Wmo, onderwijs, wonen en eerstelijnszorg, vraagt om de juiste (financiële) voorwaarden vanuit gemeente en partners.

Figuur 25: Financiën (Lasten) naar piramide-indeling

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 38

11 Lasten Sociaal Domein naar hoofd- en subthema 2021: Toelichting figuur 26 Onderstaande tabel geeft de lasten van het sociaal domein weer in 2021 naar hoofd- en subcategorie. De hoofdcategorieën zijn aangeduid met kleuren, terwijl de subcategorieën worden weergegeven in de verschillende vlakken. De grootte van de vlakken correspondeert met de hoogte van de uitgaven. De uitgaven per subcategorie zijn ook cijfermatig weergegeven. Hierop zijn een aantal uitzonderingen vanwege de leesbaarheid. Dit betreft geweld in afhankelijkheidsrelaties (€ 239.000 en vallend onder hoofdcategorie Wmo), aanpak schulden (€ 304.899 en vallend onder hoofdcategorie Werk en inkomen en schulddienstverlening) en inburgering (€ 405.590 en vallend onder de hoofdcategorie sociale basis).

Figuur 26: Lasten sociaal domein naar hoofd- en subthema 2021

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 39

Bijlagen

13 Bijlagen 1. Uitleg indicatoren In de onderstaande tabel vindt men een uitgebreide uitleg van de indicatoren die in deze kwaliteitsmonitor zijn gebruikt.

Rad

Indicator

Toelichting

Veerkracht

Vertrouwen in de toekomst 15 en 16 jarigen

Percentage 15-16 jarigen dat op de vragenlijst ‘Gezondheidscheck’ in klas 3/4 van het voortgezet onderwijs aangeeft dat zij vertrouwen heeft in de toekomst (minimaal een 6 op een 10 puntsschaal)

Veerkracht

Eigen kracht

De mate waarin een inwoner in staat is volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk leven en het eigen huishouden kan runnen onder afwezigheid van (matige of ernstige) uitdagingen op enerzijds het lichamelijk en fysiek functioneren en anderzijds het geestelijk en sociaal functioneren. Score van 1 tot 10.

Veerkracht

Percentage vroegtijdig schoolverlaters

Het percentage nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 -23 jaar) per schooljaar. Het aantal leerlingen/deelnemers dat gedurende het jaar uitstroomt uit het bekostigd onderwijs zonder diploma op minimaal HAVO- of MBO2-niveau, als percentage van het aantal leerlingen.

Leefstijl

Goed ervaren gezondheid 18 jaar en ouder

Het percentage volwassenen (18 jaar en ouder) dat bij de volwassenen en ouderenpeiling van de GGD aangeeft de gezondheid als (zeer) goed te ervaren.

Leefstijl

Percentage inwoners dat voldoet aan beweegrichtlijn

Percentage inwoners van 19 jaar en ouder dat voldoet aan de beweegrichtlijn 2017

Leefstijl

Percentage jeugd dat wekelijks rookt

Het percentage jeugd (12-17 jarigen) dat minimaal 1 keer per week rookt.

Leefstijl

Percentage inwoners met overgewicht

Percentage inwoners 19+ dat matig of ernstig overgewicht (obesitas) heeft.

Leefstijl

Percentage klas 2/4 VO dat recent heeft gedronken

Percentage ondervraagden uit klas 2 en 4 uit VO dat recent (afgelopen maand) alcohol heeft gedronken.

Mentale gezondheid

Percentage ernstige eenzaamheid 65+

Percentage van de inwoners die een hoge score hebben voor eenzaamheid op de schaal van De Jong-Gierveld. Eenzaamheid is het ervaren van een onplezierige of ontoelaatbaar gemis aan (de kwaliteit van) bepaalde sociale relaties, in de leeftijdsklasse 19-64 jaar.

Mentale gezondheid

Percentage jongeren dat zich vaak of zeer vaak gestresst voelt

Percentage jongeren tussen 12- 17 jaar dat aangeeft vaak of zeer vaak gestresst te voelen door één van de volgende factoren: school of huiswerk, situatie thuis, eigen problemen, wat anderen van hem/haar vinden, alles wat hij/zij moet doen

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 41

13 Rad

Indicator

Toelichting

Mentale gezondheid

Meer eenzaam door coronacrisis

Percentage volwassenen van 18 t/m 64 jaar die aangeven zich meer eenzaam te voelen door de coronacrisis.

Mentale gezondheid

Percentage hoog risico op angststoornis of depressie (19 -64 jaar)

Percentage inwoners tussen de 19 en 64 jaar dat de afgelopen twaalf maanden een hoog risico heeft gehad op een angststoornis of depressie, gemeten via K10-schaal

Mentale gezondheid

Jongeren met psychische klachten

Percentage jongeren (12-17 jarigen) met psychische klachten gemeten met de Mental Health Inventory (MHI-5).

Sociale leefomgeving

Aantal meldingen huiselijk geweld (per 1.000 huishoudens)

Aantal meldingen huiselijk geweld bij Veilig Thuis per 1.000 huishoudens. Vanaf 2019 is de interne registratie aangescherpt, wat een stijging van het aantal meldingen kindermishandeling in 2019 en 2020 tot gevolg heeft.

Sociale leefomgeving

Percentage kindermishandeling

Het percentage meldingen kindermishandeling bij Veilig Thuis t.o.v. de huishoudens met thuiswonende kinderen van 0-17 jaar. Vanaf 2019 is de interne registratie aangescherpt, wat een stijging van het aantal meldingen kindermishandeling in 2019 en 2020 tot gevolg heeft.

Sociale leefomgeving

Verbondenheid met buurt

Een schaalscore die de verbondenheid tussen buurtbewoners aangeeft met daarbij aandacht voor prettige omgang, voor elkaar klaarstaan en onderling vertrouwen.

Sociale leefomgeving

Percentage geen lid van vereniging of organisatie klas 4 VO

Percentage dat geen lid is van een vereniging of organisatie uit klas 4 van de middelbare school.

Sociale leefomgeving

Percentage inwoners dat mantelzorg geeft (19-64)

Het percentage inwoners dat mantelzorg geeft, in de leeftijdsklasse 19-64 jaar.

Fysieke leefomgeving

Fysieke leefomgevingskwaliteit

De beleving van de gemeenschappelijke ruimte in de eigen buurt. Hieronder verstaan we de aanwezigheid van voldoende groen, onderhoud aan groenvoorziening, de begaanbaarheid van trottoirs, straten en wegen en de afwezigheid van verloedering. Score van 1 tot 10.

Fysieke leefomgeving

Beweegvriendelijke omgeving

Deze indicator bestaat uit vier deelindicatoren die allen een score van 0 tot en met 100 hebben. De vier deelindicatoren zijn sportaccommodaties, sport- en speelplekken, recreatief groen en blauw, en nabijheid van voorzieningen.

Fysieke leefomgeving

Voorzieningenniveau

Mate waarin het beschikbaar (kwalitatief ) aanbod aan voorzieningen en diensten in de directe nabijheid die het welzijn van inwoners in de buurt ondersteunen ligt. Score van 1 tot 10.

Sociaal economische status

Percentage ernstige financiële belemmering

Percentage inwoners dat aangeeft ernstige financiële belemmeringen te ervaren

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 42

13 Rad

Indicator

Toelichting

Sociaal economische status

Percentage laaggeletterdheid

Percentage laaggeletterdheid van personen tussen de 16 en 65 jaar. Laaggeletterdheid wordt vastgesteld aan de hand scores van PIAAC-onderzoek. Hierbij wordt een score van 225 t/m 200 als mild laaggeletterd geclassificeerd en scores lager dan 200 als sterk laaggeletterd.

Sociaal economische status

Slagingspercentage inburgeringsplichtigen

Het percentage statushouders tussen de 18 en 65 dat geslaagd is voor het inburgeringsexamen. Het gaat om de groep die sinds 2014 een status heeft gekregen en is ingeschreven bij de gemeente.

Sociaal economische status

Aantal gerealiseerde garantiebanen

Aantal geplaatste personen met een indicatie Baanafspraak op een arbeidsplaats/fte, gecumuleerd (1 arbeidsplaats/fte = 25,5 uur per week). Peildatum van een jaar is 1 juli.

Sociaal economische status

Aantal gerealiseerde beschutte werkplekken

Aantal geplaatste personen op een beschutte werkplek met een indicatie Beschut Werk, gecumuleerd (1 beschutte werkplek/fte = 31 uur per week. Peildatum van een jaar is 1 juli.

Lichamelijke gezondheid

Percentage inwoners dat een ernstige lichamelijke belemmering ervaart

Percentage inwoners dat aangeeft lichamelijke belemmeringen te ervaren

Lichamelijke gezondheid

Percentage gebruik eerstelijnszorg huisartsen

Percentage verzekerden dat gebruik maakt van eerstelijnszorg huisarts

Lichamelijke gezondheid

Percentage 2 jarigen volledig gevaccineerd

Percentage 2 jarigen dat het volledige Rijksvaccinatieprogramma op tijd heeft doorlopen

Zorggebruik (Jeugd)

Unieke cliënten Jeugd

Aantal unieke cliënten Jeugd binnen de gemeente Krimpenerwaard. Een cliënt met twee verschillende voorzieningen telt derhalve als één unieke cliënt.

Zorggebruik (Jeugd)

Percentage herhaald beroep jeugdzorg

Percentage jeugdhulptrajecten t.o.v. totaal jeugdhulptrajecten. Jeugdhulptraject in natura is een periode waarin een bepaalde vorm van hulp of zorg wordt verleend, en in natura door de zorgaanbieder wordt geleverd. Wanneer een jongere meerdere vormen van hulp of zorg ontvangt heeft deze ook meerdere trajecten. Jeugdhulp is hulp en zorg zoals beschreven in de Jeugdwet. Herhaald beroep indien betreffende jongere in de vijf jaar voorafgaand aan de verslagperiode jeugdhulp heeft ontvangen. De gegevens komen van het CBS en op den duur wordt deze indicator vervangen door een indicator die direct met eigen gegevens bemeten kan worden.

Zorggebruik (Jeugd)

Percentage positief tegenover effect ondersteuning ( jeugdige)

Antwoord van jeugdige op de stelling: Door de hulp die ik krijg, voel ik mij beter. Per 2020 zijn de vragen en antwoordcategorieën in het cliëntervaringsonderzoek aangepast en wordt antwoord gevraagd op de stelling: Door de hulp voel ik mij beter.

Zorggebruik (Jeugd)

Percentage positief tegenover effect ondersteuning (ouder)

Antwoorden op de stelling: Door de hulp die mijn kind krijg heeft hij/zij betere kwaliteit van leven. Per 2020 zijn de vragen en antwoordcategorieën in het cliëntervaringsonderzoek aangepast en wordt antwoord gevraagd op de stelling: Door de hulp voelt mijn kind zich beter.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 43

13 Rad

Indicator

Toelichting

Zorggebruik (Jeugd)

Aantal meldingen Jeugd per fte

Aantal meldingen Jeugd in een bepaald jaar die zijn verwerkt per full time equivalent

Zorggebruik (Wmo)

Unieke cliënten Wmo

Aantal unieke cliënten Wmo binnen de gemeente Krimpenerwaard. Een cliënt met twee verschillende voorzieningen telt derhalve als één unieke cliënt.

Zorggebruik (Wmo)

Zelfstandig wonende 70 plussers per 1.000 inwoners

Aantal zelfstandig wonende personen per 1.000 inwoners. Dit zijn inwoners die niet wonen in een instelling (institutioneel huishouden).

Zorggebruik (Wmo)

Percentage positief tegenover effect ondersteuning

Antwoord op de stelling: door de ondersteuning die ik krijg heb ik een betere kwaliteit van leven. Positief wordt gedefinieerd middels de antwoordcategorieën helemaal mee eens en mee eens.

Zorggebruik (Wmo)

Aantal meldingen Wmo per fte

Aantal meldingen Wmo in een bepaald jaar die zijn verwerkt per full time equivalent

Zorggebruik (Participatie en Schulddiensteverlening)

Saldo in- en uitstroompercentage bijstand

Het percentage is het aandeel nieuw toegekende respectievelijke gestopte bijstandsuitkeringen in jaar t ten opzichte van het totale bestand aan het einde van jaar t-1. De indicator geeft een saldo weer, waarbij een positief getal betekent dat per saldo meer instroom is dan uitstroom (in procentpunten).

Zorggebruik (Participatie en Schulddiensteverlening)

Aantal personen in schuldhulpverlening (per 10.000 inwoners)

Aantal personen in de schuldhulpverlening per 10.000 inwoners

Zorggebruik (Participatie en Schulddiensteverlening)

Percentage door traject meer kans op baan

Antwoord op de stelling: Door mijn traject heb ik (of mijn partner) meer kans op een baan

Zorggebruik (Participatie en Schulddiensteverlening)

Aantal (toegewezen) aanvragen minimaregelingen

Minimaregelingen omvatten in ieder geval de bijzondere bijstand zoals beschreven in de Richtlijnen Bijstandsuitkeringenstatisiek (BUS), Maatschappelijke participatieregelingen volwassenen en kinderen, collectieve basiszorgverzekering en resterende minimaregelingen.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 44

13 Bijlagen 2. Bronnenlijst i De Laag-Vertrouwensamenleving, Engbersen et al. 2021 ii www.eengezonderhollandsmidden.nl, geraadpleegd juli 2022 iii Peutermonitor iv CBS, Statline, geraadpleegd in juli 2022 v Ministerie van het Onderwijs, De Staat van het Onderwijs, 2021 vi Kwadraad, jaarverslag 2021 vii Movisie, factsheet ‘Huiselijk en seksueel geweld’ juli 2021 viii www.volksgezondheidenzorg.info, geraadpleegd in juli 2022 ix www.geletterheidinzicht.nl, geraadpleegd in juli 2022 x Divosa Benchmark Armoede en Schulden xi CSAM, geraadpleegd in 2022 xii Isamenleving, geraadpleegd in 2022 xiv DUO Ingrado 2021 xv De Klerk et al. 2021; xvi Pharos, infosheet ‘De effecten van corona op gezondheidsverschillen’, maart 2022 xvii Cultureel Plan Bureau, “Jeugdhulp in de wijk”, 2020 xix Sociaal Cultureel Planbureau xx Sociaal Cultureel Planbureau “Sociale staat van Nederland 2020: Kwaliteit van leven in onzekere tijden” xxi Cliëntervaringsonderzoek, 2020

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 45

13 Bijlagen 3. Uitleg totstandkoming kwaliteitsmonitor en financiën Categorisering Er liggen 3 indelingen ten grondslag aan de berekening van de financiën van het Sociaal Domein voor de kwaliteitsmonitor: te weten een piramide-indeling, hoofdthema en subthema. De laatste twee genoemde hebben een relatie met elkaar. Hieronder worden de indelingen besproken. Piramide De indeling piramide kent drie categorieën, namelijk samenlevingsopbouw, lichte ondersteuning en intensieve ondersteuning. Hierbij wordt aangesloten op de piramide van de transformatieopgave doorontwikkeling Sociaal Domein zoals deze in het integraal beleidskader is opgenomen.

Lichte ondersteuning Bij lichte ondersteuning kan men denken aan uitgaven in de richting van schuldhulpverlening, minimaregelingen en leerlingvoorzieningen (zoals Voor- en Vroegschoolse Educatie). Intensieve ondersteuning De uitgaven bij intensieve ondersteuning hebben voornamelijk betrekking op bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand, sociale werkvoorziening, beschut werk, Veilig Thuis, jeugdzorg en zorg vanuit de Wmo. Hoofd- en subthema’s Er zijn in totaal vier hoofdthema’s onderscheiden. Dit zijn sociale basis, jeugdhulp en leerlingvoorzieningen, Wmo, en werk en inkomen en schulddienstverlening. Vervolgens zijn deze hoofdcategorieën weer opgesplitst in subthema’s om verdiepend inzicht te krijgen in de financiën van het sociaal domein. Onderstaande figuur laat de subthema’s per hoofdthema zien.

Samenlevingsopbouw Bij samenlevingsopbouw kan men denken aan uitgaven ten behoeve van de samenleving. Hierbij valt te denken aan uitgaven aan cultuur, onderwijs, bibliotheken, sport, welzijn en volksgezondheid.

Kwaliteitsmonitor Krimpenerwaard over 2021 - 46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=d0297f79-c63b-484a-9e7c-a24adc1da643