1.110 RIB Meicirculaire 2025
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Gevolgen septembercirculaire 2017Intern VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
Gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
10 juni 2025 Meicirculaire 2025
Beste heer, mevrouw, Op 28 mei is de meicirculaire 2025 verschenen. Deze circulaire informeert u in hoofdzaak over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de voorjaarsnota 2025 van het Rijk. De belangrijkste informatie in deze circulaire betreft informatie over de actualisatie van het volumeaccres en LPO (Loon- en Prijsontwikkeling) accres op basis van de voorjaarsnota 2025, definitieve afrekening BCFplafond, extra middelen gemeenten en jeugd. Naast de zaken die zijn opgenomen in de meicirculaire 2025 zijn een aantal maatstaven op basis waarvan de algemene uitkering wordt berekend geactualiseerd. Het gaat hierbij bijv. om aantal woningen en aantal bijstandsgerechtigden. Van een aantal taakmutaties die zijn opgenomen in de meicirculaire zal in de tweede tussentijdse rapportage 2025 worden voorgesteld om deze mee te nemen in de ramingen aan de uitgavenkant, dan wel deze te beschouwen als algemeen dekkingsmiddel. Het gaat hier om extra middelen voor taken met betrekking tot het sociaal domein en in het fysieke domein. In de meicirculaire zijn middels taakmutaties en decentralisatie-uitkeringen middelen aan de algemene uitkering toegevoegd voor deze gewijzigde en nieuwe taken die door de gemeente moeten worden uitgevoerd. Voor een toelichting hierop verwijzen we naar de meer gedetailleerde toelichting in de bijlage.
Onderstaande tabel laat een uitsplitsing zien van de belangrijkste onderdelen uit de meicirculaire voor de jaren 2025-2029: Totaal x € 1.000 Uitkering gemeentefonds conform december 2024 Meicirculaire 2025 Mutatie meicirculaire 2025
2025 117.975 119.877 1.902
2026 114.640 122.275 7.635
2027 116.036 123.154 7.118
2028 117.515 120.909 3.394
2029 119.154 122.965 3.811
Totaal x € 1.000 2025 2026 2027 2028 Wijziging uitkeringsfactor 1.316 4.442 4.619 4.312 Aanpassing verdeelmaatstaf OZB 2026 382 387 392 Jeugd en hervormingsagenda 1.121 1.289 1.150 -2.228 Demping terugval gemeentefonds 1.086 1.160 1.147 Ruimte onder het BCF plafond -800 -450 -450 -450 Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo 603 Taakmutaties, decentralisatie en integratie-uitkeringen 265 283 252 221 (A) Mutatie op basis van meicirculaire 2025 1.902 7.635 7.118 3.394 Taakmutaties, decentralisatie en integratie-uitkeringen -265 -283 -252 -221 Besparingen elders opgenomen in de begroting* 850 (B) lastenraming -265 -283 -252 629 (A-B) Mutatie na verwerking lasten 1.637 7.352 6.866 4.023 *Dit betreft de eigen bijdrage jeugd die per 1 januari 2028 wordt ingevoerd voor Jeugdzorg en beter sturen op trajectduur jeugd
2029 4.653 398 -2.151 1.171 -450
De bovenstaande tabel is opgebouwd uit twee onderdelen. Onderdeel A is de berekening van de algemene uitkering voor de gemeente Krimpenerwaard. Onderdeel B gaat over de lasten die we als gemeente Krimpenerwaard zelf naar eigen inschatting ramen.
190 3.811 -190 864 674 4.485
Ten opzichte van de decembercirculaire 2024 is er vanaf 2025 sprake van een voordeel. Een deel is vrij te besteden en een deel wordt ontvangen voor de compensatie van specifieke uitgaven, zoals bijvoorbeeld uitvoeringskosten omgevingswet. In de bijlage volgt een uitleg over de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Aandachtspunten Nieuw verdeelmodel In 2023 is een nieuw verdeelmodel voor de algemene uitkering van het gemeentefonds ingevoerd. Het ingroeipad is nog maar gedeeltelijk doorlopen. In 2027 zal een volgende stap worden genomen. Voor veel gemeenten betekent dit dat de uitkering met 15 euro per inwoner zal stijgen of dalen. Meer informatie hierover volgt in de meicirculaire 2026. Begroting 2026 Indien bij het saldo van de kadernota 2026 (indien deze onverkort vastgesteld wordt) het saldo van de meicirculaire 2025 wordt opgeteld, ziet het financiële beeld er als volgt uit: Totaal x € 1.000 Saldo kadernota 2026 Mutaties meicirculaire 2025 Waarvan al opgenomen in de kadernota 2026: Saldo begroting na mutaties meicirculaire 2025
2026 -3.788 7.352 -6.240 -2.676
2027 -3.178 6.866 -6.453 -2.765
2028 -4.654 4.023 -3.806 -4.437
2029 -3.354 4.485 -4.267 -3.136
In de kadernota 2026 hebben wij voor de algemene uitkering een inschatting gemaakt o.b.v. de voorjaarsnota van het Rijk. Uit de doorrekening van de Meicirculaire 2025 blijkt dat deze voordeliger uitpakt dan o.b.v. de voorjaarsnota van het Rijk werd verwacht. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door actualisatie van maatstaven. In bovenstaand overzicht is te zien dat het tekort nu in de jaarschijf 2026 het minst groot is. Toch blijft het voorstel om te gaan voor een structureel sluitende jaarschijf in 2029. Belangrijkste reden is dat de voorgesteld uitgewerkte mogelijkheden een ingroeipad kennen en daarmee in 2026 nog niet voldoende ruimte opleveren. De meicirculaire heeft in meerjarenperspectief een aantal wijzigingen tot gevolg. De financiële consequenties 2025 worden verwerkt in de 2e tussentijdse rapportage 2025 en de meerjarige gevolgen betrekken we bij het opstellen van de begroting 2026. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Bijlage 1. Mutaties meicirculaire 2025 2. Meicirculaire 2025 Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
Ir. J. Beenakker
pag. 2/2
Gemeentefonds Krimpenerwaard
Wijzigingen uitkeringen Circulaire mei 2025
04-06-2025
2
1. Overzicht van uitkeringen
Op 28 mei is de meicirculaire van het gemeentefonds gepubliceerd. In deze circulaire zijn de financiële effecten van de Voorjaarsnota 2025 voor gemeenten verwerkt. In dit overzicht informeren wij u over de financiële effecten voor de jaren 2025 t/m 2029 voor uw eigen gemeente.
Totaal uitkeringen per circulaire
3
2. Specificatie van wijzigingen Uitkering
2025
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis Aanpassing verdeelmaatstaf OZB 2026 Alleenverdienersproblematiek
2027
2028
2029
5
5
5
5
382
387
392
398
13
13
13
13
-10
-10
-10
-10
1.086
1.160
1.147
1.171
-850
-864
-2.043
-2.043
812
905
-1.315
-1.335
53
Armoedebestrijding kinderen Basisregistratie Personen
2026
-10
Demping terugval gemeentefonds Eigen bijdrage Jeugdzorg en sturen op trajectduur Einde lening inburgeringsplichtig
3
Eerder opgenomen stelpost middelen Jeugdzorg Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen
-2.105 8
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Hervormingsagenda Jeugd IBO Problematische schulden
-1.939
8 1.352
1.236
904
698
38
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Jeugdhulp aan kinderen in een AZC
14
14
14
14
14
Kinderopvang pleegouders
9
9
9
2
2
Landelijke aanpak adreskwaliteit
4
Participatie
237
218
222
198
167
Ruimte onder het BCF-plafond
-800
-450
-450
-450
-450
Tekorten voor rekening Rijk
1.121
1.138
1.155
1.168
1.186
Toekomstbestendig maken energiebeleid
-370
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
603
Uitvoeringskosten Omgevingswet
281
Voorschoolse voorziening peuters
-1
-1
-1
-1
-1
1.316
4.442
4.619
4.312
4.653
7.118
3.394
3.811
Wijziging uitkeringsfactor Wmo hulpmiddelen Totaal Alle bedragen x € 1.000,-
27 1.902
7.635
4
3. Toelichting op de wijzigingen Aanpassen regeling dienstverlening aan huis Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders zelf de premieafdrachten en doorbetalingen bij ziekte moeten bekostigen binnen hun pgb-budget, wat kan leiden tot financiële tekorten. Hiervoor zijn middelen beschikbaar. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €4.795. Aanpassing verdeelmaatstaf OZB 2026 Elk jaar wordt de ontwikkeling van de landelijke WOZ-waarden verwerkt in de rekentarieven van het gemeentefonds. Op basis van informatie van de Waarderingskamer wordt de marktontwikkeling tussen 1 januari 2024 en 2025 ingeschat: voor woningen op 10,5%, voor niet-woningen op 2%. De inflatie bedraagt in deze volgens de ramingen van het CPB 4,2%. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €381.597. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen financiële ondersteuning bieden aan huishoudens die door de alleenverdienersproblematiek onder het bestaansminimum uitkomen. Gemiste huur- en zorgtoeslag kan vanuit de individuele bijzondere bijstand gecompenseerd worden. Gemeenten ontvangen budget om deze bijstand te verstrekken. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €53.218.
Armoedebestrijding kinderen De uitkering is geactualiseerd op basis van recente gegevens. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €13.015. Basisregistratie Personen De inschrijving van vergunninghouders in de Basisregistratie Personen (BRP) is gecentraliseerd naar enkele gemeenten. De hiervoor benodigde middelen worden onttrokken bij alle andere gemeenten. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €-9.609. Demping terugval gemeentefonds Vanaf 2026 wordt structureel ruim € 400 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd om het zogenoemde 'ravijn' gedeeltelijk te dempen. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €1.085.602. Eigen bijdrage Jeugdzorg en sturen op trajectduur Per 1 januari 2028 wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor Jeugdzorg. Deze maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. Daarnaast gaan Rijk en gemeenten met de sector afspraken maken over hoe beter gestuurd kan worden op de trajectduur. Deze maatregel moet € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2028 om een bedrag van €-850.700. In de kadernota 2026 hebben we hiervoor een stelpost opgenomen. Inmiddels is het ook duidelijk dat we deze stelpost mee kunnen nemen bij het opstellen van de begroting 2026.
5
Einde lening inburgeringsplichtig Gemeenten ondersteunen inburgeraars die hun lening voor de inburgering hebben uitgeput maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €3.479. Eerder opgenomen stelpost middelen Jeugdzorg Tussen het rijk en de koepels van gemeenten en provincies, IPO en VNG, is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming rekening mogen houden met de volledige bijdragen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Door de aanvullende middelen hervormingsagenda valt deze stelpost vrij. Voor Krimpenerwaard gaat het in 2026 om € -2.105.036. Gemeentelijke antidiscriminatie voorzieningen Gemeenten en hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV's) werken samen aan preventie van discriminatie op lokaal niveau. Het ministerie van BZK werkt aan een stelselherziening voor de ADV's. Vooruitlopend daarop worden er extra middelen beschikbaar gesteld om meer aan preventie te kunnen doen. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €8.051. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt de komende 2 jaren verzacht. De volledige besparing moet nu niet in 2026, maar in 2028 gerealiseerd worden. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €1.351.595.
Hervormingsagenda Jeugd Dit betreft aanvullende middelen die reeds gereserveerd waren voor de Hervormingsagenda Jeugd. LET OP: veel gemeenten hadden hiervoor al een stelpost opgenomen. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €904.063. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken, gebaseerd op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden middelen voor vroegsignalering overgemaakt naar het gemeentefonds. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €37.689. Indexeren opbrengst Hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in 2019 opgenomen tegen de toenmalige prijzen en volumes. Omdat prijs en volume in de jaren daarna gestegen zijn, wordt een hogere besparing verondersteld. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2028 om een bedrag van €-1.314.968. Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp (inclusief Jeugd-GGZ) aan kinderen in een AZC. Deze uitkering is geactualiseerd op basis van nieuwe gegevens Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €14.017.
6
Kinderopvang pleegouders Er wordt geld beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €8.701. Landelijke aanpak adreskwaliteit De wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (BRP) voorziet in een taak voor de minister van BZK om gemeenten te ondersteunen bij het verbeteren van de adreskwaliteit in de BRP. Gemeenten ontvangen een vergoeding voor deze taak. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €4.499. Participatie De uitkering wijzigt op basis van verschillende ontwikkelingen: 1) een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur, 2) incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de Wsw, 3) actualisatie van verdeelsleutels voor de sociale werkvoorziening en beschut werk en 4) loon- en prijsbijstelling. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €236.627. Ruimte onder het BCF-plafond De afrekening 2024 heeft een nadelig effect in 2025 van € 350.000 incidenteel. In de circulaires is een advies opgenomen dat de raming BCF maximaal gelijk mag zijn aan de totale uitgaveplafond 2024 (€ 900.000). Gezien de onzekerheid adviseren wij hier voorzichtig mee om te gaan en uit te gaan van een lager bedrag (€ 800.000).
Aangezien in de begroting 2025 al € 1.250.000 structureel is opgenomen heeft dit een effect van€ 450.000 negatief vanaf 2025. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie van Ark adviseerde om het structurele tekort in het budget voor Jeugdzorg van € 828 miljoen gelijk te verdelen over Rijk en gemeenten. Vanaf 2025 is hiervoor structureel € 414 miljoen opgenomen. Er is nog geen sprake van compensatie met terugwerkende kracht van de (helft van de) tekorten over 2023 en 2024. Het kabinet heeft aan de VNG toegezegd de komende maanden naar ruimte te zoeken om gemeenten alsnog daarvoor te compenseren. Dit betreft in totaal een bedrag van € 728 miljoen. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €1.121.228. Toekomstbestendig maken energiebeleid In het bestuurlijk overleg Klimaat en Energie is gesproken over de bekostiging van extra taken bij provincies en gemeenten voor het toekomstbestendig maken van het energiesysteem. Het betreft o.a. het voorkomen van netcongestie en het ondersteunen van bedrijven bij verduurzaming. In de septembercirculaire 2024 heeft de gemeente Krimpenerwaard hiervoor middelen ontvangen. Deze middelen waren echter alleen bedoeld voor de centrumgemeenten. Gemeente Krimpenerwaard is geen centrumgemeente voor energiebeleid. Het bedrag van 371.000 wordt in deze circulaire dan ook gecorrigeerd.
Dit is budgettair neutraal omdat hiervoor ook lasten waren geraamd en die komen ook te vervallen.
7
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo De inwerkingtreding van het Wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo is voorzien per 1 januari 2027 in plaats van 1 januari 2026. Dat betekent dat de geplande besparing in 2026 vervalt. De € 225 mln. wordt weer toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €603.074. In de kadernota 2026 hebben voor wat betreft de eigen bijdrage al rekening gehouden met een aframing. Uitvoeringskosten Omgevingswet Deze middelen zijn bedoeld om de transitie naar de nieuwe wetgeving soepel te laten verlopen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijke kosten in kaart worden gebracht. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €280.735. Voorschoolse voorziening peuters De uitkering heeft als doel dat alle peuters, zonder recht op kinderopvangtoeslag of voorschoolse educatie, naar een voorschoolse voorziening kunnen gaan. De uitkering is geactualiseerd op basis van recente gegevens. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €-788. Wijziging uitkeringsfactor Het gemeentefonds volgt meerjarig de ontwikkeling van het bruto binnenlands product. Op basis van ramingen van lonen en prijzen door het Centraal Plan Bureau, stijgt de omvang van het gemeentefonds. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2025 om een bedrag van €1.316.183.
Wmo hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg leidt bij gemeenten tot meerkosten in de Wmo. Daarom worden middelen overgeboekt vanuit de Wlz naar het gemeentefonds. Voor de gemeente Krimpenerwaard gaat het in 2026 om een bedrag van €26.721.
Gemeentefonds
Meicirculaire 2025
de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W
DGOBDR/ Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 28 mei 2025 Kenmerk 2025-0000360402
Onderwerp Doelstelling Juridische grondslag Relaties met andere circulaires
Ingangsdatum Geldig tot
meicirculaire gemeentefonds 2025 bekendmaking van beleid en het geven van informatie meicirculaire 2024 (2024-0000287430); septembercirculaire 2024 (2024-0000752157); decembercirculaire 2024 (2024-0000953334)
28 mei 2025 1 juli 2026
Meicirculaire gemeentefonds 2025
Voorwoord
Voor u ligt de meicirculaire Gemeentefonds 2025. Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De meicirculaire informeert u over de gemeentefondsuitkeringen voor 2025 en verder, gebaseerd op de voorjaarsbesluitvorming van het Rijk. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken worden in hoofdstuk 1 belicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich vooral op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.J.M. Uitermark
Meicirculaire gemeentefonds 2025
1
Meicirculaire gemeentefonds 2025
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Hoofdpunten ............................................................................................................. 7 1.1
Inleiding............................................................................................................ 7
1.2
Algemene uitkering............................................................................................. 7
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen .............................................................. 8
Algemene uitkering .................................................................................................... 9 2.1
Inleiding............................................................................................................ 9
2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ............................................. 9
1.
Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag ....................................... 10
2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 ........................................................... 14
3.
Diversen .......................................................................................................... 15
4.
Extra middelen gemeenten en jeugd .................................................................... 15
5.
Hervormingsagenda Jeugd ................................................................................. 16
6.
Kinderopvang pleegouders ................................................................................. 16
7.
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo .......................................................... 16
8.
Wmo hulpmiddelen ............................................................................................ 16
9.
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis ........................................................ 17
10.
Overgangsrecht levenslang ............................................................................. 17
11.
IBO Problematische schulden .......................................................................... 17
12.
Correctie extrapolatie participatie .................................................................... 17
13.
Kiescollege niet ingezetenen ........................................................................... 18
14.
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 18
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering................................................................ 18
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering .......................................................... 19
2.4.1
Bommenregeling .............................................................................................. 19
2.5
Veranderingen in het verdeelstelsel .................................................................... 21
2.5.1
Maatstaf OZB: WOZ-waardering en aanpassing rekentarieven ................................ 21
2.5.2
Maatstaven, gewichten, uitkeringsfactor en overige uitkeringsonderdelen ................ 21
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen.................................................................... 26 3.1
Inleiding.......................................................................................................... 26
3.2
Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen.............................. 26
1.
Uitvoeringskosten Omgevingswet ........................................................................ 29
2.
Impulsbudget arbeidsmarktregio's ....................................................................... 29
3.
Impulsbudget sociale infrastructuur ..................................................................... 29
4.
Alleenverdienersproblematiek ............................................................................. 30
5.
Begeleiding jongeren naar werk .......................................................................... 31
6.
Faciliteitenbesluit opvangcentra ........................................................................... 31
7.
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties ............................................... 31
8.
Versterking arbeidsmarktregio’s .......................................................................... 32
9.
Natuur bij Energieprojecten ................................................................................ 33
10.
Aanpak laaggeletterdheid ............................................................................... 33
Meicirculaire gemeentefonds 2025
3
4
11.
Work in Nederland ......................................................................................... 33
12.
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders ..... 34
13.
Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) ............................................................ 34
14.
Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ................................................... 35
15.
Natuurbrandpreventie en -mitigatie ................................................................. 35
16.
Behoud sociale voorzieningen Groningen .......................................................... 35
17.
Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)............................................................ 35
18.
Preventie aanpak van jeugdcriminaliteit ........................................................... 36
19.
Toekomstbestendig maken energiebeleid .......................................................... 36
20.
Slavernijverleden........................................................................................... 36
21.
Maatschappelijke begeleiding .......................................................................... 37
22.
Aanpak flakka problematiek ............................................................................ 37
23.
Veilige Steden ............................................................................................... 37
24.
Realisatie energietransitie ............................................................................... 37
25.
Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ............................ 38
26.
LHBTI beleid Regenboogsteden ....................................................................... 38
27.
Knelpunten verdeelproblematiek ..................................................................... 38
28.
Loon- en prijsbijstelling 2025 Participatie.......................................................... 38
29.
Loon- en prijsbijstelling 2025 Beschermd wonen ............................................... 39
30.
Rijksbijdrage sociale infrastructuur .................................................................. 39
31.
IU Participatie: Afschaffen lage-inkomensvoordeel ............................................. 39
32.
Wsw extrapolatie ........................................................................................... 40
3.3
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen ...................................................................................................................... 40
3.3.1
Armoedebestrijding kinderen ............................................................................. 40
3.3.2
Kinderen in een AZC ......................................................................................... 41
3.3.3
Voorschoolse voorzieningen peuters ................................................................... 41
3.3.4
Vrouwenopvang ............................................................................................... 41
3.3.5
Maatschappelijke opvang................................................................................... 41
3.3.6
Nationaal Actieplan Dakloosheid ......................................................................... 42
Overige mededelingen .............................................................................................. 43 4.1
Inleiding.......................................................................................................... 43
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen...................... 43
4.3
Landelijk gemiddelde kengetal belastingcapaciteit ................................................ 44
4.4
Advies raming ruimte onder het plafond BCF ....................................................... 44
4.5
Redelijk peil 2026 ............................................................................................. 45
4.6
Integraal overzicht financiën gemeenten ............................................................. 45
4.7
Analyse gemeentebegrotingen ........................................................................... 45
4.8
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ........................................................... 45
4.9
Aanleveren Iv3-gegevens in JSON-formaat .......................................................... 45
4.10
Iv3-informatievoorschrift 2025 1.2 ..................................................................... 46
Meicirculaire gemeentefonds 2025
4
4.11
Stopzetten EMU-enquête en verzamelen beleidsindicatoren bestuur en organisatie via Iv3 ................................................................................................................. 46
Bijlagen........................................................................................................................ 47 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2025 ............................................ 48 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2025 per cluster ....................................................... 50 Bijlage 2.1.3 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactor 2026 ............................................ 52 Bijlage 2.1.4 Bedragen per eenheid 2026 per cluster ....................................................... 54 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkeringen 2025-2030 ................................................... 56 Bijlage 2.2.2 Overzicht mutaties 2024 BTW-compensatiefonds .......................................... 57 Bijlage 2.4.1 Suppletie-uitkering bommenregeling ........................................................... 58 Bijlage 2.5.2 Volumina maatstaven 2025-2030 ............................................................... 59 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet ............................ 62 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s........................... 66 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Impulsbudget sociale infrastructuur .........................
67 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Alleenverdienersproblematiek ................................. 70 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Begeleiding jongeren naar werk .............................. 74 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra .............................. 75 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Lbv en Lbv-plus .......................... 76 Bijlage 3.2-8 Decentralisatie-uitkering Versterken arbeidsmarkregio’s ................................ 80 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Natuur bij energieprojecten .................................... 81 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Aanpak laaggeletterdheid ..................................... 82 Bijlage 3.2-11 Decentralisatie-uitkering Work in Nederland ............................................... 83 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering BRP centralisering inschrijving vergunninghouders .. 84 Bijlage 3.2-13 Decentralisatie-uitkering Landelijke aanpak adreskwaliteit ........................... 85 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering Gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen ......... 89 Bijlage 3.2-15 Decentralisatie-uitkering Natuurbrandpreventie en -mitigatie ....................... 93 Bijlage 3.2-17 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig ...........................
94 Bijlage 3.2-20 Decentralisatie-uitkering Slavernijverleden ................................................ 98 Bijlage 3.2-21 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ................................ 99 Bijlage 3.2-27 Decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ..........................100 Bijlage 3.3.1 Decentralisatie-uitkering Armoedebestrijding kinderen .................................101 Bijlage 3.3.2 Decentralisatie-uitkering Kinderen in een AZC .............................................105 Bijlage 3.3.3 Decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters ...........................108 Bijlage 3.3.5 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang ......................................112 Bijlage 3.3.6 Decentralisatie-uitkering Nationaal Actieplan Dakloosheid .............................113 Bijlage 4.5 Redelijk peil 2026 .......................................................................................114
Meicirculaire gemeentefonds 2025
5
Meicirculaire gemeentefonds 2025
6
1
Hoofdpunten
1.1
Inleiding
Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als specifieke uitkeringen, belastingopbrengsten, gemeentelijke heffingen, gemeentelijke rentebaten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de inkomsten van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Voorjaarsnota 2025 en de bijbehorende Eerste Suppletoire Begroting 2025. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering, de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 1.2
Algemene uitkering
Accres Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Het accres wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product (bbp). Plafond BTW-compensatiefonds Deze circulaire biedt informatie over de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BCF) over 2024. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds. Extra middelen gemeenten en jeugd Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt.
Hervormingsagenda Jeugd Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
7
1.3
Decentralisatie- en integratie-uitkeringen
De circulaire bevat voor uitkeringsjaar 2025 en verder ook een aantal wijzigingen in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Het gaat zowel om de aanpassing van bestaande als om nieuwe uitkeringen. In hoofdstuk 3 is een compleet overzicht opgenomen. De belangrijkste wijzigingen die in deze circulaire verwerkt zijn betreffen: -
De decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten Omgevingswet. Bij deze circulaire wordt € 80,7 miljoen beschikbaar gesteld zodat de ontvangende partijen in hun transitie ervoor kunnen zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. De decentralisatie-uitkering Impulsbudget arbeidsmarktregio’s. De arbeidsregio’s ontvangen in de periode 2025-2028 een tijdelijk impulsbudget van in totaal € 148,5 miljoen. Deze middelen maken het mogelijk om samen slagkracht te bevorderen en gezamenlijke dienstverlening (bijvoorbeeld op het gebied van werk, scholingsinstrumenten of -trajecten) te ontwikkelen met de partners in de arbeidsmarktregio.
-
De integratie-uitkeringen Participatie en Beschermd wonen zijn geïndexeerd. De uitgekeerde loon- en prijsbijstelling 2025 bedraagt € 102,4 miljoen voor Participatie en € 87,2 miljoen voor Beschermd wonen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
8
2 2.1
Algemene uitkering Inleiding
Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. Paragraaf 2.4 bevat overige mededelingen over de algemene uitkering. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.4, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer.
Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. 2.2
Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering
Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2025 tot en met 2030 ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering kunnen het gevolg zijn van: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. De clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Met de clusterindeling wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te
omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
9
Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2025 en verder en worden onder de tabel toegelicht. In bijlage 2.2.1 zijn de mutaties uit tabel 2.2.1 samengenomen met de mutaties uit eerdere circulaires. Deze bijlage geeft een totaalbeeld van de mutaties van jaar op jaar. Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de decembercirculaire 2024 (in duizenden euro's)
stand decembercirculaire 2024 1) 1a) 1b) 2) 3)
algemene mutaties Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag Bijstelling accres-tranches Incidentele compensatie in grondslag Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024 Diversen
2025
2026
2027
2028
2029
2030
40.199.757
39.480.802
41.263.253
42.919.214
44.729.480
44.729.480
370.384
494.140
541.726
560.562
652.797
2.881.439 -63.150
-114.671
-144
taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd 4) 4a) 4b) 4c) 4d) 4e) 4f) 5)
Extra middelen gemeenten en jeugd Demping terugval gemeentefonds 2026 Tekorten voor rekening Rijk Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Eigen bijdrage jeugdzorg Sturen op trajectduur jeugdzorg Indexeren opbrengst Hervormingsagenda Hervormingsagenda Jeugd
6)
Kinderopvang pleegouders
7)
cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
225.000
8)
Wmo hulpmiddelen
10.000
9)
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
1.800
10)
Overgangsrecht levenslang
414.000
13.200
400.000 414.000 498.000
422.000 414.000 447.000
412.000 414.000
414.000 414.000
424.000 414.000
274.416
-260.000 -68.000 -507.000 313.079
-260.000 -68.000 -507.000 342.338
-260.000 -68.000 -507.000 342.338
356.126 13.200
13.200
3.100
3.100
3.100
1.800
1.800
1.800
1.800 1.157
cluster Participatie 11)
IBO Problematische schulden
12)
Correctie extrapolatie participatie
18.670 8.315
cluster Bestuur en ondersteuning 13)
Kiescollege niet ingezetenen
14)
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
stand deze circulaire
237 -3.125
-3.125
-3.125
-3.125
-3.125
-3.125
40.898.452
41.889.943
43.374.270
43.785.630
45.719.390
47.904.210
Toelichting 1.
Accres tranches en incidentele compensatie in grondslag
1a. Accres tranches Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. De jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds en het provinciefonds wordt het accres genoemd. In deze circulaire is een nieuwe accresraming opgenomen voor de jaren 2026 en verder. Daarnaast is de definitieve afrekening van de accrestranche 2025 verwerkt. Vanaf 2024 is het accres gekoppeld aan de bbp-normeringssystematiek. Uitgangspunt is dat de fondsen meerjarig de ontwikkeling van het nominaal bruto binnenlands product volgen. De normering wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Conform Rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
10
Het betreft een generieke normering die naar eigen inzicht van een individuele gemeente kan worden ingezet. Het accres is voor het jaar 2025 bij Voorjaarsnota 2025 definitief vastgesteld en de raming voor de jaren 2026 en verder is geactualiseerd op basis van de ontwikkeling van het bbp van het Centraal Economisch Plan (CEP) door het Centraal Planbureau (CPB). In tabel 2.2.2 tabel zijn de actuele cijfers opgenomen. Tabel 2.2.2 Indices
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,16%
1,93%
1,82%
1,72%
1,61%
2,28%
Prijs bbp
3,63%
2,74%
2,52%
2,61%
2,50%
2,50%
Gecombineerde bbp index
5,87%
4,72%
4,39%
4,37%
4,15%
4,84%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
2,16%
1,93%
1,77%
1,67%
1,56%
Prijs bbp
2,71%
2,65%
2,64%
2,42%
2,42%
Gecombineerde bbp index
4,93%
4,63%
4,46%
4,13%
4,02%
Volume bbp (8-jaars gemiddelde)
0,00%
0,00%
0,05%
0,05%
0,05%
Prijs bbp
0,92%
0,09%
-0,12%
0,19%
0,08%
Gecombineerde bbp index
0,94%
0,09%
-0,07% 0,24%
0,13%
Indices CPB bbp CEP 25
Indices CPB decembercirculaire 2024 (Miljoenennota 2025 inclusief revisie)
Verschil (nieuw-oud)
Tabel 2.2.3 bevat de grondslag en de huidige accres raming zoals opgenomen in de Voorjaarsnota 2025 op basis van de bbp cijfers uit het CEP 2025.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
11
Tabel 2.2.3 Grondslag en accres Voorjaarsnota 2025 (inclusief CBS-revisie) Bedragen in miljoenen euro
2025
Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag tranche 2025)
2027
2028
2029
2030
39.307 36.831 36.675 36.530 36.515 36.460
tranche 2025 volume tranche 2025 Prijs
2026
849
796
792
789
789
788
1.458
1.366
1.360
1.355
1.354
1.352
718
2.002
1.659
400
372
383
Mutaties in grondslag VJN in prijspeil 2025 Gemeentefonds (voor zover onderdeel van de accresgrondslag; grondslag voor tranche 2026-2030)
40.995 40.487 39.073 39.030 38.983
tranche 2026 volume tranche 2026 prijs
791
781
754
753
752
1.145
1.131
1.091
1.090
1.089
772
745
744
743
1.088
1.050
1.049
1.047
735
734
733
1.134
1.133
1.131
717
716
1.131
1.130
tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs tranche 2029 volume tranche 2029 prijs tranche 2030 volume
1.056
tranche 2030 prijs
1.185
Cumulatief accres 2025-2030
2.307
4.098
5.924
7.652
9.494 11.722
Tabel 2.2.4 bevat het accres voor 2025 en verder zoals opgenomen in de decembercirculaire 2024. Tabel 2.2.5 bevat de mutaties in het accres tussen de stand decembercirculaire 2024 (inclusief Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)-revisie) en de stand Voorjaarsnota 2025. NB: De CBS-revisie is niet verwerkt in de stand Miljoenennota 2025, maar in de stand Voorjaarsnota 2025 1.
1
Tweede Kamer, vergaderjaar 2024-2025, 36 600, nr. 41
Meicirculaire gemeentefonds 2025
12
Tabel 2.2.4 Accres stand decembercirculaire 2024 (MJN 2025 inclusief revisie) Bedragen in miljoenen euro
2025
2026
2027
2028
2029
tranche 2025 volume
849
795
792
789
789
1.088
1.019
1.015
1.011
1.011
746
742
740
739
1.043
1.039
1.035
1.035
712
710
709
1.081
1.077
1.077
699
699
1.031
1.030
tranche 2025 prijs tranche 2026 volume tranche 2026 prijs tranche 2027 volume tranche 2027 prijs tranche 2028 volume tranche 2028 prijs
680
tranche 2029 volume
1.072
tranche 2029 prijs 1.936
3.603
5.382
7.092
8.841
2025
2026
2027
2028
2029
0
0
0
0
0
370
347
345
344
343
tranche 2026 volume
46
39
14
14
tranche 2026 prijs
102
92
56
55
tranche 2027 volume
59
35
34
tranche 2027 prijs
6
-27
-28
tranche 2028 volume
35
35
tranche 2028 prijs
103
103
Totaal accres
Tabel 2.2.5 Mutatie sinds decembercirculaire 2024 Bedragen in miljoenen euro tranche 2025 volume tranche 2025 prijs
tranche 2029 volume
37
tranche 2029 prijs
60 370
Totaal accres
494
542
561
653
1b. Incidentele compensatie in grondslag De overgang van ‘trap-op trap-af’ systematiek naar de bbp-systematiek is grotendeels gecompenseerd voor de jaren 2024-2029. Het besluit tot het vervroegd invoeren van de nieuwe financieringssystematiek heeft invloed op de lopende begroting van gemeenten en provincies. Om die reden is besloten de impact hiervan volledig (2024) en deels (2025) te dempen. Ook voor 2026 tot en met 2029 vindt compensatie plaats (zie paragraaf 2.2.1c van de meicirculaire 2024 en Voorjaarsnota 2024 2).
2
Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 550, nr. 1, pg. 262
Meicirculaire gemeentefonds 2025
13
De compensatie voor het jaar 2029 (€ 63,2 miljoen) zit als gevolg van de extrapolatie van het budget van 2029 naar 2030 in de grondslag voor 2030. Middels deze mutatie wordt de grondslag gecorrigeerd. 2.
Afrekening ruimte onder plafond BCF 2024
De bijdrage van het Rijk aan het BCF is geplafonneerd. Het plafond van het BCF is sinds 2015 gekoppeld aan de accrespercentages zoals die volgen uit de normeringssystematiek voor het gemeentefonds en provinciefonds. Het plafond van het BCF wordt daarnaast aangepast voor taakmutaties (zoals decentralisaties) die gepaard gaan met toevoegingen of onttrekkingen aan het BCF. Hierdoor hebben decentralisaties geen effect op de ruimte onder het plafond van het BCF. Als het plafond overschreden wordt, komt het verschil ten laste van het gemeente- en het provinciefonds. Bij een realisatie lager dan het plafond komt het verschil ten gunste van het gemeente- en provinciefonds. Bij Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. De totale ruimte onder het plafond van 2024 is € 332 miljoen. Dit wordt verrekend met het gemeentefonds.
Bijlage 2.2.2 bevat zoals gebruikelijk een overzicht van alle mutaties van het plafond BCF. Het gaat om alle overboekingen die betrekking hebben op 2024. Er is een ondergrens gehanteerd van € 100.000.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
14
3.
Diversen
Jaarlijks wordt de decentralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek ten laste van de algemene uitkering geactualiseerd voor het extra jaar dat in de desbetreffende circulaire zichtbaar wordt. In dit geval gaat het om € 104.000 in 2030. Zie ook paragraaf 3.2.27 van deze circulaire. Daarnaast is er een negatieve bijstelling van € 40.000 vanwege de Wet visueel gehandicapten. Gelet op de geringe omvang van deze mutaties zijn deze verwerkt als algemene mutatie. 4.
Extra middelen gemeenten en jeugd
Voor 2025 tot en met 2027 komt circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg en voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Zie ook paragraaf 3.6 van de Voorjaarsnota 2025. Voor 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. De bijbehorende middelen worden verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. Hieronder een toelichting op de bijbehorende reeksen. 4a. Demping terugval gemeentefonds 2026 Er wordt structureel € 424 miljoen beschikbaar gesteld voor de terugval in het gemeentefonds. In 2026 is het een bedrag van € 400 miljoen en voor 2030 en verder een bedrag van € 424 miljoen. 4b. Tekorten voor rekening Rijk De deskundigencommissie Van Ark adviseert om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. De structurele kosten voor het Rijk zijn € 414 miljoen. 4c. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Hiervoor is in 2026 € 498 miljoen en in 2027 een bedrag van € 447 miljoen beschikbaar. De volledige besparing van de Hervormingsagenda wordt in 2028 gerealiseerd. 4d. Eigen bijdrage jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. 4e.
Sturen op trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. 4f.
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda
De besparingsopgave van de Hervormingsagenda Jeugd is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. De omvang van deze besparing is jaarlijks € 507 miljoen vanaf 2028.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
15
5.
Hervormingsagenda Jeugd
Deze post betreft het overboeken van op de Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. Het gaat om een bedrag van € 356 miljoen in 2026 variërend tot € 342 miljoen in 2030. Over de verdeling van een deel van deze middelen vindt nog gesprek plaats. In deze circulaire vindt de verdeling plaats van € 333 miljoen in 2026 tot € 320 miljoen in 2030. De te verdelen middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 6.
Kinderopvang pleegouders
Er wordt in 2025, 2026 en 2027 € 10,7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Hierbij is rekening gehouden met pleegouders in het gedwongen en het vrijwillig kader. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt met de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, Jeugdzorg Nederland en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit hoe deze middelen aan pleegouders worden uitgekeerd. In het najaar van 2025 zal dit nader worden gecommuniceerd. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld. Vanaf 2028 is € 600.000 structureel beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. De verdere uitwerking hiervan volgt in het licht van de stelstelherziening kinderopvang. Zodra meer bekend is over deze uitwerking zullen de middelen worden verdeeld. Daarnaast is per 2025 structureel € 2,5 miljoen beschikbaar voor de vergoeding van bijzondere kosten aan pleegouders in het vrijwillig kader. Dit zal ook gepaard gaan met een wijziging van de Regeling Jeugdwet. De € 2,5 miljoen wordt toegevoegd aan het gemeentefonds en verdeeld via het cluster Individuele voorzieningen jeugd. 7.
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 wordt afgeschaft en dat in de plaats daarvan vanaf 2026 de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw wordt ingevoerd, zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2023. Hiervoor wordt het wetsvoorstel Vervanging abonnementstarief Wmo 2015 voorbereid. De inwerkingtreding van deze wet is nu voorzien per 1 januari 2027 in plaats van per 1 januari 2026. Dat betekent dat de besparing van € 225 miljoen voor het jaar 2026, die in de Voorjaarsnota 2023 in het gemeentefonds is verwerkt vervalt. De € 225 miljoen wordt toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 8.
Wmo hulpmiddelen
Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten tot meerkosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen vanuit de Wmo gefinancierd. De
Meicirculaire gemeentefonds 2025
16
meerkosten van gemeenten worden gedekt vanuit de Wlz. Voor 2025 zijn er in de Voorjaarsnota 2024 reeds middelen overgeboekt naar het gemeentefonds (zie meicirculaire 2024 paragraaf 2.2.12). In 2026 gaat het om een totaalbedrag van € 10 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 9.
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgbbudget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Hiervoor is vanaf 2026 structureel € 1,8 miljoen beschikbaar. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 10. Overgangsrecht levenslang De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circulaire uit tot en met het jaar 2030. Daardoor wordt in de tabel het onderwerp ‘overgangsrecht levenslang’ in 2030 zichtbaar. Deze mutatie betreft een correctie op de extrapolatie van extramurale zorgkosten binnen de Wmo en/of Jeugdwet. Cliënten met een verblijfsindicatie voor een hoog zorgzwaartepakket op 31 december 2014 hebben een overgangsrecht gekregen voor onbepaalde tijd. Door dit overgangsrecht voor onbepaalde tijd zullen deze cliënten structureel hun extramurale zorg (bijvoorbeeld in de vorm van persoonsgebonden budget) afnemen ten laste van de Wlz in plaats van ten laste van de Wmo of de Jeugdwet.
Om dit voor gemeenten te corrigeren, wordt voor 2030 een bedrag van € 1,2 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Zie ook paragraaf 2.2.13 van de meicirculaire 2024. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Individuele voorzieningen Wmo. 11. IBO Problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden 3. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Het gaat om een totaalbedrag van € 18,7 miljoen. De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 12. Correctie extrapolatie participatie In 2018 zijn door de betrokken departementen: het ministerie van Financiën, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), afspraken gemaakt over de overheveling van de onderdelen
3 Kabinetsreactie IBO Problematische schulden
Meicirculaire gemeentefonds 2025
17
Wet werk en arbeidsondersteuning Jonggehandicapten (Wajong) en Wet sociale werkvoorziening (Wsw)-Regulier werk van de integratie-uitkering Participatie naar de algemene uitkering. Deze overheveling is in de meicirculaire met ingang van 2023 uitgevoerd (zie ook paragraaf 2.2.13 en 3.2.3 van de meicirculaire 2022). Bij de overheveling zijn de departementen overeengekomen om de meerjarige oploop van deze twee onderdelen jaarlijks via een correctie op de extrapolatie te blijven compenseren, zoals ook te doen gebruikelijk was bij de integratie-uitkering Participatie. Deze oploop komt voort uit de invoering van de Participatiewet en de bijbehorende instroom van de nieuwe doelgroepen (voorheen Wajong en Wsw). In het extrapolatiejaar 2030 leidt dit tot een correctie van € 8,3 miljoen. Deze middelen worden toegevoegd aan het cluster Participatie. 13. Kiescollege niet ingezetenen De organisatie van de verkiezing van de leden van het kiescollege niet-ingezeten voor de Eerste Kamer en de ondersteuning ervan worden gedaan door de gemeente Den Haag. De gemeente wordt hiervoor gecompenseerd via een verhoging van de uitkering uit het gemeentefonds. De verkiezing is elke vier jaar, dus de gemeente Den Haag krijgt elk jaar een vierde deel van de totale kosten van een verkiezing als vergoeding. Deze bedraagt € 236.880. Zie ook paragraaf 2.2.15 van de meicirculaire 2024.
De bijbehorende middelen worden toegevoegd aan het cluster Bestuur en ondersteuning (via maatstaf Verkiezingen Den Haag). 14. Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat (zie ook paragraaf 4.2.8 van de meicirculaire 2016). Vanwege de toename van het aantal inschrijvingen ten opzichte van de startsituatie en de gestegen kosten wordt er € 3,1 miljoen ten laste van de algemene uitkering toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering. De middelen worden onttrokken aan het cluster Bestuur en ondersteuning. Zie ook paragraaf 3.2.12 van deze circulaire. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2.12.
2.3
Verdeling mutaties algemene uitkering
De verdeelwijze van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De verdeelwijze bestaat uit een wijziging in de uitkeringsfactor of het gewicht (bedrag per eenheid) van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
18
Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Mutatie
Verdeelwijze
taakmutaties cluster Individuele voorzieningen Jeugd Extra middelen gemeenten en jeugd
via maatstaven cluster
Hervormingsagenda Jeugd
via maatstaven cluster
Kinderopvang pleegouders
via maatstaf jongeren
cluster Individuele voorzieningen Wmo Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
via maatstaven cluster
Wmo hulpmiddelen
via maatstaven cluster
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
via maatstaven cluster
Overgangsrecht levenslang
via maatstaven cluster
cluster Participatie IBO Problematische schulden
via maatstaven cluster
Correctie extrapolatie participatie
via maatstaven cluster
cluster Bestuur en ondersteuning Kiescollege niet ingezeten
via maatstaf verkiezingen Den Haag
BRP centralisering inschrijving vergunninghouders
via maatstaven cluster
2.4
Overige mededelingen algemene uitkering
2.4.1
Bommenregeling
Gemeenten kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de gemaakte kosten voor het opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog (WOII). De bommenregeling is geen Rijkssubsidie, maar een regeling die wordt gefinancierd uit het gemeentefonds. Het doel van het gemeentefonds is om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk: mensen moeten in principe toegang hebben tot hetzelfde voorzieningenniveau en dat mag niet afhankelijk zijn van de plek waar iemand woont. In dit kader moet ook de bommenregeling worden gezien. Het is een regeling ván gemeenten, vóór gemeenten: De idee achter de regeling is, conform de doelstelling van het gemeentefonds, dat gemeenten die veel kosten hebben op het gebied van het ruimen van ontplofbare oorlogsresten, hier beperkt financieel nadeel van ondervinden ten opzichte van andere gemeenten die hier niet mee te maken hebben. Alle uitkeringen in het kader van de bommenregeling worden door alle gemeenten gezamenlijk gedragen.
Meicirculaire gemeentefonds 2025
19
Bovenstaande maakt dat de bommenregeling alleen geldt voor de kosten van gemeenten en/of particuliere vondsten. Voor de kosten die door waterschappen of provincies worden gemaakt geldt dat deze niet worden vergoed. Deze organisaties hebben hun eigen inkomsten en vallen daarom niet onder deze regeling. Dit geldt ook voor (semi)-overheid en non-profit organisaties zoals het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail, Staatsbosbeheer, drinkwaterbedrijven en netwerkbeheerders. Verder is het richtsnoer dat de bommenregeling in het gemeentefonds niet is bedoeld voor het compenseren van private partijen voor kosten die anders door de markt zouden worden gedragen. In het raadsbesluit moet expliciet worden verklaard dat de kosten alleen de kosten, exclusief btw, van gemeenten en/of particuliere vondsten betreffen. Er hoeft geen verdere onderbouwing te worden overlegd. Voor meer informatie over de bommenregeling zie, Bommenregeling gemeentefonds | Brochure | Rijksoverheid.nl. Bijlage 2.4.1 vermeldt de gemeenten die in 2025 op basis van de ingediende aanvraag een uitkering ontvangen, inclusief de bijbehorende bedragen. Het totaalbedrag van de bommenregeling 2025 bedraagt circa € 12,4 miljoen. Dit bedrag is exclusief het bedrag voor berging van vliegtuigwrakken van € 3,9 miljoen (zie hieronder).