1.11 SV22-089 antw PvdA-GL, D66, Stikstofconsequenties vee-uitbreiding.pdf
Tekst van het document
RAADSVRAAG Nr: SV22-089 Datum: 1 december 2022 Vraag art. 38 Indiener: Bart van Ree, PvdA-GroenLinks Krimpenerwaard Mary-Beth Verolme-van Zoest, D66 Krimpenerwaard Onderwerp: Stikstofconsequenties vee-uitbreiding
Toelichting: Recent verscheen het volgende artikel in de regionale media: https://www.ad.nl/gouda/grootstekoeienboer-krimpenerwaard-wil-ondanks-stikstofcrisis-verder-groeien-plan-voor-180-extrakoeien~a162432d/ Twee belangrijke citaten hieruit: “Jaap Schep, de grootste koeienboer van de Krimpenerwaard, wil zijn bedrijf uitbreiden met nog eens 180 koeien.”
“Uit stukken die betrekking hebben op de vergunningaanvraag blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard op basis van de huidige regels wil meewerken aan het vergroten van de ligboxenstal.”
Wij vinden dit een opmerkelijk voornemen van zowel de boer als het college van b & w. De natuur en biodiversiteit staan immers al decennia onder druk door toename van economische activiteit. Wat ons betreft gaar deze voorgenomen vee-uitbreiding niet samen met de benodigde maatregelen om de stikstofcrisis op te lossen. De stikstofuitstoot van Nederland moet omlaag evenals de veestapel, daar past het voornemen voor extra 180 koeien niet in. Aanvullend op de vragen van Pro Krimpenerwaard over dit onderwerp, hebben wij, de fracties PvdAGroenLinks en D66, de volgende 13 vragen.
Vragen: 1. Deze uitbreiding mag niet strijdig zijn met de huidige regels. Hoe zit het dus met de stikstofruimte? 2. Hoe werkt aannemelijke toekomstige regelgeving hier op in? 3. In hoeverre is deze uitbreiding wenselijk voor de maatschappij en de natuur? 4. Hoeveel grond van melkvee- en kaasboerderij Schep ligt in NNN-gebied? 5. Wat is de afstand van zijn grond tot NNN-gebied? 6. Vervangen de gewenste 180 koeien ander vee, of komt er netto vee bij op die hectares? 7. In het artikel spreekt de heer Schep over ‘strenge voorwaarden’. Daarmee doelt hij o.a. op “…zoveel grasland dat koeien er genoeg ruimte hebben…”. Hoe verhoudt de voorgenomen uitbreiding van 180 koeien met “dat koeien genoeg ruimte hebben”?
8. Neemt de stikstofuitstoot toe door deze plannen? 9. Zit er stikstofruimte in de huidige vergunning, of moet er nieuwe vergunning voor de extra uitstoot worden gevraagd? 10. Betreffende citaat uit artikel: “Uit stukken die betrekking hebben op de vergunningaanvraag blijkt dat het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard op basis van de huidige regels wil meewerken aan het vergroten van de ligboxenstal.” Waarom wil de gemeente op voorhand al medewerking verleden terwijl het collegeakkoord aangeeft biodiversiteit te willen herstellen en dit plan mogelijk tot nog verdere afname van biodiversiteit leidt door teveel aan stikstof? 11. Waarom wil de gemeente meewerken aan deze uitbreiding met als gevolg dat andere boeren straks nog meer moeten reduceren omdat het bedrijf van Schep zoveel op zijn bord heeft geschept? 12. Moet de gemeente (of andere overheid) straks dit soort boeren uitkopen met extra belastinggeld, omdat we ze nu toestaan extra uit te stoten? 13. Wij weten dat er nog minstens twee andere boeren zijn die willen uitbreiden in Krimpenerwaard.
Neemt de veedichtheid nu toe in delen van Krimpenerwaard en hoe verhoudt dat zich tot de doelstelling van forse stikstofreductie voor de Krimpenerwaard? Antwoord college: Het dossier is momenteel ambtelijk in behandeling en in de periode van 17 oktober 2022 tot en met 27 november 2022 heeft de ontwerp omgevingsvergunning met bij behorende stukken voor eenieder ter inzage gelegen. In deze periode zijn er diverse zienswijzen ingediend. Met inachtneming van deze zienswijzen zal het college een definitief besluit moeten nemen op de aanvraag omgevingsvergunning. Vanwege een ordentelijke procesgang is het niet gewenst dat een nog lopende procedure politiek wordt gemaakt. Wij gaan om deze reden niet inhoudelijk in op de vragen.
Ondertekening college: Burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris, de burgemeester,
J. Hennip
P.J. Bouvy-Koene