CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

1.11 RIB Voortgang omgevingsplan April 2024

Raadsvergadering 4 juni 2024, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Informatie van het college7.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSINFORMATIEBRIEF

VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR

de gemeenteraad

CC DATUM ONDERWERP

30 april 2024 Voortgang omgevingsplan April 2024

Beste meneer, mevrouw, Inmiddels zijn we 4 maanden verder na invoering van de Omgevingswet. Met ingang van 1 januari beschikt de gemeente Krimpenerwaard over een omgevingsplan van rechtswege. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk deel en een nieuw deel. De organisatie is aan de slag met de voorbereidingen voor het vullen van het nieuwe deel. Wij informeren u graag over de voortgang met betrekking tot het Omgevingsplan. Transitieplan Op 1 januari 2032 moet de gemeente Krimpenerwaard over één omgevingsplan voor het hele grondgebied beschikken. Op dat moment vervalt het tijdelijke deel van het omgevingsplan. We hebben dus tot 2032 de tijd om de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan te laten vervallen en over te brengen naar het nieuwe (permanente) deel van het omgevingsplan. Ook (onderdelen van) gemeentelijke verordeningen die raakvlakken hebben met de fysieke leefomgeving moeten voor 2032 in het permanente deel van het omgevingsplan zijn verwerkt. Hoewel we nog 7,5 jaar de tijd hebben is het toch belangrijk om een visie te hebben over hoe wij de overgangsfase voor ogen hebben. Daarnaast moet het omgevingsplan ook gewijzigd worden voor ontwikkelingen en komen er regels op ons af die we nu nog niet hebben en voortkomen uit omgevingsprogramma’s. Voor de transitieperiode, de overgangsfase van 1 januari 2024 tot 1 januari 2032, is een transitieplan opgesteld.

Dit plan is een dynamisch stuk dat feitelijk doorlopend wordt aangepast aan de meest recente inzichten. Ter informatie is het transitieplan als bijlage bijgevoegd. Werksessies Zoals in de raadsinformatiebrief van 13 februari 2024 is aangegeven is er ambtelijk een regieteam ingesteld. Dit team voert de regie op de totstandkoming van het definitieve omgevingsplan. Naast dit regieteam worden werksessies georganiseerd. Deze werksessies werken inhoudelijk bepaalde thema’s uit die leiden tot regels die in het omgevingsplan opgenomen kunnen worden. Streven is deze werksessies in eerste instantie voornamelijk te richten op regels die beleidsneutraal opgenomen kunnen worden in het omgevingsplan of om andere redenen urgent zijn. ODMH Wij hebben inmiddels met de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) beleidsneutrale regels opgesteld voor: - een peilbuis olieafscheider; - een vetafscheider; - terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingentracés; - wijzigen van het gebruik waardoor een bodemgevoelige locatie ontstaat. Onlangs zijn nieuwe werksessies met de ODMH gestart. De regels waarmee als eerst aan de slag gegaan wordt zijn: - explosieaandachtsgebieden; - brandaandachtsgebieden; - gifwolkaandachtsgebied. 1276388 / 1294308 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl

Deze regels met betrekking tot externe veiligheid moeten gekoppeld worden aan voorschriftengebieden en hebben ook betrekking op hoofdvaarroutes en wegen gevaarlijke stoffen. -

Geluid - In de bruidsschat regels zitten een paar fouten die hersteld moeten worden.

Gemeentelijk werksessies 1. Werksessies klimaatadaptatie In deze werksessies wordt de haalbaarheid van regels die voortvloeien uit het omgevingsprogramma Riolering en klimaatadaptatie 2023-2027 onderzocht. Dit betreffen regels die niet beleidsneutraal zijn. Op termijn zal het college met een voorstel richting de raad komen of en hoe het omgevingsprogramma in het omgevingsplan zijn beslag kan krijgen; 2. Werksessies Erfbebouwing De werksessie richt zich op het omzetten van regels uit de oude bestemmingsplannen met betrekking tot erfbebouwing bij woonbestemmingen in het buitengebied. Onderzocht wordt in hoeverre dit tevens geharmoniseerd kan worden. 3. Werksessies Omgevingskwaliteit Dit is een nieuw op te zetten werksessie waarin onderzocht wordt op welke wijze sturing gegeven kan worden aan omgevingskwaliteit. Digitalisering omgevingsvisie In juli 2021 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie Krimpenerwaard vastgesteld. Naast het omgevingsplan dat in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) beschikbaar gesteld wordt moet ook onze omgevingsvisie in het DSO worden opgenomen. Hiervoor is aan BügelHajema opdracht gegeven om de omgevingsvisie te digitaliseren volgens de nieuwe standaarden (TPOD: toepassingsprofiel omgevingsdocumenten). De verwachting is dat de omgevingsvisie tweede helft 2024 in het DSO zichtbaar is. Inhoudelijk vinden er geen wijzigingen plaats.

Actualisatie van de omgevingsvisie staat ook op de planning. Hierover wordt u te zijner tijd separaat geïnformeerd. Evaluatie delegatiebesluit omgevingsplan Het wijzigen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad. U heeft een delegatiebesluit genomen waarin is bepaald welke wijzigingen aan het omgevingsplan het college zelfstandig kan doen. Op dit moment zijn er nog geen plannen op basis van de Omgevingswet die het college met inachtneming van dit delegatiebesluit planologisch mogelijk heeft gemaakt. Bestemmingsplannen die voor 1 januari 2024 als ontwerp ter inzage zijn gelegd volgen de oude bestemmingsplanprocedure. Er zijn hierdoor nog enkele lopende bestemmingsplanprocedures die afgehandeld moeten worden. Deze bestemmingsplannen worden – al dan niet als hamerstuk op basis van de delegatielijst – in alle gevallen ter besluitvorming aan u voorgelegd. Digitaal stelsel omgevingswet (DSO) - Bruidsschat Op dit moment kunnen wij vanwege technische redenen nog geen wijzigingen doorvoeren in het omgevingsplan. Het is noodzakelijk dat hiervoor eerst de bruidsschat technisch in beheer is genomen. Daarvoor zijn technische handelingen nodig die alleen onze softwareleverancier kan uitvoeren. Wij hebben inmiddels een indicatie gekregen wanneer de bruidsschat voor de gemeente Krimpenerwaard kan worden ingeladen in ons omgevingsplan.

De gemeente Krimpenerwaard is volgens planning eind juli 2024 aan de beurt. De softwareleverancier doet zijn uiterste best dit naar voren te trekken. Uiteraard staan wij in nauw contact met de softwareleverancier om de voortgang te bewaken zodat wij aan de slag kunnen met het wijzigen van het omgevingsplan. In onze volgende raadsinformatiebrief over het omgevingsplan hopen wij u te kunnen informeren dat de bruidsschat daadwerkelijk technisch in beheer is genomen.

Bijlagen RIB: Transitieplan omgevingsplan Krimpenerwaard

pag. 2/3

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,

de burgemeester,

J. Hennip

ir. J. Beenakker

pag. 3/3

Transitieplan 2024-2031 Omgevingsplan Krimpenerwaard april 2024 Werner den Hartigh / Marjolein Geleijnse-De Bruin

1

1

Inleiding

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Op de datum van inwerkingtreding beschikt iedere gemeente van rechtswege over een omgevingsplan. Dat omgevingsplan van rechtswege bevat een tijdelijk deel en een nieuw deel. Op 1 januari 2032 moet de gemeente Krimpenerwaard over één omgevingsplan voor het hele grondgebied beschikken. Op dat moment vervalt het tijdelijke deel van het omgevingsplan. We hebben dus tot 2032 de tijd om de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan te laten vervallen en over te brengen naar het nieuwe (permanente) deel van het omgevingsplan. Ook (onderdelen van) gemeentelijke verordeningen die raakvlakken hebben met de fysieke leefomgeving moeten voor 2032 in het permanente deel van het omgevingsplan zijn verwerkt. Hoewel we nog 8 jaar de tijd hebben is het toch belangrijk om een visie te hebben over hoe wij de overgangsfase voor ogen hebben. Daarom is dit transitieplan opgesteld. De transitiefase betreft de periode vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 tot het moment waarop het tijdelijke deel van het omgevingsplan vervalt op 1 januari 2032.

Dynamisch document De ontwikkelingen rondom de Omgevingswet en het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) gaan zo snel dat het niet mogelijk is een transitieplan te maken dat gelijk af is. Dit is daarom een dynamisch document dat we regelmatig zullen aanpassen en actualiseren. Daarmee houden we grip op de opgave (en planning) en kunnen we bijsturen waar dat nodig is. Samenvatting In dit transitieplan wordt de omvang van de opgave in beeld gebracht. In het kort komt het er op neer dat we alle regels met betrekking tot de fysieke leeftomgeving die tot nu waren opgenomen in Rijksregels (bijvoorbeeld activiteitenbesluit), in bestemmingsplannen (ruim 100 verschillende), in beheersverordeningen, in verordeningen (APV, kapverordening, Erfgoedverordening etc.) moeten opnemen in één alles omvattend omgevingsplan. Er is een regieteam in het leven geroepen dat de eindredactie voert op het omgevingsplan. Parallel kunnen er verschillende procedures lopen die allemaal zien op wijziging van dat ene omgevingsplan. Dit moet allemaal goed op elkaar worden afgestemd. Het opstellen van de planregels gaat per thema en/of per gebied. Er worden werksessies georganiseerd waarbij in groepsverband planregels voor een beleidsthema worden opgesteld, bijvoorbeeld voor klimaatadaptatie en erfgoed, die worden ‘opgeleverd’ bij het regieteam.

Het regieteam zorgt ervoor dat alle planregels op een logische plek in de structuur van het omgevingsplan kunnen worden opgenomen en legt wijzigingsbesluiten omgevingsplan ter vaststelling voor aan de gemeenteraad, of, als er sprake is van delegatie, aan het college van burgemeester en wethouders. In dit transitieplan geven we aan op welke wijze we de komende jaren het (nieuwe deel van het) omgevingsplan gaan vullen. De prioritering die we nu hebben aangegeven is op basis van een eerste globale inschatting. Naarmate het omgevingsplan meer en meer gevuld wordt zal de prioritering en de planning worden bijgesteld.

2

2.

De route naar één omgevingsplan

2.1

omvang van de opgave

In het tijdelijke deel zitten alle huidige bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, beheersplannen, (lopende) voorbereidingsbesluiten en een aantal (onderdelen van) verordeningen. Schematisch ziet dat er als volgt uit.

In het kort: het tijdelijk omgevingsplan dat we per 1 januari 2024 van rechtswege krijgen bestaat uit drie onderdelen: 1. alle ruimtelijke regels binnen de gemeente (o.a. bestemmingsplannen en beheersverordeningen); 2. de bruidsschat (bestaande uit voormalige Rijksregels, waaronder het Activiteitenbesluit); 3. enkele lokale verordeningen (waaronder een deel van de erfgoedverordening Krimpenerwaard en de Verordening geurhinder en veehouderij).

Het nieuwe deel van het omgevingsplan is op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet nog leeg. Dat wordt in de komende jaren langzaam gevuld. Deels wordt het per thema gevuld en deels per gebied. Het tijdelijke deel wordt daarmee steeds leger en het nieuwe deel wordt steeds voller. Uiterlijk in 2032 moet het nieuwe deel volledig gevuld zijn en het tijdelijke deel helemaal leeg. Alle verordeningen, of delen van verordeningen, die regels stellen met betrekking tot de fysieke leefomgeving moeten uiterlijk in 2032 zijn opgenomen in het omgevingsplan. Het omgevingsplan wordt daarmee het belangrijkste instrument voor de fysieke leefomgeving. Het tijdelijk omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen zullen we (stapsgewijs) moeten verhuizen naar het permanente omgevingsplan. Er geldt een aantal spelregels voor deze verhuizing:

3

1. 2. 3.

de regels in het permanente omgevingsplan moeten voldoen aan nieuwe digitale standaarden(STOP/TPOD); daarnaast zijn er nieuwe instructiekaders voor het omgevingsplan: het Besluit kwaliteit leefomgeving en de omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland; naast de digitale standaarden en de nieuwe instructiekaders van het rijk is het de vraag in hoeverre de gemeente(raad) zelf haar regels wil aanpassen. Hiervoor kunnen globaal gesteld twee aanleidingen zijn: a. het anders reguleren en/of dereguleren; en b. beleidsmatig andere keuzes maken (in de omgevingsvisie en/of programma’s).

Het verhuizen van regels naar het nieuwe deel van het omgevingsplan kan per thema (bijvoorbeeld voor sectorale regels), per gebied, of een combinatie van beide.

2.2

doel en strategie

Ons uiteindelijke doel is te komen tot één omgevingsplan voor de gemeente Krimpenerwaard volgens de eisen van de Omgevingswet. Het in één keer opstellen van een permanent omgevingsplan dat aan alle inhoudelijke en technische eisen voldoet is een onmogelijke opgave. Om die reden hebben we gezocht naar een fasering die recht doet aan het op tijd kunnen vaststellen van het permanente omgevingsplan (nieuwe deel) en rekening houdend met de omvang van de opgave en de beschikbare dan wel benodigde (ambtelijke) capaciteit en financiële middelen van onze gemeente. Zoals eerder vermeld moet het permanente omgevingsplan voor 31 december 2031 zijn afgerond. Dit lijkt nog ver weg, maar de opgave waarvoor we staan is omvangrijker dan de actualisatieopgave uit 2008. Toen moesten we volgens de Wet ruimtelijke ordening voor 1 juli 2013 alle bestemmingsplannen binnen het grondgebied actualiseren en aanpassen aan de nieuwe digitale standaarden (IMRO). Dat bleek destijds – ook voor de gemeente Krimpenerwaard – een race tegen de klok. Op dit moment voldoen de meeste bestemmingsplannen aan de huidige IMRO standaarden, maar nog niet allemaal. We stellen onszelf als doel het permanente omgevingsplan medio 2031 compleet te hebben, zodat we op tijd klaar zijn en – bij eventuele tegenvallers – nog enige uitloop hebben.

2.3

aanpak

2.3.1 Drie sporen Op weg naar een volwaardig en gebiedsdekkend (permanent) omgevingsplan onderscheiden we drie sporen 1. 2. 3.

4

nieuwe gebiedsontwikkelingen; het gebiedsgericht verhuizen van het tijdelijke omgevingsplan naar het permanente (nieuwe) deel; het thematisch verhuizen van autonome gemeentelijke verordeningen en (nieuwe) beleidsregels naar het permanente (nieuwe) deel.

Gebiedsgerichte uitwerking De ruimtelijke regels gaan we deels gebiedsgericht verhuizen en deels thematisch. Dit zijn de regels die nu in onze bestemmingsplannen en beheersverordeningen zijn opgenomen. De ruimtelijke regels op een locatie kunnen in principe alleen gezamenlijk vervallen in het tijdelijke deel. Dit betekent dat wanneer een ruimtelijke regel voor een specifieke locatie vervalt in het tijdelijke deel van het omgevingsplan, idealiter direct álle ruimtelijke regels voor diezelfde locatie moeten vervallen1. Het was oorspronkelijk niet mogelijk om voor een locatie een ruimtelijke regel te schrappen en tegelijkertijd een andere ruimtelijke regel voor diezelfde locatie te behouden. Inmiddels heeft de VNG echter een ‘work around’ bedacht waarmee met een voorrangsregel een regel in het nieuwe deel van het omgevingsplan voorgaat boven een deel van de regels van een locatie in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Een voorbeeld: wat niet mag Het is niet mogelijk om voor een specifieke locatie de bestemming ‘Wonen’ te schrappen of te wijzigen en tegelijkertijd de andere regels uit het betreffende bestemmingsplan (o.a. dubbelbestemmingen en algemene bouw- en gebruiksregels) te behouden. In dat geval moeten álle bestemmingsplanregels voor de betreffende locatie in één keer naar het permanente omgevingsplan verhuisd worden.

Met het opnemen van een voorrangsregel kan dit omzeild worden.

Het is wel mogelijk om de ruimtelijke regels voor de specifieke locatie te laten vervallen, maar voor andere locaties te behouden. Voor de verschillende gebieden binnen een gemeente kunnen deelplannen worden gemaakt. Als gemeente kunnen we zelf bepalen hoe groot een gebied is. We hoeven dus niet in één keer voor het hele grondgebied de regels om te zetten. Dit kunnen we ook doen per wijk of gebiedstype. Uiteindelijk zullen de verschillende deelplannen samensmelten tot één volwaardig omgevingsplan voor het hele gemeentelijke grondgebied. Een voorbeeld: wat wel mag Een fictieve ontwikkellocatie binnen het bestemmingsplan “Dorpskernen Nederlek. Het is mogelijk om de bestemmingsplanregels voor een ontwikkellocatie te laten vervallen in het tijdelijke omgevingsplan en te verhuizen naar het permanente omgevingsplan, maar de rest van het bestemmingsplan “Dorpskernen Nederlek” vooralsnog te behouden in het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Thematische uitwerking De regels uit de gemeentelijke verordeningen kunnen themagewijs worden omgezet naar het nieuwe deel. Wel is het van belang dat er geen strijdigheid ontstaat met de regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Voorbeelden van thematische wijzigingen die als deelplan kunnen worden toegevoegd aan het omgevingsplan zijn de APV en de Bruidsschat, net als thema’s gebaseerd op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet zoals veiligheid, gezondheid, klimaatadaptatie en de energietransitie. Anders dan nu het geval is met een paraplubestemmingsplan, zal een thematische wijziging opgaan in het geconsolideerde omgevingsplan van de gemeente. Er blijft dus altijd sprake van één omgevingsplan voor het hele grondgebied van gemeente Krimpenerwaard.

1 Artikel 22.6, eerste lid, Omgevingswet

5

Afbeelding: het tijdelijke omgevingsplan bouwen we stapsgewijs uit tot een volwaardig en gebiedsdekkend (permanent) omgevingsplan.

Voorbereiding Het omgevingsplan is vormvrij. Om het tijdelijk omgevingsplan en onze gemeentelijke verordeningen netjes naar het permanente omgevingsplan te verhuizen, werken we momenteel aan een basis-omgevingsplan. Dit basis-omgevingsplan bevat de contouren voor het nieuwe omgevingsplan (structuur en hoofdstukindeling) en een zo goed mogelijk gevulde bibliotheek met juridische regels, activiteiten, omgevingsnormen en gebiedsaanwijzingen. Dit basis-omgevingsplan betreft een werkdocument, is (en wordt) niet vastgesteld en heeft nog geen juridische status. Het dient uitsluitend als vertrekpunt voor nieuwe gebiedsontwikkelingen én voor het verhuizen van het tijdelijke omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen naar het permanente omgevingsplan. Het doel is de structuur en de hoofdstukindeling wel als een van de eerste wijzigingsbesluiten door de gemeenteraad vast te laten stellen. Voor het overzetten van de verordeningen kan – als tussenstap - overwogen worden om de relevante verordeningen te verhuizen naar één Verordening Fysieke Leefomgeving (VFLO). Daarmee kan, voordat de regels worden overgezet naar het omgevingsplan, gekeken worden of er een dereguleringsslag gemaakt kan worden. Verder kunnen we de regels op elkaar afstemmen en kunnen we kijken of we de regels waar mogelijk kunnen omzetten naar een B1taalniveau zodat de regels beter leesbaardere worden.

6

Voordat een eerste wijzigingsbesluit genomen kan worden moeten de bruidsschatregels technisch in beheer worden genomen. De bruidsschatsregels staan nu nog in de omgevingsplanlaag die door het Rijk in het DSO is gezet. Die moeten ‘overschreven’ worden met dezelfde set bruidsschatregels die via onze eigen plansoftware in het DSO wordt geladen. Onze softwareleverancier xcllnc doet dat gemeente per gemeente. Gemeente Krimpenerwaard staat in de planning voor sprint 17, zoals xcllnc dat noemt. Concreet is dat ergens eind juli 2024. Pas als de bruidsschatregels technisch in beheer genomen zijn kunnen wij het eerste wijzigingsbesluit in procedure brengen. Dat zal in de loop van Q3-2024 zijn. 2.3.2 Hoe houden we de winkel open? We zien een aantal (gebieds)ontwikkelingen op ons af komen. Ontwikkelingen die in strijd zijn met het (tijdelijk) omgevingsplan kunnen straks op twee manieren mogelijk worden gemaakt: a. door het omgevingsplan te wijzigen (wijzigingsbesluit of TAMomgevingsplan) of; b. met een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa). Het werken met de Bopa heeft als voordeel dat de opbouw van het permanente omgevingsplan ongestoord kan plaatsvinden. Een groot nadeel van de Bopa is dat er sprake moet zijn van een concreet bouwplan en deze binnen vijf jaar moet zijn verwerkt in het omgevingsplan. Dit betekent dubbel werk.

Op de langere termijn heeft het daarom onze voorkeur om ontwikkelingen zoveel mogelijk te faciliteren met een wijzigingsbesluit, waardoor het omgevingsplan direct wordt aangepast. Parallel wijzigen en besluiten In de eerste twee jaar na inwerkingtreding kiezen we er voor om de meeste initiatieven (waarvoor al een bouwplan is) zoveel mogelijk te faciliteren met een Bopa. Op het moment van schrijven zijn er namelijk nog altijd veel praktische (technische) onzekerheden over het wijzigen van het omgevingsplan, vooral wanneer er verschillende wijzigingen parallel aan elkaar in procedure worden gebracht. Onder de inmiddels oude wetgeving stond elk bestemmingsplan op zichzelf en functioneerde los van andere plannen. Sinds 1 januari 2024 hebben gemeenten echter maar één (tijdelijk) omgevingsplan. Dit betekent dat elke wijziging van dat plan, automatisch doorwerkt in de volgende wijziging. Er wordt gelijktijdig gewerkt aan tientallen wijzigingen en regelmatig worden er meerdere plannen in één raadsvergadering vastgesteld. Dit maakt het een grote uitdaging om ervoor te zorgen dat alle afzonderlijke wijzigingen een samenhangend en juridisch kloppend geheel blijven vormen. Zeker wanneer de Raad van State achteraf een besluit vernietigt. De onderlinge samenhang tussen de verschillende wijzigingsbesluiten en de volgorde waarin ze genomen worden noemen we ‘parallel wijzigen en besluiten’.

Navolgende afbeelding laat zien hoe dit werkt. Op dit moment is er vanuit het DSO en de plansoftwareleveranciers nog geen technische oplossing voorhanden om parallel wijzigen en besluiten zorgvuldig te coördineren. Hier ligt dus nog een grote uitdaging. Daarom was het nodig om een regieteam omgevingsplan aan te stellen, dat onder andere het parallel wijzigen en besluiten - en de onderlinge afstemming die/dat daarvoor nodig is - coördineert. Uit praktische overwegingen kiezen we er op dit moment voor om elke (gebieds)ontwikkeling in een afzonderlijk (nieuw) hoofdstuk in het omgevingsplan onder te brengen (met TAMIMRO; zie verderop). Dit heeft als voordeel dat de juridische regels voor een specifieke

7

ontwikkeling2 overzichtelijk gebundeld worden in één hoofdstuk. Hierdoor kunnen de afzonderlijke wijzigingsbesluiten (zoveel mogelijk) los van elkaar functioneren en zullen ze elkaar niet ‘besmetten’. Het grote nadeel hiervan is dat we niet één integraal omgevingsplan maken, maar in feite de huidige werkwijze (met postzegelbestemmingsplannen) verkapt voortzetten. Om tot één integraal omgevingsplan te komen, moeten we de afzonderlijke besluiten (hoofdstukken) na een tijdje beleidsneutraal in het omgevingsplan integreren. Dit betekent dus net als bij de Bopa-vergunning dubbel werk. Tegelijkertijd zien we op dit moment – met de kennis van nu – geen andere oplossing, omdat het juridisch risico van parallel wijzigen en besluiten (nog) niet te overzien is. We zullen dit uiteraard continue blijven monitoren en bijsturen waar nodig. Omdat het niet mogelijk is om in alle gevallen met STOPTPOD het omgevingsplan te wijzigen zullen we in een aantal gevallen voorlopig gebruik moeten maken van TAM-IMRO omgevingsplanwijzigingen. TAM staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel.

TAM-IMRO: Vanaf 1 januari is er een tijdelijk alternatieve maatregel beschikbaar: TAM-IMRO. Daarmee kunnen gemeenten op basis van de huidige IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) het omgevingsplan wijzigen voor urgente gebiedsontwikkelingen. Juridisch gezien maak je een omgevingsplan, of beter, wijzig je het omgevingsplan, maar technisch gezien is het een bestemmingsplan. Deze TAMIMRO plannen moeten later weer worden opgenomen in het permanente deel van het omgevingsplan. Het heeft niet onze voorkeur gebruik te maken van TAM-IMRO, omdat we graag ervaring op doen met parallel wijzigen en besluiten. Tegelijkertijd willen we het ook niet op voorhand uitsluiten, als de komende tijd blijkt dat er op 1 januari nog te veel praktische belemmeringen zijn om een wijzigingsbesluit volgens STOP-TPOD te publiceren.

Afbeelding: essentieel is dat een wijziging steeds gebaseerd is op de laatst gewijzigde en vastgestelde versie van het omgevingsplan. Dit noemen we ‘parallel wijzigen en besluiten’.

2 Alle (gebieds)ontwikkelingen waarvoor nog geen uitgewerkt bouwplan is.

8

We gaan de afzonderlijke hoofdstukken voor (gebieds)ontwikkelingen pas integreren als deze volledig zijn uitontwikkeld c.q. gerealiseerd, zodat we ook direct de beheersituatie kunnen vastleggen. Dit hoeft niet voor 2032, maar mag ook op een later moment. De hoofdstukken voor ontwikkelgebieden maken immers al onderdeel uit van het permanente omgevingsplan. Hoe houden we de winkel open? Met het oog op de onzekerheden rondom parallel wijzigen en besluiten… ▪ gaan we kleinschalige en concrete initiatieven met een Bopa faciliteren; ▪ worden grotere (gebieds)ontwikkelingen in een apart hoofdstuk opgenomen (TAM-omgevingsplannen); ▪ stellen we een ‘regisseur omgevingsplan’ (regieteam) aan om de afzonderlijke besluiten te coördineren.

2.3.3 Hoe gaan we de regels verhuizen? Naast het mogelijk maken van (gebieds)ontwikkelingen, staan we voor de opgave om het tijdelijk omgevingsplan en de gemeentelijke verordeningen te verhuizen naar het permanente omgevingsplan. Een enorme operatie die boven op de huidige werkvoorraad komt en waarvoor we acht jaar de tijd hebben. Gebiedsgericht verhuizen ruimtelijke regels (spoor 2) We gaan de ruimtelijke regels (bestemmingsplannen, beheersverordeningen, enz.) gebiedsgericht en deels themagewijs in stappen overzetten naar het nieuwe (permanente) omgevingsplan. Daarvoor hanteren we waar mogelijk de gebieden zoals die zijn benoemd in de Omgevingsvisie Krimpenerwaard. Gebiedstypen overlappen niet en zijn gezamenlijk dekkend voor de hele gemeente. 1. Kernen; 2. Bedrijventerreinen; 3. Buitengebied; 4. Natuur; 5. Water. We streven er naar de ruimtelijke regels voor de verschillende deelgebieden in één keer te verhuizen (met één wijzigingsbesluit). Maar als het noodzakelijk, wenselijk of efficiënter is om een deelgebied op te knippen, doen we dat. De praktijk zal moeten uitwijzen welke werkwijze de voorkeur heeft, dat is nu nog moeilijk in te schatten.

Afbeelding: globale indeling gebiedstypen

9

Kernen; Hier binnen vallen de 11 verschillende kernen van de Krimpenerwaard. Gouderak, Ouderkerk aan den IJssel, Lekkerkerk, Krimpen aan de Lek, Bergambacht, Ammerstol, Berkenwoude, Stolwijk, Haastrecht, Schoonhoven en Vlist. Het gaat hier vooral om de woonactiviteit, maar ook overige activiteiten als bedrijfsactiviteit, detailhandelsactiviteit, horeca-activiteit en maatschappelijke activiteiten worden hier verricht. Bedrijventerreinen; Hier vallen alle bedrijventerreinen onder. Overige bedrijfsactiviteiten komen ook voor in de gebiedstypen kernen en buitengebied. Buitengebied; Dit is het gebied buiten de kernen en de bedrijventerreinen, maar exclusief natuur en water omdat voor deze gebiedstypen andere doelen en waarden gelden. Natuur; Het NNN gebied, waaronder de natuurgebieden veenweiden en de overige bestemmingen natuur uit de huidige bestemmingsplannen. Water; Omdat voor de gebiedstypen geldt dat ze niet overlappen en gezamenlijk dekkend zijn voor de hele gemeente ontstaat er ook een gebiedstype water. De Hollandsche IJssel en de Lek maken hier onderdeel van uit. Hier gelden andere doelen en waarden dan bij natuur. Verhuizen bruidsschat De bruidsschat bevat onder meer regels over milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten die nu op landelijk niveau geregeld zijn.

We willen de bruidsschatregels zo veel mogelijk meenemen bij het gebiedsgericht verhuizen van de ruimtelijke regels. We plaatsten wel een kanttekening: als het wenselijk, noodzakelijk of efficiënter is delen van de bruidsschat in de andere sporen mee te laten lopen, dan doen we dat. De bruidsschatregels over het bouwen, slopen en gebruiken van bouwwerken moeten in samenhang met de planologische regels (in onze bestemmingsplannen) bekeken worden. Daarom nemen we deze mee bij het gebiedsgerichte verhuizen van de ruimtelijke regels. Het verhuizen van deze regels zal gefaseerd plaatsvinden, per deelgebied. De bruidsschat bevat daarnaast regels over milieubelastende activiteiten. Het is wenselijk deze regels thematisch naar het permanente omgevingsplan te verhuizen (spoor 3), zodat we ze direct over de hele gemeente kunnen uitrollen. Deze thematische verhuizing schuiven we in de tijd iets naar achteren, omdat dit minder prioriteit heeft. We kunnen de regels uit de bruidsschat namelijk tot eind 2031 in stand houden, naast het gebiedsgericht verhuizen van de ruimtelijke regels. Er is dus geen urgentie om de bruidsschatregels op korte termijn naar het permanente omgevingsplan te verhuizen, tenzij er aanleiding is om bepaalde regels uit de bruidsschat aan te scherpen, te verruimen of te laten vervallen.

We nemen daarom de tijd om te bepalen op welke wijze we de bruidsschatregels ten aanzien van o.a. geur en geluid gaan vertalen naar het permanente omgevingsplan. Als we de huidige normen willen aanscherpen, zal dit bijvoorbeeld eerst zijn grondslag moeten vinden in de omgevingsvisie.

10

Thematisch verhuizen gemeentelijke verordeningen en beleid (spoor 3) Integreren verordeningen Op dit moment zijn ook in gemeentelijke verordeningen regels opgenomen die gaan over de fysieke leefomgeving. We onderscheiden drie categorieën: 1. Dit moet: een deel van deze regels moet overgezet worden naar het omgevingsplan. Het Omgevingsbesluit bepaalt welke regels in de gemeentelijke verordeningen naar het omgevingsplan overgeheveld moeten worden. Dat zijn regels die dus niet in de verordening mógen achterblijven. 2. Dit mag: er zijn ook regels die gaan over de fysieke leefomgeving en die naar het omgevingsplan mogen. 3. Dit mag niet: tenslotte zijn er nog regels die niet in het omgevingsplan mogen worden opgenomen. Er is dus sprake van drie categorieën: regels die ‘niet mogen’, ‘mogen’ en ‘moeten’. Tot 2032 is het wel toegestaan om de gemeentelijke verordeningen te wijzigen, zonder de wijziging in het nieuwe deel van het omgevingsplan op te nemen. De voorbereidingen voor het gefaseerd en thematisch verhuizen van de regels uit de gemeentelijke verordeningen naar het permanente omgevingsplan starten we in 2024 met het opstellen van een verordening fysieke leefomgeving (VFLO).

Voordat we de gemeentelijkeverordeningen naar het permanente omgevingsplan verhuizen, is het belangrijk dat de structuur en opbouw van het permanente omgevingsplan (bijna) volledig is uitgekristalliseerd, Het kan zijn dat zich eerder een ‘natuurlijk’ moment aandient (bijvoorbeeld omdat de verordening geactualiseerd moet worden) of er een concrete aanleiding is om (delen van) een gemeentelijke verordening al eerder naar het permanente deel te verhuizen. Thematische wijzigingen Voor een aantal onderwerpen is een thematische verhuizing naar het permanente omgevingsplan gewenst, bijvoorbeeld omdat er na inwerkingtreding sprake is van enkele leemten in de regelgeving (o.a. bodem) of behoefte is aan uniformiteit of om nieuw beleid te implementeren (o.a. gezondheid en klimaatadaptatie). Op dit moment voorzien we al een aantal thematische wijzigingen, maar er zullen de komende tijd vermoedelijk meer thematische wijzigingen volgen die we nu nog niet in beeld hebben. Uit de actualisatie van de omgevingsvisie kunnen bijvoorbeeld nieuwe doelen of opgaven komen, die vragen om regelgeving in het omgevingsplan. Op dit moment zijn we bezig met de volgende thematische wijzigingen: -

-

11

Klimaatadaptatie (omgevingsprogramma riolering en klimaatadaptatie Krimpenerwaard); Urgente Milieuthema’s (in regionaal verband in samenwerking met de ODMH); eerste batch planregels opgeleverd in juni 2023 (o.a. regels met betrekking tot OBASsen). Tweede batch planregels vanaf Q4-2023; Erfbebouwing buitengebied; Archeologie.

2.4

Voorbereidingen

Een goede voorbereiding is het halve werk. Om een vliegende start te maken als de Omgevingswet in werking treedt, zijn we dit jaar begonnen met de volgende voorbereidingen:

12

•

Opstellen basis-omgevingsplan; vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn we gestart met het opstellen van een basis-omgevingsplan. Dit basis-omgevingsplan vormt het vertrekpunt voor het permanente omgevingsplan dat we vanaf 1 januari 2024 gaan vormgeven. Dit doen we aan de hand van het casco voor het omgevingsplan (met geïntegreerde staalkaarten) van de VNG. In het basisomgevingsplan zetten we de hoofdlijnen voor het permanente omgevingsplan uit. Anders dan onze huidige bestemmingsplannen, is het omgevingsplan vormvrij. We willen daarom eerst een functioneel en duurzaam raamwerk neerzetten. Om dit raamwerk te testen, nemen we ook direct een aantal juridische regels op. We hebben geëxperimenteerd met het opstellen van planregels voor de kern Berkenwoude wat heeft geresulteerd in een basis set planregels. Door de planregels verder uit te bouwen voor hele Krimpenerwaard krijgen we meer grip op de opgave, doen we waardevolle ervaring op en bereiden we ons tegelijkertijd voor op de eerste gebiedsgerichte uitwerking. Bovendien hebben we ook een basis nodig voor nieuwe gebiedsontwikkelingen, die na inwerkingtreding direct gaan komen.

•

Opstellen juridische regels bouwen; de concept-regels voor het bouwen (bouwactiviteiten) willen we graag zo snel mogelijk na inwerkingtreding van de Omgevingswet klaar hebben. Op deze manier beschikken we over een goed vertrekpunt voor het gebiedsgericht overzetten van de ruimtelijke regels naar het permanente deel én voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. De regels voor het bouwen zijn nu nog versnipperd. In elk bestemmingsplan zijn vergelijkbare regels opgenomen, maar deze zijn soms net anders geformuleerd. Daarnaast komt een deel van het vergunningvrij bouwen via de bruidsschat terug naar gemeenten en vervalt de kruimelgevallenregeling. We werken daarom toe naar meer uniforme bouwregels die (op termijn) gaan gelden voor de hele gemeente. De regels voor het bouwen zetten we waar mogelijk beleidsneutraal om. Dit zal niet helemaal gaan omdat de 5 voormalige gemeenten allemaal een andere wijze van opstellen van planregels hadden. In ieder geval betekent dit dat vergunningplichten blijven gelden. Ook kan het opstellen van toepasbare regels ertoe leiden dat we bepaalde bouwregels anders moeten formuleren of vereenvoudigen. We zijn van start gegaan met de erfbebouwingsregelingen van de diverse bestemmingsplannen buitengebied om te zetten naar een uniforme set planregels voor het omgevingsplan.

•

Testen met publiceren; in het tweede en derde kwartaal 2023 hebben we geoefend met het publiceren van het basis-omgevingsplan om ervaring op te doen en eventuele fouten op te sporen. We hebben het concept-wijzigingsbesluit omgevingsplan Krimpenerwaard in de pre-omgeving van het DSO kunnen uploaden. Dat is gelukt.

•

Opstellen handboek omgevingsplan voor externen; eerste helft 2024 stellen we een handboek op voor externen. Op dit moment worden al onze bestemmingsplannen opgesteld door externe stedenbouwkundige bureaus. Als we deze werkwijze na 1 januari 2024 willen voortzetten, is het nodig een handboek met richtlijnen op te stellen. We vinden het namelijk belangrijk aan de voorkant goed na te denken over de rolverdeling tussen de ambtelijke organisatie en stedenbouwkundige bureaus. In het handboek leggen we in ieder geval vast wat de rol van stedenbouwkundige bureaus

is, op welke wijze zij (geo)informatie moeten aanleveren en aan welke minimale eisen het wijzigingsbesluit (wijziging omgevingsplan) moet voldoen. Met name het annoteren3 van de regels – een nieuwe discipline onder de Omgevingswet – vraagt om gemeentelijke sturing en toezicht. Hetzelfde geldt voor het beheren van de geometrie. In het handboek spreken we af hoe we hiermee omgaan. Het handboek wordt ter besluitvorming aan het college voorgelegd. •

Oefenen met wijzigen van het omgevingsplan; We hebben geoefend met het uploaden van het eerste wijzigingsbesluit omgevingsplan Krimpenerwaard. We benutten de komende periode om de gevolgen voor het besluitvormingsproces in beeld te brengen. We gaan na welke impact de nieuwe werkwijze heeft op het besluitvormingsproces. Vragen die hierbij aan bod komen zijn bijvoorbeeld: o Hoe gaan we om met de parallel wijzigen en besluiten? En wat betekent dit voor het besluitvormingsproces? o Hoe kan de raad inzage krijgen in wat zij vaststellen (visualiseren van het voorstel in het DSO) en op welke wijze kunnen belanghebbenden inzage krijgen?

Geometrie op orde De plansoftware biedt de mogelijkheid geometrie uit de geldende bestemmingsplannen in te laden, waarna deze kunnen worden omgezet in zogenaamde werkingsgebieden. Een groot deel van onze bestemmingsplannen is echter getekend op basis van de GBKN-ondergrond, terwijl de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) de huidige én toekomstige standaard is. Daarnaast is een deel van het grondgebied van de voormalige gemeente Ouderkerk nog niet gedigitaliseerd. Voor dit gebied is dus nog geen (of slechts beperkt) geometrie beschikbaar. Om na de inwerkingtreding van de Omgevingswet voortvarend van start te gaan met de gebiedsgerichte uitwerking maken we in de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet een inventarisatie van onze geometrie. We controleren de geo-objecten uit de geldende bestemmingsplannen op juistheid en maken inzichtelijk voor welke gebieden (nog) geen geometrie voor handen is. Waarom is het belangrijk de geometrie op orde te hebben? In het DSO vormt de BGT de onderlegger voor het omgevingsplan. De praktijk leert dat de BGT op onderdelen afwijkt van de GBKN-ondergrond. In de regel gaat het om minimale verschillen, maar in een aantal gevallen zijn deze afwijkingen significant. Deze afwijkingen – groot of klein – zijn ook voor de burger zichtbaar wanneer via het Omgevingsloket ‘Regels op de kaart’ worden geraadpleegd.

Om interpretatieverschillen te voorkomen is het wenselijk dat de toekomstige werkingsgebieden naadloos aansluiten op de BGT.

3 Door te annoteren voeg je kenmerken (labels) toe aan een juridische regel. Hiermee wordt duidelijk waar de regel van

toepassing is en waar deze over gaat. Het annoteren van regels is een voorwaarde om toepasbare regels te kunnen maken. 13

3.

Toepasbare regels

Toepasbare regels zijn duidelijke en begrijpelijke vertalingen van juridische regels. De gemeente maakt toepasbare regels voor het Omgevingsloket. Daar kunnen burgers en bedrijven checken of ze een vergunning moeten aanvragen voor hun plan of initiatief. Dat doen ze door een vragenboom te doorlopen. Toepasbare regels dragen zo bij aan de digitale dienstverlening van de gemeente voor burgers en bedrijven. De gemeente maakt alleen toepasbare regels voor haar eigen juridische regels. Het Rijk, het waterschap en de provincie maken ook toepasbare regels voor het Omgevingsloket. Toepasbare regels in het Omgevingsloket In het Omgevingsloket komen toepasbare regels voor bij drie onderdelen: ‘vergunning check’, ‘aanvragen’ en ‘maatregelen op maat’. Bij de vergunning check kunnen burgers en bedrijven controleren of ze hun plan op een bepaalde locatie mogen uitvoeren. Dit doen ze door een vragenboom te doorlopen. Als hieruit volgt dat er een vergunning-, melding- of informatieplicht geldt, kunnen zij direct een aanvraagformulier invullen. Via toepasbare regels vraagt de gemeente bij dit onderdeel de zogenaamde indieningsvereisten. Dit is informatie die de gemeente nodig heeft om de vergunning, melding of informatieplicht te beoordelen. Bij het onderdeel maatregelen op maat kunnen burgers en bedrijven controleren welke maatregelen ze moeten nemen bij het uitvoeren van een activiteit.

Via toepasbare regels laat de gemeente de regels en voorschriften op maat zien voor de activiteiten die de aanvrager wil uitoefenen. Geen wettelijke verplichting, wel minimale acties Het aanbieden van toepasbare regels is geen wettelijke verplichting. De VNG adviseert wel twee minimale eisen: 1. toepasbare regels maken voor de indieningsvereisten voor het onderdeel ‘aanvragen’. Initiatiefnemers kunnen zo via het Omgevingsloket een vergunningaanvraag indienen, melding doen of informatie aanleveren, afhankelijk van de lokale regels. 2. ervoor zorgen dat het huidige dienstverleningsniveau gelijk blijft. Dat betekent dat de gemeente rekening moet houden met bijvoorbeeld aanvullende of andere lokale indieningsvereisten in lokale verordeningen en vergunningschecks of lokale indieningsvereisten in het huidige Omgevingsloket online (OLO). Toepasbare regels voor topactiviteiten Om het dienstverleningsniveau te verbeteren, willen we in ieder geval toepasbare regels maken voor de gemeentelijke topactiviteiten. Dat zijn activiteiten waarvoor de meeste aanvragen of meldingen worden gedaan, zoals het kappen van een boom. Voor die activiteiten zijn vergunning checks erg nuttig, omdat ze de gebruiker direct vertellen wat wel en niet mag.

Er is een gemeentelijk team en medewerkers van Berkeley Bridge (softwarepakket om toepasbare regels op te stellen) onder leiding van Eiffel aan het werk met de toepasbare regels. Het is trouwens niet effectief om voor alle activiteiten toepasbare regels te maken. Sommige activiteiten komen maar weinig voor of zijn erg complex. Daarnaast is het voor sommige activiteiten lastig om een vragenboom te doorlopen, bijvoorbeeld wanneer een juridische regel een open norm bevat. De conclusie van een vergunning check is dan ‘neem contact op met de gemeente’.

14

Maken en beheren van toepasbare regels Het maken en/of beheren van toepasbare regels loopt parallel aan de verhuizing van regels naar het permanente omgevingsplan. Er is namelijk een duidelijke wisselwerking tussen het opstellen van de juridische regels in het omgevingsplan en de toepasbare regels. Daarom is het logisch de planning van de verhuizing te volgen. Juridische regels moeten toepasbaar gemaakt kúnnen worden. Alleen dan verbetert de dienstverlening. Dit kan ertoe leiden dat juridische regels anders of duidelijker geformuleerd moeten worden. Toepasbare regels worden, in tegenstelling tot juridische regels, niet vastgesteld en hebben geen juridische status. We richten een proces in waarbij toepasbare regels op kwaliteit worden getest, zowel inhoudelijk als op gebruiksvriendelijkheid, voordat ze gepubliceerd worden. Mocht er onverhoopt toch een fout in de vragenboom zitten, dan bevat het Omgevingsloket altijd een disclaimer. Aan het Omgevingsloket kunnen dan ook geen rechten ontleend worden.

4.

Planning

Op basis van onze ervaringen met de actualisatieopgave onder de Wet ruimtelijke ordening verwachten we dat het gebiedsgericht verhuizen van de ruimtelijke regels bestemmingsplannen naar het permanente deel per deelgebied anderhalf tot twee jaar in beslag neemt (van inventarisatie – via participatie – naar vaststelling). Dit zal per deelgebied verschillen afhankelijk van de actualiteit van de nu geldende bestemmingsplannen, de omvang (en complexiteit) van de gebieden en de ervaring die we in de loop van de tijd opdoen met het verhuizen van de ruimtelijke regels naar het permanente omgevingsplan. Het eerste (gebiedsgerichte) omgevingsplan vergt waarschijnlijk meer tijd, omdat het omgevingsplan voor onze organisatie een nieuw instrument is. Vanaf 2025 starten we met het thematisch verhuizen van delen van de Bruidsschat en de gemeentelijke verordeningen over de fysieke leefomgeving. Voor de verhuizing van deze bouwstenen nemen we twee tot drie jaar de tijd. Als er aanleiding bestaat (delen van de) bruidsschat of lokale verordeningen eerder naar het permanente deel te verhuizen, zullen we dat uiteraard doen. We streven er naar medio 2031 over een permanent en gebiedsdekkend omgevingsplan te beschikken. Als we mogelijkheden zien om te versnellen dan doen we dat. Hoe sneller we over een permanent omgevingsplan beschikken, hoe beter.

Wanneer we over een permanent omgevingsplan beschikken kunnen we ontwikkelingen efficiënter faciliteren. Weggezet in de tijd ziet de planning voor de transitiefase er als volgt uit:

15

Themagericht 1. Milieuthema’s 2. Cultuurhistorie 3. Klimaatadaptatie 4. Erfbebouwing 5. Verordeningen 6. Bruidsschat 7. Verwerking instructieregels (BKL, provincie etc.) 8. Toepasbare regels 9. Etc.

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Gebiedsgericht 10. Gouderak (kern)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

11. Ouderkerk ad IJssel 12. Lekkerkerk (kern) 13. Krimpen aan de Lek 14. Bergambacht (kern) 15. Ammerstol (kern) 16. Berkenwoude (kern) 17. Stolwijk (kern) 18. Haastrecht (kern) 19. Schoonhoven (kern) 20. Vlist (kern) 21. Bedrijventerreinen 22. Buitengebied 23. Natuur 24. Water

5

Organisatie en ambtelijke capaciteit

5.1 voorbereiding organisatie De aanloop naar en het opstellen van een permanent en gebiedsdekkend omgevingsplan is een omvangrijke opgave die fors ingrijpt op onze huidige werkprocessen. Het opstellen van een omgevingsplan is nieuw, voor de meesten onbekend (een pad dat we nog niet eerder bewandeld hebben) en op bepaalde vlakken ook nog steeds onzeker. Dit betekent dat er soms iets mis zal gaan en bijsturen noodzakelijk is. Dat is niet erg, zolang daar ruimte voor is (in tijd, maar vooral in acceptatie). Wat het daarnaast complex maakt is dat (gebieds) ontwikkelingen gewoon doorgaan en ook de behoefte zal zijn om de regels voor bepaalde thema’s zoals duurzaamheid aan te scherpen. De relevante teams (o.a. planjuristen, stedenbouwkundigen en verschillende vakdisciplines) in onze organisatie worden via interactieve werksessies betrokken bij het proces om te komen tot een gebiedsdekkend omgevingsplan. Hiervoor is in de tweede helft van 2023 tijd en ruimte vrijgemaakt. De planjuristen moeten opgeleid worden en vertrouwd raken met de nieuwe plansoftware en systematiek, zodat zij ook na 1 januari 2024 hun huidige werkzaamheden kunnen voortzetten. Dit vraagt om een intensief opleidingstraject. Ook de collega’s die adviseren vanuit hun vakdiscipline bij bestemmingsplannen, moeten het omgevingsplan straks begrijpen. Hetzelfde geldt voor projectleiders en ontwikkelaars.

Daarnaast halen we waar nodig kennis op buiten de organisatie en delen we deze met elkaar. Dat is enerzijds kennis op vakinhoudelijk gebied, maar ook kennis over de technische aspecten van het omgevingsplan en het maken van (fundamentele) keuzes bij het neerzetten van een goed basis-omgevingsplan (casco) waar we de komende jaren op kunnen voortborduren. 5.2 capaciteit In de aanloop naar de transitiefase voorzien we knelpunten in de capaciteit binnen onze organisatie, vooral bij de planjuristen. We prioriteren nu al als het gaat om nieuwe ontwikkelingen (ontwikkelingsgerichte bestemmingsplannen) door de bestemmingsplanstop. Maar de komende periode moeten de planjuristen verder opgeleid worden én het opstellen van het permanente (gebied dekkende) omgevingsplan vraagt ook capaciteit.

16

Het opstellen van bestemmingsplannen is voor de planjuristen routine en projectleiders en ontwikkelaars weten hoe ze een bestemmingsplan moeten lezen en interpreteren. Het opstellen van een omgevingsplan betreft daarentegen een complexe opgave, die bovendien vraagt om een andere manier van denken. Het gaat om het daadwerkelijk inleven en doorgronden van de doelen die we in een gebied nastreven en de mate waarin regels deze doelen kunnen ondersteunen. Vervolgens moeten deze juridische regels vertaald worden naar een leesbaar omgevingsplan, dat digitaal ontsloten wordt en met behulp van toepasbare regels door mensen bevraagd kan worden. Dit betreft een hele nieuwe werkwijze.

Regelanalist (adviseur toepasbare regels): Dit betreft een nieuwe rol die in gemeente Krimpenerwaard nog niet is ingevuld. De regelanalist is – in samenspraak met de beleidsadviseurs, vergunningverleners en handhavers – verantwoordelijk voor het opstellen en beheren van toepasbare regels. De regelanalist geeft bovendien sturing aan het maken van de juridische regels, omdat deze met elkaar verweven zijn.

Regieteam Omgevingsplan Krimpenerwaard (ROK): de (complexe) samenloop van wijzigingsbesluiten en de mate waarin deze met elkaar verweven zijn (parallel wijzigen en besluiten), dwingt ons ertoe een regisseur voor het omgevingsplan aan te stellen. Deze regisseur monitort alle lopende wijzigingen van de drie sporen: nieuwe gebiedsontwikkelingen, gebiedsgerichte wijzigingen voor verhuizen tijdelijk deel en de thematische wijzigingen. Het regieteam stuurt hierin en waakt er bijvoorbeeld voor dat de raad niet onbedoeld twee keer dezelfde regel uit het omgevingsplan wijzigt. Vooralsnog wordt de regiefunctie vormgegeven in een regieteam met een beperkt aantal RO-juristen. Het regieteam registreert de verleende Bopa-vergunningen en zorgt dat deze op tijd in het omgevingsplan worden verwerkt. Het regieteam is de schakel tussen de planjuristen (die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van het wijzigingsbesluit) en het bestuur.

Ontwikkelingen gaan door De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Na 1 september 2023 hebben we geen nieuwe bestemmingsplantrajecten meer opgestart (bestemmingsplanstop). Vanaf zijn we begonnen met het verder voorbereiden van wijzigingsbesluiten voor het omgevingsplan, het voorbereiden op Bopa’s en het kunnen sturen op TAM-omgevingsplannen. Het regieteam dat is ingesteld bestaat uit een aantal vaste medewerkers dat vanaf een vroeg stadium bij de totstandkoming van het omgevingsplan is betrokken. Ook na 1 januari 2024 moet de winkel openblijven, ontwikkelingen gaan gewoon door. Het faciliteren van (gebieds)ontwikkelingen en implementeren van nieuw beleid behoort tot onze reguliere werkzaamheden. In 2024 faciliteren we nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk met TAM-omgevingsplannen. Het opstellen van wijzigingsbesluiten omgevingsplan zal in de eerste jaren na inwerkingtreding meer tijd zal vragen dan een huidige bestemmingsplanwijziging. Het werken met het omgevingsplan is nieuw. De capaciteit binnen de afdeling kan daardoor verder onder druk komen te staan. Prioriteren van nieuwe ontwikkelingen blijft daarom nodig en wordt nog urgenter. Het prioriteren van projecten is geen onderdeel van dit transitieplan.

17

Bouwen aan het permanente omgevingsplan Het opstellen van het permanente omgevingsplan betreft een omvangrijke opgave, die we moeten uitvoeren naast de reguliere werkzaamheden. Het verhuizen van de ruimtelijke regels en de bruidsschat (spoor 2) legt een extra claim op de capaciteit bij de RO beleidsadviseurs. We verwachten op dit moment tenminste 3 tot 4 Fte nodig te hebben voor de periode tot en met 2031 (2 RO beleidsadviseurs en 1 tekenaar en 1 regelanalist). Dit betreft een voorlopige inschatting die we misschien tussentijds naar boven of beneden moeten bijstellen. Daarbij gaan we ervan uit dat we het omgevingsplan voor het grootste deel in eigen beheer opstellen. Het verhuizen van de gemeentelijke verordeningen naar het permanente omgevingsplan (thematische wijziging, spoor 3) wordt deels vanuit team Juridische zaken opgepakt.

Budget: Er is geld vrijgemaakt voor het opstellen van het omgevingsplan in de overgangsperiode van 2024 tot en met 2031. Het beschikbare budget per 1 januari 2024 is € 421.455,--. Er wordt jaarlijks doorlopend € 50.000,-- toegevoegd. De kosten die gemaakt worden zijn vooral Bedoeld voor inhuur van externe expertise.

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=a66e6286-55dc-45b0-8f16-bac12f16cbba