1.10 RIB Beoordeling robuustheid Omgevingsdienst Midden-Holland
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
VAN HET COLLEGE VAN B&W VOOR
de gemeenteraad
CC DATUM ONDERWERP
3 oktober 2023 Beoordeling robuustheid Omgevingsdienst Midden-Holland
Beste meneer, mevrouw, In deze raadsinformatiebrief informeren wij u over de stand van zaken omtrent de versterking van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) en de gevolgen hiervan voor de Omgevingsdienst MiddenHolland (ODMH). Aanleiding In maart 2021 is het rapport “Om de leefomgeving, Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur” van de commissie Van Aartsen uitgebracht. Deze commissie heeft op verzoek van de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) in beeld gebracht welke mogelijkheden er zijn om milieuhandhaving, -toezicht en vergunningverlening in Nederland te versterken, met als doel het stelsel effectiever en slagvaardiger te maken. Een goed functionerend stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is essentieel voor het voorkomen van schade aan het milieu. Als belangrijk onderdeel van het advies is de commissie gevraagd welke mogelijkheden zij ziet om de onafhankelijkheid en deskundigheid van toezichthouders, waaronder omgevingsdiensten, te versterken en aan te geven wat ervoor nodig is om die versterking daadwerkelijk te realiseren. Oordeel commissie Van Aartsen De commissie oordeelde dat het stelsel niet goed functioneert. Het stelsel wordt -volgens de commissiegekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid.
Volgens de commissie zijn de omgevingsdiensten een belangrijk aangrijpingspunt voor verbetering van het VTH-stelsel. Omgevingsdiensten moeten effectiever en slagvaardiger kunnen opereren. Daarvoor is robuustheid van de omgevingsdiensten van belang. Iedere omgevingsdienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dat vraagt om voldoende omvang met bijbehorende financiering, zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste niveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Andere aanbevelingen van de commissie zien op o.a. de strafrechtelijke handhaving en vervolging. Figuur 1 vat de aanbevelingen die de commissie VTH heeft gedaan ter versterking van het VTH-stelsel samen.
1196916 / 1197347 gemeente Krimpenerwaard Postbus 51 2820 AB Stolwijk www.krimpenerwaard.nl
Figuur 1 Aanbevelingen van de adviescommissie VTH
Interbestuurlijk programma en toetsingskader Om invulling en uitvoering te geven aan de aanbevelingen is op initiatief van I&W een interbestuurlijk programma (IBP) gevormd waarmee het VTH-stelsel structureel verstevigd kan worden. Hierin participeren het Rijk, gemeenten (VNG) en provincies (IPO). Onderdeel van het IBP is ‘robuuste omgevingsdienst en passende financiering’. Er is een inhoudelijke benadering gevolgd waarbij 4 criteria zijn geformuleerd, te weten effectiviteit, efficiency, wendbaarheid en ontwikkelvermogen. Om deze criteria meetbaar en specifiek te maken, zijn deze vertaald in een set van kritische prestatie-indicatoren (kpi’s). Deze kpi’s vormen de ondergrens waar omgevingsdiensten aan moeten voldoen. In het interbestuurlijk programma is een toetsingskader opgesteld waarmee de omgevingsdiensten kunnen toetsen of zij aan de kpi’s voldoen. Dit toetsingskader moet op 1 oktober 2023 door de omgevingsdiensten zijn ingevuld en aangeleverd aan de staatssecretaris van I&W. Omgevingsdiensten die met het toetsingskader in de hand niet voldoen aan de kpi’s, moeten voor 1 april 2024 een plan van aanpak opstellen hoe zij hier uiterlijk op 1 april 2026 aan voldoen.
Beoordeling robuustheid Omgevingsdienst Midden-Holland De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) voert de milieutaken in onze regio uit, in opdracht van de aangesloten gemeenten in Midden-Holland en de provincie Zuid-Holland. Dit met uitzondering van risicovolle industriële bedrijven (Brzo) en grotere chemiebedrijven (RIE4), die onder toezicht en handhaving van de DCMR Milieudienst Rijnmond vallen. Voor een aantal gemeenten voert de ODMH additioneel het Bouw- en pag. 2/3
Woningtoezicht uit. De ODMH heeft de robuustheid van haar organisatie inmiddels getoetst. Op basis hiervan heeft het Algemeen Bestuur van de ODMH op 26 september 2023 besloten om aan de staatssecretaris van I&W te rapporteren dat de ODMH een robuuste organisatie is, die aan alle benodigde criteria voldoet: 1. De omvang van het regionaal werkprogramma is meer dan € 16,5 miljoen, waarbij 85% van de medewerkers in het primaire proces in dienst is van de ODMH; 2. De ODMH voldoet aan de geldende kwaliteitscriteria voor zowel de milieutaken als de plustaken; 3. De ODMH heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie; 4. De ODMH kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen; 5. De ODMH kan relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatie gestuurd gewerkt; 6. De ODMH past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang in het werkpakket. De brief aan de staatssecretaris is ter informatie als bijlage bij dit memo gevoegd. Deze conclusie wordt ondersteund door de uitkomsten van de visitatiecommissie die de ODMH afgelopen voorjaar bezocht: de commissie was positief. De visitaties zijn een initiatief van Omgevingsdienst NL, ook in het kader van het IBP VTH. Het rapport is recent afgerond en ter informatie bijgesloten. De ODMH werkt aan een verbeterplan rond de aanbevelingen van de commissie.
Het bestuur van de ODMH heeft de staatssecretaris in de brief ook laten weten binnen randvoorwaarden bij te willen dragen aan een robuust stelsel van omgevingsdiensten in de bredere regio. Indien daarbij sprake zou zijn van uitbreiding van het werkgebied van de ODMH met nieuwe deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling, dan zal de raad in de toekomstige afwegingen daarbij worden betrokken. Onder regie van de provincie wordt bovendien komende tijd, ook los van het IBP, onverminderd ingezet op goede samenwerking tussen de vijf ZuidHollandse omgevingsdiensten. Bijlagen RIB: 1. Brief aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat [1196906] 2. Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland [1196905]
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard, de secretaris,
de burgemeester,
J. Hennip
P.J. Bouvy-Koene
pag. 3/3
Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland 6 en 7 juni 2023
Definitieve versie 24 augustus 2023
1 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Sterke punten en aanbevelingen ............................................................................................................ 6 Bevindingen per aandachtsgebied van het Visitatiekader ...................................................................... 9 A. Kwaliteitsankers wet- en regelgeving ................................................................................................. 9 A1 Kwaliteitscriteria 2.2 of opvolgers ................................................................................................. 9 A2 Regionale risicoanalyse .................................................................................................................. 9 A3 Uniform Regionaal VTH-Beleidskader (artikel 7.2 Bor) .................................................................. 9 A4 LHS................................................................................................................................................ 10 A5 BBT en LRSO .................................................................................................................................
10 A6 Actualisatieprogramma vergunningen bedrijven ........................................................................ 10 A7 BTP ............................................................................................................................................... 11 B. Ontwikkelkracht en innovatieruimte ................................................................................................ 12 B1 Ontwikkelkracht en innovatieruimte ........................................................................................... 12 B2 Financiële middelen voor ontwikkeling en innovatie .................................................................. 12 B3 Investeren in informatiemanagement en digitalisering............................................................... 13 B4 Ruimte voor landelijke inhoudelijke afstemming ........................................................................ 14 B5 Ruimte voor kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering van het personeel ................. 14 B6 Betrokkenheid bij- en voorbereid zijn op wijzigingen in wet- en regelgeving ............................. 15 B7 Outcome-gerichte sturing ............................................................................................................
15 B8 Aanbevelingen Adviescommissie VTH.......................................................................................... 16 C. Ketensamenwerking en Strafrecht.................................................................................................... 17 C1 Strafrechtelijke handhaving ......................................................................................................... 17 C2 Samenspel strafrecht omgevingsdienst/OM/Politie/RIEC ........................................................... 17 C3 Samenwerking met veiligheidsregio, waterschap en overige (Rijks)handhavingspartners ......... 17 C4 Ketentoezicht ............................................................................................................................... 18 C5 Informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling tussen ketenpartners ........................................ 18 D. Onafhankelijkheid ............................................................................................................................. 19 D1 Mandatering ................................................................................................................................ 19 D2 Afwijking van advies omgevingsdienst ........................................................................................
19 D3 Aandachtsbedrijvenlijst................................................................................................................ 19 D4 Balans tussen onafhankelijkheid en nabijheid ............................................................................. 20 E. Prioritering en Uitvoeringsprogramma’s........................................................................................... 21 E1 Plaats van regionale milieurisico’s, niet-inrichtingsgebonden risico’s en trends in uitvoeringsprogramma’s ................................................................................................................... 21 2 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
E2 Kwaliteit van analyse en prioritering ............................................................................................ 21 F. Governance........................................................................................................................................ 22 Vervolgstappen ..................................................................................................................................... 23
3 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
Inleiding Het versterken van het VTH-stelsel wordt de komende jaren vormgegeven in het interbestuurlijk programma (IBP) Versterking VTH-stelsel. Dit programma is opgesteld naar aanleiding van het rapport en de adviezen van de commissie Van Aartsen ‘Om de leefomgeving, Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’. Als onderdeel van het IBP heeft Omgevingsdienst NL (ODNL) het initiatief genomen om een methodiek voor visitatie van omgevingsdiensten op te zetten. De programmadoelen met betrekking tot visitatie zijn opgenomen onder pijler 6: Monitoring kwaliteit milieutoezicht. Het doel van de visitatie is om volgens een landelijk dekkende aanpak te komen tot een continue verbetering van de uitvoering van de VTH-taken, het verhogen van bestuurlijke betrokkenheid bij omgevingsdiensten en het leveren van input voor het jaarlijkse rapport ‘Staat van de omgevingsdiensten’. De omgevingsdiensten nemen zelf de verantwoordelijkheid om de kwaliteit waar nodig te verbeteren. Voorafgaand aan het visitatiebezoek stelt de te visiteren omgevingsdienst een zelfevaluatie op aan de hand van het door ODNL ontwikkelde visitatiekader. Deze rapportage gaat over de visitatie bij de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH). ODMH is een gemeenschappelijke regeling van 7 overheden: 6 gemeenten en de provincie Zuid-Holland (de deelnemers).
De visitatie bij ODMH is uitgevoerd door een visitatiecommissie bestaande uit de volgende personen: • Ruud Stassen, extern voorzitter (INK) • Petra van Oosterbosch, visitator (directeur ODA) • Pieter Hofstra, visitator (directeur FUMO) • Astrid Poppelaars, visitator (sr. beleidsadviseur DCMR) • Renske Pompe, rapporteur (projectleider AbelTalent) • Antine van der Zijden, rapporteur (projectmedewerker AbelTalent) • Gertjan Guis, projectleider visitatie ODNL en secretaris (ODDV) Op 10 mei 2023 heeft ODMH de zelfevaluatie aangeleverd aan de visitatiecommissie. Uit de beoordeling door de visitatiecommissie bleek dat deze een ruim voldoende basis bood om het visitatiebezoek verder voor te bereiden. Er is dan ook geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een No-Go af te geven. Op 6 en 7 juni 2023 heeft de visitatiecommissie van ODNL een tweedaags bezoek gebracht aan ODMH. Tijdens deze twee dagen heeft de commissie openhartige gesprekken kunnen voeren met bestuur, directie, management en medewerkers van de dienst. Er zijn interviews gehouden met personen in de volgende rollen (aantal): -
Accounthouder (3) Adviseur bedrijfsvoering en ontwikkeling (2) Ambtelijk opdrachtgever (2) Bedrijfsjurist (2) Bestuurder (5) Boa (1) Controller en coördinator financiën (2) Directeur (1) HR (1) Informatiemanagement (2) Jurist (2) 4
Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
-
-
Ketenpartner (2) Manager bedrijfsvoering (1) Manager VTH (2) OR (1) Toezichthouder (2) Vergunningverlener (2)
Op basis van deze gesprekken heeft de commissie zich een goed beeld kunnen vormen van de dienst en antwoorden kunnen vinden op de vragen die vanuit het visitatiekader waren opgesteld. Verificatie Het visitatierapport is door de dienst gecheckt op feitelijke onjuistheden voorafgaand aan oplevering van de definitieve versie. Leeswijzer Eerst worden de uitkomsten van de visitatie samengevat in sterke punten en aanbevelingen. Daarna volgt aan de hand van het visitatiekader een beschrijving van de kern van de bevindingen. Hierbij worden per sub-thema de bevindingen van de commissie weergegeven. Het visitatierapport eindigt met een weergave van de verwachtingen van Omgevingsdienst NL ten aanzien van de vervolgstappen van de dienst.
5 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
Sterke punten en aanbevelingen De visitatiecommissie ziet de volgende sterke punten: •
Vertrouwen van bestuur en deelnemers ODMH heeft het vertrouwen van zijn bestuur en zijn deelnemers; ODMH wordt als betrouwbare en waardevolle partner gezien, die kwaliteit levert en de deelnemers ondersteunt bij beleidsontwikkeling; er is een breed takenpakket bij ODMH belegd; deelnemers ervaren nabijheid; ODMH is financieel op orde hetgeen ruimte geeft de blik te richten op toekomstige ontwikkelingen.
•
Bevlogen medewerkers De medewerkers zijn bevlogen. Er is een grote mate van tevredenheid onder het personeel. De medewerkers zijn betrokken bij het werk en de organisatie. Dit heeft een positief effect op de beleving van werkdruk. Medewerkers zijn bekend met de werkwijze en de sturing van de organisatie. Ze ervaren de ruimte om kwaliteit te leveren en voelen zich niet beperkt door de kengetallen van de producten of diensten.
•
Contextanalyse en formuleren uitgangspunten als gezamenlijk proces ODMH, zijn bestuur en zijn deelnemers stellen gezamenlijk een contextanalyse op, waarin de relevante externe ontwikkelingen in kaart worden gebracht; op basis van die analyse worden uitgangspunten voor toekomstig beleid geformuleerd en een Koersplan opgesteld; vanuit de uitgangspunten worden ontwikkelprojecten benoemd die uiteindelijk in begrotingen worden verankerd; er staat een nieuw Koersplan op stapel en daar is gezien de dynamiek in de context van ODMH ook behoefte aan.
•
Monitoring van prestaties ODMH monitort haar prestaties adequaat aan de hand van KPI´s; over geleverde prestaties wordt gerapporteerd aan bestuur en deelnemers; daarnaast is er voor medewerkers een dashboard voor de monitoring van hun performance beschikbaar (op dit moment opnieuw in opbouw vanwege een systeemwissel).
•
Borging financiële middelen Er zijn heldere afspraken gemaakt over de wijze waarop in de financiële middelen voor ODMH wordt voorzien; de afspraak dat tot 2% afwijking van het vooraf geplande budget per deelnemer kan plaatsvinden en dat boven die bandbreedte verrekening plaatsvindt, geeft rust.
•
Verbinding operatie en ontwikkeling Een deel van de ontwikkelcapaciteit van ODMH is in de staf georganiseerd en een deel in de operationele afdelingen. De ontwikkelactiviteiten van de strategisch adviseurs worden in de systematiek van ODMH geschreven als productieve uren. Ontwikkeling vindt organisch plaats en altijd met betrokkenheid vanuit de operatie. Keerzijde van deze organisatievorm, is dat capaciteit voor ontwikkeling soms bevochten moet worden op de dagelijkse operatie.
•
Zelfevaluatie en werkelijkheid geven positief beeld De visitatiecommissie heeft uit de zelfevaluatie een zeer positief beeld van ODMH gekregen; dit beeld neigde naar ‘too good to be true’; de commissie was benieuwd of dat beeld tijdens 6
Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
het visitatiebezoek overeind zou blijven; de commissie heeft geconstateerd dat dit op de meeste fronten het geval is.
De visitatiecommissie doet de volgende aanbevelingen: •
Voer de dialoog over robuustheid ODMH heeft een breed pakket aan taken toevertrouwd gekregen van zijn deelnemers en vervult deze taken naar tevredenheid; dankzij dit brede takenpakket heeft ODMH zich kunnen ontwikkelen tot een stevige omgevingsdienst; in de landelijke discussies over robuustheid van omgevingsdiensten naar aanleiding van het rapport van de Commissie van Aartsen wordt echter in het bijzonder gekeken naar de omvang van de VTH-taken op het gebied van milieu; ODMH en zijn bestuur zullen de dialoog moeten voeren over de opvatting dat naar een breder takenpakket dan VTH-milieu gekeken moet worden bij de bepaling van robuustheid, waarbij er ook oog moet zijn voor het feit dat taken op de meest efficiënte manier moeten worden uitgevoerd (en dus soms op een andere schaal).
•
Borg kwaliteit bij hanteren 2% norm Het hanteren van de 2%-norm geeft enerzijds rust; anderzijds kan die er ook toe leiden dat om te voorkomen dat deze norm bij een bepaalde deelnemer wordt overschreden, een uitruil tussen producten plaatsvindt; er wordt daarmee afgeweken van de oorspronkelijk overeengekomen productmix, hetgeen mogelijk consequenties heeft voor de kwaliteit en effectiviteit van het pakket aan geleverde diensten; de 2%-norm levert in dat geval een perverse prikkel op; dat er per deelnemer geschoven wordt tussen producten om overschrijding per deelnemer te voorkomen is bevestigd; of dat tot verlies aan kwaliteit en effectiviteit leidt heeft de commissie binnen het bestek van de visitatie niet kunnen vaststellen; desalniettemin is zij van mening dat hier de aanbeveling op zijn plaats is, namelijk: borg dat door het hanteren van deze norm de kwaliteit niet onder druk komt te staan.
•
Wees nog zuiniger op personeel ODMH is zich bewust van de noodzaak van een actief personeelsbeleid; er is een gezamenlijke benadering van de arbeidsmarkt ontwikkeld samen met de collegaomgevingsdiensten in Zuid-Holland; opleidingen worden ingezet om de kennis en vaardigheden van medewerkers scherp te houden, of om nieuwe medewerkers die bij indiensttreding nog niet aan alle eisen voldoen, toe te laten groeien naar een volwaardige functie-invulling; het voornemen bestaat om in de loop van dit jaar een strategische personeelsplanning in te richten; de visitatiecommissie vindt dat ook noodzakelijk; voorkomen van ongewenst verloop en de balans in de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand (inclusief het MT) zijn daarbij wat betreft de commissie aandachtspunten.
•
Verbreed toepassing strafrecht Er zal verdere doorontwikkeling van de toepassing van strafrecht moeten plaatsvinden; de visitatiecommissie realiseert zich dat voor een succesvolle toepassing ook aandacht en capaciteit bij OM en politie noodzakelijk zijn; echter wat tijdens de visitatie naar voren is gebracht met betrekking tot de inzet van Boa’s betrof toezicht op zwemwater in opdracht van de provincie; ook al is naar we aannemen de inzet van strafrecht waarschijnlijk wel breder, dit neemt niet weg dat deze observatie aanleiding geeft om aan te bevelen om de toepassing van strafrechtelijke handhaving te verbreden.
7 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
•
Ontwikkel integrale risicoanalyse ten behoeve van sturing op maatschappelijk effect ODMH gebruikt de risicoanalyse als basis voor het bepalen van frequenties van toezicht (een mooi voorbeeld van de ‘P’ van de PDCA-cyclus); in de rapportages over geleverde prestaties zou de commissie verwachten dat zou worden teruggekoppeld welke maatschappelijke effecten de inspanningen van ODMH hebben opgeleverd (outcome), in welke mate gestelde doelen worden bereikt en welke acties moeten worden ondernomen als dat onvoldoende het geval is (‘Check’ en ‘Act’); in de rapportages worden vooral aantallen uitgevoerde controles gerapporteerd. Hoewel in de 5- en 12-maandsrapportages wel inhoudelijk verslag wordt gedaan en de dienst aangeeft te streven naar verbetering van outcome-rapportage, behoeft de verwoording van outcome verdere ontwikkeling om te bereiken dat op basis van de rapportages goed kan worden gestuurd (‘Check’ en ‘Act’) op maatschappelijk effect. Wat betreft de risicoanalyse constateren we dat actuele thema’s in relatie tot de opgave en het maatschappelijk effect op dit moment buiten de scope vallen, evenals actualisatie van vergunningen. Het verdient aanbeveling te komen tot één integrale risicoanalyse met een alle factoren omvattende input naar het uitvoeringsprogramma, ten behoeve van sturing op maatschappelijk effect.
8 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
Bevindingen per aandachtsgebied van het Visitatiekader A. Kwaliteitsankers wet- en regelgeving A1 Kwaliteitscriteria 2.2 of opvolgers -
-
ODMH voldoet voor het overgrote deel aan de kwaliteitscriteria met medewerkers in eigen dienst. Voor de taak Externe Veiligheid zijn er samenwerkingsafspraken met een collega-OD. Om te borgen dat de benodigde opleiding en ervaring aanwezig is dan wel wordt verkregen, zijn de kwaliteitscriteria een vast onderdeel van de formele gesprekscyclus. Afspraken worden vastgelegd in het door de dienst ontwikkelde systeem ORCA (Opleiding Registratie & Cursus Administratie). Op dit moment is nog niet van alle teams de opleiding en ervaring van de medewerkers volledig en up-to-date in ORCA te vinden. Deze teams zijn nog bezig met het invullen. Er zijn geen harde afspraken over wanneer ORCA up-to-date moet zijn. ODMH heeft een breed takenpakket met naast milieu ook BWT. Mede daardoor is ODMH een stevige omgevingsdienst. Hoe een toekomstige robuustheidsbeoordeling in het kader van het IBP uitpakt zal mede afhangen van de vraag welke taken in die beoordeling meegerekend worden.
A2 Regionale risicoanalyse -
-
-
ODMH voert de regionale risicoanalyse 4-jaarlijks uit. Voor de milieutaken gebeurt dit aan de hand van een risicomodel dat per bedrijf wordt ingevuld op basis van risicoscore en naleefgedrag en voor de BWT-taken aan de hand van de ‘Handreiking handhaven bouwregelgeving’. ODMH prioriteert het toezicht bij bedrijven in het uitvoeringsprogramma mede op basis van de uitkomsten van de risicoanalyse. Daarnaast neemt de dienst ook landelijke ontwikkelingen en lokale wensen mee bij het bepalen van de uiteindelijke prioriteiten in het uitvoeringsprogramma. Er is geen sprake van één integrale risicoanalyse met een alle factoren omvattende input naar het uitvoeringsprogramma. Actuele thema’s in relatie tot de opgave en het maatschappelijk effect vallen buiten de scope van de risicoanalyse van ODMH. Ook actualisatie van vergunningen maakt geen deel uit van de huidige risicoanalyse.
A3 Uniform Regionaal VTH-Beleidskader (artikel 7.2 Bor) -
ODMH stelt iedere 4 jaar een nieuwe versie van de VTH nota op. De risicoanalyse en de nota VTH zijn aan elkaar gekoppeld. - De huidige nota VTH is in samenspraak met de gemeenten en ketenpartners, zoals de waterschappen, politie en brandweer opgesteld en in Q4 2022 vastgesteld. Met betrekking tot het BWT deel is hierbij ook een vertegenwoordiging van het bedrijfsleven betrokken om een goed beeld te krijgen van de geplande bouw- en sloopactiviteiten. - ODMH werkt met een nota VTH van de provincie en een nota VTH voor de gemeenten. - ODMH hanteert een min of meer uniform regionaal beleidskader, met ruimte voor lokale speerpunten die specifiek aandacht vragen zoals monumenten, horeca en recreatie. Op basis hiervan stelt de dienst jaarlijks met elke deelnemer afzonderlijk een jaarprogramma op. De speerpunten van de colleges zijn leidend. - De dienst heeft 9 provinciale hoog-risico bedrijven in het takenpakket. 9 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
-
-
Over de voortgang van de uitvoering wordt meerdere keren per jaar gerapporteerd aan de deelnemers, waaronder twee keer per jaar met inhoudelijke toelichting. Jaarlijks wordt in jaarrapportages verantwoord of de doelstellingen zijn gehaald. De provincie zou in de ogen van ODMH nader invulling kunnen geven aan de opdrachtgeversrol door de uniformiteit in de samenwerking op VTH in provincie Zuid-Holland verder te bevorderen.
A4 LHS -
-
-
De toezichthouders van ODMH maken bij alle overtredingen gebruik van de interventiematrix om de sanctiestrategie te bepalen. Echter, de visitatiecommissie heeft op basis van de interviews de indruk dat bij voorkeur bestuursrechtelijk wordt opgetreden en dat over het algemeen niet de strafrechtelijke sanctie wordt toegepast (zie ook C1). Opgelegde sancties worden geregistreerd in het zaaksysteem, Rx.Mission. De dienst wijkt voor wat betreft bestuursrechtelijke handhaving soms af van de LHS, bijvoorbeeld in situaties waarbij sprake is van overmacht en een gering nadelig milieueffect. Daarbij wordt het milieurisico afgewogen en aangestuurd op een permanente oplossing. De afwijkingen zijn te vinden in het zaaksysteem. In een handhavingstraining is aandacht besteed aan het toepassen van LHS. De toepassing van LHS kan beter worden geborgd dan nu het geval is.
A5 BBT en LRSO -
In elke vergunning worden BBT-conclusies die van toepassing zijn opgenomen, er wordt getoetst of de technieken zijn geïmplementeerd, conform LRSO. Van BBT wordt alleen afgeweken als er een goede reden voor is. De LRSO-teksten zijn geïmplementeerd in de sjablonen. Van de LRSO wordt vaak afgeweken. Voorschriften LRSO worden bijna altijd aangepast aan de bedrijfsspecifieke situatie om ervoor te zorgen dat de voorschriften passend zijn.
A6 Actualisatieprogramma vergunningen bedrijven -
Jaarlijks wordt een actualisatieprogramma opgesteld, hierbij worden politiek bestuurlijke prioriteiten, resultaten van actualisatietoetsen en de bevindingen van toezicht en handhaving betrokken. - De dienst heeft een betrekkelijk klein vergunningenbestand. - Vanwege overstap van Squit XO naar Rx.Mission is nog niet op locatieniveau (wel op zaakniveau) een overzicht van verleende vergunningen en data zichtbaar. De verwachting is dat dit overzicht op termijn beschikbaar komt. - Het actualiseringsbeleid vergunningen is vastgelegd in de Nota VTH en beschrijft de frequentie en prioriteiten voor het actualiseren van het milieudeel in de omgevingsvergunning. - Vergunningen worden getoetst op activiteiten indien er wijzigingen zijn in wet- en regelgeving of BBT. Bij publicatie van nieuwe BBT-conclusies worden betreffende inrichtingen beoordeeld. Voor bedrijven die onder Bevi vallen wordt er eens per 5 jaar getoetst en voor de overige bedrijven eens per 10 jaar. De actualisatietoets bevat in elk geval de thema’s veiligheid, duurzaamheid en ZZS. - Op de vergunningen wordt een handhaafbaarheidstoets gedaan. Deze oplevertoets is niet gestandaardiseerd. - De voor actualisaties benodigde capaciteit wordt PM gecalculeerd, zodat tijdig extra capaciteit kan worden ingehuurd. 10 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
-
ODMH stemt het actualisatiebeleid en de prioritering af in verschillende werkgroepen met de provincie en andere OD’s in de provincie; de dienst neemt ook deel aan landelijke werkgroepen.
A7 BTP -
-
Alle deelnemers hebben het BTP ingebracht. Bij de overdracht waren er geen (noemenswaardige) knelpunten. De ODMH bestaat al sinds 1987 als milieudienst (ISMH) en voerde al de basistaken uit op het moment dat de dienst verder ging als OD. Vier van de zes gemeentelijke opdrachtgevers hebben ook de volledige BWT ingebracht, voor de overige twee opdrachtgevers worden enkele BWT-taken uitgevoerd.
11 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
B. Ontwikkelkracht en innovatieruimte B1 Ontwikkelkracht en innovatieruimte -
-
-
-
-
De ambtelijk opdrachtgevers van de deelnemers (gemeenten en provincie) omschrijven ODMH als een kleine dienst die zijn zaken goed op orde heeft. Ze zijn positief over de relatie met ODMH en de door ODMH geleverde kwaliteit. ODMH ziet voor de komende jaren uitdagingen op het vlak van verdere digitalisering, ketensamenwerking, sturen op outcome, nieuwe taken en werving. Een nieuw koersplan voor 2023 - 2026 staat op stapel waarin deze speerpunten en prioriteiten zullen worden beschreven. Jaarlijks wordt een uitgangspuntennotitie opgesteld waarin de ontwikkelingen die op de dienst en de opdrachtgevers afkomen worden uitgewerkt. De basis van de digitale infrastructuur is goed, er moeten nog stappen worden gezet om effectief met de beschikbare data te werken. Het zaaksysteem Squit XO is vervangen door Rx.Mission; dit systeem wordt nog verder ontwikkeld en ingericht. De overgang heeft geleid tot een (tijdelijke) terugval in functionaliteit, met name op het vlak van rapportage ten behoeve van trendanalyse. Nadere borging van uniforme data invoer verdient aandacht. Het opleiden en ondersteunen van de gebruikers is een uitdaging, mede in verband met gebrek aan voldoende ICT medewerkers. De aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt is een uitdaging op het vlak van werving. Met name voor specialistische en ICT functies is het moeilijker om de juiste medewerkers te werven.
De organisatie is actief bezig met werven door middel van samenwerking met opleidingsinstituten en het aantrekken van zij-instromers, trainees en stagiairs. Ook wordt in de arbeidsmarktbenadering samengewerkt met de andere Zuid-Hollandse OD’s. ODMH ziet de meerwaarde van ketensamenwerking en investeert daarin. De dienst ervaart de integrale aanpak van ondermijnende activiteiten als succesvol en wil deze uitbouwen. ODMH wil verder ontwikkelen op het vlak van nieuwe taken, zoals energie / duurzaamheid / circulaire economie. Een plan hiervoor moet vorm gaan krijgen op basis van het nog vast te stellen koersplan. Dit vraagt nog om afstemming ten aanzien van de rol die in de planvorming en uitvoering van de VTH teams verwacht wordt. De ontwikkelkracht en innovatieruimte is voldoende; de uitdaging zit in het beschikbaar maken van voldoende capaciteit. Ontwikkelprojecten lopen door beperkte capaciteit soms vertraging op. ODMH onderkent dat de onlangs vanuit het IBP gedeelde KPI’s voor robuustheid vragen om afstemming, standpuntbepaling en robuustheidsbeoordeling. ODMH is van mening dat die beoordeling moet plaatsvinden op het huidige brede takenpakket en niet alleen op de milieutaken die de dienst uitvoert.
B2 Financiële middelen voor ontwikkeling en innovatie -
-
ODMH heeft voldoende financiële middelen voor de reguliere taakuitvoering en ontwikkeling en innovatie (O&I). ODMH heeft geen budget specifiek voor O&I. De financiële dekking daarvoor is deels verdisconteerd in het uurtarief en wordt deels verkregen via de jaarprogramma’s en extra opdrachten. De dienst hanteert een ruime definitie voor productieve uren; veel taken op het vlak van O&I vallen daar onder. In sommige gevallen wordt gebruik gemaakt van incidentele gelden (SPUK). Ook wordt soms geld gereserveerd via de bestemmingsreserve in de jaarrekening. ODMH belegt O&I in de gehele organisatie die zich kenmerkt als matrix projectorganisatie. 12
Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
-
-
-
-
Niet het beschikbaar ontwikkelbudget is leidend, maar wat er nodig is op het vlak van O&I. Dat wordt beschreven in het koersdocument. De prioriteiten in dit document bepaalt de dienst door te kijken wat de omgeving vraagt en wat de dienst zelf graag wil bereiken. Een goed idee kan worden opgepakt. Wanneer ODMH buiten de geplande en gecommitteerde ontwikkelprojecten onderwerpen traceert die zij waardevol vindt en die passen bij de ODMH-ambitie, laat de dienst zich niet weerhouden hier ruimte voor te vinden. De dienst geeft aan over voldoende middelen te beschikken om in te kunnen spelen op de uitdagingen. Zo worden ook de activiteiten voor implementatie van de Omgevingswet uit eigen middelen bekostigd. ODMH is voor zijn deelnemers kartrekker van de ketentesten voor de Omgevingswet. De dienst is trots op het ontstaan en snel groeien van team Duurzaamheid; dit team is in 12 jaar tijd uitgegroeid tot een volwaardig team. Wel werkt de beperkt beschikbare capaciteit in fte’s soms remmend voor de activiteiten op het vlak van duurzaamheid; de primaire taken hebben dan voorrang. Met een ruimere bezetting zouden de ontwikkelingen en innovaties sneller gerealiseerd kunnen worden. De bestuurders geven aan dat er flexibiliteit is in het opdrachtenpakket en dat in het tarief rekening is gehouden met overhead die de dienst naar eigen inzicht kan inzetten.
De financieringstarieven zijn gebaseerd op een model en geven ruimte voor ontwikkeling van de producten. Jaarlijks vindt herijking plaats. Bij uitbreiding van het bedrijvenbestand leidt dat tot uitbreiding van opdracht en budget. Binnen de dienst geldt de afspraak dat tot 2% afwijking van het vooraf geplande budget per deelnemer kan plaatsvinden en dat boven die bandbreedte verrekening plaatsvindt.
B3 Investeren in informatiemanagement en digitalisering -
-
-
-
-
ODMH ziet bemensing als grootste uitdaging voor de korte termijn. Informatiemanagement is belegd bij het cluster functioneel applicatiebeheer en gegevensbeheer (FAB), bestaande uit 7 rollen (6,5 fte). De dienst is voornemens een digitale visie op te stellen en ziet ICT op de langere termijn een steeds belangrijker onderdeel worden van de organisatie. Daarbij wordt gedacht aan het automatiseren van processen, het laten aansluiten van de voorzieningen bij de praktijk en het toepassen van kunstmatige intelligentie (AI). Recent zijn investeringen gedaan in ICT om de beveiliging van de infrastructuur en gegevens op een hoger plan te tillen. Dit met het oog op het faciliteren van het hybride werken en het voldoen aan de beveiligingseisen om cybercrime tegen te gaan en hogere eisen ten aanzien van beschikbaarheid van de werkomgeving. April dit jaar is gestart met een trainings- en begeleidingstraject van 2 jaar om te bereiken dat alle medewerkers efficiënt, bewust en veilig om kunnen gaan met de applicaties en data. ODMH zou zich op het vlak van informatievoorziening in verhouding tot inzet op beveiliging van systemen en hybride werken meer moeten richten op gebruik van data-analyse ten behoeve van VTH taakuitvoering en verbetering van de leefomgeving. De dienst is al geruime tijd aangesloten op het DSO en is als leverende partij aangesloten op Inspectieview Milieu.
De verantwoordelijkheid voor datakwaliteit is primair belegd bij de VTH teams. Cluster FAB heeft een signalerende functie en geeft collega’s handvatten om gegevens volgens werkafspraken vast te leggen. De medewerkers zijn over het algemeen erg tevreden over het persoonlijk dashboard met KPI’s en de mogelijkheden om via rapportages gegevens uit het zaaksysteem te halen. Ook worden de systemen als ondersteunend ervaren. 13
Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
-
-
De dashboards geven de medewerkers en teams inzicht in de kwaliteit van de gegevensinvoer. Er zijn key users aangewezen om mensen te begeleiden bij de ingebruikname van het nieuwe zaaksysteem. Er is over het algemeen begrip voor het feit dat het nieuwe zaaksysteem nog verder ingeregeld moet worden. De dienst maakt gebruik van luchtfoto’s die verkregen worden door inzet van een vliegtuig en drones; deze foto’s worden ontsloten in Geoweb. Het gebruik van Geoweb is een pareltje. Via Geoweb wordt veel informatie ontsloten voor gemeenten, dit werkt heel ondersteunend. Deelnemers zijn daar lovend over. ODMH heeft samen met de 4 collega OD’s in Zuid-Holland een roadmap opgesteld met voorziene investeringen om mogelijkheden voor gezamenlijke aanbesteding voor informatiesystemen vroegtijdig te kunnen signaleren.
B4 Ruimte voor landelijke inhoudelijke afstemming -
-
-
ODMH volgt de landelijke ontwikkelingen ten aanzien van wetgeving en beleid en verwerkt deze in een uitgangspuntennotitie; deze ontwikkelingen bepalen mede de koers in het koersdocument voor komende jaren. De dienst werkt op ruim 100 onderwerpen in werkgroepen samen met andere OD’s. Zo is de dienst lid van het landelijke kernteam Omgevingswet onder ODNL en deelnemer in de landelijke bodemwerkgroep en landelijke vakgroepen onder ODNL. Regionaal neemt de dienst deel aan een tiental werkgroepen op het snijvlak beleid en uitvoering, speelt de dienst een grote rol in de Regionale Energie Strategie en heeft de voorzittersrol in het directeurenoverleg en de afdelingshoofden overleggen Advies en VTH op provinciaal niveau. ODMH beschikt over voldoende ruimte voor landelijke inhoudelijke afstemming. Financieel is deze ruimte geborgd doordat specifieke beleidsuren in het productenboek zijn opgenomen en als directe uren door de deelnemers betaald worden via de bestuurlijk vastgestelde jaarprogramma’s.
B5 Ruimte voor kennisontwikkeling en deskundigheidsbevordering van het personeel -
-
-
-
ODMH is een kennisintensieve organisatie, met grote behoefte aan ruimte voor kennisontwikkeling. Het personeelsbestand is afgelopen 10 jaar flink verjongd; de opleidingsbehoefte neemt toe. In de detailbegroting is substantieel budget beschikbaar voor organisatie brede en individuele opleidingen; het bestuur stimuleert dit; er wordt goed gebruik gemaakt van het opleidingsbudget, echter het budget is tot op heden nooit volledig gebruikt. Met de implementatie van ‘het goede gesprek’ is een randvoorwaarde voor persoonlijke ontwikkeling goed ingevuld. Waar het op aankomt is eigenaarschap voor persoonlijke ontwikkeling bij de medewerkers zelf om de opleidingsmogelijkheden te benutten. Scholing wordt op diverse manieren ingezet (Omgevingswet, Rx.Mission, cultuurtrajecten, persoonlijke behoefte, vakopleidingen via studiefaciliteiten, studieplatform GoodHabitz). De organisatie kenmerkt zich door samenwerking en korte lijntjes. De OR is constructief en wordt door de directeur naar zijn oordeel goed meegenomen in de ontwikkelingen van ODMH. De terugkoppeling vanuit het MT naar de medewerkers is duidelijk verbeterd ten opzichte van de uitkomsten van het MTO van 2020. ODMH kent weinig verloop. Wel is er sprake van uitstroom van senioren/kennis; deze kan deels mogelijk worden voorkomen door hieraan meer aandacht te geven en meer 14
Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
-
-
doorgroeimogelijkheden te creëren. Hierbij kan wenselijk zijn in te zetten op het behouden van mensen voor de organisatie in plaats van voor het team. De mens is speerpunt in het beleid van ODMH. Wel vraagt het personeelsbeleid om vernieuwing. Er ligt een voorstel om het personeelsbeleid verder te intensiveren door het introduceren van een strategische personeelsplanning komend najaar. Er is een grote mate van tevredenheid onder het personeel. De werkdruk is hoog, maar wordt over het algemeen niet als vervelend ervaren. De medewerkers die hebben deelgenomen aan de interviews toonden zich bevlogen en enthousiast.
B6 Betrokkenheid bij- en voorbereid zijn op wijzigingen in wet- en regelgeving -
-
-
Binnen ODMH heeft elke afdeling één of meer medewerkers die zich bezighouden met ontwikkelingen in wet- en regelgeving in hun specifieke vakgebied. In het jaarprogramma zijn uren gereserveerd voor beleidsontwikkeling. Beleidsmedewerkers en juristen houden zicht op ontwikkelingen die organisatie breed moeten worden geïmplementeerd (Omgevingswet, Wet open overheid etc.). Tussen inhoudelijke beleidsmedewerkers en de opdrachtgevers dan wel landelijke beleidsmakers vindt regelmatig overleg plaats over ontwikkelingen in regelgeving. De ontwikkelingen worden kort beschreven in de jaarlijkse uitgangspuntennotitie. Met de deelnemers vindt regelmatig overleg plaats over de verschuiving van het bevoegd gezag voor de bodemtaken; hierbij is het ODMH bestuur ook aanwezig. Projectgroep warme overdracht bodemtaken met als deelnemers de Zuid-Hollandse OD’s en de provincie, is gestart in 2018. De gemeenten verwachten dat ODMH een actieve rol speelt in het soepel laten verlopen van de verschuiving van de taken en het implementeren van nieuwe regelgeving.
B7 Outcome-gerichte sturing -
-
-
-
ODMH voert controles risicogericht uit. Door overgang naar zaaksysteem Rx.Mission is de koppeling met het rapportagesysteem op een aantal punten weggevallen, er wordt aan gewerkt om qua rapportage mogelijkheden weer op het peil te komen van het vorige zaaksysteem, ten behoeve van outcome gericht rapporteren. Het jaarverslag van ODMH bestaat uit 2 onderdelen: een managementrapportage (financiële verantwoording) en een 12-maandsrapportage (per opdrachtgever, welke onderwerpen bijgedragen en resultaten inzet). De dienst heeft samen met 6 andere OD’s en ODNL deelgenomen aan project Outcome gericht rapporteren. Er is een pilot uitgevoerd met extra focus op rapportage bij toezicht; geconstateerd is dat de basis in data ligt, dat outcome metingen over een lange periode lopen en dat het van belang is, data met verhalen te ondersteunen. Dit is een waardevolle poging outcome in beeld te brengen. Het vervolg van dit project staat in de koelkast om niet door het proces van IBP heen te werken. Dit neemt niet weg dat afgelopen jaren binnen ODMH hard is gewerkt om de 12maandsrapportage (12MR) uit te breiden tot outcome gericht stuk met storytelling en passend digitaal interactief beeldmateriaal (kaarten met geo-info), voor deelnemers / ondernemers / inwoners / medewerkers. Hiervoor leveren medewerkers een stuk tekst en beeld aan over hun werk, met nadruk op wat is bereikt.
In hoeverre men slaagt in outcome gerichte rapportage is mede afhankelijk van de vaardigheden en creativiteit met beeldmateriaal van de schrijvers; zij worden wel ondersteund door communicatie adviseurs.
15 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
B8 Aanbevelingen Adviescommissie VTH -
ODMH neemt actief deel aan alle 6 pijlers van het Interbestuurlijk Programma (IBP). De dienst staat in verbinding met alle pijlers om op de uitkomsten te anticiperen en waar nodig verbeteringen te implementeren. De visitatiecommissie heeft kennis genomen van het Aanvraagformulier SPUK omgevingsdiensten inzet IBP 2022-2023 van ODMH.
16 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
C. Ketensamenwerking en Strafrecht C1 Strafrechtelijke handhaving -
-
-
-
-
ODMH heeft na de Coronaperiode de vormgeving en opbouw van de strafrechtelijke handhavingstaak opgepakt; er zijn nu vijf medewerkers met opsporingsbevoegdheid (milieu, welzijn en infrastructuur): vier Boa’s (20-30% van hun tijd) en één senior Boa (max 90% van de beschikbare tijd); voor grotere strafrechtelijke onderzoeken roept ODMH de ondersteuning in van andere omgevingsdiensten in het kader van de samenwerking tussen de vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten, of van opsporingsdiensten. Een aanzienlijk deel van de Boa-inzet heeft betrekking op toezicht op zwemwater in opdracht van de provincie. Ondanks de inspanningen ten aanzien van de strafrechtelijke handhaving richt ODMH zich primair op het goed benutten van de bestuursrechtelijke handhaving en maakt relatief weinig gebruik van strafrechtelijke handhaving. Dit betekent dat de dienst niet consequent de sanctiestrategie van de LHS toepast. Strafrechtelijke handhaving heeft voorts te lijden onder een groot capaciteitstekort bij het OM en in mindere mate bij de politie; van de zijde van de politie is aangegeven dat het moeilijk is om vast te houden aan de eenmaal vastgestelde prioriteit en toegekende capaciteit voor milieu.
Het beleid van verschillende opdrachtgevende gemeenten verschilt sterk (bijvoorbeeld Zuidplas ten opzichte van Waddinxveen) en dat maakt dat de mate van samenwerking tussen partners ook van gemeente tot gemeente verschilt; Gezien de grote verschillen tussen gemeenten is er geen sprake van een level playing field.
C2 Samenspel strafrecht omgevingsdienst/OM/Politie/RIEC -
-
-
ODMH wordt door de politie gezien als een constructieve samenwerkingspartner; De contacten met de politie zijn vaak operationeel; het is de moeite waard om te onderzoeken wat de meerwaarde van een meer strategische samenwerking zou zijn; zo zou bij het vaststellen van nieuwe teamprioriteiten politie en ODMH elkaar eerder kunnen betrekken en beter informeren over elkaars activiteiten; ook de contacten tussen Boa’s van de verschillende partners zou kunnen worden versterkt. ODHM is vaste partner aan de regionale ondermijningstafels; de dienst maakt deel uit van de samenwerking in het Haags Economisch Interventie Team, waarin verschillende organisaties samenwerken om ondermijnende en criminele bedrijven en misstanden in de prostitutie aan te pakken. ODMH onderhoudt een goede samenwerking in het RIEC. De samenwerking met de diverse (keten)partners is gebaat bij het werken met vaste contactpersonen, als er personele mutaties zijn is het soms zoeken naar de juiste personen.
C3 Samenwerking met veiligheidsregio, waterschap en overige (Rijks)handhavingspartners -
Ook het Hoogheemraadschap Delfland ziet ODMH als een prettige samenwerkingspartner; hoogheemraadschap en ODMH voeren samen controles uit voornamelijk in het kader van controles van zwemwater; het hoogheemraadschap monitort en rapporteert en ODMH onderneemt -wanneer dat nodig is- onmiddellijk actie; ODMH voert deze taak uit voor de gehele provincie Zuid-Holland.
17 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
C4 Ketentoezicht -
-
-
ODMH houdt voornamelijk toezicht per individueel bedrijf, maar kijkt daarbij voor zover dat mogelijk is wel naar de hele keten. En als dat nuttig is samen met andere partners (bijv. NVWA en andere omgevingsdiensten). Samenwerking met ketenpartners vindt vaak in projectvorm plaats; zo lang het project loopt, krijgt het betreffende onderwerp veel aandacht, maar de kunst is die aandacht vast te houden als het project afloopt. De Afdeling BWT heeft een goede samenwerking met de veiligheidsregio op het gebied van Brandveiligheid.
C5 Informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling tussen ketenpartners -
-
Er worden verschillende systemen gebruikt voor informatie-uitwisseling en kennisdeling met partners; denk daarbij aan LAVS (Landelijk Asbest Volgsysteem), BRS (Boa Registratie Systeem), KIWA (register van vergunningen en bevoegdheden), Scios (certificaten voor stookinstallaties) en AMIS (afvalregistratiesysteem); BRS wordt gebruikt om te kunnen voldoen aan eisen uit de Wet politiegegevens (Wpg) voor het registreren en bewaren van politiegegevens. Informatie uitwisseling met politie en Hoogheemraadschap over dossiers vindt plaats, waarbij nog steeds verbetering mogelijk is door het actief combineren van data uit verschillende systemen.
18 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
D. Onafhankelijkheid D1 Mandatering -
-
-
ODMH werkt in mandaat namens de opdrachtgevers, vastgelegd in mandaatbesluit, opgesteld per opdrachtgever; de mandaten worden minimaal eenmaal per jaar nagelopen op actualiteit; Bij aanpassingen van de mandaten zijn de raden niet actief betrokken; Taken zijn uniform en volledig (tot aan inning van dwangsommen) gemandateerd; over de inning wordt terugkoppeling gegeven aan ODMH; er wordt per mail bevestigd als er niet wordt geïnd; ODMH voert controle op zwemwater uit voor de gehele provincie; Brzo-taken zijn uitbesteed aan DCMR; De relatie met opdrachtgevers is goed; er is vertrouwen in ODMH; de verhoudingen zijn zodanig dat over en weer feedback gegeven kan worden; Als er sprake is van politiek gevoelige zaken, of als het voornemen bestaat om bestuursdwang toe te passen, wordt dit eerst afgestemd met het bevoegd gezag, waarbij bijvoorbeeld de provincie er oog voor heeft dat handhaving pas goed vorm krijgt als dwangsommen snel worden geïnd Er worden door ODMH trainingen aan medewerkers geboden voor het ontwikkelen van politieke sensitiviteit; daarnaast is er aandacht voor training on the job op dit aspect van het werk; Er is een maandelijks overleg met de Provincie; Met gemeenten zijn er verschillende structurele overleggen, waaronder de formele trajecten voor besluitvorming via adviescommissies (Financiën en Inhoud); medewerkers met een ambassadeursrol werken één of meerdere
keren per week op het gemeentehuis van de gemeente waarbij zij die rol vervullen; daarnaast zijn er accounthouders actief en nemen specialisten op bepaalde gebieden deel aan overleggen op hun specialisme. Naar het oordeel van het bestuur is het contact van ODMH beperkt; ODMH constateert dat de controlerende rol van de raden misschien meer aandacht verdient; de dienst ondersteunt de deelnemende gemeenten bij beantwoording van eventuele raadsvragen.
D2 Afwijking van advies omgevingsdienst -
-
Ten aanzien van milieu wordt zelden van de adviezen van ODMH afgeweken; afwijken door bevoegd gezag van advies van ODMH komt met name voor bij RO- en BWT- taken; Bij BWT komt het voor dat een negatief advies van ODMH (bijvoorbeeld omdat iets niet in het bestemmingsplan past) wordt genegeerd vanwege politieke gevoeligheid of wenselijkheid van het initiatief; ook bij handhaving BWT worden soms andere keuzes gemaakt ten aanzien van de uitvoering daarvan; soms vindt overleg met bevoegd gezag plaats voordat een advies wordt gegeven om samen na te gaan of er alternatieve oplossingen zijn; Met partners als Politie en VRHM is een convenant gesloten waarbij is afgesproken dat wanneer adviezen van de partners elkaar tegenspreken, afstemming met elkaar plaatsvindt.
D3 Aandachtsbedrijvenlijst -
ODMH hanteert twee lijsten, één om bestuurders te informeren en één interne lijst; daarop zijn bedrijven opgenomen die hetzij vanwege politiek gevoelige situaties, hetzij vanwege hun gedrag als notoire overtreder, extra aandacht behoeven; burgers kunnen indirect invloed uitoefenen op deze lijst doordat ook bedrijven waar veel klachten tegen zijn ingediend kunnen worden opgenomen. - ODMH hanteert een klachtenregistratiesysteem; klachten kunnen 24 uur per dag worden ingediend; buiten kantoortijden worden deze opgevangen door de meldkamer DCMR. 19 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
D4 Balans tussen onafhankelijkheid en nabijheid -
-
-
-
-
De balans tussen onafhankelijkheid en nabijheid wordt als goed beoordeeld; taken worden onafhankelijk en met een ruim mandaat uitgevoerd; dat laat onverlet dat er zowel bestuurlijk als ambtelijk veel contactmomenten en korte lijnen zijn. Bestuurlijke afstemming tussen deelnemers en ODMH wordt formeel vastgelegd in nota planning & control; formele besluitvorming en stukken komen via een formeel bestuurlijk traject tot stand; ODMH werkt met een accountteam voor iedere deelnemer; dit team is verantwoordelijk voor klanttevredenheid en productie; het team heeft doorlopend contact en éénmaal per jaar wordt een formeel klanttevredenheidsgesprek gehouden. Accounthouders voeren meerdere gesprekken met deelnemers om na te gaan wat aan activiteiten nodig is; op basis daarvan wordt een jaarprogramma opgesteld. ODMH werkt ook met medewerkers in de rol van ambassadeur; deze ambassadeurs vervullen in de dagelijkse operatie een brugfunctie tussen een specifiek specialisme of team van ODMH en een deelnemer; een ambassadeur werkt regelmatig op het kantoor van de deelnemer.
ODMH is zeer betrokken bij de voorbereidingen van deelnemers op de Omgevingswet; medewerkers ondersteunen deelnemers in breedste zin bijvoorbeeld bij het opstellen van omgevingsplannen, ander beleid en deelname aan omgevingstafels; medewerkers nemen ook deel aan diverse regionale, provinciale en landelijke Ow- en Wkb-werkgroepen; daarnaast organiseren zij ketentesten met deelnemers en andere partners.
20 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
E. Prioritering en Uitvoeringsprogramma’s E1 Plaats van regionale milieurisico’s, niet-inrichtingsgebonden risico’s en trends in uitvoeringsprogramma’s -
-
Het werkgebied en de daarin voorkomende risico’s zijn zeer divers van aard (agrarisch, glastuinbouw, horeca, industrie, wonen); BRZO-bedrijven worden gezien als mogelijke bronnen die regionale risico’s kunnen opleveren; deze bedrijven zijn bij DCMR ondergebracht; er zijn andere regionale milieurisico’s, zoals bodemdaling die ODMH wel zelf oppakt. ODMH heeft tot nu toe voldoende ruimte gehad om in te spelen op niet-inrichtingsgebonden milieurisico’s en trends; als die ruimte er niet is dan vindt overleg met de opdrachtgever over mogelijkheden, hetgeen meestal tot een positief resultaat leidt; aan de zijde van gemeenten komen wel steeds meer taken te liggen zonder dat daarvoor voldoende financiering wordt verstrekt; dit kan knelpunten opleveren.
E2 Kwaliteit van analyse en prioritering -
-
ODMH stelt een risicoanalyse op die als basis voor prioritering wordt gebruikt. De risicoanalyse is op dit moment niet integraal van opzet. De dienst beoordeelt bedrijven individueel op vele aspecten en bepaalt op basis daarvan de hoeveelheid toezicht. Behalve de uitkomsten van de risicoanalyse kunnen lokale wensen en landelijke ontwikkelingen leiden tot maatwerk. Actualisatie van vergunningen maakt geen deel uit van de huidige risicoanalyse. Met de overgang naar de Omgevingswet en de invoering van MBA’s worden ook criteria uit de omgevingsplannen bij de risicoanalyse betrokken, waardoor de lokale situatie een grotere rol gaat spelen.
21 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
F. Governance -
-
-
-
-
-
-
De eigenaarsrol ligt uitdrukkelijk bij het DB; het AB voelt zich ook eigenaar, maar zou die rol nog beter kunnen oppakken. Deelnemers ervaren nabijheid; ODMH heeft naar het oordeel van het bestuur een goede naam bij de gemeenteraden. De ambtelijk opdrachtgevers van de deelnemers (gemeenten en provincie) omschrijven ODMH als een kleine dienst die zijn zaken goed op orde heeft. Ze zijn positief over de relatie en de kwaliteit. De provincie geeft in de ogen van ODMH goede invulling aan de opdrachtgeversrol door haar inspanningen om de uniformiteit in de samenwerking op VTH in provincie Zuid-Holland te bevorderen. Er zijn twee adviescommissies (Inhoud en Financiën), hierin zitten de regieambtenaren (Inhoud) en financiële ambtenaren (Financiën) van de deelnemers; VTH wordt weer door andere afdelingen voorbereid; desalniettemin worden zaken snel geëscaleerd via bestuur; dit zou niet moeten en is dus een punt van aandacht; mede gezien de wijziging van de WGR is het wenselijk na te gaan of er formele rollen en verantwoordelijkheden moeten worden vastgesteld voor de interactie tussen deelnemers en AB.
De 2%-norm werkt nu; er zijn deelnemers met +2% en deelnemers met -2%; op deze wijze houdt ODMH ruimte voor ontwikkeling; ODMH is financieel op orde en functioneert goed; dat geeft het bestuur ruimte om zich bezig te houden met toekomstige ontwikkelingen (verduurzaming, bevolkingsgroei, arbeidsmarkt etc.). Planning vindt plaats op basis van kengetallen; ODMH probeert meer op outcome te rapporteren (zie story telling). Er zijn heldere afspraken gemaakt over het omgaan met prijsontwikkeling; de indexering wordt gedeeld, daar kan de begroting van ODMH en zijn deelnemers op gebouwd worden. Het bestuur volgt de discussies die in het kader van het IBP worden gevoerd en zoekt naar mogelijkheden om bestuurlijke betrokkenheid op de ontwikkeling van het stelsel te vergroten; het bestuur heeft de verantwoordelijkheid om ontwikkelruimte vorm te geven en neemt vanuit die verantwoordelijkheid beslissingen om tot een robuuste uitvoeringsorganisatie te komen; het bestuur kijkt daarbij breder dan VTH-taken milieu en in die zin ontstaat er een spanning met de wijze waarop naar aanleiding van de bevindingen van de commissie van Aartsen in het IBP over robuustheid wordt gesproken; ODMH zette een afdeling duurzaamheid op, heeft BWT-taken in uitvoering genomen en ook op andere vlakken wordt het pakket versterkt; daarbij komt ook de vraag aan de orde welke vaardigheden er nodig zijn om die taken
goed uit te kunnen voeren; ODMH oriënteert zich daartoe bij andere omgevingsdiensten die de betreffende taak al uitvoeren; voorts zou ook de efficiënte uitvoering van taken een grond van overweging moeten zijn, hetgeen ertoe kan leiden dat de conclusie is dat taken op een andere schaal moeten worden belegd. ODMH maakt vooraf business cases om de afweging tussen uitvoering door de gemeente of uitvoering door de omgevingsdienst samen met de gemeente te kunnen maken; echter de vraag - zo is van de zijde van de provincie opgemerkt - laat zich ook stellen op het niveau van de huidige omgevingsdiensten en samenwerking/samengaan tussen/van omgevingsdiensten, met het oog op efficiency, maar ook met het oog op kwaliteit/effectiviteit (taken die je met een zekere frequentie uitvoert krijg je beter in de vingers); Een Koersdocument 2023-2026 is in opbouw; er wordt naar drie zaken gekeken: samenleving, stakeholders en organisatie; Input voor het Koersdocument is een gezamenlijk met deelnemers opgestelde uitgangspuntennotitie en contextanalyse. De relatie tussen directie en ondernemingsraad is open en constructief. 22
Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF
Vervolgstappen Omgevingsdienst NL verwacht van de dienst de volgende vervolgstappen: 1. De directie agendeert het visitatierapport binnen een redelijke termijn in het DB/AB en publiceert het vervolgens op zijn website; 2. De directie stelt ter opvolging van de aanbevelingen een verbeterplan op met een uitwerking van verbeteracties en resultaatdoelen; het plan geeft aan met welke frequentie de voortgang wordt gerapporteerd in het DB/AB; 3. Het verbeterplan wordt vastgesteld door het DB/AB en vervolgens gedeeld met bureau ODNL.
23 Visitatierapport Omgevingsdienst Midden-Holland - DEF