CConstaterende datKrimpenerwaard
Koppel je AI →
Document · PDF

05 gemarkeerde Verordening toeristenbelasting 2022.pdf

Raadsvergadering 9 november 2021, gemeente KrimpenerwaardBij agendapunt: Belastingverordeningen 20221.288 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verordening toeristenbelasting 2022 Wetstechnische informatie Gegevens regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten door Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld) Onderwerp

Gemeente Krimpenerwaard Verordening toeristenbelasting Krimpenerwaard 2022 Verordening toeristenbelasting Krimpenerwaard 2022 Gemeenteraad Verordening toeristenbelasting 2022

Opmerkingen m.b.t. de regeling Geen Grondslagen Artikel 224 Gemeentewet Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Geen Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen Datum TerugBetreft Ontstaansbron: inwerking- werkende datum treding kracht ondertekening; bron bekendmaking 01-01-2022 Nieuwe regeling

Inwerkingtreding: datum ondertekening; bron bekendmaking

Voorstel gemeenteraad

Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisadministratie persoonsgegevens zijn ingeschreven. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. a. (mobiele) kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans, en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden. b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van (mobiele) kampeeronderkomens en stacaravans hoofdzakelijk ten behoeve van recreatief nachtverblijf. c.

vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde (mobiel) kampeeronderkomen of stacaravan gedurende een seizoen of een jaar en dat gedurende het jaar gebruikt wordt door één en hetzelfde gezin of echtpaar, dan wel dezelfde persoon of personen. d. volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende (mobiele) kampeeronderkomens. e. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar ander onderkomen of een zelfstandig deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen. f. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf. g. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. 2. Voor verhuurde woningen,en voor (mobiele) kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen kan het aantal overnachtingen bedoeld in artikel 4 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.

Bij de forfaitaire vaststelling wordt het aantal overnachtingen gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, overeenkomstig het bepaalde in het derde tot en met vijfde lid. 3. Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen wordt per woning: a. het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen. b. het aantal nachten als de woning in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende: gesteld op: meer dan maar niet meer dan 1° 30 nachten 3 maanden 2° 45 nachten 3 maanden 6 maanden 3° 52 nachten 6 maanden 9 maanden 4° 56 nachten 9 maanden 4. Bij de forfaitaire berekening voor (mobiele) kampeeronderkomens en stacaravans op vaste standplaatsen wordt per standplaats: a. het aantal overnachtende personen gesteld op: i. 2 indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder bedraagt; ii. 3 indien het aantal slaapplaatsen meer dan 3 bedraagt. b. het aantal nachten als het (mobiele) kampeeronderkomen of de stacaravan in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gesteld op: gedurende: 1° 30 nachten

meer dan -

maar niet meer dan 3 maanden pag. 2 van 4

2° 45 nachten 3 maanden 6 maanden 3° 52 nachten 6 maanden 9 maanden 4° 56 nachten 9 maanden 5. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen, wordt per standplaats: a. het aantal overnachtende personen gesteld op de som van het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van maximaal 3 personen, vermenigvuldigd met 2 en het aantal kampeermiddelen bestemd voor verblijf van meer dan 3 personen, vermenigvuldigd met 3; b. het aantal nachten gesteld op de gemiddelde bezetting per kalenderdag vermenigvuldigd met 365 dagen. De gemiddelde bezetting per kalenderdag is het gemiddelde van 6 tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling binnen een afzonderlijke periode van 2 maanden valt. 6. In afwijking van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid wordt, op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek, de heffingsgrondslag vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is, dan het aantal dat is berekend op grond van de in deze leden opgenomen forfaits. Artikel 6 Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting per persoon € 1,78. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Aanslaggrens 1. Belastingaanslagen van minder dan € 9 worden niet opgelegd. 2.

Voor de toepassing van de bepaling in het eerste lid, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald uiterlijk drie maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Overgangsrecht De Verordening toeristenbelasting Krimpenerwaard 2021 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2022. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2022. Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting Krimpenerwaard 2022.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Krimpenerwaard, gehouden op 9 november 2021. de griffier,

de voorzitter,

pag. 3 van 4

dr. M.L. van Muijen

mr. R.S. Cazemier

pag. 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Krimpenerwaard&id=1ed3c4f2-fdad-4aa0-b7ed-6471f6921071