VERVALLEN bijlage - Aanvraagformulier VU 2021 Uitgebreid verzoek Krimpen aan den IJssel
Tekst van het document
werkzoekenden die daarmee aan de slag kunnen in een sector waar een groot tekort is aan personeel. Het Leerwerkakkoord zet ook in op stages of werkervaringsplaatsen. Er zijn inmiddels zes Leerwerkakkoorden voor kansrijke sectoren in de regio: Haven, Zorg, Energietransitie, Bouw en Techniek, Transport, Logistiek, Personenvervoer en Binnenvaart, Facilitaire Dienstverlening en MKB. Het traject is bedoeld voor klanten die (nog) geen startkwalificatie hebben. De doelgroepen die we hiermee willen bedienen zijn: statushouders, jongeren, 50-plussers en PRO/VSO arbeidsbeperkten Door (onbetaald) aan de slag te gaan bij een werkgever doen zij de benodigde kennis en vaardigheden op in de praktijk. Na het behalen van de eindtoets ontvangen zij een verklaring van een onderwijsinstelling dat zij – op een aantal onderdelen - beschikken over MBO-niveau 2. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De leerwerkakkoorden ( LWA) zijn ontwikkeld op initiatief van de gemeente Rotterdam maar al snel verbreed naar de samenwerking binnen het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond. In 2019 startten de LWA’s Haven en MKB. De LWA’s zijn ambitiedocumenten waardoor het, na ondertekening, nog een heel proces is voordat het akkoord daadwerkelijk tot uitvoering komt en resultaten worden bereikt.
Een aantal klanten van de GR IJsselgemeenten heeft deelgenomen aan het LWA MKB waaronder ook klanten uit Krimpen aan den IJssel. In de regio zijn binnen het LWA MKB, tot medio 2021, 400 werkzoekenden geplaatst. Daarnaast heeft ook de GR Promen, het voormalige SW bedrijf van de gemeenten in de regio waaronder de gemeenten die deelnemen in de GR IJsselgemeenten, ervaring opgedaan met praktijkleren. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Er is bij een aantal branches al jaren een tekort aan personeel. Er is echter sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod. Hoewel er voldoende kandidaten, beschikt een groot gedeelte niet over een startkwalificatie of hebben extra begeleiding nodig om aan het werk te gaan. De aanpak waarbij geleerd wordt in de praktijk past beter bij de doelgroep dan regulier onderwijs. De LWA’s hebben geleid tot een goede samenwerkingsstructuur tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven waaruit ook weer nieuwe samenwerkingen zijn ontstaan. De gelijkwaardige samenwerking van onderwijs, werkgevers en overheid zorgt ervoor dat er inzicht is in de kandidaten, dat de toeleiding gestroomlijnd is en dat het traject past bij de doelgroep. Bovendien zorgt de samenwerking voor een gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat.
De deelname van klanten van de GR IJsselgemeenten aan het LWA MKB leverde positieve resultaten op. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Na eerdere deelname aan LWA MKB is door IJsselgemeenten in 2019 voorbereid op het LWA Zorg door onder andere door het onderzoeken van de potentie en mogelijkheden van de klanten in het uitkeringsbestand, het leggen van contacten en maken van afspraken met zorgaanbieders in de nabije omgeving, Promen en het onderwijs. IJsselgemeenten is de trekker van dit LWA in de regio. De bedoeling was om in 2020 te starten. Dat is vanwege de corona maatregelen en de extra capaciteit benodigd voor aanpassingen en uitvoering van TONK en TOZO bij IJsselgemeenten en de grote druk binnen de zorg niet mogelijk gebleken. De uitvoering is weer opgepakt in 2022. 25
2 Begeleiding van werk naar werk Begeleiding van werkenden die hun baan dreigen te verliezen naar ander werk door bijvoorbeeld bij- en omscholing en het transparant maken van vraag en aanbod in de regionale arbeidsmarkt via de samenwerking in het Regionale Werkbedrijf Rijnmond en het daarin ontwikkelde platform HalloWerk!. a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? De inzet van werk naar werk is geïnspireerd door de samenwerking binnen het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond en de inzet van de Mobiliteitsdienstverlening die ingezet is om, tijdens de coronacrisis, medewerkers die dreigden hun baan te verliezen te ondersteunen in doorstroom naar een andere baan. b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? In de arbeidsmarktregio Rijnmond is sprake van een mismatch tussen vraag en aanbod. Dat betekent dat er mogelijkheden zijn voor werkenden die dreigen hun baan te verliezen. In de Mobiliteitsdienstverlening tijdens de coronacrisis is door de partijen, werkgevers, UWV, onderwijs en gemeenten samengewerkt aan dienstverlening om een overstap van baan naar baan bij dreigend baanverlies mogelijk te maken. Een dergelijke aanpak kan ook ingezet worden als er geen sprake is van corona.
Dat levert winst op voor medewerkers, werkgevers en voorkomt instroom in de WW en vervolgens in de bijstand. De zichtbaarheid van mogelijkheden voor werken scholing en de vraag naar medewerkers in de regio is door de samenwerking steeds transparanter en biedt daarmee mogelijkheden voor een succesvolle aanpak. c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Er wordt in 2022 ingezet op begeleiding van werk naar werk, dus voordat er zelfs maar sprake is van een bijstandsaanvraag. Bijvoorbeeld door bij- en omscholing aan te bieden en het nog beter inzichtelijk maken van de vraag en aanbod van werk in de regio. De bijdrage wordt geleverd door de samenwerking in het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond en het uitvoerende orgaan daarvan, het Werkgeversservicepunt Rijnmond
26
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). In bepaalde gevallen is het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk. In die gevallen wordt kort toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. Hoogwaardig handhaven Beoogd effect: - maximaal 60% van de aanvragen leidt tot toekenning van de uitkering Op basis van de resultaten is het aannemelijk dat een groot gedeelte van de aanvragen niet leidt tot het toekennen van een bijstandsuitkering vanwege een voorliggende voorziening, inkomsten of andere oorzaken. - minimaal 50% van de handhavingsonderzoeken leidt tot terugvordering Door deze indicator is er blijvend aandacht voor een gedegen voorbereiding op basis van voldoende signalen.
Het zorgt er voor dat de onderzoeken ook bijdragen aan de beheersing van de prijs van de uitkering - door handhavings- en heronderzoeken te komen tot een opbrengst € 300.000. Sluitende aanpak jongeren Beoogd effect: het bestandsaandeel van jongeren beperken tot maximaal 7% Extra inzet op vrijwilligerswerk Beoogd effect: meer klanten stijgen een trede op de participatieladder De maatregel moet bijdragen aan de stijging met een tree op de participatieladder van 400 klanten voor IJsselgemeenten waaronder ongeveer 15% (60) klanten van de gemeente Krimpen aan den IJssel Inzet op taal en statushouders Beoogd effect: - reductie van het aantal klanten met onvoldoende taalbeheersing, waarmee zij beter bemiddelbaar worden naar werk. - 17 werkstages en werkervaringsplekken, realisatie van 2 opstapbanen voor statushouders. Actieprogramma armoede en schulden Het beoogde effect: preventie van schulden, effectievere schuldhulpverlening en een betere toegang tot voorzieningen.
27
Intensievere begeleiding aan de poort vanaf 2022 Beoogd effect: voorkomen van instroom van enkele uitkeringen per jaar. FIP Beoogd effect: 35 FIP gesprekken per jaar voor de gemeente Krimpen aan den IJssel met als doel een stijging op de participatieladder door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of mantelzorg. De maatregel moet bijdragen aan de stijging met een tree op de participatieladder van 400 klanten voor IJsselgemeenten waarvan ongeveer 15% (60) klanten van de gemeente Krimpen aan den IJssel Arbeidsmakelaar arbeidsbeperkten Beoogd effect: voldoen aan de taakstelling beschut werk en het aanbod garantiebanen. Doordat de vergoeding van het rijk vanaf 2022 gebaseerd is op de realisatie heeft dat in 2022 geleid tot een verhoging van 0,8% van het BUIG-budget. WW@work Beoogd effect: 9 personen, inwoners van Krimpen aan den IJssel stromen vanuit de WW door naar werk. Extra inzet op uitstroom naar part-time-werk door simpel switchen Beoogd effect: minimaal 10% van de klanten stroomt uit naar (part)time werk. Traject praktijkleren met praktijkverklaring Beoogd effect: starten met het plaatsen van deelnemers. Dit zal nog niet leiden tot uitstroom omdat de uitvoering in 2022 start en het bovendien een langer traject is voor de deelnemers. De winst in termen van uitstroom zal pas vanaf 2023 zichtbaar zijn.
Begeleiding van werk naar werk Beoogd effect: het voorkomen van instroom, dus van de toekenning van enkele uitkeringen per jaar. Samenwerking in het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond Beoogd effect: het bieden van een kwalitatief goede werkgeversdienstverlening, meer en verbeterede vormen voor werktoeleiding en ontwikkeling van instrumenten in een sneller tempo en dan door afzonderlijke gemeenten gerealiseerd kan worden.
C2. Toelichting indien deze effecten niet kunnen worden gekwantificeerd. Actieprogramma armoede en schulden Het beoogde effect is niet te kwantificeren. Het is niet rechtstreeks gericht op reductie van het tekort op de BUIG. We weten uit onderzoek wat de effecten zijn van armoede en schulden maar niet in welke mate die voor individuen geldt noch wat het exacte effect in termen van re-integratie is op bijstandsgerechtigden. Het blijft lastig om gegevens boven tafel te krijgen over de gehele doelgroep, met 28
de invoering van de armoedemonitor als onderdeel van de aanpak zal het inzicht in de doelgroep verbeteren. FIP methode en de inzet op vrijwilligerswerk Het beoogde effect, stijging op de participatieladder door bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of mantelzorg, is niet te kwantificeren als reductie van het tekort. De weg naar uitstroom is nog erg lang voor deze klanten waarbij er verschillende andere factoren van invloed zijn op de uiteindelijke uitstroom. Toch is deze aanpak aan te raden omdat het aandeel van het bestand met een lange afstand tot de arbeidsmarkt groot is een aanpak niet achterwege kan blijven om dit aandeel te laten dalen. Traject praktijkleren met praktijkverklaring Beoogd effect: starten met het plaatsen van deelnemers. Dit zal nog niet leiden tot uitstroom omdat de uitvoering in 2022 start en het bovendien een langer traject is voor de deelnemers. De winst in termen van uitstroom zal pas vanaf 2023 zichtbaar zijn. Samenwerking in het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond De effecten daarvan op de tekortreductie zijn lastig te meten. Niet alleen omdat de samenwerking zich uitstrekt over verschillende terreinen maar ook omdat de rapportage van de regio gericht is op regionale effecten en, voor bijvoorbeeld de Leerwerkakkoorden, nog in ontwikkeling is. C3. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord.
De raad wordt op de volgend wijze geïnformeerd over de resultaten: Via de kwartaalrapportages van de GR IJsselgemeenten Via de jaarrekening en het Jaarplan van de GR IJsselgemeenten Via het jaarlijkse uitvoeringsplan van het Regionaal Werkbedrijf Rijnmond en de jaarlijkse evaluatie daarvan
29
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen (meer informatie hierover in de toelichting onderaan het formulier). De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] verklaart dat het voor 15 augustus 2022 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: ___________
30
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben.
Met de instemming van de gemeenteraad stelt de gemeenteraad vast dat het college inzicht heeft gegeven in de oorzaken van het tekort, de getroffen interne en externe maatregelen, het beoogde effect van deze maatregelen en de bijdrage die deze samen leveren om het tekort verder te reduceren. De instemming heeft geen betrekking op het inhoudelijk oordeel dat de gemeenteraad eventueel over de maatregelen van het college heeft uitgesproken. Het is geen vereiste dat de gemeenteraad het eens is met de getroffen maatregelen. De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient uiterlijk voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven, uiterlijk 15 augustus 2022. De gemeenteraad van de gemeente [zet hier de naam van uw gemeente] stemt in met de onder 1. afgegeven verklaring door het college van deze gemeente. Ondertekening in dit formulier is een vereiste. Het is niet toegestaan om ter vervanging van onderstaande handtekeningen het gemeenteraadbesluit in te voegen of mee te sturen. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. Datum: ___________
Ondertekening De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________
31
Toelichting op het aanvraagformulier bij het uitgebreide verzoek voor de ambtelijke ondersteuning van het college Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast. U vindt in deze toelichting • • • • • • • •
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Toelichting per vraag Wet- en regelgeving, relatie met Sisa verantwoording Ondersteuning vanuit Divosa Toelichting op begrip ‘externe maatregel’ en voorbeeld van goede beantwoording
Op de website www.toetsingscommissievp.nl kunt u meer informatie vinden over de vangnetuitkering. Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Een verzoek om een vangnetuitkering over 2021 dient uiterlijk op 15 augustus 2022 te zijn ontvangen door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. Omdat sprake is van een fatale termijn worden verzoeken, die na 15 augustus 2022 door de Toetsingscommissie vangnet Participatiewet worden ontvangen, niet in behandeling genomen. Het college dient het verzoek digitaal door middel van het webformulier op www.toetsingscommissievp.nl in te dienen. Na de aangegeven datum is dit webformulier niet meer beschikbaar. De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Waarom zijn er twee versies van dit formulier? Van dit formulier bestaan twee versies: ‘basisverzoek’ en ‘uitgebreid verzoek’. De versie die u moet gebruiken is afhankelijk van het volgende: •
indien uw gemeente zowel over 2019 als over 2020 geen vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘basisverzoek’.
32
•
indien uw gemeente over 2019 en/of over 2020 wel een vangnetuitkering is verleend, gebruikt u de versie ‘uitgebreid verzoek’.
De verklaring van het college verschilt tussen een ‘basisverzoek’ en een ‘uitgebreid verzoek’. De tool op de website ondersteunt u bij het aanvraagproces: “Tool toegang, berekening en keuze formulier vangnetuitkering Participatiewet” Hoe is het aanvraagformulier opgebouwd? De vangnetaanvraag bestaat uit twee gedeelten: 1. De verklaring van het college en de toelichting op de verklaring 2. De instemming van de gemeenteraad Onderdeel 1 bestaat uit vier onderdelen: A, B, C en D. Het gaat om de verklaring van het college (onderdeel D) en een toelichting van het college op deze verklaring. Deze toelichting gebeurt aan de hand van drie vragen (onderdelen A, B en C). Na iedere vraag kunt u het antwoord invoegen. Om te verduidelijken wat de commissie van u verwacht, staan er verschillende tussenkopjes. U kunt eventueel tabellen of grafieken invoegen. U kunt aangegeven op welke brondocumenten, die eventueel in de gemeenteraad zijn besproken, de aanvraag is gebaseerd. U kunt geen bijlagen toevoegen aan deze aanvraag. Hieronder wordt per vraag aangegeven wat verwacht wordt van de beantwoording. Daarna dient in onderdeel 2 de gemeenteraad te tekenen voor zijn instemming met de verklaring van het college. Dit mag niet worden vervangen door het in- of toevoegen van een gemeenteraadbesluit.
Hoe uitgebreid moet het aanvraagformulier worden ingevuld en is hier een extern bureau bij nodig? Het uitgangspunt van de aanvraag van de vangnetuitkering is dat elke gemeente – ongeacht het aantal inwoners – zelfstandig de aanvraag moet kunnen voorbereiden en indienen. Dat houdt in dat alleen het opstellen van de aanvraag geen reden is om een extern bureau te betrekken. Daarbij wordt benadrukt dat het aan het lokale bestuur is hoe uitgebreid de vragen in het aanvraagformulier worden beantwoord, mits deze vragen duidelijk worden beantwoord. De beantwoording van de vragen in het aanvraagformulier is verplicht. Dat geldt niet voor de suggesties in de onderstaande toelichting. Op de pagina ‘beoordeling en advisering’ over de VU 2021 wordt een en ander verder toegelicht.
Toelichting per vraag Het college van de tekortgemeente verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen en geeft daarop een toelichting door het invullen van de onderdelen A, B en C. Alle vragen moeten worden beantwoord. Hieronder staat een toelichting bij vraag A, B en C. Hieronder staan suggesties bij vraag A, B en C. Bij D volgt ondertekening door het college van de gemeente. Alle onderdelen moeten worden ingevuld.
33
Onderdeel A In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt een analyse van de oorzaken van het tekort beschreven (onderdeel A1). Hieronder wordt verstaan: ‘een analyse van de ontwikkeling van de uitgaven en de oorzaken daarvan.’ Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio De analyse dient cijfermatig te worden onderbouwd, zodat duidelijk is op basis van welke cijfers de conclusies over de oorzaken worden getrokken, anders wordt niet voldaan aan het vereiste. Daardoor krijgt de gemeenteraad voldoende inzicht in de analyse, waardoor het voor de gemeenteraad transparant genoeg wordt gemaakt waarop de verklaring van het college is gebaseerd. Daarnaast geeft de analyse andere gemeenten inzicht in de oorzaken van het tekort en de inspanningen van de gemeente om dit tekort te beperken. Navolgbaarheid is van belang met het oog op de onderlinge solidariteit tussen gemeenten en dit kan andere gemeenten ook helpen om lering uit te trekken. Geef bij onderdeel A2 een analyse van het effect van maatregelen die zijn getroffen in voorgaande jaren. Geef bij onderdeel A3 een korte algemene beschrijving van de gehanteerde bronnen die bij de analyse (A1) zijn gebruikt.
Onder bronnen kan worden verstaan: gemeentelijke gegevens en analyses; gemeentelijke beleidsdocumenten waarin analyses zijn opgenomen; benchmarks van de gemeente in relatie tot andere gemeenten; de informatie en analyse uit de SEO-tool gebaseerd op de informatie uit het verdeelmodel; UWV-rapportages; onderzoeksrapporten et cetera. Het is nadrukkelijk de bedoeling om deze beschrijving op hoofdlijnen te houden. Het is dus niet wenselijk of noodzakelijk om per oorzaak of maatregel de gehanteerde bronnen aan te geven. Suggesties bij de beantwoording van A • • •
• •
Kunt u de omvang van het tekort betrekken bij uw analyse? Kunt u aangeven op welke moment het college heeft gesignaleerd dat opnieuw een tekort zou ontstaan? Wilt u in uw analyse van de oorzaken de nadruk leggen op factoren die door het college kunnen worden beïnvloed? De analyse betreft dus vooral de ontwikkelingen in de uitgaven van de gemeente. U kunt hierbij ook gebruik maken van de rekentool Participatiewet 20214 en/of de Benchmark van Divosa5. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn en wat dit betekent voor de verschillende oorzaken van het tekort, zoals deze worden beschreven in de analyse.
4 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2020/10/15/rekentool-participatiewet-2021 5 www.divosa.nl/diensten/divosa-benchmark
34
Onderdeel B Inleiding In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke (aanvullende) interne en externe maatregelen zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere reductie van het tekort. Bij onderdeel A2 is een analyse gegeven van de bijdrage van de maatregelen in voorgaande jaren aan de reductie van het tekort. Bij B worden de uitkomsten van deze analyse expliciet meegenomen en vertaald naar de maatregelen. Dat houdt in dat als blijkt dat het effect van sommige maatregelen (sterk) achterblijft bij het verwachte effect, dat de betreffende maatregelen dan niet terugkomen in de maatregelen voor dit jaar. Andersom als er sprake is van een grote bijdrage van bepaalde maatregelen, ligt het voor de hand deze maatregelen, waar nodig en mogelijk, te intensiveren. Het is de bedoeling om dit onderdeel op hoofdlijnen te beschrijven en alleen waar nodig en mogelijk van gedetailleerde informatie te voorzien. Onderdeel B bestaat uit: •
•
B1. Beschrijf de getroffen interne maatregelen onder B1. Onder interne maatregelen worden alle getroffen maatregelen verstaan die niet tot stand zijn gekomen door externe consultatie, maar door de gemeente zelf. B2. Beschrijf de getroffen externe maatregelen, waarbij ook wordt beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen.
En per onderdeel (interne c.q. externe maatregelen) zijn er drie sub kopjes gemaakt waaronder de maatregelen kunnen worden toegevoegd: • • •
Voor 2021 getroffen maatregelen, die dit jaar zijn voortgezet; Maatregelen die na evaluatie niet meer worden voortgezet dit jaar; Maatregelen die nieuw zijn getroffen dit jaar.
Daarmee wordt expliciet de reguliere P&C-cyclus doorlopen: er wordt nagegaan wat het daadwerkelijk effect is van de getroffen maatregel afgelopen jaar, vervolgens wordt afgewogen of met die maatregel wordt doorgegaan of niet. Vervolgens wordt ingeschat welke extra maatregelen nodig zijn en wat de effecten zijn van alle maatregelen tezamen en tot slot wordt gevolgd wat de daadwerkelijke effecten zijn van de getroffen maatregelen. Hieronder staat toegelicht wat wordt bedoeld met ‘getroffen externe maatregelen’. Wat wordt verwacht van de beschrijving van de getroffen externe maatregelen? Van het college wordt verwacht duidelijk te beschrijven hoe externe consultatie heeft plaatsgevonden en hoe deze consultatie heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Omschrijf hoe een externe maatregel tot stand is gekomen. Hieruit moet blijken dat het college actief externe consultatie heeft 35
verricht om te komen tot deze externe maatregel en hoe dit heeft geleid tot het treffen van de externe maatregel(en) voorafgaand aan het moment van indiening door het college. Beschrijving getroffen externe maatregelen Per getroffen maatregel dienen de volgende vragen te worden beantwoord: Naam van de maatregel, gevolgd door de antwoorden op de volgende drie vragen: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Alle drie de vragen dienen te zijn beantwoord, zodat een duidelijk inzicht wordt geboden dat hier sprake is van ‘externe maatregel(en)’. Onderaan dit formulier staat in de bijlage een verdere toelichting op deze vragen en een voorbeeld van een duidelijke beschrijving. Suggesties bij de beantwoording van B • • •
•
• •
U kunt waar mogelijk en voor zover relevant de relatie tussen oorzaken en maatregelen aangeven. U kunt bij de getroffen maatregelen aangeven welke overwegingen hebben geleid tot het treffen van deze maatregelen en welke bronnen bij die afwegingen zijn gebruikt. U kunt bij het antwoord aangeven of gebruik gemaakt is van de volgende tool(s): o de rekentool SEO; o de benchmark Divosa; o de tool “informatie over eerdere aanvragen”, te vinden via de gelijknamige pagina “Informatie over eerdere aanvragen”. Met deze tool kunnen aan de hand van kenmerken van gemeenten (grootteklasse, omvang tekort en arbeidsmarktregio) vergelijkbare gemeenten worden gevonden, waarbij direct zichtbaar wordt welke maatregelen deze gemeenten hebben getroffen. Dit kan nuttig zijn bij het oriënteren op de externe maatregelen. U kunt hierbij ook de maatregelen aangeven die in het kader van de aanpak van uw arbeidsmarktregio worden gedaan en waaraan uw gemeente een extra bijdrage levert. In het geval van externe maatregelen dient ook sprake te zijn van externe consultatie. U kunt bij het noemen van de maatregelen ook de samenhang met andere maatregelen of effecten met de andere onderdelen in het sociale domein benoemen. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden minder, anders of extra heeft getroffen.
36
Onderdeel C In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen, die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie. Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect (C1). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd en wordt dus zoveel mogelijk cijfermatig onderbouwd. Indien het voor de gemeente niet mogelijk is wordt toegelicht waarom alleen een kwalificering van het effect van de maatregel mogelijk is (C2). Ook wordt aangegeven op welke wijze het effect van de maatregelen zal worden gemonitord (C3). Het zoveel mogelijk kwantificeren maakt het beter mogelijk om de effecten te kunnen monitoren. Hierdoor wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de realisatie van de maatregelen en het effect op het terugdringen van het tekort. Er zijn meerdere factoren die een invloed hebben op de ontwikkeling van het tekort. Om die reden wordt gesproken van een bijdrage aan de reductie van het tekort. In de regelgeving staat dat het college verklaart dat het interne en externe maatregelen heeft getroffen om tot verdere tekortreductie te komen.
Het tekort verder reduceren betekent dat het college inzichtelijk maakt dat het maatregelen heeft getroffen waarmee het college beoogt/verwacht dat deze bijdragen aan het verder reduceren van het tekort ten opzichte van voorgaande jaren. Verder reduceren kan ook worden geïnterpreteerd als maatregelen die een reducerend effect hebben op de stijging van de uitgaven. Dus wordt hier verwacht om inzichtelijk te maken dat maatregelen zijn getroffen waarmee het college verwacht/beoogt de eerdere bijdrage aan de neerwaartse trend van de uitgaven te vervolgen. De beschrijving van de effecten van maatregel kan per maatregel of per groep van maatregelen worden beschreven, afhankelijk van de beschikbare informatie en de aard van de maatregel. De toetsingscommissie geeft geen oordeel over de mate waarin de maatregelen een bijdrage leveren aan het reduceren van het tekort en geeft ook geen oordeel over de mate van tekortreductie. De commissie beoordeelt of een antwoord wordt gegeven op de hoofdvraag C. Het college geeft vervolgens aan op welke wijze de effecten worden gemonitord. Aan de wijze van monitoring worden geen verdere eisen aan gesteld. Het is dus aan het college en de gemeenteraad hoe de monitoring precies wordt ingericht. De enige eis is dat de wijze van monitoring beschreven wordt onder vraag C2.
Onder monitoring wordt verstaan het volgen van de resultaten van de getroffen maatregelen in relatie tot de verwachte opbrengsten, zodat op grond van deze informatie bijstelling van het beleid en de uitvoering van maatregelen mogelijk is. De monitoring kan fijnmazig per maatregel of per totaalpakket van maatregelen worden uitgevoerd. 37
De monitoring kan specifiek gericht zijn op het domein van de Participatiewet of de andere onderdelen van het sociaal domein. Ook kan dit onderdeel uitmaken van een reguliere maand- of kwartaalrapportage. De monitorinformatie kan vervolgens worden gebruikt om de gemeenteraad te informeren en ook kan deze informatie worden gebruikt bij een analyse van het volgend jaar (zie vraag A1). Het is aan het college en de gemeenteraad om de wijze van monitoring te bepalen die het beste aansluit bij het kunnen volgen van de uitgavenontwikkeling en zo een bijdrage levert aan de tekortreductie. Suggesties bij de beantwoording van C • •
• • •
Geef inzicht in de redenering op basis waarvan het college verwacht dat het tekort verder reduceert met de onder B genoemde maatregelen. U kunt een inschatting van het beoogde effect kwantitatief uitdrukken en als dat niet mogelijk is kunt u het beoogde effect kwalitatief uitdrukken. Onder kwantificering wordt verstaan: de beoogde opbrengst in minder uitkeringen respectievelijk in het beoogde besparingsbedrag. U kunt de beoogde effecten presenteren per maatregel of als dat niet mogelijk is voor meerdere maatregelen gezamenlijk. U hoeft geen onderscheid te maken tussen beoogd effect van interne maatregelen en beoogd effect van externe maatregelen. U kunt nagaan wat de eventuele gevolgen van de Coronacrisis zijn, welke maatregelen de gemeente om die reden extra heeft getroffen en welk effect hiermee wordt beoogd.
38
Wet- en regelgeving en ondersteuning Wet- en regelgeving In het BPw is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering kan indienen, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. De verklaring van het college voor een basisverzoek kunt u vinden in het BPw, artikel 10, eerste lid, onder d. De verklaring van het college voor een uitgebreid verzoek kunt u vinden in het BPw artikel 10, eerste lid, onder d, jo. artikel 10, tweede lid. In het BPw staat dat de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier (BPw, artikel 10, onderdeel e). Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie –mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren. Ondersteuning Divosa Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het Sociaal Domein, zal periodiek bijeenkomsten organiseren waarbij wordt ingegaan op de vangnetuitkering. Daarnaast wordt de Benchmark door Divosa ondersteund en heeft Divosa een factsheet maatregelen uitgegeven.
Ook heeft Divosa bijgedragen aan het beschikbaar komen van een tool waarin de aanvragen van de afgelopen drie jaar zijn verwerkt. De tool en aanvragen worden per VU-jaar op de website van de Toetsingscommissie gepubliceerd. Zie hiervoor de rubriek: informatie over eerdere aanvragen.
39
Bijlage: Toelichting op externe maatregel Een voorbeeld6 van een duidelijke beschrijving is: Maatregel 1. Bevorderen ondernemerschap A) De externe bronnen voor deze maatregel zijn geweest: a. Een rapport van Radar Advies: Werkzame bestanddelen van parttime ondernemen, dec 2019 b. Achterbanraadpleging ZZP Nederland, mei 2020 c. Divosa, innoveren van het BBZ, november 2020 B) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe bron? Het inzicht dat investeren in begeleiding van en naar zelfstandig ondernemerschap bijdraagt aan het verkleinen van het bijstandstekort. C) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? De maatregel die getroffen is om meer capaciteit beschikbaar te stellen. Hiermee kunnen naar schatting 45 bijstandsgerechtigden extra naar zelfstandige ondernemerschap worden begeleid en wordt tevens in 20 gevallen vroegtijdige beëindiging van zelfstandig ondernemerschap zoveel mogelijk voorkomen. Toelichting op de drie vragen. 1.
Wat wordt verstaan onder een externe bron(nen): externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Een externe partij is een persoon of organisatie buiten de grenzen van de gemeente. o
o
o
Een veelgestelde vraag is of in geval van een gemeenschappelijke regeling (ISD of RSD) de consultatie als extern wordt aangemerkt. Het antwoord hierop is, dat in geval van een gemeenschappelijke regeling (ISD of RSD) er sprake is van een gemeenschappelijk beleid en uitvoering voor alle aangesloten gemeenten. Dat betekent dat consultatie van gemeenten die onderdeel uitmaken van een gemeenschappelijke regeling niet als extern wordt gezien. Dit ligt anders voor een SW-bedrijf omdat hier ook sprake kan zijn van privatisering, waardoor verantwoordelijkheden en bevoegdheden anders kunnen worden belegd. Om die reden wordt consultatie van het SW-bedrijf wel gezien als externe consultatie. Onder externe ‘schriftelijke’ informatie wordt alle informatie verstaan die vastgelegd is in een document of een digitale drager (website, bestand etc.) en voortkomt uit een bron buiten de grenzen van de eigen gemeente respectievelijk ISD of RSD. Deze externe informatie dient dan wel ook informatie te bevatten over het effect en de aanpak van deze maatregel. Anders is raadpleging van de partij van wie de informatie komt noodzakelijk.
6 Dit voorbeeld is genomen uit een aanvraag VU 2018, met de daarbij behorende data.
40
2.
Wat heeft de externe consultatie opgeleverd? Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Hier wordt beschreven welk inzicht door consultatie van die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie is gekregen bij de gemeente, dat geleid heeft tot het treffen van de externe maatregel? o
Wat wordt verstaan onder consultatie van een externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? Onder consultatie wordt verstaan het raadplegen van een externe bron (partij of ‘schriftelijke’ informatie) buiten de gemeente respectievelijk ISD of RSD. Dat kan het raadplegen van een externe partij zijn, maar het kan ook het raadplegen van externe ‘schriftelijke’ informatie zijn, mits deze ook informatie over de toepasbaarheid (effect, uitvoerbaarheid en aanpak etc.) omvat, anders is het inwinnen van advies bij de betreffende gemeente noodzakelijk. Voorbeelden van externe consultatie zijn onder andere: ▪ gebruik maken van goed werkende maatregelen van andere gemeenten; ▪ gebruik maken van beleidsplannen e.d.
van gemeenten en op basis daarvan inwinnen van advies over deze maatregelen (zoals werkwijze, uitvoering en effect etc.); ▪ inwinnen van advies bij andere gemeenten; ▪ gebruik maken van een kennisgroep of leercirkel, bijeenkomst van Divosa; ▪ gebruik maken van de signalen op basis van benchmarking Divosa; ▪ gebruik maken van de signalen op basis van de SEO-tool; ▪ gebruik maken van de publicatie van aanvragen van eerdere jaren en de betreffende tools op de website van de toetsingscommissie en op basis daarvan inwinnen van een advies over deze maatregelen (zoals werkwijze, uitvoering en effect etc.); ▪ advies van een extern adviesbureau voor het nemen van extra maatregelen; ▪ onder voorwaarden kunnen samenwerking met en uitvoering door een externe partij ook onder externe consultatie vallen. Dat is alleen het geval indien de consultatie duidelijk is beschreven en deze vervolgens leidt tot een maatregel, zie ook onder punt 3 externe maatregel. Het inschakelen van een externe voor het opstellen van de aanvraag, is géén externe maatregel. In geval van consultatie van een groep van externen, bijvoorbeeld bij het voorleggen van een beleidsplan, volstaat het aangeven van de betrokken externen en de uit deze groepsconsultatie opgedane inzichten en tot welke (groep van) maatregelen dit heeft geleid.
3.
Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze ‘consultatie’?. Dit is een beschrijving van een getroffen externe maatregel. 41
Hierna volgen nog enkele toelichtingen over de externe maatregel (n.a.v. veelgestelde vragen): o Wat wordt verstaan onder een maatregel? ▪ Onder een maatregel wordt verstaan: een besluit over hoe iets wordt opgelost of veranderd. o Met ‘externe’ maatregel wordt bedoeld: een maatregel die is getroffen naar aanleiding van externe consultatie. Onder voorwaarden gelden de volgende externe maatregelen ook: ▪ Het samenwerken met een externe partij voldoet als ‘externe maatregel’ mits binnen deze samenwerking consultatie heeft plaatsgevonden. Beschrijf duidelijk op welke wijze de consultatie in deze samenwerking heeft geleid tot de getroffen maatregel. ▪ Het uitvoeren van een maatregel door een externe partij voldoet pas als ‘externe maatregel’ indien deze maatregel is getroffen naar aanleiding van consultatie van een externe partij (dat kan de uitvoerende partij zijn). Indien maatregelen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente) tot stand komen, worden ze als extern aangemerkt. o Wat wordt verstaan onder een getroffen externe maatregel. ▪ Dit is een externe maatregel die voor het tijdstip van indiening van de aanvraag door het college, de gemandateerde directeur en/of de wethouder is getroffen. ▪ Onder het treffen van een maatregel wordt verstaan dat het besluit is genomen en waarvan de uitvoering in gang is gezet.
o Moet het steeds een nieuwe (aanvullende) maatregel zijn? Van het college wordt verwacht om te analyseren wat de oorzaken zijn van het tekort, wat hieraan inmiddels is gedaan en wat hiervan de effecten per jaar zijn. En vervolgens of, in dat licht, al dan niet nodig is om tot extra maatregelen te komen ten einde het tekort verder te reduceren. Die afweging is aan het lokaal bestuur. Het college dient wel de gemeenteraad inzicht te verschaffen over deze afweging. Deze afweging dient dan ook in dit onderdeel te worden beschreven. In alle gevallen dient het college externe maatregelen te nemen. Dat kunnen ook, afhankelijk van de hiervoor genoemde afweging, bestaande maatregelen zijn, die in hun effect meerjarig doorlopen. Om die reden staat “aanvullende” tussen haakjes. o Hoeveel getroffen externe maatregelen zijn vereist? Het is aan het lokaal bestuur om te bepalen hoeveel maatregelen moeten worden getroffen om het tekort verder te reduceren. Dat houdt in dat de toetsingscommissie nagaat of één dan wel meerdere externe maatregel zijn getroffen. Het is aan het college en de gemeenteraad om na te gaan of en te beschrijven dat de getroffen maatregelen tezamen het tekort verder reduceren (zie onderdeel effecten).
42