CConstaterende datKrimpen Ad Ijssel
Koppel je AI →
Document · PDF

verslag MIRT radenbijeenkomst 14 april 2021

Informatieve commissie 10 juni 2021, gemeente Krimpen Ad IjsselBij agendapunt: Reflectie raad Krimpen op Notitie Kansrijke Oplossingen MIRT-verkenning (21.15-22.15 uur)3.620 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Radenbijeenkomst Capelle, Krimpen, Krimpenerwaard NKO MIRT 14 april 2021

Pagina:

1

Verslag van de radenbijeenkomst van de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard over de Notitie Kansrijke Oplossingen (NKO) MIRT, digitaal gehouden via Zoom op woensdag 14 april 2021, aanvang 20.00 uur Aanwezig zijn als: Voorzitter/gastheer

:

de heer C.A.J. Schaatsbergen.

Presentatoren

:

mevrouw M. Prast; adviseur strategisch omgevingsmanagement; de heer W. Savenije; projectleider Algeracorridor;

Tevens aanwezig: diverse vertegenwoordigers vanuit de gemeenteraden, colleges van burgemeesters en wethouders en ambtelijke ondersteuning van de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard. Notulist

:

de heer D. van Eck (Notuleerservice Dictum);

1. Opening en mededelingen De VOORZITTER opent de informatiebijeenkomst MIRT en heet de raads- en collegeleden en ambtenaren uit de gemeenten Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Krimpenerwaard welkom. Het doel van de bijeenkomst is om de aanwezigen te informeren over de stand van zaken van de MIRT-verkenning en het delen van de belangrijkste bevindingen uit het onderzoek. 2. Presentatie Mevrouw PRAST, omgevingsmanager werkspoor Algeracorridor, is in 2019 bij het project aangehaakt. Samen met haar collega’s houdt zij zich bezig met het omgevingsmanagement voor de gehele MIRTverkenning. Zij wijst erop dat de aanwezigen vooraf een begeleidende brief en een Powerpointpresentatie hebben ontvangen. Zij gaat het verhaal van de MIRT-verkenning en de onderzoeksresultaten vertellen, waarbij zij met name inzoomt op de Algeracorridor. Vooral zijn de presentatoren benieuwd naar de mening van de aanwezigen, waarnaar zij hen via de Mentimeter zal bevragen. De heer SAVENIJE is verkeerskundige, projectleider werkspoor Algeracoridor en werkzaam bij Studio Bereikbaar. Hij zal uitgebreid stilstaan bij de afgelopen fase met betrekking tot de Algeracorridor. Ook zal hij vertellen wat er aan inhoudelijke resultaten op de andere werksporen voorligt. Daarmee krijgen de aanwezigen een idee wat er in de eerste fase van de MIRT-verkenning is gebeurd en wat de belangrijkste bevindingen zijn.

Mevrouw PRAST vertelt dat uit onderzoek bleek dat de regio Rotterdam qua bereikbaarheid steeds meer onder druk komt te staan. Daarom heeft een aantal partijen de handen ineen geslagen om te zorgen dat de regio Rotterdam bereikbaar blijft. Doelstellingen zijn op zoek gaan naar oplossingen voor wegknelpunten en OV-knelpunten. De oplossingen moeten zorgen voor het faciliteren van verstedelijking, het vergroten van kansen van mensen en ze moeten een bijdrage leveren aan de stedelijke leefkwaliteit. In 2019 is een startbeslissing genomen, waarin een samenhangend pakket van zes maatregelen is afgesproken: 1. een nieuwe oeververbinding; 2. een hoogwaardig openbaar vervoerverbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein, die over de nieuwe oeververbinding zal gaan; 3. een nieuw treinstation Stadionpark; 4 een HOV-buslijn tussen het Centraal Station en Zuidplein door de Maastunnel; 5. maatregelen om het A16-knelpunt op te lossen; 6. maatregelen die het knelpunt op de Algerabrug aanpakken. Het project is genaamd MIRT-verkenning oeververbindingen regio Rotterdam. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport. Het is een werkwijze/programma, ooit door de rijksoverheid bedacht om te hanteren bij grote infrastructurele of ruimtelijke ontwikkelingen. Het pro-

Radenbijeenkomst Capelle, Krimpen, Krimpenerwaard NKO MIRT 14 april 2021

Pagina:

gramma bevindt zich na de initiatieffase nu in de verkenningsfase. De kern van de verkenning is vanuit heel veel mogelijke oplossingen te trechteren naar één oplossing. De verkenningsfase bestaat ook weer ook uit een aantal fases, namelijk: initiatieffase startfase analytische fase beoordelingsfase besluitvorming. De analytische fase is nu doorlopen en het resultaat daarvan is een ‘Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen’. Daarin staan de meest logische en kansrijke oplossingen. Eerst is begonnen alle mogelijke alternatieven voor de zes maatregelen op te noemen. Uiteindelijk is het idee een aantal kansrijke initiatieven mee te nemen naar de beoordelingsfase, in welke fase onderzoek naar die alternatieven gebeurt. De weg naar de notitie is een goed moment om de gemeenteraden mee te nemen. De notitie zal openbaar zijn en bevat de meest kansrijke initiatieven, een onderbouwing daarvan en een voorstel voor het vervolg van de verkenning. Het is echter geen officieel besluitvormingsmoment in de MIRTsystematiek, zodat er geen zienswijzen op mogelijk zijn. Het is wel een belangrijk trechtermoment. Een aantal alternatieven wordt naar de volgende fase meegenomen. De gemeente Rotterdam, de metropoolregio Rotterdam-Den Haag, de provincie Zuid-Holland en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zijn het project ooit gestart.

Op het specifieke onderdeel Algeracorridor zijn de gemeenten Krimpen aan den IJssel, Capelle aan den IJssel en Krimpenerwaard ook medebeslisser en zij stellen de notitie mede vast. Uitgevoerde onderzoeken zijn nu afgerond en nu is het moment aangebroken om de betrokken gemeenteraden, Provinciale Staten en de bestuurscommissie van de MRDH te informeren, evenals de participanten die aan het project hebben bijgedragen. In juni a.s. vindt een bestuurlijk overleg plaats waarin de notitie wordt vastgesteld, waarna die wordt gepubliceerd. Daarvan worden de gemeenteraden op de hoogte gesteld. In 2019 is een participatieaanpak opgesteld die ter inzage is gelegd, waarop zienswijzen zijn ingediend. Daarna is die aanpak vastgesteld. De participatieaanpak is opgedeeld in diverse niveaus: participeren: gezamenlijk op zoek gaan naar feiten via expertsessies per deelstudie en een omgevingsberaad (schippers, bewonersbelangen, natuur en milieu en ondernemers); consulteren/ adviseren: klankbordgroepen per deelstudie; brede ambtelijke en bestuurlijke sessies (waterschappen, veiligheidsregio); meningpeiling; op maatgesprekken (b.v. met bedrijven en bewonersorganisaties); informeren: nieuwsbrieven; informatiebijeenkomsten website Oeververbindingen.nl; digitale masterclasses over vrij lastige onderwerpen; digitaal vragenuurtje; informeren gemeenteraden en Provinciale Staten.

De heer SAVENIJE gaat in op de belangrijkste bevindingen van de onderzoeken. In de analytische fase is vooral kwalitatief onderzoek gedaan. Er heeft vooral verdieping plaatsgevonden op de werksporen Algeracorridor, inpassing van de oeververbinding, openbaar vervoer en A16. Het doel van de analytische fase is om te laten afvallen wat niet kansrijk is. Niet kansrijk is als een optie onvoldoende doelbereik heeft. Er is gekeken naar kosteneffectiviteit, techniek en inpasbaarheid. Het gaat erom hoe reëel de alternatieven zijn en of ze betaalbaar, technisch mogelijk en inpasbaar zijn qua milieueffecten en omgeving. Er zijn ook integrale onderzoeken gedaan: mobiliteitsanalyses; onderzoek naar het effect van maatregelen op de verstedelijking en kansen voor mensen qua banen en voorzieningen; onderzoek naar de belevingswaarde van inwoners en gebruikers. Wat betreft inpassing van de oeververbinding en het openbaar vervoer is gekeken naar locaties als daar een brug wordt toegevoegd. Bezien is wat dat betekent voor de scheepvaart, de ruimtelijke in-

2

Radenbijeenkomst Capelle, Krimpen, Krimpenerwaard NKO MIRT 14 april 2021

Pagina:

3

passing en de aansluiting van het openbaar vervoer. Naast bruglocaties is ook naar tunnelvarianten gekeken. De MIRT-verkenning heeft een opgave om in de toekomst het NMCA-knelpunt (Nationale Markt- en Capaciteits Analyse) te bezien en of dat op te lossen is door een nieuwe hoogwaardige OV-verbinding aan te leggen over de nieuwe oeververbinding. Er is daarbij gekeken naar HOV-bus-, tram-, sneltramen metrokwaliteit. Meer toekomstige metrogebruikers ontlasten het huidige knelpunt. Bij HOV-bussen wordt het toekomstige systeem minder gebruikt. De nieuwe OV-verbinding heeft echter niet voldoende oplossingsvermogen om het A16-wegknelpunt op te lossen. De Brienenoord-corridor loopt eigenlijk van het Terbregseplein tot Ridderkerk. Daartoe is een aantal maatregelenpakketten onderzocht: 1. optimaliseren en beperkt capaciteit toevoegen; 2. grootschalig capaciteit toevoegen; 3. omleiden van kritische verkeersstromen, bijvoorbeeld via een flyover vanaf de Van Brienenoordbrug over het Kralingseplein richting Rotterdam; 4. het systeem vereenvoudigen door rijbanen samen te voegen: A16 en A15 tot het Vaanplein worden 2 x 5 of 2 x 6 rijstroken 5. het stedelijk verkeer leiden via het onderliggend wegennet; door het gericht ontsluiten van toevoerwegen is er meer ruimte voor het langeafstandsverkeer; 6.

het stedelijk verkeer leiden via een stadsbrug parallel aan de ring: dit leidt tot de aanleg van een nieuwe stadsbrug direct naast de Van Brienenoordbrug. In alle zes de pakketten neemt de vertraging af. Onder invloed van de keuzes veranderen de stromen op het Kralingseplein. Het verkeer wordt daar niet meer, maar anders. De opgave is het verkeer zodanig te laten functioneren dat het geen bottleneck wordt. In de volgende fase is hierop inzoomen nodig. Voor de Algeracorridor is gekeken naar de oplossing voor de lange termijn. Het doorstromingsknelpunt is op de Algeracorridor zelf op te lossen. Daarbij wordt gekeken naar maatregelen die infrastructuur toevoegen en de vervoervraag verminderen (vervoeralternatieven of op een andere tijd reizen). Uit de mobiliteitsanalyse is gebleken dat maatregelen op de A16 weinig effect hebben op het gebruik van de Algeracorridor. Beide wegen zijn namelijk relatief onafhankelijk van elkaar, op het Kralingseplein na, waar verkeersstromen bij elkaar komen. Er is ook een pakket met korte termijnmaatregelen ontwikkeld, die zich op de doorstroming richten. Daar is geen verder onderzoek naar gedaan en die maatregelen worden ook al uitgevoerd. Er wordt vanuit gegaan dat korte termijnmaatregelen in 2030 gerealiseerd zullen zijn. Een parallel spoor richt zich op vervanging en renovatie van de Algerabrug.

Dat onderzoek loopt parallel aan de MIRT-verkenning. Onderzochte oplossingsrichtingen voor de Algeracorridor Veranderen vervoerswijzenkeuze: infra en beleid. Veranderen vervoerswijzenkeuze: aanbieden alternatieven. Opwaarderen corridor: grootschalig (verbreden brug). Opwaarderen corridor: kleinschalig (meer benuttingsmaatregelen). Het toevoegen van capaciteit aan de Algeracorridor betekent eigenlijk niet dat heel veel meer mensen daarvan gebruik gaan maken. De hoeveelheid autogebruikers blijft dan ongeveer gelijk, wat ermee te maken heeft dat het een ontsluiting is van de Krimpenerwaard. Het aantal verplaatsingen per fiets en OV neemt wel toe door het toevoegen van fiets- en OValternatieven. De relatie tussen Capelle en Krimpen wordt daardoor sterker. Het aantal verplaatsingen tussen Capelle en Rotterdam neemt niet toe. Bezien is wat maatregelen doen voor de doorstroming en het knelpunt op de Algeracorridor. Bij inzet op infra en beleid treedt er ten opzichte van 2030 (de referentiesituatie) een lichte verslechtering op in de richting van de Krimpenerwaard naar Rotterdam en treedt er een lichte verbetering op in de omgekeerde richting. Bij het kleinschalig toevoegen van capaciteit (wisselstroken benutten, op Capelseplein makkelijker linksaf kunnen gaan) leidt dat in beide richtingen tot een lichte verbetering.

Bij substantieel capaciteit toevoegen verbetert de doorstroming aanzienlijk. Er is op vijf avonden uitgebreid digitaal met de klankbordgroep geparticipeerd. Daarbij werd gesteld: dat naast doorstroming ook naar de leefbaarheid moet worden gekeken; met name waar het gaat over geluidsoverlast; dat mensen wachten ook als vervelend ervaren;

Radenbijeenkomst Capelle, Krimpen, Krimpenerwaard NKO MIRT 14 april 2021

-

Pagina:

4

dat mensen zich niet houden aan de maximumsnelheid, wat extra geluidsoverlast oplevert; gevraagd is om daaraan iets te kunnen doen; dat de klankbordgroep mogelijke maatregelen mede heeft geïnventariseerd; dat iedereen is gecharmeerd van het combineren van maatregelen, wat wordt gezien als duurzaam.

Samenvatting De Algeracorridor is complex door de opeenvolging van kruisingen die allemaal tegen de maximale capaciteit aan zitten. Men moet dus op veel verschillende plekken oplossingen bieden. Dat geldt in elk geval voor het Capelseplein en de Grote Kruising. Het alleen inzetten op OV, de fiets en vraagbeïnvloeding heeft onvoldoende oplossend vermogen voor de doorstromingsproblematiek. Er is ook gekeken naar varianten om de capaciteit op de Algerabrug te vergroten, zoals het toevoegen van doelgroepstroken en een 2 x 2 verbinding. Daarvoor is dan een nieuwe fietsverbinding nodig. Het vergroten van de capaciteit op de brug betekent meer restcapaciteit. Alleen inzetten op kruisingen ten noorden en ten zuiden van de brug en het beter kunnen oprijden van de wisselstrook verbetert de doorstroming aanzienlijk, maar dan blijft er sprake van twee rijstroken, een kwetsbaar onderdeel. In de volgende fase worden de maatregelenpakketten getoetst op de stedelijke leefkwaliteit. Vervolg Uit de vier werksporen komt het tot de ‘Notitie Kansrijke Oplossingen’ en de planning is om die voor de zomer bestuurlijk vast te stellen. Na de zomer start de beoordelingsfase, waarin wordt doorgegaan op de kansrijke oplossingsrichtingen. Dan wordt er ook kwantitatief gekeken, er wordt milieueffectonderzoek en geluidsonderzoek gedaan, evenals een kosten-batenanalyse uitgevoerd.

In de volgende fase wordt ook weer participatie ingericht. 3. Vragen De heer TIESMA ziet heel veel vrachtauto’s via de hoofdrijbaan op de Algerabrug richting Stormpolder gaan waarna zij na de brug moeten wachten, zodat er mogelijk weer een extra knelpunt ontstaat. De heer SAVENIJE antwoordt dat de oplossing van twee keer twee rijbanen nog beter scoort dan de optie vier aparte rijbanen, wat met name met het genoemde punt te maken heeft. In de volgende fase wordt meer in detail gekeken. Een van de uitwerkingsvragen zal de organisatie van de Grote Kruising zijn, zodat het genoemde probleem op te lossen is. De heer TIESMA ziet in het rapport dat de N201 naar Krimpen aan den IJssel geen probleem meer is. Het probleem zit hem bij de Grote Kruising en het verkeer in Krimpen aan den IJssel. Hij vraagt of de huidige verbouwing van de Grote Kruising al is geënt op de toekomstige situatie richting 2030 en verder. In de spits stroomt het daar zeker vanuit Capelle niet door. De heer SAVENIJE antwoordt dat bij het opnieuw inrichten van de kruising wel van de huidige capaciteit van de brug is uitgegaan en niet van een grotere capaciteit. Het opnieuw inrichten van de kruising is een korte termijnmaatregel. Er is wel gekeken naar een zo toekomstvast mogelijke oplossing.

De vraag is of naast de huidige aanpassingen nog extra aanpassingen nodig zijn om het geheel ook richting 2030 goed te laten functioneren. Onderdeel van de volgende fase zijn de bottlenecks bij de Ketensedijk aan de noordkant en de Grote Kruising aan de zuidkant. Daarbij moet worden gekeken naar een zo optimaal mogelijke inrichting, met verschillende variaties ten aanzien van de capaciteit van de Algerabrug. Mevrouw PRAST zag dat mevrouw Oudshoorn ongeveer dezelfde vraag had en informeert of die voor haar voldoende is beantwoord. Mevrouw OUDSHOORN vindt die vraag redelijk beantwoord, maar is van het antwoord als gemeenteraadslid van Krimpen aan den IJssel geschrokken. Het is namelijk een ontzettend groot dossier, waarmee enorme bedragen zijn gemoeid en waarmee de gemeente al heel erg lang bezig is. Nu gaat de gemeente nog een periode met heel erg veel overlast tegemoet en hoort zij dat er in de toekomst weer dingen moeten gebeuren, waarvan zij dus schrikt. De heer SAVENIJE nuanceert dat de huidige ingrepen wel zodanig gebeuren dat het geen desinvesteringen zijn, zowel wat betreft de overlast en hinder van de inwoners van Krimpen aan den IJssel als de verbouwing. Wel is te bezien dat brug en weg goed op elkaar aansluiten. De Grote Kruising doet het een stuk beter na de realisatie van de huidige verandering. De aanpassingen die nu plaatsvinden hebben dus een positief effect.

Radenbijeenkomst Capelle, Krimpen, Krimpenerwaard NKO MIRT 14 april 2021

Pagina:

5

De heer TOM had als raadslid van de gemeente Krimpenerwaard enkele jaren terug te maken met een coalitiebreuk in zijn gemeente, die alles te maken had met het standpunt over de oeververbinding. De Algerabrug is voor de Krimpenerwaard en Krimpen aan den IJssel dé verbinding naar het westen toe. Het verkeer neemt niet echt toe, omdat het de enige verbinding is. Zijn indruk is dat de presentator genuanceerd was ten aanzien van de brug zelf en dat die zei dat met kleine maatregelen net zoveel te bereiken is. Een totaalpakket is echter hard nodig wil men in de toekomst een goede ontsluiting richting Rotterdam blijven houden. Hij vraagt of de brug een keer een goede aanpak behoeft. De heer SAVENIJE reageert dat er nog geen vooringenomen standpunt over het al dan niet verbreden van de brug is, maar wel is het goed kritisch te kijken welke maatregelen het meeste oplossend vermogen hebben als men kijkt naar de totale Algeracorridor. In de afweging hoort ook de (toekomstige) capaciteit van de Algerabrug. Het is een samenhang van een heleboel verschillende kruisingen. Het is dus zaak om over de hele Algeracorridor het optimale pakket te hebben voor de doorstroming en andere opgaven. Het is ook goed om te kijken naar een volwaardige brug met twee keer twee rijstroken. Voorsorteren in deze fase gebeurt nog niet.

Het is ook mogelijk zonder capaciteit toe te voegen een deel van het doorstromingsprobleem op te lossen. Dan houdt men echter kwetsbaarheid in het systeem over. De heer TOM is bang dat men bij te veel discussie komt tot een soort gemiddelde oplossing, maar hoort ook dat de heer Savenije zegt te zoeken naar de meest optimale oplossing. Hij benadrukt dat de Algeracorridor voor Krimpen en de Krimpenerwaard de enige ontsluiting is. De coalitie van de Krimpenerwaard is op het onderwerp gestruikeld vanwege de insteek op de oost-oostvariant. Er is behoefte om meer naar het westen te komen. De heer RAADSEN wil weten welke grenzen er zijn aan de onderzoeksopdracht. Bij een onderzoek kan men aanlopen tegen aanpalende vraagstukken of problemen die buiten de onderzoeksopdracht liggen, maar die van grote invloed zijn voor de oplossing van het probleem. Dat is bij dit project in hoge mate het geval, dat is begonnen met een interne aangelegenheid van de gemeente Rotterdam. Daaraan is door het ministerie en Rijkswaterstaat het vraagstuk van de oeververbindingen toegevoegd. Daarna werd ineens zichtbaar dat misschien af te komen is van het probleem op de Algeracorridor. Als men het probleem van de Algeracorridor centraal stelt kijk je een heel andere kant op, zoals is gebeurd in het rapport van NKO5, de Capelse Aanjagers.

Zij zeggen dat er over de Algerabrug heel veel zwaar verkeer gaat dat niet in Krimpen, maar in Schoonhoven moet zijn en dat er andere manieren zijn om Schoonhoven te bereiken. Men kan zeggen daar ook naar te kijken en hij vraagt of de MIRT-onderzoekers ook die mogelijkheid hebben. Mevrouw PRAST heeft het rapport van de Aanjagers Capelle aan den IJssel ontvangen. Op dit moment is de opdracht verstrekt om te kijken naar maatregelen op de corridor zelf die een bijdrage moeten leveren aan de vijf doelstellingen. Als vanuit signalen uit de omgeving bestuurders besluiten dat daar iets in zit kan het zijn dat de opdracht verandert. Dat besluit moet op een ander niveau dan het project worden genomen. In het participatierapport komen alle signalen uit de omgeving terug en dat zullen de bestuurders ook lezen. Het ingediende document heeft ook zijn weg naar de wethouder van Capelle gevonden. De heer VAN DER GRAAFF is op de hoogte van het project van de Aanjagers en bekijkt of een voorstel is te schrijven om op korte termijn naar dat project te gaan kijken. Er is dus aandacht voor en mogelijk is het naar de raad van Capelle te brengen. Mevrouw PRAST verneemt de vraag in welke mate het Rivium is meegenomen, wat extra auto’s in de spits kan betekenen. Er wordt altijd gekeken naar welke ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied plaatsvinden en die worden in het onderzoek meegenomen.

Vervolgens ziet een vragensteller met twee keer twee rijbanen geen verschil met de huidige situatie, omdat er door de wisselstrook nu ook twee banen de drukke kant op gaan. De heer SAVENIJE ziet bij niet-snelwegen dat de capaciteit van de kruisingen bijna in alle gevallen maatgevend is voor de capaciteit van de doorstroming. Het gaat erom hoe je de weefbewegingen op de kruisingen goed voor elkaar krijgt en dat wordt door twee keer twee rijbanen makkelijker. De kruisingen krijgen een wat grotere capaciteit, zodat de doorstroming aan beide oevers iets beter wordt. De heer RATZON vraagt hoe wordt aangekeken tegen vrachtverkeer dat vanaf de Krimpenerwaard met bestemming Stormpolder eerst de brug over moet, bij het Capelseplein moet omdraaien en wederom de brug over moet om rechtsaf te kunnen slaan richting Stormpolder. Wellicht zijn er betere alternatieven denkbaar. De heer SAVENIJE kan daarop als projectleider van de MIRT-verkenning niet zo goed antwoord geven, omdat het gaat over een tijdelijke situatie op de huidige Grote Kruising. Dat systeem is tijdelijk

Radenbijeenkomst Capelle, Krimpen, Krimpenerwaard NKO MIRT 14 april 2021

Pagina:

6

ingericht en hij neemt aan dat de plussen en minnen daarvan door de gemeente zijn afgewogen en dit de minst slechte oplossing is, tot eind 2022. Mevrouw PRAST leest de vraag voor over de kans dat er een fietsbrug komt tussen Capelle en Krimpen en laat weten dat nog niet is bepaald welke maatregelen daadwerkelijk genomen zullen worden. De fietsbrug is in elk geval een maatregel die positief werkt op de doorstroming en die zorgt ervoor dat mensen sneller van Capelle-Centrum naar Krimpen-Centrum kunnen komen. Volgens De heer VAN DER ELST lijkt een fietsbrug een enorm voordeel te kunnen bieden, gezien de veelheid aan vraagstukken. De brug is ook nodig om verbonden te blijven worden met nooddiensten. Vervolgens gaat zij over tot het raadplegen van de aanwezigen via Mentimeter.

Daarbij wordt de aanwezigen gevraagd: hoe ze nu meestal over de Algerabrug reizen ; antwoorden (in volgorde van meest tot minst gegeven): met de auto, motor, OV en fiets; hoe ze denken te reizen over de Algeracorridor in 2030; antwoord: meer mensen zullen dan het OV of de fiets pakken; wat voor hen het belangrijkste thema is in de MIRT-verkenning; antwoorden (in volgorde van meest tot minst gegeven): doorstroming, bereikbaarheid, leefbaarheid, doortastendheid, slagvaardigheid, participatie, minder hinder, de toekomst van de Krimpenerwaard; hoe belangrijk het oplossen van het knelpunt van de Algeracorridor is; antwoorden (in volgorde van meest tot minst gegeven): zeer belangrijk, belangrijk, neutraal; of de nadruk moet liggen op doorstroming van het verkeer of andere vervoerswijzen te stimuleren; antwoord: doorstroming autoverkeer maar ook het stimuleren van andere vervoerswijzen is belangrijk; welke aandachtspunten zij hebben voor het proces in de komende fase; antwoorden (in volgorde van meest tot minst gegeven): communicatie, participatie, voortvarendheid; goed uitleggen, snelheid van uitvoeren; of er nog iets is wat zij willen meegeven; antwoorden: ga zo door, goed luisteren. De VOORZITTER vraagt of de wethouders behoefte hebben om te reageren. Wethouder TEMPEL is verheugd over de opmerking van veel raadsleden dat het verhaal redelijk duidelijk was.

Hij vond ook de Mentimeter interessant, evenals het experiment met drie raden. Tevens interessant was om te zien welke accenten uit de verschillende raden gelegd werden. Wethouder STRUIJVENBERG sluit zich aan bij de heer Tempel en dankt alle aanwezigen voor hun aandacht en inbreng. De VOORZITTER sluit de bijeenkomst onder dankzegging om 21.45 uur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10188810/1